04 03 Bijlage Opvolging aanbevelingen Rekenkamer Impact op subsidies
Tekst van het document
Bijlage
Opvolging aanbevelingen Rekenkamerrapport Impact op subsidies
Aanbevelingen Impact op Subsidies 1.1 Algemeen De RKT ziet dat het subsidiebeleid van de gemeente Tilburg de laatste jaren met de methodiek van impactgericht subsidiëren (IGS) is geëvolueerd; er zijn door de gemeente mooie stappen gezet binnen het sociaal domein zoals het voeren van het goede gesprek met subsidieontvangers, nadere aandacht voor de ‘beleidstheorie’ en heldere formats voor subsidieverlening en -verantwoording. Het vasthouden hiervan en deze bruikbare bestanddelen eveneens inzetten bij subsidiëring binnen andere domeinen, zou een prima streven zijn aldus de RKT. De RKT ziet tegelijkertijd dat de term ‘impactgericht subsidiëren’ (IGS) bepaalde verwachtingen oproept. Met deze wijze van subsidiëren zou het logisch zijn te veronderstellen dat je het gevolg, de invloed of het effect van een activiteit op de realisatie van maatschappelijke opgaven van de gemeente moet kunnen aantonen. Dat impact ook werkelijk gemeten kan worden. Het meten van impact blijkt in de praktijk zeer lastig. Het is voor subsidieontvangers moeilijk zo niet onmogelijk om het causale verband tussen activiteiten en effecten op maatschappelijke opgaven via de IGSmethodiek, dan wel het causale verband tussen output en outcome via de niet IGS-methodiek, aan te tonen.
Het legt onrealistische verwachtingen neer bij subsidieontvangers en zorgt voor onnodige inzet van tijd, middelen en capaciteit aan zowel de kant van subsidieontvangers als aan de kant van de gemeente. De RKT adviseert daarom om de vraag naar het causale verband niet door de subsidieontvangers te laten aantonen, maar waar mogelijk op macroniveau plaats te laten vinden door de gemeente zelf met een koppeling aan de Monitor Gezond en Gelukkig.
Opvolging in het subsidiebeleid In de reactie op het rekenkamerrapport heeft het college aangeven de conclusie en aanbeveling van de Rekenkamer te herkennen om oog te hebben voor de kostenefficiëntie en kosteneffectiviteit in de afspraken met de subsidiepartners. Tegelijkertijd is het belangrijk steeds op zoek te blijven naar causale verbanden die er zijn tussen de inzet van middelen, de uit te voeren activiteiten en de output en outcome/impact die wordt beoogd. In het subsidiebeleid is deze aanbeveling verwerkt door te benadrukken dat de goede balans moet worden gezocht tussen het aantonen van de doeltreffendheid van subsidies en de meetlast die daarvoor nodig is. ‘Proportionaliteit en aannemelijkheid zijn het uitgangspunt en niet zozeer het bewijzen van een bepaalde causale relatie’. Daarnaast is het goede gesprek belangrijk ‘om te zoeken naar aanwijzingen die duiden op verbanden tussen de inzet van middelen, de uit te voeren activiteiten en de output/outcome die wordt beoogd’. Er is dus ruimte gecreëerd om maatwerk te leveren.
In het voorliggende subsidiebeleid wordt in paragraaf 4 bovendien het gebruik van uitvoeringsniveaus geïntroduceerd waarbij onder de €125.000 twee lichtere vormen van impactgericht subsidiëren worden toegepast Daarnaast wordt in paragraaf 4 ook uiteengezet dat de Monitor gezond & Gelukkig gekoppeld kan worden aan het beleidsgesprek tussen raad en college waarin het trendmatige inzicht in de doeltreffendheid van de subsidies in samenhang met de andere instrumenten kan worden besproken.
1.2 Aan de gemeenteraad van Tilburg
1
Aanbevelingen Impact op Subsidies 1.2.1 Bespreek en specificeer de informatiebehoefte van de Raad rondom subsidiëren en beleg dit in duidelijke afspraken tussen de Raad en het college. Thema’s kunnen zijn: Op welke wijze wenst de Raad over (grote) subsidies geïnformeerd/betrokken te worden? Welke informatie wenst de Raad exact te ontvangen? Wat acht de Raad nodig om haar kaderstellende en controlerende rol uit te kunnen voeren ten aanzien van het subsidiebeleid? Wat acht het college nodig om haar uitvoerende rol uit te kunnen voeren ten aanzien van het subsidiebeleid? 1.2.2 Nodig eens per jaar de (grote) subsidiepartners uit in de Raad om toe te lichten wat er in Tilburg is of wordt gerealiseerd met de ontvangen subsidie dan wel ga eens per jaar bij de (grote) subsidiepartners op werkbezoek en kijk mee in de praktijk naar wat met de subsidies wordt gedaan om bij te dragen aan de bestuurlijke doelstellingen. 1.2.3 Houd minimaal eens per jaar in de Raad en met het college het gesprek over de stand van zaken rondom het subsidiebeleid. Houdt het gesprek over de inhoud in plaats van over methodieken (als IGS). Doe dit buiten de P&C-cyclus om.
Opvolging in het subsidiebeleid Op 22 juni 2023 heeft het gesprek tussen raad en college aan de hand van drie stellingen plaatsgevonden. In het raadsvoorstel (argument 1.7) wordt het samenvattende resultaat van dit gesprek toegelicht en dit is in het subsidiebeleid in paragraaf 6 uitgewerkt.
Deze aanbeveling is overgenomen waarbij de raad de voorkeur heeft uitgesproken voor werkbezoeken. Op basis van een lijst met de subsidiepartners wordt in overleg met de griffie een planning gemaakt.
Deze aanbeveling wordt uitgewerkt in paragraaf 4 van het subsidiebeleid waarbij er niet wordt gekozen voor een jaarlijks gesprek maar voor het integreren van het gesprek over de inzet van subsidies in samenhang met de andere instrumenten in het (nog uit te werken) beleidsgesprek (per stad/veld) tussen raad en college over de voortgang en resultaten van de kader- en beleidsnota’s.
1.3 Aan het College van Burgemeesters & Wethouders 1.3.1 Blijf gericht op het formuleren van de juiste (meerjarige) bestuurlijke doelstellingen. Blijf de subsidieontvanger vragen om aan te geven welke activiteiten de subsidieontvanger onderneemt om bij te dragen aan het realiseren van (meerjarige) bestuurlijke doelstellingen. Blijf alleen wanneer dat eenvoudig kan gericht op het bijhouden van effecten die subsidieontvangers bereiken met haar activiteiten. Vraag de subsidieontvanger echter niet meer om het causale verband aan te tonen tussen activiteiten en effecten op maatschappelijke opgaven dan wel de relatie tussen output en outcome. Dus stop met het vragen aan subsidieontvangers naar het meten van impact via de IgS-werkwijze, dan
Deze aanbeveling is verwerkt in het subsidiebeleid op de wijze zoals hiervoor onder 1.3. is beschreven.
2
Aanbevelingen Impact op Subsidies wel stop met het vragen aan subsidieontvangers naar het meten van de relatie tussen output en outcome via de oorspronkelijke niet IGSwerkwijze. De investering van het meten zou beter in balans moeten worden gebracht met de resultaten die het meten ook werkelijk oplevert. Richt de inspanningen daarom niet op het meten op micro- of mesoniveau per subsidieontvanger, maar maak voor het inzicht in de impact of outcome gebruik van de Monitor Gezond en Gelukkig. 1.3.2 Overweeg een versimpeling voor kleinere en/of vrijwillige organisaties, instellingen of stichtingen waar kleinere subsidiebedragen mee zijn gemoeid. Bijvoorbeeld door eenvoudigere formats ten behoeve van het aanvragen van een subsidie, subsidieverlening en -verantwoording dan bij (grote) subsidieontvangers.
Opvolging in het subsidiebeleid
In het subsidiebeleid wordt aangegeven dat de verbetering van de dienstverlening en werkproces voortdurend aandacht heeft. Dat gaat ook om het vereenvoudigen van het aanvraagproces. Aan de verantwoordingskant wordt het normbedrag verhoogd. Bij subsidieregeling wordt hier ook aandacht aan besteed, zo wordt in het nieuwe evenementenbeleid aan de raad voorgesteld een eenvoudige tweejaarlijkse subsidieregeling in het leven te roepen voor kleinere evenementen in de wijken. Met dit raadsvoorstel wordt invulling gegeven aan deze aanbeveling, met dien verstande dat het aangegeven tijdpad niet haalbaar is gebleken. In het subsidiebeleid wordt vastgelegd dat de methodiek van impactgericht subsidiëren waar dat kan geleidelijk zal worden verbreed naar andere beleidsterreinen, zoals het terrein van economie en arbeidsmarkt. Dit betreft een specifieke aanbeveling gericht op de evenementen subsidies. In het subsidiebeleid wordt niet ingegaan op specifieke beleidsterreinen. In het nieuwe evenementenbeleid (waarover de raad nog moet besluiten) wordt voorgesteld het subsidiebudget te verdelen over de aanvragen die voldoen aan de criteria en die het meest bijdragen aan de doelen van het evenementenbeleid. Er zijn verschillende redenen voor de keuze niet in alle gevallen het gevraagde bedrag aan subsidie uit te betalen. De belangrijkste reden is het streven
1.3.3 Actualiseer de kaders (Kadernota subsidiebeleid 2017-2020, de Algemene Subsidieverordening en de mandaatregeling) en breng deze documenten uiterlijk begin 2023 tot besluitvorming door de Raad. 1.3.4 Overweeg om de voordelen van IGS, het in gesprek zijn en blijven en heldere formats, ook toe te passen bij subsidiëring vanuit de afdeling ECA (waar dat meerwaarde kan hebben). 1.3.5 Overweeg een expliciete keuze te maken voor wie en voor welk bedrag een subsidie wordt verleend bij evenementensubsidies (afdeling ECA); verdeelt de gemeente de subsidiepot over het aantal subsidieaanvragers waarbij aanvragers slechts een gedeelte van het aangevraagde bedrag ontvangen of kent de gemeente het volledige subsidiebedrag toe waarbij een aantal aanvragers geen subsidie ontvangt? Onderbouw aan de subsidieaanvrager de reden van het toewijzen dan wel afwijzen van de subsidie en de hoogte van het bedrag. 3
Aanbevelingen Impact op Subsidies
Opvolging in het subsidiebeleid naar een divers aanbod en het mogelijk maken van zoveel mogelijk evenementen die bijdragen aan onze doelen. De verwachting is dat het enkel volledig toekennen van de aangevraagde bedragen op basis van een puntentoekenning in de praktijk tot een verschraling van het aanbod aan evenementen leidt. De aanvragen zijn zeer divers, er zijn verschillende soorten evenementen, gericht op diverse doelgroepen, georganiseerd door professionele organisaties of door vrijwilligers, en de bedragen die aangevraagd worden lopen uitéén van enkele duizenden euro’s tot meer dan 100.000 euro. Wanneer er zou worden gekozen voor het ‘altijd het volledige bedrag toekennen’ en er is een aantal evenementen dat uitstekend aansluit bij onze doelen dat een zeer hoog subsidiebedrag aanvraagt (dit is in de praktijk het geval), komen andere organisatoren niet in aanmerking voor een subsidie. Uiteraard wordt de aanvraag en begroting zeer zorgvuldig beoordeeld, We maken dus altijd een zeer zorgvuldige afweging in het bedrag dat we adviseren (al dan niet) toe te kennen. De financiële controle leidt soms tot een aanpassing op het aangevraagde bedrag. Deze keuzes worden in de motivatie bij de subsidieverlening/afwijzing toegelicht.
4