CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Raadsvoorstel Programmabegroting 2023

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Programmabegroting 20233.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

Raadsvoorstel Programmabegroting 2023 Aanleiding De Gemeentewet schrijft voor dat gemeenten een begroting, meerjarenraming, jaarrekening en jaarverslag maken en geeft enkele vereisten waaraan de genoemde documenten dienen te voldoen. Artikel 186 van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, het jaarverslag en de jaarrekening van gemeenten voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels. De programmabegroting moet voor 15 november van het voorafgaande jaar aan de toezichthouder worden gezonden. De Programmabegroting 2023 is de eerste begroting die het college in de nieuwe bestuursperiode 2022-2026 aan de raad voorlegt. De basis voor deze begroting is het op 2 juni vastgestelde Akkoord “Meer voor elkaar” (hierna: akkoord). Dit akkoord bevat de afspraken over de inhoudelijke koers, plannen en aanpak voor de komende bestuursperiode. In de Programmabegroting 2023 is het akkoord verder uitgewerkt in concrete activiteiten voor het begrotingsjaar 2023 en zijn deze activiteiten financieel vertaald. Samen met de Programmabegroting 2023 biedt het college een uitvoeringsbrief aan de raad aan. Deze uitvoeringsbrief is geen onderdeel van voorliggende begroting.

Beoogd effect/ bestuurlijk kader Met deze programmabegroting brengen wij de raad in positie om het debat te voeren over de voorgenomen acties en de daarvoor benodigde inzet van middelen. Dit doen wij zodat de raad zijn kaderstellende rol kan invullen, waaronder ook het budgetrecht.

Voorstel 1.

De Programmabegroting 2023 (incl. bijlagen) vaststellen en daarbij: a. De budgetten per veld vast te stellen conform het overzicht in begrotingsbijlage 3a Budgetoverzicht per veld; b. In te stemmen met de voorgestelde begrotingsvoorstellen conform begrotingsbijlage 2a (Herijkingen), 2b (Nieuw beleid fondsvorming), 2c (Nieuw beleid exploitatie) en 2d (Ruimtescheppende maatregelen).

2a. De volgende reserves vormen en voeden: a. Reserve Fonds Talentontwikkeling en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 5 miljoen in te storten. b. Reserve Fonds Preventie, Gezondheid en Kansengelijkheid en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 5 miljoen in te storten. c. Reserve Topsportfonds en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 1,5 miljoen in te storten. d. Reserve Transitiefonds wijkgericht werken en inwonersparticipatie en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 5 miljoen in te storten. e. Reserve Versterking levendige democratie en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 4 miljoen in te storten. f. Reserve Digitalisering en Klantgedreven dienstverlening en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 8,8 miljoen in te storten. g. Reserve Fonds stedelijke ontwikkeling en de jaarlijkse bijdragen vanuit de reserve Beleggingsfonds 2000 voor een bedrag van € 30 miljoen in 2023 ineens in deze reserve te storten en in 2023 vanuit het begrotingssaldo aanvullend een bedrag van € 12,3 miljoen te storten. In 2024 en 2025 vanuit het geraamde begrotingssaldo respectievelijk € 10 en € 20 miljoen extra toe te voegen. Portefeuillehouder: Wethouder Van Asten Behandelend ambtenaar: Planning & Control, M. Muller

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

2b. Instemmen met de instellingscriteria voor deze reserves conform bijlage 6. 2c. Voor de volgende onderwerpen een reservering te doen in de Reserve incidentele opgaven: • € 1 miljoen voor investeringen in het makersklimaat/handgeld ateliers en € 2 miljoen voor een impuls voor evenementen. 3.

De volgende reserves opheffen en het saldo van deze reserves in 2023 ten gunste van het geraamde begrotingssaldo brengen: a. Reserve Duurzaamheidsfonds gemeentelijke gebouwen opheffen (€ 2,2 miljoen) en hiervan € 1,5 miljoen te storten in de Reserve Incidentele Opgaven. b. Reserve gebiedsgericht Grondwaterbeheer (€ 2,0 miljoen). c. Reserve Detailhandelsfonds (restant saldo 31/12/2022). d. Reserve Fastlane Duurzaamheidsmaatregelen gebouwenexploitatie (geen saldo) e. Reserve Risico gebouwenexploitatie (€ 0,8 miljoen) f. Reserve Startersleningen (€ 0,7 miljoen) g. Reserve Aanloopverliezen/Onrendabele top nieuwe parkeergarages (€ 10,2 miljoen)

4.

De volgende reserves opheffen en het saldo van deze reserves in 2023 herbestemmen: a. Reserve Volkshuisvesting opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Herstructurering uit erfpacht. b. Reserve Bomen opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Natuurontwikkeling. c. Reserve Gaswinstuitkering opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Financieringsreserve verkoop Essent en Gaswinstuitkering. d. Reserve Beleggingsreserve Bouwfonds opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Beleggingsfonds 2000. e. Reserve Meerjarenprogramma openbare ruimte opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Overhevelingsreserve.

5a. De volgende reserves omvormen: a. Reserve Corona omvormen tot de reserve Crisisherstelfonds. b. De bestaande reserves, die betrekking hebben op de stedelijke ontwikkeling (Algemene reserve grondexploitatie, reserve herstructurering erfpacht en de reserve bovenwijkse voorzieningen) onder te brengen in één reserve, de reserve Fonds Stedelijke ontwikkeling. c. De reserve Gaswinstuitkering en verkoop Essent omvormen tot de reserve Financieringsreserve verkoop Essent en Gaswinstuitkering. 5b. Instemmen met de criteria voor deze nieuwe reserves conform bijlage 6. 6a. De volgende reserves voeden: a. Reserve Investeringsfonds Sociaal Domein in 2023 vanuit het geraamde begrotingssaldo met € 7,3 miljoen aanvullen tot een totaalbedrag van € 10 miljoen. In 2024 vanuit het geraamde begrotingssaldo € 5 miljoen extra toevoegen. b. Reserve Natuurontwikkeling vanuit het geraamde begrotingssaldo 2024 en 2025 met respectievelijk € 2 miljoen en € 3 miljoen aanvullen. c. Reserve Investeringsfonds Klimaat in 2023 vanuit het geraamde begrotingssaldo met € 2 miljoen aanvullen. In 2024 en 2025 vanuit het geraamde begrotingssaldo respectievelijk € 6 en € 15 miljoen extra toevoegen. d. Reserve Lokaal herstructureringsfonds vanuit het geraamde begrotingssaldo met € 5 miljoen aanvullen. 6b. Instemmen met de aangepaste criteria voor de reserve Investeringsfonds Sociaal Domein conform bijlage 6. 7.

Het positieve begrotingssaldo 2023 van € 1.094.000,- toevoegen aan de algemene reserve.

8.

Voor de volgende projecten een reservering doen in de betreffende reserves:

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

a. b. c.

9

Stedelijke mobiliteitsvraagstukken Reserve fonds Stedelijke ontwikkeling: € 11,4 mln. Kenniskwartier Reserve fonds Stedelijke ontwikkeling: € 4,9 mln. Binnenstad Reserve fonds Stedelijke ontwikkeling: € 3,4 mln.

De (Investerings)kredieten voor de jaren 2023 t/m 2026 beschikbaar stellen conform bijlage 6 “Overzicht investeringen”.

10. Overeenkomstig bijlage 2 “Nota Kader Grondprijzen 2023” de grondprijzen voor het jaar 2023 vaststellen. 11. De huidige programma-indeling bij de besluitvorming over de Programmabegroting 2024 heroverwegen. 12. Het subsidieprogramma 2023 vaststellen.

Argumenten 1. De raad is het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen. De Gemeentewet (artikel 186) schrijft voor dat gemeenten een begroting en meerjarenraming maken. De begroting moet voor 15 november van het voorafgaande jaar aan de toezichthouder worden gezonden. De begroting wordt vastgesteld inclusief de bijlagen. Het budgetrecht van de raad is met ingang van het jaar 2020 gekoppeld aan de veldindeling. Per veld dienen dan ook lasten, baten en saldo vastgesteld te worden. 2-7. De raad is het bevoegde orgaan om mutaties in de reserves vast te stellen In het akkoord zijn incidentele impulsen opgenomen, gericht op versnelling en versterking van de koers. Wij stellen voor de middelen voor een deel van deze impulsen te storten in reserves en hier een aantal nieuwe reserves voor te vormen of bestaande reserves om te vormen. Hoewel het streven is om het aantal reserves te beperken en overzichtelijk te houden, vinden wij een reserve het beste middel om de inhoudelijke doelstellingen uit het Akkoord in samenwerking met de stad verder op te pakken. Daarnaast geven reserves de beste invulling aan een fondswerking zoals opgenomen in het Akkoord, bieden ze de gewenste flexibiliteit in de verdere uitwerking en dragen ze bij aan het voorkomen van onderuitputting. De criteria voor de nieuwe/omgevormde reserves zijn opgenomen in bijlage 6.

Ook voor de bestaande reserve Investeringsfonds Sociaal Domein zijn de criteria aangescherpt. De criteria zijn opgesteld vanuit de gedachte dat het mandaat voor mutaties in reserves primair bij de raad ligt, tenzij er goede redenen zijn om het mandaat bij het college onder te brengen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de besteding van reserves sterk afhankelijk is van initiatieven uit de stad met de mogelijkheid om hier krachtig op in te kunnen springen, of als snelheid van besluitvorming gewenst is. De voorgestelde criteria zijn daarmee een balans tussen het budgetrecht van de raad enerzijds en de mogelijkheid voor het college om snel en participatief te kunnen handelen anderzijds. Waar sprake is van gedeeltelijke mandatering aan het college past ook een goede verantwoording achteraf. Wij stellen daarom voor om voor reserves die zijn gekoppeld aan de grote maatschappelijke opgaven (Stedelijke ontwikkeling, Klimaat en Sociaal Domein) via een aparte bijlage in de Planning & Control documenten een intensievere verantwoording van de bestedingen te doen. Doorlichting reserves Op verzoek van de raad is bij de Programmabegroting 2022 een analyse uitgevoerd op verschillen tussen begroting en de realisatie in voorliggende jaren.

Eén van de aanbevelingen uit deze analyse (raadsnotitie ‘Analyse verschillen begroting – realisatie gemeente Tilburg’) was het uitvoeren van een integrale screening op de gemeentelijke reserves en daarbij de hoeveelheid reserves, de aard en de doelstellingen betrekken. Dit om te komen tot het meer realistisch ramen van projecten en investeringen en meer inzicht te krijgen in de beschikbare vrije ruimte in de reserves. De betreffende raadsnotitie was onderdeel van de Informatieset Programmabegroting 2022.

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

Afgelopen periode is de doorlichting van de reserves uitgevoerd. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Reserves zijn ondersteunend aan opgaven en het maken van integrale keuzes binnen deze opgaven. We zijn terughoudend met het vormen van nieuwe reserves. Structurele budgetten lopen in beginsel niet via reserves. Voor reserves met eenmalige voeding hanteren we in beginsel een beperkte looptijd. Aparte risicoreserves vormen we alleen voor specifieke en omvangrijke onderwerpen. Regionale middelen worden in een reserve ondergebracht. Uit de doorlichting komen voorstellen voor het samenvoegen, opheffen en wijzigen van reserves. Dit resulteert in een bedrag van € 45,7 miljoen aan vrije ruimte en een vermindering van het aantal reserves van 47 naar 30 (exclusief nieuw te vormen reserves vanuit het akkoord). De belangrijkste voorgestelde mutaties zijn als volgt: Met het instrument T-mip willen we de raad in staat stellen richting te geven aan de stedelijke ontwikkeling via gebiedsgerichte integrale aanpak en uitvoering. Dit vraagt ook om een integrale dekking. In dit kader worden de bestaande reserves, die betrekking hebben op de stedelijke ontwikkeling (Algemene reserve grondbedrijf, reserve herstructurering en reserve bovenwijkse voorzieningen) ondergebracht in één reserve, het Fonds Stedelijke ontwikkeling.

Dit heeft als bijkomend voordeel dat de verrekening tussen deze reserves kan vervallen. Het jaarlijks toevoegen van middelen vanuit de reserve Beleggingsfonds 2000 heeft geen nut meer, omdat geen rente meer aan de reserves wordt toegerekend. Dat betekent dat een bedrag van € 31,3 miljoen ineens kan vrijvallen. Reserve Aanloopverliezen/Onrendabele top nieuwe parkeergarages (€ 10,2 miljoen). De verliezen bij parkeergarage Stappegoor willen we vanaf 2023 dekken uit de parkeerexploitatie en verrekenen met de reserve Betaald Parkeren. De reserve Aanloopverliezen onrendabele top parkeergarages kan daardoor worden opgeheven. Reserve Gebiedsgericht Grondwaterbeheer: Deze in 2013 gevormde reserve is bedoeld om risico’s ten aanzien van grondwaterverontreiniging af te dekken. De kans dat acties nodig zijn is naar verwachting uiterst gering. Hierdoor is geen aparte risicoreserve nodig. Dit geeft € 2,0 miljoen vrijval. Reserve Duurzaamheidsfonds gemeentelijke gebouwen: Uit deze reserve worden duurzaamheidsmaatregelen voor gemeentelijke gebouwen en installaties bekostigd. Dit zijn structurele lasten die structureel in de exploitatie landen. De reserve is daardoor overbodig. In de reserve is een claim opgenomen van € 1,5 miljoen voor het Natuurmuseum. Dit bedrag wordt overgeheveld naar de Reserve Incidentele opgaven. Per saldo valt € 0,7 miljoen vrij.

In bijlage 5 vindt u een was-wordt lijst voor de reserves. Hierin vindt u een overzicht van de huidige reserves, de mutaties in de reserves en een overzicht van de reserves na mutaties. In bijlage 4 “Bestedingsplannen reserves en voorzieningen” vindt u het financiële verloop van deze reserves. Daarbij geldt dat het saldo van reserves die in 2023 worden opgeheven pas in 2023 vrijvalt of wordt overgeheveld. Deze reserves zijn om die reden nog onderdeel van de bestedingsplannen. 8. Reserveringen projecten Stedelijke Ontwikkeling Voor een aantal ontwikkelingen wordt voorgesteld middelen te reserveren. Voor deze ontwikkelingen is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd en zijn de kosten in grote lijnen in beeld. Voor deze ontwikkelingen is een voorstel opgenomen om een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. Zodra de voorbereiding is afgerond, wordt een uitvoeringskrediet voorgelegd aan de raad en wordt ook de dekking definitief vastgesteld. Voor gemeentelijke grondexploitaties loopt dit - na het openen van de grondexploitatie - mee in de jaarlijkse bijstelling van deze grondexploitatie in de programmabegroting en jaarrekening. In deze programmabegroting zijn de toegewezen dekkingsmiddelen als reservering te beschouwen. 9. De raad is het bevoegde orgaan om investeringskredieten beschikbaar te stellen.

In bijlage 6 “Overzicht Investeringen” van de Programmabegroting 2023 is een specificatie opgenomen van de reguliere investeringen en van de investeringen in het kader van nieuw beleid. De bijbehorende (kapitaal)lasten zijn in de Programmabegroting 2023 opgenomen.

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

10. De raad is het bevoegde orgaan om de grondprijzen vast te stellen. In het raadsbesluit inzake de Nota Grondbeleid/Kader Grondprijzen is opgenomen dat de Raad jaarlijks het Kader Grondprijzen vaststelt. Volgens de Nota Grondbeleid moet deze vaststelling bij de programmabegroting gebeuren. In bijlage 2 Nota Kader Grondprijzen 2023 is beschreven welke veranderingen ten opzichte van het kader grondprijzen 2022 zijn verwerkt. De opbrengsten zijn reeds verwerkt in de grondexploitaties zoals opgenomen in de Programmabegroting 2023. De resultaten van de daadwerkelijke grondverkopen worden opgenomen in de grondexploitaties. Het uiteindelijk resultaat wordt verantwoord in de Jaarrekening 2023. 11. Programma-indeling De start van een bestuursperiode is een natuurlijk moment om de programma-indeling tegen het licht te houden. Daarbij geldt dat 3-4 jaar geleden veel is geïnvesteerd in de nieuwe structuur van steden en velden. Voor de Programmabegroting 2023 is de programma-indeling niet heroverwogen, onder andere vanwege de beperkte tijd tussen vaststelling van het Akkoord en vaststelling van de Begroting 2023. Wij stellen voor deze heroverweging bij de Programmabegroting 2024 te doen. 12. De raad is bevoegd tot vaststelling van het subsidieprogramma. Als bijlage 3 is het subsidieprogramma 2023 bijgevoegd. Voorgaande jaren stelde het college dit programma vast.

Voortschrijdend inzicht geeft aan dat het voor de juiste wettelijke basis noodzakelijk is dat de raad dit programma vaststelt.

Kosten en dekking Aan dit voorstel zijn geen kosten verbonden.

Vervolg De behandeling van de begroting door uw raad kent de volgende momenten: Vr 7 oktober Ma 17 oktober Wo 19 oktober (12h) Di 1 november Ma 7 november Do 10 november

Aanbieden begroting aan raad Infosessie Uiterlijke datum indiening technische vragen Publicatie / beantwoording deel technische vragen Raadsvergadering; 1e termijn raad, indiening moties en amendementen Raadsvergadering; besluitvormend debat begroting (Moties en amendementen)

Evaluatie Via de Tussenrapportage, Najaarsbijstelling en bij de Jaarrekening maken we de voortgang in de realisatie van doelen uit de begroting inzichtelijk.

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Programmabegroting 2023 incl. bijlagen Kader Grondprijzen 2023 Subsidieprogramma 2023 Bestedingsplannen Reserves en voorzieningen

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

5. 6.

Was-wordt lijst reserves Instellingscriteria reserves

Tilburg, 4 oktober 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1.

De Programmabegroting 2023 (incl. bijlagen) vast te stellen en daarbij: a. De budgetten per veld vast te stellen conform het overzicht in begrotingsbijlage 3a Budgetoverzicht per veld; b. In te stemmen met de voorgestelde begrotingsvoorstellen conform begrotingsbijlage 2a (Herijkingen), 2b (Nieuw beleid fondsvorming), 2c (Nieuw beleid exploitatie) en 2d (Ruimtescheppende maatregelen).

2a. De volgende reserves te vormen en te voeden: a. Reserve Fonds Talentontwikkeling en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 5 miljoen in te storten. b. Reserve Fonds Preventie, Gezondheid en Kansengelijkheid en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 5 miljoen in te storten. c. Reserve Topsportfonds en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 1,5 miljoen in te storten. d. Reserve Transitiefonds wijkgericht werken en inwonersparticipatie en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 5 miljoen in te storten. e. Reserve Versterking levendige democratie en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 4 miljoen in te storten. f. Reserve Digitalisering en Klantgedreven dienstverlening en hier vanuit het geraamde begrotingssaldo 2023 € 8,8 miljoen in te storten. g. Reserve Fonds stedelijke ontwikkeling en de jaarlijkse bijdragen vanuit de reserve Beleggingsfonds 2000 voor een bedrag van € 30 miljoen in 2023 ineens in deze reserve te storten en in 2023 vanuit het begrotingssaldo aanvullend een bedrag van € 12,3 miljoen te storten. In 2024 en 2025 vanuit het geraamde begrotingssaldo respectievelijk € 10 en € 20 miljoen extra toe te voegen. 2b. In te stemmen met de instellingscriteria voor deze reserves conform bijlage 6. 2c.

Voor de volgende onderwerpen een reservering te doen in de Reserve incidentele opgaven: • € 1 miljoen voor investeringen in het makersklimaat/handgeld ateliers en € 2 miljoen voor een impuls voor evenementen. 3.

De volgende reserves op te heffen en het saldo van deze reserves in 2023 ten gunste van het geraamde begrotingssaldo te brengen: a. Reserve Duurzaamheidsfonds gemeentelijke gebouwen opheffen (€ 2,2 miljoen) en hiervan € 1,5 miljoen te storten in de Reserve Incidentele Opgaven. b. Reserve gebiedsgericht Grondwaterbeheer (€ 2,0 miljoen). c. Reserve Detailhandelsfonds (restant saldo 31/12/2022). d. Reserve Fastlane Duurzaamheidsmaatregelen gebouwenexploitatie (geen saldo) e. Reserve Risico gebouwenexploitatie (€ 0,8 miljoen) f. Reserve Startersleningen (€ 0,7 miljoen) g. Reserve Aanloopverliezen/Onrendabele top nieuwe parkeergarages (€ 10,2 miljoen)

4.

De volgende reserves op te heffen en het saldo van deze reserves in 2023 te herbestemmen: a. Reserve Volkshuisvesting opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Herstructurering uit erfpacht. b. Reserve Bomen opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Natuurontwikkeling.

221004-15-PEC-03 Raadsvoorstel Programmabegroting 20233

c. d. e.

Reserve Gaswinstuitkering opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Financieringsreserve verkoop Essent en Gaswinstuitkering. Reserve Beleggingsreserve Bouwfonds opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Beleggingsfonds 2000. Reserve Meerjarenprogramma openbare ruimte opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Overhevelingsreserve.

5a. De volgende reserves om te vormen: a. Reserve Corona omvormen tot de reserve Crisisherstelfonds. b. De bestaande reserves, die betrekking hebben op de stedelijke ontwikkeling (Algemene reserve grondexploitatie, reserve herstructurering erfpacht en de reserve bovenwijkse voorzieningen) onder te brengen in één reserve, de reserve Fonds Stedelijke ontwikkeling. c. De reserve Gaswinstuitkering en verkoop Essent omvormen tot de reserve Financieringsreserve verkoop Essent en Gaswinstuitkering. 5b. In te stemmen met de criteria voor deze nieuwe reserves conform bijlage 6. 6a. De volgende reserves te voeden: a. Reserve Investeringsfonds Sociaal Domein in 2023 vanuit het geraamde begrotingssaldo met € 7,3 miljoen aan te vullen tot een totaalbedrag van € 10 miljoen. In 2024 vanuit het geraamde begrotingssaldo € 5 miljoen extra toe te voegen. b. Reserve Natuurontwikkeling vanuit het geraamde begrotingssaldo 2024 en 2025 met respectievelijk € 2 miljoen en € 3 miljoen aan te vullen. c. Reserve Investeringsfonds Klimaat in 2023 vanuit het geraamde begrotingssaldo met € 2 miljoen aan te vullen. In 2024 en 2025 vanuit het geraamde begrotingssaldo respectievelijk € 6 en € 15 miljoen extra toe te voegen. d. Reserve Lokaal herstructureringsfonds vanuit het geraamde begrotingssaldo met € 5 miljoen aan te vullen. 6b.

In te stemmen met de aangepaste criteria voor de reserve Investeringsfonds Sociaal Domein conform bijlage 6. 7.

Het positieve begrotingssaldo 2023 van € 1.094.000,- toe te voegen aan de algemene reserve.

8.

Voor de volgende projecten een reservering te doen in de betreffende reserves: a. Stedelijke mobiliteitsvraagstukken Reserve fonds Stedelijke ontwikkeling: € 11,4 mln. b. Kenniskwartier Reserve fonds Stedelijke ontwikkeling: € 4,9 mln. c. Binnenstad Reserve fonds Stedelijke ontwikkeling: € 3,4 mln.

9

De (Investerings)kredieten voor de jaren 2023 t/m 2026 beschikbaar te stellen conform bijlage 6 “Overzicht investeringen”.

10. Overeenkomstig bijlage 2 “Nota Kader Grondprijzen 2023” de grondprijzen voor het jaar 2023 vast te stellen. 11. De huidige programma-indeling bij de besluitvorming over de Programmabegroting 2024 te heroverwegen. 12. Het subsidieprogramma 2023 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2022.

de griffier,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11988957/1