03 Nota van zienswijzen en wijzigingen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67-69) Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Vossenberg 2008, 8e herziening (Dongenseweg 67-69) heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van maandag 20 juli tot en met maandag 31 augustus 2020. Er zijn 21 zienswijzen ingediend. Het plan is thans gereed om te worden vastgesteld, met inachtneming van de onderstaande reactie op de zienswijzen, die hieronder samengevat worden weergegeven, maar integraal zijn beoordeeld. Zienswijze 1: Reclamant vraagt zich of voldoende omwonenden zijn ingelicht. Het gaat hem vooral om mensen die woonachtig zijn langs de looproute naar (de winkels) aan het Buurmalsenplein. Standpunt gemeentebestuur: De gemeente is wettelijk gezien alleen verplicht het ontwerpbestemmingsplan te publiceren in de Staatscourant en het Gemeenteblad. Door zich aan te melden bij de app ‘Over uw buurt’ kunnen omwonenden en geïnteresseerden een melding ontvangen. Daar is tijdens het uitgebreide voortraject met meerdere informatieavonden op gewezen. Daarnaast heeft de gemeente meerdere bewonersbrieven (ook met uitnodiging voor de genoemde informatieavonden) verzonden aan omwonenden.
Het verspreidingsgebied van de bewonersbrieven is tussentijds nog vergroot. De laatste bewonersbrief inzake de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is zodoende verzonden aan circa 580 adressen, waaronder een groot aantal adressen in de zogenaamde B-buurt. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 2: Het lijkt reclamant zeker in deze coronatijd niet raadzaam om de arbeidsmigranten te centraliseren. Het lijkt hem verstandiger dat er goede huisvesting komt bij de bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigranten bij hun eigen locatie zodat er ook geen vervoer van personen plaats hoeft te vinden met alle risico's van dien. Daarnaast vreest hij waardevermindering van zijn woning. Standpunt gemeentebestuur: Ook arbeidsmigranten en hun werkgevers zullen zich aan de coronamaatregelen moeten houden tijdens hun werk en tijdens het verblijf in de verblijfsaccomodatie. Dat is naar onze mening ook mogelijk en uitvoerbaar. Bovendien gaan wij er vanuit dat corona een tijdelijk fenomeen zal zijn (althans de periode zonder werkend vaccin) en betreft hier een permanente voorziening, voor de langere termijn dus. De verblijfsaccomodatie voldoet aan de uitgangspunten die de gemeente hiervoor heeft opgesteld.
Wij achten het niet aannemelijk dat de veronderstelde waardevermindering van woningen als gevolg van deze planherziening zo groot zal zijn dat wij daaraan doorslaggevende betekenis moeten toekennen en de aanvraag om planherziening moeten weigeren. Daarbij achten wij van belang dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Desalniettemin kunnen omwonenden voor zover zij menen dat zij recht hebben op een tegemoetkoming in planschade, via de daartoe aangewezen procedure een verzoek om tegemoetkoming indienen bij de gemeente, die met initiatiefnemer een overeenkomst heeft afgesloten inzake het verhaal van toe te kennen tegemoetkomingen in planschade. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
1
Zienswijze 3: Reclamant meent dat in de rondgestuurde bewonersbrief de geplande bebouwing niet juist wordt weergegeven, namelijk te klein. Standpunt gemeentebestuur: De in de laatste bewonersbrief opgenomen afbeelding geeft een impressie, maar is naar onze mening wel correct. Tevens staat onder de afbeelding het aantal bouwlagen vermeld. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 4: Reclamant wijst op veronderstelde ‘andere normen en waarden’ van de arbeidsmigranten. Het plan is een zware belasting voor de buurt, gevoelens van onveiligheid zullen toenemen en voorzieningen zijn niet ingesteld op een dergelijk grootschalig migrantenhotel. De dichtstbijzijnde supermarkt ligt aan het Buurmalsenplein. Tevens verwacht hij een waardedaling van zijn woning. Standpunt gemeentebestuur: Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen. Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig.
In relatie tot planschade wijzen wij erop dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen - vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 5: Reclamant wijst erop dat de woningen in deze omgeving reeds zwaar belast zijn door o.a. IFF en de Milieustraat. Ook de natuur in de omgeving heeft het al zwaar te verduren. Er wordt een werkkamp gecreëerd. Standpunt gemeentebestuur: In deze omgeving zijn de bedrijventerreinen Vossenberg en Kraaiven gelegen, dat hier wat meer milieubelastende functies aanwezig zijn dan elders in de stad is derhalve logisch. Uit de plantoelichting en de verrichte onderzoeken blijkt dat e.e.a. milieutechnisch inpasbaar is. Vergelijkingen met werkkampen laten wij voor rekening van reclamant. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 6: Het is onduidelijk wat er met de locatie en de gebouwen gaat gebeuren als de arbeidsmigranten weer weg zijn. Dit project verstoort de leefomgeving. De Dongenseweg is al een drukke weg. Standpunt gemeentebestuur: Het gaat hier om een permanente voorziening, een vervolgfunctie is er derhalve niet.
Uit de verrichte verkeersonderzoeken blijkt dat de infrastructuur nabij de verblijfsaccomodatie deze functie kan dragen. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 7: Overal waar veel arbeidsmigranten komen ontstaan problemen, aldus reclamant. Tevens verwacht hij een waardedaling van zijn woning. Standpunt gemeentebestuur: Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen. Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig.
2
Wij achten het niet aannemelijk dat de veronderstelde waardevermindering van woningen als gevolg van deze planherziening zo groot zal zijn dat wij daaraan doorslaggevende betekenis moeten toekennen en de aanvraag om planherziening moeten weigeren. Daarbij achten wij van belang dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Desalniettemin kunnen omwonenden voor zover zij menen dat zij recht hebben op een tegemoetkoming in planschade, via de daartoe aangewezen procedure een verzoek om tegemoetkoming indienen bij de gemeente, die met initiatiefnemer een overeenkomst heeft afgesloten inzake het verhaal van toe te kennen tegemoetkomingen in planschade. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 8: Reclamant vreest overlast van de arbeidsmigranten. Het zijn er teveel en zij hebben geen binding met de buurt. De fietspaden zijn al overbelast. Reclamant vraagt zich ook af waar geparkeerd gaat worden. Tevens verwacht hij een waardedaling van zijn woning. Standpunt gemeentebestuur: Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen.
Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig. Wij achten het niet aannemelijk dat de veronderstelde waardevermindering van woningen als gevolg van deze planherziening zo groot zal zijn dat wij daaraan doorslaggevende betekenis moeten toekennen en de aanvraag om planherziening moeten weigeren. Daarbij achten wij van belang dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Desalniettemin kunnen omwonenden voor zover zij menen dat zij recht hebben op een tegemoetkoming in planschade, via de daartoe aangewezen procedure een verzoek om tegemoetkoming indienen bij de gemeente, die met initiatiefnemer een overeenkomst heeft afgesloten inzake het verhaal van toe te kennen tegemoetkomingen in planschade. Uit de verrichte verkeersonderzoeken blijkt dat de infrastructuur nabij de verblijfsaccomodatie deze functie kan dragen. Er wordt geparkeerd op eigen terrein. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 9: Reclamant vreest overlast van de arbeidsmigranten.
Het zijn er teveel en zij hebben geen binding met de buurt. Standpunt gemeentebestuur: Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen. Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig. In relatie tot planschade wijzen wij erop dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen - vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 10: Het lijkt reclamant verstandig de ontwikkeling van de economie af te wachten. Standpunt gemeentebestuur: Het gaat in de Tilburgse situatie voornamelijk om arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de logistiek. Door Corona zijn steeds meer consumenten hun boodschappen gaan doen via online-winkels. Hierdoor is het drukker geworden in de distributiecentra. Het aantal pakketjes dat dit jaar wordt bezorgd in Nederland is door
3
Corona met tientallen procenten gestegen. De orderpicking voor al deze pakketjes in de distributiecentra wordt voornamelijk uitgevoerd door arbeidsmigranten. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 11: Reclamant vreest overlast van de arbeidsmigranten. Het zijn er teveel en zij hebben geen binding met de buurt. Daarnaast verwacht reclamant geluids- en verkeersoverlast. Ook wijst reclamant op een eigen initiatief, dat werd afgewezen vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan. Standpunt gemeentebestuur: Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen. Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig. In relatie tot planschade wijzen wij erop dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen - vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Uit de plantoelichting en de verrichte onderzoeken blijkt dat e.e.a. milieutechnisch en verkeerstechnisch inpasbaar is.
Ten aanzien van het eerdere initiatief van reclamant wijzen wij erop dat elk initiatief op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Gevallen zijn daarbij zelden gelijk en vergelijkbaar. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan en is in die zin ongegrond. Zienswijze 12: Reclamante heeft een groot aantal vragen over de gemeentelijke benadering van het onderwerp huisvesting arbeidsmigranten in het algemeen en wijst in dat verband op een mail die zij heeft verstuurd op 29 juli 2020. De strekking van de zienswijze is dat veel beleid onduidelijk is, evenals het realiseren van de taakstelling in aantal plaatsen (3600-5000). Er is geen sprake van een duidelijke visie, de gemeente hobbelt achter de feiten aan en accepteert de ontwrichtende gevolgen in de thuislanden en schrijft dat toe aan vrij verkeer binnen Europa. Standpunt gemeentebestuur: Wij stellen vast dat reclamante op geruime afstand van de planlocatie woonachtig is. Deze afstand bedraagt hemelsbreed circa 5 kilometer. Dit betekent dat een eventueel beroep van reclamante tegen het vastgestelde bestemmingsplan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Daarnaast zijn de vragen die zij stelt meer algemeen dan locatie-specifiek van aard.
Wij beantwoorden de vragen van reclamante daarom buiten de kaders van deze ruimtelijke procedure en laten deze buiten beschouwing als zienswijze in het kader van deze concrete planprocedure. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan en is in die zin ongegrond. Zienswijze 13: 1. Sinds de toetreding van een aantal Oost-Europese landen tot de Europese unie is er een grenzeloze en ontwrichtende arbeidsmigratie binnen de EU op gang gekomen wat leidt tot leegloop en ontworteling van gemeenschappen aldaar. In de ontvangende landen speelt onbeperkte arbeidsmigratie vooral werkgevers in de kaart en verscherpt dit de directe concurrentie tussen werknemers. Werkgevers die hiermee o.a. de lonen bewust laag kunnen houden. Het effect van de economische keuzes die de gemeente Tilburg heeft gemaakt voor de komende jaren vertaalt zich in een verdere toestroom van enorme aantallen arbeidsmigranten uit voornamelijk MOE- landen. Het huisvestingsprobleem wat hiermee wordt gecreëerd leidt geleidelijk ook tot een regionaal maatschappelijk probleem. 2. De grote aantallen arbeidsmigranten die nu al in Tilburg aanwezig zijn leggen ook een druk op de woonvoorzieningen binnen de gemeente en zorgen ervoor dat structuur en samenhang binnen woonwijken wordt ontwricht wat kan leiden tot onrust binnen de gemeenschap.
Het ontneemt starters op de woningmarkt een eerlijke kans op een woning doordat relatief goedkope woningen snel worden opgekocht door o.a.
4
huisjesmelkers en vervolgens worden verhuurd aan arbeidsmigranten. Hierdoor hebben een aantal gemeentes in Nederland al doen besluiten om af te zien van verdere ontwikkeling van grootschalige huisvesting en vooral een maximum te stellen aan het aantal arbeidsmigranten in hun gemeente. (Onder andere de gemeentes, Maasdriel, Zaltbommel, Deurne, Kerkrade, Gulpen en Goeree-Overflakkee). In tegenstelling tot de genoemde gemeentes stimuleert de gemeente Tilburg juist de arbeidsmigratie door de komende jaren in te zetten op de ontwikkeling van grootschalige huisvesting op meerdere locaties in de stad. 3. Voor vastgoedontwikkelaar SABES en E&A uitzendbureau beiden nauw betrokken bij de ontwikkeling van de plannen aan de Dongeseweg 67-69 is het migranten hotel voor 700 personen een lucratief verdienmodel, waarbij huisvestingskosten volgens de wet WAS, over maximaal 25 % van het wettelijk minimumloon ( € 1.680, per 1 juli 2020) mogen worden ingehouden op het netto loon van de werknemer. Het uitzendbureau is hiermee naast werkgever ook de huisbaas. Een nieuwe nevenfunctie van het uitzendbureau. 4. De gemeente spreekt over “tijdelijke huisvesting”, dit geldt weliswaar voor de “short en mid stay” arbeidsmigranten in het verblijf. Dit geldt echter niet voor de directe bewoners in de nabijheid van het adres Dongeseweg 67-69 en met name in het nabij gelegen deel van de Reeshof in de B-buurt.
Voor hen is er sprake van een permanente bewoning op deze locatie, door het voortdurend komen en gaan van arbeidsmigranten. 5. De huisvesting is permanent en begroot voor tenminste 10 jaar waarbij het hoge aantal van 700 logies exceptioneel te noemen is. Aantallen die nergens anders nu in Nederland te vinden zijn. Met deze uitgangspunten geven de betrokken partijen, Sabes vastgoed, E&A uitzendorganisatie gesteund door de gemeente Tilburg duidelijk richting op welke manier het economische (logistieke) landschap zal worden ingevuld de komende jaren en hiermee ook de impact hiervan op de werkgelegenheid in Tilburg. 6. De invulling op de arbeidsmarkt door grootschalig in te zetten op arbeidsmigranten, is een extreme verschijningsvorm van onzekerheid en het verzwakken van de positie van werknemers. Ik begrijp dat werkgevers lobbyen voor nog meer arbeidsmigratie. Dit flexwerk is het verdienmodel en leidt tot een oneerlijke druk op de lonen van de Nederlandse werknemers. 7. In de bijeenkomsten eerder gehouden over de komst van dit migrantenhotel stelde de gemeente de autochtone bewoners ook duidelijk achter op de arbeidsmigranten als het gaat over wonen.
(De volgende passage komt uit de informatiebijeenkomst in de Moerse Hoeve van de gemeente Tilburg maart 2019: “Waarom mag ik niet op mijn terrein wonen en mogen er straks naast mij 700 mensen wonen? Antwoord: Er wordt onderscheid gemaakt tussen “wonen” en “verblijven”. Er wordt een vergunning afgegeven voor een logieslocatie, dat geeft aan dat mensen er tijdelijk verblijven. Permanente bewoning is hier niet toegestaan. Wie controleert dit dan vraag ik mij af. Is de gemeente hier pro- of reactief op? 8. Een andere vraag direct aan E&A gesteld betrof of het geoorloofd was of dat een Nederlander woonachtig in Groningen, werkzaam voor E&A in Tilburg ook tijdelijk gehuisvest mocht worden in het migrantenhotel. Waarop het antwoord ‘NEE” was, alleen voor arbeidsmigranten. Hiermee overtreedt het uitzendbureau de wet gelijke behandeling op grond van nationaliteit op de arbeidsmarkt. Standpunt gemeentebestuur: Ad 1. Binnen de EU geldt vrij verkeer van personen. Tilburg is een logistieke hotspot in zowel Nederland als Brabant. Juist omdat de huisvesting vaak qua omstandigheden te wensen overliet, is in regionaal verband besloten de huisvesting serieus op te pakken en te komen tot een aantal grootschalige voorzieningen, waarvan de onderhavige een permanente is. Het betreft hier overigens een argument dat niet ruimtelijk van aard is. Ad 2.
Juist omdat we willen dat arbeidsmigranten zo min mogelijk concurreren met starters en andere woningzoekenden, zijn we overgegaan tot het faciliteren van een aantal grootschalige voorzieningen. Het is de bedoeling dat hierdoor juist sprake is van een afname van de druk op de reguliere woningmarkt. Ad 3. Uiteraard zullen uitzendbureau en vastgoedontwikkelaar moeten voldoen aan wettelijke normen, op elk vlak. Het betreft hier overigens een argument dat niet ruimtelijk van aard is. Ad 4. Het betreft hier inderdaad een permanente voorziening voor tijdelijke huisvesting. Om deze reden is in dit geval gekozen voor een herziening van het bestemmingsplan. Ad 5 en 6. Feit is dat Tilburg veel logistieke bedrijvigheid kent. In de praktijk blijkt daar een vraag naar arbeidsmigranten mee gepaard te gaan. De coronacrisis heeft de vraag ook niet verminderd. Deze arbeidsmigranten dienen in deugdelijke verblijfsaccomodaties een onderkomen te kunnen vinden. Het betreft hier overigens argumenten die niet ruimtelijk van aard zijn.
5
Ad 7. Het gaat inderdaad niet om een vorm van wonen, maar om logies. Indien op dit punt overtredingen worden geconstateerd, kan de gemeente handhavend optreden. Ad 8. De arbeidsmarkt wordt niet verstoord door verblijfsaccomodaties voor specifieke doelgroepen te realiseren. Het betreft hier overigens een argument dat niet ruimtelijk van aard is. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan en is in die zin ongegrond. Zienswijze 14: 1. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is ter plaatse van de Dongenseweg 67-69 voorzien in een woonbestemming voor de aanliggende strook grond van ca. 36 meter breed. Voor het overige deel van het terrein is voorzien in een bedrijfsbestemming die slechts beperkte mogelijkheden in milieucategorie 1 (caravanstalling en opslag) geeft. De beoogde wijziging van de bestemming naar Horeca ten behoeve van de huisvesting van 700 arbeidsmigranten geeft een zodanige intensivering van het gebruik van het terrein dat reclamant daar veel overlast van gaat ondervinden. Met deze intensivering kan er geen sprake meer zijn van een goed woon- en leefklimaat op het adres Dongenseweg 75. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan en de bijlagen waaronder het akoestisch onderzoek is geen enkele aandacht besteed aan de extra geluidsbelasting die het gebruik volgens het plan zal gaan veroorzaken op de woning aan de Dongenseweg 75.
Met name het parkeren in twee parkeerlagen in de westhoek van het perceel zal een enorme toename van de geluidsbelasting veroorzaken. Deze toename van de geluidsbelasting is niet onderzocht. 2. Daarnaast betekent het veel intensievere gebruik een ernstige aantasting van de privacy voorde woning en tuin aan de Dongenseweg 75. Onder de oude woonbestemming was er nauwelijks sprake van zicht of overlast nabij de woning aan de Dongenseweg 75. Nu de bestemming op ca. 30 meter vanaf de achterdeur gaat wijzigen verliest de woning zijn ongestoorde ligging. 3. Met de zes bouwlagen is er sprake van hoogbouw (hoger dan 15 meter). De voorgenomen bestemmingsplanwijziging is alleen al om die reden in strijd met het gemeentelijk beleid omdat er tot 20 meter hoog gebouwd kan worden en er dus sprake is van hoogbouw. Volgens de door u vastgestelde Handreiking hoogbouw zou hoogbouw slechts mogelijk zijn op locaties indien dit meerwaarde oplevert voor de stad in programmatische zin én in ruimtelijk zijn. In de plantoelichting wordt op geen enkele wijze gemotiveerd waarom hoogbouw op deze locatie ruimtelijk meerwaarde oplevert voor de stad. Sterker nog: er wordt juist aangegeven dat de gebouwhoogte zich beperkt tot de hoogte van de bomen zodat de hoogbouw niet zichtbaar is. Men gebruikt daarvoor het argument dat zodoende “conflicten met ecologische waarden worden voorkomen”.
Dit argument komt echter niet terug in de ecologische paragraaf. Waarom de bouwhoogte van invloed is op de ecologische waarden is volstrekt onduidelijk. De bouwhoogte is beperkt tot de hoogte van de bomen om zodoende het gebouw aan het zicht te onttrekken. Dat geeft juist aan dat er geen sprake is van enige ruimtelijke meerwaarde. 4. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet niet aan de parkeernorm. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt gesteld dat er niet voldaan hoeft te worden aan de door u gestelde norm omdat er mobiliteitsmaatregelen genomen worden. In de memo “Verkeer en Parkeren” worden een aantal veronderstellingen over autobezit, fietsgebruik etc genoemd die van toepassing zouden zijn voor arbeidsmigranten. Van concrete mobiliteitsmaatregelen is dan ook geen sprake. Voor zover er al sprake is van mobiliteitsmaatregelen zijn deze onvoldoende en niet controleerbaar of handhaafbaar. Niet ingezien wordt waarom er voor dit plan kan worden afgeweken van de parkeernorm. Verzoek is dan ook om niet af te wijken van de parkeernorm omdat anders overlast wordt verwacht. 5. Onder 2.2.2. van de toelichting op het bestemmingsplan wordt ingegaan op de verplichting ingevolge artikel 3.9 van de interim Omgevingsverordening. 20% van de bestemmingswinst zou worden gespendeerd aan de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
Hierbij wordt verwezen naar de aanduiding landschapswaarden. Onder deze aanduiding wordt verwezen naar het als bijlage bij het plan gevoegde inpassingsplan. Dit inpassingsplan bestaat voor een groot deel aan functioneel groen dat onderdeel uitmaakt van de beoogde ontwikkeling. Niet ingezien wordt dat een deel van de maatregelen van het inpassingsplan aan te merken is als investering is in fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. In het inpassingsplan wordt onder inpassingsmaatregelen onder 2. een bomenweide genoemd als maatregel. Dit is geen maatregel die die de fysieke kwaliteit verbetert meer een aanpassing van de tuininrichting bij de woning. Onder 3/4 wordt een erfbeplanting opgevoerd die de bebouwing aan het zicht moet onttrekken. Dit is meer een voorwaarde die verbonden is aan het plan dan een extra investering in kwaliteit. Onder 5 wordt een
6
onderhoudsruimte opgevoerd. Niet ingezien wordt dat dit als een kwaliteitsverbetering is aan te merken. Onder 6 wordt een staalmatwerk begroeid met Hedera genoemd als hekwerk voor perceel afscheiding. Ook dit kan niet gezien worden als onderdeel van een fysieke verbetering maar is juist gewoon een onderdeel van het plan neet zoals bebouwing een onderdeel van het plan is. Onder 7 worden bomen gespaard. Niet duidelijk is waarom dit een investering zou zijn nu het handhaven van de bomen toch al voortkomt uit de beleidsregels van de gemeente en het handhaven van de bomen onderdeel uitmaakt van het plan. Ook de maatregelen onder 8 tot en met 13 zijn onderdeel van het plan en bestaat uit een waterberging tot en met enige groene inrichting die behoort bij de huisvesting net zoals een tuin bij een woning behoort. De onder 14 genoemde maatregel is een verkeersmaatregel die moet voorzien in een goed afwikkeling van de extra verkeersstromen die het plan met zich meebrengt. Ook dit is niet aan te merken als een extra kwaliteitsimpuls maar een noodzakelijke investering als gevolg van het plan. Aangaande het inpassingsplan merk ik nog op dat het wel erg marginaal is. Op pagina 4 wordt zelfs gesproken over een “zonnepark”. Cijfermatige onderbouwing ontbreekt. Standpunt gemeentebestuur: Ad 1.
Reclamant is eigenaar van een bosperceel aan Dongenseweg 75, waar hij op grond van de regels van het vigerende plan mag wonen. In het onderzoek naar milieuzonering is enkel ingegaan op de uitwaartse milieuzonering. De inwaartse milieuzonering is niet meegenomen. In het akoestisch onderzoek is enkel ingegaan op de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de locatie waar arbeidsmigranten worden gehuisvest. De effecten van verkeer / parkeren als gevolg van de huisvesting van 700 personen op het perceel op de omgeving (en dus de woning/perceel van reclamant) zijn niet meegenomen. Dit is als volgt hersteld. Ingevolge de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG (2009) bedraagt de richtafstand tussen een hotel en een woning in een rustige woonwijk 10 meter en tussen een parkeergarage en zo’n woning 30 meter. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Wij constateren 3 zaken. In de eerste plaats is het deel van het perceel van reclamant waarop mag worden gewoond strak begrensd. In de tweede plaats bedraagt de afstand tussen perceelsgrens en uiterste gevel ongeveer 30 meter, waarmee de richtafstand wordt gehaald.
In de derde plaats is er hier geen sprake van een rustige woonwijk, maar van gemengd gebied. Zie hiervoor ook de plantoelichting. Dit betekent dat de richtafstanden uit de VNG-brochure met één stap mogen worden verkleind. Er wordt dus voldaan aan de door de gemeente gehanteerde richtafstanden, waardoor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig wordt geacht. De quickscan BMZ is aangepast. Daarnaast is aanvullend naar aanleiding van de zienswijze nog een onderzoek Industrielawaai uitgevoerd. Ook hieruit blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ad 2. Er bestaat in Nederland geen recht op een vrij uitzicht. In de bestaande situatie was er overigens ook reeds sprake van activiteit op het buurperceel. Daarnaast constateren wij dat sprake is van een ruime afstand tussen de verblijfsgebouwen, die achteraan op het projectperceel zijn geprojecteerd, en de woning van reclamant. De kortste afstand van de woning van reclamant tot de verblijfsunits voor arbeidsmigranten bedraagt circa 100 meter. De afstand van de woning tot de toekomstige parkeergarage bij de huisvesting bedraagt circa 30 meter. Hoewel er in de garage slechts beperkt mensen verblijven, is ten zuidwesten van de garage een houtsingel met struiklaag voorzien. Deze onttrekt de parkeergarage aan het zicht en voorziet in privacy bij de woning van belanghebbende. Ad 3.
Onder hoogbouw wordt in Tilburg verstaan bouwen hoger dan 15 meter. Dit is na afweging in beginsel overal mogelijk. In de plantoelichting staat een korte afweging opgenomen. Deze vullen wij op deze plaats nog als volgt aan: In functioneel opzicht is de huisvesting van arbeidsmigranten belangrijk voor de stad. Er zijn diverse ruimtelijke modellen onderzocht hoe het gewenste programma het beste op de kavel kan worden ingepast. Door te kiezen voor stapeling, is op maaiveldniveau gebruiksruimte vrijgespeeld voor de toekomstige bewoners. Wij vinden hoogbouw noodzakelijk om de verblijfskwaliteit van de huisvesting te vergroten en hoogbouw heeft in die zin meerwaarde voor de gemeente. Besloten is de hoogbouw te beperken tot circa de ‘boomgrens’. Ad 4. Er wordt, anders dan reclamant veronderstelt, voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente en ook aan de parkeernorm die in casu geldt. Al het parkeren wordt op eigen terrein opgelost. Zie verder de plantoelichting, het bij de plantoelichting gevoegde onderzoek en ook de beantwoording van de zienswijze met volgnummer 17. Ad 5. Volgens de regels en werkafspraken die gelden met betrekking tot kwaliteitsverbetering van het landschap, mogen landschappelijke inpassing en ook plankosten en kosten voor beheer wel degelijk deel uitmaken van de investering die gepleegd wordt. De motivering van de kwaliteitsverbetering landschap
7
/landschappelijke inpassing wordt verbeterd. Zie verder ook de beantwoording van de zienswijze met volgnummer 21. Conclusie: De zienswijze is deels gegrond, deels ongegrond. Zie de Staat van wijzigingen voor aanpassingen van het plan. Zienswijze 15: Op een paar adressen na, zijn weer de bewoners van de Gesworen Hoek niet ingelicht over inzage van het bestemmingsplan, aldus reclamant. Dit deel van de wijk zal te maken krijgen met deze Arbeidsmigranten. Reclamant vreest veel overlast voor de buurt. Standpunt gemeentebestuur: De gemeente is wettelijk gezien alleen verplicht het ontwerpbestemmingsplan te publiceren in de Staatscourant en het Gemeenteblad. Door zich aan te melden bij de app ‘Over uw buurt’ kunnen omwonenden en geïnteresseerden een melding ontvangen. Daar is tijdens het uitgebreide voortraject met meerdere informatieavonden op gewezen. Daarnaast heeft de gemeente meerdere bewonersbrieven (ook met uitnodiging voor de genoemde informatieavonden) verzonden aan omwonenden. Het verspreidingsgebied van de bewonersbrieven is tussentijds nog vergroot. De laatste bewonersbrief inzake de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is zodoende verzonden aan circa 580 adressen, waaronder een groot aantal adressen in de zogenaamde B-buurt. Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen.
Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig. In relatie tot planschade wijzen wij erop dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen - vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 16: Reclamant vraagt zich af of er in de omgeving voldoende werk is voor zoveel arbeidsmigranten. Hij vreest overlast van de arbeidsmigranten. Het zijn er teveel en zij hebben geen binding met de buurt. Tevens verwacht hij een waardedaling van zijn woning. Standpunt gemeentebestuur: Het gaat in de Tilburgse situatie voornamelijk om arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de logistiek. Door Corona zijn steeds meer consumenten hun boodschappen gaan doen via online-winkels. Hierdoor is het drukker geworden in de distributiecentra. Het aantal pakketjes dat dit jaar wordt bezorgd in Nederland is door Corona met tientallen procenten gestegen. De orderpicking voor al deze pakketjes in de distributiecentra wordt voornamelijk uitgevoerd door arbeidsmigranten.
Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen. Reclamant heeft deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig. Wij achten het niet aannemelijk dat de veronderstelde waardevermindering van woningen als gevolg van deze planherziening zo groot zal zijn dat wij daaraan doorslaggevende betekenis moeten toekennen en de aanvraag om planherziening moeten weigeren. Daarbij achten wij van belang dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften. Desalniettemin kunnen omwonenden voor zover zij menen dat zij recht hebben op een tegemoetkoming in planschade, via de daartoe aangewezen procedure een verzoek om tegemoetkoming indienen bij de gemeente, die met initiatiefnemer een overeenkomst heeft afgesloten inzake het verhaal van toe te kennen tegemoetkomingen in planschade. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
8
Zienswijze 17: 1. Reclamanten vragen zich af of de behoefte aan arbeidsmigranten nog wel zo groot is als voorheen, gelet op de gewijzigde economische omstandigheden. 2. Tevens vrezen zij overlast van de arbeidsmigranten, alsmede waardedaling van hun woningen. 3. De parkeerbehoefte en de verkeersbewegingen zijn een grote zorg. Gewezen wordt op verschillende verkeersgeneratienormen, die in de onderliggende stukken worden gebruikt, en op andere veronderstelde gebreken in het verkeersonderzoek. 4. Onduidelijk is waarom deze functie niet in stedelijk gebied kan worden ondergebracht. 5. Het is niet raadzaam om huisvesting in het verdienmodel van het uitzendbureau te plaatsen. 6. Reclamanten willen duidelijkheid over hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt als vervolgfunctie en zij maken bezwaar tegen de bestemming Horeca. In het onderzoek inzake milieuzonering is hier geen rekening mee gehouden. 7. Reclamanten stellen ook dat geen sprake is van logies, maar van wonen. 8. Het initiatief is volgens reclamanten daarom in strijd met de Visie Integratie Stad-Land Dongenseweg van 2014. 9. Ook bij het stikstofonderzoek worden enkele kanttekeningen gemaakt. Standpunt gemeentebestuur: Ad 1. Het gaat in de Tilburgse situatie voornamelijk om arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de logistiek. Door Corona zijn steeds meer consumenten hun boodschappen gaan doen via online-winkels.
Hierdoor is het drukker geworden in de distributiecentra. Het aantal pakketjes dat dit jaar wordt bezorgd in Nederland is door Corona met tientallen procenten gestegen. De orderpicking voor al deze pakketjes in de distributiecentra wordt voornamelijk uitgevoerd door arbeidsmigranten. Ad 2. Er zijn naar onze mening geen redenen om te veronderstellen dat arbeidsmigranten voor meer overlast zorgen dan anderen. Reclamanten hebben deze vrees ook niet nader en objectief onderbouwd met een onderzoek. De verblijfsaccomodatie zelf is daarnaast tamelijk geïsoleerd gelegen er is 24 uur per dag een beheerder aanwezig. Wij achten het niet aannemelijk dat de veronderstelde waardevermindering van woningen als gevolg van deze planherziening zo groot zal zijn dat wij daaraan doorslaggevende betekenis moeten toekennen en de aanvraag om planherziening moeten weigeren. Daarbij achten wij van belang dat uit vaste rechtspraak volgt dat er geen rekening mag worden gehouden met de vrees dat arbeidsmigranten - in verhouding tot doorsnee gezinnen - vaker voor overlast zullen zorgen omdat zij zich niet houden aan wettelijke voorschriften.
Desalniettemin kunnen omwonenden voor zover zij menen dat zij recht hebben op een tegemoetkoming in planschade, via de daartoe aangewezen procedure een verzoek om tegemoetkoming indienen bij de gemeente, die met initiatiefnemer een overeenkomst heeft afgesloten inzake het verhaal van toe te kennen tegemoetkomingen in planschade. Ad 3. Uit de plantoelichting en de verrichte onderzoeken blijkt dat e.e.a. milieutechnisch en verkeerstechnisch inpasbaar is. Uit de verrichte verkeersonderzoeken blijkt dat de infrastructuur nabij de verblijfsaccomodatie deze functie kan dragen. Het plangebied ligt in zone C, zijnde “rest bebouwde kom”. Voor de berekening zijn de kencijfers van een twee sterrenhotel gehanteerd omdat deze qua functie en gebruik het meeste overeenkomt met de te verwachten kencijfers voor de onderhavige functie. Het CROW geeft aan dat in dit gebied de verkeersgeneratie van een 2* hotel minimaal 9,3 en maximaal 10,5 per 10 kamers is. Er zijn (circa) 350 kamers dus op basis van deze cijfers is de verkeergeneratie 35x9,3=526 á 35x10,5=368 verkeersbewegingen per etmaal. Afgerond wordt gerekend met 400 verkeersbewegingen per etmaal. De berekening in het akoestisch onderzoek en het stikstofonderzoek gaat uit van 14,2 verkeersbewegingen per 10 kamers. Dit cijfer is niet te herleiden naar CROW kencijfers.
Wel komt dit cijfer overeen met het kencijfer wat is geconstateerd uit een onderzoek door GroenLicht verkeersadviezen in 2019. Daarin is geconstateerd dat het aantal verkeersbewegingen per arbeidsmigrant 0,71 per dag is. In dat geval zou het aantal verkeersbewegingen per dag dus inderdaad 497 zijn. In hetzelfde rapport staat echter ook: “ Deze studie heeft onvoldoende inzicht verschaft in een centrale richtlijn voor de verkeersproductie- en attractie (het aantal auto- en fietsverplaatsingen per dag) voor locaties met arbeidsmigranten. De berekende waarden op basis van de verschillende onderzoeken lopen te ver uiteen om tot een gedegen eindcijfer te komen. Ook op basis van de literatuur / internet kon dit cijfer niet verder sterk onderbouwd worden.” De onderbouwing in het rapport van BRO geeft de onderbouwing waarom er gewerkt kan worden met de wat lagere kencijfers van het CROW op basis van hotel 2*: Het autobezit onder de arbeidsmigranten die op deze locatie komen is namelijk lager vanwege meerdere factoren:
9
a. Het autobezit onder arbeidsmigranten is laag. Ze komen voor een relatief korte periode naar Nederland (412 maanden) en reizen voornamelijk per collectief vervoer naar Nederland. Ze reizen bijvoorbeeld op de volgende manier naar de planlocatie: • De arbeidsmigranten worden opgehaald vanaf de uitstaphaltes van pendeldiensten bij de grotere stations of vanaf één van de vliegvelden Eindhoven Airport, Flüghaven Düsseldorf of Schiphol. • Met de trein naar NS-station Tilburg en kunnen dan met de buslijn 327 naar Oosterhout uitstappen bij bushalte Pallasstraat. Vanaf deze halte is het nog 600 meter lopen (circa 8 – 10 minuten) naar de planlocatie; • Rechtstreeks met pendeldiensten vanuit Oost-Europa; b. Het grootste gedeelte (minimaal 60%) van de arbeidsmigranten gaat per fiets naar het werk. Zij werken op de industrieterreinen Vossenberg en Kraaiven die in de directe omgeving liggen. Door het arbeidsbureau worden voor alle arbeidsmigranten fietsen ter beschikking gesteld. c. Een beperkte groep van de arbeidsmigranten heeft wel de beschikking over een eigen auto. Zij nemen andere arbeidsmigranten mee naar de werklocaties in de omgeving; d. De overige groep reist met eigen of met door de werkgever ter beschikking gestelde elektrische wagens naar de werklocaties. Deze onderbouwing is verkeerskundig akkoord.
Reclamanten stellen dat er 6,5 parkeerplekken bij 10 kamers gewenst zijn, dus 35x 6,5 =227,5 parkeerplaatsen totaal. Zij knopen hiervoor aan bij een 2* Hotel. Tegen het rapport Verkeer & parkeren Dongenseweg Tilburg van BRO en 0,57 rit/bed wordt dus bezwaar gemaakt en gesteld dat dit rapport niet gebruik kan worden voor de wijziging van het bestemmingsplan, waarop deze echter gefundeerd wordt. Als bovenstaande redenering wordt toegepast komt de parkeereis echter juist lager uit. Voor de parkeernormen geldt dat de ontwikkeling in zone C “Rest bebouwde kom” ligt. Tilburg hanteert de ondergrens van de range van het CROW.
Voor een 2* hotel betekent dit dat de norm per 10 kamers 3,6 parkeerplaatsen is. Bovenstaande redenering zou dus betekenen dat voor deze ontwikkeling 35x3,6=126 parkeerplaatsen nodig zijn.
10
De Dongenseweg heeft voorts een capaciteit van 4.800 motorvoertuigen in de spits. Met een intensiteit van 9.000 á 9.500 motorvoertuigen per etmaal blijft de verhouding intensiteit/capaciteit laag. Ook als de extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling worden toegevoegd. Ter vergelijk, voor de aanleg van de Burgemeester Letschertweg reden er ruim 18.000 motorvoertuigen per etmaal op dit wegvak. Dat heeft destijds ter plaatse niet tot doorstromingsproblemen geleid. Verkeer hoeft niet per definitie te keren, immers als men via de Baron van Voorst tot Voorstweg naar de bestemming rijdt kan men rechtsaf het terrein op rijden en als men van het terrein afrijdt kan men via de Dongenseweg wegrijden, afhankelijk van de bestemming kan men via de Kranenberg naar het zuiden rijden. Bij de beoordeling van de effecten als gevolg van deze ontwikkeling, ten slotte, moet expliciet beoordeeld worden of de toename van verkeer als gevolg van deze ontwikkeling leiden tot een verslechterde verkeerafwikkeling. De in de rapportage geconstateerde conflicten met het vastgesteld beleid ontstaan door de autonome toename van het verkeer, dus als gevolg van toename autogebruik en reeds vastgestelde andere ontwikkelingen in de stad. De realisatie van het verblijf voor arbeidsmigranten voegt daar slechts marginaal iets aan toe.
Op basis daarvan is geconstateerd dat deze ontwikkeling geen noemenswaardig effect heeft op de doorstroming ter plaatse van de verkeerslichten en daarmee acceptabel is. Ad 4. De projectlocatie is gelegen in gebied dat is aangewezen als zoekgebied voor verstedelijking, binnen de tangenten. In de meeste gevallen lukt het ons verblijfsaccomodaties binnen stedelijk gebied te realiseren. Als kansrijk beoordeelde locaties binnen gebied waar verstedelijking afweegbaar is, sluiten wij echter niet uit. Ad 5. Uiteraard zullen uitzendbureau en vastgoedontwikkelaar moeten voldoen aan wettelijke normen, op elk vlak. Het betreft hier overigens een argument dat niet ruimtelijk van aard is. Ad 6. Het gaat hier om een permanente voorziening, een vervolgfunctie is er derhalve niet. In de planregels wordt ter verduidelijking in de doeleindenomschrijving van de bestemming Horeca (regelonderdeel 3.1.1) het woordje ‘uitsluitend’ toegevoegd. Zie voor het onderdeel milieuzonering de reactie op dit onderdeel van de zienswijze met volgnummer 14 Ad 7. Er is sprake van logies, en niet van wonen. In de planregels is vastgelegd dat het moet gaan om arbeidsmigranten, die elders hun hoofdverblijf hebben en maximaal 6 maanden aaneengesloten in de permanente voorziening verblijven. Ad 8. Het betreft hier geen woonfunctie dus strijdigheid met de genoemde visie is niet aan de orde.
Zie ook de beantwoording van de zienswijze met volgnummer 18 op dit punt. Ad 9. Het stikstofonderzoek wordt vervangen door een onderzoek waarbij de sinds 15 oktober 2020 verplicht te hanteren release van het AERIUS-rekenprogramma is gebruikt. Wij menen overigens dat reclamanten hier wijzen op belangen, die de hunne niet zijn. Conclusie: De zienswijze is deels gegrond, deels ongegrond. Zie de Staat van wijzigingen voor aanpassingen van het plan. Zienswijze 18: Uit niets blijkt een integrale afweging, mede in het kader van de Visie Integratie Stad-Land Dongenseweg van 2014. Reclamant is niet tegen arbeidsmigranten in dit gebied, maar het bouwperceel is nu te klein voor deze bebouwing en functie. De kavel van reclamant grenst aan de achterzijde pal aan de kavel Dongenseweg 67 - 69. Reclamant heeft de gemeente vroegtijdig laten weten dit perceel in de aanbieding te hebben. Tot zijn verbazing heeft de gemeente Tilburg dit voorstel naar de prullenmand verwezen. Er wordt nu gekozen voor hoogbouw, een soort gevangeniscomplex, op een te klein perceel met onvoldoende aandacht voor landschappelijke inpassing en parkeren. De berekening van de kwaliteitsverbetering landschap ontbreekt, evenals een schaduw/zonnestudie aangaande de hoogbouw met betrekking tot belendende percelen.
Tevens ontbreekt nog verder bodemonderzoek, zoals gevraagd door het Waterschap en zitten er slordigheden in sommige onderzoeken. Standpunt gemeentebestuur: Reclamant stelt zonder dit verder te staven dat het perceel in kwestie te klein is voor deze functie. Hij zou graag zijn achtergelegen perceel verkopen ten behoeve van het project. Het perceel is echter groot genoeg om deze functie te dragen, hetgeen blijkt uit de afmetingen en de uitgevoerde massastudie. De kortste afstand tot een omliggende woning en de verblijfsgebouwen bedraagt circa 100 meter. Het geheel wordt landschappelijk ingepast. Het parkeren wordt op eigen terrein opgelost. Het betreft hier geen woonfunctie dus strijdigheid met de genoemde Visie Integratie Stad-Land Dongenseweg is in die zin niet aan de orde. Het zwaartepunt van de huisvesting voor arbeidsmigranten ligt in de eerste paarse vlek westelijk van de Burgemeester Van Voorst tot Voorstweg in onderstaand kaartbeeld uit de visie. De
11
visie staat hier onder andere stadsrand- of kernrandfuncties toe, functies die elders in de stad geen of niet altijd een goede plek kunnen vinden en niet passen in het buitengebied (sec). Ook maatschappelijke voorzieningen zijn mogelijk. Aangezien de huisvesting van arbeidsmigranten in aaneengesloten woongebieden op veel weerstand vanuit de bevolking stuit en tegelijk en vooral in een grote maatschappelijke behoefte voorziet, en deze locatie in een gebied waar verstedelijking afweegbaar is in een eerder stadium daarnaast als kansrijk is beoordeeld, vinden wij de huisvesting passend in de visie.
Kaartbeeld Visie Integratie Stad-Land Dongenseweg Onder hoogbouw wordt in Tilburg verstaan bouwen hoger dan 15 meter. Dit is na afweging in beginsel overal mogelijk. In de plantoelichting staat een korte afweging opgenomen. Deze vullen wij op deze plaats nog als volgt aan: In functioneel opzicht is de huisvesting van arbeidsmigranten belangrijk voor de stad. Er zijn diverse ruimtelijke modellen onderzocht hoe het gewenste programma het beste op de kavel kan worden ingepast. Door te kiezen voor stapeling, is op maaiveldniveau gebruiksruimte vrijgespeeld voor de toekomstige bewoners. Wij vinden hoogbouw noodzakelijk om de verblijfskwaliteit van de huisvesting te vergroten en hoogbouw heeft in die zin meerwaarde voor de gemeente. Besloten is de hoogbouw te beperken tot circa de ‘boomgrens’. De kwalificatie ‘gevangeniscomplex’ laten wij voor rekening van reclamant, van enige vorm van opsluiting is vanzelfsprekend geen sprake. Op het perceel van reclamant is geen woning of andere verblijfsfunctie toegelaten. Wij menen dan ook dat hij geen eigen belang heeft bij een onderzoek naar schaduwwerking. De (niet wettelijke) normen dienaangaande hebben bovendien betrekking op gevels en woonkamers. Overigens heeft de in de voorfase uitgevoerde massastudie niet gewezen op onredelijke schaduwhinder.
Ten aanzien van het standpunt van het waterschap verwijzen wij naar de zienswijze met volgnummer 20 en de reactie daarop. Het waterschap stemt in met het plan en de belangen van het waterschap zijn daarin naar tevredenheid verwerkt. De motivering van de kwaliteitsverbetering landschap /landschappelijke inpassing wordt verbeterd. Zie verder ook de beantwoording van de zienswijze met volgnummer 21. Conclusie: De zienswijze is deels gegrond, deels ongegrond. Zie de Staat van wijzigingen voor aanpassingen van het plan.
12
Zienswijze 19: De zienswijze wordt pro forma ingediend. Binnen een maand na dagtekening (31 augustus 2020) volgt een inhoudelijke zienswijze, aldus reclamante. Standpunt gemeentebestuur: Ingevolge artikel 3:16 Algemene wet bestuursrecht (Awb bedraagt de termijn voor het indienen van zienswijzen 6 weken, te rekenen vanaf de dag van terinzagelegging. Het ontwerpbestemmingsplan lag ter inzage vanaf 20 juli tot en met 31 augustus 2020. Ingevolge artikel 6:9 Awb is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Op grond van jurisprudentie kunnen pro forma worden ingediend, waarna de indiener gedurende twee weken de tijd moet worden gegund om de zienswijze van gronden te voorzien. De pro forma zienswijze moet dan echter wel binnen de termijn zijn ingediend. Uit het poststempel op de enveloppe waarin de zienswijze is verzonden blijkt dat de zienswijze in september ter post is bezorgd. De zienswijze is dan ook te laat ingediend. Daarnaast zijn de aangekondigde gronden niet ontvangen, niet binnen twee weken en niet binnen de aangekondigde maand. Conclusie: De zienswijze is niet-ontvankelijk.
Zienswijze 20 (waterschap Brabantse Delta): In paragraaf 5.2, het beleidskader, is het beleid van waterschap De Dommel opgeschreven, wij verzoek u om hier het beleidskader van waterschap Brabantse Delta op te nemen, aangezien het plangebied binnen het beheersgebied van Brabantse Delta ligt. Voor het overige stemt het waterschap in met het plan. Standpunt gemeentebestuur: Wij vermelden het beleidskader van waterschap Brabantse Delta in de waterparagraaf. Conclusie: De zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van het plan in bovenstaande zin. Zienswijze 21 (provincie Noord-Brabant): De provincie is in beginsel positief over het plan. Uit eerdere overleggen tussen provincie en gemeente is gebleken dat onderhavige locatie de meest kansrijke locatie is om arbeidsmigranten te huisvesten. In de plantoelichting zal nog wel onderbouwd moeten worden dat de ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de vereisten voor een duurzame stedelijke ontwikkeling, zoals beschreven in artikel 3.42 van de IOV. Tevens is sprake van de groenblauwe mantel en zal op basis van artikel 3.44, lid 2 van de IOV onderbouwd moeten worden in hoeverre de duurzame stedelijke ontwikkeling plaatsvindt in samenhang en in evenredigheid met een groene en blauwe landschapsontwikkeling binnen het gebied of de naaste omgeving. Uit de huidige toelichting van dit plan blijkt niet dat hieraan wordt voldaan.
Bij het plan is een landschappelijk inpassingsplan gevoegd. Het is niet duidelijk of dit landschappelijk inpassingsplan binnen de visie 'Integratie stad-land Dongenseweg' past die al eerder is vastgesteld en in bijlage 1 van de plantoelichting is opgenomen. Daarnaast ontbreekt de berekening bij de Kwaliteitsverbetering van het Landschap ingevolge artikel 3.9 van de IOV. Standpunt gemeentebestuur: Ingevolge artikel 3.42 van de IOV moet sprake zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling. In de eerste plaats verwijzen wij in dit kader naar de bij de plantoelichting gevoegde laddertoets. De grote behoefte aan passende huisvesting voor arbeidsmigranten is bij de provincie bekend en wordt ook door de provincie onderschreven. Binnen de regio Hart van Brabant maken veel bedrijven gebruik van buitenlandse arbeidskrachten. Anno oktober 2016 stonden er in de regio Hart van Brabant 6.976 personen met een MOEnationaliteit ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). In de gemeente Tilburg waren dit er 4.278, oftewel 2,0% van de totale bevolking. In januari 2018 is dit aantal binnen de gemeente Tilburg gegroeid naar 5.842 personen oftewel een toename van 37% ten opzichte van oktober 2016.
De Tilburgse taakstelling om tot 2025 circa 5.000 arbeidsmigranten in passende, grootschalige voorzieningen te kunnen onderbrengen is in de regio Hart van Brabant afgesproken en deze taakstelling wordt ook door de provincie onderschreven. Kijkend naar de criteria die artikel 3.42 IOV noemt, merken wij nog op dat op het projectperceel reeds een stedelijke functie legaal aanwezig was (opslag caravans, auto’s en dergelijke) met een bestemming Bedrijf. Ruimtelijk gezien was het geen fraai beeld. Er is al met al sprake van een passende transformatie van een
13
perceel (gebied) met een verouderde stedelijke functie. De omgevingskwaliteit is geborgd, dit volgt uit de plantoelichting en de bijbehorende onderzoeken, zie hiervoor de bijlagen bij de regels en bij de toelichting. Het grootste deel van het perceel blijft uiteindelijk onbebouwd en er is veel ruimte voor groen, hetgeen een gunstig effect heeft ten aanzien van het verminderen van hittestress. Er wordt gasloos gebouwd, dus duurzaam. Het waterschap stemt in met het plan. Ook qua mobiliteit draagt het plan bij aan duurzaamheid, er is immers sprake van veelal gedeeld transport en de doelgroep kent (ter plaatse) weinig autobezit. Ingevolge artikel 3.44 van de IOV moet onderbouwd worden in hoeverre de duurzame stedelijke ontwikkeling plaatsvindt in samenhang en in evenredigheid met een groene en blauwe landschapsontwikkeling binnen het gebied of de naaste omgeving. Wij verwijzen hiervoor naar de vernieuwde bijlage bij de planregels inzake kwaliteitsverbetering van het landschap en landschappelijke inpassing. De oude versie is vervangen door een verbeterde versie, waarbij ook de omvang van de investering wordt beschreven. Wij merken ook in dit verband nogmaals op dat reeds sprake was van een legaal aanwezige stedelijke functie op het perceel in kwestie.
Ten aanzien van de Visie Integratie Stad-Land Dongenseweg merken wij in aansluiting op hetgeen vermeld staat over de visie bij de beantwoording van de zienswijze met volgnummer 18 nog het volgende op. Zoals uit luchtfoto’s blijkt, is de locatie alzijdig omgeven door bosgebied. Aangezien de nieuwe bouwvolumes de hoogte van de bomen niet zullen overschrijden, zal het initiatief niet of nauwelijks zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied. Aan de noordoostzijde van het perceel bedraagt de afstand van het bouwvlak tot de perceelgrens 15 meter. Hoewel het publieke belang gering is, omdat het akkerland betreft, is hier een houtsingel voorzien die de ontwikkeling nog meer aan het zicht onttrekt. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing. Conclusie: De zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van het plan in bovenstaande zin.
Staat van wijzigingen Ten aanzien van de verbeelding: 1. Het werkingsgebied van de functie-aanduiding ‘landschapswaarden’ wordt aangepast aan de feitelijke landschappelijke inpassing, in overeenstemming met het inpassingsplan. Ten aanzien van de regels: 1. In de doeleindenomschrijving van de bestemming Horeca (regelonderdeel 3.1.1) wordt het woordje ‘uitsluitend’ toegevoegd; 2. De bijlage bij de planregels inzake kwaliteitsverbetering van het landschap en landschappelijke inpassing wordt vervangen door een verbeterde versie. Ten aanzien van de toelichting: 1. Zienswijzen (samenvatting) en reactie daarop worden toegevoegd; 2. Afbeelding impressie project wordt toegevoegd; 3. De instemmingsbrief/zienswijze van het waterschap d.d. 17 juli 2020 wordt vermeld in de waterparagraaf en het beleidskader van waterschap Brabantse Delta wordt vermeld; 4. De quickscan Bedrijven en milieuzonering in de bijlagen bij de toelichting wordt verbeterd en aangepast; 5. Een onderzoek Industrielawaai wordt toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting; 6. Het stikstofonderzoek wordt in de bijlagen bij de toelichting vervangen door een onderzoek waarbij de sinds 15 oktober 2020 verplicht te hanteren release van het AERIUS-rekenprogramma is gebruikt; 7.
Voor zover nodig en van toepassing wordt de plantoelichting aangepast aan de beantwoording van de zienswijzen en worden tevens teksten en verwijzingen geactualiseerd.
14