CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Regels met bijlagen-b001

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)22.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90) Regels met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020038-b001

6 juli 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels 2 Artikel 1 Begrippen 3 Artikel 2 Wijze van meten 9 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 10 Artikel 3 Agrarisch 11 Artikel 4 Wonen - Buitengebied 13 Hoofdstuk 3 Algemene regels 17 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel 18 Artikel 6 Algemene bouwregels 19 Artikel 7 Algemene gebruiksregels 21 Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 23 Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 24 Artikel 11 Algemene procedureregels 25 Artikel 12 Overige regels 26 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 27 Artikel 13 Overgangsrecht 28 Artikel 14 Slotregel 29

22

Regels

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

2

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).

1.2 plan: Het bestemmingsplan Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90a) met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2020038-a001 van de gemeente Tilburg.

1.3 aan huis verbonden beroep Die beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw, die kunnen worden beschouwd als 'aan-huis-verbonden', waarbij: a. degene die de activiteit uitvoert, tevens de bewoner is van de woning; b. geen sprake is van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen, conform artikel 13.2van de regels van dit plan; c. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; d. de beroepsuitoefening naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, d.w.z. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80m² in beslag neemt; e. de beroepsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving; f. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen; g. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt.

1.4 aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.5 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.6 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 achtergevelrooilijn De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.

1.8 agrarisch gebied Een gebied, waar ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor agrarische bedrijven.

1.9 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.10 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.11 bed & breakfast Een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting, al dan niet met de mogelijkheid van ontbijt, kortstondig met een maximum van twee weken. Hieronder wordt niet verstaan huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in de vorm van het verstrekken van logies aan seizoenarbeiders, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen.

1.12 bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

3

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, gericht op onder andere consumentverzorging, welke geheel of overwegend door middel van handwerk plaatsvinden.

1.13 beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied.

1.14 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.

1.15 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.16 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.17 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.18 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.19 bouwgrens De grens van een bouwvlak.

1.20 bouwlaag Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouwof zolder.

1.21 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.24 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.25 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

1.26 calamiteit Gehele of gedeeltelijke vernieling van een bouwwerk door overmacht: brand, overstroming, terroristische en/of oorlogshandelingen, aardbeving e.d.

1.27 carport Een aangebouwde of vrijstaand bijgebouw, bestaande uit een (semi) gesloten dakconstructie, ondersteund door palen of kolommen bedoeld voor het stallen van één of meerdere (motor)voertuig(en), met maximaal twee gesloten wanden; de wanden van de bebouwing waartegen wordt aangebouwd kunnen als ondersteuningsconstructie fungeren.

1.28 dienstverlening

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

4

Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.

1.29 dove gevel a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33dB onderscheidenlijk 35dB, alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.30 erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.31 erker Transparante, ondiepe uitbouw van een gebouw vóór de voorgevel, niet zijnde een entree.

1.32 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.33 geluidgevoelige objecten Gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.34 geluidsscherm Geluidwerende voorziening van hard materiaal (beton, glas e.d.).

1.35 geluidswal Geluidwerende voorziening van aarde.

1.36 gestapelde woning Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.

1.37 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.

1.38 grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

1.39 hogere grenswaarde Een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.

1.40 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.41 huishouden

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

5

Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: de huisvesting van maximaal 5 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur).

1.42 Kap Een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30 graden en minder dan 65 graden.

1.43 kleinschalige dienstverlening, niet zijnde zakelijke dienstverlening Dienstverlening, vallend onder ten hoogste categorie 2 van de bij dit plan gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten en gericht op het aan personen of dieren verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze of lichaamsverzorgende sfeer en andere vormen van dienstverlening die min of meer een openbaar karakter hebben, zoals (niet limitatief) een huisartsen- of tandartsenpraktijk, een praktijk voor fysiotherapie, een dierenartsenpraktijk, een nagelstudio, een kapsalon en een kinderopvangcentrum, uitgezonderd: a. seksuele en erotische dienstverlening; b. zakelijke dienstverlening met een kantoorfunctie, zoals (niet limitatief) rechtskundige en administratieve dienstverlening, architecten- en technische adviesbureaus, makelaarsbureaus, reclamediensten en uitzendbureaus; c. detailhandel, met uitzondering van een beperkte verkoop, ondergeschikt aan de dienstverlening; d. horeca.

1.44 landschappelijke waarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur.

1.45 landschapselementen Ecologisch en/of landschappelijk waardevolle elementen, zoals bosjes, bomen, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2ha.

1.46 maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.

1.47 mantelzorg Mantelzorg is langdurige, intensieve niet georganiseerde zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een zorgvrager door een of meer leden uit diens omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.

1.48 natuurwaarde van een gebied De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang.

1.49 onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.

1.50 onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.

1.51 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.

1.52 onzelfstandige wooneenheid/eenheden

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

6

Een (complex van) woonruimte(n) waarbij men wezenlijke voorzieningen, zijnde keuken, badkamer en toilet, gemeenschappelijk moet gebruiken en waarvan de deur van het privévertrek uitkomt op een gemeenschappelijke (verkeers)ruimte.

1.53 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.54 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.

1.55 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.56 peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.57 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.

1.58 plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan: aanduidt.

1.59 ruimtelijke ontwikkelingen Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist.

1.60 straatpeil Zie: peil (straatpeil).

1.61 uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.62 verblijfsvoorzieningen Besloten ruimten, bestemd voor het verblijven van mensen.

1.63 voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.

1.64 water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.

1.65 weg Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.66 wet geluidhinder De wet van 16 februari 1979, Staatsblad 99 (1979), houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

7

1.67 wet milieubeheer De wet zoals geplaatst in Staatsblad 551 (1992). Deze wet is in werking getreden op 1 maart 1993.

1.68 wonen Hieronder wordt verstaan: a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); c. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.

1.69 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

8

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

9

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

10

Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functie De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. bouwwerken van algemeen nut; f. landschapselementen.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2 Gebouwen Op de gronden binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 3.1.1 toegelaten functies, uitgezonderd permanente teeltondersteunende voorzieningen, kuilvoerplaten en sleufsilo's; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de totale oppervlakte van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2,5ha per bedrijf, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven.

3.2.4 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Werken en werkzaamheden

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

11

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 30m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; g. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 3.4.2 Uitzonderingen Het in 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

3.4.3 Toelaatbaarheid De in 3.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in 3.1.1 genoemde waarden en/of functies.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

12

Artikel 4 Wonen - Buitengebied 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Functie De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. één woning per bestemmingsvlak; b. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; c. bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven; d. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; e. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; f. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bed & breakfast tot maximaal 2 kamers; i. bouwwerken van algemeen nut. 4.1.2 Functie-aanduidingen a. Ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden; zijn de voor 'Wonen-Buitengebied'aangewezen gronden uitsluitend bestemd voor één of meerdere landschapselementen; b. ter plaatse van de aanduiding 'erf' zijn de voor 'Wonen-Buitengebied' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie; 4.1.3 Hogere grenswaarden Bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde (Bijlage 1) en de daarin opgenomen voorwaarden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen, evenals vergunde bebouwing, die nog moet worden opgericht; b. ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorzieningen' moeten bouwwerken geen gebouw zijnde met een hoogte van minimaal 2,5 m en een minimale massa van 40 kg/m2 als geluidwerende voorziening zijn gebouwd, alvorens binnen een straal van 25m gemeten vanaf deze specifieke bouwaanduiding geluidgevoelige objecten zijn gerealiseerd; d. een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning kan slechts worden verleend nadat een, door het bevoegde gezag goedgekeurd, landschappelijk inpassingsplan is overlegd; e. naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 4.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één woning toegestaan; a.

het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8m; d. de inhoud van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 800m³; e. het hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een kap; f. de kaprichting dient evenwijdig aan De Kraan te zijn gesitueerd. 4.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen gelden de volgende regels:

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

13

a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen mogen binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' worden gebouwd; a. de afstand van een vrijstaand bijgebouw tot de achtergevel van de woning dient minimaal 1m te bedragen; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan; c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing, vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5m, met een maximale totale hoogte van 4,5m; d. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3m bedragen; e. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag niet meer bedragen dan 3m; f. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgegebouwen met een schuine kap mag niet meer bedragen dan 6m; g. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan 20m; h. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het erf mag niet meer bedragen dan 75m². 4.2.4 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'erf' worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c.

de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 4.1.1 en 4.1.2. toegelaten functies. b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1m. c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 4.2.6 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd, en daarnaast mogen direct aansluitende in- en uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. de verticale diepte niet meer mag bedragen dan 3,5m. 4.2.7 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. het bouwen van bouwwerken op de voor 'Wonen - buitengebied'aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60mm); b.

het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplan afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.1.c. ten behoeve van een andere geluidwerende voorziening, indien uit een, door het bevoegd gezag goedgekeurd, akoestisch onderzoek blijkt dat hiermee een gelijkwaardig geluidniveau kan worden behaald; a. het bepaalde in 4.2.2 ten behoeve van het bouwen van een woning met een hogere goothoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 6m; a. het bepaalde in 4.2.2 ten behoeve van het bouwen van een woning met een hogere bouwhoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 10m; b. het bepaalde in 4.2.3 voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20m van de woning.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

14

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Werken en werkzaamheden Ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 30m2 per perceel of met meer dan 0,40m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonderagrarische productiefunctie; f. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; g. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andereoppervlakteverhardingen. 4.4.2 Uitzonderingen Het in 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: a.

die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan dan wel krachtens een reeds verleende vergunning; b. die het normale beheer en onderhoud betreffen; c. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan en/of landschappelijk inpassingsplan als bedoeld in 4.2.1 en 4.2.2; d. in het kader van het uitvoeren van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige. 4.4.3 Voorwaarden verlenen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de 4.1.2 genoemde waarden en/of functies.

4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor: 1. de uitoefening van enige tak van handel (inclusief detailhandel); 2. nijverheid; 3. dienstverlening; 4. de uitoefening van een ambachtelijk, industrieel of agrarisch bedrijf; 5. zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten; 6. horecadoeleinden; b. het splitsen van een woning in twee of meer woonruimten dan wel het gebruik van aan- of uitbouwen en bijgebouwen bij een woning als zelfstandige of afhankelijke woonruimte; c. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen bij de woning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten. 4.5.2 Gebruik overeenkomstig de bestemming

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

15

a. Het gebruik van ruimten binnen de woning en in de bijgebouwen bij de woning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie, mits: 1. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en; 2. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; 3. geen sprake is van op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtige of van uit oogpunt van milieu meldingsplichtige activiteiten en; 4. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; 5. geen sprake is van detailhandel. 4.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Het gebruik van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is pas toegestaan nadat de vereiste landschappelijke inpassing als bedoeld onder 4.2.1 sub d is gerealiseerd; b. De landschappelijke inpassing zoals bedoeld onder a.

dient zo spoedig mogelijk na de bouw doch uiterlijk in het eerstvolgende plantseizoen (november tot februari), volledig worden gerealiseerd en blijvend onderhouden en in stand worden gehouden.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Binnenplans afwijken t.b.v publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.5.2 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen bij de woning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit en; b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; c. de in het omliggende gebied aanwezige waarden niet in onevenredige mate worden aangetast en; d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling past binnen de omgeving en; e. de nevenactiviteit geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en; f. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse en; g. gezorgd wordt voor voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein en; h.

de nevenactiviteit geen onevenredige beperkingen oplevert ten aanzien van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven en; i. de nevenactiviteit zelf niet vergunningplichtig is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo en daarnaast milieuhygiënisch inpasbaar is en; j. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten, die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; k. geen sprake is van detailhandel, uitgezonderd een beperkte verkoop, ondergeschikt aan de publieksaantrekkende activiteit. 4.6.2 Binnenplans afwijken aantal kamers t.b.v. bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.1.1 onder h ten behoeve van het toestaan van bed & breakfast in maximaal 4 kamers.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

16

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

17

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

18

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergrondse bouwwerken 6.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in het bouwvlak en (on)bebouwd erf worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 6.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 6.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b.

de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 6.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.

6.2 Hoofdtoegang woningen 6.2.1 Situering De hoofdtoegang van grondgebonden woningen, bovenwoningen en een complex van gestapelde woningen dient in de voor- of zijgevel van het gebouw te worden gesitueerd. 6.2.2 Binnenplans afwijken Het bevoegd gezag kan, indien er geen sprake is van grondgebonden woningen, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.2.1, mits: a. situering als bedoeld in 6.2.1op redelijke en aantoonbare wijze niet mogelijk is; b. een andere situering van de hoofdtoegang op redelijke wijze aansluiting vindt bij het openbaar gebied, waarbij de afstand tot het openbaar gebied niet meer mag bedragen dan 30m; c. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.

6.3 Onbebouwd terrein bij gebouwen 6.3.1 Onbebouwd terrein bij woningen Bij een woning moet - gelet op de kwaliteit van de woonomgeving, zowel bezien vanuit de woning als vanuit de belendende percelen en de omgeving - een onbebouwd terrein aanwezig zijn dat tenminste een strook grond omvat die over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de achtergevel en een diepte heeft van -

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

19

gemeten vanaf het verst achterwaarts gelegen deel van het hoofdgebouw inclusief een eventuele aanbouw tenminste 5m. 6.3.2 Onbebouwd terrein bij overige gebouwen Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning anders dan als bedrijfswoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend onbebouwd gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn ter diepte van tenminste 2m achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en wel over de volle breedte daarvan. 6.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 6.3.1, voor wat de aanwezigheid van het onbebouwd terrein betreft, indien andere functies dan wonen in het bestemmingsvlak zijn toegestaan en de eerste bouwlaag niet voor bewoning gebruikt wordt; b. het bepaalde in 6.3.1, indien een gunstige andere indeling van het bouwperceel aanwezig is en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. het bepaalde in 6.3.1 indien sprake is van patiobungalows; d. het bepaalde in 6.3.1 indien het plan voorziet in een gezamenlijke (binnen)tuin van voldoende grootte; e. het bepaalde in 6.3.1, indien dit geen beletsel vormt voor de bestemming van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.

6.4 Ruimte tussen bouwwerken 6.4.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk niet in de zijdelingse grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de zijdelingse grens van het bouwperceel over de breedte van 1m met een minimale hoogte van 2,2m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 6.4.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.4.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

20

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

21

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 veiligheidszone - aandachtsgebied trillingshinder In aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied trillingshinder' de volgende regels: a. Het bouwen van bouwwerken voor de functies gezondheidszorg, wonen, onderwijs, kantoor, bijeenkomsten en kritische werkruimten (bepaalde ruimten in laboratoria, operatiekamers of studiezalen) is uitsluitend toegestaan indien door middel van een dynamische berekening van de trillingssterkte is aangetoond dat de streefwaarden voor nieuwe situaties, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. b. In afwijking van de regel onder a is het bouwen van bouwwerken voor de functies gezondheidszorg, wonen, onderwijs, kantoor, bijeenkomsten en kritische werkruimten (bepaalde ruimten in laboratoria, operatiekamers of studiezalen) ook toegestaan indien: 1. alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen, en 2. door middel van een dynamische berekening van de trillingshinder aangetoond is dat de streefwaarden in bestaande situaties, zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. c.

Afwijken van de streefwaarden trillingshinder Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de streefwaarden genoemd onder a. en b. indien de te treffen trillingsreducerende maatregelen om te voldoen aan de streefwaarden onevenredig zijn in relatie tot de beperking van de trillingshinder als gevolg van deze maatregelen. Bij het bepalen van de onevenredigheid dient onder andere te worden ingegaan op: <0000> De mate waarin de trillingssterkte voorkomt (hoe vaak worden de streefwaarden zoals genoemd behorende bij “nieuwe situaties” overschreden); <0000> De aanwezigheid van andere trillingsbronnen (achtergrondtrillingen); <0000> Toepassing van trillingsreducerende maatregelen en de effecten ervan na toepassing op de trillingssterkte Vmax en Vper; <0000> De doeltreffendheid en de doelmatigheid van de maatregelen.

8.2 veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare objecten worden opgericht; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan en waarbij middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; c. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij een wijziging of oprichting leidt tot een toename van het groepsrisico binnen de 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' indien: 1. er geen sprake is van zeer kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform het Bevt is ingevuld.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

22

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.

9.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.

9.3 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

23

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Wijzigingsbevoegdheid verwijderen aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat een weergegeven aanduiding wordt verwijderd indien de binnen deze aanduiding toegelaten functie is beeindigd en wordt omgezet in een binnen het ter plaatse geldende bestemmingsvlak toegelaten functie.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

24

Artikel 11 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

25

Artikel 12 Overige regels 12.1 Bevordering ruimtelijke kwaliteit buitengebied Het bevoegd gezag kan, voor zover het ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied betreft, slechts gebruik maken van de in dit plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden, indien voldaan wordt aan het vereiste van bevordering van de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening ruimte Noord-Brabant en de daarop gestoelde werkafspraken met de provincie.

12.2 Parkeerregeling 12.2.1 Parkeren a. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'parkeernormen Tilburg 2017' ; b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode; c. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.

12.2.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012. 12.2.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van artikel 12.2.1 en 12.2.2indien: a. op andere wijze in de parkeerbehoefte en/of de nodige laad- of losruimte wordt voorzien en b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

26

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

27

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

28

Artikel 14 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan "Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

29

Buitengebied De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)

30

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Ontwerpbesluit hogere grenswaarde ontwerpbesluit hogere grenswaarde

Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten

1 Ontwerpbesluit tot vaststelling Hogere waarde Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg is voornemens hogere waarden vast te stellen op grond van art. 110a Wet geluidhinder ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Bgb De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)’. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Tilburg, plaatsnaam Berkel Enschot, sectie A, perceelnummers 5827, 5829 en 5855. Op deze percelen is het bestemmingsplan ‘Bgb De Groene Zoom 2012’ vigerend. Met deze wijziging van het vigerende bestemmingsplan wordt de nieuwbouw van een woning mogelijk gemaakt. De hogere waarden worden vastgesteld voor weg- en railverkeerslawaai. Overwegingen ten aanzien van het besluit De gemeente Tilburg is voornemens middels het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Bgb De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)’ de nieuwbouw van een woning mogelijk te maken. Het bestemmingsplan ‘Bgb De Groene Zoom 2012, 6e herziening (De Kraan 90)’ is van toepassing op de planlocatie, kadastraal bekend als gemeente Tilburg, plaatsnaam Berkel Enschot, sectie A, perceelnummers 5827, 5829 en 5855. De planlocatie is gelegen binnen de geluidzone van de volgende gezoneerde wegen: de Koningsoordlaan en De Kraan. Voor de woning is op basis van artikel 83 Wgh een hogere waarde mogelijk van maximaal 53 dB ten aanzien van wegverkeerslawaai voor de gemeentelijke wegen.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer als gevolg van De Kraan wordt overschreden. De maximale geluidbelasting voor wegverkeer bedraagt 53 dB. De maximaal te ontheffen waarden van 53 dB (a.g.v. de gemeentelijke wegen) wordt daarmee niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai zijn redelijkerwijs niet mogelijk. - De planlocatie is gelegen binnen de geluidzone van het spoortraject Tilburg ‘s-Hertogenbosch. Voor de woning is op basis van artikel 83 Wgh een hogere waarde mogelijk van maximaal 68 dB ten aanzien van railverkeerslawaai. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor railverkeer wordt overschreden. De maximale geluidbelasting voor railverkeer bedraagt 63 dB. De maximaal te ontheffen waarden van 68 dB (a.g.v. spoorweglawaai) wordt daarmee niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeerslawaai zijn redelijkerwijs niet mogelijk. Op grond van het bepaalde in artikel 110a Wet geluidhinder is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om een hogere waarde vast te stellen.

Toetsing Door Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing (“Akoestisch Onderzoek ten behoeven van een planologische procedure nabij De Kraan 90 te Berkel Enschot”, rapportnr. 2020035.G1, revisie 1, d.d. 24 juli 2019) is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelastingen ten gevolge van weg- en railverkeer. Onderdeel van het bestemmingsplan is het vaststellen van hogere grenswaarden. Voor de waarneempunten voor weg- en railverkeerslawaai waarop de vast te stellen waarden van dit besluit betrekking hebben wordt verwezen naar bijlage 1 van dit besluit.

Hypotheken 4

2 Wegverkeer De vast te stellen hogere waarden bedragen maximaal 53 dB als gevolg van De Kraan. De aan te vragen Hogere Waarden zijn opgenomen in Bijlage 2 van dit besluit. De maximaal te ontheffen waarden van 53 dB (a.g.v. de gemeentelijke wegen) wordt niet overschreden. Maatregelen wegverkeer Bronmaatregelen Op De Kraan is op dit moment geen asfaltverharding aanwezig met een geluidsreductie. Met de toepassing van een stiller wegdek op De Kraan kan de voorkeursgrenswaarde worden bereikt. Echter, vanuit beheersmatig oogpunt is het op deze locatie niet wenselijk om een geluidreducerend asfalt aan te leggen. De locatie kent een grote hoeveelheid wringend verkeer. Daarnaast is ook vanuit financieel oogpunt de toepassing van een geluidreducerend wegdek niet doelmatig. Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen (geluidschermen) langs gemeentelijke wegen zijn vanuit ruimtelijke inpassing en esthetica op deze locatie niet gewenst Maatregelen bij de ontvanger Voor de geveldelen met een geluidbelasting van meer dan 48 dB als gevolg van wegverkeerslawaai dient aangetoond te worden dat door middel van maatregelen aan de gevel voldaan kan worden aan een binnengeluidniveau van 33 dB voor woningen. Gezien de beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarden is bouwen conform het vigerend bouwbesluit voldoende om aan deze eisen ten aanzien van de binnenniveaus te kunnen voldoen.

Railverkeer De vast te stellen hogere waarden voor railverkeer bedragen maximaal 63 dB als gevolg van railverkeer op het spoortraject Tilburg – ‘s-Hertogenbosch. De aan te vragen Hogere Waarden zijn opgenomen in Bijlage 2 van dit besluit. De maximaal te ontheffen waarden van 68 dB (a.g.v. het spoor) wordt niet overschreden. Maatregelen wegverkeer Bronmaatregelen Op het spoortraject Tilburg – ’s Hertogenbosch zijn reeds raildempers voorzien als gevolg van de ontwikkeling ‘Koningsoord’. Bij het vaststellen van de geluidniveaus op de nieuwe woning aan De Kraan 90 is reeds rekening gehouden met het akoestisch effect van deze raildempers. Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen (geluidschermen) langs het spoor voor deze ontwikkeling zijn vanuit financieel oogpunt niet doelmatig. Wel is op het perceel zelf een geluidwerende voorziening aanwezig. Deze voorziening (geluidscherm) is geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsplanherziening. De berekende geluidniveaus op de te realiseren woning zijn inclusief het effect van deze geluidwerende voorziening. Maatregelen bij de ontvanger Voor de geveldelen met een geluidbelasting van meer dan 55 dB als gevolg van wegverkeerslawaai dient aangetoond te worden dat door middel van maatregelen aan de gevel voldaan kan worden aan een binnengeluidniveau van 35 dB voor woningen.

Omdat de geluidbelasting als gevolg van railverkeer meer dan 60 dB bedraagt, gelden er aanvullende voorwaarden vanuit het Hogere Waardenbeleid van de gemeente Tilburg. Het gaat dan om aanvullende voorwaarden ten aanzien van een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte. De te realiseren woning kan aan deze aanvullende voorwaarden voldoen, onder voorwaarde dat de geluidwerende voorziening zoals reeds aanwezig zijn functie behoud. Daarom is de aanwezigheid van deze Hypotheken 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695810/1