03 evaluatie stoeterij wbmgp 2021
Tekst van het document
Evaluatie gebiedsaanwijzing in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
maart 2021
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding .................................................................................................................... 3
1.1
Gebiedsafbakening ................................................................................................................................ 3
1.2
Doel aanwijzing ...................................................................................................................................... 3
1.3
Toelichting op toepassing Wbmgp ........................................................................................................ 4
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 4
Het brede strategische verhaal .................................................................................. 5
2.1
Wbmgp is onderdeel van meervoudige wijkaanpak ............................................................................. 5
2.2
Verbeteren balans ................................................................................................................................. 5
2.3
Preventieve werking .............................................................................................................................. 6
2.4
Leegstand............................................................................................................................................... 6
2.5
Reacties uit de praktijk .......................................................................................................................... 6
2.6
Samenwerking ....................................................................................................................................... 7
De inhoudelijke doelstellingen................................................................................... 8
3.1
Proces vergunningverlening .................................................................................................................. 8
3.2
Aantal aangevraagde en verleende vergunningen ................................................................................ 8
3.3
Uitvoering van de handhaving ............................................................................................................... 8
3.4
Waterbedeffect ..................................................................................................................................... 9
3.5
Waarneembare effecten ....................................................................................................................... 9
3.6
Mogelijke termijn beëindiging maatregel ........................................................................................... 13
Operationele knelpunten en verbeterpunten ........................................................... 14
4.1
Lokale knelpunten en verbeterpunten bij het toepassen van de Wbmgp .......................................... 14
4.2
Landelijke knelpunten en verbeterpunten bij het toepassen van de Wbmgp .................................... 14
Bijlage 1: Raadsinformatiebrief tussenevaluatie Stoeterijstraat .................................... 15 Bijlage 2: Krantenartikelen............................................................................................. 18 Bijlage 3: Stroomschema vergunningaanvraag .............................................................. 20 Bijlage 4: Brief aan minister over lokale evaluatie Wbmgp............................................. 21
2
1
Inleiding
Voor u ligt de evaluatie over de toepassing van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) in de periode 1 september 2017 tot 1 april 2021. Zoals bij aanvang van de aanwijzing afgesproken, vond deze eindevaluatie van de eerste periode van 4 jaar plaats in het eerste kwartaal van 2021. De evaluatie is opgezet conform het format dat het ministerie van Binnenlandse zaken hiervoor als leidraad heeft opgesteld. We besteden daarom aandacht aan: - het brede strategische verhaal - de inhoudelijke doelstellingen - operationele knelpunten en verbeterpunten bij de uitvoering Op 12 november 2019 hebben wij de gemeenteraad tussentijds over de werkwijze, ontwikkelingen en bevindingen in de uitvoering van de Wbmgp geïnformeerd. De tussenevaluatie treft u in bijlage 1. Op basis van onderstaande evaluatie door gemeente, woningcorporatie Tiwos en politie kan de gemeenteraad besluiten over de wenselijkheid van voortzetting of beëindiging van de maatregelen.
1.1
Gebiedsafbakening
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft op 31 augustus 2017 op voorstel van de Tilburgse gemeenteraad besloten tot het aanwijzen van het gebied Stoeterijstraat nummers 1 t/m 73 en 2 t/m 36, Matterhornstraat 2 t/m 22 en Sierteeltstraat 1 t/m 5 en 2 t/m 10 te Tilburg, waarin artikelen 8, 9 en 10 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmpg) worden toegepast. Het betreft 74 (huur)woningen in bezit van Woningcorporatie Tiwos.
1.2
Doel aanwijzing
Het doel van de gebiedsaanwijzing in het kader van de Wbmgp was door toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 in de Stoeterijstraat en omgeving het aantal huishoudens in de wijk met inkomen uit werk te laten toenemen, het aantal bewoners met een startkwalificatie te vergroten en overlastgevend en crimineel gedrag te beperken. Het beoogd effect van de toepassing van deze artikelen is het meer in evenwicht brengen van de balans wat betreft woon- en leefklimaat en het ontstaan van een gemiddeld woongebied op termijn. 3
1.3
Toelichting op toepassing Wbmgp
Potentiële huurders die zich willen vestigen in het betreffende gebied moeten sinds september 2017 een huisvestingsvergunning aanvragen. Daarbij wordt getoetst aan de voorwaarden uit artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp. De wet maakt het mogelijk om: 1. Woningzoekenden te weren die een werkloosheidsuitkering of bijstandsuitkering hebben en korter dan 6 jaar in de regio wonen (art. 8) - Woningzoekenden met een werkloosheidsuitkering of een bijstandsuitkering die langer dan 6 jaar in Tilburg wonen, kunnen wel voor een woning in aanmerking komen. - Inkomstenbronnen die zijn toegestaan, zijn: inkomen uit een dienstbetrekking/eigen bedrijf of zelfstandig beroep/VUT-regeling/ouderdomspensioen/AOW/nabestaande pensioen/studiefinanciering. 2. Woningzoekenden voorrang te geven op basis van sociaaleconomische kenmerken (art. 9) - In Tilburg geven wij voorrang aan woningzoekenden met een inkomen of een startkwalificatie. Een startkwalificatie betreft een afgeronde havo- of vwo-opleiding of een basisberoepsopleiding (mbo-2; dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)). 3. Woningzoekenden te weren op basis van gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit (art. 10) - Onderzoek naar gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit. - Alle leden van het huishouden van 16 jaar en ouder.
Bij minderjarigen wordt twee jaar teruggekeken. Bij meerderjarigen vier jaar.
1.4
Leeswijzer
In het hoofdstuk 2 beschrijven we het brede strategische verhaal rond de inzet van de Wbmgp in de Stoeterijstraat. Hoofdstuk 3 gaat over de inhoudelijke doelstellingen en sluit af met de termijn van beëindiging van de maatregel. In het laatste hoofdstuk gaan we vervolgens in op inhoudelijke knelpunten en verbeterpunten bij het toepassen van de Wbmgp.
4
2
Het brede strategische verhaal
De inzet van de Wbmgp in de Stoeterijstraat maakt deel uit van een bredere, meervoudige wijkaanpak. Het reguleren van de instroom van nieuwe bewoners moet binnen deze context worden bezien.
2.1
Wbmgp is onderdeel van meervoudige wijkaanpak
In de wijkaanpak van de wijk Groenewoud staat sinds 2017 het interafhankelijk, buurtgericht (of: systemisch) werken centraal. Dit is een pragmatische manier van werken om in de praktijk te kunnen omgaan met taaie, venijnige vraagstukken. Het creëren van beweging en het bereiken van doorbraken in belemmerende patronen in de wijk staan daarbij centraal. Een probleem wordt niet afzonderlijk bekeken of in stukjes geknipt, maar in samenhang vanuit verschillende perspectieven bekeken en aangepakt. Nog een stap verder dan bij integraal werken, gaan wijkpartners met elkaar aan de slag om tot gezamenlijke inzichten en acties te komen waarop vervolgens gereflecteerd wordt om snel te kunnen leren. Het wijknetwerk wordt door een expert gecoacht in deze pragmatische methodiek. Binnen het interafhankelijk werken in Groenewoud is de samenwerking tussen wijkpartners voor een deel van de wijk geïntensiveerd, om in een specifiek gebied echt het verschil te kunnen maken. Deze intensieve leefbaarheidsaanpak betreft een gecombineerde aanpak die zich karakteriseert als zeer gericht (acupunctuur) via verschillende soorten interventies. Daarbij zoeken we naar een slimme mix van repressie en preventie. Hard optreden waar nodig (zuur), maar ook je nek uitsteken voor welwillenden in de wijk (zoet), zorg voor hulpbehoevenden (zout) en reguleren van de instroom (bitter).
Zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren, is het moeilijk de balans in een buurt te herstellen. Dit kan in verschillende vormen en gradaties, met als uiterste vorm de toepassing van politiescreening in het kader van de Wbmpg (artikel 10). De gebiedsaanwijzing in de Stoeterijstraat is ingezet als pilot. Daarom hebben we in eerste instantie gekozen voor een klein woongebied. Na de positieve tussenevaluatie in november 2019 heeft de gemeenteraad in 2020 een uitbreiding van het gebied met 701 woningen in Groenewoud aangevraagd.
2.2
Verbeteren balans
Het blijkt moeilijk crimineel en overlastgevend gedrag effectief aan te pakken, zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren. Dan blijft het “dweilen met de kraan open”. Het weren van woningzoekenden met overlastgevende en criminele achtergrond (artikel 10) is in het geselecteerde gebied de belangrijkste reden om de Wbmgp toe te passen. Daarnaast willen wij financieel kwetsbare mensen beschermen tegen criminele verleidingen (artikel 8). Het verlenen van voorrang aan kandidaten met een inkomen uit werk en/of een startkwalificatie heeft in het verlengde hiervan als doel het vergroten van het aantal bewoners dat een goede basis heeft om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien (artikel 9). Om de balans in het beoogde gebied te verbeteren, maken wij gebruik van de artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp. We zetten in op onderzoek op basis van politiegegevens naar gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit, op aanvullende eisen op inkomen en op voorrang verlenen aan bewoners met een inkomen uit werk en/of een startkwalificatie. In hoofdstuk drie gaan we in op de cijfermatige resultaten.
5
2.3
Preventieve werking
In de afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de Wbmgp vooral een sterk preventieve werking heeft. We zien een verandering in het type mensen dat interesse in de woningen toont en daadwerkelijk de procedure voor de huisvestingsvergunning in gaan. Mensen met criminele antecedenten lijken minder vaak te reageren op de woningen en vragen geen huisvestingsvergunningen aan. We hebben in de afgelopen jaren geen enkele vergunningaanvraag hoeven weigeren. We zien dat woningzoekenden nu bewuster de keuze maken om wel of niet in de buurt te gaan wonen. Op de website van Woning In Zicht staat bij de huurwoningen in het aangewezen gebied vermeld dat een huisvestingsvergunning verplicht is. Tevens vinden vooraf persoonlijke gesprekken met woningcorporatie Tiwos plaats. Het is de verhuurmakelaars opgevallen dat woningzoekenden weinig vragen stellen over de wet en het aanleveren van de benodigde informatie.
2.4
Leegstand
Bij aanvang vroegen wij ons af of invoering van de maatregel leegstand of een negatief imago van de buurt bij woningzoekenden zou veroorzaken. Gebleken is dat de woningen nog steeds gewild zijn bij woningzoekenden. Door goede onderlinge werkafspraken tussen politie, gemeente en corporatie is de doorlooptijd van de vergunningaanvraag beperkt tot maximaal 2 weken (in plaats van de wettelijke termijn van 8 weken). Meestal duurt het ongeveer een week, daardoor is er weinig tot geen leegstand als gevolg van de Wbmpg. In sommige gevallen - bij een huisvestingsvergunning onder voorwaarden - is er sprake van een langere doorlooptijd, omdat er (juridisch) meer uitgezocht moet worden. Ook zagen we vanaf 2020 de gemiddelde leegstand in het algemeen oplopen als gevolg van de coronacrisis. Dit komt omdat het verhuurproces meer tijd vergt door de aangescherpte maatregelen. Voorheen konden kandidaten woningen bezichtigen in bewoonde staat, nu is dit pas mogelijk als de oud-huurder is verhuisd.
2.5
Reacties uit de praktijk
Direct na de gebiedsaanwijzing door de minister hebben persberichten (zie bijlage 2) reuring in de buurt veroorzaakt, waardoor professionals verschillende gesprekken met individuele bewoners hebben gevoerd. Sommige bestaande bewoners dachten dat ze moesten verhuizen, omdat ze een uitkering hebben. Dat was niet het geval. Bestaande bewoners konden blijven wonen. De Wbmgp heeft alleen betrekking op instroom van nieuwe bewoners. Het algemene beeld over de effecten en doeltreffendheid van de Wbmgp is op dit moment dat de effecten (in combinatie met de bredere wijkaanpak) langzamerhand zichtbaar worden. Er is sprake van een licht positieve trend. Wijkprofessionals zien dat er een ander type bewoners komt wonen en dat de intimiderende sfeer is verminderd. Er zijn enkele overlastcasussen aangepakt en er zijn personen verhuisd die een negatieve invloed in de buurt hadden.
Tegelijkertijd zeggen professionals dat het evenwicht in de buurt nog broos is. Ze ontvangen bijvoorbeeld nog steeds weinig meldingen en het kan lastig zijn om contact te maken. Sommige 6
bewoners zijn positief over de veranderingen: “Ik durf mijn kinderen weer buiten te laten spelen” en “Minder overlast, gedrag is beter, beter volk.” Andere bewoners vinden de maatregelen onzin: “Iedereen moet een kans krijgen” en “De buurt is niet meer wat het geweest is. Zó veranderd!”
Enkele wijkprofessionals geven ook aan dat zij sinds het uitbreken van de coronacrisis minder contacten hebben gehad met bewoners uit de buurt, waardoor de verbinding met en het zicht op de buurt sinds maart 2020 helaas minder goed is geworden.
2.6
Samenwerking
Voor de gemeente Tilburg staat goede samenwerking met politie en woningcorporaties hoog in het vaandel. De aanvraag voor deze gebiedsaanwijzing is gezamenlijk tot stand gekomen. Tevens is afstemming gezocht met de provincie, huurdersbelangenorganisatie/Stedelijk Bewonersoverleg en het Openbaar Ministerie (via de lokale driehoek). Gedurende de uitvoering is steeds samengewerkt in de integrale projectgroep Wbmgp1 met vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg, woningcorporatie en politie. Dit wordt door alle partijen als prettig ervaren. In de projectgroep is ruimte en respect voor ieders overwegingen, mogelijkheden en onmogelijkheden.
1
Sinds de gebiedsuitbreiding in 2020 zijn ook woningcorporaties WonenBreburg en TBV deelnemers van de projectgroep Wbmgp. 7
3
Inhoudelijke doelstellingen
De belangrijkste inhoudelijke doelstelling van de gebiedsaanwijzing is het meer in evenwicht brengen van de balans wat betreft woon- en leefklimaat. Nieuwe woningzoekenden dienen een huisvestingsvergunning aan te vragen. Hiervoor is een nieuw werkproces ingericht. Om meer evenwicht in de buurt te verkrijgen willen we dat het aantal huishoudens met inkomen uit werk toeneemt, overlastgevend en crimineel gedrag wordt verminderd en het algemene oordeel van bewoners over de buurt verbetert.
3.1
Proces vergunningverlening
Samen met de woningcorporatie en politie is een proces ontworpen en geïmplementeerd om de Wbmgp uit te kunnen voeren. Dit proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Woningzoekenden zien op de website van Woning In Zicht beschikbare woningen. Bij de huurwoningen in het Wbmgp gebied staat vermeld dat er een huisvestingsvergunning verplicht is. Als een woningzoekende zijn of haar interesse op een bepaalde woning kenbaar maakt, controleert de woningbouwcorporatie inkomens- en opleidingsgegevens. Daarna gaat de woningcorporatie samen met de eerste geschikt gebleken kandidaat de aanvraag voor een huisvestingsvergunning invullen. Vervolgens dient de woningcorporatie de aanvraag (inclusief bereidverklaring) in bij de gemeente namens de woningzoekende. De aanvraag wordt bij de gemeente getoetst op de vergunningsvoorwaarden en er worden gegevens bij de politie opgevraagd. Wanneer aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan en er geen bijzonderheden blijken uit de politiegegevens wordt de vergunning verleend. Wanneer er wel bijzonderheden blijken uit de politiegegevens kan de vergunning worden verleend onder voorwaarden of worden geweigerd. (Zie bijlage 3 voor het stroomschema van dit proces.)
3.2
Aantal aangevraagde en verleende vergunningen
Sinds de invoering van de Wbmgp in de Stoeterijstraat en omgeving (74 woningen) op 1 september 2017 zijn er in totaal 34 huisvestingsvergunningen aangevraagd, waarbij de verdeling als volgt is: - Geen enkele vergunning is geweigerd; - Er zijn geen vergunningen verleend onder de “hardheidsclausule” (afwijkingsmogelijkheid voor het College van B&W); - In 2018 is 1 vergunning onder voorwaarden verleend; - De overige 33 vergunningen zijn verleend; - 28 vergunningen betroffen nieuwe verhuringen (bij de overige vergunningen ging het om inwoning); - 27 vergunningen zijn verleend aan personen met inkomen uit werk, door toepassing van het voorrangsbeginsel (artikel 9).
3.3
Uitvoering van de handhaving
Het is niet nodig geweest om gebruik te maken van handhavende maatregelen zoals, last onder dwangsom, bestuurlijke boete of uitzetting.
3.4
Waterbedeffect
De vraag wordt soms gesteld waar “geweigerden” naar toe verhuizen. Wij hebben in de afgelopen periode geen vergunningen geweigerd, dus er is geen sprake van “geweigerden”. Het is ons voorts 8
onbekend waar mensen naar toe verhuizen die niet meer reageren op de woningen in het geselecteerde gebied, omdat ze zelf de inschatting maken dat ze niet in aanmerking zullen komen.
3.5
Waarneembare effecten
A. Kwantitatief Om de waarneembare effecten in beeld te brengen gebruiken wij indicatoren gerelateerd aan de ‘geschiktheid’ van de Wbmgp-maatregel: Artikel 8: Het percentage inwoners met een bijstandsuitkering in de Stoeterijstraat en omgeving was in 2017 significant hoger dan in de rest van de wijk Groenewoud. Ten opzichte van het Tilburgs gemiddelde was het percentage op 1 januari 2017 2,3 keer hoger. We zien een dalende trend van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering. Het percentage was op 1 januari 2021 nog 2 keer hoger dan het Tilburgs gemiddelde en boven het wijkgemiddelde van 8,6%, wat wij in de aanvraag als kritische waarde hebben benoemd. Percentage inwoners (18 t/m 65 jaar) met bijstand op 1 januari Stoeterijstraat Groenewoud e.o. % %
Tilburg %
2015
13,3
8,6
4,9
2016
14,0
9,3
5,3
2017
12,6
9,8
5,5
2018
11,6
9,9
5,3
2019
10,3
9,3
5,0
2020
12,3
9,1
4,7
2021
9,4
8,6
4,6
Uit onderstaande tabel blijkt dat in de Stoeterijstraat en omgeving ten opzichte van de rest van de wijk en van de stad relatief veel armoedehuishoudens wonen. Door de jaren heen is een lichte verbetering te zien in de percentages voor het geselecteerde gebied (zie onderstaande tabel). Dit is een summier positieve trend. In absolute aantallen gaat het namelijk om een afname van 3 huishoudens in armoede. Armoedehuishoudens2 op 1 januari
2016
Stoeterijstraat e.o. % 40,0
Groenewoud % Tilburg % 23,8 12,8
2017
37,3
24,4
13,1
2018
37,3
25,9
13,3
2019
37,8
25,3
12,9
2020
36,5
25,3
12,9
2
Er is sprake van een armoedehuishouden indien een huishouden: (1) recht heeft op bijstand en/of (2) gebruik kan maken van bijzondere bijstand en/of (3) gebruik kan maken van de collectieve ziektekostenregeling en/of(4) gebruik kan maken van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. 9
Artikel 9: Met het toepassen van artikel 9 verlenen wij tijdelijk voorrang aan woningzoekenden die een startkwalificatie hebben in de zin van de Leerplichtwet en/of inkomen uit werk. Wij hebben geen kwalitatieve cijfers beschikbaar over de startkwalificaties van bewoners op het schaalniveau van het geselecteerde gebied, wel op buurtniveau. Onderstaande tabel zoomt in op cijfers over startkwalificaties van jongvolwassenen tussen 18 en 23 jaar in de gemeente Tilburg. Door de jaren heen liggen de percentages jongvolwassenen met een startkwalificatie in de wijk Groenewoud en in de buurt Ezelvense Akkers substantieel onder het Tilburgs gemiddelde. Waar het Tilburgs gemiddelde door de jaren heen een lichte daling laat zien, zien we in de wijkcijfers juist een lichte stijging. % inwoners 1823 jaar met startkwalificatie
Ezelvense Akkers %
Groenewoud %
Tilburg %
2017
45,3
50,4
72,4
2018
43,3
49,8
72,0
2019
48,8
50,8
68,3
Voor de onderbouwing "inkomen uit werk" verwijzen we kortheidshalve voor de percentages inwoners met een bijstandsuitkering in het geselecteerde gebied naar de hierboven bij artikel 8 vermelde cijfers. Artikel 10: In onderstaande twee tabellen hebben we verder ingezoomd op de geregistreerde politiemeldingen in het geselecteerde gebied van de Stoeterijstraat en omgeving. Hierbij hebben we specifiek gekeken naar de gedragingen, zoals vermeld in de Wbmgp op overlast en op criminaliteit. Geregistreerde politiemeldingen op overlast (genormaliseerd per 100 woningen):
2018
Stoeterijstraat e.o. 4,05 6,76 6,76
Ezelvense Akkers 7,09 5,82 5,06
Groenewoud 10,17 6,55 6,30
2019
9,46
5,06
6,33
2020
5,41
11,65
10,17
2016 2017
In de wijk Groenewoud en de buurt Ezelvense Akkers is sinds 2016 een daling van overlastmeldingen de zien. In het jaar 2020 is echter een stijging te zien. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat het aantal overlastmeldingen in dit jaar is toegenomen, doordat mensen meer thuis zijn vanwege de coronamaatregelen en daardoor meer zien in hun omgeving en meer meldingen doen. In de Stoeterijstraat en omgeving zagen we tot 2019 een lichte toename van overlastmeldingen. Opvallend is dat in de Stoeterijstraat en omgeving in het “coronajaar” 2020 het aantal meldingen op overlast juist weer is gedaald. Inzoomend op de cijfers laat zien dat er in 2020 geen vandalismemeldingen meer zijn geweest. Wijkprofessionals zeggen dat ze nog steeds weinig meldingen van bewoners krijgen.
10
Geregistreerde politiemeldingen op criminaliteit (genormaliseerd per 100 woningen):
2016 2017 2018 2019 2020
Stoeterijstraat e.o. 6,76 8,11 12,16
Ezelvense Akkers 8,86 12,66 13,92
Groenewoud 8,33 8,48 8,89
1,35 8,11
11,14 10,38
8,05 7,92
De geregistreerde politiemeldingen over criminaliteit liggen in Groenewoud door de jaren heen op hetzelfde niveau. In de buurt Ezelvense Akkers zien we tot 2018 een stijging en vanaf 2019 een daling. Ook de cijfers voor de Stoeterijstraat en omgeving laten een stijging tot 2018 zien. In 2019 is er een stevige daling en in 2020 weer een stijging naar ongeveer het gemiddelde van de wijk. De stijgende lijn van meldingen op criminaliteit in de buurt lijkt doorbroken te zijn. Opgemerkt dient te worden dat het lastig is om op basis van de beperkte aantallen geregistreerde politiemeldingen, conclusies over de cijfers te trekken. Het gebied is met 74 woningen erg klein, waardoor de betrouwbaarheid van de cijfers beperkt is. De absolute aantallen zijn klein en de genormaliseerde cijfers fluctueren daardoor makkelijk.
B. Kwalitatief Rapportcijfers uit buurtonderzoek Stoeterijstraat In maart en april 2017 hebben we in de Stoeterijstraat en omgeving een buurtonderzoek gedaan en alle adressen huis aan huis bezocht. Op 54 adressen hebben wij gesprekken gevoerd (73%). Op deze manier konden we verder op de leefbaarheidsituatie inzoomen, dan mogelijk is met de beschikbare cijfers op subwijkniveau. Een zestal vragen uit Lemon hebben wij tijdens de gesprekken gesteld, mede bedoeld als nulmeting voor de toepassing van de Wbmgp. De rapportcijfers van het buurtonderzoek in 2017 hebben we vergeleken met de Lemonscores uit 2015 en zijn verwerkt in onderstaande tabel. Groenewoud (2015)
Tilburg (2015)
6,7
6,8
7,4
6,5
6,7
7
Veilig voelen overdag
8,1
7,2
7,5
7,9
Veilig voelen ’s avonds
7,3
6,0
6,3
6,7
Overlast van gedrag van anderen
6,2
5,2
5,9
6,4
Overlast van criminaliteit
6,8
5,7
6,2
6,5
Leefbaarheidsonderzoek
Stoeterijstraat subwijk 611 e.o. (2017) (2015)
Beoordeling buurt algemeen
6,4
Contacten met bewoners uit de buurt
5,5
Het buurtonderzoek wilden wij in februari 2021 herhalen. Door de lockdown waren wij echter niet in de gelegenheid huisbezoeken uit te voeren, daarom hebben wij een enquête verspreid en deze aan de deur opgehaald (met in achtneming van de RIVM-richtlijnen). Dit heeft een veel lagere respons (28,4%) opgeleverd. We merkten dat bewoners terughoudend reageerden en dat niet iedereen de deur opendeed.
11
Groenewoud (2019)
Tilburg (2019)
Beoordeling buurt algemeen
Ezelvense Stoeterijstraat Akkers e.o. (2021) (2019) 7,6 6,7
6,7
7,4
Contacten met bewoners uit de buurt
6,5
6,7
6,3
6,4
Veilig voelen overdag
8,4
7,4
7,4
8,0
Veilig voelen ’s avonds
7,6
6,1
6,2
6,8
Overlast van gedrag van anderen
7,7
6,1
5,7
6,4
Overlast van criminaliteit
7,7
6,3
6,3
6,8
Leefbaarheidsonderzoek
Opvallend is dat de rapportcijfers enorm zijn gestegen. Op 4 vragen zelfs met ongeveer een hele punt. Dit is voor lemonscores hoogst ongebruikelijk. Meestal gaat het om veranderingen van enkele tienden. Deze rapportcijfers laten zien dat de waardering voor de buurt over de gehele linie beter is geworden, beter dan de buurt, beter dan de wijk en zelfs beter dan stedelijk gemiddeld. Representativiteit In de gebiedsaanvraag hebben wij het streven benoemd dat bewoners van de Stoeterijstraat en omgeving minimaal zo positief moeten oordelen over hun buurt als in de rest van de wijk Groenewoud. Dit betekent dat de rapportcijfers moesten verbeteren. In de rapportcijfers die bewoners nu aan hun buurt geven is terug te zien dat de waardering voor de buurt over de gehele linie beter is geworden. Op het moment van onze enquête zelfs beter dan het stedelijk gemiddelde. De hoge stijging van de rapportcijfers gecombineerd met de lage respons, doet ons twijfelen over de betrouwbaarheid en representativiteit van de resultaten. Een lichte verbetering in de buurt kunnen wij verklaren op basis van de objectieve cijfers en de ervaringen van de wijkprofessionals. De enorme stappen naar cijfers die boven het stedelijk gemiddelde liggen, lijken ons echter niet realistisch in een periode van 3,5 jaar.
Ervaringen van professionals In de gebiedsaanvraag hebben wij opgemerkt dat we graag meer meldingen en signalen van overlast en criminaliteit zouden krijgen. Dat is een indicator voor het vertrouwen in de overheid. Door te werken aan vertrouwen en meer gesprekken te voeren hopen wijkprofessionals meer relevante signalen te krijgen. Zij geven echter aan dat er nog steeds mondjesmaat meldingen worden gedaan en dat contact leggen moeilijk blijft. De afgelopen coronaperiode heeft daar geen goed aan gedaan.
De wijkprofessionals zien verbetering in de buurt, maar zijn voorzichtig. “In het begin zijn enkele forse ingrepen gedaan, waardoor behoorlijk beeldbepalende overlastgevers zijn vertrokken. Het is echter een broos evenwicht. Te vroeg om te stoppen.” en “We moeten niet te snel juichen, laten we niet weer in die valkuil stappen. De weerbaarheid van bewoners is nog onvoldoende verbeterd. Er is nog geen duurzame verandering. Het is kwetsbaar. In de omliggende buurt is nu ook de Wbmgp van kracht. Als we hier loslaten, is alles voor niets geweest.”
12
Wijkprofessionals merken dat de intimiderende sfeer op straat is verminderd, maar niet is verdwenen. Er wordt nog steeds weinig gemeld, er is sprake van wantrouwen naar de overheid en voor wijkprofessionals is het moeilijk om in contact te komen met bewoners. De coronaperiode heeft de contacten met bewoners verslechterd. Volgens wijkprofessionals heeft de buurt nog steeds aantrekkingskracht op subjecten met criminele antecedenten, maar dit zie je niet terug in de statistieken.
3.6
Mogelijke termijn van beëindiging maatregel
We zien in de cijfers voor de buurt Ezelvense Akkers, waar de Stoeterijstraat en omgeving onderdeel van uitmaakt, een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van een zwakke leefbaarheid en zijn er zorgen over de veiligheid in de buurt. Dat geldt ook voor het percentage jongvolwassenen met een startkwalificatie. De cijfers tonen een vermindering van het aantal uitkeringsgerechtigden in de Stoeterijstraat en omgeving (artikel 8 en 9). De politiemeldingen op overlast zijn afgenomen. De stijgende trend in politiemeldingen op criminaliteit lijkt doorbroken (artikel 10). De betrouwbaarheid van de cijfers is echter beperkt, omdat het gebied met 74 woningen erg klein is. De absolute aantallen zijn klein, waardoor ook de cijfers makkelijk fluctueren. Het evenwicht is broos. Hoewel ook de wijkprofessionals spreken over een positieve ontwikkeling, geven zij ook aan dat het nog te pril is om de buurt alweer los te laten. Het risico op terugval is te groot. Dit wordt versterkt doordat in het omliggende gebied van 701 woningen sinds eind 2020 ook de artikelen 8, 9 en 10 van de Wbmgp worden toegepast. We gaan ervan uit dat deze ingrijpende maatregelen tijdelijk zijn en gaan er zorgvuldig mee om. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat een langdurige aanpak nodig is om duurzame verbetering van de leefbaarheid te kunnen bewerkstelligen.
Wij vinden het daarom voortzetting van toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 van de Wbmgp noodzakelijk voor de komende jaren. Als de positieve ontwikkeling zich doorzet na deze periode tot 19 november 2024 is beëindiging wellicht mogelijk.
13
4
Operationele knelpunten en verbeterpunten
De uitvoering van de Wbmgp was nieuw voor de gemeente Tilburg, politie en woningcorporatie Tiwos. We hebben hiervoor in 2017 een nieuw proces ingericht en geïmplementeerd. Gedurende de uitvoering wordt steeds samengewerkt in de integrale projectgroep Wbmgp met vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg, woningcorporatie en politie. In zijn algemeenheid wordt de samenwerking door alle partijen als prettig ervaren. In de projectgroep is ruimte en respect voor ieders overwegingen, mogelijkheden en onmogelijkheden. De lijnen zijn kort, waardoor onduidelijkheden of knelpunten snel opgelost kunnen worden.
4.1
Lokale knelpunten en verbeterpunten bij het toepassen van de Wbmpg
We ervaren in de uitvoering van de Wbmgp geen grote knelpunten. Wel zijn enkele aandachtspunten te benoemen: - Over de toepassing van de Wbmgp kan verschillend worden gedacht. Met name als het gaat over toepassing van artikel 8. Een belangrijk aandachtspunt is daarom dat we verschillende visies en belangen zorgvuldig blijven afwegen. - De Wbmgp is ingewikkelde materie. In de uitvoering komen we soms complexe casussen tegen. Het is belangrijk dat bij de gemeente de verschillende uitvoerende afdelingen (Dienstverlening en Veiligheid & Wijken) zorgdragen voor het op peil houden van de benodigde kennis onder medewerkers en op de hoogte zijn van de gemaakte afspraken met woningcorporatie en politie. - Ook voor Woningcorporatie Tiwos en de politie is het van belang dat medewerkers op de hoogte blijven van de Wbmgp. Zeker als er wisselingen in personeel zijn is aan de orde. Om leegstand te voorkomen, streven we naar vergunningverlening binnen twee weken. Dit is korter dan de wettelijke termijn van acht weken. Het vergt van alle medewerkers in het proces (corporatie, politie, gemeente) snel handelen. Deze afspraken moeten we hoog op de gezamenlijke agenda houden, om te voorkomen dat ze verslappen.
4.2
Landelijke knelpunten en verbeterpunten bij het toepassen van de Wbmgp
In onze brief van 26 juni 2020 aan de minister van Binnenlands Zaken en Koninkrijksrelaties hebben wij suggesties gedaan voor andere 'bijzondere maatregelen', waarmee de Wbmgp kan worden versterkt voor het aanpakken van grootstedelijke problematiek (zie bijlage 4). Andere knelpunten, dan wel verbeterpunten die wij in willen brengen zijn: - Woningcorporaties hebben nu geen inzicht in BRP-gegevens. Woonfraude zouden we beter kunnen bestrijden als we de BRP-gegevens mogen vergelijken met huurdersgegevens. - Woningcorporaties mogen nu alleen op inkomen toetsen en hebben geen mogelijkheid om voorafgaand aan een huurcontract een vermogenstoets uit te voeren. Hiermee zou voorkomen kunnen worden dat iemand die een of meerdere panden in eigendom heeft, gaat wonen in een woning bedoeld voor sociale huur. - De Wbmgp is nu enkel gericht op het beperken van instroom van nieuwe bewoners. Een verbeterpunt zou kunnen zijn het creëren van de mogelijkheid tot het bevorderen van uitstroom van bepaalde bewoners, zowel huurders als eigenaren.
14
Bijlage 1 Raadsinformatiebrief tussenevaluatie Stoeterijstraat Onderwerp Tussenevaluatie Wbmgp Ons kenmerk Aan de leden van de gemeenteraad
Datum 12 november 2019 Uw kenmerk
Afdeling Veiligheid en Wijken
Doorkiesnummer 013 542 82 83
E-mail college@tilburg.nll
Fax
Postadres Postbus 90155 5000 LH Tilburg
Bezoekadres Spoorlaan 181
Beste leden van de gemeenteraad, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft op 31 augustus 2017 op uw voorstel besloten tot het aanwijzen van het gebied Stoeterijstraat nummers 1 t/m 73 en 2 t/m 36, Matterhornstraat 2 t/m 22 en Sierteeltstraat 1 t/m 5 en 2 t/m 10 te Tilburg waarin artikelen 8, 9 en 10 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) worden toegepast. Het betreft 74 woningen in bezit van Woningcorporatie Tiwos. Ter uitvoering van toezegging 56832 op 26-06-2017 van de burgemeester informeren wij u tussentijds over de werkwijze en ontwikkelingen in de uitvoering van de Wbmgp en stellen we u op hoogte van de bevindingen twee jaar na de gebiedsaanwijzing door de minister. Tevens informeren wij u over de geplande uitbreiding van het gebied. Inleiding Het doel van de aanwijzing in het kader van de Wbmgp was door toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 in de Stoeterijstraat en omgeving het aantal huishoudens in de wijk met inkomen uit werk te laten toenemen, het aantal bewoners met een startkwalificatie te vergroten en overlastgevend en crimineel gedrag te beperken. Het beoogd effect van de toepassing van deze artikelen is het ontstaan van een gemiddeld woongebied op termijn.
Voorrangsregeling en politieonderzoek Potentiële huurders die zich willen vestigen in het betreffende gebied moeten sinds september 2017 een huisvestingsvergunning aanvragen. Daarbij wordt getoetst aan de voorwaarden uit artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp.
De wet maakt het mogelijk om: • Woningzoekenden te weren die een uitkering hebben en korter dan 6 jaar in de regio wonen (art. 8) Het gaat om een bijstandsuitkering of een werkloosheidsuitkering; Én korter dan 6 jaar in de regio (= gemeente Tilburg) woonachtig zijn. Inkomstenbronnen die wel zijn toegestaan, zijn: Inkomen uit een dienstbetrekking/eigen bedrijf of zelfstandig beroep/VUT-regeling/ouderdomspensioen/AOW/nabestaande pensioen/studiefinanciering. • Woningzoekenden voorrang te geven op basis van sociaaleconomische kenmerken (art.9) In Tilburg geven wij voorrang aan woningzoekenden met een inkomen of een startkwalificatie. Een startkwalificatie betreft een afgeronde havo- of vwo-opleiding of een basisberoepsopleiding (mbo-2; dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)).
15
•
Woningzoekenden te weren op basis van gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit (art. 10) Onderzoek naar gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit. Alle leden van het huishouden van 16 jaar en ouder. Bij minderjarigen wordt twee jaar teruggekeken. Bij meerderjarigen vier jaar.
De nadruk in de toepassing van de Wbmgp ligt op het weren van woningzoekenden met een overlastgevende of criminele achtergrond. Door het weren van woningzoekenden zonder inkomen uit werk, willen wij voorkomen dat financieel kwetsbare bewoners in de buurt komen wonen. Het verlenen van voorrang aan kandidaten met een inkomen uit werk en/of een startkwalificatie heeft in het verlengde hiervan als doel het vergroten van het aantal bewoners dat een goede basis heeft om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Proces aanvraag huisvestingsvergunning Samen met de woningcorporatie en politie is een proces ontworpen en geïmplementeerd om de Wbmgp uit te kunnen voeren. Dit proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Woningzoekenden zien op de website van Woning In Zicht beschikbare woningen. Bij de huurwoningen in het Wbmgp gebied staat vermeld dat er een huisvestingsvergunning verplicht is. Als een woningzoekende zijn of haar interesse op een bepaalde woning kenbaar maakt, controleert de woningbouwcorporatie inkomens- en opleidingsgegevens. Daarna gaat de woningcorporatie samen met de eerste geschikt gebleken kandidaat de aanvraag voor een huisvestingsvergunning invullen. Vervolgens dient de woningcorporatie de aanvraag (inclusief bereidverklaring) in bij de gemeente namens de woningzoekende.
De aanvraag wordt bij de gemeente getoetst op de vergunningsvoorwaarden en er worden gegevens bij de politie opgevraagd. Wanneer aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan en er geen bijzonderheden blijken uit de politiegegevens wordt de vergunning verleend. Wanneer er wel bijzonderheden blijken uit de politiegegevens kan de vergunning worden verleend onder voorwaarden of worden geweigerd. Bevindingen • Na besluitvorming in de gemeenteraad over de aanvraag gebiedsaanwijzing (d.d. 3 juli 2017) is op 24 juli 2017 een Wob-verzoek ontvangen (van een bewoner uit een ander deel van onze gemeente), waarin werd verzocht om alle documentatie die heeft geleid tot het raadsvoorstel. Deze persoon heeft tevens een Wobverzoek bij het ministerie ingediend. Beide procedures zijn zonder bijzonderheden afgerond. • Na de gebiedsaanwijzing door de minister hebben persberichten reuring in de buurt veroorzaakt, waardoor professionals verschillende gesprekken met individuele bewoners hebben gevoerd. Sommige bestaande bewoners dachten dat ze moesten verhuizen, omdat ze een uitkering hebben. Dat was niet het geval. Bestaande bewoners konden allemaal blijven wonen. De Wbmgp heeft alleen betrekking op nieuwe bewoners.
• Sinds de invoering van de Wbmgp twee jaar geleden zijn er in totaal 18 huisvestingsvergunningen aangevraagd, waarbij de verdeling als volgt is: Van september 2017 t/m december 2017 zijn 3 huisvestingsvergunningen aangevraagd, deze zijn allemaal verleend. In 2018 zijn 12 huisvestingsvergunningen aangevraagd, 11 zijn verleend, 1 is onder voorwaarden verleend. In 2019 zijn t/m september 3 huisvestingsvergunningen aangevraagd, deze zijn allemaal verleend. • Bewoners maken nu bewuster de keuze om wel of niet in de buurt te gaan wonen. Vooraf vinden immers persoonlijke gesprekken plaats. • De (grote) woningen zijn nog steeds gewild bij woningzoekenden. Er is sprake van een wachtlijst. De invoering van de maatregel heeft de buurt geen negatief imago bij woningzoekenden gegeven. • We zien een verandering in het type mensen dat interesse in de woningen toont en daadwerkelijk de procedure van de huisvestigingsvergunning in gaat. Mensen met criminele antecedenten reageren bijna niet meer op de woningen. De Wbmgp heeft een sterke preventieve werking. • Woningzoekenden stellen weinig vragen over de wet en het aanleveren van de benodigde informatie. • De doorlooptijd van het proces van het aanvragen van een huisvestingsverordening is kort, door goede werkafspraken met politie, corporatie en gemeente. Meestal duurt het ongeveer een week. Daardoor is er weinig tot geen leegstand.
In sommige gevallen - bij een huisvestingsvergunning onder voorwaarden - is er sprake van een langere doorlooptijd, omdat er (juridisch) meer uitgezocht moet worden.
16
•
Bewoners geven aan verandering te merken in de wijk en in de straat. Het is rustiger geworden, er staan geen groepjes mensen meer buiten en er is minder sprake van intimiderend gedrag. Mensen geven aan zich veiliger te voelen. Een bewoner zei: "dit is het beste dat jullie ooit hebben gedaan voor de buurt" en een andere bewoner heeft aangegeven: "ik durf mijn kinderen weer buiten te laten spelen". Maar er zijn ook bewoners die de maatregelen onzin vinden, omdat iedereen moet kunnen wonen waar hij of zij wil.
Conclusie De eerste bevindingen van politie, woningcorporatie en gemeente na twee jaar uitvoering van de Wbmgp zijn overwegend positief. De maatregel heeft een positief effect op de balans en leefbaarheid in de buurt, zij het nog bescheiden. Tegelijkertijd is het een klein gebied met maar 74 woningen en het aantal verleende vergunningen in de afgelopen 2 jaar is gering (18 vergunningen). Om in de wijk Groenewoud substantieel verschil te maken in het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid, is uitbreiding van de gebiedsaanwijzing noodzakelijk. Het voorstel tot uitbreiding gaan wij samen met politie en woningcorporaties nader uitwerken en onderbouwen. Ons college legt uw gemeenteraad medio juli een gedragen raadsvoorstel voor, waarna de minister kan besluiten over de uitbreiding van de gebiedsaanwijzing. Vervolg De evaluatie voor het ministerie van BZK over de eerste periode van 4 jaar van de gebiedsaanwijzing vindt plaats in het eerste kwartaal van 2021. Dan wordt opnieuw een deur-aan-deur leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd om de rapportcijfers op het schaalniveau van het aangewezen gebied te kunnen vergelijken met de cijfers van 2017. Op basis van de evaluatie van de gemeente, woningcorporatie en politie besluit u als gemeenteraad over de wenselijkheid en voortzetting of beëindiging van de maatregel.
Met vriendelijke groet, het college,
M.J.M. Meijs gemeentesecretaris
drs. Th.L.N. Weterings burgemeester
Bijlage: ‐ Notitie Jaarlijkse verantwoording Wbmgp door de Functionaris Gegevensbescherming
17
Bijlage 2
18
19
Bijlage 3
20
Bijlage 4 Onderwerp lokale evaluatie Wbmgp
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties DG Bestuur, Ruimte en Wonen Directie Democratie en Bestuur Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Datum 26 juni 2020
Ons kenmerk 1428811
Uw kenmerk 2020-0000117105
Afdeling Veiligheid & Wijken
Doorkiesnummer 013 542 90 44
E-mail claudia.van.dongen@tilburg.nll Postadres Postbus 90155 5000 LH Tilburg
Fax Bezoekadres Spoorlaan 181
Geachte minister, In uw brief van 22 mei jl. vraagt u het college van de gemeente Tilburg om een lokale evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) met u te delen. U vraagt aandacht voor de ervaringen van en de samenwerking met de partners, het delen van knelpunten in de uitvoering en suggesties voor andere 'bijzondere maatregelen' waarmee de Wbmgp kan worden versterkt voor het aanpakken van grootstedelijke problematiek. In deze brief gaan wij allereerst in op het brede, strategische verhaal. Voor de inhoudelijke doelstellingen verwijzen wij naar onze lokale tussenevaluatie in de raadsbrief van 12 november 2019 (zie bijlage). Het gebied U heeft op 31 augustus 2017 op voorstel van onze gemeenteraad besloten tot het aanwijzen van het gebied Stoeterijstraat nummers 1 t/m 73 en 2 t/m 36, Matterhornstraat 2 t/m 22 en Sierteeltstraat 1 t/m 5 en 2 t/m 10 te Tilburg waarin artikelen 8, 9 en 10 uit de Wbmpg worden toegepast. Het betreft 74 woningen in de wijk Groenewoud, in bezit van Woningcorporatie Tiwos. Wbmgp is onderdeel van wijkaanpak In de wijkaanpak van de wijk Groenewoud staat sinds 2017 het interafhankelijk, buurtgericht (of: systemisch) werken centraal. Dit is een pragmatische manier van werken om in de praktijk te kunnen omgaan met taaie, venijnige vraagstukken.
Het creëren van beweging en het bereiken van doorbraken in belemmerende patronen in de wijk staan daarbij centraal. Een probleem wordt niet afzonderlijk bekeken of in stukjes geknipt, maar in samenhang vanuit verschillende perspectieven bekeken en aangepakt. Nog een stap verder dan bij integraal werken, gaan wijkpartners met elkaar aan de slag om tot gezamenlijke inzichten en acties te komen waarop vervolgens gereflecteerd wordt om snel te kunnen leren. Het wijknetwerk wordt door een expert gecoacht in deze pragmatische methodiek. Binnen het interafhankelijk werken in Groenewoud is de samenwerking tussen wijkpartners geïntensiveerd om in een specifiek gebied echt het verschil te kunnen maken. Deze intensieve leefbaarheidsaanpak betreft een gecombineerde aanpak die zich karakteriseert als zeer gericht (acupunctuur) via verschillende soorten interventies. Daarbij zoeken we naar een slimme mix van repressie en preventie. Hard optreden waar nodig (zuur), maar ook je nek uitsteken voor welwillenden in de wijk (zoet), zorg voor hulpbehoevenden (zout) en reguleren van de instroom (bitter). Zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren, is het moeilijk de balans in een buurt te herstellen. Dit kan in onze ogen in verschillende vormen en gradaties, met als uiterste vorm de toepassing van politiescreening in het kader van de Wbmpg.
Doel toepassing Het blijkt moeilijk crimineel en overlastgevend gedrag effectief aan te pakken, zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren. Zonder regulering blijft het dweilen met de kraan open. Daarnaast willen wij financieel kwetsbare mensen beschermen tegen criminele invloeden. Om de balans in het beoogde gebied te herstellen, maken wij gebruik van de artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp. Het gaat ons om aanvullende eisen op inkomen, voorrang verlenen aan bewoners met een inkomen uit werk en/of een 21
startkwalificatie en tot slot onderzoek op basis van politiegegevens naar gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit. Tussenevaluatie wijkaanpak De intensieve leefbaarheidsaanpak die in 2017 in de Stoeterijstraat startte naar aanleiding van signalen van wijkpartners had als doel het herstellen van een verstoorde balans in het leef- en woonklimaat, om zo te komen tot een normalisatie van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid. Onderdeel daarvan is selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp. Uit de tussenevaluatie na twee jaar zagen we de volgende resultaten en effecten: Verandering bevolkingssamenstelling (Ander type mensen meldt zich als kandidaat-huurder en sommige bewoners zijn vertrokken: "De buurt is niet meer wat het is geweest."); Toename veiligheidsgevoel in de straat ("Ik durf mijn kinderen weer op straat te laten spelen."); Sommige overlastsituaties zijn opgelost, waardoor spanningen tussen bewoners zijn verdwenen; Vertrouwen over en weer neemt toe (bewoners <-> overheid/instellingen); Cultuur is opener, bewoners zijn aanspreekbaar op gedrag; Professionals kunnen hun werk doen, maar zijn ook kwetsbaar (soms vindt intimidatie plaats); Daling woonfraude, beheerskosten, uitkeringsfraude en spookbewoners; Stijging huurinkomsten, verhuurbaarheid, tevredenheid en meldingsbereidheid; Belastingen worden betaald.
Door de verbeterde informatiepositie van alle partners werd ook duidelijk dat er binnen de wijk Groenewoud meer buurten/straten zijn waar een dergelijke aanpak nodig is om de balans te herstellen. Daarom hebben wij het gebied voor de intensieve leefbaarheidsaanpak uitgebreid naar andere buurten in Groenewoud. De impact van de samenwerking op de wijk Groenewoud als geheel was klein, omdat het gebied slechts 74 woningen telde. Daarom heeft ons college een voorstel in voorbereiding tot uitbreiding van het gebied waarin de Wbmgp wordt toegepast. Inhoudelijke doelstellingen In bijgevoegde gemeentelijke tussenevaluatie van 2019 gaan wij in op de mate waarin inhoudelijke doelstellingen zijn gehaald. De kwalitatieve doelstellingen zijn in juni 2020 nog onveranderd. Het aantal verleende vergunningaanvragen is gestegen met 4. Wij hebben t/m mei 2020 in totaal 22 vergunningen verleend. De verdeling is als volgt: Van september 2017 t/m december 2017 zijn 3 huisvestingsvergunningen aangevraagd, deze zijn allemaal verleend. In 2018 zijn 12 huisvestingsvergunningen aangevraagd, 11 zijn verleend, 1 is onder voorwaarden verleend. In 2019 zijn 4 huisvestingsvergunningen aangevraagd, deze zijn allemaal verleend. In 2020 zijn t/m mei 3 huisvestingsvergunningen aangevraagd, deze zijn allemaal verleend. Er zijn geen negatieve woonverklaringen verstrekt.
De uitvoering van de Wbmgp verloopt naar wens. Wij passen de Wbmgp toe in een klein gebied, waardoor de aantallen voor de betrokken organisaties goed te behappen zijn en de processen goed zijn uitgelijnd. De belangen van politie, corporatie en gemeente worden in een integrale projectgroep besproken en afgewogen. In de projectgroep worden werkafspraken gemaakt om de doorlooptijd van het proces kort te houden. Suggesties voor versterking van de Wbmgp U vraagt ons om suggesties te delen ter versterking van de Wbmgp voor het aanpakken van grootstedelijke problematiek. Enkele suggesties die wij willen doen, zijn: Uitbreiding van te gebruiken informatie, naast politiegegevens, bijvoorbeeld eigen gemeentelijke informatie, om mee te wegen in de beoordeling ten behoeve van het al dan niet afgeven van een woonverklaring. Artikel 8 ervaren wij op dit moment als suboptimaal, met name omdat woningzoekenden ‘er door glippen’ vanwege de bepaling dat zij zes jaar of langer in de betreffende regio hebben gewoond. Onze suggestie is om deze voorwaarde te schrappen uit artikel 8. Het in de wet mogelijk maken een verleende huisvestingsvergunning in te trekken wanneer bijvoorbeeld iemand eerst een positieve woonverklaring heeft gekregen (al dan niet met
22
-
voorwaarden), maar er later gedragingen plaatsvinden waardoor een negatieve woonverklaring aan de orde zou zijn. Dit behoeft nog verder onderzoek. De verplichtingen uit de Wet en het Besluit te laten aansluiten bij de al bestaande verplichtingen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG), waarmee dubbelingen worden voorkomen en waarmee ook een vermindering van administratieve lasten voor de gemeente wordt bewerkstelligd, zonder dat dit ten koste gaat van het niveau van gegevensbescherming. Toelichting: In het Besluit is een aantal aanvullende maatregelen (zoals in art. 12) opgenomen dat tot doel heeft richting te geven aan de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt tijdens de uitvoering van de Wbmgp. Deze maatregelen vertonen echter overlap met de waarborgen die zijn neergelegd in de AVG. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de jaarlijkse controle- en rapportageplicht die bij de (ook al op grond van de AVG verplichte) Functionaris Gegevensbescherming is neergelegd, dan is niet goed in te zien welke meerwaarde deze bepalingen uit het Besluit hebben ten opzichte van de verplichtingen die voortvloeien uit o.a. art. 5, 6, 24 en 32 van de AVG. De verwerkingsverantwoordelijke (burgemeester of College) moet op grond van art. 24 aantoonbaar kunnen voldoen aan de normen uit de AVG.
De gemeentelijke organisatie staat aan de lat voor een zorgvuldige omgang met een grote hoeveelheid (zowel in aantal als in diversiteit) persoonsgegevens, waaronder ook bijzondere persoonsgegevens. Zeker wanneer het gaat om deze laatste categorie is de hoogste mate van zorgvuldigheid geboden. Op welke wijze daar echter vorm aan wordt gegeven, is volgens hetgeen bepaald in de AVG normaliter een taak voor de verwerkingsverantwoordelijke (zie art. 4 lid 7). Het toevoegen van specifieke maatregelen per wet, zonder dat daar een dringende noodzaak voor lijkt te bestaan draagt in de praktijk niet bij aan de uitvoerbaarheid van deze taak.
Wij vertrouwen erop u voldoende input te hebben geleverd voor de aankomende rijksevaluatie van de Wbmgp. Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, dan kunt u contact laten opnemen met Claudia van Dongen, afdeling Veiligheid en Wijken, bereikbaar onder claudia.van.dongen@tilburg.nl of 013-5429044.
Hoogachtend, namens het college,
de heer H.J. Huizenga teammanager Veiligheid, Intelligence en Beleid
Bijlage: ‐ Raadsinformatiebrief tussenevaluatie Wbmgp dd.12-11-2019, inclusief notitie Jaarlijkse verantwoording Wbmgp door de Functionaris Gegevensbescherming
23