03 Bijlage_VerordeningRKT_was_wordt_tabel
Tekst van het document
Bijlage - Was/wordt tabel ‘Verordening op de Rekenkamercommissie 2002’ versus ‘Verordening op de Verordening op de rekenkamer Tilburg’ WAS Artikel 1 Instelling • •
• • •
•
• • • •
WORDT Artikel 1 Begripsbepalingen
1. Er is een vaste commissie ten behoeve van de raad, genaamd de Rekenkamercommissie. 2. De Rekenkamercommissie, is belast met de uitoefening van de rekenkamerfunctie als bedoeld in artikel 81o van de Gemeentewet.
In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Gemeentewet; b. raad: gemeenteraad van Tilburg; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg; d. rekenkamer: rekenkamer van de gemeente Tilburg; e. voorzitter: voorzitter tevens lid van de rekenkamer van de gemeente Tilburg; f. lid: een lid van de rekenkamer van de gemeente Tilburg; g. auditcommissie: de commissie als bedoeld in de Verordening op de auditcommissie gemeente Tilburg; h. rekenkamerbrief: een onderzoek in beperkte omvang, waarover gerapporteerd wordt in de vorm van een (rekenkamer)brief.
Artikel 2 Samenstelling
Artikel 2 rekenkamer en taken
1. De Rekenkamercommissie bestaat uit tenminste zes leden, waarvan twee niet-raadsleden. 2. De raadsleden van de commissie worden aan het begin van een nieuwe zittingsperiode van de raad door de raad uit zijn midden benoemd. 3. De niet-raadsleden in de commissie worden door de raad benoemd voor een periode van vier jaar die niet gelijk loopt met de zittingsperiode van de raad en die door de raad met maximaal één termijn van vier jaar kan worden verlengd. Bij tussentijdse benoemingen treedt het nieuw benoemde lid, voor wat betreft zittingsduur, in de plaats van zijn voorganger. 4. De benoeming van raadsleden in de commissie geschiedt voor de zittingsperiode gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen. 5. Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen. 6. Hij die ophoudt lid van de raad te zijn kan geen lid meer van de commissie zijn. 7. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad. 8. In tussentijds in de commissie opengevallen plaatsen wordt binnen acht weken voorzien.
1. Gelet op artikel 81a van de wet is er een rekenkamer. 2. De rekenkamer bestaat uit tenminste drie en maximaal vier leden, waaronder de voorzitter. 3. De rekenkamer heeft tot taak onderzoek te doen als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de wet, aangaande: a. de doelmatigheid en doeltreffendheid van gemeentelijk beleid; b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beheer en de organisatie; c. de controle op de rechtmatigheid van het financieel beheer en de financiële verantwoording van de gemeente Tilburg en van de instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. 4. Een onderzoek naar de rechtmatigheid bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de wet. 5. De rekenkamer levert gemiddeld één onderzoeksrapport en één rekenkamerbrief per jaar op.
Artikel 3 Voorzitter.
Artikel 3 Benoeming leden
De raad benoemt een van de twee niet-raadsleden in de commissie tot voorzitter en wijst een tot lid van de commissie benoemd raadslid als plaatsvervangend voorzitter aan.
1. Benoembaar als voorzitter en leden zijn inwoners uit of buiten de gemeente Tilburg, die het actieve kiesrecht genieten. 2. De werving van de voorzitter en de leden geschiedt door openbare kennisgeving van de vacatures. 3. Voor het werven van de voorzitter en leden benoemd de raad uit haar midden een tijdelijke selectiecommissie, de selectiecommissie wordt daarbij ondersteund door de griffie. 4. De benoemingen van de voorzitter en de leden geschieden door de raad op gemotiveerde aanbeveling van de selectiecommissie. 5. De selectiecommissie doet de aanbeveling aan de raad vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat-lid
1
bevattende: a. een mededeling dat de kandidaat een benoeming als voorzitter of lid zal aanvaarden, b. een overzicht van de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt. c. een VOG 6. Voorafgaand aan een aanbeveling voor een benoeming van de voorzitter en de leden vraagt de selectiecommissie advies aan de zittende leden van de rekenkamer en de secretaris-onderzoeker van de rekenkamer. 7. Naast het gestelde in artikel 81f van de wet, zijn niet benoembaar tot lid personen die naar taak of functie verbonden zijn aan instellingen die op grond van artikel 184, eerste lid, van de wet, onderwerp van onderzoek kunnen zijn. 8. De raad benoemt de voorzitter en de leden voor de duur van zes jaar, met de mogelijkheid voor eenmalige herbenoeming voor een termijn van zes jaar. 9. De rekenkamer wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan die bij ontstentenis van de voorzitter diens taken waarneemt.
Artikel 4 Secretariaat
Artikel 4 Ontslag en non-activiteit
Artikel 5 Taken commissie
Artikel 5 Openbaarheid
Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door de griffier of een door deze aangewezen medewerker van de griffie.
•
• • •
•
De commissie heeft de volgende taken: 1. Onderzoek doen naar de jaarrekening. De commissie betrekt daarbij de door of namens het college met de jaarrekening verband houdende verstrekte bescheiden. Daaronder zijn in ieder geval de volgende documenten begrepen: het gemeentelijk jaarverslag en de jaarverslagen van de diensten met de daarbij behorende accountantsrapporten en - verklaringen. 2. Het onderzoek als bedoeld in het vorig lid richt zich op de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. 3. In aanvulling op de raadscommissie kan de commissie ook aspecten van doeltreffendheid bij haar onderzoek betrekken. 4. Onderzoek te doen naar en toe te zien op de adequate uitvoering van het informatiebeveiligingsbeleid en de privacybescherming en zondig aanbevelingen terzake te doen aan college en raad. 5. Op verzoek van de raad of op eigen initiatief kan de commissie onderzoek doen naar het gevoerde beleid ten aanzien van nader door de raad aangegeven aangelegenheden of projecten, waarbij gemeentefinanciën in het geding zijn.
1. De griffier bericht de raad als één van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, van de wet. 2. De griffier bericht de raad als één van de gronden voor non-actiefstelling zich voordoet bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. 3. In de gevallen bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet, adviseert de griffier de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-actief stellen van het desbetreffende lid of leden. 4. De griffier adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid. 5. Voorafgaand aan een advies zoals bedoeld in het derde en vierde lid pleegt de raad overleg met de rekenkamer. 6. De raad beslist over het ontslag van het lid of de leden en beslist over het op non-actief stellen van het lid of de leden. 1. De rekenkamer vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. 2. De rekenkamer kan openbare vergaderingen beleggen. 3. Indien de rekenkamer dat wenselijk of noodzakelijk acht kunnen derden deelnemen aan de vergaderingen ten behoeve van het onderzoek, bijvoorbeeld deskundigen, inwoners en/of bedrijven/instellingen.
2
•
• • • • •
• •
• •
•
• •
•
•
•
6. Aan de raad en/of aan het college gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen ten aanzien van de financiële administratieve organisatie en het financiële beheer van de gemeente. 7. Het vervullen van het opdrachtgeverschap van de door de raad aangewezen externe accountant.
Artikel 6 Beleidsonderzoek
Artikel 6 Reglement en privacyverklaring
1. Indien op grond van het vijfde lid van het vorige artikel het voornemen bestaat om een dergelijk onderzoek te starten stelt de commissie eerst een onderzoeksplan vast. 2. Dit onderzoeksplan wordt, vergezeld van een opgave van het daarvoor benodigde budget en een dekkingsvoorstel, aan de raad aangeboden. 3. In het onderzoeksplan staat aangegeven of er een hoorzitting wordt gehouden. 4. De commissie kan in het onderzoeksplan een ambtelijk onderzoeksteam, waarin in elk geval de secretaris van de commissie zitting heeft, belasten met een vooronderzoek.
1. De rekenkamer stelt een reglement voor de uitvoering van haar onderzoek en een privacyverklaring vast. 2. De onder het eerste lid aangeduide documenten worden na vaststelling door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad gezonden.
Artikel 7 Oproepen / vaststellen agenda
Artikel 7 Werkwijze
1. De vergaderingen van de commissie vinden plaats op basis van het door de raad vastgestelde vergaderschema, waarin ook het aanvangstijdstip is vermeld. 2. De commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of het door tenminste twee leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. 3. De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretaris van de commissie, de voorlopige agenda van de vergadering. 4. Deze voorlopige agenda wordt toegezonden aan de leden van de commissie. De overige leden van de raad wordt eveneens een afschrift van de voorlopige agenda toegezonden. 5. De voorzitter draagt er zorg voor dat plaats, dag en uur van de openbare vergadering alsmede een opgave van de te behandelen agendapunten ter openbare kennis worden gebracht. 6. De commissie stelt bij het begin van de vergadering de definitieve agenda vast. 7. Een onderwerp, waarvan behandeling blijkens schriftelijk verzoek met opgave van redenen door tenminste twee leden van de commissie wordt gevraagd, wordt door de voorzitter op de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering van de commissie geplaatst. 8. In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan de commissie schriftelijk worden geraadpleegd.
Indien schriftelijke afdoening bij een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende commissievergadering.
1. Overeenkomstig de artikelen 182 tot en met 184 van de wet voert de rekenkamer haar werkzaamheden uit. 2. Conform artikel 182 van de wet bepaalt de rekenkamer zelf naar welke onderwerpen onderzoek wordt verricht. 3. De rekenkamer stelt elk jaar vóór 1 april een onderzoeksprogrammering voor dat jaar vast en verzendt het vervolgens ter kennisneming aan de raad. 4. De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. Ingevolge het bepaalde in artikel 182, tweede lid, van de wet, legt de raad dit verzoek vast in een besluit. De griffier draagt zorg voor het doorgeleiden van dit verzoek aan de rekenkamer. 5. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand na het verzoek van de raad of en op welke wijze aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij haar besluit.
Artikel 8 Bijwonen vergaderingen
Artikel 8 Rapportage rekenkamer
1. De leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie, kunnen de vergadering van de commissie bijwonen. Zij mogen aan de beraadslagingen deelnemen. 2. De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtenaren van de gemeente en externe deskundigen tot het bijwonen van de vergadering uit te nodigen voor het verstrekken van inlichtingen of het geven van adviezen. 3. Tot zodanige uitnodiging gaat de voorzitter tevens over indien tenminste twee leden van de commissie daarom verzoeken.
1. Voordat de rekenkamer tot vaststelling en openbaarmaking van een eindrapport of rekenkamerbrief overgaat, stelt zij de onderzochte partijen schriftelijk op de hoogte van het ontwerprapport of de ontwerprekenkamerbrief. 2. De rekenkamer stelt, indien van toepassing, de betrokken partijen in de gelegenheid tot ambtelijk hoor en wederhoor. Betrokken partijen kunnen binnen een door de rekenkamer te bepalen termijn (in beginsel twee weken) schriftelijk reageren op feitelijke onjuistheden in het ontwerprapport of de ontwerprekenkamerbrief, of een door de rekenkamer geselecteerd deel daarvan. Feitelijke onjuistheden of onvolledigheden worden door de rekenkamer gecorrigeerd in het ontwerprapport of
3
ontwerprekenkamerbrief. 3. De rekenkamer kan het college binnen een door de rekenkamer te bepalen termijn (in beginsel drie weken) in de gelegenheid stellen tot bestuurlijke hoor en wederhoor, met het verzoek om een schriftelijke bestuurlijke reactie van het college op het ontwerprapport of ontwerprekenkamerbrief. 4. Na de in het tweede c.q. derde lid bedoelde termijn sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt zij een eindrapport op waarin de bestuurlijke nota, de bestuurlijke reactie van het college en de nota van bevindingen zijn opgenomen, dan wel stelt zij een rekenkamerbrief op. 5. Een eindrapport wordt vergezeld van een door de rekenkamer opgesteld raadsvoorstel, een rekenkamerbrief kan worden vergezeld van een door de rekenkamer opgesteld raadsvoorstel. Het eindrapport of de rekenkamerbrief wordt met een eventueel raadsvoorstel naar de griffie gezonden, die zorgt voor doorgeleiding naar de raad. 6. De raad neemt het eindrapport of rekenkamerbrief en eventueel bijbehorend raadsvoorstel uiterlijk twee maanden na ontvangst in behandeling. 7. De rekenkamer kan voor de behandeling in de raad voorstellen een presentatie over het onderzoek te geven. Conform de geldende procedures zal het verzoek van de rekenkamer worden geagendeerd. 8. Bij de politieke behandeling van het onderzoek in de raad is de rekenkamer niet betrokken.
• •
• •
•
• •
Artikel 9 Openbaarheid vergaderingen
Artikel 9 Vergoeding werkzaamheden
1. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. 2. Indien de voorzitter of tenminste twee leden van de commissie van mening zijn dat openbaar of persoonlijke belangen door de openbaarheid kunnen worden geschaad kunnen de deuren van de vergadering worden gesloten. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
1. De leden ontvangen voor hun werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding. 2. De vergoeding per maand bedraagt voor de voorzitter 100% van de vergoeding voor een raadslid en voor de leden 50% van de vergoeding voor een raadslid.
Artikel 10 Quorum
Artikel 10 Budget
1. De vergadering vindt geen doorgang indien blijkt dat niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2. In dat geval kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, waarbij er slechts vierentwintig uur tussen het verzenden van de kennisgeving en het aanvangsuur aanwezig behoeft te zijn. 3. Die tweede vergadering vindt doorgang ongeacht het aantal opgekomen leden. 4. Aan de agenda van de tweede vergadering mogen geen nieuwe agendapunten worden toegevoegd.
1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget, uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: a. de vergoedingen aan de leden; b. externe deskundigen die door de rekenkamer worden ingeschakeld; c. eventuele andere uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3. De griffier is verantwoordelijk voor het budget van de rekenkamer, de secretaris-onderzoeker beheert het budget van de rekenkamer. 4. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad vóór 1 april, als bedoeld in artikel 185, derde lid, van de wet. 5. De voorzitter is bevoegd om jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad te doen voor de benodigde middelen voor een goede uitoefening van de taken voor het volgende kalenderjaar.
Artikel 11 Geheimhouding
Artikel 11 Ambtelijk medewerkers rekenkamer
1. Artikel 25 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2. Het opleggen van de voorlopige geheimhouding geschiedt door de voorzitter.
Artikel 12 Insprekers
1. Beslissingen over personele aangelegenheden van de ambtelijk medewerkers van de rekenkamer worden na overleg met de voorzitter genomen door de werkgever.
Artikel 12 Periodieke evaluatie
1. In opdracht van de raad kan het functioneren van de 4
•
•
• •
•
• • •
•
1. In geheel of gedeeltelijk openbare vergaderingen verleent de voorzitter, nadat de commissie daartoe bij de vaststelling van de agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang van de behandeling van een agendapunt, de rondvraag uitgezonderd, aan insprekers het woord om over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven. 2. De personen, die van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken, moeten daarvan tenminste een volle werkdag voor de aanvang van de vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de commissie onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. 3. De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken, indien meer dan een persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het woord wordt verleend. 4. Degenen die op grond van het vorenstaande gerechtigd zijn hun mening te geven of vragen te stellen moeten de daarbij door de voorzitter in het belang van de vergaderorde gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord ontnemen. De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers toelichtende vragen te stellen over hetgeen door dezen naar voren is gebracht. Hetgeen door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter geen punt van discussie tussen hen en de leden van de commissie. 5.
In uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van de commissie, kan ook zonder dat het onderwerp op de agenda staat en ook zonder dat daarover vooraf een mededeling is gedaan, door de voorzitter het woord aan insprekers worden verleend.
rekenkamer elke twee jaar worden geëvalueerd. 2. De kosten van de evaluatie als genoemd in het eerste lid komen niet ten laste van het budget van de rekenkamer, maar van de raad. 3. In het laatste jaar van de benoemingsperiode, vindt er, op initiatief van de raad, een onafhankelijke evaluatie van het functioneren van de rekenkamer plaats.
Artikel 13 Hoorzitting
Artikel 13 Inwerkingtreding en duur controleverordening
1. Op initiatief van de voorzitter of tenminste een derde deel van het aantal leden van de commissie kan een hoorzitting worden uitgeschreven. 2. De voorzitter regelt de orde tijdens de hoorzitting. 3. Het horen van ambtenaren of externe deskundigen als bedoeld in artikel 8, lid 2 van deze verordening kan de commissie opdragen aan een ambtelijk onderzoeksteam, waarvan in elk geval de secretaris van de commissie deel uitmaakt. 4. Indien de commissie gebruik maakt van de in het vorige lid beschreven bevoegdheid is de voorzitter van de commissie bij het horen aanwezig indien de te horen persoon daarom verzoekt.
Artikel 14 Verslaglegging • • • • • •
1. Van ieder besproken onderwerp in een commissievergadering wordt, onder de zorg van de secretaris van de commissie, een verslag opgesteld. 2. De griffier is verantwoordelijk voor de tijdigheid en de inhoud van het verslag. 3. Het verslag bevat een beknopte zakelijke weergave van het besprokene. 4. De commissie kan bij een afzonderlijk agendapunt besluiten dat een meer uitgebreid verslag moet worden opgesteld. 5. Het verslag vermeldt tevens de namen van de aan- en afwezige leden van de commissie en van de overige aanwezigen ter vergadering. 6. Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de voorlopige agenda voor de eerstkomende commissievergadering.
Deze verordening treedt na de voorgeschreven bekendmaking in werking per 1 juni 2021.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de rekenkamer Tilburg”.
Artikel 15 Besluiten
5
• •
1. De commissie neemt besluiten bij meerderheid van stemmen. 2. Indien de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 16 Informatieverstrekking •
•
• •
•
1. Op verzoeken van de commissie om toezending van onder het college berustende stukken dan wel van (aanvullende) schriftelijke informatie neemt het college binnen drie weken een beslissing. 2. Indien het college redenen aanwezig acht om van toezending van documenten of verstrekking van informatie op grond van het vorige lid af te zien, doet het daarvan mededeling aan de voorzitter van de commissie. 3. Voor het verkrijgen van mondelinge informatie kan de commissie leden van het college uitnodigen om ter vergadering te verschijnen. 4. Indien een lid van het college redenen aanwezig acht om niet op een uitnodiging als bedoeld in het vorige lid in te gaan doet hij daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie. 5. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere gemeentelijke bestuursorganen.
Artikel 17 Rapportage over rekening •
•
•
1. De commissie stelt, op grond van het gehouden onderzoek, een raadsvoorstel op waarin de bevindingen van het onderzoek zijn opgenomen en voorstellen worden gedaan. 2. Het college wordt daarbij de gelegenheid geboden om schriftelijk te reageren op de bevindingen en de voorstellen van de commissie. Deze schriftelijke reactie maakt eveneens onderdeel uit van de beraadslaging in de raad. 3. De commissie legt het raadsvoorstel voor aan de raad.
Artikel 18 Rapportage over beleidsonderzoeken. •
•
•
• •
1. De commissie legt de bevindingen van een gehouden onderzoek neer in een ontwerprapport. Daarbij worden nog geen conclusies getrokken dan wel aanbevelingen opgenomen. 2. De commissie legt het ontwerprapport voor aan het college en stelt deze in de gelegenheid daarop binnen een door haar te bepalen redelijke termijn schriftelijk te reageren. 3. Na ontvangst van de reactie van het college, respectievelijk bij uitblijven van een reactie na afloop van de gestelde termijn stelt de commissie een eindrapport op waarin tevens conclusies en, indien daarvoor reden aanwezig is, aanbevelingen worden opgenomen. 4. De commissie legt het eindrapport, voorzien van een ontwerpvoorstel en ontwerpbesluit, voor aan de raad. 5. De in dit artikel beschreven procedure geldt eveneens indien het onderzoek betrekking heeft op een aangelegenheid of project van een ander gemeentelijk bestuursorgaan.
Artikel 19 Toelichting tijdens raadsvergadering. • •
1. Tijdens de raadsvergadering voert de voorzitter van de commissie, namens de commissie, het woord. 2. De commissie kan in een voorkomend geval een ander lid uit haar midden aanwijzen om in de vergadering van de raad voorstellen of adviezen van de commissie toe te lichten.
Artikel 20 Jaarverslag commissie. 6
De commissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.
Artikel 21 Uitleg verordening.
Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en in gevallen, waarin niet in deze verordening is voorzien, beslist de voorzitter van de commissie.
Artikel 22 Tijdstip inwerkingtreding en citeertitel. • •
•
1. Deze verordening treedt onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking. 2. Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid vervalt de "Verordening op de Rekeningcommissie", zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 25 mei 1992 en nadien gewijzigd. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de Rekenkamercommissie 2002".
7