03 Staat van wijzigingen Centrum zuid 2008 6e herz gewijzigd (gemarkeerd)
Tekst van het document
Staat van wijzigingen Centrum Zuid 2008, 6e herziening (Koningswei) Ten aanzien van de verbeelding: De verbeelding wordt als volgt aangepast: a) Aan de noordwestzijde is het bouwvlak met 7 meter ingekort; b) Het bouwvlak is op diverse plaatsen met ca. 0,5 meter vergroot om kleine maatverschillen in het uiteindelijk ontwerp op te vangen; c) Op een gedeelte van de verbeelding is de bestemming ‘verkeer-verblijf’ vervangen door de bestemming ‘groen’.
Ten aanzien van de toelichting: Paragraaf 4.9.3 Analyse plangebied onder kopje Natura 2000-gebieden wordt de laatste zin als volgt aangepast: Uit de uitgevoerde berekeningen en toelichting (bijlage 15 en 16) blijkt dat bij de bouw- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden uitgesloten worden.
Paragraaf 8.3 Zienswijzen wordt als volgt gewijzigd: Het ontwerp bestemmingsplan heeft van maandag 4 juli 2022 tot en met 15 augustus 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen. Gedurende de periode van tervisielegging zijn 7 zienswijzen van 19 omwonenden en eigenaren ingekomen. Door 2 omwonenden zijn tevens zienswijzen tegen het ontwerpbesluit hogere grenswaarden ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingekomen en daarmee ontvankelijk. Buiten de termijn zijn nog 2 zienswijzen ingekomen. Deze zienswijzen zijn niet ontvankelijk, maar zijn in de notitie behandeling zienswijzen wel inhoudelijk behandeld. Op 21 september 2022 is door de gemeente en ontwikkelaar met een afvaardiging van omwonenden van het complex Stadswachter (huisnummers 300 t/m 329) mondeling een zienswijzengesprek gevoerd. In dit gesprek zijn voornamelijk het verminderde uitzicht en privacy, vermindering van zonlicht, het gevoel van sociale onveiligheid en het parkeren aan de orde geweest. In het gesprek is een alternatief door omwonenden aangedragen, dat voor hen tot een aanvaardbare oplossing zou leiden. Naar aanleiding van het zienswijzengesprek is het plan aangepast.
De zienswijzen zijn gedeeltelijk gegrond en leiden tot aanpassing van het plan. Verwezen wordt naar de Nota van zienswijzen bestemmingsplan en besluit hogere grenswaarden “Centrum Zuid 2008, 6e herziening (Koningswei)” (bijlage 23) en de Staat van wijzigingen.
Bijlagen bij toelichting Gewijzigd wordt: Bijlage 2: windhinderonderzoek Bijlage 14: verkennend bodemonderzoek Piusstraat te Tilburg Bijlage 15: Stikstofonderzoek Koningswei inclusief Aeriusberekening (bouw- en gebruiksfase) Komt te vervallen: Bijlage 16: toelichting stikstofonderzoek Koningswei Toegevoegd wordt: Bijlage 20: parkeren mobiliteitsplan Bijlage 21: zichtlijnenstudie ontwerpbestemmingsplan Bijlage 22: zichtlijnenstudie vastgesteld bestemmingsplan Bijlage 23: bezonningsonderzoek gewijzigde verbeelding Bijlage 24: Notitie behandeling zienswijzen bestemmingsplan en hogere waardebesluit ‘Centrum Zuid 2008, 6 e herziening (Koningswei)
Ten aanzien van de regels: Artikel 3.1.3 wordt als volgt aangevuld: h. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d. Toegevoegd wordt: Artikel 3.2.8 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. Op de gronden binnen deze bestemming mag binnen het gehele bestemmingsvlak ondergronds worden gebouwd; b. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 5m. Artikel 3.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken geen gebouw zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in artikel 3.4.3 omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken: a. Van het bepaalde in artikel 3.2.6 ten aanzien van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van hellingbanen, galerijen en nood- c.q. vluchttrappen. b. Van het bepaalde in artikel 3.2.6 voor voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d. Artikel 4.2.5 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: c. Op de gronden binnen deze bestemming mag binnen het gehele bestemmingsvlak ondergronds worden gebouwd; d. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 5m. Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Functies
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. recreatief medegebruik en evenementen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. geluidwerende voorzieningen; f. voorzieningen ten dienste van de verblijfsfunctie; g. fiets- en voetpaden; h. parkeer- en stallingsvoorzieningen; i. verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf; j. in- en uitritconstructies ten behoeve van (bestaande) in-/uitritten; k. bouwwerken van algemeen nut. 5.1.2 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; b. terrassen behorende bij horecagelegenheden en voor zover deze het gebruik van de gronden als verkeeren verblijfsfunctie niet onaanvaardbaar belemmeren; c. sanisettes, (wekelijkse) markten, standplaatsen voor kramen, alsmede voor incidentele activiteiten en evenementen, zoals kermis, circus, (sport)evenementen, rommelmarkten, braderieën, buurtfeesten, fancy fairs, festivals, stadspromotionele activiteiten (bv. Tilburg culinair, winterpark / kerstmarkt) e.d.; d. in-/uitritten, hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergarages en/of fietsenstallingen e.d. met bijbehorende kunstwerken, afscheidingen, overkappingen e.d.; e.
objecten voor beeldende kunst, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze ondergeschikt zijn aan de onder 5.1.1 genoemde functies. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht; b. op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de op grond van 5.1.1 en 5.1.2 toegelaten functies, en met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; 2. de hoogte van kunstwerken en voorzieningen ten behoeve van de geleding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan hiervoor op aantoonbare wijze noodzakelijk is; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c.
naast de in deze bestemming opgenomen regels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 5.2.2 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. Op de gronden binnen deze bestemming mag binnen het gehele bestemmingsvlak ondergronds worden gebouwd; b. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 5m. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijk inpassing; 3. de verkeersveiligheid;
4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 5.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van a. het bepaalde in 5.2.1 onder b voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die naar hun aard en functie toelaatbaar zijn binnen de bestemming zoals reclametoestellen, draagconstructies voor reclame, zend- en ontvangstinrichtingen, sirenes, abri's, objecten voor beeldende kunst, lichtmasten e.d. b. het bepaalde in 5.2.1. onder b. voor voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d. 5.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijding van de voorgevelrooilijn vanuit aangrenzende bestemmingsvlakken Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 5.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn van een bouwvlak in een aangrenzend bestemmingsvlak voor: a. ondergeschikte delen van een bouwwerk; b.
bouwwerken welke binnen het aangrenzende bestemmingsvlak middels omgevingsvergunning zijn toegestaan; met dien verstande dat: 1. niet lager wordt gebouwd dan 4,2m boven de hoogte van de rijweg, fiets- en voetpaden, parkeer- en stallingsvoorzieningen, in- en uitritconstructies ten behoeve van (bestaande) in-/uitritten, met inbegrip van een strook van 0,5m breedte ter weerszijden van voorgaande opsomming; 2. niet lager wordt gebouwd dan 2,2m boven de hoogte van een ander deel van de weg, fiets- en voetpaden, parkeer- en stallingsvoorzieningen, in- en uitritconstructies ten behoeve van (bestaande) in-/uitritten, en voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt; c. sub 1 en 2 niet geldt voor gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling). d. gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde als bedoeld in artikel 10.2. 5.4.3 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 5.4.4, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 5.2.1 voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut met dien verstande dat: a. bouwwerken van algemeen nut binnen het gehele bestemmingsvlak mogen worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².
5.4.4 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet worden beperkt; c. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; d. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.
5.5.2 Toegestaan afwijkend gebruik Incidenteel - op basis van een daartoe verleende evenementenvergunning - van de bestemming groen afwijkend gebruik t.b.v. zomeractiviteiten, spelen, theater, festival, kermis e.d. is toegestaan.
Aanvullingen/wijzigingen: Artikel 4.2.4 wordt als volgt aangevuld: d. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen) mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht. Artikel 4.4.1 wordt als volgt aangevuld: c. Van het bepaalde in artikel 4.2.4 ten aanzien van bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van hellingbanen, galerijen en nood- c.q. vluchttrappen. d. Van het bepaalde in artikel 4.2.4 voor voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d. Artikel 10.2 wordt als volgt gewijzigd: Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, plangrens, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, tot een maximum van 1m, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c.
gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; d. gelet op de aangrenzende openbare ruimte het daar beoogde gebruik en de daar nagestreefde veiligheid niet onevenredig wordt aangetast.
Bijlagen bij regels Gewijzigd wordt: Bijlage 2: besluit hogere grenswaarden