CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 5 Nota van zienswijzen Wet voorkeursrecht gemeenten Kenniskwartier

Raadsvergadering 3 oktober 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Eindvoorstel Raadsvoorstel Wet voorkeursrecht gemeenten Kenniskwartier1.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen Wet voorkeursrecht gemeenten Kenniskwartier 1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg heeft op 19 juli 2022 besloten om op grond van het bepaalde in artikel 6 Wvg voorlopig gronden aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn. Het gaat om 42 percelen in het Kenniskwartier. Door dit besluit is een eigenaar van of een rechthebbende van een beperkt recht op een perceel en/of gebouw verplicht om – in geval van verkoop - de grond dan wel het beperkt recht eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. Zienswijzen- en/of bezwaarperiode Het besluit van het college is in werking getreden een dag na publicatie in het Gemeenteblad, te weten 28 juli 2022. Vanaf dezelfde dag heeft het besluit, samen met het ontwerp raadsvoorstel – en raadsbesluit en verdere bijbehorende bijlagen gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om tot uiterlijk 24 augustus 2022 hun zienswijzen ten aanzien van het voorgenomen raadsbesluit naar voren te brengen. Daarnaast konden belanghebbenden gedurende zes weken (tot uiterlijk 7 september 2022) bezwaar maken tegen het besluit van het college tot aanwijzing van de gronden op basis van het bepaalde in artikel 6 Wvg.

Indien belanghebbenden er voor hebben gekozen om bezwaar te maken tegen het besluit van het college en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing in werking is getreden, dan wordt het bezwaar mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad op basis van artikel 3, 4 of 5 Wvg (en dus aangemerkt als een zienswijze).

2. Zienswijzen Gedurende de hierboven genoemde periode zijn er drie zienswijzen ontvangen. Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze: a. Indieners vinden het vreemd dat er voor hun percelen (kadastraal bekend gemeente Tilburg, sectie P nummers 6901, 7351, 7352 en 7353) geen uitzondering is gemaakt net als voor een aantal andere strategische locaties in het gebied. Dit te meer omdat indieners al geruime tijd in gesprek zijn met de gemeente om te komen tot een haalbaar plan voor de locatie en hierover zelfs een dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en indiener is gesloten. b. Indieners nemen op voorhand aan dat op basis van de nog te sluiten anterieure overeenkomst aan de zijde van de gemeente geen reden meer zal zijn om gebruik te moeten maken van haar aankooprecht of om verkoop belemmerende voorwaarden op te leggen. Reactie gemeente: a. Het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wvg op de percelen van indieners heeft geen invloed op het haalbaarheidsonderzoek en de gemaakte afspraken in de dienstverleningsovereenkomst hieromtrent. De vestiging van het voorkeursrecht houdt enkel in dat indien indiener haar gronden wil verkopen, deze eerst aan de gemeente moet aanbieden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit. b. Het besluit heeft betrekking op het vestigen van een voorkeursrecht op genoemde percelen.

Of er eventueel gebruik wordt gemaakt van het voorkeursrecht zal te zijner tijd, indien van toepassing, separaat besloten worden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit.

Zienswijze 2 Samenvatting zienswijze: a. Indiener verneemt graag de motivatie waarom in het besluit van 19 juli 2022 wordt gekozen voor een structuurvisie/omgevingsvisie en niet voor een bestemmingsplan/omgevingsplan wat betreft het planologische vervolgproces. b. Indiener ziet graag dat het voorkeursrecht niet de kans doorbreekt om de gezamenlijk besproken (maatschappelijke) voornemens door te zetten. Deze vraag komt in het bijzonder op nu volgens de omschrijving van de toegedachte bestemming op alle locaties sowieso (al dan niet deels) woningbouw plaats zal vinden. c. Twee van de percelen waar het voorkeursrecht wordt gevestigd is eigendom van de gemeente met een erfpachtovereenkomst met indiener. Het vestigen van een voorkeursrecht oogt ondoelmatig, aangezien in de erfpachtovereenkomst is opgenomen dat zonder toestemming van de gemeente het erfpachtrecht niet mag worden vervreemd. d. Indiener geeft aan dat speculatie voor haar percelen niet voor de hand ligt en dat eventuele positieve resultaten van haar percelen krachtens de onderwijswetgeving ten goede komen aan een publieke bestemming. Daarnaast heeft indiener op grond van de onderwijswetgeving een aanbiedingsverplichting bij een voorgenomen overdracht van (rechten op) registergoederen aan de Minister van OCW. e.

Indiener stelt dat het door de gemeente gestelde belang van regie en grip niet gekoppeld is aan een ruime financiële voorziening. Het ligt volgens indiener dan ook voor de hand om met voortvarendheid te komen tot planvorming door de gemeente in samenwerking met de maatschappelijke partners in het gebied. Reactie gemeente: a. Bij het vestigen van een voorkeursrecht moet worden aangegeven wat de planologische vervolgstap is. In dit geval is het opstellen van een structuurvisie/omgevingsvisie genoemd, omdat deze ruimtelijke procedure relatief eenvoudiger te realiseren is binnen drie jaar ten opzichte van een bestemmingsplan/omgevingsplan. De gemeente spant zich desondanks in om, indien mogelijk, een bestemmingsplan/omgevingsplan op te stellen voor betreffende locaties. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit. b. Het vestigen van een voorkeursrecht op basis van de Wvg op de percelen van indiener heeft geen invloed op de gezamenlijk besproken voornemens. De toegedachte bestemming laat voldoende ruimte om ook andere functies dan woningbouw toe te kennen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit. c. Een toestemmingsvereiste bij vervreemding van het erfpachtrecht betekent niet dat indiener bij vervreemding verplicht is om het erfpachtrecht eerst aan de gemeente aan te bieden.

Dit wordt wel bereikt met het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wvg. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit. d. Het vestigen van een voorkeursrecht is niet enkel bedoeld om speculatie uit te sluiten, maar onder andere ook om regie te voeren op de gebiedsontwikkeling en de gemeentelijke/publieke investeringen. Het feit dat er (mogelijk) een aanbiedingsverplichting aan de minister van OCW geldt op grond van de onderwijsvestiging staat niet in de weg aan de vestiging van het voorkeursrecht in de zin van de Wvg. Voor de volledigheid wordt daarbij opgemerkt dat in artikel 10 van de Wvg de gevallen zijn opgenomen waarbij sprake is van een vrijstelling van de aanbiedingsplicht. Indien van een dergelijk geval sprake is, is er geen sprake van een verplichte aanbieding aan de gemeente. Het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht heeft dan ook geen gevolgen voor uitvoering van hetgeen is vastgelegd omtrent een aanbiedingsverplichting in onderwijswetgeving. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit. e. De financiële haalbaarheid speelt geen rol. De systematiek van de Wvg brengt met zich mee dat op het moment van de vestiging nog onzekerheid bestaat over de realisatie van de geplande (her)ontwikkeling.

De (financiële) onzekerheid over de uitvoerbaarheid of realisatie spelen geen rol bij de beoordeling van de vestiging van het voorkeursrecht. De vestiging van het voorkeursrecht houdt enkel in dat indien indiener haar gronden wil verkopen, deze eerst aan de gemeente moet aanbieden en dat, indien de gemeente dan niet over de middelen beschikt om tot aankoop daarvan te kunnen overgaan, de gemeente daarvan zal moeten afzien. Vergelijk hiervoor de uitspraak van de Afdeling van 28 maart 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW0295). De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het raadsbesluit.

Zienswijze 3 Deze zienswijze is als pro forma zienswijze ingediend. Deze pro forma zienswijze bevat geen inhoudelijke gronden. Een nadere toelichting is niet tijdig ontvangen, waardoor er geen inhoudelijke behandeling van de zienswijze plaats heeft kunnen vinden. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding om het raadsvoorstel en besluit aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11865650/1