CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Raadsbrief Richtlijn Omgevingsdialoog - definitieve versie

Raadsvergadering 18 december 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel aanwijzen gevallen van verplichte participatie bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit1.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp Richtlijn Omgevingsdialoog

Aan de leden van de gemeenteraad

Portefeuillehouder Rik Grashoff Afdeling Ruimte E-mail gijs.bakkers@tilburg.nl

Beste raadsleden,

Postadres Postbus 90155 5000 LH Tilburg

In onze vergadering van 31 oktober 2023 hebben wij de nieuwe Richtlijn Omgevingsdialoog vastgesteld. Deze richtlijn gebruiken we in het proces bij ruimtelijke initiatieven. Deze richtlijn is van toepassing op bouwinitiatieven (van klein tot groot), niet op projecten of werkzaamheden in de openbare ruimte (bijvoorbeeld herinrichting van wegen, pleinen en parken, verkeersmaatregelen of vervangen ondergrondse infrastructuur) of andersoortige gemeentelijke projecten. In de regel gaat het om bouwinitiatieven van andere partijen, zowel privaat als publiek. De richtlijn geldt ook voor onszelf als gemeentelijke organisatie, als wij zelf de initiatiefnemer zijn van een bouwproject. De nieuwe richtlijn biedt spelregels voor het participatieproces. Met deze brief informeren wij u over de uitgangspunten van deze nieuwe Richtlijn Omgevingsdialoog. Voornaamste uitgangspunt is: hoe groter de impact op de omgeving, hoe intensiever de omgeving wordt betrokken. Dit uitgangspunt sluit aan bij de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt en het vroegtijdig betrekken van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners bij initiatieven in de fysieke leefomgeving stimuleert. Impact We vragen initiatiefnemers om vooraf te bepalen wat de impact is van het initiatief op de omgeving (op basis van een impactscan).

Dit maakt dat ze bewust worden van de omgeving waarbinnen ze aan de slag willen gaan. We vragen een initiatiefnemer zich als het ware zichzelf te verplaatsen in de omgeving. De impact wordt bepaald aan de hand van zes thema’s (indicatoren). Deze indicatoren zijn: het soort initiatief, verkeer (parkeren), groen, beleving, gezondheid/hinder en het proces. De thema’s zijn afgeleid uit de ervaringen met omgevingsdialogen en zienswijzen op bestemmingsplannen in de afgelopen jaren. Indicator Soort initiatief

Verkeer Groen Beleving Gezondheid / hinder

Proces

Dit zegt iets over… Aard van het initiatief (wonen, recreatie, horeca, detailhandel etc.) én de omvang van het initiatief. Dit loopt van klein (bijvoorbeeld bouw van een erfafscheiding) tot groot (de bouw van een appartementencomplex of een volledige woonwijk). Verkeer aantrekkende werking, bereikbaarheid voorzieningen, toenemende parkeerdruk. Kappen van bomen, nieuw groen, soort groenvoorziening, klimaatadaptatieve maatregelen. Wat de omgeving in de straat ziet: het karakter van de ontwikkeling in de omgeving, aanzicht in het straat beeld, zichtlijnen etc., Dit thema gaat over mogelijke effecten op gezondheid, (sociale) veiligheid en de te verwachten overlast bijvoorbeeld: qua geluid, luchtkwaliteit, privacy, schaduwwerking. Het gaat hierbij zowel over de te verwachten effecten tijdens als na de realisatie van het initiatief. Dit geeft aan of het initiatief past binnen het omgevingsplan

Datum 31 oktober 2023 Uw kenmerk Doorkiesnummer 013 542 80 37 Fax Bezoekadres Stadhuisplein 130

Afhankelijk van de uitkomst van de impactmeting informeert een initiatiefnemer de omgeving informeert óf wordt er een communicatie- en participatieaanpak gemaakt. De uitkomst van de gekozen aanpak wegen we mee in de vergunningaanvraag. Past een initiatief niet binnen het Omgevingsplan, dan maakt de uitkomst van de impactscan onderdeel uit van het adviesverzoek dat een initiatiefnemer bij de gemeente indient. De gemeente beoordeelt vervolgens of het initiatief wenselijk is en geeft advies over de participatie. Aan uw raad wordt in een afzonderlijk voorstel aangeboden om gevallen aan te wijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Dit betreft vergunningen die in afwijking van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan worden verleend. De participatie zal daarbij uitgevoerd worden conform de spelregels uit de Richtlijn Omgevingsdialoog. Spelregels In de richtlijn staan spelregels opgenomen over het samenspel tussen gemeente, bewoners, initiatiefnemers en andere belanghebbenden. Deze spelregels zijn een afgeleide van het NENbeoordelingskader voor participatie: participatie is inclusief (iedereen moet mee kunnen doen met participatie), vroegtijdige participatie is de norm én het helder maken van de rollen zijn voorbeelden van de spelregels.

Initiatiefnemers leggen – bij initiatieven met veel impact – in het participatieverslag uit hoe zij invulling hebben gegeven aan deze spelregels. Mate van participatie Uit de impactscan volgt in welke categorie het initiatief valt. We onderscheiden drie niveaus van participatie, namelijk informeren, raadplegen en adviseren. Bij iedere categorie hebben we specifieke verwachtingen ten aanzien van participatie. De mate waarin wij als gemeente sturen op de participatie neemt toe naarmate de impact van het initiatief groter is. In gebieden waar wij een actieve rol nemen in de ontwikkeling van het gebied trekken wij, als de impact groot is, samen met de initiatiefnemer op in de participatie. impact

niveau

Categorie A

geen

informeren

Categorie B

gemiddeld

raadplegen

Categorie C

groot

adviseren

Categorie D (grootschalige gebiedsontwikkelingen)

groot

adviseren

Vanaf categorie B maakt de initiatiefnemer een communicatie- en participatieplan. Vanaf categorie C beoordelen wij de voorgestelde participatieaanpak en sturen wij waar nodig bij en bij initiatieven die vallen binnen categorie D maken wij samen met de initiatiefnemer een communicatie- en participatieplan. Rolneming De gemeente heeft bij initiatieven een toetsende, een begeleidende en een sturende/samenwerkende rol bij communicatie en participatie. De rol die wij nemen, is afhankelijk van de categorie waarin het initiatief valt. We toetsen onder andere de door de initiatiefnemer gemaakte inschatting (en onderbouwing) van de verwachte impact van het initiatief. Dit doen we op het moment dat we een advies geven over de wenselijkheid van het initiatief. Als we vinden dat een initiatiefnemer geen goede inschatting heeft gemaakt, zullen wij hen hierop wijzen en aangeven binnen welke categorie naar onze mening het initiatief valt en welke vorm van participatie we dan verwachten. Of dit leidt tot discussies met initiatiefnemers zal uit de praktijk blijken. De ervaring bij andere gemeenten die gebruik maken van een

soortgelijke impactmeeting leert dat dat meevalt.. Indien wij van mening zijn dat de initiatiefnemer de impact verkeerd inschat en daarin volhardt, stellen wij in het uiterste geval zelf de mate van impact vast. Wij hebben veel ervaringen met bepaalde instrumenten, vormen en methodieken die goed werken in participatietrajecten. Eén van de instrumenten, waarvan we verwachten dat een initiatiefnemer met een initiatief in categorie C en hoger toepast, is de inzet van een planteam. Een planteam is een qua omvang beperkte groep van belanghebbenden, die de initiatiefnemer op basis van de principes van het gekwalificeerd adviesrecht adviseren over zijn of haar initiatief. Een gekwalificeerd adviesrecht wil zeggen dat een initiatiefnemer (of het project) schriftelijk, gemotiveerd moet reageren op het advies van het planteam. Het planteam adviseert (binnen vooraf vastgestelde kaders) in de verschillende fasen van het initiatief. Het planteam wordt eventueel begeleid door een onafhankelijke partij waarnaast ruimte is voor inzet van externe expertise waarvoor in het kader van de pilot ter uitvoering van de motie ‘Tilburgers in Positie’, ruimte is voor financiële ondersteuning. De randvoorwaarden hiervoor worden nog uitgewerkt.

Lessons learned De richtlijn is tot stand gekomen op basis van evaluaties van- en reflecties op (recent) afgeronde participatietrajecten waaronder trajecten die doorlopen zijn in onder andere de Spoorzone, de Piushaven. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld de woningbouwontwikkeling aan het Lijnsheike en de ontwikkeling van een woonzorgcomplex aan de Goirkestraat. Een voorbeeld van een recent traject is (de evaluatie van) het Duvelhok. De aanbevelingen uit de gelopen trajecten die we hebben verwerkt in de richtlijn zijn:  Bepaal je rol als gemeente binnen initiatieven: in de richtlijn beschrijven we duidelijk de rolneming van de gemeente ten aanzien van participatie bij de verschillende categorieën van initiatieven. Vanaf categorie D is dit een samenwerkende rol. We hebben bij alle categorieën een toetsende rol (impactscan en participatieverslag).;  Heldere kaders: start de omgevingsdialoog pas nadat de gemeente een standpunt heeft ingenomen over de voorstelbaarheid van het initiatief en de inhoudelijke kaders heeft bepaald;  Benut beproefde werkwijzen: we zetten onder andere in op het werken met planteams.

In trajecten rondom de Piushaven en de binnenstad (Parkring / Koningswei) hebben we hier goede ervaringen mee;  Zorg voor realistische procesafspraken en wees duidelijk wie met welke opdracht aan tafel zit: vanaf een bepaald niveau gaat de voorkeur uit naar werken met een planteam. Het planteam maakt samen afspraken over het proces en de rollen;  Breng inwoners in positie: wees duidelijk in het moment waarop omwonenden en andere belanghebbenden een rol nemen in het participatieproces. Als die rol duidelijk is, bekijk de mogelijkheden om te komen tot professionele begeleiding van bewoners binnen het proces en geef ruimte om hen het goede gesprek te laten voeren met professionele partijen in een proces;;  Zorg voor regie binnen de gemeente: Het kan zijn dat een proces de stappen doorloopt die aangegeven staan in een communicatie- en participatieplan, maar dat de uitvoering niet goed verloopt (initiatiefnemer luistert niet naar bewoners o.i.d.). grijp als gemeente op tijd in als blijkt dat het participatieproces niet goed loopt. Uitvoering Voor initiatieven met een geringe impact zal de gemeentelijke inzet vergelijkbaar zijn als onder de oude richtlijn. Bij initiatieven met meer impact kiezen we ervoor om een stevigere rol op ons te nemen. De richtlijn wordt gehanteerd vanaf 1 januari 2024.

De richtlijn wordt uitgewerkt tot een publieksvriendelijke versie, waarbij de impactscan digitaal beschikbaar komt. Voor initiatieven waarvoor al een adviesverzoek is ingediend, waarvoor een nog geldend principestandpunt ligt (maximale houdbaarheid een jaar), waarvoor het participatietraject al opgestart of afgerond is, óf waarvoor al een

ruimtelijke procedure loopt (van aanvraag omgevingsvergunning, afwijkingsbesluit tot wijziging omgevingsplan) geldt, dat toepassing van de richtlijn aanbevolen wordt, maar niet verplicht is. Het gesprek met de omgeving voorkomt niet dat er tegengestelde belangen zijn. In een goed proces krijgt niet iedereen per definitie zijn zin, maar wordt wel ieders belang serieus genomen. Waarbij belanghebbenden achteraf positief zijn over het proces, ook als ze ontevreden zijn over de uitkomst. Met vriendelijke groet, Het college, mr. A. van Berckel, MBA gemeentesecretaris

drs. Th.L.N. Weterings burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13589006/1