CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 MIHP PO BIJLAGE 2 Kwaliteitskader huisvesting

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Meerjarig Integraal Huisvestingsplan voor het Primair en Speciaal Onderwijs (MIHP PO+)20.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Energie: (Zie C.5)

Lucht: (Zie A.3, B.2, C.1, C.2 en C.7)

Energieprestatie Nieuwbouw en renovatie > Klasse A - Zie opgenomen toelichting in Kwaliteitskader Huisvesting

Luchtverversing  > Klasse B - CO₂-concentratie in onderwijsruimten is in 95% van de gebruikstijd maximaal 950 ppm - Klasse B vereist ventilatiecapaciteit van minimaal 8,5 dm3/s (30,6 m3/uur) per persoon) - Ventilatielucht wordt zo toe- en afgevoerd dat een goede doorspoeling van de ruimte mogelijk is (hoge ventilatieeffectiviteit)

Energieprestatie Bestaande bouw > Klasse A - Renovatie heeft energieprestatie die minimaal overeenkomt met Energielabel A+ Duurzame energie  > Klasse A - Aandeel hernieuwbare energie bij bestaande bouw is minimaal 40% van (gebouwgebonden) energiebehoefte Thermische isolatie gebouwschil  > Klasse A - Goed geïsoleerde buitenschil (gevel, dak, kozijnen en vloer) - Goede kierdichting/ luchtdichtheid en voldoet minimaal aan qv;10 < 0,15 dm³/s.m² (luchtdichtheidsklasse 3) Energie-efficiëntie ventilatie 

> Klasse C

Energie-efficiëntie verwarming  > Klasse B - Warmtevoorziening dient bij volledige vervanging hoofdzakelijk aardgasvrij te worden uitgevoerd - Warmte-opwekking wordt minimaal geregeld op basis van kloktijden (inclusief een weekend- en vakantieprogramma) Energie-efficiëntie koeling 

Spuiventilatie  > Klasse C - Capaciteit van de spuiventilatievoorzieningen is minimaal 6 dm3/s per m² vloeroppervlak Ruimtevolume  > Klasse A - Afstand van vloer tot onderkant (verlaagd) plafond is in onderwijsruimten minimaal 3,2 meter Kwaliteit van de toevoerlucht 

> Klasse C

Fijnstof 

> Klasse C

Emissies van materialen 

> Klasse C

Emissies van apparatuur 

> Klasse C

Schoonmaakbaarheid 

> Klasse C

> Klasse C

Energie-efficiëntie verlichting  > Klasse B - Verlichting in bergingen en toiletruimten is geschakeld met aanwezigheidsdetectie - Verlichting in verblijfsruimten is voorzien van daglichtafhankelijke regeling en aanwezigheidsdetectie, welke kan worden overruled door de gebruiker Energiebeheer  > Klasse C - Gebouw wordt opgeleverd met energiemonitoring. Het elektragebruik, het gasverbruik, de afname van stadswarmte en/of stadskoeling wordt per kwartier gemeten en opgeslagen, zodat deze geanalyseerd kan worden.

Tabaksrook  > Klasse C - In het gebouw en op het schoolterrein wordt niet gerookt Toiletten  > Klasse C - Geurverspreiding vanuit toiletten naar elders in het gebouw wordt voorkomen - Toiletruimten staan op onderdruk en lucht wordt direct uit deze ruimten naar buiten afgevoerd Legionella 

> Klasse C

Asbest  > Klasse C - Gebouwen van voor 1994 zijn in bezit van asbestinventarisatie, uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf

23

BIJLAGE A Temperatuur: (Zie C.2 en C.4) Temperatuur winter  > Klasse B - Operatieve temperatuur voor groepsruimten in het stookseizoen tussen 19 en 24 graden

Individuele beïnvloeding  > Klasse C - Verlichting moet in elke ruimte (handmatig) afzonderlijk aan- en uitgeschakeld kunnen worden - Helderheidswering kan per onderwijsruimte worden bediend

Temperatuur zomer 

Geluid: (Zie C.3)

> Klasse B

Individuele beïnvloeding  > Klasse C - Temperatuur is per (verblijfs)ruimte handmatig regelbaar met +2 of -2 graden rondom standaard uitgangspunt Ventilatieve koeling  > Klasse C - Leslokalen hebben ten minste vier te openen ramen Tocht  > Klasse B - Luchtsnelheden in de leefzone in de winter zijn niet hoger dan 0,16 m/s - Luchtsnelheden in de leefzone in de zomer zijn niet hoger dan 0,20 m/s Lokaal thermisch discomfort  > Klasse B - Verticale temperatuurgradiënt mag niet meer dan 3 K/m bedragen

Geluidwering van de gevel 

> Klasse C

Installatiegeluid  > Klasse C - Geluidniveau in lesruimten t.g.v. installaties (L I;A ) is maximaal 35 dB - Geluidniveau t.g.v. installaties (L I;A ) is max 30 dB in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied Ruimteakoestiek  > Klasse B - Gemiddelde nagalmtijd (T30) ingerichte onderwijsruimte bedraagt maximaal 0,6 s Luchtgeluidisolatie 

> Klasse C

Contactgeluidisolatie 

> Klasse C

Kwaliteitsborging: (ZieProces) Licht: (Zie C.1) Oplevertoets Energie  Kunstlicht  > Klasse B - Onderwijs- en kantoorruimten minimaal 500 lux op werkvlakniveau met gelijkmatigheidsindex van minimaal 0,6 - UGRL waarde voor armaturen in onderwijsruimten ≤ 19 - Kleurweergave-index (Ra waarde) van verlichting is minimaal 80 of vergelijkbaar. Bij ledverlichting: R9-waarde minimaal 10 - Ledverlichting heeft flickerfrequentie van minimaal 100Hz en flickerpercentage < 3% Daglicht  > Klasse B - Daglichtfactor DT is in onderwijsruimten minimaal 2,1% in meer dan 50% van de ruimte

> Klasse C

Oplevertoets Lucht  > Klasse C - Ventilatiesysteem wordt opgeleverd met gedegen gebruiksinstructie en monitoring - Periodiek en systematisch onderhoud conform VLA onderhoudsbestek of gelijkwaardig, Oplevertoets Temperatuur 

> Klasse C

Oplevertoets Licht  Oplevertoets Geluid 

> Klasse C > Klasse C

Helderheidswering  > Klasse C - Alle ramen in lesruimten (ook noordzijde) zijn voorzien van helderheidswering om hinderlijk tegenlicht te voorkomen

24

BIJLAGE B

Koppeling naar GPR Gebouw

Met GPR Gebouw kan duurzaamheid van bestaande bouw, nieuwbouw en grootschalige renovatie in vijf thema’s zichtbaar worden gemaakt. Gebruik van GPR levert een integraal beeld op van de duurzame kwaliteit van het gebouw. Het helpt om de duurzaamheidsprestatie van bepaalde maatregelen tijdens het ontwerpproces te kunnen beoordelen op de bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen voor het gebouw. Voor een goede koppeling van de GPR thema’s naar de onderwerpen uit het Kwaliteitskader wordt verwezen naar onderstaand overzicht.

Thema - Energie 1.1 energieprestatie  Thema - Milieu 2.1 milieuprestatie 2.3 water

verwijzing in kwaliteitskader > C.5

> C.6 en C.7 > C.6

Thema - Gezondheid 3.1 geluid > C.3 3.2 luchtkwaliteit > B.2 en C.2 3.3 thermisch comfort  > C.4 3.4 licht en visueel comfort  > C.1 Thema - Gebruikskwaliteit 4.1 toegankelijkheid  > A.1, A.2, A.4 en B.4 4.2 functionaliteit  > A.4 t/m B.11 4.3 technische kwaliteit  > C.7 en C.8 4.4 sociale veiligheid > A.2, A.3, B.2 en B.4 Thema - Toekomstwaarde 5.1 toekomstgerichte voorzieningen > Proces 5.2 flexibiliteit > C.6 5.3 belevingswaarde > A.1 t/m A.5

25

BIJLAGE C

Koppeling naar Arbocatalogus PO

Overzicht van praktische beschrijvingen Arbocatalogus PO op gebied Veiligheid en Gezondheid schoolgebouwen (V&G)

Onderwerp  verwijzing in kwaliteitskader Asbest  > C.2 Beeldschermwerk  > B.10 Binnenklimaat en CO₂ > C.2 en C.7 Daglicht en kunstlicht > C.1 Elektrische voorzieningen > C.8 Emailleren  > B.7 Gevaarlijke stoffen - Verpakking en etikettering> C.2 en C.7 Gymnastieklokaal - Legionellapreventie  Gymnastieklokaal - Lawaai en akoestiek  Gymnastieklokaal - Onderhoud en veiligheid  Gymnastieklokaal - Temperatuur Kantoorwerkplekken

> B.8 en C.7 > B.8 en C.3 > B.8 en C.7 > B.8 en C.4 > B.10

Klaslokaal - Akoestiek Klaslokaal - Digitaal schoolbord  Klaslokaal - Lawaai  Klaslokaal - Temperatuur  Klaslokaal - Vloerafwerking  Ladders en trappen

> C.3 > C.8 > C.3 > C.4 > C.7

Meubilair voor leerlingen

> A.5

Meubilair voor medewerkers

> B.10

Pauzeruimte voor personeel  Praktijklokalen - Algemeen  Printers en kopieerapparaten

> B.10 > B.7 > C.2

Sanitaire voorzieningen

> C.7

Schoonmaak

> C.7

Trappen  Veiligheid en Voorkomen risico’s gereedschap

> A.4 > B.7

> C.7

26

BIJLAGE C

Koppeling naar Arbocatalogus-VO (VOION)

Overzicht van normen uit Arbocatalogus-VO in relatie tot onderwerpen Kwaliteitskader Huisvesting

Arbonorm verwijzing in kwaliteitskader Arbobeleid Norm Begeleiding en toezicht leerlingen  > A.3 Norm Personeelsvoorzieningen  > B.10 Bedrijfshulpverlening Norm Nooduitgangen en Vluchtmogelijkheden Norm Bedrijfshulpverlening en Schoolnoodplan

> B.1 > B.4

Gevaarlijke stoffen Norm Opslag gevaarlijke stoffen Norm Asbest 

> B.11 > C.2 en C.7

Lokalen Norm Theorielokaal (algemeen)  Norm Theorielokaal (binnenklimaat)  Norm Praktijk- vaklokaal (algemeen)  Norm Praktijklokaal (binnenklimaat)  Norm Gymnastieklokaal 

> B.6 > C.1 tot C.5 > B.7 > C.1 tot C.5 > B.8

Schoolgebouw Norm Toegang en Schoolplein  > A.2, A.4, B.3 en B.5 Norm Liften  > B.4 Norm Kantoorwerkplekken  > B.10 Norm Inrichting studieruimtes > B.6 Norm Beeldschermwerk  > B.10 Norm Ergonomische inrichting balies en recepties  > B.11 Norm Printers en kopieerapparaten  > B.11 Norm Sanitaire voorzieningen  > C.7 Schoonmaak en onderhoud Norm Onderhoud, orde en netheid  Norm gevelreiniging 

> D.14 > D.14

Machines en gereedschappen Norm Machine veiligheid 

> B.7

27

BIJLAGE D

Financiële Paragraaf

Het Kwaliteitskader Huisvesting voor funderend onderwijs is net als in de eerdere edities voorzien van een financiële paragraaf. Dit als onderbouwing en inzicht in de bouwkosten die horen bij een gewenst kwaliteitsniveau voor een schoolgebouw. Door een gesprek over de financiële uitgangspunten en het bijhorende kwaliteitsniveau al in een vroeg stadium van de besluitvorming te betrekken, is integrale afstemming van ambities en budget mogelijk.

De financiële paragraaf, uitgewerkt door het onafhankelijke kennisinstituut voor bouw(kosten) data BDB, geeft op basis van objectieve maatstaven inzicht in de kosten van de kwaliteitscriteria, vergeleken met de wettelijke minimumnormen. De financiële paragraaf is opgenomen in de uitgebreide printversie, welke is te downloaden via de website van kenniscentrum Ruimte-OK. De genoemde kostenkengetallen (prijspeil januari 2021) in de uitgewerkte financiële paragraaf gaan uit van referentiegebouwen met traditionele bekostiging en bouwvorm. De financiële doorrekening van een project zal in de praktijk sterk afhankelijk zijn van de lokale situatie. Door standaardisering, bundeling en professionalisering is er winst te behalen als het gaat om de investering om tot een goed gebouw te komen. De financiële paragraaf dient gezien te worden als vertrekpunt voor het te voeren overleg over financiële uitgangspunten. De praktijk laat zien dat alternatieve vormen van financiering, aanbesteding en beheer een andere kostprijs per m2 kan geven. Voor het maken van goede kwalitatieve en financiële afweging, is het daarnaast raadzaam om de volledige levensduurkosten mee te wegen bij het nemen van investeringsbeslissingen.

Naast een indicatie van de bouwkosten zoals opgenomen in de financiële paragraaf door BDB, zijn er landelijk ook diverse instrumenten en tools beschikbaar die kunnen helpen om een indicatie van investeringskosten te krijgen. Zo zijn er onder andere de volgende drie online-tools beschikbaar: 1. De beslisboom verduurzaming scholen (www.BeslisBoomverduurzamingScholen.nl) (tool die inzicht geeft in kosten verduurzaming en eventueel aardgasvrij maken van bestaande schoolgebouwen) 2. De kostenconfigurator van Bouwadviesbureau HEVO (Nieuwbouwkosten-configurator | HEVO ) (tool die inzicht geeft op financiële consequenties gewenste kwaliteitsniveaus) 3. De rekentool Aardgasvrije en Frisse scholen (www.AardgasvrijeScholen.nl) (tool die inzicht geeft in kosteneffectiviteit van verduurzamingsmaatregelen bij levensduur verlengende renovatie) Op de website van het kenniscentrum www.Ruimte-OK.nl zijn kennisdocumenten te vinden op vlak van bekostiging en financiering.

Om de ambities in het Kwaliteitskader Huisvesting te kunnen realiseren is een goede organisatie van huisvestingsvraagstukken van belang. Niet een beredenering vanuit normkosten, maar met de focus op het proces om zo tot een optimale en duurzame businesscase te komen.

28

0

BDB

Postbus 310

6800 AH Arnhem

088 – 426 16 00

KWALITEITSKADER HUISVESTING Kwaliteitscriteria voor onderwijsvoorzieningen in het Funderend Onderwijs

- FINANCIËLE PARAGRAAF Versie 2021 v1.1

BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

info@bdb.nl

COLOFON

Opdrachtgever

:

Project Projectnummer Datum Versie Auteur(s)

: : : : :

Landelijk kenniscentrum Ruimte voor Onderwijs en Kinderopvang (Ruimte-OK) Kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs, financiële paragraaf BDB.PI.1372 3 mei 2021 Versie 2021 v1.1 Ing M. Peppelman

BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

SAMENVATTING De doelstelling van deze financiële paragraaf is om een financieel kader te geven voor de kosten die horen bij de basiskwaliteit van een schoolgebouw. De financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting heeft als doel betrokken partijen (onder meer rijksoverheid, gemeenten en schoolbesturen) inzicht te geven in de kosten die horen bij een gewenst kwaliteitsniveau voor een schoolgebouw. De resultaten van de financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting zijn: • De minimale stichtingskosten voor een onderwijsgebouw volgens minimale wettelijke eisen. • De basis voor indexatie van de structurele kosten van een onderwijsgebouw. • Kostenkengetallen van de kosten voor het toepassen van de kwaliteitsthema’s (ten opzichte van het wettelijk minimum). • De basis voor het monitoren van de invloed van wijzigingen in wet- en regelgeving op de kosten. De gegevens in de financiële paragraaf van het kwaliteitskader zijn generieke gegevens en vertegenwoordigen een gemiddeld schoolgebouw dat gerealiseerd wordt volgens een traditioneel ontwerpen aanbestedingsproces. Projectspecifieke omstandigheden kunnen er voor zorgen dat deze gegevens afwijken van de werkelijke situatie. Aan de gegevens in deze rapportage kunnen geen rechten worden ontleend.

De financiële paragraaf omvat de kosten voor het bouwen van een onderwijsgebouw volgens de minimale eisen geldend op 1 januari 2021 (wettelijke eisen inclusief de noodzakelijke voorzieningen voor het geven van onderwijs) en de kosten voor het toepassen van één of meerdere kwaliteitsthema’s. De huidige financiële paragraaf is afgestemd op nieuwbouw- of grootschalige uitbreidingsprojecten. De weergegeven kosten zijn niet geschikt voor toepassing bij renovatie- en/of verbouwprojecten. Om de kosten voor onderwijsgebouwen te bepalen is gebruik gemaakt van referentiegebouwen: voor zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs is een referentie op bouwbesluitniveau gedefinieerd (verder genoemd: referentiegebouw bouwbesluitniveau). Deze referentiegebouwen zijn schoolgebouwen gebaseerd op de minimale wettelijke en functionele eisen voor onderwijsgebouwen. In specifieke situaties kunnen aanvullende voorzieningen benodigd zijn. Een sportvoorziening en/of voorzieningen voor multifunctionele gebouwen zijn bijvoorbeeld niet voorzien in deze financiële paragraaf. De stichtingskosten van het referentiegebouw zijn bepaald op basis van het structurele prijsniveau van januari 2021. Het conjuncturele kostenniveau op moment van contractvorming (marktwerking) is niet meegenomen in de hierbij behorende kostenkengetallen.

Per situatie zal er gekeken moeten worden naar de afwijking ten opzichte van de referentiesituatie. Als gevolg van deze afwijking kan er een correctie worden doorgevoerd op deze referentie.

BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Het resultaat van het bepalen van de kosten van de referentiegebouwen bouwbesluitniveau zijn in tabel 1 opgenomen. € totaal

Kosten

€/eenheid

Basisonderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

€ 2.132.205

€ 1.625 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

€ 2.516.002

€ 1.918 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

€ 3.044.362

€ 2.320 €/m² BVO

€ 7.098.159

€ 1.420 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

€ 8.375.828

€ 1.675 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

€ 10.134.752

€ 2.027 €/m² BVO

Voortgezet onderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

Tabel 1: Stichtingskosten (structureel kostenniveau) referentiegebouwen bouwbesluitniveau. Prijspeildatum januari 2021.

De werkelijke kosten voor een schoolgebouw zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 5% en + 10% ten opzichte van het referentiebedrag. De financiële paragraaf heeft als doel inzicht te geven in de kwaliteitseisen welke reeds zijn opgenomen in bestaande wet- en regelgeving en voor welke kwaliteitseisen aanvullende middelen benodigd zijn. De gedefinieerde kwaliteitsthema’s in het kwaliteitskader met als doel om het gewenste kwaliteitsniveau van een schoolgebouw op lokaal niveau te kunnen bepalen. Door de kosten van de aanvullende kwaliteitsthema's inzichtelijk te maken wordt het mogelijk om op lokaal niveau ambities en budget integraal op elkaar af te stemmen. De aanvullende kosten voor de kwaliteitseisen zijn per kwaliteitsthema weergegeven. De basis voor het bepalen van deze kosten is het referentiegebouw bouwbesluitniveau. Daarnaast zijn de in hoofdstuk 4 omschreven uitgangspunten van toepassing op de aanvullende kosten voor de kwaliteitsthema’s. Net als de kostenkengetallen voor de basisreferentie bouwbesluitniveau, zijn de kostenkengetallen voor de drie kwaliteitsthema’s in beginsel niet geschikt om te hanteren in een renovatiesituatie.

De eisen zoals omschreven in het kwaliteitskader kunnen wel gehanteerd worden, de kostenkengetallen niet.

BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

De aanvullende kosten voor het kwaliteitsthema’s zijn in tabel 2 opgenomen. Aanvullende kosten kwaliteitskader

€/eenheid

Basisonderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

519 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

613 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

741 €/m² BVO

Aanvullende kosten ten opzichte van referentiegebouw

32%

Voortgezet onderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

453 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

535 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

647 €/m² BVO

Aanvullende kosten ten opzichte van referentiegebouw Tabel 2: Stichtingskosten (structureel kostenniveau) aanvullende eisen kwaliteitskader. Prijspeildatum januari 2021.

32%

De werkelijke aanvullende kosten voor het toepassen van de kwaliteitsthema’s zijn projectspecifiek en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 15% en + 15% ten opzichte van het referentiebedrag.

BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

INHOUDSOPGAVE

pagina

SAMENVATTING

3

1.

INLEIDING

7

1.1

Doelstelling

7

1.2

Toepassingsmogelijkheden

7

1.3

Uitgangspunten

7

1.4

Werkwijze

7

1.5

Resultaat

8

1.6

Volledigheid

8

1.7

Aansprakelijkheid

8

2.

DEFINITIES

9

3.

UITGANGSPUNTEN REFERENTIEGEBOUWEN

10

3.1

Algemene omschrijving

10

3.2

Gebouwomvang en gebouwvorm

10

3.3

Bouwmethodiek en materialisatie

10

4.

STICHTINGSKOSTEN REFERENTIEGEBOUWEN BOUWBESLUITNIVEAU

12

4.1

Bouwkosten

12

4.2

Stichtingskosten

13

4.3

Uitsluitingen

13

4.4

Resultaten stichtingskosten

14

5.

AANVULLENDE STICHTINGSKOSTEN KWALITEITSTHEMA’S

15

5.1

THEMA’S

15

5.2

Aanvullende kosten kwaliteitskader

16

6.

VERGELIJK NORMVERGOEDING - KOSTEN

19

7.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

21

Bijlage 1: Vormgegevens en vormfactoren referentiegebouwen Bijlage 2: Bouwmethodiek en materialisatie referentiegebouwen Bijlage 3: Bouw- en stichtingskosten referentiegebouw bouwbesluitniveau Bijlage 4: Aanvullende stichtingskosten per kwaliteitsthema Bijlage 5: Technische omschrijving referentiegebouw bouwbesluitniveau

6 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

1.

INLEIDING

In onderstaand hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het waarom van deze financiële paragraaf, hoe deze gebruikt kan worden, waarop deze is gebaseerd, de werkwijze en de resultaten van deze financiële paragraaf. 1.1

Doelstelling

De doelstelling van deze financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting is om partijen inzicht te geven in de kosten en de daarbij behorende bandbreedten voor een schoolgebouw voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs in relatie tot het lokaal gedefinieerde kwaliteitsniveau, zoals dat met het kwaliteitskader kan worden bepaald. De financiële paragraaf maakt daarvoor een onderscheid in de kosten voor het bouwen van een onderwijsgebouw volgens de minimale wettelijke verplichtingen (wettelijke eisen inclusief de noodzakelijke voorzieningen voor het geven van onderwijs) en de aanvullende kosten voor het toepassen van één of meerdere kwaliteitsthema’s. 1.2

Toepassingsmogelijkheden

De financiële gegevens zoals weergegeven in de financiële paragraaf zijn in beginsel toepasbaar voor nieuwbouw projecten of uitbreiding van bestaande panden voor het basisonderwijs of voortgezet onderwijs. De weergegeven kosten zijn in beginsel niet van toepassing op renovatie- en/of verbouwprojecten. De kosten hiervoor zijn sterk afhankelijk van de huidige staat van het pand en daarnaast zijn de kosten voor sloopwerk niet voorzien in de kostenkengetallen. Ook bijkomende werkzaamheden als gevolg van de huidige situatie zijn niet voorzien. De eisen zoals gesteld in de kwaliteitsthema’s zijn echter wel bruikbaar voor het bespreekbaar maken van de gewenste kwaliteitseisen. De bijbehorende kosten dienen specifiek voor dat project bepaald te worden. 1.3

Uitgangspunten

De volgende documenten hebben gediend als uitgangspunt voor het opstellen van de financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting: • Bouwwerkbesluit 2012 inclusief wijziging die ingaat op 1 januari 2021. • Modelverordening huisvesting voorzieningen onderwijs 2021. • Kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs (februari 2021). • NEN2580: Oppervlakten en inhouden van gebouwen. • NEN2699: Investerings- en exploitatiekosten van onroerende zaken. De kosten van de BDB basisreferentie zijn op een structureel kostenniveau. Dit wil zeggen dat in de weergegeven kosten geen marktwerking is meegenomen. 1.4

Werkwijze

De werkwijze voor het opstellen van de financiële paragraaf omvat een aantal stappen. 1.

Het vaststellen van de stichtingskosten van de referentiegebouwen bouwbesluitniveau. • Het definiëren van de omvang, de vorm en de materialisatie van de referentiegebouwen op basis van de wettelijke geldende eisen en de minimale voorzieningen om de schoolgebouwen te kunnen laten functioneren. • Het begroten van de stichtingskosten van de referentiegebouwen op basis van het per januari 2021 geldende structurele prijsniveau.

7 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

2.

1.5

Het vaststellen van de stichtingskosten van de maatregelen per kwaliteitsthema. In het kwaliteitskader zijn drie kwaliteitsthema’s gedefinieerd. Per kwaliteitsthema zijn de kosten voor het toepassen hiervan bepaald. Deze zijn bepaald op basis van de gedefinieerde referentiegebouwen. • Het definiëren van de maatregelen die genomen moeten worden om aan de eisen zoals omschreven in de kwaliteitsthema’s te voldoen. • Het opstellen van de stichtingskosten per kwaliteitsthema voor het toepassen van de kwaliteitsthema’s. • Het bepalen van de effecten die de maatregelen van de verschillende thema’s op elkaar hebben en deze verwerken in de stichtingskosten per thema. Resultaat

De resultaten van de financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs zijn: • De structurele stichtingskosten voor een schoolgebouw volgens minimale wettelijke eisen inclusief een bandbreedte. • De basis voor indexatie van de structurele kosten van een schoolgebouw. • Kostenkengetallen van de kosten voor het toepassen van de kwaliteitsthema’s (ten opzichte van het wettelijk minimum). • De basis voor het monitoren van de invloed van wijzigingen in wet- en regelgeving op de kosten van een schoolgebouw. 1.6

Volledigheid

Het referentiegebouw bouwbesluitniveau is gebaseerd op de minimale wettelijke en functionele eisen voor onderwijsgebouwen. In specifieke situaties kunnen aanvullende voorzieningen benodigd zijn. De specifieke voorzieningen zijn zoveel mogelijk benoemd. 1.7

Aansprakelijkheid

De gegevens in de financiële paragraaf van het kwaliteitskader zijn generieke gegevens en vertegenwoordigen een ‘gemiddeld’ schoolgebouw inclusief een bandbreedte. Projectspecifieke omstandigheden kunnen er voor zorgen dat deze gegevens afwijken van de werkelijke situatie. Aan de gegevens in deze rapportage kunnen geen rechten worden ontleend.

8 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

2.

DEFINITIES

Om onderliggende rapportage goed te kunnen lezen en begrijpen, en verwarring omtrent begrippen te voorkomen, worden hieronder de belangrijkste definities van de kwaliteitsniveaus omschreven. Referentiegebouwen De referentiegebouwen zijn twee nieuwbouw schoolgebouwen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De uitgangspunten hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 3. De referentiegebouwen zijn gebaseerd op de minimale eisen geldend per 1 januari 2021, aangevuld met de meest basale eisen om de gebouwen te kunnen laten functioneren als onderwijsgebouw. In deze rapportage wordt gesproken over referentiegebouwen. Deze referentiegebouwen zijn de basis voor het bepalen wat de extra te treffen maatregelen zijn als gevolg van de aanvullende prestatie-eisen zijn die zijn opgenomen in het kwaliteitskader huisvesting. Referentiebegroting Op basis van de gedefinieerde referentiegebouwen is een indicatie van de kosten bepaald. Deze begroting noemen we de referentiebegroting. Deze begroting vormt de basis voor het bepalen van de meerkosten voor de verschillende aanvullende eisen vanuit het kwaliteitskader huisvesting onderwijs. Kwaliteitsthema’s De kwaliteitsthema’s zijn de aanvullende eisen op het wettelijk minimum om te komen tot het basisreferentieniveau. Deze zijn omschreven en geclassificeerd in een drietal kwaliteitsthema’s in het kwaliteitskader huisvesting funderend onderwijs.

BVO (bruto vloer oppervlak) Het bvo zoals gehanteerd in deze rapportage betreft het bvo volgens de definitie in de NEN 2580. Structurele kostenontwikkelingen De structurele kostenontwikkelingen omvatten de prijsontwikkelingen van de productiekosten bij een onveranderde vraag, zie grafiek 1. Conjuncturele kostenontwikkelingen De conjuncturele kostenontwikkeling vindt plaats wanneer de algemene prijsontwikkeling wordt veroorzaakt door een verschuiving van de vraag bij een onveranderd aanbod. Deze kostenontwikkeling heeft betrekking op de aanbestedingsmarkt. Deze markt beweegt zich om de structurele kostenontwikkeling heen, zie grafiek 1.

Grafiek 1: Theoretisch verloop structurele en conjuncturele kostenontwikkeling. 9 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

3.

UITGANGSPUNTEN REFERENTIEGEBOUWEN

In dit hoofdstuk volgt een omschrijving van de referentiegebouwen met betrekking tot het gebouwtype, de omvang en de vorm van het gebouw en de materialisatie. Daarnaast geven wij aan welke onderdelen zijn inbegrepen in de stichtingskosten en welke locatie-gebonden kosten zijn uitgesloten van de referentie. 3.1

Algemene omschrijving

De BDB referentiegebouwen nieuwbouw huisvesting basisonderwijs en voortgezet onderwijs bouwbesluitniveau (verder genoemd referentiegebouwen) zijn schoolgebouwen die voldoen aan de wettelijke eisen geldend per 1 januari 2021, aangevuld met de minimale eisen om een school voor redelijkerwijs te kunnen laten functioneren. Een voorbeeld van een dergelijke aanvulling is de aansluitpunten voor de digiborden. Een sportvoorziening en/of voorzieningen voor multifunctioneel gebruik zijn niet voorzien in deze financiële paragraaf. Voor een sportvoorziening geldt een andere normering. In deze referentiegebouwen gaan wij uit van schoolgebouwen, gericht op het geven van ‘traditioneel’ klassikaal onderwijs. 3.2

Gebouwomvang en gebouwvorm

De omvang van de referentieprojecten komt overeen met een omvang zoals deze momenteel regelmatig worden gerealiseerd. Basisonderwijs: Voortgezet onderwijs:

1.312m2 bvo 5.000m2 bvo

In het bvo voor het basisonderwijs zijn een speellokaal en bergruimte voor buitenspeelgoed voorzien. Op basis van deze bvo’s zijn de referenties bouwbesluit opgesteld waarop de structurele indexatie gebaseerd wordt. Voor de vorm van het gebouw maken we gebruik van de gegevens van BDB Vormfactoren & Kostenkengetallen. BDB Vormfactoren en Kostenkengetallen zijn generieke vormfactoren en kostenkengetallen van generieke gebouwen en gebouwtypen (gebouwclassificatie). De vormfactoren en de kostenkengetallen geven inzicht in de verhoudingen van kenmerkende onderdelen van een bouwwerk en de bouwkosten per bouwwerk en per elementcluster. De basis voor de vorm van het referentiegebouw wordt afgeleid van de gemiddelden van de beschikbare geanalyseerde projecten Uitgangpunt is dat het gebouw volledig zelfstandig is en geen onderdeel is van een complex met meerdere gebouwtypen. In bijlage 1 zijn de vormfactoren en de vormgegevens voor de basisreferenties voor de schoolgebouwen weergegeven. De basisreferentiebegroting wordt op deze hoeveelheden gebaseerd. De gedefinieerde gebouwreferenties betreffen een gebouw met een redelijke compacte vorm bestaande uit twee bouwlagen (basisonderwijs) of drie bouwlagen (voortgezet onderwijs), waarbij geen rekening wordt gehouden met overstekken, schijngevels, vides etc. 3.3

Bouwmethodiek en materialisatie

De keuze voor de bouwmethodiek is gebaseerd op de meest gangbare bouwmethode, een professionele benadering en de meest voor de hand liggende oplossingen. De omschreven bouwmethodiek (zie tabel 5 in bijlage 2) is geschikt voor de meest gangbare ontwerpen van schoolgebouwen. Ook vanuit financieel oogpunt is deze methodiek in de meeste situaties een van de meest gunstige keuzemogelijkheden. De vaste en de losse inrichting worden afzonderlijk vergoed. Deze zijn als gevolg hiervan geen onderdeel van de in de financiële paragraaf opgenomen stichtingskosten. De uitgangspunten voor de bouwmethodiek van de basisreferentie zijn omschreven in tabel 5 in bijlage 2.

10 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Voor de keuze van de materialisatie zijn er diverse mogelijkheden. Er is een keuze gemaakt uit de meest gangbare materialen van recente schoolgebouwen. Naast het voldoen aan de wettelijke eisen is een belangrijk uitgangspunt dat het schoolgebouw functioneel is: alle voorzieningen voor het geven van onderwijs moeten aanwezig zijn en worden voorzien binnen de basisreferentie. In tabel 5 (bijlage 2) zijn in hoofdlijnen de keuzes voor de materialisatie van de referentiegebouwen opgenomen. Een uitgebreide materialisatie is vastgelegd in de volledige technische omschrijving. Deze is opgenomen in de bijlage 3.

11 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

4.

STICHTINGSKOSTEN REFERENTIEGEBOUWEN BOUWBESLUITNIVEAU

In het onderliggende hoofdstuk worden de uitgangspunten genoemd en toegelicht zoals die zijn aangenomen en vastgesteld voor het bepalen van de kosten van de referentiegebouwen. Deze uitgangspunten hebben betrekking op de bouwkosten en de stichtingskosten en geven aan welke onderdelen in de referentiebegrotingen zijn opgenomen. 4.1

Bouwkosten

De bouwkosten zijn de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (= het bouwen) van de bouwwerken. Deze kosten bestaan uit loonkosten, materiaal- en materieelkosten. De bouwkosten van de basisreferenties zijn bepaald op basis van het structurele prijsniveau van januari 2021. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: • Het gebouw ligt centraal in Nederland. • De bouwtijd bedraagt 10 maanden (basisonderwijs) of 12 maanden (voortgezet onderwijs). • De uitvoering kan aaneengesloten plaats vinden. • Het bouwterrein heeft voldoende grootte en is goed bereikbaar. • De opslagen zijn gebaseerd op ‘normale’ marktomstandigheden en bedragen voor de Algemene Kosten (AK) 6% en voor Winst & Risico (W&R) 3%. Overige opslagen zijn niet opgenomen in de basisreferentie. • Basisonderwijs: er is sprake van hoofdaanneming. Dit wil zeggen dat alle bouwwerkzaamheden worden aangenomen door de hoofdaannemer. Eventuele onderaannemers zullen werken onder de verantwoordelijkheid van deze hoofdaannemer. • Voortgezet onderwijs: er is sprake van nevenaanneming. Dit wil zeggen dat er een coördinerende hoofdaannemer is, die de uitvoerende nevenaannemers coördineert. Hiervoor krijgt de coördinerende hoofdaannemer een coördinatievergoeding van 3% over de totale kosten voor de werkzaamheden van de nevenaannemers.

Uitgangspunt hier is dat de bouwkundige aannemer de coördinatie voert en dat dat de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties en de terreinafwerking en –inrichting door nevenaannemers wordt uitgevoerd. De overige werkzaamheden vallen onder de verantwoordelijkheid van de bouwkundig aannemer. • De aanbestedingswijze betreft een ‘openbare aanbesteding’. • De aanbestedingsvorm is het aanbesteden van de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. De projectspecifieke omstandigheden, bijvoorbeeld als gevolg van de ligging van een gebouw, kunnen er voor zorgen dat de kosten afwijken van de kosten van de hier gekozen standaard. Per situatie zal er gekeken moeten worden naar de afwijking ten opzichte van het referentiegebouw bouwbesluit. Als gevolg van deze afwijking kan er een correctie worden doorgevoerd op het referentiegebouw. Onderdelen die normaliter bekostigd moeten worden door de schoolbesturen en niet uit het door de gemeente beschikbaar gestelde bouwbudget en daarom niet zijn inbegrepen in de bouwkosten zijn: • CAI aansluiting en bekabeling. • Voorzieningen voor toegangscontrole. • Databekabeling (wel voorzien zijn de loze leidingen). • Inbraakbeveiliging. • Bewegwijzering en naamborden. • Kluisjes/lockers. • Specifieke onderwijskundige inrichting (zuurkasten, werktafels etc.). • Digiborden. • Bijzondere terreininrichting.

12 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

4.2

Stichtingskosten

De stichtingskosten zijn alle kosten die voor de stichting van de onroerende zaak (het bouwwerk) nodig zijn (NEN2699). De onderdelen van de stichtingskosten zoals voorzien in de financiële paragraaf zijn: • De bouwkosten zoals omschreven in de technische omschrijving. • Bijkomende kosten zoals legeskosten vergunningen, aansluitkosten, grond- en bodemonderzoek, notariskosten. • De honoraria van de architect en benodigde adviseurs, de honoraria van de bouw- en uitvoeringsbegeleiding. • Startkosten, zoals de schoonmaakkosten voor de eerste oplevering, verhuiskosten, openingskosten. • Btw. De hierboven niet genoemde onderdelen van de stichtingskosten zijn niet opgenomen in de financiële paragraaf. Voor het bepalen van de stichtingskosten worden er percentages gehanteerd die als toeslag gelden op de bouwkosten. Deze percentages zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BDB en zijn een gemiddelde van de toeslagen die gelden voor de stichtingskosten voor een basisschool. De volgende percentages zijn gehanteerd als toeslag op de bouwkosten om tot de totale stichtingskosten te komen. Toeslagen stichtingskosten: • Bijkomende kosten: • Honoraria: • Startkosten: • Btw:

3% 14% 1% 21%

De totale toeslag voor de stichtingskosten bedraagt 18% exclusief de btw. De werkelijke toeslag voor de stichtingskosten is projectspecifiek en zal vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde percentages. Veel bijkomende kosten zijn gemeente afhankelijk en zullen variëren De werkelijke toeslag begeeft zich binnen een indicatieve bandbreedte van 15% tot 20% ten opzichte van de bouwkosten. 4.3

Uitsluitingen

De meest voorkomende onderdelen zijn opgenomen in de stichtingskosten van de basisreferentie. Hieronder is een opsomming van onderdelen die minder gebruikelijk of projectgebonden zijn en niet zijn opgenomen in de stichtingskosten. Onderdelen die zijn uitgesloten van de stichtingskosten zijn: • Grondkosten. • Locatie-gebonden kosten, zoals: o Sloopkosten. o Kosten voor specifieke locatie-gebonden geluidswerende voorzieningen. o Kosten voor specifieke locatie-gebonden voorzieningen ten behoeve van de luchtkwaliteit. o Kosten voor extra voorzieningen in verband met een monumentale status. o Kosten als gevolg van door de gemeente gestelde parkeereisen. o Kosten als gevolg van het bestemmingsplan. o Stedenbouwkundige eisen die extra kosten met zich mee brengen. o Kosten als gevolg van voorzieningen voor binnenstedelijk bouwen. o Extra gemeentelijke eisen. 13 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

• • • • • • 4.4

Faseringskosten. Losse inrichting. Honoraria van adviseurs tijdens de initiatieffase. Rente tijdens de bouw. Reserveringen. Kosten tijdelijke huisvesting. Resultaten stichtingskosten

Op basis van de in de vorige hoofdstukken omschreven uitgangspunten, zijn de structurele kosten voor de referentiegebouwen vastgesteld. De stichtingskosten van de referentiegebouwen zijn bepaald op basis van het structurele prijsniveau van januari 2021. Het conjuncturele kostenniveau op moment van prijsvorming (marktwerking) is niet meegenomen in de kosten. Projectspecifieke omstandigheden, bijvoorbeeld ten gevolge van de ligging van een gebouw, kunnen er voor zorgen dat de kosten afwijken van de kosten van de hier gekozen standaard. Per situatie zal er gekeken moeten worden naar de afwijking ten opzichte van de referentiesituatie en de bijbehorende kosten. Als gevolg van deze afwijking kan er een correctie worden doorgevoerd op deze referentiekosten. De bedragen in deze financiële paragraaf zijn bedoeld voor nieuwbouw of grootschalige uitbreidingsprojecten. Deze kostenkengetallen zijn niet geschikt om te hanteren in een renovatiesituatie. Het resultaat van het bepalen van de kosten van de referentiegebouwen zijn in tabel 3 opgenomen. De onderbouwing op elementclusterniveau is weergegeven in bijlage 3. € totaal

Kosten

€/eenheid

Basisonderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

€ 2.132.205

€ 1.625 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

€ 2.516.002

€ 1.918 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

€ 3.044.362

€ 2.320 €/m² BVO

Totaal bouwkosten exclusief btw

€ 7.098.159

€ 1.420 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

€ 8.375.828

€ 1.675 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

€ 10.134.752

€ 2.027 €/m² BVO

Voortgezet onderwijs

Tabel 3: Stichtingskosten (structureel kostenniveau) referentiegebouw bouwbesluitniveau. Prijspeildatum januari 2021.

De werkelijke kosten voor een schoolgebouw zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 5% en + 10% ten opzichte van het referentiebedrag.

14 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

5.

AANVULLENDE STICHTINGSKOSTEN KWALITEITSTHEMA’S

De financiële paragraaf heeft als doel inzicht te geven in de prestatie-eisen welke reeds zijn opgenomen in bestaande wet- en regelgeving en voor welke prestatie-eisen aanvullende middelen benodigd zijn. Door de kosten van de aanvullende kwaliteitsthema's inzichtelijk te maken wordt het mogelijk om op lokaal niveau ambities en budget integraal op elkaar af te stemmen. Deze aanvullende kwaliteitseisen zijn soms op te lossen in het ontwerp door integraal en kostenefficiënt te ontwerpen. In enkele gevallen zijn aan het toepassen van de kwaliteitseisen kosten verbonden die hoger liggen dan de kosten voor het realiseren van huisvesting op het niveau van het wettelijk minimum. Om deze aanvullende kosten inzichtelijk en bespreekbaar te maken zijn de aanvullende kosten en de uitgangspunten weergegeven. 5.1

THEMA’S

Om deze aanvullende eisen overzichtelijk te kunnen rangschikken zijn ze geclusterd in zeven thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energie Neutraal; Duurzaamheid;

aanvullende eisen om een schoolgebouw energieneutraal te maken. aanvullende duurzaamheidseisen, met name met betrekking tot materiaalgebruik, flexibiliteit en circulariteit. Frisse Scholen; aanvullende eisen overeenkomstig het pve frisse scholen 2021. Exploitatie; aanvullende eisen voor het beperken van de exploitatiekosten gedurende de gebruiksperiode. ICT; aanvullende eisen voor de ICT prestatie en gebouwbeheer. Kwaliteit buitenruimte; aanvullende eisen voor het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte (groene schoolpleinen etc.). Overige kwaliteitseisen. Aanvullende eisen met onder andere betrekking tot toegankelijkheid.

Per thema zijn er meerdere kwaliteitseisen gesteld. Per eis zijn de volgende mogelijkheden: 1. De eis vraagt extra voorzieningen en/of kwaliteit. 2. De eis kan in het ontwerp worden verwerkt door middel van creativiteit en vindingrijkheid. 3. Aan de eis wordt reeds voldaan in het referentiegebouw bouwbesluitniveau. 4. De eis is niet beïnvloedbaar binnen het school- en terreinontwerp (bijvoorbeeld externe stedenbouwkundige eisen). 5. Een eis die niet specifiek voor de onderwijsvoorziening van toepassing is. Dit betreft vaak een eis voor multifunctioneel gebruik van het schoolgebouw. 6. Een eis die uit een ander budget bekostigd wordt (eerste inrichting zoals digiborden en gebruiksinstructie en monitoring van het gebouw). De eisen onder punt 1 ‘eisen die extra voorzieningen en/of extra kwaliteit vragen’ zijn de onderdelen die aanvullende kosten tot gevolg hebben. Voor deze eisen zijn er maatregelen omschreven en zijn de meerkosten ten opzicht van de referentiebegroting bepaald (§5.2). Daar waar genoemde basisprestatie-eisen geen aanvullende kosten tot gevolg hebben zijn deze doorgaans op te lossen binnen het ontwerp. Deze prestatie-eisen zijn over het algemeen te verdisconteren door integraal en kostenefficiënt te ontwerpen.

15 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

5.2

Aanvullende kosten kwaliteitskader

De aanvullende kosten voor de kwaliteitseisen zijn als totaal per kwaliteitsthema weergegeven. De basis hiervoor zijn de referentiegebouwen zoals beschreven in hoofdstuk 4. Bij het bepalen van de kosten zijn dezelfde opslagen voor AK, W&R en de stichtingskosten gehanteerd als voor de begroting van het referentiegebouw. Daarnaast zijn alle in hoofdstuk 4 omschreven uitgangspunten van toepassing op de aanvullende kosten voor de kwaliteitsthema’s. Er is voor gekozen om niet de kosten op maatregelniveau weer te geven. Dit is gedaan omdat dit zorgt voor een zeer inhoudelijke discussie op gedetailleerd en inhoudelijk niveau en dit is niet de doelstelling van het kwaliteitskader. Het doel is om de gewenste kwaliteit te definiëren en bespreekbaar te maken en op basis van de indicatieve kosten een beslissing over het toe te passen kwaliteitsniveau te kunnen nemen. De projectspecifieke omstandigheden zorgen er voor dat de werkelijke kosten vrijwel altijd zullen afwijken van de aanvullende kosten. Daarnaast zijn er maatregelen die elkaar beïnvloeden. Dit kan in versterkende zin zijn, maar ook in tegengestelde zin. Dit effect is verwerkt in de totalen per thema en niet in de afzonderlijke maatregelen. De maatregelen dienen integraal te worden beschouwd, daarom is het niet mogelijk bedragen per maatregel te geven.

Wanneer eisen binnen meerdere thema’s passen, zijn de kosten toegedeeld aan het thema waarop de maatregelen de meeste invloed hebben. Deze bedragen behorende bij de maatregelen zijn bedoeld voor nieuwbouw of grootschalige uitbreidingsprojecten. Deze kostenkengetallen zijn niet geschikt om te hanteren in een renovatiesituatie. De eisen zoals omschreven in het kwaliteitskader kunnen wel gehanteerd worden, de genoemde kostenkengetallen niet. Per situatie dient men te bekijken wat de aanvullende kosten voor de maatregelen zijn ten opzichte van het referentiegebouw bouwbesluitniveau. De invloed van het kiezen van bepaalde eisen op de exploitatiekosten is nog niet bepaald en meegenomen. Waar mogelijk zijn maatregelen gekozen die een gunstig effect hebben op de exploitatiekosten. Deze zijn echter niet als zodanig gekwantificeerd. €/m² bvo

Kosten Basisonderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

519 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

613 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

741 €/m² BVO

Voortgezet onderwijs Totaal bouwkosten exclusief btw

453 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten exclusief btw

535 €/m² BVO

Totaal stichtingskosten inclusief btw

647 €/m² BVO

Tabel 4: Aanvullende kosten (stichtingskosten structureel kostenniveau) per kwaliteitsthema inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

16 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

De resultaten van de berekening van de aanvullende kosten voor het kwaliteitsthema’s zijn in tabel 5 opgenomen. Thema

Basisonderwijs

Basisonderwijs Aandeel van aanvullende kosten %

Voortgezet onderwijs Stichtingskosten inclusief btw €/m² bvo

Voortgezet onderwijs Aandeel van aanvullende kosten %

Stichtingskosten inclusief btw €/m² bvo Energieneutraal

€ 105

14%

€ 99

15%

Duurzaamheid

€ 336

45%

€ 303

47%

Frisse scholen

€ 147

20%

€ 142

22%

Exploitatie

€ 48

7%

€ 41

6%

ICT

€ 17

2%

€ 15

2%

Kwaliteit buitenruimten

€ 33

5%

€ 12

2%

Overige kwaliteitseisen

€ 55

7%

€ 36

6%

Totaal

€ 741

€ 647

Tabel 5: Verdeling aanvullende stichtingskosten totaal (structureel kostenniveau) inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

De werkelijke aanvullende kosten voor het toepassen van de kwaliteitsthema’s zijn projectspecifiek en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 15% en + 15% ten opzichte van het referentiebedrag. Per kwaliteitsthema is er een verdeling gemaakt naar bouwkundige en installatietechnische eisen en eisen die betrekking hebben op de buitenruimte. In bijlage 4 is deze verdeling weergegeven. Daaruit komt duidelijk naar voren dat de bouwkundige kwaliteitseisen het grootste aandeel hebben, zie tabel 6. Dit komt met name door de kwaliteitseisen op het gebied van duurzaamheid, zoals flexibel, demontabel en natuurvriendelijk bouwen. Laat men de kosten voor de bouwkundige kwaliteitseisen op het gebied van duurzaamheid buiten beschouwing dan hebben de kosten voor de installatie technische kwaliteitseisen het grootste aandeel. €/m² bvo

% van totaal

Bouwkundig

€ 468

63%

Installatie technisch

€ 217

29%

Buitenruimte

€ 56

8%

Bouwkundig

€ 428

66%

Installatie technisch

€ 197

30%

Buitenruimte

€ 22

3%

Kosten Basisonderwijs

Voortgezet onderwijs

Tabel 6: Aanvullende kosten (stichtingskosten structureel kostenniveau) per kwaliteitsthema inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

17 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

ADDITIONEEL In het kwaliteitskader zijn ook additionele kwaliteitseisen opgenomen. Deze zijn met name van belang om te overwegen om in het ontwerp te verwerken in het geval van nieuwbouwprojecten. Deze additionele kwaliteitseisen zijn niet opgenomen in de financiële paragraaf omdat dit te maken heeft met strategische beslissingen wat betreft gebouwgebruik en beheer. Dit gaat verder dan alleen de bouw- en stichtingskosten. Het betreft kwaliteitseisen met betrekking tot toegankelijkheid, milieu en flexibiliteit, ligging, temperatuur, buitenspelen - buitenruimte en energie. MULTIFUNCTIONELE GEBOUWEN EN SPORTVOORZIENINGEN In het kwaliteitskader zijn ook een aantal eisen omschreven ten aanzien van multifunctionele gebouwen. Deze zijn niet in de financiële paragraaf inbegrepen omdat deze studie zich richt op onderwijsgebouwen en niet op huisvesting voor andere functies of een combinatie hiervan. In de eisen van het kwaliteitskader zijn deze eisen wel opgenomen om in het geval van multifunctionele gebouwen hieraan toch aandacht te kunnen schenken en deze eisen bespreekbaar te maken. Voorbeelden van functies die in combinatie met onderwijsgebouwen worden uitgevoerd zijn bijvoorbeeld sportvoorzieningen, cultuurvoorzieningen (waaronder buurthuizen) en voorzieningen voor kinderopvang.

18 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

6.

VERGELIJK NORMVERGOEDING - KOSTEN

Op basis van de door VNG vastgestelde normbedragen modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs bedraagt de normvergoeding voor onze referentiegebouwen per januari 2021 € 2.573,-- per m² bvo voor basisonderwijs en € 2.365,-- voor voortgezet onderwijs. In de grafieken 2 en 3 is de hoogte van de VNG normkostenvergoeding weergegeven in verhouding tot de kosten voor de referentiegebouwen en de kosten voor de referentiegebouwen inclusief de kwaliteitsthema’s. De stichtingskosten van het referentiegebouw voor basisonderwijs liggen 10% lager per m² bvo dan de VNG normkostenvergoeding en de kosten voor het referentiegebouw voor voortgezet onderwijs liggen 14% lager dan de VNG normkostenvergoeding. Basisonderwijs

Kosten €/m2 bvo

VNG Normbudget

Bouwbesluitniveau

Basis referentie niveau

€/m² bvo

%

€/m² bvo

2.320

3.062

-/- 10%

19%

€ 2.573

% ten opzichte van VNG normbudget % ten opzichte van referentiegebouw

32%

Tabel 7: Aanvullende kosten (stichtingskosten structureel kostenniveau) per kwaliteitsthema inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

Grafiek 2: Verhouding van de normvergoeding VNG, stichtingskosten referentiegebouw basisonderwijs, zowel exclusief als inclusief de kwaliteitsthema’s (structureel niveau) inclusief btw. Peildatum januari 2021.

19 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Voortgezet onderwijs Thema

Kosten €/m2 bvo % ten opzichte van VNG normbudget

VNG Normbudget

Bouwbesluitniveau

Basis referentie niveau

€/m² bvo

%

€/m² bvo

€ 2.365

2.027

2.674

-/- 14%

13%

% ten opzichte van referentiegebouw

32%

Tabel 8: Aanvullende kosten (stichtingskosten structureel kostenniveau) per kwaliteitsthema inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

Grafiek 3: Verhouding van de normvergoeding VNG, stichtingskosten referentiegebouw voortgezet onderwijs, zowel exclusief als inclusief de kwaliteitsthema’s (structureel niveau) inclusief btw. Peildatum januari 2021.

20 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

7.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Deze financiële paragraaf is gericht op het weergeven van de indicatieve initiële kosten van de nieuwbouw van een onderwijsgebouw voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs. Hiertoe zijn referentiegebouwen opgesteld op het niveau van het huidige bouwbesluit. Op basis van deze referentiegebouwen zijn de structurele stichtingskosten bepaald. De werkelijke kosten voor nieuwbouw van een specifieke basisschool of school voor voortgezet onderwijs zullen hoogstwaarschijnlijk hiervan afwijken, omdat geen project exact overeenkomt met de referentiegebouwen. Daarom is een bandbreedte bepaald die aangeeft dat de werkelijke kosten zich begeven in een indicatieve bandbreedte van -/- 5% en + 10% ten opzichte van de referentiebegrotingen. Zo kunnen bijvoorbeeld bouwvorm en locatie kostenverhogend of -verlagend werken. Daarnaast zijn kostenkengetallen opgesteld van de kosten voor het toepassen van de kwaliteitsthema’s ten opzichte van het referentiegebouw. Ook hierbij geldt dat projectspecifieke aspecten invloed hebben op de daadwerkelijke kosten. Daarnaast dient er nauwkeurig bepaald te worden welke kwaliteitsthema’s wenselijk en benodigd worden geacht. Bij het bepalen van de stichtingskosten is uitgegaan van een traditionele aanpak en traditioneel ontwerp- en aanbestedingsproces.

Een andere aanpak, bijvoorbeeld door standaardisering, bundeling en professionalisering kan leiden tot een financieel voordeel. Door middel van alternatieve contract- en aanbestedingsvormen en/of financieringsvormen is het mogelijk om op een andere wijze de financiering van onderwijsgebouwen vorm te geven. De marktwerking is in deze kosten niet meegerekend. De huidige gespannen aanbestedingsmarkt zorgt voor een kostenverhogend effect. In een gespannen markt bestaat het risico dat men kwaliteit zal moeten inleveren om toch binnen het budget te kunnen blijven. Deze marktomstandigheden zullen wijzigen. Voor het maken van goede kwalitatieve en financiële afwegingen, is het daarnaast raadzaam om de volledige lifecycle mee te wegen bij het nemen van investeringsbeslissingen. Deze financiële paragraaf geeft geen inzicht in: • De gevolgen voor de exploitatiekosten (energie, onderhoud en beheer) als gevolg van de maatregelen van het kwaliteitskader. • De gevolgen van minder ziekteverzuim van zowel leerlingen als leerkrachten als gevolg van een beter binnenmilieu. • De effecten op de leerprestaties als gevolg van een beter binnenmilieu.

21 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

-- BIJLAGE 1 – VORMGEGEVENS EN VORMFACTOREN VAN DE REFERENTIEGEBOUWEN

22 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Referentiegebouw basisonderwijs Hoeveel Een-heid heid

Onderdeel Bruto inhoud gebouw (BI) Aantal leerlingen

4.933 m³

Vormfactor

Onderdeel Gemiddelde verdiepingshoogte (m¹)

221 leerling Oppervlak per leerling (m²)

BI/BVO

3,76

BVO/leerling

5,94

Bruto vloeroppervlak (BVO)

1.312 m²

Aantal bouwlagen

BVO/BBO

1,78

Bebouwd oppervlak (BBO)

737 m²

Bebouwings-percentage

BBO/BTO

0,56

Bruto geveloppervlak (BGO)

879 m²

Gevelfactor

BGO/BVO

0,67

Oppervlak gevelopeningen (OG)

308 m²

Open gevelfactor

OG/BGO

0,35

Bruto dakoppervlak (BDO)

781 m²

Dakfactor

BDO/BBO

1,06

Open dakfactor

OD/BDO

0,00

2.397 m²

Omsluitingsfactor

OO/BVO

1,83

1.089 m²

Binnenwandfactor

BBWO/BVO

0,83

Open binnenwandfactor

OBWO/BBWO

0,18

Oppervlak dakopeningen (OD) Omsloten oppervlak (OO) Bruto binnenwandoppervlak (BBWO) Oppervlak binnenwand-openingen (OBWO) Bruto terreinoppervlak (BTO)

2 m²

196 m² 1.312 m²

Tabel 9: Hoeveelheden en vormfactoren referentiegebouw bouwbesluitniveau

Referentiegebouw voortgezet onderwijs Hoeveel Eenh -heid eid

Onderdeel Bruto inhoud gebouw (BI) Aantal leerlingen

18.450 m³ 750* leerling

Vormfactor

Onderdeel Gemiddelde verdiepingshoogte (m¹)

BI/BVO

3,69

Oppervlak per leerling (m²)

BVO/leerling

6,67

Bruto vloeroppervlak (BVO)

5.000* m²

Aantal bouwlagen

BVO/BBO

3,02

Bebouwd oppervlak (BBO)

1.656 m²

Bebouwings-percentage

BBO/BTO

0,47

Bruto geveloppervlak (BGO)

2.600 m²

Gevelfactor

BGO/BVO

0,52

Oppervlak gevelopeningen (OG)

1.092 m²

Open gevelfactor

OG/BGO

0,42

Bruto dakoppervlak (BDO)

1.672 m²

Dakfactor

BDO/BBO

1,01

Oppervlak dakopeningen (OD Omsloten oppervlak (OO) Bruto binnenwandoppervlak (BBWO) Oppervlak binnenwand-openingen (OBWO) Bruto terreinoppervlak (BTO)

50 m²

Open dakfactor

OD/BDO

0,03

5.928 m²

Omsluitingsfactor

OO/BVO

1,19

3.300 m²

Binnenwandfactor

BBWO/BVO

0,66

Open binnenwandfactor

OBWO/BBWO

0,22

726 m² 3.500 m²

Tabel 10: Hoeveelheden en vormfactoren referentiegebouw bouwbesluitniveau

23 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

-- BIJLAGE 2 – BOUWMETHODIEK EN MATERIALISATIE

24 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Basisonderwijs Elementcluster

Bouwmethodiek Bouwput met heiwerk, fundering met gewapende balken

Grondgebonden

Materialisatie Prefab betonnen heipalen, in situ beton funderingsbalken Kalkzandsteen draagconstructie, prefab betonnen systeemvloeren, prefab betonnen trappen Kalkzandsteen lijmwerk binnenblad, metselwerk buitenblad

Ruwbouw

Dragend lijmwerk, prefab systeemvloeren

Gevel

Gemetseld voorgetrokken binnenspouwblad

Dak

Prefab systeemvloeren op vlakke dakvlakken

Bitumineuze dakbedekking

Inbouw

Normale inbouw, natte en droge afbouw

Standaard afwerkingsniveau

W-installaties

Verwarming en ventilatie, compleet

Verwarming en ventilatie, minimaal

E-installaties

E-installaties, beveiliging en data

E-installaties, data en beveiliging, minimaal

T-installaties

Liftinstallaties

Liftinstallatie aanwezig

Vaste inrichting

Geen vaste inrichting

Basis inrichting, standaard kwaliteit

Losse inrichting

Geen losse inrichting

Niet van toepassing

Terrein

Basis terreininvulling

Betonbestrating

Tabel 11: Omschrijving globale uitgangspunten bouwmethodiek en materialisatie referentiegebouw basisonderwijs.

Voortgezet onderwijs Elementcluster Grondgebonden

Bouwmethodiek Bouwput met heiwerk, fundering met gewapende balken Dragend lijmwerk, prefab systeemvloeren

Ruwbouw

Gemetseld voorgetrokken binnenspouwblad Gevel

Materialisatie • Prefab betonnen heipalen • In situ beton funderingsbalken • Kalkzandsteen draagconstructie • Prefab betonnen systeemvloeren Prefab betonnen trappen en bordessen • Kalkzandsteen lijmwerk binnenblad Metselwerk buitenblad

Dak

Prefab systeemvloeren op vlakke dakvlakken

Bitumineuze dakbedekking

Inbouw

Normale inbouw, natte en droge afbouw

Standaard afwerkingsniveau

W-installaties

Verwarming en ventilatie, compleet

Verwarming en ventilatie, minimaal

E-installaties, beveiliging en data (loze leidingen)

E-installaties, data en beveiliging, minimaal

T-installaties

Liftinstallaties

Liftinstallatie aanwezig

Vaste inrichting

Basis inrichting

Basis inrichting, standaard kwaliteit

Losse inrichting

Geen losse inrichting

Niet van toepassing

Terrein

Basis terreininvulling

Betonbestrating

E-installaties

Tabel 12: Omschrijving globale uitgangspunten bouwmethodiek en materialisatie referentiegebouw voortgezet onderwijs.

25 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

-- BIJLAGE 3 – BOUW- EN STICHTINGSKOSTEN REFERENTIEGEBOUW BOUWBESLUITNIVEAU

26 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Basisonderwijs Op basis van de in de vorige hoofdstukken omschreven uitgangspunten, zijn de structurele kosten voor de BDB Basisreferentie bouwbesluitniveau vastgesteld. In tabel 9 zijn deze kosten weergegeven op elementclusterniveau. Kosten

hoeveelheid eenheid

Sloopkosten Grondgebonden

€/eenheid

€ totaal

1.312 m² BVO

€ -

€-

737 m² BBO

€ 125

€ 92.441

1.312 m² BVO

€ 158

€ 207.891

Gevel

879 m² BGO

€ 389

€ 342.343

Dak

781 m² BDO

€ 145

€ 112.979

Inbouw

1.312 m² BVO

€ 288

€ 377.857

Vaste inrichting

1.312 m² BVO

€4

€ 5.100

Losse inrichting

1.312 m² BVO

0

0

W-installaties

1.312 m² BVO

€ 243

€ 319.370

E-installaties

1.312 m² BVO

€ 175

€ 229.304

T-installaties

1.312 m² BVO

€ 31

€ 40.316

Terrein

1.312 m² BTO

€ 51

€ 67.095

Subtotaal

1.312 m² BVO

€ 1.368

€ 1.794.697

Algemene Uitvoeringskosten

9,3% % van subtotaal

158.229

Staartkosten

9,2% % van subtotaal + AUK

179.279

Totaal bouwkosten excl. BTW

1.312 m² BVO

Toeslag stichtingskosten

18% % van bouwkosten

Totaal stichtingskosten excl. BTW

1.312 m² BVO

Btw

21% % van stichtingskosten

Totaal stichtingskosten incl. BTW

1.312 m² BVO

Ruwbouw

€ 1.625

€ 2.132.205 € 383.797

€ 1.918

€ 2.516.002 € 519.438

€ 2.320

€ 3.004.362

Tabel 13: Stichtingskosten (structureel kostenniveau) referentiegebouw bouwbesluitniveau inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

De werkelijke kosten voor een schoolgebouw voor basisonderwijs zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 5% en + 10% ten opzichte van het referentiebedrag.

27 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Voortgezet onderwijs Op basis van de in de vorige hoofdstukken omschreven uitgangspunten, zijn de structurele kosten voor de BDB Basisreferentie bouwbesluitniveau vastgesteld. In tabel 14 zijn deze kosten weergegeven op elementclusterniveau. Kosten

hoeveelheid eenheid

€/eenheid

€ totaal

Sloopkosten

5.000 m² BVO

-

Grondgebonden

1.656 m² BBO

€ 161

€ 266.489

Ruwbouw

5.000 m² BVO

€ 184

€ 920.274

Gevel

2.600 m² BGO

€ 378

€ 981.687

Dak

1.672 m² BDO

€ 114

€ 190.906

Inbouw

5.000 m² BVO

€ 272

€ 1.358.246

Vaste inrichting

5.000 m² BVO

€3

€ 16.744

Losse inrichting

5.000 m² BVO

T-installaties

5.000 m² BVO

€ 10

€ 51.920

Subtotaal (directe kosten)

5.000 m² BVO

€ 757

€ 3.786.267

Algemene Uitvoeringskosten

10% % van subtotaal

€ 3.786.267

€ 378.627

Staartkosten

9% % van subtotaal + AUK

€ 4.164.894

€ 382.337

€0

Subtotaal 1

5.000 m² BVO

€ 909

€ 4.547.231

W-installaties

5.000 m² BVO

€ 295

€ 1.473.885

E-installaties

5.000 m² BVO

€ 170

€ 850.314

Terrein

2.000 m² BTO

€ 76

€ 152.431

Subtotaal (directe kosten)

5.000 m² BVO

€ 495

€ 2.476.629

€ 2.476.629

€ 74.299

Subtotaal 2

5.000 m² BVO

€ 510

€ 2.550.928

Subtotaal 1+2 = totale bouwkosten

5.000 m² BVO

€ 1.420

€ 7.098.159

€ 7.098.159

€ 1.277.669

€ 1.675

€ 8.375.828

€ 8.375.828

€ 1.758.924

€ 2.027

€ 10.134.752

Coördinatiekosten

3%

Toeslag stichtingskosten

18%

Totaal stichtingskosten excl. BTW

5.000 m² BVO

Btw

21%

Totaal stichtingskosten incl. BTW

5.000 m² BVO

Tabel 14: Stichtingskosten (structureel kostenniveau) referentiegebouw bouwbesluitniveau inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

De werkelijke kosten voor een schoolgebouw voor voortgezet onderwijs zijn projectspecifiek (onder andere vorm, locatie-gebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van de hierboven genoemde kosten. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -/- 5% en + 10% ten opzichte van het referentiebedrag.

28 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

-- BIJLAGE 4 -AANVULLENDE STICHTINGSKOSTEN PER KWALITEITSTHEMA

29 BDB Bouw(kosten)data, persoonlijk, compleet en op maat!

Basisonderwijs Thema

Stichtingskosten aanvullende eisen kwaliteitskader Totaal per thema

Bouwkundig

Installaties

Buitenruimte

€/m² bvo

€/m² bvo

€/m² bvo

€/m² bvo

Energieneutraal

€ 105

€ 14

€ 90

Duurzaamheid

€ 336

€ 288

€ 30

Frisse scholen

€ 147

€ 98

€ 49

Exploitatie

€ 48

€ 34

€ 11

ICT

€ 17

Kwaliteit buitenruimten

€ 33

Overige kwaliteitseisen

€ 55

€ 34

€ 21

Totaal

€ 741

€ 468

€ 217

€ 19

€4

€ 17 € 33

€ 56

63% 29% 8% Tabel 15: Aanvullende kosten basisonderwijs (stichtingskosten structureel kostenniveau) per kwaliteitsthema verdeeld naar bouwkundig, installaties en buitenruimte, inclusief btw. Prijspeildatum januari 2021.

Voortgezet onderwijs Thema

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11064799/3