03 Evaluatie Woonagenda 2020-2025
Tekst van het document
Evaluatie Woonagenda 2020-2025
Voordat we starten met het opstellen van nieuw Woonbeleid 2025-2030 is het belangrijk dat we kijken wat we gerealiseerd hebben uit de Woonagenda 2020-2025, waar sprake is van vertraging of waar aanleiding is wijzigingen aan te brengen. Dit document bevat een korte evaluatie. Deze evaluatie staat naast de andere aanleidingen om het nieuwe woonbeleid op te stellen, die staan beschreven in de startnotitie Woonbeleid 2025-2030. Zo is de opgave waar we voor staan groter geworden en is de context waarbinnen de gemeente opereert gewijzigd, waaronder een sterkere (regie)rol met andere uitgangspunten en nieuwe instrumenten om te sturen op de volkshuisvesting. Woonagenda 2020-2025 De woonagenda is opgebouwd vanuit vier thema’s: 1. 2. 3. 4.
Aantrekkelijk Bestaanszekerheid Zelfredzaam Duurzaam
Uitgangspunt daarbij is dat er datagestuurd en wijkgericht gewerkt wordt. Per thema is aangegeven wat er nodig is en wat dat betekent. Deze evaluatie richt zich op de paragrafen ‘Dat betekent’. Daar is puntsgewijs aangegeven wat voor de periode 2020-2025 belangrijk was. Hieronder beoordelen we op inzet hierop nog actueel is en/of aanpassing vraagt. Aantrekkelijk: Dat betekent
Diversiteit in wijken is een belangrijke factor om een aantrekkelijke stad te zijn en te blijven en we gaan daar actief op sturen We houden oog voor de aansluiting tussen vraag en aanbod. Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief.
Actueel Ja / Nee Ja
Ja, gewijzigd
Toelichting We werken onverminderd aan een ongedeelde en inclusieve stad vanuit de filosofie van homogene buurten in heterogene wijken. Dit is en blijft een belangrijke voorwaarde voor veerkracht van wijken en de mensen die daar wonen en daarom opgenomen in gebiedsvisie en belangrijk uitgangspunt in de advisering op projecten. In de programmabegroting hebben we kwantitatieve doelen opgenomen voor sociale huur en toevoeging van het totaal aantal woningen. De kwantitatieve doelstelling is sinds de
Het gaat ons om voldoende aantrekkelijke woningen voor de inwoners van nu, maar ook om sturing door gericht aanbod voor toekomstige inwoners.
We kiezen voor een gebiedsgerichte uitwerking van de opgave, om deling in de stad te voorkomen. De gewenste toevoegingen kunnen per wijk en zelfs per buurt verschillen. We willen daar op voorhand duidelijkheid over bieden We faciliteren de huishoudens ontwikkeling, maar onze ambitie gaat verder. We verwachten nieuwe prognoses van de provincie over de ontwikkeling van onze huishoudens rond de zomer van 2020 en leggen onze ambities vast een stedelijke ontwikkelingsstrategie. We gaan daarbij uit van extra groei door toestroom van nieuwe inwoners die we willen accommoderen.
Ja
In onze omgevingsvisie 2040 zijn zoekgebieden verstedelijking vastgesteld. We verkennen of de begrenzing hiervan ook richting de toekomst voldoet om onze
Ja
Ja, gewijzigd
vaststelling van de Woonagenda 2020-2025 naar boven bijgesteld en vraagt opnieuw bijstelling op basis van afspraken in de SRBT Woondeal. In de advisering op projectniveau geven we richting aan kwalitatieve opgaven. We maken daarbij gebruik van kennis uit de gebiedsprofielen wonen, T-meter en de woonzorganalyse en -visie. Het is noodzakelijk dat we beter inzicht krijgen in de omvang en samenstelling van de kwalitatieve opgave in het bijzonder voor aandachtsgroepen zodat we concrete doelen kunnen stellen. Dit is ook zo opgenomen in de lokale paragraaf woonzorgvisie en zal ook terug komen in het woonbeleid voor de periode tot 2030. We werken aan verschillende gebiedsperspectieven, gebiedsvisies en wijkagenda’s. Die van Tilburg Noord en Groenewoud zijn recent opgeleverd. In de gebiedsvisies is aandacht voor de kwantitatieve en kwalitatieve invulling van de opgave. Participatie van de bewoners is een belangrijke pijler. Voor de overige gebieden adviseren we vanuit de kennis van het gebied en de stedelijke opgave. Daarvoor zijn gebiedsprofielen wonen opgesteld. Het uitgangspunt is overal dat we een ongedeelde stad zijn. In 2021 hebben we de update stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen vastgesteld. Daarin gaan we uit van een opgave van 25.000 woningen tot 2040, waarvan 15.000 in de periode tot 2030. De woonopgave blijft toenemen.
Steeds opnieuw worden prognoses naar boven bijgesteld. Het aantal huishoudens neemt toe door binnen- en buitenlande migratie en daarnaast worden huishoudens steeds kleiner. Er is landelijk sprake van een tekort aan woningen. Daarom is onze opgave om 1.500 woningen per jaar toe te voegen met de afspraken die we hebben gemaakt in de SRBT Woondeal in maart 2023 naar boven bijgesteld (gemiddeld 1.611 woningen per jaar toevoegen t/m 2026). Het inspelen op prognoses is een continue proces. Regionaal rekenen we de prognoses door. Op basis daarvan maken we de afspraken in de woondeal definitief voor de periode tot 2030. Dit is een belangrijke basis voor het woonbeleid voor de periode 2025-2030. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen van 2021 hebben we een ontwikkelstrategie en verdichtingsprincipes vastgelegd. De behoefte aan ruimte voor wonen, werken en (maatschappelijke) voorzieningen geven we grotendeels binnen bestaand stedelijk gebied een plek. Waar binnenstedelijke ontwikkeling niet mogelijk is, gelet op de gevraagde segmenten en de omvang van de behoefte, de kaders van wet- en regelgeving of de kwaliteit
bouwopgave te kunnen realiseren. Dit vraagt om besluitvorming en afstemming met de provincie en gemeenten in de regio Hart van Brabant. Of en in welke mate er onderzoek gedaan wordt naar locaties buiten stedelijk gebied zal afhankelijk zijn van de stedelijke ontwikkelingsstrategie.
en aantrekkingskracht van de stad en stedelijke regio als geheel, kiezen we voor (aanvullende) verstedelijkingslocaties grenzend aan het bestaand stedelijk gebied. Recent zijn we gestart met de actualisatie van de Omgevingsvisie 2040 en kijken we vooruit naar Tilburg 2050. We zoeken ook afstemming binnen de Subregio Breda-Tilburg waaruit onder meer de SRBT-woondeal is voortgekomen.
Bestaanszekerheid: Dat betekent We leggen de focus op de uitbreidingsopgave aan huur- en koopwoningen die RIGO in beeld heeft gebracht voor de stad. In het bijzonder maken we afspraken met onze corporaties en beleggers over de ontwikkeling van sociale en middeldure huurvoorraad.
Met corporaties maken we de afspraak om in de verschillende prijsklassen voldoende woningen aan te bieden. We monitoren jaarlijks of er voldoende woningen beschikbaar
Actueel Ja / Nee Ja, gewijzigd
Ja, gewijzigd
Toelichting Zoals aangegeven is het inspelen op actualisatie van prognoses een continue proces. We laten de opgave vanuit prognoses daarom steeds opnieuw doorrekenen en stellen zo nodig afspraken bij. Niet alleen in landelijke regelgeving en regionale afspraken, maar ook in ons akkoord ‘Meer voor elkaar’ is de gemeentelijke ambitie om te sturen op betaalbaarheid van wonen verstevigd. Deze is deels al vastgelegd in het addendum op de woonagenda en we hebben toegezegd te beoordelen in hoeverre het noodzakelijk is te sturen op betaalbare koop. Ook is de Verordening Middenhuur ingevoerd waarmee we de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van middeldure huur beter hebben geborgd. We onderzoeken hoe de verordening zich verhoudt tot de Wet betaalbare huur. In ons eigen beleid zullen we in aanvulling hierop ook uitgangspunten moeten opnemen voor betaalbare koop. Deze ontbreken op dit moment nog. Wel zijn hierover afspraken opgenomen in de SRBT Woondeal. Voor de toekomst is belangrijk dat we niet alleen kijken naar de eigen opgave, maar ook naar de samenwerking en opgave in de regio. We maken vanuit het convenant jaarlijks prestatieafspraken met corporaties en stellen convenantafspraken waar nodig tussentijds bij. Tot nu toe voeren we jaarlijks met de corporaties het gesprek over de resultaten van de woonruimteverdeling.
De Wet regie op de volkshuisvesting vraagt gemeenten hier meer regie op te voeren onder meer door regionaal een urgentieverordening op te stellen. Daarnaast
en toegankelijke zijn voor mensen die (urgent) op zoek zijn naar een woning op basis van de resultaten van de woonruimteverdeling. Als blijkt dat de beschikbaarheid en/of toegankelijkheid afneemt beoordelen we op afspraken moeten worden bijgesteld We streven naar een planvoorraad Ja, gewijzigd van 1.100 sociale huurwoningen. Deze houden we onder andere op peil door uit te gaan van een percentage van ten minste 20% sociale en 10% middeldure huurwoningen bij grotere projecten. We vinden het belangrijk dat de sociale woningvoorraad in de stad in eigendom is van onze corporaties omdat we met hen afspraken maken voor de lange termijn en zij woningen toewijzen passend bij het inkomen. In onze nieuwbouwopgave, maar ook Ja, gewijzigd via transformatie, woningdeling en door tijdelijke woningen te faciliteren gaan we op zoek naar mogelijkheden die bijdragen aan bestaanszekerheid voor inwoners met een urgente huisvestingsvraag.
We willen dat onze partners in de stad het bouwtempo vast kunnen houden en waar mogelijk versnellen.
Ja, gewijzigd
biedt de Huisvestingswet mogelijkheden om (bij betaalbare nieuwbouw) voorrang te geven aan inwoners met een maatschappelijke (eigen inwoners) of economische binding of extra voorrang aan vitale beroepsgroepen bij betaalbare woningen, indien hier nut en noodzaak aangetoond kan worden. Dit betekent dat woonruimteverdeling de komende jaren een steviger plek vraagt in ons beleid.
De afspraken met de corporaties zijn bijgesteld naar 1.500 woningen in het convenant Wonen met de Tilburgse corporaties en daarmee is ook de minimale planvoorraad bijgesteld. Deze is nu 1.950 woningen. Op basis van actuele inzichten zullen we de opgave voor de komende periode opnieuw bepalen. Deze zal aanzienlijk hoger zijn dan de 1.500 woningen die ook voor de periode 2025-2030 werden verwacht. Wat we beschouwen als een Tilburgse corporatie kan nog beter worden gedefinieerd. De percentages sociale en middeldure huur zijn bijgesteld in het addendum op de woonagenda en geformuleerd als stedelijke opgave. Deze zijn nu 35% met een corporatie (sociale huur en lage middenhuur) en 10% middenhuur. De afspraken in de SRBT Woondeal gaan uit van 30% sociale huur en 10% middenhuur. De afspraken over de realisatie van (lage) middenhuur door corporaties vragen nog meer uitwerking. Percentages zullen worden herijkt op basis van rijksbeleid en afspraken woondeal. Recent zijn de eerste flexwoningen op Stappegoor opgeleverd en oplevering van een aantal andere tijdelijke locaties voor gemengd wonen zijn in voorbereiding. Deze vormen van wonen vormen een belangrijke aanvulling op het aanbod in de stad. Zo mogelijk realiseren we de komende periode meer van dit soort projecten, maar dan als vaste toevoeging aan de voorraad. Ook zijn in de afgelopen periode woningen toegevoegd door transformatie.
Dit heeft niet kunnen wegnemen dat de tijdige huisvesting van statushouders en de uitstroom van mensen uit instellingen naar een zelfstandige woning een belangrijk knelpunt is op dit moment. Dit thema vraagt daarom onverminderd aandacht de komende jaren. Het beleid ten aanzien van splitsen van woningen vraagt om herziening. Onze planvoorraad is goed gevuld, maar er is meer nodig om het bouwtempo in de stad vast te houden en te versnellen. Er is meer nodig dan het goed gevuld houden van de
Daarom is het belangrijk dat onze planvoorraad goed gevuld is en blijft We blijven initiatieven in de keten stedelijke ontwikkeling integraal beoordelen. Door vroeg in het planproces duidelijkheid te geven over ons programma van eisen dragen we bij aan voorspoedige planvorming en betaalbaarheid
Ja, gewijzigd
planvoorraad. Daarom werken we op dit moment aan een doorbouwstrategie die verder gaat dan de planvoorraad. De doorbouwstrategie krijgt een plek in het nieuwe beleid. Binnen de keten stedelijke ontwikkeling beoordelen we initiatieven integraal. Wel zien we steeds meer dat de totale ambitie om keuzes vraagt. Met de gebiedsvisies kan beter een integrale afweging worden gemaakt bij initiatieven. Met de doorbouwstrategie stellen we een aantal aanpassingen in onze werkwijze en de noodzaak om te prioriteren voor. Deze nieuwe werkwijze geven we een plek in het woonbeleid voor de periode tot 2030.
Zelfredzaam: Dat betekent We hebben binnen de keten stedelijke ontwikkeling aandacht voor mogelijkheden om geschikte woonvormen voor ouderen toe te voegen. Door de verbetering van het aanbod voor ouderen te combineren met het wegnemen van belemmeringen bij een verhuizing hopen we beweging tot stand te brengen. De voordelen zijn groot: efficiënter aanbod van zorg, een veiligere woonomgeving, minder eenzaamheid én doorstroming in de woningvoorraad. Ouderen die hun woning aan willen passen helpen we met goede informatie en zo nodig met de financiering van de aanpassing..
Actueel Ja / Nee Ja
Toelichting Dit punt is uitgewerkt vanuit GGoud en is ook onderdeel van de lokale paragraaf van de regionale woonzorgvisie. In afwachting van een concrete doelstelling is op projectniveau wel in lijn met deze doelstelling geadviseerd. We werken de kwalitatieve opgave de komende tijd verder uit. De pilot ‘Van groot naar beter was een succes’ in de huur en zetten we door. We moeten nog verkennen of en zo ja hoe we een rol kunnen spelen bij de doorstroom van ouderen vanuit/naar een koopwoning.
De uitstroom van bijzondere doelgroepen uit voorzieningen faciliteren we door zowel het aanbod als de toegang tot betaalbare huisvesting te verbeteren en door woonvormen toe te voegen. Deze opgave is urgent aangezien de wachtlijsten oplopen en de maatschappelijke kosten hoog zijn. Samenwerken is van groot belang. Dit doen we met de regio, corporaties en zorgpartijen binnen het regionale actieprogramma ‘Weer Thuis’. Dit actieprogramma heeft als ambitie om slimmer samen te werken, met aandacht voor de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen én goede afspraken over de kwaliteit en gewenste woonvormen (regulier, gespikkeld of geclusterd). We werken toe naar het vaststellen van een ‘uitstroom convenant’. Dit moet leiden tot een verbetering van de uitstroom uit voorzieningen. Maar we zien binnen dit programma nadrukkelijk ook de mogelijkheid om spoedzoekers beter te bedienen zodat zij sneller een betaalbare woning vinden. De ambitie is om de wachtlijsten voor de intramurale woonvormen en de maatschappelijke opvang af te laten nemen. Hoewel dit niet alleen
Ja, gewijzigd
Met de samenwerking ‘Weer Thuis’ hebben we vorm gegeven aan de regionale samenwerking van gemeenten, corporaties en zorgpartijen rondom de uitstroom van mensen vanuit een zorginstelling. Door deze afspraken en het regionale matchingspunt is het mogelijk dat mensen vanuit een zorginstelling overal in de regio kunnen uitstromen naar een sociale huurwoning. En we werken toe naar een meer evenredige verdeling van deze uitstroom over de verschillende gemeenten. Daarmee is een sterke basis gelegd voor de regionale samenwerking. Inmiddels zijn er ook rijks programma’s verschenen die aandacht vragen voor regionale samenwerking op dit punt en die uit gaan van een eerlijke verdeling over de regio. Deze eerlijke verdeling raakt meer aandachtsgroepen dan de afspraken ‘Weer Thuis’. De afgelopen periode is in regionale samenwerking een gezamenlijk analyse en vervolgens een regionale visie op wonen en zorg opgesteld. Verdere uitwerking van de uitgangspunten die daarin zijn vastgesteld vindt plaats in samenwerking met gemeenten en zorgpartijen binnen de regio. Daarnaast hebben we de lokale paragraaf woonzorgvisie opgesteld waarin we invulling geven aan de opgaven voor Tilburg. De flexwoningen die we gerealiseerd en in voorbereiding hebben dragen bij aan de mogelijkheden voor mensen met haast op de woningmarkt.
Ook de aangekondigde wijzigingen in het woonruimteverdeelsysteem van de corporaties zijn daarop gericht.
Ja, gewijzigd
De tijdige uitstroom van bewoners van intramurale voorzieningen en maatschappelijke opvang borgen we door afspraken met corporaties over toewijzing van woningen aan deze groep. Dit is onderdeel van het convenant wonen en de samenwerking weer thuis. Het beschikbaar aanbod voor spoedzoekers met een urgente huivestingsvraag is o.a. door de
afhangt van het beschikbare woningaanbod voor de mensen die uit kunnen stromen, draagt meer beschikbaar aanbod daar wel aan bij. Dat geldt ook voor het beschikbaar aanbod voor spoedzoekers. We willen voorkomen dat zij moeten instromen in de (dure) maatschappelijke opvang.
We beseffen dat we samen verantwoordelijk zijn en ook samen een bijdrage moeten leveren om de inclusieve samenleving te bereiken
Ja
(geplande) realisatie van een aantal tijdelijke projecten (flexlocaties) vergroot. Ondanks dat we goede stappen hebben gezet neemt het aantal dak- en thuisloze mensen nog steeds toe in Hart van Brabant en is de druk op de maatschappelijke opvang groot. Daarom hebben we het regionaal actieplan ‘iedereen een (t)huis’ opgesteld. Dat is een forse paradigmashift. Van de ‘opvang en begeleiding’ van dakloze mensen, gaan we naar preventie en Wonen Eerst. De route naar Wonen Eerst, gaat gepaard met een gefaseerde afbouw van de Maatschappelijke Opvang. Mensen moeten met zo min mogelijk tussenstappen een stabiele woonplek, inclusief ondersteuning kunnen krijgen. Met de woningcorporaties, de maatschappelijke opvang en zorg/ welzijnspartijen gaan we in 2024 aan de slag met een visie en aanpak hoe we dat willen doen en binnen welke termijn. In het woonbeleid zetten we primair in op het vergroten van de beschikbaarheid van woonruimte / woningen. Dit doel gaat verder. Steeds meer complexen worden opgeleverd / ingericht als gemeenschap met waar nodig bijbehorende ondersteuning en waar mogelijk communitybuilding. Waar nodig adviseren we hier gericht op vanuit het woonbeleid. Ook kijken we naar de aanwezigheid van (maatschappelijke) voorzieningen in de (nabije) omgeving. De komende tijd zullen we dit nog verder moeten uitbouwen.
Duurzaam: Dat betekent Uitgangspunt voor ons handelen is de Transitievisie Warmte die we opstellen in samenspraak met partners als de woningcorporaties. In de wijken waar we voorlopig nog niet aan de slag gaan bevorderen we het nemen van “geen spijt” maatregelen, zoals isolatie. Met corporaties maken we afspraken in het Convenant Wonen 2020-2025 om zo samen toe te werken naar klimaat neutraal in 2045.
Actueel Ja / Nee Ja, gewijzigd
Toelichting Dit is een doorlopend proces en onderwerp van gesprek bij het maken van afspraken met de corporaties. Er is meer tijd nodig om te komen tot wijkuitvoeringsplannen, ondertussen vragen landelijke prestatieafspraken tussen corporaties en rijk om meer tempo op isolatie (geen spijt) en labelverbetering. De afspraken in het convenant wonen zijn hierop bijgesteld.
Ja, mogelijk wijzigen
De ambitie om toe te werken naar klimaatneutraal wordt in de basis ondersteund door de corporaties, maar daarbij kijken zij wel vooruit naar de periode tot 2050 (landelijk beleid). De afspraken in het Convenant Wonen vragen om aanscherping zodat we beter kunnen vastleggen wanneer we dit einddoel willen bereiken en om te beoordelen of we ook
Daarnaast maken we afspraken met Ja projectontwikkelaars, commerciële verhuurders en andere partners over hun bijdrage om in 2045 een klimaatneutrale stad te zijn, zowel wat betreft nieuwbouw als bestaande bouw We zetten het programma voort om Ja particuliere woningeigenaren te stimuleren en te helpen bij het verduurzamen van hun woning. Dit doen we onder andere door zonnepanelenacties, VVE-programma, de inzet van een stimuleringslening en de inzet van maatwerk energieadviezen, maar ook door samen met corporaties te kijken naar hoe we het gespikkeld bezit kunnen verduurzamen. We doen een nadere verkenning naar Ja hoe voorkomen kan worden dat verduurzaming leidt tot energiearmoede. Jaarlijks monitoren we vanuit de Transitievisie Warmte in hoeverre de gebouwde omgeving op koers ligt in het behalen van onze doelstellingen.
Ja
voldoende voortgang boeken. Bij het maken van deze afspraken houden we rekening met het in voorbereiding zijnde besluitvorming over de mogelijke bijstelling van de einddatum op klimaatneutraal (besluitvorming verwacht in raad oktober). De gemeente heeft in beleid vastgelegd aan welke voorwaarden ontwikkelende partijen moeten voldoen als het gaat om natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen. Bij bestaande bouw wordt per locatie bekeken wat de mogelijkheden zijn om klimaatmaatregelen toe te passen. De gemeenten heeft een subsidieregeling klimaatbestendig Tilburg om het toepassen van klimaatmaatregelen te stimuleren. We zetten diverse programma's en acties uit om de bestaande voorraad te verduurzamen en bewoners en eigenaren daarbij te ondersteunen. Hierover wordt vanuit andere beleidsvelden en op andere momenten uitgebreider verslag gedaan. Samen met corporaties is een aanpak voor gespikkeld bezit vastgesteld.
Het thema energiearmoede is de afgelopen jaren erg actueel gebleken en door de blijvend hoge energielasten blijft dat onze aandacht vragen. Naast complexgerichte maatregelen is ook maatwerk nodig. Vanuit de samenwerking in het convenant wonen maken we ook in het komende convenant met corporaties afspraken over de bijdrage die zij kunnen leveren in het beperken van woonlasten, preventie en maatwerk. De energiemonitor wordt gerapporteerd vanuit het concernprogramma energietransitie en staat los van de evaluatie woonbeleid.