CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Beleidsadvies nadeelcompensatie 25 januari 2022 Tilburg

Raadsvergadering 18 juli 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie3.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSADVIES NADEELCOMPENSATIE met betrekking tot het opstellen van een Algemene Verordening nadeelcompensatie ten behoeve van de afhandeling van verzoeken om nadeelcompensatie in de gemeente Tilburg

opdracht status datum adviseur

20200315 definitief Versie 25 januari 2022 drs. P.A.J.M. van Bragt

STICHTING ADVIESBUREAU ONROERENDE ZAKEN POSTBUS 29196 • 3001 GD ROTTERDAM • BEZOEKADRES KRUISPLEIN 484 • ROTTERDAM T 010 – 469 3899 • INFO@SAOZ.NL • WWW.SAOZ.NL • IBAN NL21INGB0000508019 • BTW NL002767661B01 • KVK 41126679 TAXATIES • RISICOANALYSES • PLANSCHADE • NADEELCOMPENSATIE • JURIDISCHE ONDERSTEUNING • TRAININGEN

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ...............................................................................................................3 1.1 Opdrachtverlening ...........................................................................................3 1.2 Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken .....................................................3 1.3 Deskundige en validatie...................................................................................4 1.4 Reikwijdte beleidsadvies..................................................................................4

2

BELEIDSADVIES .....................................................................................................5 2.1 Algemene overwegingen stelsel van nadeelcompensatie ................................5 2.1 Welke voor- en nadelen zijn verbonden aan het opstellen van een nadeelcompensatieverordening .......................................................................6 2.3 Welke procedurele aspecten kunnen worden opgenomen in dergelijke beleidsregels ...................................................................................................7 2.5 Welke materiele normen kunnen worden opgenomen in een nadeelcompensatieverordening .....................................................................11 2.6 Welke mogelijkheden biedt de huidige stand van de rechtspraktijk voor de gemeente Tilburg om de huidige wijze waarop het normaal maatschappelijk risico wordt ingevuld, te herzien en welke voor- en nadelen zijn daaraan verbonden. ....................................................................................................14

1

INLEIDING

1.1

Opdrachtverlening

De gemeente Tilburg heeft de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken, hierna afgekort tot SAOZ, verzocht om een beleidsadvies uit te brengen inzake de mogelijkheid van het opstellen van algemene verordening nadeelcompensatie ten behoeve van de afwikkeling van verzoeken om nadeelcompensatie. Bij het beleidsadvies dienen de volgende aspecten worden betrokken. • Welke

voor-

en

nadelen

zijn

verbonden

aan

het

opstellen

van

een

nadeelcompensatieverordening; • Aan welke eisen dient deze verordening te voldoen, mede in het licht van het bepaalde in Afdeling 4.5 Awb; • Welke procedurele aspecten kunnen worden opgenomen in een verordening (bijvoorbeeld met betrekking tot het al dan niet inschakelen van een externe adviseur en het beperken van de administratieve en procedurele lasten voor de betrokken partijen). In het advies dienen daartoe tekstvoorstellen worden opgenomen; • Welke materiele normen kunnen worden opgenomen in een verordening (bijvoorbeeld met betrekking tot een behandelingsvergoeding, bagatelschade en de toepassing van het normaal maatschappelijk risico). In het advies dienen daartoe tekstvoorstellen worden opgenomen; • Welke mogelijkheden biedt de huidige stand van de rechtspraktijk voor de gemeente Tilburg om de huidige wijze waarop het normaal maatschappelijk risico wordt ingevuld, te herzien en welke voor- en nadelen zijn daaraan verbonden. In het advies dienen daartoe tekstvoorstellen worden opgenomen. 1.2

Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken

De Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) is een onafhankelijk en deskundig adviesbureau op het gebied van het bestuursrechtelijk schadevergoedingsrecht. SAOZ vervult binnen het bestuursrechtelijk schadevergoedingsrecht de rol van onafhankelijk adviseur zoals bedoeld in artikel 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht en in de rechtspraak (zie onder meer ABRS d.d. 22 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0665).

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

3 van 18

SAOZ beschikt hiervoor over een sterk op elkaar ingespeeld team van gespecialiseerde, multifunctionele juridisch-financieel deskundigen, die als deskundige geregistreerd zijn bij het Landelijk Register van Gerechtelijk Deskundige. 1.3

Deskundige en validatie

Dit beleidsadvies is samengesteld door de heer drs. P.A.J.M. van Bragt, als senior-adviseur verbonden aan SAOZ en als deskundige geregistreerd bij het Landelijk Register van Gerechtelijk Deskundigen. Het advies is intern gevalideerd door mevrouw mr. A. Şengür, als senior-adviseur verbonden aan SAOZ en als deskundige geregistreerd bij het Landelijk Register van Gerechtelijk Deskundigen. 1.4

Reikwijdte beleidsadvies

In dit advies heeft SAOZ op verzoek van de gemeente Tilburg gerapporteerd over de vraagstelling. Zorgvuldigheids- en volledigheidshalve merken wij op voorhand op dat deze rapportage niet in de plaats kan worden gesteld van het mogelijk te zijner tijd, door een dan optredende schadebeoordelingscommissie, aan de gemeente uit te brengen schadevergoedingsadvies op een eventueel concreet verzoek om nadeelcompensatie.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

4 van 18

2

BELEIDSADVIES

2.1

Algemene overwegingen stelsel van nadeelcompensatie

Ingevolge vaste rechtspraak kent een bestuursorgaan een benadeelde, op grond van het stelsel van nadeelcompensatie, een (schade)vergoeding toe indien dat bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normaal ondernemersrisico (onevenredig nadeel) en die de benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft (zie onder meer ABRS 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2195, en ABRS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6926). De schade moet in een voldoende causaal verband kunnen worden gebracht met de schadeoorzaak (zie onder meer ABRS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:236 en ABRS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1716), waarbij het aan verzoeker is om aan te tonen dat sprake is van schade en dat deze gestelde schade in een causaal verband staat met de veronderstelde schadeveroorzakende werkzaamheden.

Hiertoe dient verzoeker de gegevens en bescheiden ter beschikking te stellen die het bestuursorgaan nodig heeft om te kunnen vaststellen of verzoeker de door hem gestelde schade heeft geleden en op basis daarvan of deze schade het gevolg is van de beweerdelijk schadeveroorzakende werkzaamheden (zie onder meer ABRS 5 juli 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1786, 1 februari 2017 ECLI:NL:RVS:2017:236, 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1875, 23 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9210, en 13 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA7098). Ten slotte mag de schade(oorzaak) voor de benadeelde op het moment van de investeringsbeslissing (aankoop pand of vestiging bedrijf) niet voorzienbaar zijn geweest (zie onder meer ABRS 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3666). Als er wel sprake is van voorzienbaarheid van de schadeoorzaak, komt de gestelde schade, wat daarvan ook zij, niet voor vergoeding in aanmerking vanwege actieve risicoaanvaarding ervan door de benadeelde. Een inhoudelijke beoordeling is dan niet meer vereist.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

5 van 18

2.1

Welke voor- en nadelen zijn verbonden aan het opstellen van een nadeelcompensatieverordening

De gemeente Tilburg heeft gevraagd om de voor- en nadelen van een gemeentelijke nadeelcompensatieregeling (in de vorm van een verordening) in beeld te brengen. In een dergelijke regeling wordt in het algemeen primair de reikwijdte en het toepassingsbereik van de verordening geregeld. Dit betekent dat in de verordening kan worden aangegeven dat de verordening van toepassing is op alle rechtmatige (feitelijke en juridische) handelingen en/of besluiten van bestuursorganen van de gemeente die gericht zijn op de uitoefening van een publiekrechtelijke taak of bevoegdheid van het bestuursorgaan of slechts van toepassing is op specifieke (al dan niet nader aan te wijzen) handelingen en/of besluiten. Aanvullend bevat een nadeelcompensatieverordening procedurele regels over het al dan niet inschakelen van een externe deskundige, de rol en positie van de deskundige, het verloop van een nadeelcompensatieprocedure en de advies- en beslistermijnen.

Een nadeelcompensatieverordening heeft in beginsel de volgende voordelen: • Een nadeelcompensatieverordening biedt duidelijkheid en transparantie over de procedure met betrekking tot een nadeelcompensatieprocedure; • Een nadeelcompensatieverordening biedt duidelijkheid en transparantie over de rechten en plichten van het bestuursorgaan en een verzoeker; • Een nadeelcompensatieverordening biedt processuele connexiteit voor een eenvoudigere rechtsbescherming. Als mogelijke nadelen kunnen worden genoemd. • Een nadeelcompensatieverordening kan een zekere aanzuigende werking hebben op verzoeken om nadeelcompensatie; • Vanwege

het

ontlenen

van

processuele

connexiteit

aan

de

nadeelcompensatieverordening, kan de drempel om in bezwaar of beroep te gaan lager worden. Het aanmerken van een kenmerk van een nadeelcompensatieverordening als voor- of nadeel is overigens subjectief en afhankelijk van de rol en positie van de betrokken partijen.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

6 van 18

Zo wordt de duidelijkheid en transparantie die een nadeelcompensatieverordening biedt, met name gewaardeerd door de burger en de ondernemers. De mogelijk aanzuigende werking van een nadeelcompensatieverordening (met de bijbehorende financiële consequenties) wordt vaak vanuit de overheid als nadeel ervaren. Al kan hierbij worden opgemerkt dat een dergelijke aanzuigende werking in de praktijk niet snel wordt ervaren. Meer beschouwend kan in dit verband nog worden gesteld dat de beginselen van behoorlijk bestuur met zich meebrengen dat de overheid zo min mogelijk drempels opwerpt. 2.3

Welke procedurele aspecten kunnen worden opgenomen in dergelijke beleidsregels

Het is gebruikelijk om in een nadeelcompensatieverordening procedurele regels op te nemen. De regels kunnen betrekking hebben op de volgende aspecten: • reikwijdte van de regeling • begripsbepalingen • regels over de indieningstermijn (verjaring) • regels over het verzoek en de inhoud ervan • regels over de wijze van beoordeling van het verzoek; • regels over het al dan niet inschakelen van een onpartijdige deskundige; • regels over de adviesprocedure indien een onpartijdige deskundige wordt ingeschakeld; • regels over de bevoegdheden en verplichtingen van een onpartijdige deskundige; • regels over de advies- en beslistermijnen. • regels over een voorschotbepaling Ad reikwijdte regeling Een nadeelcompensatieverordening kan van toepassing zijn op alle verzoeken om nadeelcompensatie die bij de gemeente worden ingediend, of uitsluitend van toepassing op specifiek (nader te duiden) besluiten, projecten of handelingen. Het doel van een nadeelcompensatieverordening is om verzoeken om nadeelcompensatie als gevolg van de (aangewezen) schadeoorzaken, op een uniforme en redelijke wijze af te handelen.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

7 van 18

Gelet op de bevordering van de rechtszekerheid wordt aanbevolen een regeling van algemene strekking te maken. Ad begripsbepalingen In

een

nadeelcompensatieverordening

worden

over

het

algemeen

meerdere

begripsbepalingen van in de regeling gehanteerde begrippen opgenomen. Ad regels over de indieningstermijn (verjaring) Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een verzoek om nadeelcompensatie (zonder nadere inhoudelijke beoordeling) worden afgewezen indien vijf jaren zijn verlopen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de omstandigheid dat deze schade is veroorzaakt door de schadeoorzaak als bedoeld in de nadeelcompensatieverordening, bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. Het is gewenst om in een nadeelcompensatieverordening een bepaling daaromtrent op te nemen. Ad regels over het verzoek en de inhoud ervan In Afdeling 4.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht (in het bijzonder artikel 4:2 Awb) worden regels gegeven waaraan aanvragers moeten voldoen indien zij een aanvraag om een (schade)besluit indienen bij een bestuursorgaan. Deze regels gelden onverkort voor verzoeken om nadeelcompensatie. Dit betekent dat een aanvraag moet zijn voorzien van de minimale naam-adreswoonplaatsgegevens. Tevens dient duidelijk uit de aanvraag naar voren te komen om wat voor besluit wordt gevraagd en, indien sprake is van een verzoek om schadevergoeding, wat de schadeoorzaak is en welke schade is geleden.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt dat de benadeelde in objectieve zin de aard en omvang van de schade dient aan te tonen. De bewijslast ligt derhalve bij de verzoeker. Bij inkomensschade (ondernemer) is het gebruikelijk dat de verzoeker over een aantal boekjaren zijn financiële administratie verstrekt.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

8 van 18

Immers, dergelijke gegevens zijn nodig om de inkomensschade te berekenen. Ad regels over de wijze van beoordeling van het verzoek en het inschakelen van een deskundige; Op basis van de Algemene wet bestuursrecht noch op basis van de huidige stand van de rechtspraak is er een verplichting om een externe deskundige in te schakelen. Het bestuursorgaan is bevoegd het verzoek zelfstandig af te doen. Uiteraard geldt onverkort de verplichting dat het besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering (artikel 3.46 Awb). In een nadeelcompensatieverordening kunnen derhalve bepalingen worden opgenomen, waarin is aangegeven wanneer een verzoek zelfstandig wordt beoordeeld door het bestuursorgaan en/of wanneer een onpartijdige deskundige wordt ingeschakeld. Ad regels over de adviesprocedure indien een onpartijdige deskundige wordt ingeschakeld; Indien

een

onpartijdige

deskundige

wordt

ingeschakeld,

bevat

een

nadeelcompensatieverordening over het algemeen bepalingen over de bevoegdheden en verplichtingen van een deskundige en het verloop van de adviesprocedure. Hierbij kan worden gedacht aan regels omtrent: • het verzamelen van informatie bij het bestuursorgaan en de verzoeker; • het inschakelen van een externe deskundige; • het in gelegenheid stellen van partijen om gezamenlijk of afzonderlijk een mondelinge toelichting te geven; • het uitbrengen van een conceptadvies en het bieden van een zienswijzetermijn; • het uitbrengen van een definitief advies. Ad regels over de advies- en beslistermijnen. Indien een verzoek om nadeelcompensatie door het bestuursorgaan zelf wordt afgehandeld, gelden de regels van artikel 4.13 Awb, artikel 4.14 Awb en artikel 4.15 Awb voor wat betreft de redelijke beslistermijn. Indien een verzoek eerst wordt voorgelegd aan een deskundige, dan bevat een nadeelcompensatieverordening aanvullende advies- en beslistermijnen.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

9 van 18

Ad regels over een voorschotbepaling In uitzonderlijke gevallen kan een beroep worden gedaan op een voorschot. Het recht op een voorschot kan, uit het oogpunt van redelijkheid en billijkheid, worden opgenomen in de nadeelcompensatieverordening. Overigens leidt het toekennen van een voorschot niet als vanzelfsprekend tot het erkennen van aanspraak op een vergoeding ten titel van nadeelcompensatie.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

10 van 18

2.5

Welke

materiele

normen

kunnen

worden

opgenomen

in

een

nadeelcompensatieverordening Het is gebruikelijk om in een nadeelcompensatieverordening enkele materiele normen op te nemen. De normen kunnen betrekking hebben op de volgende aspecten: • Bagatelschade • Schadebeperking • Voordeeltoerekening • Normaal maatschappelijk risico • Kosten van deskundigenbijstand • Vergoeding van wettelijke rente Ad bagatelschade en normaal maatschappelijk risico Binnen het stelsel van nadeelcompensatie komt eventuele toerekenbare schade pas voor tegemoetkoming in aanmerking indien deze uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normaal ondernemersrisico (onevenredig nadeel) van de benadeelde en die de benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft (zie onder meer ABRS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1652 en ABRS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6926). Het is niet ongebruikelijk om in een nadeelcompensatieverordening een bepaling op te nemen waarin is bepaald dat absoluut lage schades als bagatelschade worden aangemerkt en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komen. Hierbij kan worden gedacht aan bedragen van € 500,-- voor particulieren en € 1.000 voor ondernemers.

Daarnaast is het niet ongebruikelijk om in een nadeelcompensatieverordening een bepaling op te nemen waarin is bepaald welke aftrek vanwege het normaal maatschappelijk risico (bij een normaal maatschappelijke ontwikkeling) door het bestuursorgaan redelijk en billijk wordt geacht. Normaal maatschappelijk risico uit te drukken als een drempel van het geschade belang. Gelet op de stand van het recht ten aanzien van het normaal maatschappelijk risico binnen het stelsel van nadeelcompensatie is het aanvaardbaar om het normaal maatschappelijk risico uit te drukken in een drempelbedrag dat bepaald wordt aan de hand van een percentage van de voor de schadeperiode gerealiseerde omzet of aan de hand van een percentage van de waarde van de onroerende zaak voor de schadeoorzaak.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

11 van 18

Minimale drempel in alle gevallen 2% In ieder geval kan, gelet op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 12 december 2018, (ECLI:NL:RVS:2018:4034) en 11 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:336) een minimale drempel van 2% worden gehanteerd. Hogere drempels niet uitgesloten Uit eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat ook drempels van 10%, 8% en 5% aanvaardbaar zijn (zie ABRS 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1868, ABRS d.d. 15 juni 2016 ECLI:NL:RVS:2016:1650 en ABRS d.d. 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1198). Van belang is ten slotte dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 15 juni 2016 heeft geoordeeld dat bij tijdelijke infrastructurele werkzaamheden een drempel van 8% als uitgangspunt mag worden gehanteerd, waarvoor geen verhoogde motiveringsplicht geldt. De uiteindelijke keuze voor de omvang van het normaal maatschappelijk risico is de uitkomst van een bestuurlijk-politieke afweging binnen de juridisch aangegeven grenzen. Ad Schadebeperking Het is gebruikelijk om in een nadeelcompensatieverordening een bepaling op te namen waarin is aangegeven dat het van een benadeelde mag worden verwacht dat hij in voorkomende geval waarin schade optreedt alle redelijke maatregelen neemt om de schade te beperken of voorkomen.

Daarmee hangt samen dat genomen maatregelen om de schade te beperken of voorkomen voor vergoeding in aanmerking komen. Ad Voordeeltoerekening Het is gebruikelijk om in een nadeelcompensatieverordening een bepaling op te namen waarin is aangegeven dat eventuele voordelen die eveneens zijn toe te rekenen aan de schadeoorzaak bij de schadebeoordeling worden betrokken.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

12 van 18

Ad Kosten van deskundigenbijstand Ingevolge bestendige rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komen de redelijke kosten voor het inroepen van rechtsbijstand dan wel andere deskundigenbijstand voor vergoeding in aanmerking indien het inroepen van dergelijke bijstand eveneens als redelijk is aan te merken (zie onder meer ABRS d.d. 27 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA8139). Een tegemoetkoming in de redelijke deskundigenkosten is overigens uitsluitend aan de orde indien het verzoek om nadeelcompensatie wordt toegekend. Er dient eerst onderzocht te worden of het inschakelen door de verzoeker van rechtsbijstand of andere deskundigenbijstand als redelijk dient te worden aangemerkt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden vastgesteld dat binnen het stelsel van nadeelcompensatie geen (hoge) drempels worden opgeworpen ten aanzien van het inroepen van eigen deskundigenbijstand, zowel ten aanzien van rechtsbijstand als ten aanzien van andere bijstand, vaak op financieel gebied. De juridische en/of financiële materie is immers niet zelden complex van aard. Vervolgens dient te worden onderzocht of de omvang van de kosten van de ingeschakelde deskundigenbijstand als redelijk kan worden aangemerkt.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan voorts worden opgemaakt dat de beoordeling van de redelijkheid van de omvang van de kosten mede afhankelijk is van de mate van relevantie van de bijdrage van de ingeschakelde deskundigen, de gehanteerde uurtarieven, het aantal uren dat aan de bijstand is besteed, de verhouding tussen de gedeclareerde uren in verhouding tot de verrichte werkzaamheden, en de complexiteit van de materie en de doorlopen procedure. Ad Vergoeding van wettelijke rente Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is, indien een tegemoetkoming in de schade wordt toegekend, wettelijke rente verschuldigd over de toe te kennen tegemoetkoming vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om schadevergoeding tot de datum van betaling van de tegemoetkoming (zie onder meer ABRS 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2865).

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

13 van 18

Het betreft hier de wettelijke (samengestelde) rente zoals bedoeld in artikel 6.119 BW (zie ABRS d.d. 30 juli 2014 ECLI:NL:RVS:2014:2865), zijnde derhalve de wettelijke rente bij niet-handelstransacties. 2.6

Welke mogelijkheden biedt de huidige stand van de rechtspraktijk voor de gemeente Tilburg om de huidige wijze waarop het normaal maatschappelijk risico wordt ingevuld, te herzien en welke voor- en nadelen zijn daaraan verbonden.

De gemeente Tilburg hanteert thans bij de invulling van het normaal maatschappelijk risico de klassieke methode waarbij een percentage van 20 wordt gekort op het berekende schadebedrag. Deze methode wordt algemeen aanvaard als een redelijke en billijke methode. Voordeel van een dergelijke kortingsmethode is de eenvoud en transparantie ervan. Middels deze kortingsmethode kan op eenvoudige wijze (vooraf) worden vastgesteld welk deel van de toerekenbare schade voor rekening van de benadeelde blijft en welk deel van de schade voor tegemoetkoming in aanmerking komt. Ter illustratie.

Schadebedrag

Kortingspercentage

Tegemoetkoming

20%

€ 16.000

€ 20.000

Het grootste nadeel van een dergelijke methode is dat, zelfs bij lage schadebedragen, er altijd een vergoeding resteert, terwijl dan in absolute en/of relatieve zin zou kunnen worden vastgesteld dat een dergelijke schade niet als een abnormale last (normaal maatschappelijk risico overstijgend) kan worden aangemerkt. Ter illustratie.

Schadebedrag € 500

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

Kortingspercentage

Tegemoetkoming

20%

€ 400

14 van 18

Op basis van de huidige stand van de rechtspraak is het aanvaardbaar om in plaats van de kortingsmethode de zogenaamde drempelmethode toe te passen bij het invullen van het normaal maatschappelijk risico. Bij deze drempelmethode wordt het normaal maatschappelijk risico niet toegepast op het toerekenbare schadebedrag, maar op het geschade belang (vaak de omzet of de brutowinst). Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het vervolgens aanvaardbaar is om het minimale normaal maatschappelijk risico vast te stellen op een percentage van 2 van de jaaromzet (jaar brutowinst) van de benadeelde, zie onder meer ABRS 2 oktober 2019 ECLI:NL:RVS:2019:3327 Moerdijk en ABRS d.d. 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4034. Aanvullend is het aanvaardbaar om het reguliere normaal maatschappelijk risico te bepalen op een percentage van 8 op de referentieomzet (referentie brutowinst), zie onder meer ABRS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1652 . De referentieomzet (referentie brutowinst) is de representatieve grootheid over de met de schadeperiode vergelijkbare periode in de (maximaal) drie jaren voorafgaand aan de schadeperiode. Als de schadeperiode loopt van april 2019 tot en met oktober 2019 dan wordt de referentieomzet (referentie brutowinst) ontleend aan de maanden april tot en met oktober van de jaren 2018, 2017 en 2016.

Hogere drempels zijn in beginsel mogelijk, maar daartoe geldt dan wel een verzwaarde motiveringsplicht vanuit het bestuursorgaan. Lagere drempels zijn mogelijk, zonder dat daartoe een verzwaarde motiveringsplicht geldt. Voordeel (voor de gemeente) is dat bij het toepassen van de drempelmethode de omvang van de tegemoetkomingen nagenoeg altijd lager is dan bij het toepassen van de kortingsmethode. Uiteraard is dit voor de benadeelde een merkbaar nadeel.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

15 van 18

Ander nadeel is dat deze methodiek enigszins minder eenvoudig en minder transparant is. De berekeningswijze is ingewikkelder dan bij de kortingsmethode. Indien de gemeente Tilburg evenwel overweegt om haar vaste gedragslijn met betrekking tot het normaal maatschappelijk risico te herzien dan is dat op basis van de huidige stand van de rechtspraak toegestaan. Gelet evenwel op de langdurige toepassing van de vaste gedragslijn achten wij het aan te bevelen om deze wijziging van de gedragslijn te verbinden aan het vaststellen en invoeren van een eventuele nadeelcompensatieverordening. Tevens kan in overweging worden genomen om een zekere overgangssituatie in het leven te roepen. Hierbij kan worden gedacht aan het toepassen van de huidige kortingsmethodiek voor schadeoorzaken waarvoor reeds eerdere verzoeken om nadeelcompensatie zijn ontvangen. Ter illustratie hebben wij hieronder weergegeven welke invloed welke methodiek en welke drempels (2%, 5% of 8%) hebben op de volgende casus:

Schadeperiode

april 2018 tot en met oktober 2018 (7 maanden)

Jaaromzet bedrijf

€ 295.000

Jaar brutowinst

€ 103.250

Referentieomzet

€ 175.000

Referentie brutowinst

€ 61.250

Toerekenbare omzetdaling

€ 25.000

Toerekenbare schade

€ 8.750

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

16 van 18

Schadebedrag

Huidige

Drempel

Drempel

Drempelmethode

methode

methode 1

methode 2

3

€ 8.750

€ 8.750

Kortingspercentage

€ 8.750

€ 8.750

5%

8%

20%

Drempel jaarbasis

2%

Drempel referentie Korting/aftrek

€ 1.750

€ 2.065

€ 3.063

€ 4.900

Tegemoetkoming

€ 7.000

€ 6.685

€ 5.687

€ 3.850

Ten slotte hebben wij op verzoek van de gemeente Tilburg nog een laatste variant beoordeeld, en dat is de variant waarin de percentuele drempel niet als “forfait” wordt gehanteerd, doch als entreedrempel. Indien de omzetdaling de entreedrempel overstijgt, komt de gehele schade minus een bepaald kortingspercentage voor vergoeding in aanmerking. Kenmerk van deze methode is dat als de toerekenbare omzetdaling niet groter is dan de entreedrempel, de gestelde schade het normaal maatschappelijk risico niet heeft overstegen. Voor de benadeelde heeft deze methode het voordeel dat als de omzetdaling wel groter is dan de entreedrempel, hij of zij een hogere tegemoetkoming in de schade krijgt dan bij de toepassing van de zuivere drempelmethode. Wij hebben de verschillende methoden hieronder nogmaals schematisch weergegeven, waarbij wij het kortingspercentage in de drempel/kortingsmethode op 10% hebben gezet. Deze korting is lager dan de huidige kortingsmethode, doch biedt evenwicht aan de geïntroduceerde entreedrempel die eerst genomen dient te worden. Uitgangspunt is dat als de ondernemer een omzetschade lijdt die groter is dan 8% op jaarbasis, deze schade als onevenredig kan worden gekwalificeerd en derhalve grotendeels voor vergoeding in aanmerking dient te komen.

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

17 van 18

Schadebedrag Kortingspercentage

Huidige

Zuivere drempel

methode

methode

€ 8.750

Drempel/kortingsmethode

€ 8.750

20%

€ 8.750 10%

Drempel jaarbasis Drempel referentie

8%

8% € 25.000

Omzetdaling Entreedrempel

€ 14.000

omzet Omzetdaling groter

JA

dan entree ? Korting/aftrek

€ 1.750

€ 4.900

€ 875

Tegemoetkoming

€ 7.000

€ 3.850

€ 7.875

Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken

mr. drs. C.M.L. van der Lee KRMT

drs. P.A.J.M. van Bragt

Commercieel directeur

Senior adviseur

20200315 beleidsadvies nadeelcompensatie

18 van 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11684293/1