04 Bijlage 2 - 210723 SRT-advies 'Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2022'
Tekst van het document
Sociale Raad Tilburg Spoorlaan 444 5038 CH Tilburg Gemeente Tilburg College van burgemeester en wethouders Tav. wethouder mevr. M. Hendrickx Postbus 90155 5000 LH Tilburg Tilburg, 23 juli 2021 Betreft: Advies “Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2022” Kenmerk: 21/021
Geachte wethouder Hendrickx, De Sociale Raad Tilburg (SRT) brengt hierbij het door u gevraagde advies uit over de “Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2022”.
Algemeen Evenals bij de “Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2022” worden er ook bij de ‘Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2022” geen grote veranderingen voorgesteld. Vlak voor het uitbrengen van dit advies werd bekend dat het college de tarieven voor het informele PGB aan wil passen wat wel een belangrijke wijziging is. Wij zullen op het einde van dit advies hier apart op ingaan. De overige wijzigingen betreffen de toevoeging van de begripsbepaling ‘pgb -vertegenwoordiger’, de indexering van bedragen en een aantal punten betreffende het PGB. Wij zullen nader ingaan op de punten betreffende het PGB omdat de SRT het van belang vindt dat het PGB een toegankelijk en laagdrempelig middel is en blijft voor het verkrijgen van zorg voor inwoners. Beide verordeningen stellen dezelfde wijzigingen voor wat betreft: 1. Derdegraads-familieleden en informele zorg 2. Zorgverlener en regievoerder Zowel in dit advies als in het advies “Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2022” vindt u uiteraard dezelfde reactie van de SRT op deze voorgestelde wijzigingen. Daarnaast vindt u in dit advies nog twee punten die wij graag bij u onder de aandacht brengen.
Derdegraads-familieleden en informele zorg: artikel 4.7, lid 8 In artikel 4.7, lid 8 is toegevoegd dat ook derdegraads familieleden die zorg verlenen onder het informele tarief vallen in plaats van het formele tarief. Dit was eerder alleen van toepassing op eersteen tweedegraads familieleden. “Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste, tweede of derde graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.” Het voorstel van het college is om derdegraads familieleden die zorg verlenen, in een lager tarief in te delen. Door deze regeling laat de gemeente familiebanden prevaleren boven kwalificaties. Wij vinden het belangrijker dat iemand over de juiste opleiding en kwalificaties beschikt dan de familieband die er bestaat. Derdegraads familieleden, zoals achterkleinkinderen, staan ook op meer afstand dan eerste– en tweedegraads. • Advies SRT De SRT adviseert derdegraads familieleden niet toe te voegen en de kwalificaties van zorgverleners leidend te laten zijn.
Zorgverlener en regievoerder: artikel 4.7, lid 9 Aan artikel 4.7 is lid 9 toegevoegd: “Als de jeugdige het budgetbeheer door een pgb vertegenwoordiger laat uitvoeren, mag deze niet tevens de zorgverlener van de jeugdige zijn, tenzij hiervoor door de gemeente toestemming is verleend.” Het college wil duidelijker vastleggen wie PGB-regievoerder kan en mag zijn en wil zo ook belangenverstrengeling voorkomen. Tevens is dit voorbereidend werk voor het PGB 2.0. Als SRT zien wij het belang van duidelijkheid en een vast aanspreekpunt en onderschrijven we dat belangenverstrengeling moet worden voorkomen. Het uit elkaar halen van zorg verlenen en regie voeren is daarvoor volgens ons niet nodig en soms zelfs niet wenselijk. Mensen die via een PGB zorg verlenen, kunnen soms ook de regievoerder zijn. Toch zeker bij mensen met een klein netwerk kan het soms onmogelijk zijn om nog iemand anders in hun omgeving te vinden die de regietaak op zich wil en kan nemen. Daarnaast horen we dat als het bijvoorbeeld echtparen en mensen die samenwonen betreft, het als een inbreuk in hun privéleven ervaren kan worden als er een externe regievoerder aangesteld moet worden. Tevens zien wij hier het risico van het inschakelen van (kleine) bureautjes die deze taken wel willen uitvoeren. Dit heeft in het verleden geleid tot ongewenste effecten en die willen we ook nu vermijden.
Van belang is vooral te borgen dat er transparantie en duidelijkheid is over verantwoordelijkheden. Daarnaast vinden wij het van belang dat mensen zelf een regievoerder kunnen kiezen die voor hen vertrouwd is. Als dat dezelfde persoon is als de uitvoerder van de zorg, moet dat mogelijk zijn. • Advies SRT De SRT adviseert aan het begin van het proces het PGB goed te regelen, zoals het toetsen van de PGB-vaardigheden. Als dat getoetst is en in orde is bevonden, is er geen reden om verantwoordelijkheden op te splitsen en te verdelen over meerdere personen. Als de gemeente alsnog van mening is dat er aanleiding is om het anders te regelen dan moet zij dit met argumenten onderbouwd aangeven aan de inwoner. De SRT adviseert dus om het “nee, tenzij...” te vervangen door “ja, mits…”.
Regels omtrent kinderopvang De SRT heeft op 7 juli 2021 een mondelinge toelichting gehad van de betrokken beleidsmedewerkster over de stand van zaken wat betreft kinderopvang. Dit gaat specifiek over kinderopvang voor kinderen met een bovengemiddelde zorgbehoefte die tot nu toe automatisch ondergebracht worden bij de specialistische jeugdhulp. Eerder werd gezegd dat er eventueel extra regels gesteld zouden worden. In dit overleg heeft de beleidsmedewerkster aangegeven dat er een collectieve voorziening komt in de vorm van een subsidiepot waar ouders individueel een beroep op kunnen doen ter compensatie van extra kosten voor een bovengemiddelde zorgbehoefte. Kinderen en jeugdigen die gebruik maken van specialistische kinderopvang hebben een onderliggende hulpvraag die maakt dat zij vaak van meerdere zorgproducten gebruik (moeten) maken. Kinderopvang is dan één onderdeel van een groter pakket. Het wijzigen van de financiering en daardoor ook van de aanvraag van een product brengt voor ouders regelwerk, onduidelijkheid en stress met zich mee. Het gaat dan ook over ouders die al extra zwaar belast worden door de zorg voor hun kind. De SRT wil er met nadruk op wijzen dat deze ouders er opnieuw een aparte regeling bijkrijgen.
Tevens willen wij nog eens extra onder de aandacht brengen dat het vaak gaat over gezinnen die kwetsbaar zijn waarbij de stabiliteit mede afhankelijk is van de kinderopvang. Tot slot hebben wij hier de vraag bij hoe deze subsidiepot gevuld wordt: is dit een open-eind financiering of wordt er een bepaald bedrag aan verbonden? Als dit laatste het geval is, hoe wordt er dan voor gezorgd dat ook ouders die later in het jaar een aanvraag indienen en recht hebben op deze subsidie deze ook daadwerkelijk en op korte termijn ontvangen? • Advies SRT - De SRT adviseert met klem om aandacht te hebben voor adequate informatievoorziening aan de ouders over deze wijziging en om te voorkomen dat dit een extra belasting wordt. - De SRT adviseert te werken met open-eind financiering zodat alle ouders die een aanvraag doen en recht hebben ook gecompenseerd worden voor de extra kosten die zij moeten maken. 2
WLZ De SRT wil in dit advies nog een zorgelijk signaal delen. Bij gemeenten binnen de regio Hart van Brabant worden ouders soms gedwongen om een WLZ-aanvraag te doen voor hun kind voordat zij een indicatie specialistische jeugdhulp kunnen krijgen. Pas als er een afwijzing WLZ is ontvangen, wordt er een meer langdurige jeugdwetbeschikking afgegeven. Tot nu toe hebben wij geen signalen hierover gehoord met betrekking tot de gemeente Tilburg. Wij willen hier echter wel op wijzen en onze overwegingen meegeven. De SRT vindt dit geen wenselijke gang van zaken om meerdere redenen. - De SRT vindt het onterecht dat wanneer ouders een specialistische jeugdhulpvraag stellen, zij gedwongen worden om eerst een WLZ-aanvraag voor hun kind in te dienen en pas met de afwijzing van de WLZ-aanvraag in de hand een beschikking voor jeugdhulp ontvangen. - Ouders dienen hierover goed geïnformeerd te worden. Dat gebeurt nu niet waardoor ouders dit als een enorme zoektocht ervaren. Onafhankelijke cliëntondersteuning of de Toegang kan hierbij helpen. - WLZ is geen voorliggende voorziening. Op basis van de inhoud en de hulpvraag moet gekozen worden voor wat passend is: financiering vanuit de jeugdwet of vanuit de WLZ. - De toekenning van de WLZ is onomkeerbaar.
Het is dus van groot belang om bij jonge kinderen die nog in ontwikkeling zijn zorgvuldig af te wegen waar het kind en het gezin het meest bij gebaat zijn. - Voor ouders is het hebben van een kind met een beperking een acceptatieproces. Door ouders te dwingen deze stap te zetten en een “keuze” te maken voor een aanvraag WLZ, doet men geen recht aan deze ouders. Informeren, communiceren met en ruimte geven aan ouders om in hun tempo stappen te zetten is van groot belang en doet recht aan hun positie als ouder en meest betrokkene bij het kind. • Advies SRT - De SRT adviseert binnen de regio Hart van Brabant hier éénduidig beleid in te ontwikkelen en te zorgen voor heldere communicatie. - Het kind/de jongere en het gezin en de hulpvraag moeten leidend zijn voor de indicatie en niet de financieringsvorm.
Aanpassen tarief informeel PGB Het college heeft op 20 juli 2021 een besluit genomen over het aanpassen van het tarief informeel PGB. Dit is een belangrijk beslispunt waar de SRT een zorgvuldig en gewogen advies over wil geven. Aangezien de vakanties beginnen, lukt het de SRT niet om daar nu een advies over uit te brengen. In overleg met de beleidsmedewerksters van de gemeente brengt de SRT begin september hier een apart advies over uit.
Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van dit advies dan horen wij die graag. Wij zijn altijd bereid hierover met u in gesprek te gaan. Hoogachtend, namens de Sociale Raad Tilburg,
Dion van den Berg, Voorzitter Sociale Raad Tilburg.
3