03 Raadsbesluit Programmabegroting 2024 (incl. voorstel)
Tekst van het document
03 Raadsvoorstel Programmabegroting 2024
Voorblad Raadsvoorstel Programmabegroting 2024 3 oktober 2023 - Planning & Control
Samenvatting Voor u ligt de Programmabegroting 2024. De basis voor deze begroting is de Perspectiefnota 2024 "Meer voor elkaar in het tweede jaar". In de Programmabegroting is de Perspectiefnota 2024 verder uitgewerkt in concrete activiteiten voor het begrotingsjaar 2024 en zijn deze activiteiten financieel vertaald.
Ontwerpbesluit 1. De Programmabegroting 2024 (incl. bijlagen) vast te stellen en daarbij: a. De budgetten per veld vast te stellen conform het overzicht in begrotingsbijlage 3a Budgetoverzicht per veld; b. In te stemmen met de voorgestelde begrotingsvoorstellen conform begrotingsbijlage 2a (Herijkingen), 2b (Nieuw beleid), 2c (Nieuw beleid t.l.v. reserves en tarieven) en 2d (Ruimtescheppende maatregelen). c. Het positieve begrotingssaldo 2024 van € 2,8 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. 2. De investeringskredieten voor het Meerjarenprogramma openbare ruimte in afwijking van het financieel beleid jaarlijks te indexeren en daarbij de specifieke index GWW (Grond- weg en waterbouw) te hanteren. 3. De (investerings)kredieten voor de jaren 2024 t/m 2027 beschikbaar te stellen conform begrotingsbijlage 5 "Overzicht investeringen". 4. Het college te mandateren om in de periode 2024 t/m 2027 jaarlijks voor een bedrag van € 7,5 miljoen per jaar maatschappelijk vastgoed te verwerven. 5. Het startmoment voor het afschrijven van investeringen te wijzigen naar 1 januari in het jaar na activering/ingebruikname van de investering. 6. De standaard afschrijvingstermijn voor onderstaande investeringen als volgt te wijzigen: - Speelvoorzieningen van 10 naar 15 jaar - Verkeersregelinstallaties van 10 naar 15 jaar 7.
Overeenkomstig bijlage 2 “Nota Kader Grondprijzen 2024” de grondprijzen voor het jaar 2024 vast te stellen. 8. De huidige programma-indeling op een later moment te heroverwegen. 9. Het subsidieprogramma 2024 vast te stellen. 10. Ten aanzien van de normen voor de Algemene reserve: - De norm voor de algemene reserve naar € 35 miljoen bij te stellen, met een ondergrens van € 30 miljoen en bovengrens van € 40 miljoen.
- De vigerende systematiek waarbij positieve resultaten in de Planning & Control producten worden ingezet om de algemene reserve tot de bovengrens aan te vullen en het restant resultaat te storten in de reserve incidentele opgaven (RIO) te handhaven. - Het verschil tussen de vrije ruimte in de algemene reserve, afgerond € 55,6 miljoen, en de voorgestelde nieuwe norm van € 35 miljoen, vrij te laten vallen. - Om de vier jaar te evalueren of de normering van de Algemene reserve nog passend is.
Raadsvoorstel Programmabegroting 2024 3 oktober 2023 - Planning & Control
Aanleiding De Gemeentewet (artikel 186) schrijft voor dat gemeenten een begroting en meerjarenraming maken en geeft vereisten waaraan de begroting moet voldoen.
Beoogd effect Met deze programmabegroting brengen wij de raad in positie om het debat te voeren over de voorgenomen acties en de daarvoor benodigde inzet van middelen. Dit doen wij zodat de raad zijn kaderstellende rol kan invullen, waaronder ook het budgetrecht.
Voorstel 1. De Programmabegroting 2024 (incl. bijlagen) vast te stellen, met inachtneming van het aanvaarde amendement: M24-056 Vrijstelling precariobelasting. De horeca en detailhandel een eenmalige vrijstelling te geven voor 2024 van 013%. De minder opbrengsten van afgerond € 67.000 te dekken uit de reserve Crisisherstelfonds. en daarbij: a. De budgetten per veld vast te stellen conform het overzicht in begrotingsbijlage 3a Budgetoverzicht per veld; b. In te stemmen met de voorgestelde begrotingsvoorstellen conform begrotingsbijlage 2a (Herijkingen), 2b (Nieuw beleid), 2c (Nieuw beleid t.l.v. reserves en tarieven) en 2d (Ruimtescheppende maatregelen). c. Het positieve begrotingssaldo 2024 van € 2,8 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. 2. De investeringskredieten voor het Meerjarenprogramma openbare ruimte in afwijking van het financieel beleid jaarlijks te indexeren en daarbij de specifieke index GWW (Grond- weg en waterbouw) te hanteren. 3. De (investerings)kredieten voor de jaren 2024 t/m 2027 beschikbaar te stellen conform begrotingsbijlage 5 "Overzicht investeringen". 4. Het college te mandateren om in de periode 2024 t/m 2027 jaarlijks voor een bedrag van € 7,5 miljoen per jaar maatschappelijk vastgoed te verwerven. 5. Het startmoment voor het afschrijven van investeringen te wijzigen naar 1 januari in het jaar na activering/ingebruikname van de investering.
6. De standaard afschrijvingstermijn voor onderstaande investeringen als volgt te wijzigen: - Speelvoorzieningen van 10 naar 15 jaar - Verkeersregelinstallaties van 10 naar 15 jaar 7. Overeenkomstig bijlage 2 “Nota Kader Grondprijzen 2024” de grondprijzen voor het jaar 2024 vast te stellen. 8. De huidige programma-indeling op een later moment te heroverwegen. 9. Het subsidieprogramma 2024 vast te stellen.
10. Ten aanzien van de normen voor de Algemene reserve: - De norm voor de algemene reserve naar € 35 miljoen bij te stellen, met een ondergrens van € 30 miljoen en bovengrens van € 40 miljoen. - De vigerende systematiek waarbij positieve resultaten in de Planning & Control producten worden ingezet om de algemene reserve tot de bovengrens aan te vullen en het restant resultaat te storten in de reserve incidentele opgaven (RIO) te handhaven. - Het verschil tussen de vrije ruimte in de algemene reserve, afgerond € 55,6 miljoen, en de voorgestelde nieuwe norm van € 35 miljoen, vrij te laten vallen. - Om de vier jaar te evalueren of de normering van de Algemene reserve nog passend is.
Argumenten 1. De raad is het bevoegde orgaan om de begroting vast te stellen. De Gemeentewet (artikel 186) schrijft voor dat gemeenten een begroting en meerjarenraming maken. De begroting moet voor 15 november van het voorafgaande jaar aan de toezichthouder worden gezonden. De begroting wordt vastgesteld inclusief de bijlagen. Het budgetrecht van de raad is met ingang van het jaar 2020 gekoppeld aan de veldindeling. Per veld dienen dan ook lasten, baten en saldo vastgesteld te worden. Onderstaande tabel laat zien dat conform uitgangspunten uit de Perspectiefnota 2024 in de jaren 2024 en 2025 sprake is van een sluitende begroting. In 2026 en 2027 is nog altijd sprake van een tekort. Dit tekort is wel kleiner dan het tekort dat bij de Perspectiefnota 2024 in beeld was. Voor een uitgebreidere toelichting op het financieel beeld verwijzen wij naar paragraaf 1.2 Financieel beeld van de Programmabegroting 2024. N = nadeel, V = Voordeel (x € 1 miljoen) Uitkomst Programmabegroting 2023 Structurele effecten Jaarrekening 2022/ Tussenrapportage 2023 Vertrekpositie Programmabegroting 2024 Herijkingen
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0,8 V
0,9 V
13,5 N
13,5 N
11,1 N
8,4 N
9,8 V
4,4 V
10,3 N
7,5 N
3,7 N
9,1 N
5,9 V
7,9 V
4,2 V
0,8 V
4,4 N
0,4 V
0,5 V
8,3 N
- Structurele intensiveringen - Overige voorstellen nieuw beleid
2,5 N 16,4 N
3,9 N 8,9 N
4,1 N 4,4 N
4,6 N 4,1 N
Beeld incl. nieuw beleid Ruimtescheppende maatregelen (zie bijlage 2d)
23,3 N 5,6 V
12,4 N 12,4 V
8,0 N 6,4 V
17,0 N 6,3 V
Vrijval Algemene reserve Financieel beeld Programmabegroting 2024-2027
20,6 V 2,8 V
0,0
1,6 N
10,7 N
Uitgangspositie Nieuw beleid exploitatiebudget (zie bijlage 2b)
2. De raad is het bevoegde orgaan om te bepalen op welke wijze budgetten worden geïndexeerd. De wijze waarop investeringskredieten voor het Meerjarenprogramma openbare ruimte (MJP) worden geïndexeerd sluit niet aan bij de ontwikkeling van de kosten. Op dit moment wordt voor het MJP een algemene gemeentelijke prijsindex gehanteerd, gebaseerd op de ontwikkeling van het Bruto binnenlands product (BBP). Deze index is echter niet passend. De GWW (Grond-Weg en Waterbouw) is een richtinggevender en reëler indexatiecijfer om de MJP investeringskredieten te indexeren. Daarnaast wordt in tegenstelling tot alle overige investeringen voor de MJP kredieten meerjarig geen indexatie in de kredietaanvraag opgenomen. Hierdoor kan met de beschikbare investeringsbudgetten niet worden uitgevoerd wat is afgesproken. Meerjarig willen we toe naar een reële systematiek van indexatie. Wij stellen daarom voor om de MJP investeringskredieten in afwijking van het financieel beleid jaarlijks te indexeren en daarbij een specifieke index GWW te hanteren.
3 en 4. De raad is het bevoegde orgaan om investeringskredieten beschikbaar te stellen. In bijlage 5 “Overzicht Investeringen” van de Programmabegroting 2024 is een specificatie opgenomen van de reguliere investeringen en van de investeringen in het kader van nieuw beleid. De bijbehorende (kapitaal)lasten zijn in de Programmabegroting 2024 opgenomen. In de Programmabegroting 2024 is op het veld Aantrekkelijke leefomgeving een voorstel (nr. 130) opgenomen voor de strategische verwerving van gebouwen. De raad wordt hierbij gevraagd in te stemmen met een structureel verwervingsbudget van € 7,5 miljoen per jaar in de periode 2024-2027, om flexibel in te kunnen spelen op acute maatschappelijke vraagstukken die vragen om meer eigen vastgoed. Dit investeringskrediet wordt normaal gesproken ook voor dit bedrag opgevoerd in de begroting. In totaal gaat het dan om € 30 miljoen in de periode 2024-2027. De daadwerkelijke besteding van dit verwervingsbudget is echter sterk afhankelijk van de vraagstukken die de komende jaren ontstaan. Daarbij bestaat de kans dat in enig jaar geen enkel gebouw wordt aangekocht. Dat betekent een forse onderuitputting, die dan in de jaarrekening verantwoord moet worden. Dit willen we onder andere in het kader van reëel ramen voorkomen.
Daarom wordt voorgesteld om op dit moment nog geen investeringskrediet aan te vragen, maar mandaat te vragen om deze aankopen tot een bedrag van € 7,5 miljoen per jaar te doen. Dit zorgt ervoor dat alleen investeringskrediet in de begroting wordt opgenomen als een aankoop concreet is. Bij de verantwoordingsmomenten in de P&C-cyclus of via separaat raadsbesluit leggen wij verantwoording over de invulling van dit mandaat af. 5 en 6. De raad is het bevoegde orgaan om uitgangspunten voor het financiële beleid vast te stellen. In de financiële beheersverordening zijn uitgangspunten vastgelegd voor de wijze waarop investeringen worden afgeschreven. Op dit moment schrijft Tilburg investeringen af vanaf het moment van ingebruikname. Dat betekent dat we gedurende het jaar starten met afschrijven. De gemeente Tilburg is met ingang van 2024 weer verplicht om rente aan investeringen toe te rekenen. De toerekening van rentelasten aan investeringen geeft een groot aantal boekhoudkundige aanpassingen. Wij hebben onderzocht op welke manier wij hier zo eenvoudig en transparant mogelijk mee kunnen omgaan. Op basis hiervan stellen wij voor de afschrijvingssystematiek aan te passen en pas te starten met afschrijven in het eerste jaar na activering/ingebruikname in plaats van direct bij activering/ingebruikname.
Dit geeft de volgende voordelen: • Er worden geen kapitaallasten meer berekend over nieuwe investeringen gedurende het jaar. Hierdoor is er een kleinere kans op de verplichte correctie van de rentecomponent bij de jaarrekening. • Omdat investeringen vaak achterblijven bij de begroting zijn de voordelen op de kapitaallasten gedurende het jaar lager en is er meer begrotingsruimte. De voorgestelde aanpassing van de afschrijvingssystematiek geeft in de Programmabegroting 2024 financiële voordelen. Dit komt doordat de afschrijvingslasten op een later moment starten. Deze voordelen zijn verwerkt in voorliggende begroting. In de financiële beheersverordening zijn per type investering ook standaard afschrijvingstermijnen opgenomen. Deze afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de technische levensduur van de investering. Voor speeltoestellen en verkeersregelinstallaties is de huidige standaard afschrijvingstermijn 10 jaar. Voor verkeersregelinstallaties zien we dat materialen en producten steeds duurzamer worden en geschikt voor hergebruik. Dit zien wij ook bij speeltoestellen, waarbij leveranciers voor speeltoestellen ook steeds vaker een garantie van 15 jaar geven. In de lopende aanbesteding voor speeltoestellen is ook een garantietermijn van 15 jaar gecontracteerd.
Op basis hiervan stellen wij voor de standaard afschrijvingstermijn voor verkeersregelinstallaties en speeltoestellen te wijzigen van 10 naar 15 jaar. 7. De raad is het bevoegde orgaan om de grondprijzen vast te stellen. In het raadsbesluit inzake de Nota Grondbeleid/Kader Grondprijzen is opgenomen dat de Raad jaarlijks het Kader Grondprijzen vaststelt. Volgens de Nota Grondbeleid moet deze vaststelling bij de programmabegroting gebeuren. In bijlage 2 “Nota Kader Grondprijzen 2024” is beschreven welke veranderingen ten opzichte van het kader grondprijzen 2023 zijn verwerkt.
De opbrengsten zijn reeds verwerkt in de grondexploitaties zoals opgenomen in de Programmabegroting 2024. De resultaten van de daadwerkelijke grondverkopen worden opgenomen in de grondexploitaties. Het uiteindelijk resultaat wordt verantwoord in de Jaarrekening 2024. 8. Programma-indeling Bij de Programmabegroting 2023 heeft de raad besloten om bij de Programmabegroting 2024 de programmastructuur te heroverwegen. Begin 2023 is gestart met de voorbereiding van deze heroverweging. Daarbij is geconcludeerd dat de gevolgen voor onder andere de administratie en het beleidshuis groot (kunnen) zijn. Wij stellen daarom voor deze heroverweging op een meer logisch moment, bijvoorbeeld aan het eind van de bestuursperiode, te doen. 9. De raad is bevoegd tot vaststelling van het subsidieprogramma. Als bijlage 3 is het subsidieprogramma 2024 bijgevoegd. Tot 2023 stelde het college dit programma vast. Voortschrijdend inzicht geeft aan dat het voor de juiste wettelijke basis noodzakelijk is dat de raad dit programma vaststelt. 10. De raad is het bevoegde orgaan om mutaties in de reserves en criteria voor reserves vast te stellen. In de Perspectiefnota 2024 is afgesproken een voorstel uit te werken op welke wijze de algemene reserve in het huidige tijdsbeeld het beste beoordeeld kan worden.
In voorliggende begroting is aan deze afspraak invulling gegeven, waarbij wordt voorgesteld de normen voor de algemene reserve naar beneden bij te stellen en het surplus in de algemene reserve vrij te laten vallen. In Tilburg heeft de algemene reserve primair een bufferfunctie om toekomstige tegenvallers en/of verliezen te kunnen opvangen. Daarmee is de continuïteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd. De norm voor de omvang van de algemene reserve is gekoppeld aan de inkomsten vanuit het gemeentefonds en de ozb, met een bandbreedte van plus of min 1%. Dit systeem stamt nog van voor de tijd van de decentralisaties van taken in het sociaal domein. Door de koppeling met de inkomsten is onze algemene reserve de afgelopen jaren enorm gegroeid. Vanaf 2018 is de norm met afgerond 165% toegenomen. Dit komt vooral door de groei van het Gemeentefonds als gevolg van nieuwe taken in het Sociaal Domein. Tegelijkertijd zien we in de praktijk dat geen beroep wordt gedaan op c.q. onttrekking nodig is aan de algemene reserve voor onverwachte nadelen en tegenvallers. Deze zijn opgevangen binnen de lopende begroting, andere daarvoor bestemde reserves/voorzieningen of het (jaarrekening)resultaat. Vanuit risicosturing hanteren we bij het sociaal domein het uitgangspunt van reëel ramen. Dat betekent dat we mutaties in kosten direct verwerken.
Omdat geen beroep op de algemene reserve wordt gedaan, zit de omvang van de algemene reserve al jaren op de bovengrens. Een benchmark met enkele andere grote gemeenten laat zien dat Tilburg naast de algemene reserve over aanzienlijke overige reserves beschikt en daarmee over zeer ruime mogelijkheden om onverwachte nadelen en tegenvallers op te vangen. Gezien de beperkte aanspraak op de algemene reserve en de ruime mogelijkheden om risico’s buiten de algemene reserves op te vangen, is de vigerende norm van € 50,6 miljoen erg ruim. Wij vinden het daarom verantwoord om de norm bij te stellen tot € 35 miljoen, met een ondergrens van € 30 miljoen en bovengrens van € 40 miljoen. Het verschil tussen de huidige vrije ruimte in de algemene reserve, afgerond € 55,5 miljoen, en de voorgestelde norm van € 35 miljoen kan vrijvallen. Met een vaste norm voor de algemene reserve die niet meer meebeweegt met de omvang van taken en het risicoprofiel is het wenselijk om periodiek te evalueren of de norm nog passend is. Wij stellen daarom voor iedere vier jaar een evaluatie van de norm te doen.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven Niet van toepassing
Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing
Kosten en dekking De financiële gevolgen van dit voorstel zijn volledig verwerkt in de Programmabegroting 2024.
Uitvoering De behandeling van de begroting door uw raad kent de volgende momenten: Vr 6 oktober Ma 23 oktober Ma 23 oktober (12h) Ma 30 oktober Ma 6 november Do 9 november
Aanbieden begroting aan raad Infosessie Uiterlijke datum indiening technische vragen Publicatie / beantwoording deel technische vragen Debatsessies: brede woordvoerderschappen Raadsvergadering; besluitvormend debat begroting (Moties en amendementen)
Participatie De Perspectiefnota 2024 is de basis voor de uitwerking van voorliggende Programmabegroting 2024. Bij de behandeling van de Perspectiefnota is onder de naam “Tilburg spreekt” ruimte gegeven aan inwoners om mee te praten over de plannen voor 2024.
Communicatie De programmabegroting moet voor 15 november van het voorafgaande jaar aan de toezichthouder worden gezonden.
Evaluatie Niet van toepassing
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Programmabegroting 2024 incl. bijlagen Kader Grondprijzen 2024 Subsidieprogramma 2024 Bestedingsplannen Reserves en voorzieningen
Ter inzage gelegde stukken Niet van toepassing
Ondertekening secretaris
burgemeester
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gezien het door de raad aanvaarde amendement M24-056;
Besluit 1. De Programmabegroting 2024 (incl. bijlagen) vast te stellen en daarbij: a. De budgetten per veld vast te stellen conform het overzicht in begrotingsbijlage 3a Budgetoverzicht per veld; b. In te stemmen met de voorgestelde begrotingsvoorstellen conform begrotingsbijlage 2a (Herijkingen), 2b (Nieuw beleid), 2c (Nieuw beleid t.l.v. reserves en tarieven) en 2d (Ruimtescheppende maatregelen); c. Het positieve begrotingssaldo 2024 van € 2,8 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. 2. De investeringskredieten voor het Meerjarenprogramma openbare ruimte in afwijking van het financieel beleid jaarlijks te indexeren en daarbij de specifieke index GWW (Grond- weg en waterbouw) te hanteren. 3. De (investerings)kredieten voor de jaren 2024 t/m 2027 beschikbaar te stellen conform begrotingsbijlage 5 "Overzicht investeringen". 4. Het college te mandateren om in de periode 2024 t/m 2027 jaarlijks voor een bedrag van € 7,5 miljoen per jaar maatschappelijk vastgoed te verwerven. 5. Het startmoment voor het afschrijven van investeringen te wijzigen naar 1 januari in het jaar na activering/ingebruikname van de investering. 6. De standaard afschrijvingstermijn voor onderstaande investeringen als volgt te wijzigen: - Speelvoorzieningen van 10 naar 15 jaar - Verkeersregelinstallaties van 10 naar 15 jaar 7.
Overeenkomstig bijlage 2 “Nota Kader Grondprijzen 2024” de grondprijzen voor het jaar 2024 vast te stellen. 8. De huidige programma-indeling op een later moment te heroverwegen. 9. Het subsidieprogramma 2024 vast te stellen. 10. Ten aanzien van de normen voor de Algemene reserve: - De norm voor de algemene reserve naar € 35 miljoen bij te stellen, met een ondergrens van € 30 miljoen en bovengrens van € 40 miljoen. - De vigerende systematiek waarbij positieve resultaten in de Planning & Control producten worden ingezet om de algemene reserve tot de bovengrens aan te vullen en het restant resultaat te storten in de reserve incidentele opgaven (RIO) te handhaven. - Het verschil tussen de vrije ruimte in de algemene reserve, afgerond € 55,6 miljoen, en de voorgestelde nieuwe norm van € 35 miljoen, vrij te laten vallen. - Om de vier jaar te evalueren of de normering van de Algemene reserve nog passend is.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023, de griffier,
voorzitter,