04 1_2 Notitie beoordeling stikstof
Tekst van het document
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal
Notitie beoordeling stikstof Aan
Samenwerking Klein Tilburg
Van
R.P.E.F. van Meurs
Datum
15 februari 2022
Betreft
Notitie beoordeling stikstof
Project
P218871
Geachte heren, Op de locatie van Van Broekhoven Tilburg aan de Keizersakker 12 te Tilburg bestaat het voornemen om het bestaande grondverzetbedrijf uit te breiden en de mestopslag die verderop is gelegen te verplaatsen naar de locatie aan de Keizersakker. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan. Aanleiding Aanleiding voor deze notitie is de situatie die is ontstaan na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019, waarin zij heeft geoordeeld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals een vergunning of een melding. Ook de “standaard grenswaarde” die in het PAS was opgenomen, kan nu niet meer worden gebruikt Zo waren veel woningbouwprojecten tot voor kort voor het aspect stikstof vergunningsvrij en was ook een melding vaak niet nodig, omdat de extra stikstofemissies beperkt waren en de depositie onder de grenswaarde lag. Nu de landelijke grenswaarde onder de PAS niet meer kan worden gebruikt, is een stikstofbeoordeling en mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming voor heel veel activiteiten nodig is. Voor elke toename, hoe klein ook, is vooralsnog een eigen onderbouwing nodig.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen kan, naast een planologische titel en/of een omgevingsvergunning voor (o.a.) bouwen, ook een Wet natuurbescherming (Wnb) toestemming (o.a. i.v.m. stikstof) nodig zijn. Of er Wnbtoestemming vanwege stikstof nodig is, is afhankelijk van een stikstofberekening en/of een ‘voortoets’ (= milieukundig/ecologisch vooronderzoek). Het is niet zo dat nu voor ieder project een Wnb-toestemming nodig is. Maar er is geen (generieke) drempelwaarde meer waaronder een vergunning niet nodig is. Dat moet nu per aanvraag beoordeeld worden. Dat is nodig bij planologische procedures (zoals een bestemmingsplan) en bij de verlening van een omgevingsvergunning (i.v.m. het zogenaamde ‘aanhaken’).
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
P218871.037/RME, pagina 2 van 11
Huidige situatie en ligging Van Broekhoven exploiteert vanuit de locatie Keizersakker 12 te Tilburg een loonwerk- en grondverzetbedrijf. Naast agrarische klanten voert het bedrijf ook veel werkzaamheden uit binnen de grond-, weg- en waterbouw. Het bedrijf heeft zich de afgelopen jaren flink ontwikkeld. De bedrijfsontwikkeling heeft geleid tot een ruimtegebrek, zowel binnen de bedrijfsgebouwen als daarbuiten.Voor de bedrijfsvoering beschikt het bedrijft over bedrijfsbebouwing t.b.v. kantoor/kantine, werktuigenberging, opslag van materialen, spuitplaats, en buitenruimte met erfverhardingen en diverse sleufsilo’s voor grondopslag en grof puin, en voor parkeren. Buitenopslag vindt plaats in depot, in sleufsilo’s en containers. Tussen de sleufsilo’s is een zeefinstallatie aanwezig. Daarnaast beschikt de initiatiefnemer over een bedrijfswoning. In verband met ruimtegebrek heeft het bedrijf daarnaast nog een aantal locaties in de regio in gebruik op huurbasis. Daarnaast beschikt het bedrijf over een mestopslaglocatie aan de Nieuwe Lijn. Op deze locatie is geen bedrijfsbebouwing aanwezig en is uitsluitend sprake van opslag.
Figuur 1
Huidige situatie Keizersakker 12 en Nieuwe lijn ong.
De locatie ligt midden in het gebied Klein Tilburg en staat de gewenste ontwikkeling van Landgoed de Groene Kamer en de gemeentelijke doelstellingen met het gebied vanuit Stadsbos013 in de weg. De gemeente heeft in het kader van de gesprekken over de bedrijfsontwikkeling gevraagd deze mestopslaglocatie te verplaatsen en mee te nemen in de bedrijfsontwikkeling op Keizersakker 12.
Voor het plangebied is relevant het ca. 5,8 kilometer van het plangebied gelegen Natura 2000 gebied ‘Regte Heide en Riels Laag’. Dit is ten zuidoosten van het plangebied gelegen.
P218871.037/RME, pagina 3 van 11
Figuur 2
Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebieden, plangebied bij 1
Programma Op deze locatie wordt het bouwvlak vergroot (van 1,42 ha naar 3,00 ha) en van vorm veranderd. Met een uitbreiding van het erf op Keizersakker 12 ontstaat er extra capaciteit voor: o o o
Extra ruimte voor bedrijfsgebouwen Buitenopslag De aanleg van een phytobak voor het milieuvriendelijk verwerken van spoelwater.
-
De omvang van de bedrijfsgebouwen wordt vergroot (van 3.700 m2 naar 6.000 m2) waardoor o.a. het binnen stallen van machines en werktuigen mogelijk wordt.
-
De mestopslaglocatie (2.990 m2) aan de Nieuwelijn wordt verplaatst naar Keizersakker 12. De locatie Nieuwe Lijn ong. wordt gesaneerd en omgezet in agrarische grond
-
De bedrijfswoning en ontsluiting van de locatie blijven gehandhaafd
-
Landschappelijk programma o Verleggen mestlocatie o Inpassing bedrijfslocatie o kwaliteitsmaatregelen
P218871.037/RME, pagina 4 van 11
Figuur 3
Gewenste situatie: bouwvlak en bebouwing
P218871.037/RME, pagina 5 van 11
Wettelijk kader sinds 1 juli 2021 Na de PAS uitspraak van mei 2019 is er gewerkt aan een nieuw wettelijk kader om de stikstofproblematiek aan te pakken. Uitvloeisel daarvan is de Wet Stikstofreducie en Natuurherstel. Met deze wet wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet is op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli 2021 is de wet in werking getreden. De Stikstofwet wijzigt de Wet natuurbescherming (“Wnb”) en de Omgevingswet op een aantal punten.
De desbetreffende wijzigingen voorzien – samengevat – in het volgende: een resultaatsverplichting tot reductie van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door het bij wet vaststellen van drie omgevingswaarden, namelijk: o in 2025 ten minste 40% van stikstofgevoelige habitats onder KDW (Kritische depositie Waarde) o in 2030 ten minste 50% van stikstofgevoelige habitats onder KDW o in 2035 ten minste 74% van stikstofgevoelige habitats onder KDW een verplichting voor de Minister van LNV om een programma stikstofreductie en natuurverbetering vast te stellen voor het verminderen van de depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden om te voldoen aan voornoemde omgevingswaarden en voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor deze habitats; een verplichting voor gedeputeerde staten om provinciale gebiedsplannen op te stellen ter uitwerking van de landelijke omgevingswaarde en het programma stikstofreductie en natuurverbetering; een verplichting voor de Minister van LNV om een aanvullend programma vast te stellen voor het legaliseren van voorheen vergunningvrije projecten met een geringe depositie; de monitoring en bijsturing van het programma door de Minister van LNV als dat nodig is om te voldoen aan een in het programma opgenomen tussendoel of aan de omgevingswaarden;
een partiële vrijstelling voor de bouwsector van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb.
Met name het laatste punt is belangrijk voor projecten zoals het onderhavige project. Deze partiële vrijstelling is opgenomen in artikel 2.9a Wnb. De vrijstelling voor bouwactiviteiten is om twee redenen partieel. Allereerst omdat de vrijstelling alleen geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (“Realisatiefase”) en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt (“Gebruiksfase”). Voor de structurele uitstoot die een project in de Gebruiksfase uitstoot, blijft de natuurvergunningplicht dus onverkort van toepassing.De vrijstelling is voorts partieel, omdat deze alleen geldt voor de gevolgen van stikstofdepositie en niet voor ándere significante gevolgen, bijvoorbeeld de verstoring van diersoorten.
Voor de onderhavige casus geldt daarmee dus dat indien er geen significante effecten ten aanzien
P218871.037/RME, pagina 6 van 11
van de emissie van stikstof zijn te verwachten in de gebruiksfase, de bouwfase buiten beschouwing kan worden gelaten (vrijgesteld) en dat een ontheffing van de Wnb voor het project niet aan de orde is. Derhalve wordt navolgend gekeken of er een effect in de gebruiksfase is te verwachten ten aanzien van stikstof. Stikstofemissie gebruiksfase huidig versus beoogd Ten aanzien van stikstofemissies zijn er in het huidige en beoogde gebruik drie bronnen te onderscheiden: -
Emissies ten aanzien van verwarming; Emissies ten aanzien van stationair draaien apparatuur op terrein; Emissies ten aanzien van verkeer
Emissies ten aanzien van verwarming In de huidige situatie wordt een deel van de bedrijfsbebouwing verwarmd. Naar opgave van de initiatiefnemer bedraagt het huidige gasverbruik 5.400 m3. In de beoogde situatie zal ook de wasplaats, die momenteel buiten is gesitueerd, overdekt worden en worden verwarmd. Er wordt aangenomen dat de wasplaats in de beoogde situatie ca. 150 m3 omvat. Op basis van CBS cijfers kan worden bepaald wat het gemiddeld gasverbruik is voor bedrijfsgebouwen. Voor de wasplaats wordt aangesloten bij de CBS categorie ‘groothandel zonder koeling’ (vergelijkbaar met bedrijfshal). Het gasverbruik voor een dergelijke categorie bedraagt 16,6 m3/ m21. Het gasverbruik in de beoogde situatie is daarmee 2.490 m3 hoger dan in de huidige situatie. Op basis van de rookgasdichtheid van 11,55 Nm3/m3 rookgas en de maximale emissie-eis uit het BEMS (Besluit Emisssie-eis Middelgrote Stookinstallaties) van 70 mg NOx/ Nm3, bedragen de emissies ten aanzien van stoken in de huidige situatie 4,4 kg NOx/ jaar en in de beoogde situatie 6,4 kg NOx/jaar. Emissies ten aanzien van stationair draaien apparatuur Op het terrein zijn onder andere compressors, zeefmachine, loaders aanwezig die stationair draaien. De initiatiefnemer heeft de stationaire draaiuren gedeeld (gezamenlijk 1.250 uur) en de vermogens van de verschillende apparaten (7,5Mwh – 137Mwh).
Op basis van de volgende formule kunnen de emissies ten aanzien van stationair (onbelast) draaien worden berekend: ES = TS x EFS_CI x CI/1000 ES = Emissies uit stationair draaien TS = Totaal aantal stationaire draaiuren EFS_CI = emissiefactor (voor onderhavige situatie wordt een gemiddelde emissiefactor van 10 gehanteerd) CI = Cilinderinhoud De cilinderinhoud wordt berekend door: V/20 (V= vermogen in Kwh). 1
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83374NED/table?ts=1645008421867
P218871.037/RME, pagina 7 van 11
Op basis van de formule leidt het aantal stationaire draaiuren tot een emissie van 49 kg NOx/ jaar. Met het planvoornemen zullen de draaiuren van de stationair draaiende apparatuur niet wijzigen. Emissies ten aanzien van verkeer Als gevolg van de gewenste planontwikkeling zullen de 4 locaties samen worden gebracht op de locatie Keizersakker 12. Daarmee komen de 2 opslaglocaties en de mestopslaglocatie te vervallen. Voor het aantal verkeersbewegingen in de toekomst geldt dat als gevolg van schaalvergroting in zowel de landbouw als weg en waterbouw sprake is van gemiddeld grotere projecten, waardoor het aantal voertuigbewegingen per project van en naar Keizersakker gemiddeld lager zal worden, en waardoor het aantal projecten op een dag minder is en daarmee het aantal voertuigbewegingen van en naar de inrichting aan Keizersakker 12. Daarnaast geldt dat de voertuigbewegingen tussen de 4 bedrijfslocaties niet langer meer zullen plaatsvinden. Voor de toekomstig gewenste bedrijfsmatige situatie zijn alle machines en bijbehorende motorvoertuigbewegingen in beeld gebracht en samengevat in onderstaande tabel. De aantallen zijn op jaarbasis door de initiatiefnemer verstrekt evenals de richting waarheen het verkeer af wikkelt.
Huidige situatie Keizersakker Rijksweg zwaar verkeer middelzwaar verkeer licht verkeer Totaal
Hultenseweg 9115 3615 1980 14710
Klein Tilburg 12680 3615 4140 20435
Totaal 3846 1276 1080 6202
25641 8506 7200 41347
Nieuwe Lijn zwaar verkeer
620
Beoogde situatie Keizersakker Rijksweg zwaar verkeer middelzwaar verkeer licht verkeer Totaal
Hultenseweg 9322 3615 1980 14917
Klein Tilburg 12887 3615 4140 20642
Totaal 3919 1276 1080 6275
26128 8506 7200 41834
Het verkeer in de nieuwe situatie is bepaald aan de hand van de wijzigingen die het planvoornemen veroorzaakt in de verkeersstromen. Dit betekent dat er op de locatie Keizersakker 620 zware vrachtbewegingen per jaar bij komen omdat de locatie aan de Nieuwe Lijn vervalt. Daar staat tegenover dat de verkeersbewegingen tussen de andere locaties en de locatie aan de Keizersakker vervallen. Naar opgave van de initiatiefnemer zijn dat 134 bewegingen van zwaar verkeer per jaar.
P218871.037/RME, pagina 8 van 11
Verschilberekening Aeriuscalculator Op basis van de constateringen in de voorgaande paragrafen kan nu een verschilberekening worden gemaakt tussen enerzijds de emissies ten tijde van het huidige gebruik (referentiesituatie) en de emissies na de beoogde uitbreiding (inclusief de bestaande bedrijfsvoering). Deze emissies zijn ingevoerd in de Aeriuscalculator en de effecten zijn met elkaar vergeleken. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er per saldo geen stikstofeffect optreedt (en voor sommige hexagonen binnen het Natura 2000 gebied een afname) voor nabijgelegen Natura 2000 gebieden, zie bijlage 1. Significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Er is geen ontheffing noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming. Groeiscenario Ondanks dat het niet in de lijn der verwachting ligt, is besloten ook te rekenen met een groeiscenario in de toekomstige situatie. Hierbij is verondersteld dat er door groei van het bedrijf, sprake is van 10% groei in de verkeersbewegingen. Dit scenario resulteert in de volgende verkeersbewegingen:
Beoogde situatie met 10% groei Keizersakker Rijksweg zwaar verkeer middelzwaar verkeer licht verkeer Totaal
Hultenseweg 10254 3977 2178 16409
Klein Tilburg 14176 3977 4554 22706
Totaal 4311 1404 1188 6903
28741 9357 7920 46017
Verschilberekening Aeriuscalculator Op basis van de constateringen in de voorgaande paragrafen kan nu een verschilberekening worden gemaakt tussen enerzijds de emissies ten tijde van het huidige gebruik (referentiesituatie) en de emissies na de beoogde uitbreiding met groeiscenario (inclusief de bestaande bedrijfsvoering en 10% groei). Deze emissies zijn ingevoerd in de Aeriuscalculator en de effecten zijn met elkaar vergeleken. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er per saldo geen stikstofeffect optreedt voor nabijgelegen Natura 2000 gebieden, zie bijlage 2. Significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Er is geen ontheffing noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming.
P218871.037/RME, pagina 9 van 11
Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat voor het planvoornemen van van Broekhoven Tilburg BV, significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand kunnen worden uitgesloten voor het Natura 2000 gebieden. Dit geldt voor de beoogde situatie alsmede ook de beoogde situatie met een groeiscenario van 10%. Voor het plan is derhalve geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist.
Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Pouderoyen Tonnaer
R.P.E.F. van Meurs
P218871.037/RME, pagina 10 van 11
Bijlage 1
Aerius verschilberekening huidig vs beoogd
P218871.037/RME, pagina 11 van 11
Bijlage 2
Aerius verschilberekening huidig vs beoogd groei