03 Bijlage 2 SRT-advies 'Beleidsnota Sociale Basis 2021-2025'
Tekst van het document
Sociale Raad Tilburg Spoorlaan 444 5038 CH Tilburg Gemeente Tilburg College van burgemeester en wethouders Tav. wethouder dhr. R. Dols Postbus 90155 5000 LH Tilburg Tilburg, 7 juni 2021 Betreft: SRT-advies “Beleidsnota Sociale Basis 2021-2025” Kenmerk: 21/015
Geachte wethouder Dols, De Sociale Raad Tilburg (SRT) brengt hierbij het door u gevraagde advies uit over de “Beleidsnota Sociale Basis 2021-2025”. Dit advies is gebaseerd op de conceptversie die wij op 18 mei 2021 hebben ontvangen en de toelichting door de projectleider en de strateeg.
Algemeen De gemeente Tilburg heeft de beweging naar de sociale basis ingezet. Ze wil deze sociale basis versterken zodat er meer mogelijkheden ontstaan om als buurtbewoners elkaar te ontmoeten, te ondersteunen en samen bepaalde zaken in de wijk op te pakken. Dit moet resulteren in een sterkere sociale basis met een preventieve functie én een sociale basis die gewone vragen gewoon oplost waardoor er minder vragen om hulp en ondersteuning ontstaan die door professionals opgepakt moeten worden. De SRT onderschrijft de visie en inzet van het college om de sociale basis te versterken. Deze beweging is inmiddels op hoofdlijnen uitgewerkt en in beleidsnota’s is beschreven wat de gemeente Tilburg wil bereiken. De verdere concrete uitwerking en wat dit gaat betekenen in de dagelijkse praktijk vereist nog veel aandacht. Het is niet mogelijk en wenselijk om vooraf alles uit te werken. Om op buurtniveau maatwerk te kunnen leveren, zijn speelruimte en flexibiliteit onmisbare elementen. Er moet immers ingespeeld kunnen worden op de context en op ontwikkelingen die in elke wijk anders zullen verlopen.
Sociale basis Het belang van de sociale basis is groot. Het gaat over de directe woon- en leefomgeving van inwoners. Soms zijn de verbanden in een wijk, buurt, straat hecht en wordt er van alles gewoon geregeld en voor elkaar gedaan. Er zijn echter ook wijken met zwakke verbanden, wijken waar inwoners meer gericht zijn op de stedelijke voorzieningen of waar een dragende buurtstructuur afwezig is. De vraag is hoe we deze sociale basis vorm willen geven, hoeveel willen we erin investeren en wat moet zij inwoners bieden? De sociale basis moet vooral een plaats zijn waar mensen elkaar ontmoeten, samen optrekken en zorg voor elkaar hebben. Ontmoeten, contact hebben met anderen, is voor mensen een wezenlijke behoefte.
Voor sommige personen is dit door beperkingen of omstandigheden niet zo gemakkelijk en vanzelfsprekend. Denk daarbij aan mensen met gezondheidsproblemen, mensen die minder mobiel zijn, oudere mensen, gezinnen in armoede. Zoals aangegeven wordt in de nota, vooral voor deze groep investeert de gemeente in de sociale basis. Ontmoetingen mogelijk maken voor álle wijkbewoners, kwetsbare en minder kwetsbare, gezond en minder gezond, personen die makkelijk contacten leggen en zij die over drempels heen moeten, zorgt voor verbanden en relaties in de wijk, juist tussen alle mogelijke groepen en personen in de wijk. Daarmee bouw je een sterke wijkstructuur die gebaseerd is op diversiteit en inclusie en dat vraagt investeren in wijken, in ontmoetingen en ontmoetingsplaatsen. De SRT adviseert: - Heb oog en oor voor burgers in kwetsbare posities die meer ondersteuning nodig hebben om deel te kunnen nemen aan de (buurt)samenleving. - Geef burgers de ondersteuning en middelen die zij nodig hebben om die stap naar deelname te kunnen zetten. - Maak diversiteit en inclusie tot uitgangspunten van beleid en uitvoering. Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn belangrijke onderdelen van wat er in die sociale basis gebeurt. Met de huidige beweging van normaliseren wil de gemeente dat dit nog veel meer gaat plaatsvinden. Er gebeurt echter al heel veel en de vraag is hoeveel méér nog mogelijk is.
Het vraagt ook aandacht voor die vrijwilligers en mantelzorgers, erkenning voor het vele werk dat zij doen en ondersteuning zodat zij kunnen blijven doen wat zij doen. Met name mantelzorgers worden soms heel zwaar belast. Hun werk is vaak onzichtbaar en mantelzorgers blijven zorg geven omdat er geen andere opties zijn. De SRT adviseert dan ook zorgvuldig om te gaan met vrijwilligers en mantelzorgers. Met name voor mantelzorgers is het van belang dat zij gezien worden én dat zij een beroep kunnen doen op ondersteuning zodat zij deze mantelzorg vol kunnen houden. Het is ook van belang om rekening te houden met het gegeven dat mantelzorg ook eindig kan zijn. Mantelzorgers die steeds ouder worden en zelf te maken krijgen met beperkingen, toenemende gezondheidsproblemen, veranderende omstandigheden in eigen gezin en omgeving kunnen tot gevolg hebben dat het verlenen van mantelzorg niet meer haalbaar is. Om de beweging naar de sociale basis mogelijk te maken, om meer te kunnen bieden in die sociale basis en die te versterken, zal er flink geïnvesteerd moeten worden. De SRT gelooft in de kracht, talenten en mogelijkheden van inwoners en zij hebben in die sociale basis elkaar veel te bieden. Dat vraagt wel het creëren van een structuur waarin dat kan groeien en bloeien. De financiële middelen van de gemeente zijn beperkt.
Wil de ambitie die uitgesproken is echter kans van slagen hebben, dan is een gerichte substantiële investering onvermijdelijk. De SRT adviseert dan ook met klem te investeren in de sociale basis: door middel van budgetten, middelen die in wijken beschikbaar worden gesteld, beroepskrachten die werken aan de opbouw en ondersteuning van de wijkstructuur en er zijn voor mensen met vragen. Alleen dan kan er meer mogelijk worden in de sociale basis. De beweging naar de sociale basis is ook een transformatiedoel. Het is een grote en fundamentele andere koers. Dit vraagt dan ook een jarenlange inzet om die veranderingen tot stand te brengen zoals wij ook in het SRT-advies “Het nieuwe normaal” hebben aangegeven.
Zekerheid in de sociale basis De beweging van ‘normaliseren’, van ‘meer oplossen in de sociale basis’, vraagt om een sterke, zekere sociale basis. Het vraagt om bestaanszekerheid van en voor die sociale basis om zo een langetermijnvisie en duurzame inzet van bewoners mogelijk te maken. Wijkbewoners moeten kunnen rekenen op budget, inzet van onder andere buurtprofessionals, middelen en mogelijkheden om iets te kunnen ontwikkelen. Sommige bewoners hebben tijdelijk of permanent beperkte mogelijkheden en zij zullen ondersteuning nodig blijven hebben. Zij kunnen beter omgaan met veranderingen en hun eigen kwetsbaarheden als zij vaste grond onder hun voeten voelen en een zekere sociale basis hoort daarbij. Een sociale basis die afhankelijk is van veel onzekerheden, die op- en afgeschaald wordt, kan geen stabiele en zekere basis vormen voor wijkbewoners. Een betrouwbare sociale basis biedt zekerheid, is stevig, aanwezig, toegankelijk en bereikbaar. Een ander essentieel element van een zekere sociale basis wordt gevormd door de wijkbewoners. Zij moeten betrokkenheid ervaren bij hun wijk, hun directe woon- en leefomgeving. Ontmoetingen, elkaar tegenkomen en samen iets doen, zeggenschap hebben en krijgen, eigenaarschap voelen wat betreft de 2
wijk en activiteiten: dat zorgt ervoor dat er een gezamenlijk draagvlak kan ontstaan om samen zorg te hebben voor die wijk. Ook dat biedt zekerheid. De SRT adviseert dan ook: - Zorg voor bestaanszekerheid van de sociale basis. - Investeer met budgetten, middelen en professionele ondersteuning in de sociale basis. - Werk met een langetermijnvisie. - Geef ruimte aan en ondersteun wijkbewoners. - Geef wijkbewoners en professionals de zekerheid dat er een langetermijnplanning is en dat zij dus kunnen werken aan meerjarenplannen.
Versterken en verbeteren van de sociale basis Op meerdere manieren kan gewerkt worden aan het versterken en verbeteren van de sociale basis.. De prioriteit ligt daarbij voor de SRT bij het versterken en verder ontwikkelen van wat al aanwezig is. Innovaties en verbeteringen blijven altijd van belang en gerichte experimenten kunnen daar een bijdrage aan leveren. We geven hieronder een toelichting op drie relevante thema’s. 1 Versterk wat al aanwezig is In Tilburg is de afgelopen jaren, onder andere in het kader van wijkgericht werken, al veel geïnvesteerd in samenwerkingsverbanden en in diverse projecten om aansluiting en verbetering tot stand te brengen. De PACT-aanpak en de Dichtbij-teams zijn mooie voorbeelden hiervan. Continuïteit is van belang en zowel wijkbewoners als professionals geven aan dat het niet helpend is als steeds weer nieuwe projecten met een korte looptijd starten of om de haverklap weer een ander werkwijze wordt geïntroduceerd. Al die veranderingen vragen steeds weer veel tijd en energie die zij liever inzetten voor het huidige werk dat moet gebeuren. Er is in de afgelopen jaren veel uitgeprobeerd en opgebouwd en het is zinvol om daarop voort te bouwen en stapsgewijs te werken aan wijkspecifieke versterking van de sociale basis. Zo worden middelen en inzet van mensen, vrijwilligers en professionals, efficiënt en gericht ingezet.
Daarom adviseert de SRT nadrukkelijk om de prioriteit te leggen bij dat wat de afgelopen jaren is opgebouwd en dit stapsgewijs verder te ontwikkelen en te versterken. 2 Innovaties en experimenten Innovaties en verbeteringen zijn en blijven altijd noodzakelijk, ook binnen de sociale basis. Experimenten kunnen hier een rol spelen. Van belang is om steeds alert te blijven op wat er verbeterd kan worden en om oog te hebben voor nieuwe initiatieven of nieuwe vragen die ontstaan. De SRT adviseert dat experimenten ingezet worden om gericht te leren en dat deze een duidelijk omschreven doel en werkwijze hebben. Het op kleine schaal experimenteren maakt nieuwe en onbekende elementen beter hanteerbaar en de eventuele gevolgen raken minder inwoners als de schaalgrootte beperkt is. De meerwaarde van experimenten ligt voor de SRT dan ook in het doelgericht en op beperkte schaal iets uitproberen om zo te kunnen komen tot verbeteringen en innovaties. Voorkomen moet worden dat wijkbewoners en beroepskrachten te vaak geconfronteerd worden met weer een tijdelijk project. Tevens kosten experimenten tijd en geld en deze moeten zo direct mogelijk ingezet worden voor versterking van die sociale basis. Gezien de druk op de financiële middelen zal er steeds gekozen moeten worden hoe de budgetten ingezet worden.
De SRT adviseert om heel gericht experimenten in te zetten met een duidelijke doelstellingen een heldere omschrijving waarom dit experiment toegevoegde waarde heeft. De inzet moet zijn om gericht leren mogelijk te maken maar mag niet ten koste gaan van het werk dat sowieso moet gebeuren. 3 Inwonersinitiatieven Inwonersinitiatieven kunnen leiden tot verbeteringen en innovaties. Inwoners kennen hun wijk immers het beste. Het is hun woon- en leefomgeving en zij moeten leven met het mooie en minder mooie in hun wijk. Zij zien en maken vanuit hun dagelijkse leven mee wat hun wijk nodig heeft. De SRT vindt het belangrijk dat er alle ruimte is voor inwonersinitiatieven, dat de gemeente inwonersinitiatieven op een laagdrempelige wijze faciliteert zonder ingewikkelde procedures waardoor mensen afhaken, en dat het eigenaarschap van deze initiatieven bij inwoners blijft liggen. Wijkbewoners moeten zich kunnen richten op datgene wat hen voldoening geeft en waar zij goed in zijn, namelijk die activiteit voor de buurt of de klusjes die zij willen oppakken. In deze beleidsnota en de toegevoegde rapportage van Inkluis “Rapportage: Zo lang ik ervoor leef. Duurzaamheid & burgerinitiatieven in de sociale basis, 26 april 2021” ligt de nadruk vooral op 3
inwonersinitiatieven die toewerken naar het starten van kleine eigen bedrijfjes. De SRT wil graag een vollediger beeld van inwonersinitiatieven in de beleidsnota “Sociale Basis” opgenomen zien. Als het gaat over het bouwen van wijkverbanden, inwoners die zich gezamenlijk verantwoordelijk weten voor hun wijk of straat, dan is volgens ons vooral van belang wat bewoners gewoon in wijken voor elkaar en voor de wijk doen: burenhulp, omkijken naar een oudere wijkbewoner, een helpende hand als dat even nodig is, zorg voor de wijk zoals het schoonhouden van een stukje groen. Dit is niet meetbaar en dit moet de gemeente ook niet willen meten, maar het is wel de meest basale en essentiële vorm van betrokkenheid. De SRT adviseert dat de gemeente de voorwaarden schept zodat deze betrokkenheid op elkaar en met de wijk kan ontstaan en kan groeien.
Investeren en lange termijn Complexe veranderprocessen vragen om een lange adem en langdurige inzet is dan ook nodig om te komen tot een zichtbaar resultaat. In de dagelijkse praktijk hebben projecten over het algemeen een beperkte tijdsduur vanwege gelimiteerde financiële middelen. Hierdoor worden projecten met potentie soms stopgezet omdat het resultaat nog onvoldoende zichtbaar is. Om vervolgens een nieuw project te starten als de situatie daarom vraagt. Hierdoor gaan kostbare middelen, motivatie en draagvlak verloren. De SRT adviseert om langdurig te investeren in experimenten/projecten met potentie. Vertrouw op de inschatting van de betrokken professionals en inwoners of een project potentie heeft. Soms kan een project als waardevol worden ervaren terwijl het resultaat zich niet laat vangen in cijfers. Dit vraagt dus om een langetermijnvisie, om vertrouwen en om durf.
Rol en taak professionals Om ervoor te zorgen dat deze sociale basis kan functioneren en kan bieden wat ervan verwacht wordt, is professionele ondersteuning noodzakelijk. Wijkbewoners brengen hun kennis en ervaring in, maar zij moeten vooral doen waar zij enthousiast van worden. Zij hebben een idee en willen dat uitvoeren of zijn gewoon in die wijk bezig met her en der wat aanpakken of iets regelen voor een wijkbewoner. Papierwerk of procedures aangaan om iets te mogen doen, dat is niet waar zij hun energie en tijd aan willen geven. Om continuïteit en kwaliteit te waarborgen zijn beroepskrachten nodig. Zij kunnen samen met inwoners zorgen voor een stevige en betrouwbare basis in de wijk. Dit geeft buurtbewoners de zekerheid dat wat er opgebouwd wordt niet zomaar zal verdwijnen en dat er ondersteuning mogelijk is bij nieuwe ideeën. Burgers die zich inzetten voor hun wijk en mede-inwoners in de wijk, zijn en blijven vrijwilligers. Hun betrokkenheid kan veranderen (ander werk, studie, ziekte) en dan kan het gewenst zijn dat professionals snel handelen om te vermijden dat een mooi initiatief verdwijnt. Zij kunnen voor een bepaalde periode taken behartigen en ondertussen kijken of er nieuwe vrijwilligers gevonden kunnen worden.
Daarnaast hebben professionals natuurlijk ook hun eigen opdracht en brengen zij hun deskundigheid en ervaring in en leveren zo hun bijdragen aan het proces in de wijk. De SRT adviseert dan ook te zorgen voor voldoende professionele ondersteuning voor de wijken waarbij afhankelijk van de wijk en de problematieken die er spelen bepaald wordt hoeveel ondersteuning nodig is.
Zorg bieden in wijken Het doel is meer op te lossen in de sociale basis. Het bieden van professionele zorg, hulp, (passende) ondersteuning zal nodig blijven. Inwoners moeten ook in 2022 snel de juiste en kwalitatief goede zorg kunnen ontvangen. Zoals we ook aangegeven hebben in het SRT-advies “Het nieuwe normaal”: normaliseren mag niet leiden tot het onthouden of te laat inzetten van specifieke en specialistische hulp. Een risico wat wij hier zien, is dat in het licht van ‘normaliseren’ verschillen tussen mensen mogelijk gebagatelliseerd worden. Soms hebben mensen iets specifieks, speciaals nodig om ‘normaal’ mee te kunnen doen en dan is het niet terecht om te verwachten dat dit in de sociale basis wel opgevangen zal worden. Dit kan leiden tot grotere problemen voor de inwoner. Om te zorgen dat professionals die werkzaam zijn in de wijk kunnen doen waar ze voor aangesteld zijn, moet snel en goed specialistische hulp geboden kunnen worden. Nu horen we dat zij regelmatig brandjes aan het blussen zijn of ondersteuning bieden in problematische situaties, niet omdat het bij hun takenpakket behoort maar omdat niemand anders het doet. Buurtwerkers staan dicht bij mensen, bij hun gewone, dagelijkse leven en zien de (complexe) problemen waar burgers mee worstelen.
Vanuit hun grote betrokkenheid ondersteunen zij inwoners, soms langdurig, omdat de hulp of zorg die inwoners nodig hebben, niet gegeven wordt: omdat het complex is en de hulpverlening geen passend antwoord 4
heeft, of omdat kinderen, jongeren, volwassenen op een wachtlijst terecht komen of in de procedure te maken krijgen met diverse wachttijden. Kansen die wij in de nieuwe opzet zien, zijn het gemakkelijker op- en afschalen van zorg en het beter kunnen combineren van formele en informele zorg. De SRT adviseert: - Geef duidelijk aan dat specifieke en specialistische hulp mogelijk blijft. - Zorg dat de kennis aanwezig is om te zorgen dat mensen die specifieke hulp nodig hebben die ook krijgen. - Regel het makkelijk kunnen op- en afschalen van zorg en ondersteuning. - Regel het makkelijk kunnen combineren van informele en formele zorg. - Vertrouw op de professional die directe contacten heeft met inwoners en aangeeft dat er meer hulp nodig is.
Verschillende belangen: overheid - burgers Het overheidsbelang kan schuren met het burgerbelang, deze belangen vallen immers niet altijd samen. Toch kan het nodig zijn dat er impopulaire keuzen worden gemaakt door de overheid. De beweging naar de sociale basis zal voor groepen inwoners soms ook schuren en leiden tot weerstand want jarenlange vanzelfsprekendheden verdwijnen. De SRT adviseert om hiervan bewust te zijn en te allen tijde te zorgen voor tijdige, heldere en transparante communicatie.
Verdeling middelen over wijken Iedere wijk in Tilburg heeft een eigen identiteit, kent zijn eigen kansen en successen maar ook zijn specifieke aandachtspunten en zorgen. De gemeente Tilburg heeft één (beperkt) budget te verdelen over alle wijken. Het is logisch meer middelen te investeren in die wijken waar de problemen het grootst zijn, en het vertrouwen te hebben dat de andere wijken het redden met minder middelen. De SRT is bezorgd dat er straks geschoven gaat worden met middelen van stabiele wijken naar wijken die meer nodig hebben. Het verschuiven van middelen van sterke, stabiele wijken naar minder sterke wijken zal leiden tot het ontstaan van nieuwe problemen in die stabiele wijken. Het weghalen van middelen en ondersteuning kan het fundament van die wijken aantasten. Dit fundament is door de jaren heen opgebouwd en na verloop van tijd stabiel geworden. Onderhoud hiervan is noodzakelijk en vraagt inzet. Daarnaast wordt er de komende jaren een toenemend beroep gedaan op die sociale basis. Ook dat vraagt om investeringen zodat het ‘meer’ wat we willen ook realiseerbaar wordt. De SRT adviseert om zorgvuldig, doelgericht en met een langetermijnvisie de middelen te verdelen over de wijken: investeer in onderhoud én opbouw. Het inzetten van budgetten in wijken wordt besproken en afgewogen door de gemeente.
De SRT pleit ervoor dat ook wijkorganisaties en actieve burgers hierbij betrokken worden en stem krijgen in deze afwegingen en de keuzes die gemaakt worden. Dit gezamenlijk gesprek kan al starten bij het opstellen van de criteria die ten grondslag (kunnen/moeten) liggen aan de verdeling van de middelen. In een volgend stadium worden deze toegepast bij de verdeling en worden deze weer besproken met de diverse wijken. Volgens de SRT zijn burgers en wijkorganisaties uitstekend in staat om hier een betekenisvolle rol in te nemen en mede verantwoordelijkheid te dragen. Dit overleg biedt kansen en kan leiden tot nieuwe vormen van samenwerking en ondersteuning waarbij burgers met eenzelfde interesse elkaar helpen, ook van wijk tot wijk. Daarbij kan tevens het gesprek ontstaan tussen rijkere, sterkere wijken en armere, zwakkere wijken waarbij zij vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid en solidariteit met elkaar misschien komen tot andersoortige oplossingen en afspraken met elkaar. De SRT adviseert om een stedelijk overleg te starten met vertegenwoordigers van alle wijken, wijkorganisaties en actieve burgers, waarbij gezamenlijk besproken en besloten wordt hoe de verdeling van middelen over de wijken zal plaatsvinden.
Wijkagenda Ook bij het programma “Wijk aan Zet” werd er gesproken over wijkagenda’s. Deze hadden toen een hoge prioriteit maar het lukte niet om deze echt werkend te krijgen. Tot nu toe zijn deze niet goed van de grond gekomen. Het is een ingewikkeld en taai proces gebleken om deze vorm te geven en uitvoerbaar te maken. Er is nog veel onduidelijk en de SRT heeft hier een aantal vragen en aandachtspunten bij. - Wie zijn betrokken bij de invulling aan de wijkagenda? Wie zitten er aan tafel? 5
- Uiteraard moeten wijkbewoners hier inspraak en beslissingsmacht hebben. Hoe wordt dit geregeld en geborgd zodat het niet afhankelijk is van omstandigheden of personen op welke wijze wijkbewoners hierin stem hebben? - Ook op wijkniveau spelen verschillen tussen mensen: diverse leeftijdsgroepen, verschillen in cultuur, achtergrond, mate van kwetsbaarheid maar ook voorkeuren voor vrijetijdsbesteding. Deze diversiteit en de mogelijke verschillende wensen die groepen hebben, moeten ook in de wijkagenda terecht komen. - Wijkagenda’s moeten niet alleen gaan over de problemen in de wijk, maar ook over de sterke kanten en de kansen en mogelijkheden die de wijk en de wijkbewoners bieden. - Hoe wordt ervoor gezorgd dat wijkbewoners die niet zo makkelijk meepraten en hun zegje doen of voor wie vergaderen niet vanzelfsprekend is ook gehoord worden en betrokken zijn? - Wat is de rol van organisaties en beroepskrachten bij de wijkagenda’s? Zij zullen hierbij betrokken zijn en kunnen er ook een waardevolle bijdrage aan leveren. Het evenwicht tussen betrokkenheid, stimuleren als dat nodig is en zoveel mogelijk bij de wijkbewoners laten als mogelijk is, is een lastige. - Van wie is de wijkagenda? Wie is verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering ervan? Als dat niet duidelijk is, is de agenda van iedereen en van niemand.
Plaats en zeggenschap inwoners De SRT wil uitdrukkelijk nog een keer stilstaan bij de plaats en de zeggenschap van inwoners in dit geheel. Wijkbewoners kennen hun wijk het beste want zij wonen er immers. Beslissingen over die wijk gaan hen direct aan. Zij kunnen aangeven wat zij voor de wijk van belang vinden, wat er nodig is of gemist wordt. Soms hebben zij meer specifieke en specialistische kennis in te brengen dan de betrokken beroepskracht. Het al dan niet slagen van een initiatief of experiment is mede-afhankelijk van de inzet en het draagvlak van inwoners. Voorkom dat inwoners telkens opnieuw worden geconfronteerd met initiatieven of experimenten die buiten hun invloedsmogelijkheden zijn opgelegd en waarvan het resultaat niet zichtbaar is. Dit verkleint het draagvlak voor nieuwe initiatieven en experimenten. Zorg te allen tijde voor transparantie en duidelijke en tijdige communicatie. Zoals we in dit advies al eerder hebben aangegeven: inwoners moeten meepraten en meebeslissen over die zaken die hun wijk betreffen, ook over complexe problemen en lastige besluiten die genomen moeten worden. Zo wordt recht gedaan aan de positie van burgers, wordt hun ‘eigenaarschap’ erkend en ontstaat er een breed draagvalk, gedragen door wijkbewoners, wijkprofessionals en mogelijk de gemeente.
Tot slot vragen wij aandacht voor situaties waar het wijkproces voor de wijkbewoners niet naar wens verloopt. Dit kan de inhoud betreffen, maar ook het proces of de uitwerking van plannen. Als SRT vinden wij het van belang dat deze wijkbewoners binnen de gemeente en/of op een onafhankelijke plaats hun verhaal kunnen doen en gehoord worden. De SRT adviseert: - De positie van wijkbewoners duidelijk te omschrijven en vast te leggen. - Zeggenschap en beslissingsmacht van wijkbewoners duidelijk te borgen in de afspraken en procedures. - Een laagdrempelige plek en eenvoudige procedure in te richten waar wijkbewoners/wijkraden die niet tevreden zijn over de plannen en het proces zoals dat in de wijk plaatsvindt, zich kunnen melden en gehoord worden. Dit om de positie van burgers te versterken.
Tot slot De ambitie met betrekking tot de sociale basis is groot. De SRT gelooft in de kwaliteiten en mogelijkheden van wijkbewoners en wij constateren dat veel Tilburgers zich inzetten om van hun wijk een mooie en leefbare woonwijk te maken. Het is van belang dit te ondersteunen en gezien de ambitie van de gemeente Tilburg is uitbreiding van die investeringen noodzakelijk. Alleen dan kan er gewerkt worden aan een versteviging van die sociale basis en kan de wens om meer op te lossen in die sociale basis concrete uitwerking krijgen. Voorwaarden om die ambitie waar te maken zijn: - De gemeente moet investeren in de sociale basis door budgetten, middelen en professionele ondersteuning in te zetten. - Er moet ruimte en ondersteuning komen voor inwonersinitiatieven. - Inspraak en beslissingsmacht van wijkbewoners moeten geborgd worden. - Een langetermijnvisie en langetermijn- en duurzame plannen zijn nodig. 6
- Zekerheid van en voor de sociale basis moet door duurzame financiering van de structuren die de sociale basis vormen geborgd worden omdat alleen dan een stevige en stabiele basis ontstaat waar bewoners op kunnen vertrouwen en bouwen.
De SRT zal dit proces volgen en wij gaan graag steeds het gesprek hierover aan. Wij horen dan ook graag uw reactie op ons advies en zijn uiteraard ook nu bereid mogelijke vragen te beantwoorden.
Hoogachtend, Namens de Sociale Raad Tilburg,
Dion van den Berg, voorzitter Sociale Raad Tilburg
7