03 Regels met bijlage bp TLB 2016 2e herz
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296) Regels met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2018020-b001
2 maart 2021
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels 2 Artikel 1 Begrippen 3 Artikel 2 Wijze van meten 9 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 10 Artikel 3 Detailhandel 11 Hoofdstuk 3 Algemene regels 14 Artikel 4 Anti-dubbeltelregel 15 Artikel 5 Algemene bouwregels 16 Artikel 6 Algemene gebruiksregels 18 Artikel 7 Algemene aanduidingsregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 20 Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 22 Artikel 10 Overige regels 23 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 25 Artikel 11 Overgangsrecht 26 Artikel 12 Slotregel 27
19
Regels
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
2
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlage(n).
1.2 plan Het bestemmingsplan Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296) met identificatienummer NL.IMRO.0855.BSP2018020-b001 van de gemeente Tilburg.
1.3 aanbouw Een gebouw, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 achtergevelrooilijn De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.
1.7 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.8 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.
1.9 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
1.10 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) De totale oppervlakte van de ruimten binnen de bebouwing die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep of bedrijf, c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
1.11 bedrijfswoning Een woning behorend bij en onlosmakelijk verbonden met een op hetzelfde bouwperceel gelegen bedrijf, bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die verantwoordelijk is voor de bedrijfsmatige activiteiten in dat bedrijf, dan wel die activiteiten uitvoert.
1.12 bedrijven Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten die liggen op het vlak van industrie, groothandel met eventueel bijbehorende ondergeschikte showroom, ambacht, nijverheid, productie, distributie, logistiek, vervoer, opslag, reparatie (waaronder autoreparatiebedrijven al dan niet met bijbehorende en ondergeschikte showroom) e.d., alsmede brandweerkazerne. Detailhandel is niet toegestaan met uitzondering van autohandel in combinatie met een autoreparatiebedrijf. Tevens worden hiertoe gerekend bijbehorende kantoorruimten en installaties. De inrichtingen, bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder worden alleen tot 'bedrijven' gerekend voorzover deze zijn gelegen op gezoneerde bedrijventerreinen c.q. bedrijvenlocaties of gedeelten daarvan. Niet tot bedrijven worden gerekend: kantoren, horeca, prostitutie inrichting, (perifere) detailhandel, nutsvoorzieningen, tank- en servicestations, autowasplaatsen, dienstverlening, recreatie, sport, agrarisch bedrijf, maatschappelijke instellingen en bedrijfspompen, zijnde pompen die zijn bedoeld voor de eigen brandstoffenvoorziening met uitzondering van bedrijfspompen behorende bij transportbedrijven.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
3
1.13 beperkt kwetsbaar gebouw Een gebouw met als hoofdfunctie of -activiteit dan wel nevenfunctie of -activiteit een beperkt kwetsbare functie.
1.14 beperkt kwetsbare functie Een functie of activiteit zoals omschreven in bijlage VI van het besluit Kwaliteit Leefomgeving, Stb. 2018, 292 onder 'beperkt kwetsbaar gebouw' en 'beperkt kwetsbare locatie'.
1.15 beperkt kwetsbare locatie Een locatie voor: a. recreatief nachtverblijf voor niet meer dan 50 personen; b. sport, spel of recreatief dagverblijf, met uitzondering van locaties waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig is; of c. evenementen in de open lucht voor minder dan 5.000 personen.
1.16 beschermwaardige boom Boom, die ingevolge het Tilburgse bomenbeleid is aangewezen als monumentale boom, boom met een ecowaarde of boom met een hoofdwaarde en die is weergegeven op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart.
1.17 bestaand Bij bouwwerken: Bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften.
1.18 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.
1.19 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.20 bewaarplaats Een besloten ruimte, bestemd voor het bewaren van verpakt consumentenvuurwerk.
1.21 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.22 bouwblok Door openbare ruimte omsloten geheel van percelen (al dan niet -reeds- bebouwd), dat te beschouwen is als een stedenbouwkundige eenheid.
1.23 bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.24 bouwgrens De grens van een bouwvlak.
1.25 bouwlaag Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.
1.26 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.27 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
4
1.28 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.29 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.30 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.
1.31 dakhelling Hoek die gevormd wordt door een schuin dakvlak en een horizontaal vlak die elkaar snijden op de goothoogte.
1.32 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkten. Tevens dient onder detailhandel te worden verstaan ondersteunende horeca als bijbehorende voorziening. Uitgezonderd zijn: postorderbedrijven, internetbedrijven e.d.
1.33 dienstverlening Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van detailhandel en seksinrichtingen.
1.34 erf Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.35 evenement Een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet (deels) tijdelijke onderkomens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.
1.36 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.37 groenvoorzieningen Het geheel van voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes waaronder Cruijf-courts, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair e.d., alsmede voorzieningen ter ondersteuning van de verkeersregulering en de verkeersveiligheid.
1.38 hoofdgebouw of hoofdbebouwing Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.39 horeca Onder horeca wordt verstaan het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccomodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. Bij horeca wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën, te weten 'horeca van categorie 1', 'horeca van categorie 2' en 'horeca van categorie 3'. Voor horecagelegenheden die bestaan op het moment van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan is de categorie van toepassing waarmee deze vestigingen zijn weergegeven op de verbeelding.
1.40 kwetsbare objecten (Vuurwerkbesluit) Hieronder worden verstaan:
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
5
1.
woningen, met uitzondering van dienst- en bedrijfswoningen die binnen inrichtingen als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 of 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit zijn gelegen; 2. woonketen of woonwagens als bedoeld in de Woningwet; 3. woonschepen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning bestemd zijn; 4. gebouwen waar dagopvang van minderjarigen plaatsvindt; 5. gebouwen die gebruikt worden door een onderwijsinstelling; 6. ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en zorginstellingen; 7. gebouwen of terreinen die in verband met het verrichten van arbeid worden of plegen te worden gebruikt of die daartoe bestemd zijn; 8. winkels, hotels, restaurants en cafés; 9. gebouwen ten behoeve van het belijden van godsdienst of levensovertuiging; 10. sport-, kampeer- en recreatieterreinen; 11. andere objecten en terreinen die met die onder a tot en met j gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de aard van hun functie of de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven; 12. rijkswegen en spoorwegen.
1.41 kwetsbare functie Een functie of activiteit zoals omschreven in bijlage VI van het besluit Kwaliteit Leefomgeving, Stb. 2018, 292 onder 'kwetsbaar gebouw' en 'kwetsbare locatie'.
1.42 kwetsbaar gebouw Een gebouw met als hoofdfunctie of -activiteit dan wel nevenfunctie of -activiteit een kwetsbare functie.
1.43 kwetsbare locatie Een locatie voor: a. recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen; b. sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot deel van de dag aanwezig is; of c. evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen.
1.44 langzaam verkeer Voetgangers- en (snor/brom)fietsverkeer.
1.45 maatvoeringsvlak Een deel van een bestemmingsvlak dat van een ander maatvoeringsvlak wordt gescheiden door een maatvoeringsvlakgrens. Maatvoeringsvlakken onderscheiden zich door een met de maatvoeringsaanduiding aangegeven afwijking in goot-, bouwhoogte, dakhelling en/of bebouwingspercentage.
1.46 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties t.b.v. gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.
1.47 onbebouwd erf Dat deel van het perceel, dat geen bouwvlak of erf betreft.
1.48 onderbouw Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant is gelegen tussen peil en maximaal 1,20m boven peil.
1.49 ondergeschikte delen van een bouwwerk Bouwdelen die ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa van het desbetreffende bouwwerk, zoals overstekende daken, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, trappen en trappenhuizen, liftkappen en lifthuizen, luchtbehandelings-/ventilatieinstallatie, bordessen, funderingen, goten, hijsinrichtingen, gevelreclames, gevelisolatie (al dan niet met bijbehorende ommanteling), draagconstructies e.d. Hieronder worden in elk geval niet verstaan entrees, erkers en ondergrondse bouwwerken.
1.50 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
6
1.51 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, ondersteund door palen of kolommen, eventueel maximaal aan twee zijden omsloten door wanden, die niet tot de constructie behoren.
1.52 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
1.53 peil (straatpeil) Hieronder wordt verstaan: 1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
1.54 perceel Een aaneengesloten stuk grond met kadastrale aanduiding.
1.55 plangrens Een weergegeven lijn die de grens van het plan aanduidt.
1.56 professioneel vuurwerk Vuurwerk, niet zijnde consumentenvuurwerk.
1.57 uitbouw Een gebouw, dat als vergroting van een bestaande ruimte is/wordt gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.58 veiligheidsafstand Afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds.
1.59 verblijfsvoorzieningen Besloten ruimten, bestemd voor het verblijven van mensen.
1.60 verkeer- en vervoersvoorzieningen t.b.v. wegverke Hieronder wordt verstaan het (openbaar) wegverkeers- en wegvervoersgebied waarbij de nadruk ligt op de gebiedsontsluitingsfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier hoofdverzamelwegen, verzamelwegen en wijkstraten.
1.61 voorgevelrooilijn De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het bouwvlak begrenst en aansluit aan het onbebouwd erf c.q. openbaar gebied.
1.62 vuurwerkbesluit Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2002.
1.63 water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn t.b.v. een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten e.d.
1.64 weg
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
7
Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
1.65 winkelvloeroppervlakte (wvo) Het oppervlak van een (winkel)unit dat voor het publiek vrij toegankelijk is, dan wel zichtbaar is, inclusief de ruimten die direct met de verkoop of het uitvoeren van diensten samenhangen.
1.66 wonen Hieronder wordt verstaan: 1. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; 2. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); 3. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw.
1.67 woning Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.
1.68 zeer kwetsbare functie Een functie of activiteit zijnde: a. een woonfunctie voor 24-uurzorg; b. een bijeenkomstfunctie: 1. voor kinderopvang; of 2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, Stb. 2018, 291; d. een gezondheidsfunctie met een bedgebied; of e. een onderwijsfunctie: 1. voor basisonderwijs; of 2. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.
1.69 zeer kwetsbaar gebouw Een hoofdgebouw met als hoofdfunctie of -activiteit dan wel nevenfunctie of -activiteit een zeer kwetsbare functie.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
8
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.6 Afstand tot zijdelingse perceelgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
9
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
10
Artikel 3 Detailhandel 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Functies De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, voor zover het voorzieningen en de categorie betreft die zijn genoemd in bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging, met dien verstande dat het aantal vierkante meters wvo niet meer mag bedragen dan 1.310 m²; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. bouwwerken van algemeen nut. 3.1.2 Aanduidingen Ter plaatse van de aanduiding: a. erf; b. parkeerterrein; zijn de voor 'Detailhandel' aangewezen gronden mede bestemd voor de daarbij weergegeven functie(s). 3.1.3 Bijbehorende voorzieningen De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. kantines en restauratieve voorzieningen; b. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; c. groen- en speelvoorzieningen; d. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; e. tuinen en erven; f. objecten voor beeldende kunst; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; voor zover deze behoren bij, en ondergeschikt zijn aan één van de onder 3.1.1 en 3.1.2 genoemde functies.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. b. Naast de in deze bestemming opgenomen bouwregels gelden tevens de algemene regels, zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 van deze planregels. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. De gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden. c. De bouwhoogte en het bebouwingspercentage mogen niet meer bedragen dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)'. 3.2.3 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. Bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht, met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn. b. De maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m. c. De maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m².
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 1m mag bedragen;
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
11
b. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 5 m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3 m mag bedragen; II. de bouwhoogte van 5 m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens; III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens maximaal 45o mag bbedragen. IV. de hoogte van vlaggenmasten maximaal 10 m mag bedragen. Het bepaalde onder I, II en III geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde die zijn aangebouwd aan het hoofdgebouw en gesitueerd zijn binnen 4 m van het hoofdgebouw; 2. in het onbebouwd erf maximaal 1 m bedragen.
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: b. een samenhangende straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid; f. de milieusituatie; g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; h. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het bouwvlak Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 met betrekking tot het bebouwingspercentage, zulks tot een maximum van 100%; b. het bepaalde in 3.2.2 met betrekking tot de maximale goot- en bouwhoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 10 m; c. het bepaalde in 3.2.4 voor de hoogte van erfafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3 m; d. het bepaalde in 3.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 10 m. e. Daarnaast zijn de in 3.4.2 genoemde mogelijkheden voor binnenplans afwijken van overeenkomstige toepassing binnen het bouwvlak. 3.4.2 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwen in het (onbebouwd) erf Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 3.4.3, omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 voor het bouwen van entrees, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, zulks tot een hoogte van maximaal 4,5 m, tot een oppervlakte van maximaal 20 m² per eenheid en met dien verstande dat niet meer dan 40% van het onbebouwd erf op deze wijze mag worden bebouwd; b. het bepaalde in 3.2.4 voor de hoogte van erfafscheidingen, zulks tot een hoogte van maximaal 3 m; c.
het bepaalde in 3.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 10 m. 3.4.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de bedrijfspresentatie, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is; b. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; d. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; f. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; h. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
12
3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijvigheid; c. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; d. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; e. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; f. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. 3.5.2 Voorwaardelijke verplichting externe veiligheid a. Het ingebruik nemen van (beperkt) kwetsbare objecten is pas toegestaan nadat de vereiste externe veiligheidsmaatregelen zijn gerealiseerd en in overeenstemming zijn met de bij deze regels behorende bijlage 4 'Verantwoording groepsrisico Lidl Bosscheweg 296 d.d. 13-07-2020'; b. de externe veiligheidsmaatregele als bedoeld onder a. dienen zo spoedig mogelijk tijdens dan wel na de bouw, doch uiterlijk voor de ingebruikname als bedoeld onder a, volledig te worden gerealiseerd en blijvend onderhouden en in stand gehouden te worden.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
13
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
14
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
15
Artikel 5 Algemene bouwregels 5.1 Ondergrondse bouwwerken 5.1.1 Situering Tenzij dit elders in de regels is uitgesloten of beperkt, is ondergronds bouwen binnen een bestemmingsvlak toegestaan met dien verstande dat: a. 100% van het bouwvlak mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; b. maximaal 40% van het erf mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; c. het onbebouwd erf niet mag worden aangewend voor ondergrondse bouwwerken; d. ondergrondse bouwwerken dienen te worden gebouwd onder het maaiveld en aan de straatzijde onder het straatpeil. 5.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 5.1.1 ten behoeve van: a. het voor 100% ondergronds bebouwen van het erf; b. ondergronds bouwen in het onbebouwd erf; c. ondergronds bouwen boven het straatpeil. 5.1.3 Voorwaarden Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan worden verleend mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat en de milieukwaliteit; b. de verkeers-, brand-, sociale en externe veiligheid; c. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de waterhuishouding, de natuurwaarden en de archeologische waarden.
5.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de maximale bouwdiepte voor ondergrondse bouwwerken.
5.2 Onbebouwd terrein bij gebouwen 5.2.1 Onbebouwd terrein bij overige gebouwen Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning anders dan als bedrijfswoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend onbebouwd gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 m achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en wel over de volle breedte daarvan. 5.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 5.2.1, voor wat de aanwezigheid van het onbebouwd terrein betreft, indien andere functies dan wonen in het bestemmingsvlak zijn toegestaan en de eerste bouwlaag niet voor bewoning gebruikt wordt; b. het bepaalde in 5.2.1, indien een gunstige andere indeling van het bouwperceel aanwezig is en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; c. het bepaalde in 5.2.2 indien dit geen beletsel vormt voor de bestemming van het gebouw en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.
5.3 Ruimte tussen bouwwerken 5.3.1 Begrenzing perceelsgrenzen Wanneer de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk niet in de zijdelingse grens van het bouwperceel wordt gebouwd, moet het bouwwerk zodanig zijn gelegen dat de ruimte tussen dit bouwwerk en de zijdelingse grens van het bouwperceel over de breedte van 1 m met een minimale hoogte van 2,2 m vrij toegankelijk is. Bebouwing van ondergeschikte aard wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 5.3.2 Afwijken van de bouwregels
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
16
Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 5.3.1, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
5.4 Bouwen in nabijheid van beschermwaardige bomen 5.4.1 Bebouwingsafstand De afstand van enig bouwwerk tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart weergegeven boom bedraagt ten minste 15m. 5.4.2 Toegestane bebouwing Het bepaalde in 5.4.1 is niet van toepassing indien: a. binnen de genoemde afstand van 15m reeds bebouwing voorkomt en na sloop van deze bestaande bebouwing nieuwe bebouwing wordt opgericht met een zelfde afstand tot de boom en een zelfde goot- en bouwhoogte, mits daarbij zodanige maatregelen te worden getroffen, dat de betrokken houtopstand / boom niet wordt geschaad; b. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; c. de boom om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, dan wel door een calamiteit teniet is gegaan. 5.4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 5.4.1, indien zodanige maatregelen worden getroffen dat het voortbestaan van de betrokken houtopstand / boom wordt gewaarborgd. Als voorwaarde voor deze omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag een bomeneffectanalyse (BEA) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau eisen. Deze analyse wordt in elk geval vereist indien: a. er sprake is van een 'monumentale boom'; b.
er gegronde vermoedens bestaan dat het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het voortbestaan van de betreffende boom of houtopstand / boom in gevaar kunnen brengen.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
17
Artikel 6 Algemene gebruiksregels 6.1 Gebruik overeenkomstig de bestemming Al dan niet in afwijking van het bepaalde in de bestemmingsregels van Hoofdstuk 2 wordt ter plaatse van een functie-aanduiding het gebruik van gronden en opstallen in overeenstemming met die functie-aanduiding aangemerkt als gebruik overeenkomstig de bestemming.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
18
Artikel 7 Algemene aanduidingsregels 7.1 Luchtvaartverkeerzone Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' ten behoeve van een obstakelvrij start-en landingsvlak met zijkanten ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien deze een bouwhoogte kennen, die de waarde (uitgedrukt in meters boven NAP), die is aangegeven in Bijlage 2 Luchtvaartverkeerszone funnel, overschrijdt.
7.2 veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen (beperkt) kwetsbare en bijzonder kwetsbare objecten worden opgericht; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan en waarbij middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; c. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in sub a. waarbij een wijziging of oprichting leidt tot een toename van het groepsrisico binnen de 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' indien: 1. er geen sprake is van bijzonder kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform het Bevt is ingevuld.
7.3 veiligheidszone - plasbrandaandachtsgebied In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone plasbrandaandachtsgebied' de volgende regels: a. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - plasbrandaandachtsgebied' zijn geen nieuwe kwetsbare objecten en bijzonder kwetsbare objecten toegestaan; b. binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - plasbrandaandachtsgebied' is uitsluitend een beperkt kwetsbaar object mogelijk indien dit is onderbouwd; c. daarnaast gelden ook de voorwaarden uit de regeling 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen'.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
19
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van maten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de in het plan genoemde maten en afmetingen met ten hoogste 10%. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt; 2. de mogelijkheid voor binnenplans afwijken mag niet tot gevolg hebben dat een nieuwe bouwlaag ontstaat.
8.2 Binnenplans afwijken t.b.v. geringe afwijkingen van grenzen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de planregels ten behoeve van het in geringe mate afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens van een bouwvlak, bestemmingsvlak, functie-aanduidingsvlak of maatvoeringsvlak, indien bij het definitief ontwerp, bij definitieve uitmeting o.d. blijkt dat enige geringe afwijking in het belang van een bebouwing of inrichting is. Deze omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. de met behulp van die toepassing toegestane bebouwing geacht kan worden in overeenstemming te zijn met de voor desbetreffende bestemming nagestreefde doeleinden; b. gelet op de omringende bebouwing geen overwegende stedenbouwkundige bezwaren bestaan; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
8.3 Binnenplans afwijken t.b.v. overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van utiliteitsvoorzieningen; b. vrijstaande schoorstenen, torens en soortgelijke bouwwerken; onder voorwaarde dat de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan 30 m.
8.4 Binnenplans afwijken t.b.v. parkeer- en stallingsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen met bijbehorende bovengrondse bouwwerken zoals in- en uitritten, in- en uitgangen, trappenhuizen, liften, hellingbanen, bewakings- /portiersloges e.d., onder de volgende voorwaarden: a. de maximale oppervlakte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 30 m2 bedragen; b. de maximale hoogte van de bijbehorende bovengrondse bouwwerken mag 4,5 m bedragen.
8.5 Binnenplans afwijken t.b.v. vuurwerk Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten aanzien van de toelaatbaarheid van activiteiten ten behoeve van: a. nieuwbouw van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats c.a. en de daaraan verbonden opslag en verkoop van consumentenvuurwerk; b. de verbouwing, uitbreiding en/of verplaatsing van een bestaande bewaarplaats of een bufferbewaarplaats c.a. ten behoeve van opslag voor de verkoop van consumentenvuurwerk daar waar de aanduiding 'verkoop en opslag vuurwerk toegestaan' voorkomt. Het bevoegd gezag stelt voorwaarden aan de omgevingsvergunning ter voorkoming van onaanvaardbare overlast en onveiligheid voor de (woon)omgeving onder meer voor wat betreft parkeren, verkeersaantrekkende werking, geluidhinder e.d. en veiligheidsafstanden zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit. Bij nieuwvestiging van verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk wordt daarnaast te allen tijde aan de omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat de veiligheidscontour zoals is opgenomen in het Vuurwerkbesluit (besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002)) op het eigen
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
20
perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over groenvoorzieningen in openbaar gebied waarbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten.
8.6 Binnenplans afwijken t.b.v. dienstverlening i.p.v. detailhandel Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van de vestiging van dienstverlening op gronden met de aanduiding 'detailhandel', indien de detailhandelsfunctie ter plaatse als gevolg autonome processen in de distributiestructuur is beëindigd.
8.7 Binnenplans afwijken t.b.v. evenementen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het plan ten behoeve van incidenteel en kortstondig afwijkend gebruik van particuliere percelen / bebouwing voor het plaatsen van tijdelijke onderkomens zoals (feest)tenten, kiosken e.d. ten behoeve van festiviteiten met een openbaar karakter (muziekfestival, zeskamp, sportwedstrijd, show/voorstelling, tentoonstelling, beurs, markt e.d.) voor de duur van een aantal (aaneengesloten) dagen (over het algemeen 3 á 4), met dien verstande dat aan deze omgevingsvergunning voorwaarden kunnen worden verbonden ter beperking van onaanvaardbare overlast van de (woon)omgeving, onder meer voor wat betreft parkeren, geluidhinder, situering van tijdelijke onderkomens e.d.
8.8 Binnenplans afwijken t.b.v. bouwwerken van algemeen nut Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van de bouwregels, opgenomen in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken van algemeen nut, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen en; b. de oppervlakte niet meer dan 50 m² mag bedragen.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
21
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Wijzigingsbevoegdheid verwijderen aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat een weergegeven aanduiding wordt verwijderd indien de binnen deze aanduiding toegelaten functie is beeindigd en wordt omgezet in een binnen het ter plaatse geldende bestemmingsvlak toegelaten functie.
9.2 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsvlak grenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd: a. de in het plan begrepen bestemmingen die grenzen aan gronden met de bestemming 'Verkeer' (V), dan wel 'Verkeer-Verblijf' (V-VB) te wijzigen voor de indeling van gronden zoals ten behoeve van een herinrichting, een asverschuiving, herinrichting kruispunten, aanleg (mini)rotondes e.d., met dien verstande dat: 1. de bestemmingen mogen worden gewijzigd voor een verschuiving van de bestemmingsgrenzen van maximaal 25 m; 2. de verwerkelijking van de in het plan begrepen bestemmingen gewaarborgd dient te blijven, dat wil zeggen dat de bestemmingen door de wijzigingnen niet onevenredig mogen worden aangetast; b. bestemmingsgrenzen te wijzigen indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijk ordening van het plan niet schaadt en zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
9.3 Wijzigingsbevoegdheid bouwwerken van algemeen nut Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen, dat bouwwerken van algemeen nut met een groter oppervlak dan 50 m2 kunnen worden gebouwd, zulks tot een maximale oppervlakte van 150 m2.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
22
Artikel 10 Overige regels 10.1 Algemene regels inzake omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.1.1 Werken en werkzaamheden nabij beschermwaardige bomen Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren binnen een afstand van 15m tot het hart van een op de bij dit plan gevoegde Boomwaardekaart weergegeven boom: a. het ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen, verdichten, verplaatsen, afgraven of egaliseren van grond, inclusief het graven van sleuven en het leggen van (ondergrondse) leidingen; b. het wijzigen van het grondwaterpeil; c. het verrichten van werken of werkzaamheden die beschadigingen van wortels, stam of kroon van de betrokken boom tot gevolg kunnen hebben. 10.1.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 10.1.1 is niet van toepassing indien: a. een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van de boom; b. de houtopstand om andere, van overmacht getuigende redenen reeds eerder is geveld, danwel door een calamiteit teniet is gegaan; c. het gaat om werken en werkzaamheden die het normale onderhoud of beheer betreffen; d. het gaat om werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis.
10.1.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in 10.1.1 zijn slechts toelaatbaar indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden of door de gevolgen daarvan geen onherstelbare schade aan de betrokken boom toegebracht wordt. Het bevoegd gezag is bevoegd om: a. voorwaarden te verbinden aan de in 10.1.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, ter vermindering of ter voorkoming van schade die de in 10.1.1 genoemde werken of werkzaamheden of de gevolgen daarvan aan de betrokken boom zouden kunnen toebrengen. Onder schade wordt tevens begrepen een vermindering of verslechtering van groeimogelijkheden; b. ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor de onder 10.1.1 genoemde werken/werkzaamheden een BEA- onderzoek (bomeneffectanalyse) van een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau te eisen.
10.2 Parkeerregeling 10.2.1 Parkeren a. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 14 november 2017 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'; b. Het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode; c. De onder a. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
10.2.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen, zoals neergelegd in de CROW Kennisbank in ASVV 2012.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
23
10.2.3 Afwijken van de regels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van artikel 10.2.1 en 10.2.2 indien: a. op andere wijze in de parkeerbehoefte en/of de nodige laad- of losruimte wordt voorzien en b. wordt voldaan aan de voorwaarden en vrijstellingsregels zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
24
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
25
Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; d. het bevoegd gezag kan eenmalig omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%; e. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
26
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Theresia Loven Besterd, 2e herziening
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
27
Theresia Loven Besterd 2016, 2e herziening (Bosscheweg 296)
28
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging
Bijlage 2 Luchtvaartverkeerszone funnel Luchtvaartverkeerszone - funnel
Bijlage 3 Boomwaardekaart Boomwaardezoneringskaart
Bijlage 4 Verantwoording groepsrisico Verantwoording groepsrisico
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging Toelichting op lijst In de lijst voor functiemenging is gekozen voor een andere categorieaanduiding dan bij een gewone lijst. Ze bestaat uit de categorieën A, B . De betekenis voor de toelaatbaarheid is als volgt: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijf zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. 2. 3.
het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig;
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
nummer
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
SBI-CODE 2008
13 139 139, 143 14 14 141 16 16 162 162902 58 58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 20 25 251, 331 255, 331 2562, 3311 259, 331 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 31 31 9524 321
-
-
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
B B
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer
B
- HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d.
B B
A B A B B B A
B B B B
B
B
A B
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
nummer
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
SBI-CODE 2008
322 32991 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 45, 47 451, 452, 454 45204 45205 453 46 46 461 46499 4673 4673 5153.4 46735 4674 4674 47
Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening
- PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID 2 3 Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven B Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) 0 Grth in vuurwerk en munitie: 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 2 - indien b.o. =< 2000 m2 4 zand en grind: 6 - indien b.o. =< 200 m² 0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 2 - indien b.o. =<2.000 m² -
B B
B A B B
B
B
B A B B
A
B B B
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
nummer
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
SBI-CODE 2008
47 952 55 55 5629 562 49 49 493 495 50, 51 50, 51 50, 51 52 52 5222 791 5229 53 53 61 61 61 64, 65, 66 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 41, 68 71 77 7711 62 62 62
-
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
A
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines Cateringbedrijven
A B
VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
B B
- VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed - VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
A
A A A
A B
B
A
B
A
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
nummer
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
SBI-CODE 2008
58, 63 72 72 722 74
B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek -
63, 69t/m71, 73, 74, 77, 78, 80t/m82
-
63, 69t/m71, 73, 74, 77, 78, 80t/m82 82992 84 84 84 85 85 852, 8531 8532, 854, 855 86 86 8621, 8622, 8623 8691, 8692 871 8891 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 94 94 941, 942 9491 94991 59 59
A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Veilingen voor huisraad, kunst e.d. - OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus 1 Verpleeghuizen 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING B rioolgemalen - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Kerkgebouwen e.d. A Buurt- en clubhuizen - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE
B
A
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A A
A
B B
A A B B
B
A B B
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
nummer
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
SBI-CODE 2008
8552 85521 9101, 9102 931 931 931 931 931 92009 96 96 96013 96013 9602 9603 9313, 9604 9609
A B 0 2 F
Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. Sporthallen Bowlingcentra Schietinrichtingen: - binnenbanen: boogbanen Sportscholen, gymnastiekzalen Amusementshallen
- OVERIGE DIENSTVERLENING A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
B B A B B A B B
B A A A B A
Bijlage 2 Luchtvaartverkeerszone funnel Luchtvaartverkeerszone - funnel
160
160 160 160
Maten staan weergegeven in meter boven N.A.P.
THERESIA-LOVEN-BESTERD 2016 BIJLAGE: LUCHTVAARTVERKEERZONE - FUNNEL afdeling Ruimte
bestandsnaam: NL.IMRO.0855.BSP2014006-b001.dgn
Postadres
projectwise-nr: 593406
Postbus 90155
datum:
6 juni 2016
schaal:
1:2000
bsp-code:
2014-006
tek. nr:
1 van 1
formaat:
A0
tel. nr:
14013
model:
Bijlagekaart
getekend:
GD
5000 LH Tilburg
Bijlage 3 Boomwaardekaart Boomwaardezoneringskaart
3
5
9498 9469 5 16
8969
33 90 7 24
1a 25 125
26.4
9499 29 0/ 25 09 0/ 25
9032 20 0/ 25 01 0/ 25
7
9490
3 25
4 26
9491 3a 25
08 0/ 25 05 0/ 25
2a 27
9 4a 27
8542 91 91
6 27
9492 23 81
80 87
t aa r t es d n i ul ns I
8124
04 0/ 25 03 0/ 25
8 27
70 84
6 28
71 84
6
8781
9306 9293 4 28
9307
57 44
02 44
9485
59 44
58 44
8
5a 25 525
71 88 6 29
93 68 8A 29 9222
92 68
9487 9488
8873
7 25
9486
9 25 1 26 3 26
22 86
72 88
69 83
5 26
9190
8c 32 431
g we he ssc o B
0 7 83 0 33
57 61
2 33 4 33
91 80
9189
9188
86 91
k j di or Spo
9130
87 91
89 80
9185
83 91
84 91
80 91
2 4
4 4
9182
6 4
8 4 0 5
2 5
7 770
1
6 5
8 5 0 6
4
4 7 2 7
k j di r Spoo
6
3 1 7 7 4 1 7 7 5 1 7 7
5 8
51 70
6 1 7 7
7 0 1
1 838
7 1 7 7
52 70
6
1 1
2 838
2 1
8
33 81
4 801
3 1
4 1
0 1
9193 a 0 8 b 6 7
9192
34 81
0 1
2 1
4 1
6 1
69 79
033 6
8 1
0 2
21 77 9
1 1 80
8 1
26 81 27 81
3 1
7424
3 30 6
OOL SCH
032 6 6 1
48 80
4 1
a 8 b7 8 c7 8 7
48 66
302 6
0 8
9194
6 1
3 801
8131
07 63
2 1
5 1
50 80 49 80
0 03 6 1 03 6
8874 8 7
9322
2
6654
6
4
8 02 6 9 02 6
8
6 883
8875
2 1 7 7
3
0 838
6023
OOL SCH
026 6 7 02 6
9 31 8
4
0 05 7
25 0 6 2
5 883
3 883
2 883
8 6
8 883
6 6
2
4 883
9 629
5304
9129
7 883
4 6
68 62
2 6
0 771 7709
4 5
7583
8 770
k j di r Spoo
pad mhoef Ar
1 771
79 91
9181
09 80
07 80
87 80 6 8 80
55 80
8 34
88 80
6 34
90 80
0 34 2 34 4 34
92 80
8 33
93 80
6 33
Beschermwaardige boom
Monumentale boom
Boomwaardekaart Theresia Loven Besterd 2016 2e herziening (Bosscheweg 296)
afdeling Ruimte
bijlage bij:
schaal:
1:1000
formaat:
A3
model:
Boomwaarde
Boomwaardekaart
Tel. nr: 14013
bestandsnaam: NL.IMRO.0855.BSP2018020-a001.dgn
Postbus 90155
datum:
5000 LH Tilburg
15 juli 2020
paraaf gemeente:
paraaf initiatiefnemer:
Bijlage 4 Verantwoording groepsrisico Verantwoording groepsrisico