03 Samenvatting van de wijzigingen
Tekst van het document
SAMENVATTING VAN DE WIJZIGINGEN: SAMENVATTING VAN DE WIJZIGINGEN IN DE BOMENVERORDENING, BELEIDSREGELS BOMEN, DE BOOMWAARDE ZONERINGSKAART, DE KAART MONUMENTALE BOMEN TILBURG, DE COMPENSATIEREGELING BOMEN EN DE BIJDRAGEREGELING BOMEN.
Algemeen In de bomenverordening, de beleidsregels bomen, de Kaart Monumentale Bomen Tilburg, de Boomwaarde Zoneringskaart, de Compensatieregeling Bomen en de Bijdrageregeling Bomen zijn zaken aangescherpt en geactualiseerd. Soms gaat het om ‘punten en komma’s’ of om de leesbaarheid (op een andere manier of uitgebreider opgeschreven of verplaatst naar een meer logische plek). Soms gaat het om toevoegingen en wijzigingen. Al deze toevoegingen en wijzigingen zorgen ervoor de Bomenverordening 2024 in de praktijk nog beter leesbaar en toepasbaar wordt. De grotere toevoegingen en wijzigingen zijn in dit document opgesomd.
BOMENVERORDENING 2024 artikel 1: begripsomschrijvingen • Omdat de Omgevingswet per 1 januari 2024 is ingegaan, hebben diverse wetten, nota’s ed. waar in de Bomenverordening en bijbehorende beleidsregels naar wordt verwezen een andere naam gekregen. Deze zijn in de Bomenverordening dan ook aangepast. Een voorbeeld is artikel 1, lid a. Hier is ‘bebouwde kom’ vervangen door ‘bebouwingscontour houtkap’. Zelfde inhoud, andere naam. • Ter aanscherping zijn aan artikel 1 toegevoegd: o Lid b: begeleidingssnoei; o Lid x: monetaire boomwaarde; o Lid z: noodkap; o Lid aa: omgevingsvergunning; o Lid bb: onrechtmatige hinder; o Lid gg: spoedkap; o Lid hh: tuin; o Lid jj: vormboom. • lid p: het begrip ‘houtopstand’ is verder uitgeschreven en alle beschrijvingen die hieronder vallen zijn onder lid p ondergebracht. Bosplantsoen is als nieuw begrip hieraan toegevoegd. • Lid u: de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) heeft een andere naam gekregen: Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT). artikel 2: Boomwaarde-zoneringskaart en Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) • De neven- en hoofdwaarde zijn van de boomwaarde zoneringskaart verdwenen. Houtopstanden die in een nevenwaarde staan in hetzelfde ‘normale beschermingsregime’ als basiswaarde bomen en worden ook op eenzelfde manier beoordeeld bij aanvragen voor vellen.
Om deze reden zijn houtopstanden die een nevenwaarde hadden, op de boomwaarde zoneringskaart 2024 opgenomen als basiswaarde. Voor bomen met een hoofdwaarde (vallend in het ‘hoge beschermingsregime’) geldt dat deze door de toevoeging van de klimaatwaarde in 2017 grotendeels zijn vervangen door klimaatwaarde. Op de Boomwaarde Zoneringskaart 2021 staan nu nog ca. 5 plekken met een hoofdwaarde. Er is er daarom voor gekozen deze plekken op te nemen in de ecowaarde. Beiden vallen in het ‘hoge beschermingsregime’. Dit komt de leesbaarheid en toepasbaarheid van de boomwaarde zoneringskaart ten goede.
1
•
Al een aantal jaar staan de monumentale bomen weergegeven op een kaart en niet meer in een Excel lijst. Reden hiervoor is dat de bomen lang niet altijd aan een huisnummer te koppelen zijn (dan krijg je teksten als in het parkje ter hoogte van huisnummer 5). Daarom is ervoor gekozen om de bomen op kaart aan te geven. De naam Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen’ is daarom aangepast naar ‘Kaart Monumentale Bomen Tilburg’. Deze kaart is openbaar en voor iedereen te raadplegen. → De gehele bomenverordening en bijbehorende beleidsregels zijn aangepast n.a.v. deze wijziging.
artikel 3: Velverbod Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT), eco- en klimaatwaarde • In lid 3 onder a wordt gesproken over de Plantengezondheidswet1. Dit is landelijke wetgeving en heette voorheen de Plantenziektewet. In de Bomenverordening is de naamgeving aangepast. • Lid 3 onder b stelt dat er bij regulier onderhoud van houtopstanden met een eco- of klimaatwaarde en monumentale bomen geen vergunning nodig is, als er sprake is van regulier onderhoud. Regulier onderhoud wordt vervolgens nader omschreven. In de Bomenverordening 2024 is dit uitgebreider omschreven (en daarmee beter toepasbaar). Ten opzichte van de Bomenverordening 2021 zijn nieuw: o Knotten (uitgezonderd de 1e keer knotten, dan is een omgevingsvergunning wel nodig) en kandelaberen; o Bomen die staan in heg/haag van dezelfde soort die een hoogte hebben van minder dan 3 meter. • Lid 3 onder d is nieuw: Begeleidingssnoei van bomen in de jeugdfase. Begeleidingssnoei is de methode van snoeien die een jonge boom ‘begeleidt’ naar het eindbeeld. Dit mag zonder vergunning worden gedaan. • Lid 5 en 6: in de Bomenverordening 2021 werd gesproken over noodvelling. Hierbij stond aangegeven dat het bevoegd gezag een houtopstand die direct gevaar oplevert mag laten vellen. Een omgevingsvergunning was dan nog wel nodig en zou direct in werking treden.
In de praktijk blijkt dat er in geval van acuut gevaar een boom binnen enkele uren geveld moet worden. Het is dan ook niet verstandig en haalbaar om eerst een omgevingsvergunning aan te moeten aanvragen. Daarom wordt er in de Bomenverordening onderscheid gemaakt tussen ‘nood’ en ‘spoed’. Er wordt hierbij gesproken over ‘noodkap’ en ‘spoedkap’ (hieronder valt alles wat onder het begrip vellen, zie artikel 1, onder ii staat omschreven). Hieronder de bijbehorende omschrijvingen (en daarmee verschillen): o noodkap: er is sprake van een dode/terminale/onstabiele houtopstand die acuut gevaar oplevert voor bebouwing, bewoners, gebruikers van het perceel of weggebruikers. De houtopstand mag onmiddellijk geveld worden. o spoedkap: het vellen van een houtopstand moet op korte termijn (binnen 6 weken) plaatsvinden, echter er is geen sprake van gevaarzetting die onmiddellijk vellen nodig maakt. → Alle bovenstaande punten/toevoegingen zijn ook gedaan in artikel 5.
1
De landelijke plantgezondheidswet beschrijft de regels om planten en gewassen te beschermen tegen schade en ziekte die organismen als insecten, schimmels, virussen en bacteriën kunnen veroorzaken. Door toenemende wereldwijde handel en klimaatverandering groeit het risico dat schadelijke organismen binnen de Europese Unie kunnen overleven en schade veroorzaken aan gewassen, bomen of struiken. Nederland is een grote speler op die wereldmarkt van handel en productie van plantaardige producten en heeft daarom veel baat bij heldere, actuele en robuuste regels rond plantgezondheid. De gezondheid van planten is belangrijk voor de biodiversiteit, voor ecosystemen en voor de economische positie van land-, tuin- en bosbouw. Met de nieuwe plantgezondheidswet wordt meer nadruk gelegd op het voorkomen van insleep en verspreiding van schadelijke organismen.
2
artikel 4: Criteria ontheffing • In artikel 4 wordt aangegeven in welke situaties er omgevingsvergunning voor vellen van een houtopstand kan worden verleend. In de Bomenverordening 2021 werd hier nog gesproken over ‘zeer zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang’. Deze term is vervangen door ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’. De omschrijving en toepassing ervan stond en staat niet omschreven in de Bomenverordening, maar maakt onderdeel uit van beleidsregels (onderdeel B; bomenbeleid/hoge beschermingsregime/afweging zwaarwegend maatschappelijk belang2). Artikel 4 is hierop aangepast. • In de toelichting van artikel 4 (horende bij lid 1) is het volgende expliciet opgenomen; “bij herplante houtopstanden wordt voor de compensatie de bijdrage van de houtopstand aan de desbetreffende waarde (volgens de Boomwaarde Zoneringskaart) als uitgangspunt genomen. Zie hiervoor ‘toelichting en beleidsregels 2024 (afweging zwaarwegend maatschappelijk belang)’. Als het gaat om het vellen van eerder herplante houtopstanden die in het hoge beschermingsregime staan (klimaat-, ecowaarde en monumentale bomen), dan kan in de te verlenen omgevingsvergunning de voorwaarde worden opgenomen dat de randvoorwaarden die golden voor de herplant van de eerste compensatie ook gelden voor deze herplant.
Dus als bij een eerder plan/ontwikkeling in de klimaatwaarde een boom is aangeplant in het kader van de compensatie en er hier randvoorwaarden voor zijn gesteld (bijv. qua soort, groeiplaats, aanplantmaat, bladvolume na zoveel jaar) en deze boom helaas moet wijken, dan gelden voor de herplant van deze boom ook de eerder geformuleerde randvoorwaarden”. • Lid 4 onder c is nieuw. Hierin staat aangegeven dat als er sprake is van onrechtmatige hinder, welke zwaarder weegt dan het belang bij behoud van de houtopstand, er een vergunning verleend kan worden om de desbetreffende houtopstand te vellen. In de Bomenverordening was dit minder goed geborgd. Onder onrechtmatige hinder wordt verstaan: ‘hinder die aanmerkelijk verder gaat dan de hinder die een normale houtopstand met zich meebrengt. Niet elke vorm van hinder is onrechtmatig. Om de overlast van houtopstanden als onrechtmatig te beschouwen moet er sprake zijn van zwaarwegende en buitenproportionele hinder’ (meer hierover is te vinden in de beleidsregels onder deel A: inhoudelijke uitleg Bomenverordening). • Lid 5 is toegevoegd. In dit lid staat dat een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan worden geweigerd als bij het indienen van de vergunning onvoldoende zicht is op (premature) plannen en de eventuele herplant. Een logische redenering, maar deze was nog niet opgenomen in de Bomenverordening 2021.
➔ De laatste twee hierboven genoemde punten zijn ook aangepast in artikel 6. artikel 5: Velverbod basiswaarde en buitenzone • In artikel 5 lid 3 staat dat als houtopstanden op percelen liggen groter dan 500m2 (zie voor details onder a t/m c) bomen met een basiswaarde en buitenzone al vergunningsplichtig zijn vanaf een stamomtrek van 40 cm, i.p.v. de gebruikelijke 65 cm. Deze regel is in 2017 toegevoegd aan de Bomenverordening, om ervoor te zorgen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen er aan de voorkant goed over eventuele kap van deze bomen wordt nagedacht en ze niet direct zonder vergunning worden gekapt, om zo een ‘blanco-vel’ te hebben om de nieuwe ontwikkeling te gaan schetsen. Gezonde bestaande bomen kunnen namelijk een belangrijke toegevoegde waarde hebben voor mens en dier.
2 Tijdens het raadsdebat over het raadsvoorstel ‘bestemmingsplan Goirkestraat beschermd stadsgezicht 2021, herziening (Goirkestraat 176)
op 13 april 2023 heeft de wethouder de toezegging gedaan het afwegingskader voor klimaatwaarde verder uit te werken. Deze uitwerking is opgenomen in voorliggende actualisatie. De werktitel ‘afwegingskader’ heeft uiteindelijk een andere naam gekregen. Het betreft de uitwerking van het zwaarwegend maatschappelijk belang.
3
•
lid 4 van artikel 5 is nieuw en geeft een uitzondering op bovenstaande, daar waar het beheer en onderhoud van gemeentelijke bomen betreft en de percelen groter zijn dan 500m2 en als het percelen betreft in eigendom van woningcorporaties waarbij de reden van vellen geen ruimtelijke ontwikkeling is. Bij deze uitzonderingen zijn houtopstanden vergunningsplichtig vanaf 65 cm stamomtrek. Bij het beheer en onderhoud van bomen in de openbare ruimte is de perceelgrootte vaak ook >500 m2. Omdat het hier geen ruimtelijke ontwikkeling betreft, geldt hierbij dat bomen vergunningsplichtig zijn vanaf een stamomtrek van 65 cm gemeten op 1,30 meter hoogte van het maaiveld. Hetzelfde geldt voor woningcorporaties. Woningcorporaties hebben vaak meer dan 500 m2 (aangrenzende) percelen in eigendom. Als er voor bomen in een tuin gehuurd van een woningcorporatie een kapaanvraag wordt gedaan, waarbij de aanleiding van de aanvraag voor het vellen geen ruimtelijke ontwikkeling is, is de stamomtrek vanaf wanneer bomen vergunningsplichtig zijn 65 cm gemeten op 1,30 meter hoogte van het maaiveld. Zie alle wijzigingen/toevoegingen vermeld onder artikel 3 van deze bijlage.
artikel 6: criteria vergunning • Lid 3 onder c is nieuw. Hierin staat aangegeven dat als er sprake is van onrechtmatige hinder, welke zwaarder weegt dan het belang bij behoud van de houtopstand, er een vergunning verleend kan worden om de desbetreffende houtopstand te vellen. In de Bomenverordening was dit minder goed geborgd. Onder onrechtmatige hinder wordt verstaan: ‘hinder die aanmerkelijk verder gaat dan de hinder die een normale houtopstand met zich meebrengt. Niet elke vorm van hinder is onrechtmatig. Om de overlast van houtopstanden als onrechtmatig te beschouwen moet er sprake zijn van zwaarwegende en buitenproportionele hinder’ (meer hierover is te vinden in de beleidsregels onder deel A: inhoudelijke uitleg Bomenverordening). • Lid 5 is toegevoegd. In dit lid staat dat een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan worden geweigerd als bij het indienen van de vergunning onvoldoende zicht is op (premature) plannen en de eventuele herplant. Een logische redenering, maar deze was nog niet opgenomen in de Bomenverordening 2021. artikel 7: aanvraag • lid 2 is uitgebreid ten opzichte van de Bomenverordening 2021. Dit lid is toegevoegd om duidelijk te maken hoe bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor vellen van lintbegroeiing, bosplantsoen, windschermen, houtwal/houtsingel een vergunning moet worden aangevraagd.
In deze gevallen zijn de houtopstanden veelal niet op individueel niveau ingemeten, waardoor ze niet exact op de juiste plek op kaart kunnen worden aangegeven (en het wel laten doen is een tijdrovende en onnodig prijzige klus). Normaalgesproken is dit wel een vereiste. In deze gevallen wordt in artikel 7 nu aangegeven dat er bij zo’n aanvraag een inschatting gemaakt moet worden van alle aanwezige vergunningsplichtige houtopstanden per (deel)gebied en het percentage hiervan waarvoor een omgevingsvergunning voor vellen wordt aangevraagd. Ook moet het eindbeeld met daarin de te behouden houtopstanden worden toegevoegd. • Lid 5: De in 2023 vastgestelde gemeentelijke Richtlijn Omgevingsdialoog biedt spelregels voor het participatieproces. Het uitgangspunt is: hoe groter de impact op de omgeving, hoe intensiever de omgeving moet worden betrokken. Dit geldt ook bij het vellen van houtopstanden. Een initiatiefnemer moet aangeven of zij aan participatie heeft gedaan en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn.
4
•
•
In de Bomenverordening 2021 stonden de artikelen over de omgevingsdialoog bij houtopstanden met een basiswaarde en in de buitenzone3 nog in artikel 6 vermeld. In de Bomenverordening 2024 zijn ze verplaatst naar artikel 7, een meer logischere plek. De afgelopen 2,5 jaar zijn we tot de conclusie gekomen dat er in de praktijk zijn waarbij een omgevingsdialoog (gesprek en gewaarmerkt verslag) geen toegevoegde waarde heeft. Deze situaties zijn toegevoegd en staan in lid 8. Een verslag hoeft niet te worden overlegd bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als: o de aanvrager de gemeente Tilburg is en het vellen van houtopstanden op basis van een Boom Veiligheids Controle betreft (BVC); o het nood- of spoedkap betreft; o De aanleiding concurrentiegroei is; o de houtopstand ziek is en de verwachte levensduur < 5 jaar is; o een verzoek voortkomt uit het wegnemen van de oorzaak van schade die redelijkerwijs niet anders weggenomen kan worden dan voor vellen; o een verzoek voortkomt uit het wegnemen van een onveilige situatie die redelijkerwijs niet anders weggenomen kan worden dan door vellen; o een verzoek voorkomt uit het wegnemen van onrechtmatige hinder, die redelijkerwijs niet anders weggenomen kan worden dan door vellen.
o Het verzoek tot velling voortkomt uit een vordering tot verwijdering van de houtopstand in het kader van artikel 5:42 Burgerlijk wetboek (lid 12). In deze situaties moet de aanvrager wel bewoners woonachtig in de nabije omgeving van de betreffende houtopstand informeren over de voorgenomen velling (lid 10 van de Bomenverordening). In de toelichting van artikel 7 is het begrip gewaarmerkt verslag verder omschreven (= nieuw). Onder een gewaarmerkt wordt verstaan, met handtekeningen van de omwonenden. Indien er gegronde redenen zijn waardoor het niet mogelijk is een handtekening van bijv. de buren te krijgen (bijv. als bewoners niet op goede voet met elkaar staan), dan kan hiervan worden afgeweken.
artikel 10: bijzondere voorschriften • In Lid 2 staat dat als er – als compensatie voor het vellen - niet kan worden herplant er in plaats daarvan een financiële compensatie kan worden opgelegd. Hier is in de Bomenverordening 2024 aan toegevoegd dat dit in principe niet geldt voor houtopstanden met een eco- of klimaatwaarde, waarbij de bijdrage voor klimaat of ecologie van de houtopstanden door de bouw van woningen achteruitgaan of slecht is. In zo’n geval is gelijkwaardige herplant binnen de klimaat- dan wel ecowaarde het uitgangspunt4. Deze toevoeging is gedaan naar aanleiding van de uitwerking van het afwegingskader2. • Lid 3 is aangepast. In de Bomenverordening 2021 stond dat na het vellen van een houtopstand een opgelegde herplant in 2 jaar moet zijn gerealiseerd. Deze termijn wordt teruggebracht naar 1 jaar, waardoor er eerder weer houtopstanden in de openbare ruimte terugkomt en er minder lang tegen lege groeiplaatsen wordt aangekeken.
3 Toegevoegd n.a.v. het door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde initiatiefvoorstel ‘klimaatadaptatie en inwonersparticipatie toevoegen
aan de Bomenverordening!’. 4 Wat gelijkwaardige herplant is, staat omschreven in de beleidsregels onder ‘afweging zwaarwegend maatschappelijk belang’. Onder gelijkwaardig wordt verstaan dat in de klimaat- of ecowaarde de bijdrage van de nieuw aangeplante houtopstanden aan klimaat of ecologie in de toekomst (in de volgroeide eindsituatie) altijd toenemen ten opzichte van de huidige situatie.
5
•
•
•
•
Lid 7 is nieuw. Hierin wordt aangegeven dat het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning expliciet het voorschrift kan verbinden dat uitvoering van velwerkzaamheden in het ‘broedseizoen’ (15 maart tot 15 juli) niet mogen plaatsvinden. Lid 9 is nieuw. Nadat is herplant (vanuit een omgevingsvergunning opgelegde compensatie), dient de vergunninghouder dit gereed te melden, inclusief een foto bij de medewerker bomen en kapaanvragen van de gemeente Tilburg. Lid 10 is nieuw en stelt dat wanneer er niet binnen de gestelde termijn aan de opgelegde compensatie is voldaan (herplant of financieel), er een sanctie kan worden opgelegd om de compensatie alsnog af te dwingen. In de toelichting van artikel 10 lid 1 is toegevoegd opgenomen dat de gemeente Tilburg bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan voorschrijven dat de herplant van voldoende kwaliteit moet zijn. Denk hierbij aan de soort bomen (bijv. grootte bij aanplant, grootte bij volwassenheid, ecologische variatie) en varia tie aan boomsoorten. In de praktijk werd dit door de medewerker bomen en kapaanvragen al gedaan, maar door het nu expliciet te noemen, wordt deze randvoorwaarde nog krachtiger.
artikel 11: vellen houtopstand zonder omgevingsvergunning; herplant-/instandhoudingsplicht • Lid 1 geeft aan dat er bij illegaal vellen door het college een verplichting tot herplant kan worden opgelegd. Nieuw is de toevoeging dat er eventueel ook een sanctie kan worden opgelegd. • Lid 5 onder b. hier staat aangegeven dat als een houtopstand (waar geen omgevingsvergunning voor vellen voor is afgegeven) ernstig wordt bedreigd het bevoegd gezag aan de eigenaar van de boom kan opleggen een BomenEffectAnalyse (BEA) te laten opstellen. Nieuw is de toevoeging dat de kosten voor deze BEA voor rekening komen van de eigenaar van de boom. artikel 12 nadere regels illegaal vellen houtopstand Dit hele artikel is nieuw en moet ervoor zorgen dat er bij illegaal vellen, naast een herplantverplichting ook een sanctie (boete) kan worden opgelegd. artikel 14: bestrijding van boomziekten (in de BV 2021 was dit artikel 12) Dit artikel gaat over het vervoeren van (delen) van zieke houtopstanden die verspreiding van een boomziekte tot gevolg kunnen hebben. In de Bomenverordening 2021 stond onder lid 2 dat het verboden was zonder vergunning van het college deze (delen) van zieke houtopstanden in voorraad te hebben of te vervoeren. Deze zin komt naar alle waarschijnlijkheid uit een model-bomenverordening en wordt door veel gemeenten gebruikt.
Uit navraag blijkt dat er helemaal geen vergunningstelsel hiervoor is ingericht (ook niet bij andere gemeenten). Dit is ook niet nodig, zolang er hiervoor maar van tevoren schriftelijk toestemming aan de gemeente wordt gevraagd. Dit is dan ook aangepast in dit artikel. artikel 16: bescherming van publieke houtopstanden (in de BV 2021 was dit artikel 15) In de Bomenverordening stond dat er een vergunning nodig was om één of meer voorwerpen in gemeentelijke houtopstanden aan te brengen/bevestigen. Ook hiervoor is geen vergunningsstelsel ingericht. Dat is ook niet nodig, zolang er hiervoor maar van tevoren schriftelijk toestemming aan de gemeente wordt gevraagd. artikel 17: verplichtingen pootgerechtigden Dit artikel is nieuw. In Brabant is het voorpootrecht van toepassing. Het voorpootrecht houdt in dat grondbezitters het recht hebben om bomen te planten, te bezitten en te rooien in de berm die grenst aan het eigen perceel. Gemeente Tilburg erkent dit recht wanneer kan worden aangetoond dat deze 6
rechten ooit verworven zijn. Alleen bestaande voorpootrechten worden erkend, er komen geen nieuwe meer bij. Dit voorpootrecht kan niet door een APV of Bomenverordening worden gewijzigd. Met artikel 17 van de Bomenverordening worden er extra eisen gesteld aan dit recht. Het is namelijk verboden om beplanting te hebben op een zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of het daarvoor op andere wijze hinder of gevaar oplevert. Hier kan achteraf op gehandhaafd worden. Artikel 17 van de Bomenverordening zorgt ervoor dat we ook voorafgaand aan de aanplant van houtopstanden in bermen door derden in contact komen met de pootgerechtigde, waardoor er vooraf op gewezen kan worden dat de nieuwe aanplant verkeer niet mag hinderen en dat de pootgerechtigde aansprakelijk is voor alle schade die ontstaat als vervolg van het onveilig plaatsen van een houtopstand of het onvoldoende onderhouden van deze houtopstand. artikel 18: strafbepaling (in de BV 2021 was dit artikel 16) artikel 12 is nieuw en komt in de plaats van artikel 18 uit de bomenverordening van 2021. Artikel 18 gaf een strafbepaling die van toepassing was bij het illegaal beschadigen, bekladden of beplakken of snoeien van gemeentelijke bomen.
In zo’n geval kon er een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 Wetboek van Strafrecht worden opgelegd. De strafbepaling voor het illegaal beschadigen, bekladden of beplakken of snoeien van gemeentelijke bomen is nu in artikel 12 opgenomen. Hier is ook illegaal vellen aan toegevoegd.
BELEIDSREGELS BOMEN 2024 (HORENDE BIJ DE BOMENVERORDENING 2024) Ten opzichte van de Bomenverordening 2021 en bijbehorende documenten zijn enkele documenten samengevoegd, wat de leesbaarheid ten goede komt. Zo maakt het document ‘bijlage A: toelichting bomenverordening gemeente Tilburg 2021’ nu onderdeel uit van de Bomenverordening. De documenten ‘bijlage B schema vellen 2021’, bijlage C: beoordelingscriteria houtopstanden 2021’, bijlage D: schema compensatieverplichting 2017’ en ‘bijlage E: overige houtopstanden 2021’ zijn nu ondergebracht in één document: DE BELEIDSREGELS BOMEN 2024. Alle wijzigingen die in de Bomenverordening zijn gedaan, zijn ook verwerkt in de beleidsregels. De belangrijkste staan hieronder: • In onderdeel B is de afweging zwaarwegend maatschappelijk belang uitgewerkt. • Of er wel of niet een compensatie wordt opgelegd, is afhankelijk van de reden voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand. In de beleidsregels wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen zogenaamde ‘rode’, ‘oranje’ en ‘groene’ redenen. Ten opzichte van 2021 zijn de oranje redenen verder uitgewerkt. Bij ‘groene’ redenen kan gedacht worden aan groene beheermaatregelen of maatregelen ten gunste van natuur, landschap en ecologie. Hier hoeft in beginsel niet vervangen te worden.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het verwijderen van houtopstanden vanwege een dunning, achterstallig onderhoud of natuur- en landschapsontwikkeling. Ook voor het verwijderen van houtopstanden ten behoeve van het realiseren van natuurvriendelijke oevers langs waterstructuren of als onderdeel van de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland hoeft niet herplant te worden. Reden hiervoor is dat een natuurdoel wordt gediend. ‘Rode’ redenen zijn alle redenen voor velling die niet voortkomen uit groenbeheer of andere maatregelen die onderdeel uitmaken van (de uitvoering van) het groen- en biodiversiteitsbeleid. Denk hierbij aan bv. bouwplannen, aanleg van parkeerplaatsen, het aanleggen van een speelplek, vervangen van riolering etc. In dit soort situaties moeten de te vellen bomen worden herplant of financieel gecompenseerd. 7
•
•
Bij ‘oranje’ redenen gaat het over redenen om een houtopstand te kappen die niet onder de groene of rede redenen te scharen zijn. Denk bijv. aan: nood- of spoedkap; houtopstanden met een levensverwachting < 5 jaar; velling van een dode houtopstand; nood- of spoedkap; houtopstanden die ter voorkoming van letsel of schade worden geveld; houtopstanden die omwille van veiligheid worden geveld; onrechtmatige hinder. In het document ‘bijlage A: toelichting BVO 2021’ staat dat “lichtbeperking op zonnepanelen en zonnecollectoren is bij monumentale bomen, herplante houtopstanden, houtstanden met een klimaat-, eco-, hoofd of nevenwaarde of buiten-zone vrijwel nooit een reden is tot verlening van een omgevingsvergunning voor velling. Een uitzondering kan worden gemaakt bij energie neutrale woningen (bijv. NOM-woningen of gasloze woningen) waar het om bomen met een basiswaarde gaat. Hier gelden echter wel randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden. Zo mag de boom geen prominente rol spelen in het straat- of stadsbeeld en/of de waarde voor natuur en milieu of het landschappelijk beeld. Als dit wel het geval is kan een energie neutrale woning op die locatie niet worden gerealiseerd. Daarnaast dient vooraf aangetoond te worden dat de zonnepanelen (PV-installaties) essentieel zijn om de energie neutrale prestatie te bereiken.
Met andere woorden, de prestatie kan niet op een andere manier bereikt worden of de kosten voor het energie-neutraal maken van de woning staat niet in verhouding tot de waarde van de boom”. Vanaf 2017 zijn er geen aanvragen geweest voor het vellen van houtopstanden in de basiswaarde t.b.v. zonnepanelen, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor energie-neutrale woningen die voldoen aan bovengenoemde randvoorwaarden. Daarom is deze regel in de Beleidsregels 2024 (onder de kop ‘onrechtmatige hinder’) vereenvoudigd naar “lichtbeperking op zonnepanelen en zonnecollectoren is geen een reden tot verlening van een omgevingsvergunning voor velling”. Daarnaast is er in de beleidsregels de toevoeging gedaan dat het is toegestaan om in de openbare ruimte een houtopstand in de buurt van een gebouw te zetten waar zonnepanelen op liggen. Uitgangspunt is dat bij het aanplanten van houtopstanden in de openbare ruimte waar mogelijk rekening wordt gehouden met al aanwezige zonnepanelen. In elke situatie wordt er door de gemeente een belangenafweging gemaakt tussen de belangen van de houtopstand en de zonnepanelen. Hierbij wordt in de overweging de vraag meegenomen of een houtopstand op een andere plek in straat kan worden geplant. Als dit niet op een ander plek kan, mag de gemeente een boom bij een gebouw met zonnepanelen planten.
Hierbij wordt rekening gehouden moet de algemene regels voor het planten van houtopstanden ten opzichte van de erfgrens. Dit is terug te vinden in artikel 13 van de Bomenverordening. De kosten van de herplant dienen minimaal gelijk te zijn aan de monetaire boomwaarde van de te vellen houtopstanden (zie ook: beleidsregels bomen 2024, onderdeel B/uitvoering compensatieverplichting: herplant en of financiële compensatie). In de beleidsregels van 2021 was hier nog aan toegevoegd dat er “uitzonderingen op gemaakt zouden kunnen worden voor herplant van een particuliere boom of herplant van een compleet deel van een structuur (bestaande uit tenminste 20 bomen). In het laatste geval is de herplantplicht minimaal 70% van de (monetaire) waarde van de te vellen boomstructuur”. Deze gearceerde zinnen zijn verwijderd uit de beleidsregels, aangezien het niet voldoende aansluit bij de ambities die we voor houtopstanden hebben. Achteruitgang is niet wenselijk.
BOOMWAARDE ZONERINGSKAART •
In 2021 is het initiatiefvoorstel ‘klimaatadaptatie en inwonersparticipatie toevoegen aan de Bomenverordening!’ aangenomen. Door het initiatief is er in de Bomenverordening 2021 en op de 8
boomwaarde zoneringskaart 2021 een nieuwe boomwaarde geïntroduceerd: de klimaatwaarde. Deze waarde geldt binnen de ringbanen. Houtopstanden met deze waarde vallen in het hoge beschermingsregime van de Bomenverordening. Onderdeel van initiatiefvoorstel was ook dat er na twee jaar gekeken zou worden of het gebied waar de klimaatwaarde nu van kracht is, voldoende groot is, of dat deze moet worden aangepast. De keuze voor de begrenzing van de klimaatwaarde is in 2021 gebaseerd op de hittestresskaart (zie uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Koel Tilburg):
•
Het gebied binnen de ringbanen en ook de bedrijventerreinen zijn rood/paars gekleurd. Deze gebieden kunnen in de zomer flink warm zijn. Omdat er dagelijks veel bewoners en bezoekers gebruik maken van de openbare ruimte binnen de ringbanen, is de bijdrage van deze houtopstanden aan klimaat (schaduwwerking) in dit gebied erg belangrijk. Tegelijkertijd zijn er ook veel ruimtelijke ontwikkelingen en functies die in hetzelfde gebied een plek moeten krijgen. De klimaatwaarde zorgt ervoor dat de kaders die over de houtopstanden gaan voor de ontwikkelende/ontwerpende partij vooraf duidelijk zijn, waardoor de houtopstanden vanaf het begin van het proces zorgvuldig worden meegenomen. In de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Koel Tilburg zijn ‘handvatten en richtlijnen voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp’ geformuleerd. Eén van deze richtlijnen luidt “zorg voor Koele Looproutes’. Belangrijke looproutes in het centrum zijn tenminste 40% beschaduwd5. In woonbuurten en op bedrijventerreinen zijn loopgebieden voor 30% beschaduwd. De schaduw komt bij voorkeur van bomen. Als alternatief kan een andere, bij voorkeur groene, schaduwgevende constructie worden toegepast”. Het aanwijzen van deze koele looproutes vormde een van de uitwerkingen van de uitvoeringsagenda. Deze kaart is nu gereed.
Om de houtopstanden langs deze looproutes de juiste bescherming te geven, wordt er voorgesteld om deze koele looproutes aan de huidige klimaatwaarde op de boomwaarde zoneringskaart toe te voegen. Op de Boomwaarde zoneringskaart staat ook de ‘bebouwingscontour houtkap’ aangegeven. Voordat de Omgevingswet in werking trad, was de benaming ‘bebouwde komgrens volgens de Wet natuurbescherming. Binnen de bebouwingscontour (dus in het stedelijk gebied) geldt de
5 Hoogste zonnestand in juni.
9
•
• •
Bomenverordening. Daarbuiten zijn - afhankelijk van de locatie en de hoeveelheid te kappen houtopstanden - de Rijksregels over het vellen van houtopstanden (Omgevingswet; provincie is verantwoordelijk) of de Bomenverordening of soms beiden van kracht. De bebouwingscontour houtkap blijft bij de vaststelling van de Boomwaarde zoneringskaart 2024 ongewijzigd ten opzichte van de grens in 2021. Wij hebben vanuit het rijk een bebouwingscontour kap aangeleverd gekregen (deze is gelijk aan de grens van 2021). Een eventuele wijziging van deze grens mogen we als wijziging omgevingsplan vaststellen. Dat wordt meegenomen bij de eerste wijziging omgevingsplan, en dat staat gepland voor 1e kwartaal 2025. De geactualiseerde stadsnatuurkaart 2040 is op 10 maart 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. De ecologische structuren en de ecologische stapstenen hebben op de boomwaarde zoneringskaart een ecowaarde. De actualisatie van deze structuren en stapstenen zijn ook doorgevoerd in de Boomwaarde zoneringskaart 2024. Volkstuincomplexen zijn van ecologisch belang en hebben daarom een ecologische waarde gekregen (voorheen was dit veelal hoofdwaarde). De neven- en hoofdwaarde maken geen onderdeel meer uit van de boomwaarde zoneringskaart. Zie voor de toelichting hiervoor: artikel 2: Boomwaarde-zoneringskaart en Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT)
KAART MONUMENTALE BOMEN TILBURG (KMBT) Al een aantal jaar staan de monumentale bomen weergegeven op een kaart en niet meer in een Excel lijst. Reden hiervoor is dat de bomen lang niet altijd aan een huisnummer te koppelen zijn (dan krijg je teksten als in het parkje ter hoogte van huisnummer 5). Daarom is ervoor gekozen om de bomen op kaart weer te geven. De naam ‘Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen’ is daarom aangepast naar ‘Kaart Monumentale Bomen Tilburg’. Deze kaart is openbaar en voor iedereen te raadplegen. Op de KMBT staan gemeentelijke en particuliere bomen. In de ‘beleidsregels bomen 2024’ (deel B) staan de criteria waaraan bomen moeten voldoen om een monumentale status te kunnen krijgen. O.a. leeftijd en stamomtrek vallen onder deze criteria. De afgelopen 10 jaar zijn er n.a.v. deze criteria gemeentelijke bomen bijgekomen die we willen toevoegen aan de KMBT. Ook zijn er particulieren geweest die hun boom graag op de KMBT willen hebben staan (alleen de eigenaar van de boom kan de boom aanmelden voor de KMBT). Daarnaast zijn er de afgelopen jaren ook bomen door bijv. ziekte of storm verdwenen. Op de geactualiseerde KMBT staan 3.468 bomen, waarvan er 817 particulier eigendom zijn. Er zijn 87 bomen door storm of ziekte van de lijst verdwenen.
COMPENSATIEREGELING BOMEN EN BIJDRAGEREGELING BOMEN De neven- en hoofdwaarde worden genoemd in de compensatieregeling bomen en de bijdrageregeling bomen. Omdat deze twee waarden zijn komen te vervallen, zijn de compensatieregeling bomen en de bijdrageregeling bomen hierop aangepast. Met budget uit de compensatieregeling bomen worden nieuwe bomen op nieuwe plekken geplant. De regeling wordt gevoed met geld (financiële compensatie) die zijn opgelegd bij een verleende omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand. Per jaar mag er €70.000 van dit budget worden uitgegeven. De compensatieregeling maakt onderdeel uit van de Reserve Natuurontwikkeling. Met budget uit de Bijdrageregeling Bomen worden particuliere eigenaren van monumentale bomen financieel ondersteund bij controle en duurzaam onderhoud van hun monumentale boom/bomen. Het budget kan ook worden aangewend voor groeiplaatsverbetering bij bomen die staan in de 10
klimaat- of ecowaarde (op de boomwaarde zoneringskaart). De bijdrage mag ten hoogste 50% van de totale kosten bedragen, met een max. van €5.000 per houtopstand. Deze bijdrageregeling wordt gevoed vanuit de ontvangen leges die worden gevraagd voor de aanvraag van omgevingsvergunningen voor velling van een houtopstand.
11