CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Staat van wijzigingen Biezenmortelsetraat 57 Biezenmortel 2e herz

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Biezenmortelsestraat 57 Biezenmortel, 2e herz2.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Staat van wijzigingen Biezenmortelsestraat 57 Biezenmortel, 2e herziening Ten aanzien van de toelichting Paragraaf 1.1 wordt als volgt gewijzigd: Initiatiefnemer exploiteert een bedrijf aan de Biezenmortelsestraat 57 te Biezenmortel. Het bedrijf bestaat uit verschillende maatschappijen. Eén bedrijfsonderdeel ontwikkelt speciale meststoffen die toegepast worden om het gewas via het blad te voeden, om de wortel van het gewas te stimuleren of om het gewas efficiënt via de bodem te voeden. Zo wordt een plant ondersteunt met microbiologie; een verdiepingsslag op de compost. Het testen van deze producten vindt plaats in een test- en innovatiecentrum. De beëindiging van de huurovereenkomst van het testcentrum in Thorn dat het bedrijf momenteel huurt is aanleiding voor de wens van het realiseren van een test- en innovatiecentrum binnen de eigen bedrijfslocatie. Het is essentieel dat het testcentrum dichtbij het bestaande kantoor en laboratorium staat, zodat ontwikkelingen en ervaringen gedeeld kunnen worden en er toezicht op de testopstellingen mogelijk is. De beoogde ontwikkeling is binnen de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 2' niet mogelijk en de beoogde locatie ligt ook buiten het huidige bouwvlak.

Paragraaf 1.5, 1e alinea wordt als volgt gewijzigd: Vanwege de beëindiging van de huurovereenkomst van het testcentrum in Thorn is een nieuw test- en innovatiecentrum noodzakelijk. Om deze reden is initiatiefnemer op zoek gegaan naar een nieuwe locatie. De wens is het centrum bij de huidige bedrijfslocatie aan de Biezenmortelsestraat 57 te Biezenmortel te realiseren, omdat het centrum dichtbij het kantoor en laboratorium dient te staan. Op deze wijze kunnen ontwikkelingen en ervaringen gedeeld worden, is er toezicht op testopstelling mogelijk, kunnen huurkosten worden voorkomen en worden verkeersbewegingen verminderd. Paragraaf 3.5.1, 9e alinea wordt als volgt gewijzigd: Vanwege de beëindiging van de huurovereenkomst van het testcentrum in Thorn is een nieuw test- en innovatiecentrum noodzakelijk. Om deze reden is initiatiefnemer op zoek gegaan naar een nieuwe locatie. De wens is het centrum bij de huidige bedrijfslocatie aan de Biezenmortelsestraat 57 te Biezenmortel te realiseren, omdat het centrum dichtbij het kantoor en laboratorium dient te staan. Op deze wijze kunnen ontwikkelingen en ervaringen gedeeld worden, is er toezicht op testopstelling mogelijk, kunnen huurkosten worden voorkomen en worden verkeersbewegingen verminderd.

Paragraaf 4.3 wordt als volgt aangevuld: Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor wat het RIVMonderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden-aanvullende studies"(VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: a. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; b.

kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; c. met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; d. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis

e. f.

en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's. Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen leiden zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan.

De planlocatie ligt binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. De bestemming van het nieuwe bouwvlak is 'bedrijf'. Bedrijven worden niet gezien als een gevoelige bestemming, zoals bedoeld in het geitenmoratorium. Het geitenmoratorium is daarmee niet van toepassing. Paragraaf 4.7, 2e alinea wordt als volgt aangevuld en gewijzigd: Bij het test- en innovatiecentrum zullen een kantoorruimte en een bewakingsruimte gerealiseerd worden, zodat er voldoende toezicht op de testopstellingen mogelijk is. Het bedrijf heeft 4 werknemers in dienst die bij het test- en innovatiecentrum verschillende testen uitvoeren, ieder persoon op zijn eigen discipline. Van de 4 werknemers zijn er 2 mensen 2 dagen per week werkzaam in het test- en innovatiecentrum en de andere 2 mensen 3 dagen per week. Per dag zijn de 2 personen maximaal 2 à 3 uur aanwezig. Het kantoorwerk van deze werknemers wordt gedaan binnen het bestaande kantoorgebouw. Binnen het test- en innovatiecentrum is geen ruimte voorzien ten behoeve van kantoorgebruik, het ingetekende ‘kantoor’ is een plek waar een computer staat voor de klimaatregeling en het watergeef- en bemestingssysteem. Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een langdurig gebruik van het test- en innovatiecentrum en het centrum hoeft derhalve niet te worden aangemerkt als een geurgevoelig object.

Er is een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – geurgevoelige objecten uitgesloten’ opgenomen om te borgen dat er geen geurgevoelige objecten worden opgericht ter plaatse van de uitbreiding van het bouwvlak. Het is niet noodzakelijk om het woon- en leefklimaat omtrent het aspect geur inzichtelijk te maken, omdat er geen nieuw geurgevoelig object wordt opgericht. Hieronder wordt getoetst of er met de beoogde ontwikkeling geen onevenredige inbreuk wordt gemaakt op de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving. Omgekeerde werking Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) moeten veehouderijen, waar dieren worden gehouden waarvoor bij ministeriële regeling geuremissiefactoren zijn vastgesteld, geurcontouren in acht nemen ten opzichte van geurgevoelige objecten. Dit geldt onder andere voor pluimveehouderijen en varkenshouderijen. Voor dieren waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundveehouderijen, gelden vaste afstanden. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen nieuw geurgevoelig object opgericht. In het kader van de Wet geurhinder en veehouderij is en blijft de bedrijfswoning aan de Biezenmortelsestraat 57 een geurgevoelig object. De locatie is namelijk geen veehouderijlocatie of locatie die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij.

Hierdoor is het object in de bestaande situatie al beschermd voor wat betreft het aspect geur. De bestaande afstand tussen de bedrijfswoning en veehouderijen in de omgeving wordt met het initiatief niet verkleind. Bovendien is in het bestemmingsplan geborgd dat er binnen het uit te breiden deel van het bouwvlak geen geurgevoelige objecten mogen worden opgericht. Het test- en innovatiecentrum hoeft niet te worden aangemerkt als een geurgevoelig object, omdat er geen permanent menselijk verblijf, of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, plaatsvindt. Daarom zal de gebruikswijziging met zekerheid geen onevenredige belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen veehouderijen. De toetsingsafstand voor die veehouderijen verandert immers niet. Paragraaf 4.7 laatste alinea (woon- en leefklimaat) vervalt Paragraaf 5.4 wordt als volgt aangevuld: De Keur van Waterschap de Dommel schrijft voor dat voor een toename van minder dan 500 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. In de beoogde situatie is er een toename van circa 1.540 m² verhard oppervlak (het test- en innovatiecentrum bedraagt circa 600 m² en de beoogde parkeerplaats circa 940 m²). Omdat er in de beoogde situatie een toename verharding is van meer dan 500 m² dient er een compenserende maatregel getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. Het hemelwater afkomstig

van de parkeerplaats zal worden afgevoerd naar de bestaande vijver. De bestaande vijver heeft voldoende bergend vermogen op de toename in opvangcapaciteit op te kunnen vangen. Het hemelwater afkomstig van het test- en innovatiecentrum zal opgevangen worden in een nieuwe vijver vooraan de weg. De grootte van de retentievoorziening moet worden berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (m²) x ‘gevoeligheidsfactor’ x 0,06 (m) De factor 0,06 (m) vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m³/ha) die de hoeveelheid water aangeeft die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Deze is door het waterschap vastgelegd op basis van eigen onderzoek en toekomstscenario’s. Dit is een vast gegeven in de formule. Zoals uit afbeelding 20 blijkt is er voor de locatie aan de Biezenmortelsestraat 57 een gevoeligheidsfactor van 1 (Hoog) van toepassing.

Afbeelding 20: Uitsnede Algemene regels verhard oppervlak Waterschap De Dommel Alle onderdelen van de rekenregel zijn bekend. Dit betekent dat de volgende rekensom gemaakt kan worden. Benodigde compensatie parkeerplaats = 940 m² x 1 x 0,06 = 56,4 m 3 Benodigde compensatie test- en innovatiecentrum = 600 m² x 1 x 0,06 = 36 m³ Bij de bestaande vijver zal derhalve een extra compensatie van 56,4³ plaatsvinden ten behoeve van de parkeerplaats. Bij de uitwerking van de nieuwe vijver, ten behoeve van het test- en innovatiecentrum, zal ook rekening gehouden moeten worden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De voorziening mag namelijk niet dieper worden afgegraven dan de GHG ter plaatse. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is af te leiden uit de gedetailleerde bodematlas van de provincie Noord-Brabant. Zoals uit Afbeelding 21 blijkt ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse van de beoogde vijver en het test- en innovatiecentrum tussen de 40 en 60 cm beneden maaiveld. Dit betekent dat de nieuw aan te leggen vijver een inhoud nodig heeft van circa 18 m³ (36 * 50 cm gemiddelde grondwaterstand). Er zal een nieuwe vijver worden aangelegd

welke minimaal deze inhoud heeft, waardoor de vijver voldoende capaciteit heeft om het hemelwater dat neerkomt op het test- en innovatiecentrum te bergen.

Afbeelding 21: Gemiddelde hoogste grondwaterstand Biezenmortelsestraat 57 Hieruit wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief. Paragraaf 6.2 wordt als volgt gewijzigd: In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen aanwezig: a. Enkelbestemming: Bedrijf; b. Enkelbestemming: Agrarisch met waarden; c. Enkelbestemming: Groen; Binnen deze bestemmingen zijn de volgende aanduidingen gebruikt: a. Functieaanduiding: landschapswaarden; b. Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf – landschappelijke inpassing; c. Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf - agrarisch verwant bedrijf; d. Functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – geurgevoelige bestemmingen uitgesloten’ e. Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – norm waterberging 1’ Daarnaast zijn de volgende dubbelbestemmingen aanwezig: a. Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie; b. Dubbelbestemming: Waterstaat – Attentiegebied NNB; c. Dubbelbestemming: Waterstaat - Waterbergingsgebied; Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan 'Herziening Biezenmortelsestraat 57, Biezenmortel'. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. De bestemming 'Agrarisch met waarden – landschapswaarden' is gewijzigd naar 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – agrarisch verwant bedrijf'.

Daarnaast is ter plaatse van het test- en innovatiecentrum en op omliggende gronden van het centrum een bouwvlak opgenomen ten behoeve van de beoogde bebouwing en de beoogde mogelijke opstellingen in de buitenlucht. De totale oppervlakte van het beoogde bouwvlak zal 17.738 m² bedragen. Ter plaatse van de parkeerplaatsen is dezelfde bedrijfsbestemming zonder bouwvlak opgenomen. Daarnaast zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landschappelijke inpassing' de gronden mede bestemd voor landschappelijke inpassing conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels. Ter borging van de aanleg en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan is een voorwaardelijke gebruiksverplichting opgenomen in de gebruiksregels.

Om te voorkomen dat ter plaatse van het bouwvlak een geurgevoelige bestemming wordt gebouwd, is de functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – geurgevoelige bestemmingen uitgesloten’ opgenomen. De gebiedsaanduiding: ‘overige zone – norm waterberging 1’ is ter plaatse van het bestaande waterbassin op het bedrijf opgenomen. De dubbelbestemmingen zijn overgenomen van de Interim omgevingsverordening. Tot slot is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – dassenleefgebied' komen te vervallen. Paragraaf 8,4 wordt als volgt aangevuld: Het ontwerpbestemmingsplan heeft van maandag 31 mei 2021 tot en met 12 juli 2021 ter inzage gelegen voor zienswijzen. Zienswijzen konden worden ingediend door een ieder. Bij de gemeente zijn gedurende de periode van tervisielegging 2 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en zodoende ontvankelijk.

De zienswijzen zijn gedeeltelijk gegrond en leiden tot de volgende aanpassingen in het bestemmingsplan: • Ter plaatse van de in de provinciale Interim verordening aanduiding ‘regionale waterberging’: wordt in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘waterstaat – waterbergingsgebied’ gelegd; • Ter plaatse van de waterberging van het bedrijf wordt de gebiedsaanduiding ‘overige zone- reservering waterberging’ gelegd; • Ter plaatse van het nieuwe bouwvlak ten behoeve van het test- en innovatiecentrum wordt de aanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – geurgevoelige objecten uitgesloten’ gelegd; • In de toelichting op het bestemmingsplan wordt paragraaf 4.7 gewijzigd, waarbij uit wordt gegaan van een niet geurgevoelig object; • In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in paragraaf 4.3 aandacht besteed aan het geitenmoratorium. • In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in paragraaf 5.4 nader ingegaan op de nadere dimensionering van de vijver.

Ten aanzien van de verbeelding Gewijzigd wordt: dubbelbestemming: waterstaat – Waterbergingsgebied; Toegevoegd wordt: Functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf – geurgevoelige bestemmingen uitgesloten; Gebiedsaanduiding: overige zone – norm waterberging 1 Ten aanzien van de regels 1.38 geurgevoelig object toegevoegd wordt: Een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en dat daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 4.1.3 Aanduidingen toegevoegd wordt: Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – geurgevoelige objecten uitgesloten’ mogen geen nieuwe geurgevoelige objecten worden opgericht. 4.6.2 Afwijken geurgevoelige objecten toegevoegd wordt: Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in artikel 4.1.3 in die zin dat nieuwe geurgevoelige objecten mogen worden opgericht, indien is aangetoond dat de betreffende geurhinderlijke inrichting haar activiteiten heeft gestaakt dan wel door maatregelen haar geurcirkel heeft verkleind tot buiten het bouwvlak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10893941/1