03 Regels met bijlagen
Tekst van het document
23
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor (intensieve) veehouderijen niet meer mag bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijf : <0000> die op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of legaal in uitvoering zijn; <0000> die gebouwd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning; b. de gebouwen mogen worden gebouwd op een afstand van ten minste 5m van de (zijdelingse) perceelsgrenzen; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 4.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van één bedrijfswoning toegestaan; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d.
de inhoud mag niet meer bedragen dan 750m³, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 4.2.4 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen dienen op een afstand van ten minste 3m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 30m; e. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75m², tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 4.2.5 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².
4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 4.1.1 en 4.1.2 toegelaten functies; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1m; c. de bouwhoogte van silo's mag niet meer bedragen dan 12m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; d. de goothoogte van mestsilo's mag niet meer bedragen dan 5,5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; e. de bouwhoogte van mestsilo's mag niet meer bedragen dan 7m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; f. de inhoud van mestsilo's mag niet meer bedragen dan 2.500m³, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; g. de bouwhoogte van sleufsilo's mag niet meer bedragen dan 2,5m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
24
h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven; i. permanente teeltondersteunende voorzieningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; j. op of in deze gronden mogen rijbakken voor paarden worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van de desbetreffende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 2m, met uitzondering van lichtmasten, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8m; 2. de inwendige oppervlakte van een rijbak niet meer mag bedragen dan 800m2 en de buitenwerkse oppervlakte niet meer mag bedragen dan 875m². 4.2.7 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd, en daarnaast mogen direct aansluitend in- en uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. de verticale diepte mag niet meer bedragen dan 3,5m. 4.2.8 Voorwaardelijke verplichting waterberging a. Het bouwen van bouwwerken op de voor 'Agrarisch-Agrarisch Bedrijf' aangewezen gronden is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm); b.
Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het gestelde onder a indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.1 voor het bouwen van bouwwerken op een afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, kleiner dan 15m; b. het bepaalde in 4.2.2 voor het bouwen van gebouwen op een afstand tot de (zijdelingse) bouwperceelsgrenzen, kleiner dan 5m; c. het bepaalde in 4.2.2 en 4.2.6 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen, silo's en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere goothoogte tot maximaal 10m en een hogere bouwhoogte tot maximaal 14m, mits die bouwwerken noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf; d. het bepaalde in 4.2.3 ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning met een hogere goothoogte, zulks tot maximaal 8m; e. het bepaalde in 4.2.3 ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning met een grotere inhoud dan 750m³, zulks tot maximaal 900m³; f. het bepaalde in 4.2.4 voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 30m van de bedrijfswoning, mits dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; g.
het bepaalde in 4.2.6 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 3m, mits die niet gesitueerd zijn voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning en hierdoor het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden aangetast. 4.3.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouw dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 voor het bouwen of vergroten van een dierenverblijf voor (intensieve) veehouderijen, waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Een zorgvuldige veehouderij is een veehouderij, die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag;
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
25
b. De toename van de oppervlakte van dierenverblijven is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar in de omgeving; c. Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de (intensieve) veehouderij, die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; d. Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van andere dan productiegebonden detailhandel; c. het splitsen van een bedrijfswoning in twee of meer woonruimten, dan wel het gebruik van bedrijfsbebouwing of aan- of uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning als zelfstandige of afhankelijke woonruimte; d. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; g. het gebruik van ruimten binnen een bedrijfswoning en/of bijgebouwen bij de bedrijfswoning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten; h. het gebruik van gronden ten behoeve van kamperen; i.
het zodanig gebruiken van de gronden met de aanduiding 'landschapswaarden' waar de vereiste landschappelijke inpassing, overeenkomstig de bij deze regels behorende bijlage 'Landschappelijk inpassingsplan', dan wel een, na beoordeling van het bevoegd gezag, goedgekeurde gelijkwaardige landschappelijke inpassing, gerealiseerd moet worden dat deze niet volledig gerealiseerd, blijvend onderhouden en in stand gehouden kan worden. 4.4.2 Gebruik overeenkomstig de bestemming Het gebruik van ruimten binnen de bedrijfswoning en in de bijgebouwen bij de bedrijfswoning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie, mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en; b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; c. geen sprake is van op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtige of uit oogpunt van milieu meldingsplichtige activiteiten en; d. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; e.
geen sprake is van andere dan productiegebonden detailhandel. 4.4.3 Veehouderij a. Binnen gebouwen mogen dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn; b. Een gebruikswijziging van gebouwen, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf voor (intensieve) veehouderijen, is niet toegestaan indien daardoor de de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven meer bedraagt dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven: <0000> die op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of legaal in uitvoering zijn;
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
26
<0000>
die gebouwd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. c. Mestbewerking is alleen is toegestaan ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest; d. Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf, waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan. Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: <0000> de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel <0000> de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning d.d. 8 juni 2015 met kenmerk C2071304 , die als bijlage bij de planregels is gevoegd; e. De vestiging van en de omschakeling naar een geiten- en/ of schapenhouderij, pluimveehouderij of een pelsdierhouderij is niet toegestaan. f.
Indien gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in regelonderdeel 4.3.2 of 4.5.3 of van enige wijzigingsbevoegdheid in de planregels is het bepaalde onder d onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking of wijziging. 4.4.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Het gebruik van de, na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, gerealiseerde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is pas toegestaan nadat de vereiste landschappelijke inpassing volledig is gerealiseerd en in overeenstemming is met het bij deze regels gevoegde 'Landschappelijk inpassingsplan', dan wel een na beoordeling door het bevoegd gezag goedgekeurd gelijkwaardige landschappelijke inpassing; b. De landschappelijke inpassing zoals bedoeld onder a. dient zo spoedig mogelijk na de bouw doch uiterlijk binnen één jaar na mededeling beeindiging bouwwerkzaamheden volledig gerealiseerd te zijn en blijvend onderhouden en in stand te worden gehouden.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Binnenplans afwijken t.b.v. publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.4.1 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een bedrijfswoning en/of bijgebouwen bij de bedrijfswoning voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen tot ten hoogste 80m² wordt gebruikt voor de aan huis verbonden publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit en; b. degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse en; d. de activiteit qua aard, omvang en uitstraling past binnen de omgeving en; e. geen sprake is van een op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo vergunningplichtige activiteit en; f. het gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; g. geen sprake is van detailhandel, uitgezonderd een beperkte verkoop, ondergeschikt aan de publieksaantrekkende activiteit.
4.5.2 Binnenplans afwijken t.b.v. verbrede landbouw en nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 4.1.1 en 4.4.1 ten behoeve van verbrede landbouw en nevenactiviteiten, mits: a. de agrarische functie op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar blijft en; b. het gaat om één van de volgende functies: 1. agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven, zulks tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van 400m² en slechts voor zover het gaat om buiten het Natuur Netwerk
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
27
c. d. e. f. g. h.
i.
Brabant of de groenblauwe mantel, als bedoeld in de provinciale Verordening ruimte, gelegen locaties, of; 2. zorgboerderijen, kinderboerderijen en voorzieningen ten behoeve van kinderopvang en sociaal-culturele, culturele en educatieve voorzieningen, voor zover deze te kwalificeren zijn als verbrede landbouw, zulks tot een maximale gezamenlijke bebouwde oppervlakte van 250m², waaronder maximaal 50m² ondergeschikte horeca, of; 3. recreatieve doeleinden, zulks tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van 200m², waaronder maximaal 50m² ondergeschikte horeca of; 4. kamperen met maximaal 25 tijdelijke kampeermiddelen op maximaal 0,5ha van de desbetreffende gronden of; 5.
opslag van statische goederen, zulks tot een maximale oppervlakte van 50% van het totale oppervlak aan bedrijfsgebouwen tot maximaal 1.000m², waarbij stalling in kassen niet is toegestaan, en; geen sprake is van buitenopslag en; de in het omliggende gebied aanwezige waarden niet in onevenredige mate worden aangetast en; de verbrede landbouw en/of nevenactiviteit geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en; gezorgd wordt voor voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein en; de verbrede landbouw en/of nevenactiviteit geen onevenredige beperkingen oplevert ten aanzien van de; bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven en; de nevenactiviteit zelf niet omgevingsvergunningplichtig is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo en daarnaast milieuhygiënisch inpasbaar is, hetgeen in elk geval betekent dat het niet mag gaan om een activiteit van milieucategorie 3 of hoger en; voor - zover van toepassing - overtollige bebouwing wordt gesloopt.
4.5.3 binnenplans afwijken t.b.v. toename gebruik dierenverblijf Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in regelonderdeel 4.4.3 onder b voor het in gebruik nemen van gebouwen als dierenverblijf voor (intensieve) veehouderij, waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Een zorgvuldige veehouderij is een veehouderij, die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; b. De toename van de oppervlakte van dierenverblijven is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar in de omgeving; c.
Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de (intensieve) veehouderij, die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; d. Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
4.6 Wijzigingsbevoegdheid 4.6.1 Verwijderen van de aanduiding 'intensieve veehouderij' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen, in die zin dat de aangegeven aanduiding 'intensieve veehouderij' wordt verwijderd, indien het desbetreffende bedrijf ter plaatse is beëindigd. 4.6.2 Wijziging naar bestemming 'Wonen-Buitengebied' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen Buitengebied', al dan niet gecombineerd met een aanduiding 'opslag' ten behoeve van de opslag van naar hun aard statische goederen, een aanduiding 'paardenhouderij' t.b.v. een paardenhouderij of een aanduiding Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
28
'niet-buitengebiedgebonden bedrijvigheid' t.b.v. kleinschalige dienstverlening, niet zijnde zakelijke dienstverlening, waarbij geldt dat de laatstgenoemde aanduiding slechts kan worden toegekend ten aanzien van gronden, die worden aangemerkt als bebouwingsconcentratie, mits: a. de wijziging gelijktijdig plaatsvindt met wijziging van de eventueel resterende gronden naar de bestemmingen 'Agrarisch' waarbij deze gronden worden bestemd overeenkomstig de genoemde aangrenzende bestemmingen en; b. het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en hergebruik voor agrarische doeleinden redelijkerwijs niet langer mogelijk is en; c. de oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning door sloop van overtollige bebouwing wordt teruggebracht tot; 1. ofwel 75m², vermeerderd met 10% van de oppervlakte van de gesloopte bebouwing, zulks tot een maximum van 200m², indien geen sprake is van een combinatie met een andere functie, met dien verstande dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet gesloopt mag worden; 2. ofwel maximaal 600m², namelijk indien sprake is van een combinatie met een paardenhouderij of niet-buitengebiedgebonden bedrijvigheid, in de vorm van kleinschalige dienstverlening, niet zijnde zakelijke dienstverlening of opslag als bedoeld onder 3, met dien verstande dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet gesloopt mag worden; 3.
ofwel maximaal 1.200m², namelijk indien uitsluitend sprake is van een combinatie met het opgeslagen hebben en/of houden van naar hun aard statische goederen, zoals auto's, boten en caravans, met dien verstande dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet gesloopt mag worden; 4. ofwel maximaal 1.200m², namelijk indien sprake is van een combinatie met I. een paardenhouderij of niet-buitengebiedgebonden bedrijvigheid, in de vorm van kleinschalige dienstverlening, niet zijnde zakelijke dienstverlening, en; II. het opgeslagen hebben en/of houden van naar hun aard statische goederen, zoals auto's, boten en caravans, en; d. ten behoeve van de woning geen nieuwbouw plaatsvindt, vervangende nieuwbouw uitgezonderd, en; e. sprake is van een duidelijke relatie tussen woning en bedrijfsgebouw(en) en; f. de vestiging van de woning en de eventuele nevenactiviteit geen onevenredige beperkingen oplevert t.a.v. de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven en; g. de woning en de eventuele nevenactiviteit aanvaardbaar zijn uit oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat, de nevenactiviteit zelf niet omgevingsvergunningplichtig is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e. van de Wabo en daarnaast milieuhygiënisch inpasbaar is en; h.
het in geval van combinatie met een nevenactiviteit gaat om bedrijfsactiviteiten, die vallen onder de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die bij dit bestemmingsplan is gevoegd en; i. de eventuele nevenactiviteit qua aard, omvang en uitstraling past binnen de omgeving en; j. de eventuele nevenactiviteit geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft en gezorgd wordt voor voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein en; k. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse en; l. in geval van combinatie met een nevenactiviteit, de woonfunctie op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar blijft en degene die de activiteiten uitvoert, tevens de bewoner van de woning is en; m. in geval van combinatie met opslag, geen sprake is van buitenopslag en; n. geen sprake is van detailhandel, uitgezonderd een beperkte verkoop, ondergeschikt aan de nevenactiviteit en; o. de in het omliggende gebied aanwezige waarden niet in onevenredige mate worden aangetast en; p. op basis van een inpassingsplan wordt gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing en; q. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid niet leidt tot een bestemmingsvlak met een omvang van meer dan 5.000m².
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
29
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
30
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
31
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergrondse bouwwerken 6.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. buiten het bouwvlak mag maximaal 40% worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil; e. openluchtzwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen in en buiten het bouwvlak worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van het erf en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5m. 6.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen buiten het bouwvlak; b. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 6.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b. de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c.
de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden. 6.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.
6.2 Onbebouwd terrein bij gebouwen 6.2.1 Onbebouwd terrein bij woningen Bij een woning moet - gelet op de kwaliteit van de woonomgeving, zowel bezien vanuit de woning als vanuit de belendende percelen en de omgeving - een onbebouwd terrein aanwezig zijn dat tenminste een strook grond omvat die over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de achtergevel en een diepte heeft van gemeten vanaf het verst achterwaarts gelegen deel van het hoofdgebouw inclusief een eventuele aanbouw tenminste 5m. 6.2.2 Onbebouwd terrein bij overige gebouwen Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning anders dan als bedrijfswoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend onbebouwd gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn ter diepte van tenminste 2m achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en wel over de volle breedte daarvan. 6.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 6.2.1, voor wat de aanwezigheid van het onbebouwd terrein betreft, indien andere functies dan wonen in het bestemmingsvlak zijn toegestaan en de eerste bouwlaag niet voor bewoning gebruikt wordt; b. het bepaalde in 6.2.1, indien een gunstige andere indeling van het bouwperceel aanwezig is en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c.
het bepaalde in 6.2.1 indien sprake is van patiobungalows; d. het bepaalde in 6.2.1 indien het plan voorziet in een gezamenlijke (binnen)tuin van voldoende grootte;
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
32
e. het bepaalde in 6.2.2, indien dit geen beletsel vormt voor de bestemming van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.
6.3 Ruimte tussen bouwwerken 6.3.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk niet in de zijdelingse grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de zijdelingse grens van het bouwperceel over de breedte van 1m met een minimale hoogte van 2,2m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 6.3.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 6.3.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
33
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
34
Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 luchtvaartverkeerzone 8.1.1 luchtvaartverkeerzone - ihcs Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van het obstakelvrije vlak een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven op de als bijlage bij de planregels gevoegde kaart 'Luchtvaartverkeerzone-IHCS', overschrijdt.
8.2 overige zone- stalderingsgebied In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-stalderingsgebied ' de regel dat een toename van de gezamenlijke bestaande oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij door bouw of ingebruikneming van een (aanwezig) gebouw uitsluitend is toegestaan indien: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: <0000> de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; <0000> het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1: <0000> Ingeval van sloop, tenminste 120% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; <0000> Ingeval van herbestemming, tenminste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3.
de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere provinciale saneringsregeling.; 4. door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.
8.3 veiligheidszone - aandachtsgebied leiding In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied leiding' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied leiding' mogen geen (beperkt) kwetsbare en bijzonder kwetsbare objecten worden opgericht; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan en waarbij middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend van het groepsrisico; c. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij een wijziging of oprichting leidt tot een toename van het groepsrisico binnen de 'veiligheidszone - aandachtsgebied leiding' indien: 1. er geen sprake is van bijzonder kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform artikel 12 van het Bevb is ingevuld; 4. er geen sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
35
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
9.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting e.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
9.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 20 m.
9.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5m bedragen.
9.5 Binnenplans afwijken t.b.v. aan-huis-verbonden beroep Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan voor wat betreft de voorwaarden, zoals beschreven in de begripsregels, waaronder overeenkomstig de desbetreffende bestemmingsomschrijving een aan huis verbonden beroep is toegelaten, indien door de aard van de werkzaamheden het beroep niet of bezwaarlijk anders dan aan huis of op de betreffende locatie kan worden uitgeoefend.
9.6 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt, e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
36
overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.
9.7 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50m² mag bedragen.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
37
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Wijzigingsbevoegdheid reconstructie, herverkaveling of renovatie a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van: 1. de reconstructie of herverkaveling van een (deel van een) bouwblok met in het ongerede geraakte, al dan niet complexgewijze bebouwing waarvan de functie wordt beëindigd; 2. de reconstructie van een (deel van een) bouwblok waarbij de functie geheel of grotendeels wordt gehandhaafd, maar (infra-) structuur, ontsluiting, verkaveling e.d. worden aangepast; 3. de reconstructie, herverkaveling of renovatie van een gebouw of een bouwblok waarbij nieuwe rooilijnen kunnen worden weergegeven; 4. de ontsluiting of herverkaveling van het gebied ten einde nieuwe bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer Verblijf' projecteren; 5. de herverkaveling van het gebied of om tot een optimale verkaveling te komen, door aangrenzende bestemmingen voor openbaar gebied ('Verkeer', 'Verkeer - Verblijf' e.d.) geheel of deels om te zetten in een nieuw te realiseren bestemming binnen die herverkaveling, of deze bestemmingen geheel of deels elders in de nieuwe verkaveling onder te brengen; b. er mag geen sprake zijn van functiewijzigingen welke in strijd zijn met rijks-, provinciaal dan wel gemeentelijk beleid; c. na wijziging zijn de regels van het bestemmingsplan hierop van toepassing.
10.2 Wijzigingsbevoegdheid verwijderen aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat een weergegeven aanduiding wordt verwijderd indien de binnen deze aanduiding toegelaten functie is beeindigd en wordt omgezet in een binnen het ter plaatse geldende bestemmingsvlak toegelaten functie, met dien verstande dat Burgemeester en wethouders in geval van de verwijdering van de aanduiding 'bedrijfswoning' waarna de functie bedrijf wordt gerealiseerd, bevoegd zijn een ander bouwvlak met bijbehorend bebouwingspercentage, bouwhoogte e.d. vaststellen.
10.3 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsvlakgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd: a. de in het plan begrepen bestemmingen die grenzen aan gronden met de bestemming ''Verkeer' (V), dan wel 'Verkeer - Verblijf' (V-VB) te wijzigen voor de indeling van gronden zoals ten behoeve van een herinrichting, een asverschuiving, herinrichting kruispunten, aanleg (mini)rotondes e.d., met dien verstande dat: 1. de bestemmingen mogen worden gewijzigd voor een verschuiving van de bestemmingsgrenzen van maximaal 25m; 2. de verwerkelijking van de in het plan begrepen bestemmingen gewaarborgd dient te blijven, dat wil zeggen dat de bestemmingen door de wijzigingnen niet onevenredig mogen worden aangetast; b. bestemmingsgrenzen te wijzigen indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijk ordening van het plan niet schaadt en zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
10.4 Wijzigingsbevoegdheid bouwwerken van algemeen nut Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat bouwwerken van algemeen nut met een groter oppervlak dan 50m2 kunnen worden gebouwd, zulks tot een maximale oppervlakte van 75m2.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
38
Artikel 11 Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen op grond van enige bepaling van de regels van dit bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
39
Artikel 12 Overige regels 12.1 Algemene regels inzake nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de bereikbaarheid van gebouwen vanuit en de situering van de hoofdentree van gebouwen ten opzichte van de openbare ruimte; b. de situering en afmetingen van groenvoorzieningen; c. de situering en afmetingen van parkeergelegenheid, ook op eigen terrein; d. de situering van toegangswegen en -paden tot gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open erven.
12.2 Bevordering ruimtelijke kwaliteit buitengebied Het bevoegd gezag kan, voor zover het ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied betreft, slechts gebruik maken van de in dit plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden, indien voldaan wordt aan het vereiste van bevordering van de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de werkafspraken dienaangaande met de provincie.
12.3 Parkeerregeling 12.3.1 Parkeren a. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'parkeernormen Tilburg 2017'; b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode; c. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
12.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012. 12.3.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de regelonderdelen 12.3.1 en/of 12.3.2indien: a. op andere wijze in de parkeerbehoefte en/of de nodige laad- of losruimte wordt voorzien en b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
40
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
41
Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; <0000> gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; <0000> na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; c. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
42
Artikel 14 Slotregel Dit plan wordt aangehaald als bestemmingsplan " Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
43
Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)
44
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 3 Luchtvaartverkeerszone-IHCS Luchtvaartverkeerszone-IHCS
Bijlage 4 Geldende Nbw-vergunning Geldende Nbw-vergunning
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
OMSCHRIJVING
-
Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief) Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
LUCHT
0 1 2 3 4
BODEM
0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 5 6
VISUEEL
0 1 2
VERKEER
0150 016 016 016 016 016 0162 02
0 1 2 3 4 5 6 7
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - champignonkwekerijen met mestfermentatie - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van rundvee Fokken en houden van overige graasdieren: - paardenfokkerijen - overige graasdieren Fokken en houden van varkens Fokken en houden van pluimvee: - legkippen - opfokkippen en mestkuikens - eenden en ganzen - overig pluimvee Fokken en houden van overige dieren: - nertsen en vossen - konijnen - huisdieren - maden, wormen e.d. - bijen - overige dieren
CATEGORIE
0130 014 014 014 014 014 0142 02
-
GROOTSTE AFSTAND
01 011, 012, 013 011, 012, 013, 016 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 0113 0113 0163 011 0141, 0142 0143, 0145 0143 0145 0146 0147 0147 0147 0147 0147 0149 0149 0149 0149 0149 0149 0149
GEVAAR
01 0111, 0113 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0121 0122 0122 0122 0123 0124 0124 0124 0124 0124 0125 0125 0125 0125 0125 0125 0125
GELUID
-
INDICES
STOF
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
10
10
30 C
10
30
2
1G
1
B
L
10 10 10 30 100 30 30 100
10 10 10 10 10 10 10 30
30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C
10 10 10 10 10 10 10 0
30 30 30 30 100 30 30 100
2 2 2 2 3.2 2 2 3.2
1G 1G 1G 1G 1G 1G 1G 1G
1 1 1 1 1 1
B B B B B B
L L L
50 50 200
30 30 30
30 C 30 C 50 C
0 0 0
50 50 200 D
3.1 3.1 4.1
1G 1G 1G
1 1 1
200 200 200 100
30 30 50 30
50 C 50 C 50 C 50 C
0 0 0 0
200 D 200 200 100 D
4.1 4.1 4.1 3.2
1G 1G 1G 1G
1 1 1 1
200 100 30 100 10 30
30 30 0 0 0 10
30 C 30 C 50 C 30 C 30 C 30 C
0 0 10 10 10 0
200 100 50 100 30 30 D
4.1 3.2 3.1 3.2 2 2
1G 1G 1G 1G 1G 1G
1 1 1 1 1 1
100
30
30 C
0
100
3.2
1G
1
30 30 30 30 30
10 10 10 10 10
50 30 50 30 30 C
10 10 10 10 0
50 D 30 50 30 30
3.1 2 3.1 2 2
2G 1G 2G 1G 1G
1 1 1 1 1
1
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
-
STOF
-
INDICES
GEUR
-
AFSTANDEN IN METERS
10
10
50
0
50
3.1
1G
1
100 50
0 0
100 C 50 C
50 R 10
100 50
3.2 3.1
2G 1G
2 1
100 50
30 0
50 C 50 C
0 0
100 50
3.2 3.1
1G 1G
1 1
50
50
100 C
10
100
3.2
2G
2
100 30 50
0 0 0
200 C 500 C 700 C Z
200 R 200 R 200 R
200 500 700
4.1 5.1 5.2
1G 1G 1G
2 1 1
10 10 50 10
100 200 10 200
200 700 Z 100 C 500 C
10 10 30 50
200 D 700 100 500
4.1 5.2 3.2 5.1
2G 2G 2G 3G
1 2 1 3
100 700 300 100 50 30
0 0 0 0 0 0
100 C 100 C 100 C 100 C 50 C 50
50 R 30 50 R 50 R 30 10
100 D 700 300 100 50 50
3.2 5.2 4.2 3.2 3.1 3.1
2G 2G 2G 2G 1G 1G
1 2 2 2 1 1
50
0
50
10
50
3.1
1G
1
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
B B B
L
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW
02
02
020 05 05 0501.1 0501.2 0502
021, 022, 024 03 03 0311 0312 032
0502 0502 10 10 103 11 11 111 111 111 111 14 14 1421 1421 1421 144 145 15 15 151 151 151 151 151 151 151
032 032 08 08 089 06 06 061, 062 061 062 062 08 08 0812 0812 0812 0893 0899 10, 11 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101 101
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven 0 Vis- en schaaldierkwekerijen 1 - oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven 2 - visteeltbedrijven - TURFWINNING Turfwinningbedrijven - AARDOLIE- EN AARDGASWINNING 0 Aardolie- en aardgaswinning: 1 - aardoliewinputten 2 - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N m3/d 3 - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N m3/d - WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. 0 Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): 1 - algemeen 2 - steenbrekerijen Zoutwinningbedrijven Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: 1 - slachterijen en pluimveeslachterijen 2 - vetsmelterijen 3 - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval 4 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² 5 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² 6 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
151
101, 102
7 - loonslachterijen
Bosbouwbedrijven -
B
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
50
0
50
10
50
3.1
2G
1
700 200 300 300 100 50
100 0 0 10 10 10
200 C 100 C 50 C 50 C 50 30
30 30 0 30 30 10
700 200 300 300 D 100 50
5.2 4.1 4.2 4.2 3.2 3.1
2G 2G 1G 2G 1G 1G
2 2 2 2 1 1
300 50
30 10
200 C 50
50 R 50 R
300 50
4.2 3.1
2G 1G
2 1
50 50 100 300 300
10 10 10 10 10
100 C 100 C 100 C 200 C 100 C
10 10 10 30 10
100 100 100 300 300
3.2 3.2 3.2 4.2 4.2
1G 2G 2G 2G 2G
1 2 2 2 2
200 300
30 50
100 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
3G 3G
2 3
B B
200 300
10 10
100 C 300 C Z
100 R 200 R
200 300
4.1 4.2
3G 3G
2 3
B B
100 200
10 10
200 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
3G 3G
2 3
B
200 200 50 100 50 50 10
100 30 0 0 50 0 0
500 C Z 500 C Z 100 C 300 C Z 300 C 100 C 30
50 50 50 50 50 50 0
R R R R R R
500 500 100 300 300 100 30
5.1 5.1 3.2 4.2 4.2 3.2 2
3G 3G 2G 3G 3G 2G 1G
2 2 1 2 2 2 1
200
100
300 C Z
100 R
300
4.2
2G
2
LUCHT
GROOTSTE AFSTAND
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - drogen - conserveren - roken - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van aardappelproducten - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: - jam - groente algemeen - met koolsoorten - met drogerijen - met uienconservering (zoutinleggerij) Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Margarinefabrieken: - p.c. < 250.000 t/j - p.c. >= 250.000 t/j Zuivelprodukten fabrieken: - gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u - geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j - overige zuivelprodukten fabrieken Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Meelfabrieken: - p.c. >= 500 t/u
GEVAAR
8 0 1 2 3 4 5 6 0 1 2 0 1 2 3 4 5 0 1 2 0 1 2 0 1 2 0 1 2 3 4 5 1 2 0 1
GELUID
108 102 102 102 102 102 102 102 1031 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104101 104101 104102 104102 104102 1042 1042 1042 1051 1051 1051 1051 1051 1051 1052 1052 1061 1061
INDICES
STOF
151 152 152 152 152 152 152 152 1531 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1541 1541 1541 1542 1542 1542 1543 1543 1543 1551 1551 1551 1551 1551 1551 1552 1552 1561 1561
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
-
INDICES
GEUR
-
AFSTANDEN IN METERS
100 50
50 100
200 C 200 C
50 R 50
200 200 D
4.1 4.1
2G 2G
2 2
200 300
50 100
200 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
1G 2G
2 3
700 700 300 700 200 300 200
30 100 100 200 50 100 100
200 C 100 C 200 C 300 C Z 200 C 300 C Z 200 C
50 30 R 30 50 30 50 R 30
700 D 700 D 300 700 200 300 200
5.2 5.2 4.2 5.2 4.1 4.2 4.1
3G 3G 2G 3G 3G 3G 2G
3 3 2 3 3 3 2
30 100 100
10 30 10
30 C 100 C 100 C
10 30 30
30 100 100
2 3.2 3.2
1G 2G 2G
1 2 2
500 1000
100 200
300 C 700 C Z
100 R 200 R
500 1000
5.1 5.3
2G 3G
2 3
500
50
100
50 R
500
5.1
2G
3
2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
100
30
50
30
100
3.2
2G
2
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - Suikerwerkfabrieken met suiker branden - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: - koffiebranderijen - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken Soep- en soeparomafabrieken:
30 300 100 30 50
10 30 30 10 30
30 50 50 30 10
10 30 R 30 R 10 10
30 300 100 30 50
2 4.2 3.2 2 3.1
1G 2G 2G 1G 2G
1 2 2 1 2
500 100 200 200 200
30 10 30 30 50
200 C 30 50 50 50
10 10 10 30 50 R
500 D 100 200 200 D 200
5.1 3.2 4.1 4.1 4.1
2G 2G 2G 2G 2G
1 1 1 2 2
1561 1561 1562 1562 1562 1571 1571 1571 1571 1571 1571 1571 1572 1581 1581 1581 1582 1583 1583 1583 1584 1584
1061 1061 1062 1062 1062 1091 1091 1091 1091 1091 1091 1091 1092 1071 1071 1071 1072 1081 1081 1081 10821 10821
2 - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken 0 Zetmeelfabrieken: 1 - p.c. < 10 t/u 2 - p.c. >= 10 t/u 0 Veevoerfabrieken: 1 - destructiebedrijven 2 - beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek 3 - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water 4 - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water 5 - mengvoeder, p.c. < 100 t/u 6 - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1 - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens 2 - v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken 0 Suikerfabrieken: 1 - v.c. < 2.500 t/j 2 - v.c. >= 2.500 t/j 0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: 1 - Cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m²
1584
10821
1584 1584 1584 1584 1585 1586 1586 1586 1587 1589 1589.1 1589.2
10821 10821 10821 10821 1073 1083 1083 1083 108401 1089 1089 1089
3 4 5 6 0 1 2
0
B B
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
100 300 200 300
10 50 50 30
50 50 50 200 C
10 50 R 30 30
100 300 200 300
3.2 4.2 4.1 4.2
2G 2G 2G 2G
2 2 2 2
200 300 10 300 300 10
30 50 0 30 50 0
200 C 300 C 30 C 100 C 100 C 100
30 50 0 50 30 50
200 300 30 300 300 100
4.1 4.2 2 4.2 4.2 3.2
1G 2G 1G 2G 2G 3G
2 3 1 2 2 2
200
30
50 C
30
200
4.1
2G
1
10
50
100
30
100
3.2
2G
1
10 10 50 10 100 0
10 30 0 0 30 10
100 300 50 50 200 50
0 50 10 10 10 10
100 300 50 50 200 50
3.2 4.2 3.1 3.1 4.1 3.1
2G 3G 2G 1G 2G 1G
1 2 2 1 2 2
30 10 50
0 10 10
50 30 10
0 10 10
50 30 50
3.1 2 3.1
1G 2G 1G
1 2 1
300 50 50
30 10 10
100 30 50
10 10 10
300 50 D 50
4.2 3.1 3.1
2G 2G 2G
2 2 1
0
50
100
50 R
100
3.2
2G
2
Z
R R R R
LUCHT
GEVAAR
16 16101
1 - zonder poederdrogen 2 - met poederdrogen Bakmeel- en puddingpoederfabrieken Destilleerderijen en likeurstokerijen 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: 1 - p.c. < 5.000 t/j 2 - p.c. >= 5.000 t/j Vervaardiging van wijn, cider e.d. Bierbrouwerijen Mouterijen Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 2 - aantal weefgetouwen >= 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederfabrieken Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen
INDICES
GELUID
1089 1089 1089 110101 110102 110102 110102 1102 t/m 1104 1105 1106 1107 12 12 120 13 13 131 132 132 132 133 139 1393 139, 143 14 14 141 141 142, 151 19 15 151,152 151 152
AFSTANDEN IN METERS
STOF
1589.2 1589.2 1589.2 1591 1592 1592 1592 1593 t/m 1595 1596 1597 1598 16 16 160 17 17 171 172 172 172 173 174, 175 1751 176, 177 18 18 181 182 183 19 19 191 192 193 20 20 2010.1
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
LIJST 1 - ACTIVITEITEN
BODEM
Bijlage 1 Richtafstandenlijsten
B
B B
L
B
L
B
L
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
200 10 100 0 0 10
30 30 30 30 30 10
50 50 100 100 50 30
10 10 10 0 0 0
200 50 100 100 50 30
4.1 3.1 3.2 3.2 3.1 2
2G 2G 3G 2G 1G 1G
2 1 2 2 1 1
200
100
200 C
50 R
200
4.1
3G
2
50 100 200 30
30 50 100 30
50 C 200 C Z 300 C Z 100 C
30 50 100 30
R R R R
50 200 300 100
3.1 4.1 4.2 3.2
1G 2G 3G 2G
2 2 2 2
30 50
30 30
100 C 200 C Z
30 R 30 R
100 200
3.2 4.1
2G 2G
2 2
0 30 30 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
10 100 C 100 30 10 30 10 30 10
0 10 10 0 0 0 10 10 0
10 100 100 30 10 30 30 30 D 10
1 3.2 3.2 2 1 2 2 2 1
1P 3G 3G 1P 1G 2G 2G 2G 1G
1 2 2 1 1 1 1 1 1
1000 1500 50 300 300
700 100 0 0 0
1000 C Z 1500 C Z 100 100 200
100 1500 30 50 50