03 Gebiedsvisie Kenniskwartier deel 2
Tekst van het document
Westerpark
Wandelbos
Wilhelminapark
Nieuwe Warande Boscampus Spoorpark Professor Cobbenhagenpark
Kromhoutpark
62
biedt kansen om de verbinding te leggen tussen het verbeteren van de fysieke leefomgeving en een duurzame aanpak van armoede, schulden, werkloosheid en eenzaamheid in Tilburg West.
3.4 Groenblauw netwerk GEBIEDSVISIE KENNISKWARTIER LANDSCHAP TOT IN DE HAARVATEN DE toekomstbeeld STAD • SchetstVAN het voor het gebied. Geheel in lijn met de gedachten over Van Gogh Nationalover de melijk van elkaar gescheiden door brede wegen en straten. • Doet uitspraken ruimtelijke, Park (zie hoofdstuk 1) willen wij in het Kenniskwartier het Door het overschot aan stenen en asfalt terug te dringen en landschap de stad in trekken.sociale, Wij hebben (kennis)economische, de ambitie om de overmaat te benutten voor groenblauwe functies, kan Stadsbos013 tot aan het stationsplein van station Tilburg een robuust ecologische netwerk worden gebouwd. programmatische structuur. te laten reiken. Dit klinkt ambitieus, maar de structuur van Tilburg West maakt dit wel•mogelijk. de eerste Het groenblauwe Gaat Dit uitkomt vanop de korte (2025) en netwerk vormt ook de basis voor een plaats doordat er al twee prominente groenstructuren sterker fiets- en wandelnetwerk. Op deze manier voert het lange (2040). stadsbos niet alleen de stad in, maar worden ook de bereikvanuit het westen de stad inlopen. Mettermijn de ecologische zone aan het spoor en het• Professor baarheid en beleefbaarheid van het bos en het KenniskwarGeeftCobbenhagenpark richting aan bewoners, is de basis voor deze gedachte al aanwezig. Als we deze tier aanzienlijk vergroot.
dragers verder aanvullen metgrondeigenaren nieuwe stapstenen (zoalsen het initiatiefnemers. Tenslotte zijn de bouwprojecten in het gebied bij uitstek Spoorpark) en dwarsverbanden kan een sterk groenblauw geschikt om het netwerk te versterken. Door gebouwen netwerk ontstaan, waarmee het Stadsbos op termijn tot in natuurinclusief te ontwerpen gaan ze namelijk onderdeel de haarvaten van de stad kan reiken. uitmaken van het netwerk. Daarnaast heeft het netwerk een grote stimulerende werking op gezond gedrag. Door de bewegingsvrijheid van de auto in het netwerk te beperken en ruim baan te maken voor aantrekkelijke wandelpaden en fietsroutes, wordt sport en beweging voor bewoners en bezoekers meer gestimuleerd. Daarnaast kan het netwerk ook ruimte geven aan ontmoetingsplekken, buitensportfuncties en stadslandbouw.
< Het groenblauwe netwerk in Tilburg West
De ruimtelijke opzet van de naoorlogse stad biedt ons kansen. De verschillende wijken en buurten van West zijn na-
Veel stenen in het straatbeeld van de Torenbuurt
63
64
Omkering van het principe: van oorsprong introverte buurten richten zich meer naar buiten toe
RELATIE TUSSEN BUURT EN GROEN Het robuuste groenblauwe netwerk geeft ons ook de gelegenheid om de relatie van buurten en wijken met hun omgeving te herzien. Vanuit de wijkgedachte werden de naoorlogse buurten van stevige bebouwingsranden voorzien, bestaande uit portiek- en galerijflats. Op deze manier werden de buurten duidelijk afgebakend en van elkaar gescheiden; ontmoetingsplekken lagen voornamelijk in het hart van de buurt. Het is nu tijd voor een omkering van dit principe. We willen de buurten naar buiten gaan richten. Dat doen we door harde buurtgrenzen, bestaande uit flats met gesloten plinten en losstaande garageboxen om te vormen tot aansprekende bebouwingsranden. Op die manier presenteren de buurten zich aan het netwerk en ontstaat er ruimte voor ontmoeting en interactie. De (verdwenen) ontmoetingsplekken uit het hart komen zo terug aan de randen van de buurt. Daarnaast geeft dit de mogelijkheid om het groen en spelen juist de buurt in te trekken. Er kunnen dan groene binnenmilieus worden gecreëerd die verbonden zijn met het omliggende netwerk. Kansrijke buurten voor dergelijke ingrepen zijn de Abdij- en Torenbuurt. Deze wijken kennen veel verharding en weinig centraal gelegen groen. Daarnaast sluiten de portiekflats aan de noordzijde op een slechte manier aan op de aangelegen wandelroutes. Door de wijk naar buiten te richten en
het groen de woonstraten in te halen biedt het een kans om de buurten een meer duurzaam toekomstperspectief te geven. Maar ook aan de noordrand van de wijk de Reit kan de relatie tussen de buurt en het park een stuk beter. Daarbij is het belangrijk om ook het Professor Cobbenhagenpark op termijn een kwaliteitsimpuls te geven en waar mogelijk in te zetten op meer groen en minder asfalt. Door het park visueel te openen en meer verblijfskwaliteit te geven, kan het een plek van betekenis worden.
Wandelroute naar universiteit langs portiekflats Torenbuurt
65
66
Eindbeeld TBOV2040 spoor - status juli 2020
• Schetst het toekomstbeeld voor het gebied. • Doet uitspraken over de ruimtelijke, sociale, (kennis)economische, programmatische structuur. • Gaat uit van de korte (2025) en lange termijn (2040). • Geeft richting aan bewoners, grondeigenaren en initiatiefnemers.
3.5 Duurzame mobiliteit NETWERKANALYSE TILBURG 2040
OPENBAAR VERVOER
Binnen het Kenniskwartier wordt een belangrijk deel van de verstedelijkingsopgave van Tilburg gerealiseerd. Het totale programma op het gebied van wonen en werken zal flink toenemen en het voorzieningenaanbod zal hiermee gelijke tred houden. Dat betekent zowel iets voor het openbaar vervoer en het verkeersnetwerk als voor de gebruikers daarvan.
De Rijksoverheid maakt in samenspraak met de provincies, de vervoerders en ProRail een gemeenschappelijke visie op het openbaar vervoer. In dit zogenaamde ‘Toekomstbeeld OV 2040’ (TBOV2040) wordt in de toekomst voor Tilburg een prominentere positie in het netwerk voorzien. Het TBOV2040 wordt eind 2020 bestuurlijk vastgelegd.
In de Netwerkanalyse Tilburg 2040 wordt beschreven dat het autoverkeer de komende decennia naar buiten wordt ‘geduwd’. Concreet gaat het om het herdefiniëren van de 3 ringen van Tilburg: de cityring, de ringbanen en de tangenten. Met name door het aanpakken van de ringbanen kan er veel doorgaande autoverkeer naar de stadsrand worden gestuurd. Dit verbetert de leefbaarheid en verkeersveiligheid en zorgt voor ontwikkelmogelijkheden. Door aanpassingen aan de ringbanen kan de verkeersintensiteit op andere wegen worden teruggebracht, zonder dat daarbij de bereikbaarheid van de hele stad onder druk komt te staan. Denk aan de Hart van Brabantlaan, Professor Cobbenhagenlaan, Ringbaan West en Statenlaan. Voor het Kenniskwartier betekent dit een flinke leefbaarheidsimpuls; fietsers en voetgangers kunnen het gebied makkelijker doorkruisen. Maar ook is het van forse meerwaarde voor de bereikbaarheid van de binnenstad voor ongemotoriseerd verkeer.
De pijlers van het OV-Toekomstbeeld zijn de focus op de kracht van het openbaar vervoer (1), het bieden van drempelloos vervoer van deur tot deur (2) en het zorgen voor veilig, efficiënt en duurzaam vervoer (3). Het vervoer per spoor heeft bijzondere aandacht in het landelijke toekomstbeeld. Om reizigers een hoogwaardig vervoersysteem te kunnen blijven bieden zijn onder meer uitbreidingen van het spoornetwerk en treinaanbod nodig. Denk bijvoorbeeld aan meer snelle Intercityverbindingen met de Randstad en het omklappen van een deel van het treinaanbod tussen Eindhoven en Utrecht naar Eindhoven en Nijmegen. In ruil daarvoor krijgen Tilburg en Breda dan een directe verbinding met de Domstad. Het gewenste eindbeeld vanuit de regio bevat ten opzichte van het landelijke toekomstbeeld onder meer extra internationale verbindingen met Antwerpen en het Ruhrgebied en een uitbreiding van het sprinteraanbod op de lijn Breda - Eindhoven.
D
•
•
•
Met het TBOV krijgt ook het station Tilburg Universiteit een duidelijke impuls doordat het station een functie vervult binnen de volgende opgenomen ontwikkelingen: - Verhoging sprinterfrequentie tussen station Eindhoven <> station Tilburg Universiteit (korte termijn); - Omvormen station Tilburg Universiteit tot intercity station (middellange termijn); - Directe verbinding tussen Tilburg Universiteit en Utrecht; - Tilburg aantrekkelijker maken als internationale spoorknoop (lange termijn); - Directe verbinding met Antwerpen, Brussel en Düsseldorf. Ondanks de onzekerheid over deze aanpassingen maken de denkrichtingen hierover al veel duidelijk. Tilburg zal als stad een belangrijker knooppunt worden in het spoornetwerk en de betekenis van station Tilburg Universiteit zal groeien. Dat geeft de ontwikkeling van het Kenniskwartier een stevige impuls en maakt de relatie tussen het gebied en beide stations nog belangrijker. Wel vraagt het mogelijk maken van de kwaliteitssprong op het spoor om flinke investeringen in het spoor.
67
“De fiets moet voor het grijpen staan; op het maaiveld of op de begane grond”
68
TRANSITIE VAN AUTOBEZIT NAAR -GEBRUIK De verstedelijking van het Kenniskwartier vraagt naast aanpassingen in het netwerk ook om een transitie van autobezit naar autogebruik. Door aanpassingen aan de openbare ruimte en plaats te maken voor nieuwe mobiliteitsdiensten (Mobility As A Service) kan de totale ruimteclaim voor mobiliteit worden beperkt. Dit kan ten goede komen aan hoogstedelijk programma of verblijfsplekken in de openbare ruimte. Een dergelijke omslag komt echter niet vanzelf; deze veranderingen komen alleen van de grond als ook doelgroepen worden aangetrokken die hiervoor openstaan.
We vragen initiatiefnemers om onze gemeentelijke parkeernormen niet als enige oplossing te zien voor parkeervraagstukken. Nieuwbouwplannen moeten voldoen aan hun parkeervraag en mogen geen parkeeroverlast geven op de omgeving. Bij voorkeur gebeurt dit op basis van een gebiedsbreed mobiliteitsconcept waarbij de ruimteclaim van de auto beperkt is.
Bij ontwikkelingsprojecten in het Kenniskwartier wordt initiatiefnemers gevraagd om duurzame mobiliteit als uitgangspunt te nemen. Dat betekent dat plannen erop gericht moeten zijn om het autobezit en -gebruik te minimaliseren. Dat is mogelijk door te zorgen voor; - Deelconcepten voor auto’s, fietsen en scooters; - Goede relaties tussen woningen en voorzieningen en OV-, fiets- en wandelnetwerk; - Riante fietsparkeervoorzieningen in zowel de openbare ruimte als de gebouwen. Dat betekent dat de fiets voor het grijpen moet staan op het maaiveld of op de begane grond; - Een afgewogen aanbod in (betaalde en onbetaalde) parkeerfaciliteiten.
69
”Een ecosysteem dat zowel in programmatische als ruimtelijke zin kennisontwikkeling en - uitwisseling stimuleert”
70
RDM CAMPUS - VAN HEERDEN EN PARTNERS EN PLUS ARCHITECTEN
H4 DEELOPGAVEN 4.1 Ontwikkelruimte voor ondernemers GEBREK AAN RUIMTE Een ecosysteem biedt ruimte aan bedrijven in elke levensfase. Op die manier kan een bedrijf zich in een vertrouwde omgeving doorontwikkelen. Daarmee is de wens van bedrijven om zich in de eigen omgeving (verder) te kunnen ontwikkelen vergelijkbaar met de wooncarrière van bewoners van een wijk. Het projecteren van dit systeem op het Kenniskwartier laat zien dat we ruimte voor startups en scale-ups ontberen. Startups kunnen zich beperkt vestigen in Intermezzo (dus dichtbij de universiteit) of eventueel in de Spoorzone. Voor scale-ups is weinig of geen aanbod. Middelgrote bedrijven kunnen intrek nemen in de multi-tenant gebouwen, die voldoende aanwezig zijn. Een bijzondere positie daarin heeft het voormalig KvK gebouw waar Van Spaendonck Ondernemingshuis zit. Zij bieden flexhuisvesting (high end). Maar alleen het op orde brengen van de hardware is geen garantie dat het gebied zich ontwikkelt als gewenst en voldoende aansluit op de Kennisas. Juist de netwerkassets zijn daarin heel belangrijk: oftewel de relatie tussen bedrijven,
personen en instellingen in het gebied. Op dit moment is er onvoldoende verbinding tussen bedrijven onderling en met de kennisinstellingen. Maar er is ook nog onvoldoende verbinding met de andere delen van het district zoals de Spoorzone. De Kennisas krijgt nog te weinig lading. Dat betekent dat gebouwd moet worden aan die community en dat een programma ontwikkeld moet worden dat past bij het totale gebied.
OPGAVEN Naast de kansen, zien we dus ook nog een aantal opgaven. · Een overkoepelend (economisch) programma ontwikkelen voor het Kenniskwartier en voor de Kennisas als totaal. · Bezien of de bestaande kantoorgebouwen kunnen bijdragen aan het systeem van voldoende huisvesting voor bedrijven in elke groeifase (dus startup, scale-up, meer gearriveerd). En daarbij kijken waar het Kenniskwartier aanvullend zou kunnen zijn op de Spoor-zone. · De aanwezigheid van Tilburg University met al haar faciliteiten is zeer bepalend voor het profiel van het
·
gebied en de Kennisas van Tilburg. De universiteit is echter in ontwikkeling en laat ook op andere plekken van Tilburg haar gezicht zien. Met TiU voeren we het gesprek over de ontwikkeling van hun campus en de huisvesting van functies t op andere plaatsen in de Kennisas. Denk daarbij aan de Reitse toren, de Young Professional Campus en MindLabs. (Kleine) ondernemers die voortkomen uit de buurt zijn erg waardevol voor de wijkgebonden economie. Detailhandel, horeca en dienstverlening zorgen voor levendigheid in de wijk en bieden mensen de kans om een carrière te starten. Het Kenniskwartier moet voldoende ontwikkelruimte hebben voor deze functies.
71
“Met het bouwen aan een sterk groenblauw netwerk wordt ook gebouwd aan een gezondere en duurzamere stad”
72
4.2 Ecologie VERSTERKEN VAN HET NETWERK Bij het versterken van het ’groenblauwe netwerk’ ontstaan kansen voor de biodiversiteit in het Kenniskwartier. We willen inzetten op het versterken van de biodiversiteit en de verbindingen die daarvoor nodig zijn. Zoals eerder beschreven, biedt het Kenniskwartier ook de ruimte om verbindingen te creëren die de biodiversiteit ten goede komen. Dit kan zowel in de openbare ruimte als bij bouwontwikkelingen door natuurinclusief te bouwen.
welke landschapselementen aangelegd moeten worden om de doelen te halen. Zo wil de gemeente stapstenen tussen verschillende kerngebieden aanleggen, met name voor dagvlinders en kleine zoogdieren. Ook moet er langs het spoor voldoende lijnvormig groen aanwezig zijn die een verbindende functie kunnen vervullen voor vleermuizen. Tot slot wil gemeente Tilburg kleine habitats inrichten voor broedvogels.
In verschillende ambitie- en beleidsdocumenten wordt ecologie en biodiversiteit al benoemd. Hoewel de hiervoor genoemde ruggengraat voor het Stadsbos013 in het Kenniskwartier al aanwezig is, kan en moet deze nog verder uitgebreid worden. Zo moet de ecologische zone langs het spoor bijvoorbeeld een breedte van 25 meter hebben. Deze breedte wordt nu niet overal gehaald. Het is een kans om die breedte bij toekomstige initiatieven te waarborgen.
Door de Kennisas als geheel op een ecologisch verantwoorde manier in te richten en hier ook bij bouwontwikkelingen rekening mee te houden, ontstaat in het Kenniskwartier als het ware een kerngebied van waaruit verschillende diersoorten zich in het gebied kunnen verspreiden. Als in de omgeving het surplus aan stenen vervangen wordt door groen, kan in het hele Kenniskwartier ruimte worden geboden voor ecologie en biodiversiteit. Zo wordt het Stadsbos013 verweven met het Kenniskwartier en met de gehele Kennisas.
ECOLOGISCHE SPOORZONE In opdracht van en in samenwerking met gemeente Tilburg heeft landschapsbureau Kruit-Kok een visie opgesteld voor de ecologische spoorzone in Tilburg (Kruit-Kok, 2017). In deze visie zijn doelen gesteld die ervoor moeten zorgen dat deze ecologische spoorcorridor een bijdrage levert aan de biodiversiteit. Zo zijn doelsoorten gekozen en is er bepaald
73
“De blauwe aders liggen centraal in het groenblauwe netwerk en bieden interessante ruimtelijke en ecologische mogelijkheden”
74
4.3 Klimaatadaptatie en Water BLAUWE ADERS
WIJKNIVEAU EN BOUWINITIATIEVEN
Door te kiezen voor een robuust groenblauw netwerk kan de hittestress in het centrale deel van de stad worden beperkt. Het netwerk doorbreekt potentiële hitte-eilanden en geeft ruimte aan de wind om de stad te ventileren. Daarnaast biedt het netwerk plaats aan een eigentijds watersysteem; een robuust klimaatbestendig systeem waarbij groen en water elkaar versterken, met een duidelijke verbinding naar het Stadsbos 013 en het Spoorpark.
Op wijkniveau zal binnen het Kenniskwartier gezocht worden naar mogelijkheden om te ontharden. Overbodige verharding wordt omgezet in groen en er komen meer groene plekken met bomen. Daarnaast komt er ruimte voor voldoende koelteplekken. Dit zijn groene plekken met een minimale grootte van 200 bij 200 meter, met ruimte voor waterberging, verkoeling en verdamping.
De ruggengraat van dit watersysteem wordt gevormd door de blauwe aders in dit gebied (zie afbeelding). Vanuit twee richtingen stromen deze aders naar de vijvers nabij Station Tilburg Universiteit. Deze bestaande vijvers worden hersteld als regenwaterbuffers en omgevormd tot waterpark. Een aantal buurten naast de blauwe aders worden gekoppeld aan dit afvoersysteem. Deze blauwe aders liggen centraal in het groenblauwe netwerk en bieden interessante ruimtelijke en ecologische mogelijkheden bij de herinrichting van profielen. Zo kan het water zichtbaar worden gemaakt en kan de diversiteit in beplantingssoorten worden vergroot. Blauwe ader in het Groenblauwe netwerk
Ook bouwinitiatieven moeten een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en een goede waterhuishouding. Het basisuitgangspunt is dat het ingezamelde regenwater binnen elk initiatief wordt vastgehouden en geborgen in het gebied waar het valt. Dat betekent dat het regenwater niet in de riolering verdwijnt, maar zoveel mogelijk in zichtbare waterhuishouding die bijdraagt aan de ecologische en landschappelijke verbetering van de leefomgeving. Verder hebben we in het Kenniskwartier een voorkeur voor groene daken en infiltratiesystemen met bovengrondse technische oplossingen.
75
“Met het bouwen aan een sterk groenblauwe netwerk wordt ook gebouwd aan een gezondere en duurzamere stad”
4.4 Duurzaamheid, energietransitie & circulariteit KLIMAATNEUTRAAL IN 2045 Het uitgangspunt van het nationale klimaatakkoord is een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. De gemeentelijke doelstelling is een klimaatneutraal Tilburg in 2045. Daarnaast is op nationaal niveau bepaald dat we uiterlijk 2050 stoppen met het gebruik van aardgas. Dit betekent dat we meer duurzame energie moeten gaan produceren, zoals zonne-energie, windenergie en biogas. En we moeten energie gaan besparen door betere isolatie van gebouwen en toepassing van efficiënte technieken. De Transitievisie Warmte gaat het tempo beschrijven waarin Tilburgse wijken en buurten aardgasvrij worden. Deze visie is eind 2021 klaar. In diezelfde periode wordt gestart met het opstellen van warmte-uitvoeringsplannen voor gebieden waar die als eerste aan de beurt zijn. In die plannen worden definitieve keuzes gemaakt voor (gedeeltelijk) aardgasvrije warmtetechnieken, de benodigde warmtebron(nen), opslagsystemen, infrastructuur en het moment waarop het gebruik van aardgas wordt afgebouwd. Het opstellen van de plannen zal in nauwe samenwerking met die gebieden zelf gebeuren, en waar mogelijk worden meerdere opgaves gekoppeld. Het Kenniskwartier wordt in de Transitievisie Warmte expliciet genoemd als kansrijk gebied voor het aansluiten
van de nieuwbouw en bestaande bouw op een gezamenlijk duurzaam warmtenet. Bij het realiseren van nieuwbouw willen we deze kansen niet laten liggen.
gasvrij uit in een warmte-uitvoeringsplan voor het gebied (en wellicht aangrenzende bestaande bouw).
In de gemeentelijke Energievisie (2017) is geconstateerd dat de opgave om te komen tot een klimaatneutraal Tilburg in 2045 een complex en intensief traject is. Het Kenniskwartier is een belangrijk knooppunt in de Omgevingsvisie van Tilburg. Door het aansluiten bij de stedelijke knooppunten lift de transitie van de energievoorziening mee op de dynamiek in die knooppunten. Er wordt daar innovatie en versnelling verwacht omdat daar ook de meeste investeringen plaatsvinden.
In het Klimaatakkoord is aangekondigd dat de belasting op aardgas de komende jaren omhoog gaat. In het Kenniskwartier wonen voor een groot deel financieel kwetsbare mensen. Daarom is het van belang om te zorgen dat deze groep mee kan doen met het treffen van energiemaatregelen, zodat energie armoede wordt voorkomen. Deze doelgroep is niet makkelijk te bereiken voor de energietransitie.Met inzet van kennisinstituten zoals Tilburg University, die veel kennis heeft van social innovation, zouden omliggende buurten op dit thema een voorbeeld kunnen zijn voor andere delen van Tilburg. Maar ook het zoeken naar financiële arrangementen kan een oplossing bieden, waarbij de besparing die de maatregelen hebben op de huidige maandelijkse uitgaven voor energie, ingezet kunnen worden voor aflossing van de investering. Dit is ook onderdeel van ‘dubbel duurzaam’, waarbij we de sociale situatie in de wijk proberen te verbeteren aan de hand van de energietransitie. Inwoners worden nauw betrokken bij de ontwikkeling en kunnen ook zelf bijdragen (opleiding en werk) aan de transitie van de wijk.
BESTAANDE BOUW Energiebesparing is altijd en overal belangrijk. Onder andere door isoleren, kieren dichten, ventileren, elektrisch koken en groene energie opwekken. Door te isoleren en kieren te dichten, hebben we in de winter minder energie nodig om gebouwen te verwarmen en houden we in de zomer de hitte beter buiten. Ventileren is nodig om gezonde en comfortabele gebouwen te houden. Als uit nader onderzoek blijkt dat een duurzaam warmtenet inderdaad haalbaar is in het Kenniskwartier, werken we de te nemen stappen naar aard-
Energiearmoede
77
AANDACHTSPUNTEN BIJ INITIATIEVEN KLIMAATADAPTATIE EN WATER
ENERGIE
•
•
• •
• •
•
• •
Het ingezamelde regenwater wordt binnen elk initiatief vastgehouden en geborgen in het gebied waar het valt; Sturing op groene daken en infiltratiesystemen met bovengrondse technische oplossingen; Inzameling en verwerking van regenwater zoveel mogelijk in zichtbare waterhuishouding met een kwalitatieve bijdrage aan de ecologische en landschappelijke verbetering van de leefomgeving De woningen zijn optimaal uitgerust tegen hitte; Naast aandacht voor de warmtevraag in het kader van de energietransitie is er ook aandacht voor de koeltevraag. Airco’s gebruiken veel energie en zorgen daarnaast voor verdere opwarming; Tuinen zijn groenblauw ingericht, met een minimale hoeveelheid verharding, plek voor regenwateropvang en voldoende schaduw. Dit kan ook in de vorm van collectieve tuinen; Bij alle bouwinitiatieven is de regenwateropgave 60 l/m² van de afwaterende oppervlakken; Deze regenwateropgave is van toepassing bij nieuwe dak- en verharde oppervlakken en de bestaande dak- en verharde oppervlakken die heringericht worden.
•
• •
Om in 2045 een klimaatneutraal Tilburg te bereiken is het van belang dat nieuw¬bouw géén groei van de CO2- uitstoot met zich meebrengt. De ambitie is dat het Kenniskwartier de eerste wijk in Tilburg is die dat in 2030 bereikt heeft. De nieuwbouw in het Kenniskwartier is minimaal energieneutraal. Onze ambitie is om energieleverende gebouwen te realiseren, waarmee we de energietransitie van de totale wijk kunnen versnellen. De bestaande bouw en nieuwbouw in het Kenniskwartier sluiten we aan op een gezamenlijk duurzaam warmtenet. Met smartgrid willen we de opgewekte energie in de wijk ook direct in het Kenniskwartier benutten. Zo ontlasten we het electriciteitsnet.
ECOLOGIE • • • •
De ecologische zone aan het spoor heeft een gemiddelde breedte van 25 meter; Langs het spoor voldoende lijnvormig groen; Waar mogelijk aanleggen van stapstenen voor dagvlinders en kleine zoogdieren; Waar mogelijk aanleggen van kleine habitats voor broedvogels;
NATUURINCLUSIEF EN CIRCULAIR BOUWEN • •
78
Bij nieuwbouw moet worden gewerkt met het puntensysteem Natuurinclusief Bouwen; Bij nieuwbouw gaan we inzetten op circulair bouwen.
Geen dak onbenut In onder andere de Abdij- en Torenbuurt heeft de gemeente in samenwerking met de Tilburgse woningcorporaties ervaring opgedaan met het verduurzamen van gespikkeld bezit. Dit heeft geleid tot een procesaanpak om bij renovaties van woningcorporaties vaker particuliere woningen in de omgeving mee te nemen. Wat betreft de productie van zonne-energie heeft het de voorkeur om dit zoveel mogelijk op daken te realiseren, zodat er zo min mogelijk zonneweides en windmolens in het buitengebied hoeven te worden geplaatst. De uitdaging is zoveel mogelijk bestaand dakoppervlak te benutten voor het plaatsen van zonnepanelen, zodat niet alleen voor het eigen gebouw energie wordt opgewekt, maar ook voor de rest van de stad. Naast particulieren en andere gebouweigenaren zouden ook energiecoöperaties een rol kunnen spelen in de realisatie van meer zonnepanelen op daken.
NIEUWBOUW; KLIMAATNEUTRAAL EN CIRCULAIR In het Kenniskwartier staan verschillende nieuwbouwprojecten op de planning. Om in 2045 een klimaatneutraal Tilburg te bereiken is het van belang dat de nieuwbouw per saldo in ieder geval geen groei van de CO2 uitstoot met zich meebrengt. Daarnaast willen we in 2045 een volledige circulaire gemeente zijn. Om die reden dagen we nu al ontwikkelaars uit om zowel het bouwproces áls de bebouwing zelf energieneutraal en circulair uit te voeren. Concreet betekent dit dat in het Kenniskwartier geen Bijna-Energie-Neutrale-Gebouwen komen, maar Energie-Neutrale gebouwen (minimaal BENG 3 = 100% duurzame energie) en ook het huishoudelijke energiegebruik op de gebouwen zelf geproduceerd wordt. De ambitie is om nog een stap verder te gaan dan deze minimumeis en energieleverende nieuwbouw te realiseren en daarmee de
energietransitie van de totale wijk te versnellen. Voor hoogbouw van meer dan 4 bouwlagen is dit een hele uitdaging. Hiervoor zouden innovatieve technieken als zonnepanelen op de gevels of ramen of opwekking van windenergie op de daken verkend kunnen worden. Innovatieve energieopwekking past mooi in de innovatie-ambitie voor het gebied.
WIJKNIVEAU De groene ambities bieden naast kansen voor vermindering van hittestress, bergen van hemelwater, meer biodiversiteit en een aangenamer woon- en leefklimaat ook kansen voor energieproductie. Het groenafval dat vrijkomt bij het onderhoud van het groen zou bij een juiste plantenkeuze gebruikt kunnen worden om biogas mee te produceren, zoals nu al met GFT-afval op de Spinder gebeurt. En snoeiafval zou benut kunnen worden als bijstook materiaal voor de Amercentrale.. Bij het opwekken van veel duurzame elektriciteit met bijvoorbeeld zonnepanelen is de capaciteit van het elektriciteitsnet cruciaal. Kenniskwartier wordt een voorbeeldgebied waarbij duurzame energieopwekking, opslag van energie en elektrische laadpalen via smartgrid zorgen voor het zoveel mogelijk direct benutten van opgewekte elektriciteit, zowel door de nieuwbouw als door de bestaande bouw om op die manier het elektriciteitsnet te ontlasten. Bij overproductie kan elektriciteit omgezet worden in warmte, een koppeling met het warmtenet ligt dan ook voor de hand. In de ontwikkeling van gebouwen dient men rekening te houden met inpandige ruimtes om installaties kwijt te kunnen, zodat de openbare ruimte niet verloederd door eindeloze bijplaatsing van transformatorhuisjes, warmtepompstations, etc.
79
Strava heatmap met ‘missing links’
80
“De fiets moet voor het grijpen staan; op het maaiveld of op de begane grond”
4.5 Verkeersstructuur De huidige verkeersstructuur van het Kenniskwartier kent veel bewegingsvrijheid voor de auto. Er zijn veel wegen en de opzet hiervan is ruim. Op een aantal plekken zien wij kansen om deze structuur te vereenvoudigen of wegprofielen te versmallen. Op deze manier ontstaat er meer verblijfsgebied of kan er ruimte worden gegeven aan voetgangers of fietsers, zodat er routes met kwaliteit ontstaan. Met de aanwezigheid van 2 snelfietsroutes en 2 sternetfietsroutes heeft de huidige fietsstructuur al een sterke basis. Toch missen er nog een aantal belangrijke schakels of liggen routes net op de verkeerde plek. Op een heatmap van Strava zijn de missing links in het netwerk goed zichtbaar. Naast het creëren van een nieuwe stationsomgeving stellen wij een aantal wijzigingen in de verkeersstructuur voor. In vogelvlucht zijn dat;
1
MULTIMODALE ROUTES STATION
Vanaf Station Tilburg Universiteit liggen de bestemmingen TiU en Reitse Campus binnen loopafstand. De routes hiernaartoe zijn echter diffuus en onaantrekkelijk. Gelet op het belang van de zogenaamde last-mile voor de keuze voor het OV gaan we dit verbeteren. We maken directe en logische routes, die begeleid worden door nieuwe bebouwing.
Daarbij zorgen we ervoor dat de routes geschikt zijn voor verschillende modaliteiten, zodat ook Light Electric Verhicles (LEV) zoals E-steps een rol van betekenis kunnen gaan spelen. Verder gaan we de vindbaarheid en bereikbaarheid van het station en de P+R per auto verbeteren. De huidige route, door de aanliggende wijk, is niet wenselijk.
2
FIETSLUS STATION TILBURG UNIVERSITEIT
Het station Tilburg Universiteit wordt op korte termijn onderdeel van de nieuwe snelfietsroute Tilburg-Breda. Dit lijkt de hubfunctie van het station te vergroten, maar de aansluitingen van het station op het fietsnetwerk in de directe omgeving zijn nog ondermaats. Om die reden gaan we de oostwest- en noordzuidroutes beter met elkaar verbinden. Hiervoor wordt een fietslus ingepast aan de noordwestzijde van het spoorviaduct. Ook komt er een dubbelzijdig fietspad ten westen van de Statenlaan. Dit vergroot de bereikbaarheid van de universiteit voor fietsers.
3
AUTOVERKEER TILBURG UNIVERSITY
De universiteit kan momenteel vanaf verschillende zijden worden benaderd. Omdat het aanbod aan parkeerplaatsen aan de oostzijde beperkt is, zorgt dit voor zoekverkeer en
81
2 4 1 1 4
5
3
6 6 7 8
parkeerdruk in de aangelegen buurten. We verbeteren dit door de parkeergelegenheid te concentreren aan de westzijde van de campus. Daarnaast zorgen we ervoor dat de westzijde van de campus veel beter en sneller bereikbaar wordt dan de oostzijde. Samen met het mobiliteitsplan voor de TiU moet dit leiden tot minder overlast en meer helderheid in de structuur.
4
VERBINDINGEN STADSBOS013
De aanpassingen voor het autoverkeer rond de TiU bieden kansen om de verbindingen voor het langzaam verkeer naar het Stadsbos013 te verbeteren. Om die reden wordt voor gemotoriseerd verkeer het noordelijke deel van de Hogeschoollaan en de aangelegen parkeervoorzieningen opgeheven, waardoor langzaam verkeer minder wordt belemmerd door autoverkeer. We creëren ruimte voor riante fiets- en wandelpaden die zowel Stadsbos013 als de campus te voet en op de fiets beter bereikbaar maken.
kwartier worden geslecht. Daarnaast kunnen we met de genoemde fietslus en het dubbelzijdig fietspad de fietsverbindingen verbeteren.
De recente luchtsingels van Rotterdam, Den Bosch en Utrecht laten zien dat dergelijke verbindingen katalysatoren van een gebiedsontwikkeling kunnen zijn.
6
8
Op de campus van TiU vormt de esplanade het centrum van het openbare leven. Wij zien de mogelijkheid om het karakter en de uitstraling van dit wandelplein door te trekken tot aan het Spoorpark. De eerste stap is op de transformatielocatie Reitse Campus; we gaan hier op zoek naar centrale parkeervoorzieningen die bereikbaar zijn vanaf het Reitseplein en de Professor Cobbenhagenlaan. Op deze manier kan het autoverkeer op de Sportweg (stapsgewijs) worden beperkt en geven we een grote impuls aan het openbare leven in dit gebied. Als vervolgstap onderzoeken we op welke manier we hier ter hoogte van de Toren- en Abdijbuurt een vervolg aan kunnen geven.
7 5
PROFIEL STATENLAAN
Het wegprofiel van de Statenlaan, tussen de Wandelboslaan en Professor Cobbenhagenlaan, is momenteel erg breed. Gelet op de verkeersintensiteit kan dit profiel smaller, wat de oversteekbaarheid van de weg vergroot. Met deze ingreep, in combinatie met aanpassingen in het hoogteverloop, kan in de toekomst een flinke barrière in het Kennis-
VERLENGEN ESPLANADE
PROFESSOR COBBENHAGENLAAN EN -PARK
De Professor Cobbenhagenlaan is een prominente as in het hart van onze stad. Deze as wordt geflankeerd door een langgerekt park met fietsroute, maar mist allure en verblijfskwaliteit. De weg, het park, het fietspad en de aangelegen bebouwing vormen samen geen aansprekend geheel. Met de ontwikkeling van het Kenniskwartier wordt het tijd om deze as nieuw leven in te blazen. Ook voor het fietsnetwerk geeft dit mogelijkheden. De verbindingen tussen de binnenstad, universiteitscampus en Stadsbos013 kunnen worden aangevuld en verbeterd.
VERBINDING REITSE CAMPUS EN SPOORPARK
De nieuwe esplanade van de Reitse Campus loopt momenteel dood op het viaduct van de Ringbaan West. Het Spoorpark is hierdoor afgesneden van het Kenniskwartier. Gelet op de voorgestane ontwikkeling van het gebied, en de wens om het Spoorpark een duidelijke entree aan de westzijde te geven, is het zeer wenselijk om beide gebieden met elkaar te verbinden.
83
Kenniskwartier Onderzoek Ini�a�ef Ontwerp Visie
❶ Torenbuurt ❷ Abdijbuurt
STATE NLA
AN
1a Datacenter ❺ Westermarkt
2a inrich�ng openbare ruimte
❸ Reitse Campus 3a Uitbreiding Sports Center TiU 3b Tijdelijke studenten huisves�ng 3c PLEIN013 3d Reitseplein 15
❹ Dionisius Koolenlaan 6a
❺ Westermarkt
WANDELBOSLA
AN
❻ Sta�on Tilburg Universiteit 6a Meerkoldreef
❻ Station Tilburg universiteit
❼ Tilburg University Campus 7a Nieuwbouw 2
(bedrijventerrein)
7b
CONSERVA TORIUMLA
AN
7a
❹ Dionisius Koolenlaan
❶ Torenbuurt
❼ Tilburg University Campus
1a
7b Nieuwbouw 3
8 ❷ Abdijbuurt
2a
❸ Reitse Campus
3c
3d
8 Esplanade
3c 3b COBBENHA GENLAAN
AN-WES T
PROFESSO R
84
RINGBA
3a
Esplanade
H5 ONTWIKKELSTRATEGIE 5.1 Doel Ontwikkelstrategie
5.2 Rollen
KORTE EN LANGE TERMIJN
CO-CREATIE
In deze gebiedsvisie worden uitspraken gedaan over de ruimtelijke, sociale, (kennis)economische en programmatische structuur voor zowel de korte als lange termijn. Lopende initiatieven en ontwikkelingen met prioriteit vallen in de eerste groep en zijn aan de orde binnen de komende 5 jaar. De ontwikkelingen van de lange termijn hebben een scope tot 2040. Tussentijdse bijsturing is daarom onvermijdelijk. De ontwikkelstrategie houdt hiermee rekening door nog niet tot in detail keuzes te maken over hoe het wordt gedaan of wie wat doet. Doel van deze strategie is om de opgaven concreter te benoemen en een aanzet te geven op welke manier deze opgepakt kunnen worden.
In de gebiedsontwikkeling gaan we uit van co-creatie: we doen het samen. Met de visie zoeken we aansluiting bij positieve energie in het gebied. Bij concrete initiatieven die op dit moment al lopen, maar ook bij ideeën of concepten die leven bij bewoners, instellingen, ontwikkelaars, etc. Het afgelopen jaar is gebleken dat de (concept)visie ondersteund wordt door partijen en dat er op verschillende plekken ambities integraal opgepakt kunnen worden. Ook zien we dat (externe) initiatiefnemers op basis van de conceptvisie zich uitgenodigd voelen om met initiatieven te komen.
RICHTING GEVEN AAN INITIATIEVEN Op basis van de visie hebben we het afgelopen jaar, vanaf het moment dat de gebiedsvisie in concept is gepubliceerd, concreter sturing kunnen geven aan verschillende initiatieven en projecten. Op veel plaatsen in het Kenniskwartier zijn bewoners, ontwikkelaars of instellingen bezig (gegaan) met de toekomst van hun woon- of leefomgeving. Door te verwijzen naar de ambities voor het Kenniskwartier ontstaat er een goede dialoog die bijdraagt aan de ontwikkeling van het gebied.
REGIE PAKKEN De rolopvatting van de gemeente is per (deel)ontwikkeling verschillend. Allereerst hebben we als gemeente een belangrijke (voortrekkers)rol in het Kenniskwartier, gezien het grote belang van de gebiedsontwikkeling voor de stad. In alle gevallen zijn we daarom partner van partijen. We sturen op de samenhang tussen ambities en kernwaarden en in de samenwerking tussen bewoners, private partijen en overheid zijn wij een van de partners. Afhankelijk van de deelopgaven neemt de gemeente in meer of mindere mate de regie en coördineert het ontwikkelproces. Om bijvoorbeeld de gewenste ontwikkeling van en rondom Station
Tilburg Universiteit in gang te zetten staan we zelf, met onze samenwerkingspartners, aan de lat. Daarnaast is de gemeente aanjager/trekker. We verbinden initiatieven en partijen met elkaar en indien mogelijk zullen we zelf de eerste stap zetten om ambities van de grond te laten komen. Een dergelijke gebiedsontwikkeling is gebaat bij een goede openbare ruimte, ambitieuze architectuur en passende infrastructuur. De verantwoordelijk voor het creëren van de juiste randvoorwaarden ligt grotendeels bij de gemeente; het is een publieke taak om te zorgen voor de basiselementen van een goed leefmilieu en een goed vestigingsklimaat waarin partijen willen investeren. Denk bijvoorbeeld aan een fysieke verbinding tussen de Reitse Campus en het Spoorpark en het verbeteren van de wandel-/fietsverbindingen. De visie nodigt partijen namelijk uit om te (her-)ontwikkelen door de kaders te laten zien waarbinnen per deelgebied een initiatief kan worden gerealiseerd. De visie inspireert en verleidt daarmee plannen¬makers.
85
86
5.3 Proces Gebiedsontwikkeling BETREKKEN VAN PARTIJEN
GEBIEDSBREDE SAMENWERKING
STUREN OP KWALITEIT
Er is geen handboek waarin exact staat hoe een gebiedsontwikkeling van dit formaat het beste vormgegeven kan worden. Het is traject van learn and adapt, uitzoeken wat het beste past per deelgebied en welke partijen welke belangen hebben om te participeren in de ontwikkeling. Dit met het doel om de opgaven op lokaal, regionaal en ook nationaal niveau aan te pakken.
Het is daarom noodzakelijk om te komen tot een gebiedsbrede samenwerking tussen gemeente, marktpartijen, Rijk, provincie en stakeholders. Dit kan bijvoorbeeld in een gebiedscoalitie, waarin partijen hun ambities, vragen en condities op tafel brengen.
Gekoppeld aan deze integrale ontwikkelstrategie wordt tevens een passend intstrumentarium voor kwaliteitssturing ontwikkeld waarmee stadsbreed beleid, zoals onder meer op het gebied van welstand en monumenten, klimaatadaptatie, duurzame energie en natuurinclusief bouwen, wordt vertaald naar de concrete context van het gebied. Hierop aanvullend kan actieve sturing plaatsvinden op onder meer circulair bouwen, innovatieve architectuur en een daarbij passende vorm van kwaliteitsborging zowel integraal voor het Kenniskwartier als voor verschillende deelgebieden. Daarbij worden diverse varianten afgewogen zoals de vorming van een kwaliteitsteam, supervisorschap en de trefzekere inzet van ontwerp en onderzoek.
De gebiedsvisie biedt een basis om met alle betrokken partijen de ontwikkelstrategie concreter invulling te geven. Hiervoor is nodig dat rijksdepartementen, provincies, (vervoer)regio’s en gemeenten gezamenlijk werken aan de gebiedsontwikkeling, maar het vraagt ook om afstemming tussen marktpartijen en overheden. Ontwikkelaars en beleggers die willen investeren in woningbouw en verstedelijking zullen minder snel geneigd zijn dit te doen als er onduidelijkheden bestaan over omvang en termijn, vooral als onzeker is of de benodigde infrastructuur (waar overheden over gaan) wordt aangelegd. Tot slot is het een must om stakeholders die gebieden tot een succes maken (winkeliers en horecaondernemers, de creatieve sector, onderwijs- en zorginstellingen, cultuur, bedrijven) vertegenwoordigd te laten zijn in de ontwikkelstrategie.
Vragen die hierbij naar voren komen zijn: Op welke wijze worden ambities nageleefd? Wie neemt welke rol in? Over welke periode hebben we het? Hoe spreken we de samenwerking af? Hoe zorgen we samen voor een gedegen beheerstrategie voor de lange termijn? Concrete ontwikkel- en investeringsafspraken kunnen via geëigende wegen vorm krijgen, zoals publiek-private afspraken, een regionaal verstedelijkingsakkoord, samenwerkingsovereenkomsten tussen gemeente en markt, intentieafspraken tussen stedelijke stakeholders, gemeente en markt en participatieprocessen met de omgeving. Het uitwerken van de ontwikkelstrategie is een prominente opgave voor het vervolg.
87
FASE 1
88
FASE 2
AMBITIES 5.4 Fasering
HOOGSTEDELIJKE MIX • Mengen van wonen, werken, sporten en leren. • S�muleert ontmoe�ng en (kennis)uitwisseling.
FASE 1: 2020-2025
FASE 2 EN VERDER: 2025-2040
a.
i.
b. c. d. e. f. g. h.
Opstellen een toekomstbeeld voor de Torenbuurt in nauwe dialoog met bewoners; Herinrichten van de openbare ruimte in de Abdijbuurt in samenspraak met bewoners; Hntwikkelen van een visie voor de Reitse Campus; Onderzoeken van de herontwikkelingspotentie van het bedrijventerrein Dionisius Koolenlaan; Versterken en integraal ontwikkelen van de Westermarkt en omgeving; Opstellen van een visie op Station Tilburg Universiteit; Faciliteren van de doorontwikkeling van de campus Tilburg University; Opstellen van een visie voor de Esplanade.
Opstellen een toekomstbeeld voor de Abdijbuurt in nauwe dialoog met bewoners j. Focus op realisatie Station Tilburg Universiteit en omgeving; k. Ontwikkeling omgeving Dionisius Koolenlaan; l. Invulling geven aan acquisitie op programma bedrijvigheid/ kantoren; m. Oppakken opgaven aan zuidkant Kenniskwartier (Professor Cobbenhagenlaan e.o.).
• Vernieuwende en duurzame woonconcepten van hoogwaardige kwaliteit.
SLIMME EN DUURZAME ECONOMIE • Ontwikkeling van een Tilburgs innova�edistrict, aanvullend op de Spoorzone. • Van ‘stad met universiteit’ naar ‘universiteitsstad’. • Versterking van wijkgebonden maakeconomie, diensten, horeca en detailhandel. DUBBELE DUURZAAMHEID • Met bewoners en partners buurtvisie voor de Abdij- en Torenbuurt maken. • Ruimtelijke en sociale opgaven gezamenlijk oppakken. • Verduurzamen, verdichten, vergroenen en verbinden.
GROENBLAUW NETWERK (groen en water) • Rela�e met Stadsbos013 verbeteren. • Gebied nodigt uit tot ontmoeten en bewegen. • Samen de buurten vergroenen en verbinden.
DUURZAME MOBILITEIT • Meer bewegingsvrijheid voor voetgangers en fietsers, minder auto’s. • Sta�on Tilburg Universiteit op termijn transformeren tot intercitysta�on. • Extra aandacht voor (nieuwe) ideeën rondom mobiliteit.
89
FASE 1
5.5 Toelichting Fase 1 TOEKOMSTBEELD TORENBUURT
OPENBARE RUIMTE ABDIJBUURT
In de Toren- en Abdijbuurt wordt momenteel gewerkt aan het leggen van goede (structurele) verbindingen tussen bewoners en wijkprofessionals (Tiwos, ContourdeTwern, etc.). Onder regie van gemeente en Tiwos willen we samen met bewoners en partners toewerken naar een samenhangend toekomstbeeld (een buurtvisie) voor de buurten, op basis van diverse scenariostudies. Tiwos heeft in de stad veel goede ervaringen met dergelijke trajecten en ook hier denkt Tiwos na over hoe zij haar bezit een duurzaam toekomstperspectief kan geven. De ruimtelijke, functionele en culturele verbinding tussen buurt en Tilburg University is ook onderdeel van deze deelopgave.
De afgelopen jaren heeft Tiwos haar woningbezit in de Abdijbuurt verduurzaamd. Als vervolg hierop wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht, op basis van middelen die zijn opgenomen in het MJP. Deels gaat het om reguliere vervanging van materialen, deels gaat het om nieuwe ontwerpen voor de buitenruimte. Het gesprek hierover met de buurt is inmiddels gestart en in samenspraak met hen is het ontwerp bepaald. Uitgangspunt is dat er sprake moet zijn van een no-regret aanpak. Er wordt dus geanticipeerd op eventuele toekomstige ontwikkelingen, want ook in de Abdijbuurt wordt binnen enkele jaren gestart met het opstellen van een buurtvisie, vergelijkbaar als in de Torenbuurt.
We zien kans om thema’s als verdichten, vergroenen en verduurzamen integraal op te pakken en te verbinden met de sociaal-economische vraagstukken zoals armoede, eenzaamheid, gezondheid. Hierbij wordt qua werkwijze de aansluiting gezocht bij de PACT-aanpak in West. Met het opstellen van een toekomstbeeld wordt gestart in de Torenbuurt omdat in deze buurt de afgelopen tijd minder fysieke ingrepen zijn gedaan. Een bijzonder punt van aandacht is ook in hoeverre het particuliere woningbezit onderdeel uitmaakt van de buurtvisie. In het opstellen van diverse scenario’s worden ook particuliere woningeigenaren nadrukkelijk betrokken.
De partijen op de Reitse Campus onderschrijven het campusconcept en hebben ook de ambitie om hier een eerste statement te maken van hoe het gebied zich kan ontwikkelen tot een hoogstedelijke mix van wonen, werken, leren, ontspannen en bewegen. Van groot belang voor het realiseren van de Reitse campus is dat er een toekomstbeeld van de campus wordt gemaakt met richtinggevende principes over inrichting openbare ruimte, gebruik, programma, mobiliteit, typologie, etc. De gemeente heeft hierin als overkoepelende partij een regierol om alle betrokken partijen te betrekken.
BEDRIJVENTERREIN DIONYSIUS KOOLENLAAN REITSE CAMPUS Samen met alle gebruikers en eigenaren van de Sportweg en omgeving wordt de ontwikkeling van een nieuwe campus opgepakt. Dit als tegenhanger van de universiteitscampus en als verbindende schakel naar Spoorpark en Spoorzone en de omliggende wijken. Er lopen momenteel enkele private initiatieven (Plein013, onderzoek Sports Center Tilburg University) in dit deel van het Kenniskwartier, welke kunnen bijdragen aan het creëren van het gewenste hoogstedelijke campusmilieu, waarin de huidige onderwijsfuncties een prominente rol krijgen.
Direct tegen de Reitse Campus ligt een potentieel nieuw compact stedelijk woon- en werkgebied. Dankzij de aanleg van de fietstunnel enkele jaren geleden is er nu aanleiding tot het ontwikkelen van een gebied dat complementair is aan de Reitse Campus en de verbinding vormt tussen de wijken ‘t Zand en De Reit en langs het spoor een nieuwe schakel tussen west en de binnenstad. In samenwerking met potentiële ontwikkelaars wordt onderzocht op welke wijze dit binnenwijks bedrijventerrein op termijn kan transformeren. De gemeente is hierin stimulerend. Daarbij hoort ook een actieve inzet op het onderzoeken van innovatieve
91
FASE 2
woon- en werkmilieus, zowel op het gebied van programmamix, ontwikkelstrategie als ruimtelijke kwaliteit.
HERONTWIKKELING WESTERMARKT Het afgelopen jaar is de opgave voor herontwikkeling van de Westermarkt in een stroomversnelling geraakt. Onder impuls van cofinanciering vanuit het Rijk is aan de slag gegaan met het opstellen van een integraal plan. De opgave is enorm complex, omdat het gebied veel eigenaren kent, met evenzoveel belangen, het gaat om revitalisatie van een winkelgebied en er worden ongeveer 500 woningen toegevoegd. De mobiliteitsmaatregelen en inrichting van de openbare ruimte worden opgepakt in het licht van de positie van de Westermarkt in het grotere geheel van Tilburg-West (PACT). De herontwikkeling van de Westermarkt is in die zin cruciaal voor een kwaliteitsverbetering van de omliggende buurten en het Westerpark, zowel op fysiek-economisch als sociaal gebied. Om de belangen van alle partijen te kunnen overzien en te borgen heeft de gemeente een voortrekkers-/regierol in de herontwikkeling.
AMBITIEDOCUMENT STATION TILBURG UNIVERSITEIT Het station ligt centraal in het gebied en heeft zodoende een prominente rol en functie. Maar qua uitstraling heeft het station een dergelijke belangrijke positie op dit moment echter niet. Vanuit de gemeente wordt dan ook stevig
ingezet op aanpassing van het station en omgeving, zoals Meerkoldreef en zuidkant (Abdij- en Torenbuurt). Onder regie van gemeente zijn met ProRail, NS, provincie, de woningcorporaties en Tilburg University inmiddels gesprekken gestart om de afzonderlijke opgaven te vertalen naar een integrale opgave: een zogenaamd ambitiedocument. Het concretiseren van deze integrale opgave in bijvoorbeeld een masterplan is een langlopend proces, zeker gezien de op termijn benodigde infrastructurele aanpassingen (verbreding spoor, perrons anders ontsluiten, etc.) en noodzakelijke externe (Rijks)financiering.
het is ook publieke ruimte die als poort naar Stadsbos013 fungeert. Het groene karakter van de campus vormt een directe overgang van de buurten naar het achtergelegen groen. Met de realisatie van een nieuw onderwijsgebouw in de noordwesthoek van de campus komt de aandacht nog meer te liggen op de entree van de universiteit vanaf het station en de omliggende woningen en openbare ruimte. In de buurtvisie Torenbuurt wordt deze ontwikkeling in samenhang uitgewerkt.
VISIE ESPLANADE DOORONTWIKKELING CAMPUS TILBURG UNIVERSITY Tilburg University is een prominente partij in het Kenniskwartier en voor de stad Tilburg. De universiteit ontwikkelt zich sterk en de komende jaren zet de groei van (internationale) studenten naar verwachting flink door. De behoefte aan meer onderwijs- en studentenhuisvesting neemt hierdoor uiteraard ook toe. Dit heeft invloed op het Kenniskwartier en op andere delen van de stad, zoals de Spoorzone. Het gaat hierbij niet alleen om huisvesting, maar ook om de dooradering van de volledige Kennisas met initiatieven van de Tilburg University, die van meerwaarde zijn voor de stad (Mindlabs, Young Professional Campus, Esplanade). De campus is primair een plaats voor onderwijs en op diverse plaatsen wordt nieuwbouw gerealiseerd, maar
De Esplanade wordt de ruimtelijke drager in oost-west richting. Als een ‘satéprikker’ verbindt deze drager het stadshart (Spoorzone, Veemarktkwartier), via het Spoorpark met de campus van Tilburg University en Stadsbos013. Daarnaast zorgt deze nieuwe ontginningas voor een nieuwe oriëntatie in het gebied. Zowel bestaande als nieuwe bebouwing gaat zich richten op deze nieuwe drager, waar het stedelijk leven zich zal gaan concentreren. Met een op te stellen visie op de esplanade wordt richting gegeven aan de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden aan deze as en de functie als ruimtelijk en sociale verbinder.
93
94
ECONOMISCH PROFIEL KENNISKWARTIER
GEBIEDSPROFIEL WONINGBOUW EN VOORZIENINGENMIX
COMMUNICATIE- EN PARTICIPATIEAANPAK
Vanuit de Uitvoeringsagenda NextEconomy werken we aan een overkoepelend economisch programma voor het Kenniskwartier en voor de Kennisas als totaal. Hierbij betrekken we onze partners vanuit Midpoint. We bezien onder meer of de bestaande kantoorgebouwen kunnen bijdragen aan het systeem van voldoende huisvesting voor bedrijven in elke groeifase (dus startup, scale-up, meer gearriveerd).
Met name als het gaat om woningbouw ligt er een belangrijke opgave die vanuit het Rijk inmiddels erkend is door Tilburg aan te wijzen als een van de 14 prioritaire gebieden in Nederland waar binnenstedelijk woningen kunnen worden toegevoegd. In de update van de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen is aangegeven hoe we hier als stad invulling aan geven.
Er zijn diverse ontwikkelingen binnen het Kenniskwartier en dit vraagt om een gericht communicatie- en participatietraject per deelgebied. Hiermee kan gerichter worden ingespeeld op de belangen van bewoners of gebruikers van een gebied, bijvoorbeeld in de Abdij- en Torenbuurt en de Reitse Campus.
We kijken hoe het Kenniskwartier aanvullend kan zijn op de Spoorzone. De ontwikkeling en invulling van de Spoorzone is in volle gang en krijgt de komende jaren vorm. Met het Kenniskwartier komt er op termijn een tweede troef bij, met weer andere, specifieke kwaliteiten. Ditmaal komen deze kwaliteiten niet perse voort uit een rijk cultuurhistorisch verleden. Het gebied bezit niet een reeks monumentale gebouwen, maar de aanwezige kennis en het nabijgelegen stadsbos geven het gebied wel een campuskwaliteit met een uitstekend vestigingsklimaat. Ook wordt er gekeken hoe het economisch profiel op wijkniveau zich kan ontwikkelen. (Kleine) ondernemers die voortkomen uit de buurt zijn erg waardevol voor de wijkgebonden economie. De verscheidenheid aan bedrijfslocaties in Tilburg wordt hiermee rijker en meer divers. Om deze ambitie te concretiseren stelt de gemeente een overkoepelend economisch profiel op, in samen-spraak met betrokken partijen.
Daarbij is het wel van belang om een mix te creëren, passend bij de nieuwe stedelijkheid. Dit vraagt om maatwerk per locatie, maar ook om sturing op het totale gebiedsniveau. Het is voor de totale gebiedsontwikkeling van belang om te sturen op betaalbaarheid zoals vastgelegd in de woonvisie, maar tegelijk ook te kunnen varieren op projectniveau. Daarnaast is het heel wenselijk studentenwoningen toe te voegen, maar per gebied de hoeveelheid en mix met andere woonvormen af te wegen. Deze vraagstukken spelen momenteel bij concrete initiatieven op de Westermarkt en Reitse Campus. We maken daarom een integraal profiel dat bepaalt welk programma op welke plek passend is en welke mix aan voorzieningen hierbij nodig is. Daarbij blijft ruimte voor experiment en tijdelijk gebruik, wanneer dat bijdraagt aan de stedelijke opgave of doelen van de gebiedsvisie.
Daarnaast wordt de naam Kenniskwartier al ruim een jaar gebruikt als werktitel voor het gebied. Gezien de aanwezige kennisinstellingen en de eerdere afbakening van het gebied was dit een passende naam. Maar op basis van de grootte van het gebied en de verbreding van de gebiedsgrenzen lijkt de naam Kenniskwartier geen naam te zijn die deze gehele gebiedsontwikkeling goed dekt en waar partijen zich in kunnen herkennen. Samen met bewoners, ondernemers, instellingen en andere partners werken we daarom ook aan een overkoepelende communicatiestrategie voor het totale gebied waarmee ook de eigen identiteit van de deelgebieden gerespecteerd en versterkt wordt. De naam Kenniskwartier wordt dan eventueel aangepast.
95