CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 B2 Eindevaluatie Wbmgp 2020 - 2024

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvraag verlenging gebiedsaanwijzing Wbmgp def8.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie gebiedsaanwijzing in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Mei 2024

Inhoud 1

Inleiding .................................................................................................................... 3

1.1

Gebiedsafbakening ................................................................................................................................ 3

1.2

Doel aanwijzing ...................................................................................................................................... 4

1.3

Toelichting op toepassing Wbmgp ........................................................................................................ 4

1.4

Leeswijzer .............................................................................................................................................. 5

2

Het brede strategische verhaal .................................................................................. 6

2.1

Gebiedsperspectief Groenewoud .......................................................................................................... 6

2.2

Wbmgp is onderdeel van meervoudige wijkaanpak ............................................................................. 7

2.3

Verbeteren balans ................................................................................................................................. 8

2.4

Preventieve werking .............................................................................................................................. 9

2.5

Leegstand............................................................................................................................................... 9

2.6

Samenwerking ....................................................................................................................................... 9

3

Beoordelingscriteria: Noodzakelijkheid ................................................................... 10

3.1

Rapportcijfers uit de Leefbaarheidsmonitor ....................................................................................... 10

3.2

Cijfers misdrijven ................................................................................................................................. 12

3.3

Data CBS/Gemeente ............................................................................................................................ 13

3.4

Conclusie.............................................................................................................................................. 14

4

Beoordelingscriteria: Geschiktheid .......................................................................... 15

4.1

Artikel 8 ............................................................................................................................................... 15

4.2

Artikel 9 ............................................................................................................................................... 15

4.3

Artikel 10 ............................................................................................................................................. 16

5

Beoordelingscriteria: Subsidiariteit ......................................................................... 17

6

Beoordelingscriteria: Proportionaliteit .................................................................... 18

7

Ervaringen professionals ......................................................................................... 19

8

Ervaringen bewoners ............................................................................................... 21

9

Uitvoering................................................................................................................ 23

9.1

Aantal huisvestingsvergunningen ........................................................................................................ 23

9.2

Verbeterpunten in de uitvoering ......................................................................................................... 23

10

Conclusie.............................................................................................................. 24

10.1

Algemeen ............................................................................................................................................. 24

10.2

Resultaten interviews en data ............................................................................................................. 24

10.3

Uitvoering ............................................................................................................................................ 25

Bijlage 1: Tussenevaluatie Wbmgp ................................................................................. 26 Bijlage 2: Adressen Wbmgp ............................................................................................ 27 Bijlage 3: Evaluatie Wbmpg - Onderzoek Dimensus ....................................................... 28

2

1

Inleiding

In een deel van Groenewoud passen wij selectieve woningtoewijzing toe op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Voor u ligt de evaluatie over de toepassing van deze wet. De gebiedsaanwijzing loopt van 1 december 2020 tot 1 december 2024. De evaluatie is opgezet volgens het format dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hiervoor als leidraad heeft opgesteld. We besteden daarom aandacht aan: het brede strategische verhaal; de inhoudelijke doelstellingen; operationele knelpunten en verbeterpunten bij de uitvoering. In september 2023 hebben wij de gemeenteraad tussentijds over de werkwijze, ontwikkelingen en bevindingen in de uitvoering van de Wbmgp geïnformeerd. De tussenevaluatie treft u in bijlage 1 aan. Voorliggende evaluatie is relevant voor het besluiten over de wenselijkheid van voortzetting of beëindiging van de gebiedsaanwijzing.

1.1

Gebiedsafbakening

De minister van BZK heeft op 1 december 2020 op voorstel van de Tilburgse gemeenteraad besloten tot het aanwijzen van het gebied in Groenewoud conform de aanvraag. Dit betreft het merendeel van de Landbouwbuurt, delen van de buurten Ezelvense akkers, Vogeltjesbuurt West, Visserijbuurt en het Monte Cristallo complex in de buurt Groenewoud Midden. In totaal betreft het 775 woningen (zie bijlage 2 voor de exacte adressen).

Afbeelding 1 Overzicht van de aangewezen woningen

3

1.2

Doel aanwijzing

Het doel van de gebiedsaanwijzing in het kader van de Wbmgp was, door toepassing van de artikelen 8, 9 en 10, in het aangewezen gebied en de omgeving het aantal huishoudens in de wijk met inkomen te laten toenemen, het aantal bewoners met een startkwalificatie te vergroten en overlastgevend en crimineel gedrag te beperken. Het beoogd effect is het meer in balans brengen van het woon- en leefklimaat en daarmee het creëren van een gemiddeld woongebied op termijn.

1.3

Toelichting op toepassing Wbmgp

Potentiële huurders die zich willen vestigen in het betreffende gebied moeten sinds december 2020 een huisvestingsvergunning aanvragen. Daarbij wordt getoetst aan de voorwaarden uit artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp. De wet maakt het mogelijk om: 1. Woningzoekenden te weren die een uitkering hebben en korter dan 6 jaar in de regio wonen (artikel 8) Het gaat om een bijstandsuitkering of een werkloosheidsuitkering; Én korter dan 6 jaar in de regio (= gemeente Tilburg) woonachtig zijn; Inkomstenbronnen die wel zijn toegestaan, zijn: Inkomen uit een dienstbetrekking/eigen bedrijf of zelfstandig beroep/VUT-regeling/ouderdomspensioen/AOW/nabestaande pensioen/studiefinanciering 2. Woningzoekenden voorrang te geven op basis van sociaaleconomische kenmerken (artikel 9) In Tilburg geven wij voorrang aan woningzoekenden met een inkomen en/of een startkwalificatie. Een startkwalificatie betreft een afgeronde havo- of vwo-opleiding of een basisberoepsopleiding (mbo-2; dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)). 3. Woningzoekenden te weren op basis van gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit (artikel 10) Onderzoek naar gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit. Alle leden van het huishouden van 16 jaar en ouder. Bij minderjarigen wordt twee jaar teruggekeken. Bij meerderjarigen vier jaar.

In het Monte Cristallo complex hebben we ervoor gekozen om alleen artikel 10 toe te passen. Dit complex bestaat uit 100 studio's die geschikt zijn voor 1 persoons huishoudens met een kleine portemonnee of bijstandsuitkering. Het aanbod van woningen in dit huurprijssegment is in Tilburg schaars en specifiek bedoeld voor mensen met de laagste inkomens. Het toepassen van de artikelen 8 en 9 achtten wij daarom niet gewenst voor dit complex. Met toepassing van artikel 10 kunnen we instroom van criminaliteit en overlast voorkomen, om de verstoorde balans in het leef- en woonklimaat te herstellen. Voor de particuliere woningen in de Korhoenstraat, Pater van den Elsenplein en Brasemstraat richtten we ons alleen op toepassing van artikel 8 en 10, omdat handhaving door de gemeente op toepassing van artikel 9 voor particuliere woningen praktisch gezien niet goed uitvoerbaar is. Particuliere huurders hebben niet altijd meerdere kandidaten en het controleren op voorrangverlening is voor een gemeente praktisch nauwelijks uitvoerbaar.

4

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 beschrijven we het brede strategische verhaal waarbinnen de inzet van de Wbmgp in een deel van Groenewoud past. De hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 gaan over de beoordelingscriteria. Hoofdstuk 7 en 8 beschrijven de ervaringen van zowel de professionals als de bewoners in de wijk. In hoofdstuk 9 gaan we vervolgens in op inhoudelijke knelpunten en verbeterpunten bij het toepassen van de Wbmgp. Hoofdstuk 10 sluit af met de conclusie en doorkijk naar een vernieuwde aanvraag voor de Wbmgp in dit gebied. Let op: de kwantitatieve gegevens in deze evaluatie zijn zo zorgvuldig mogelijk weergegeven. Door de bewuste keuze om de maatregel heel gericht voor bepaalde buurten en straten in te zetten, komen de aangewezen gebieden niet één op één overeen met de CBS-buurtindeling. De Landbouwbuurt is de enige CBS-buurt die bijna geheel is opgenomen in de Wbmgp. Voor alle andere gebieden moet bij het beoordelen van de cijfers rekening worden gehouden met het feit dat het merendeel van de buurt niet is opgenomen in de Wbmgp (zie ook afbeelding 1).

5

2

Het brede strategische verhaal

In Groenewoud is al sinds 2008 extra aandacht op het sociale (inclusief gezondheid), fysieke en veiligheidsdomein. Eerdere speerpunten in wijkactieplannen waren bijvoorbeeld: ieder huishouden leeft boven de armoedegrens, ieder huishouden heeft een kostwinner en jongeren doen het goed op school en halen een diploma. Deze sectorale/thematische aanpakken sorteerden onvoldoende effect. Daarom werken we in Groenewoud inmiddels met een gebiedsperspectief (horizon 2040) als integrale lange termijn koers. En investeren we in onze samenwerking als wijkpartners.

2.1

Gebiedsperspectief Groenewoud

Met het gebiedsperspectief (horizon 2040) werken gemeente en woningbouwcorporaties samen met bewoners en partners verder aan een toekomst voor bewoners en de wijk. Het gebiedsperspectief identificeert en creëert ruimtelijke kansen, dienend aan de sociaaleconomische opgaven en maatschappelijke initiatieven in de wijk. Ook brengt het bestaande ontwikkelingen bij elkaar, waardoor meer integraliteit in projecten ontstaat. Het gebiedsperspectief Groenewoud is in juli 2023 vastgesteld.

Alle ruimtelijke maatregelen moeten bijdragen aan: De goede start van kinderen en jongeren Met ruimte om te leven voor iedereen Met optimale kansen voor iedereen In een wereld die bewoners ziet, hoort en waardeert

Afbeelding 2 Opgaven gebiedsperspectief

Uit de gesprekken die we in dat kader voerden (en uit de permanente dialoog die er de afgelopen jaren op tal van manieren is gevoerd), kwam herhaaldelijk het signaal dat bewoners merken dat er aandacht voor de wijk is en dat zij dit positief waarderen. Ook de aanpak om kwetsbare buurten en straten in de wijk niet verder te laten afglijden qua leefbaarheid, kan op instemming rekenen.

6

Afbeelding 3 Sleutelgebieden en sleutelroutes Gebiedsperspectief Groenewoud

De uitvoering van het gebiedsperspectief is inmiddels opgepakt, waarbij wordt aangesloten op de actuele ontwikkelingen en initiatieven in de wijk. Daarbij is uitgangspunt dat de aanpak van een sleutelgebied altijd integraal wordt opgepakt, met aandacht voor de wisselwerking tussen de ruimtelijke, sociale en veiligheidsopgaven.

2.2

Wbmgp is onderdeel van meervoudige wijkaanpak

In Groenewoud zijn professionals uit verschillende organisaties dagelijks aan de slag om stapsgewijs aansluiting en ingangen te vinden bij bewoners. De wijk wordt beschouwd als een samenhangend systeem. Door heel dicht in de buurt te werken, leren de professionals het systeem en de patronen beter kennen en begrijpen. En weten ze beter wat nu echt de aangrijpingspunten zijn om het systeem positief in beweging te brengen. De aanpak gaat uit van het investeren van professionals in het in contact komen met inwoners en in het bouwen aan relaties om van daaruit te bezien wat nodig is. Dit is wezenlijk anders dan professionals die vanuit de eigen organisatie met een doel en bijbehorende acties op pad worden gestuurd. Het mes snijdt aan twee kanten: deze manier van werken loont in kwetsbare buurten waar je met een ‘reguliere’ aanpak niet goed uit de voeten kan. Tegelijkertijd voorkomt het moedeloze uitvoerende professionals die van een afstand op basis van ‘SMART’ plannen worden aangestuurd en zich in een kwetsbare wijk moeten bewegen op manieren waarvan ze ervaren dat het niet werkt. De professional krijgt meer autonomie en handelingsruimte om te doen wat passend is.

Voor een specifiek deel van Groenewoud is de samenwerking tussen wijkpartners geïntensiveerd, omdat een hardnekkige combinatie van factoren leidde tot verslechtering van de leefbaarheid en veiligheid in deze buurten/straten. Deze intensieve leefbaarheidsaanpak betreft een gecombineerde 7

aanpak die zich karakteriseert als zeer gericht (acupunctuur) via verschillende soorten interventies. Daarbij zoeken we naar een slimme mix van repressie en preventie. Hard optreden waar nodig (zuur), maar ook je nek uitsteken voor welwillenden in de wijk (zoet), zorg voor mensen die hulp nodig hebben (zout) en reguleren van de instroom (bitter). Zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren, is het moeilijk de balans in een buurt te herstellen. Dit kan in verschillende vormen en gradaties die in samenhang met de rest van de wijkaanpak afgewogen moeten worden.

Afbeelding 4 Meervoudige aanpak (Zoet, Zuur, Zout & Bitter)

De gebiedsaanwijzing is in 2017 gestart met 74 woningen in de Stoeterijstraat. Destijds is bewust gekozen voor een klein woongebied als pilot. Na een positieve evaluatie in 2020 is het gebied uitgebreid met 701 woningen in Groenewoud. Begin 2023 is de Intensieve Leefbaarheidsaanpak (ILA) geëvalueerd, hierbij kwamen aandachtspunten naar voren voor de samenwerking tussen de primair betrokken partijen (gemeente, woningbouwcorporaties en politie). In de komende jaren gaan we verder aan de slag met het implementeren van deze aanbevelingen.

2.3

Verbeteren balans

Het blijkt moeilijk crimineel en overlastgevend gedrag effectief aan te pakken, zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren. Dan blijft het “dweilen met de kraan open”. Het weren van woningzoekenden met overlastgevende en criminele achtergrond (artikel 10) is in het geselecteerde gebied de belangrijkste reden om de Wbmgp toe te passen. Daarnaast willen wij financieel kwetsbare mensen beschermen tegen criminele verleidingen (artikel 8). Het verlenen van voorrang aan kandidaten met een inkomen en/of een startkwalificatie heeft in het verlengde hiervan als doel het vergroten van het aantal bewoners dat een goede basis heeft om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien (artikel 9). Om de balans in het beoogde gebied te verbeteren, maken wij dus gebruik van de artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp. We zetten in op onderzoek op basis van politiegegevens naar gedragingen gerelateerd aan woonoverlast en criminaliteit, op aanvullende eisen op inkomen en op voorrang verlenen aan 8

bewoners met een inkomen en/of een startkwalificatie. In hoofdstuk drie gaan we in op de cijfermatige resultaten.

2.4

Preventieve werking

In de afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de Wbmgp vooral een sterk preventieve werking heeft. We hebben een verandering gezien in het type mensen dat interesse in de woningen toont en daadwerkelijk de procedure voor de huisvestingsvergunning in gaat. Mensen met criminele antecedenten reageren minder vaak op de woningen en vragen bijna nooit meer een huisvestingsvergunning aan. De professionals in de wijk bevestigen deze constatering en geven aan dat dit de instroom van meer betrouwbare en werkende inwoners bevordert. In de afgelopen jaren is zelden een vergunningaanvraag geweigerd. We zien dat woningzoekenden nu bewuster de keuze maken om wel of niet in de buurt te gaan wonen. Op de website van Woning In Zicht staat bij de huurwoningen in het aangewezen gebied vermeld dat een huisvestingsvergunning verplicht is. Ook vinden vooraf persoonlijke gesprekken met medewerkers van de betreffende woningbouwcorporatie plaats. Het is de verhuurmakelaars opgevallen dat woningzoekenden weinig vragen stellen over de wet en het aanleveren van de benodigde informatie.

2.5

Leegstand

Bij aanvang vroegen wij ons af of invoering van de maatregel leegstand of een negatief imago van de buurt bij woningzoekenden zou veroorzaken. Gebleken is dat de woningen nog steeds gewild zijn bij woningzoekenden. De druk op de woningmarkt is onverminderd hoog. De werkafspraak is dat de doorlooptijd van de vergunningsaanvraag beperkt blijft tot maximaal twee weken (in plaats van de wettelijke termijn van acht weken). In de praktijk wordt deze deadline niet altijd gehaald vanwege capaciteitstekorten. Hierdoor kunnen doorlooptijden soms oplopen tot vijf weken met potentieel leegstand als gevolg. Voor de woningbouwcorporaties is dit een onwenselijke situatie. Met de betrokken afdelingen binnen de gemeente wordt gezocht naar een oplossing om deze doorlooptijd structureel te beperken tot twee weken.

2.6

Samenwerking

Voor de gemeente Tilburg staat de goede samenwerking met politie en woningcorporaties hoog in het vaandel. De aanvraag voor deze gebiedsaanwijzing is gezamenlijk tot stand gekomen. Ook is afstemming gezocht met de provincie, huurdersbelangenorganisatie/Stedelijk Bewonersoverleg en het Openbaar Ministerie (via de lokale driehoek). Gedurende de uitvoering is steeds samengewerkt in de integrale projectgroep Wbmgp met vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg, woningcorporaties en politie. Dit wordt door alle partijen als prettig ervaren. In de projectgroep is ruimte en respect voor ieders overwegingen, mogelijkheden en onmogelijkheden. Voor de evaluatie zijn naast de bewoners ook betrokken professionals geïnterviewd en is een enquête uitgevoerd, zodat alle relevante perspectieven meegenomen konden worden. Bij de professionals is expliciet uitvraag gedaan naar de samenwerking rondom de uitvoering van de Wbmgp in de wijkaanpak in brede zin. Zij geven aan deze positief te ervaren.

9

3

Beoordelingscriteria: Noodzakelijkheid

Om kwantitatief iets te kunnen zeggen over de noodzakelijkheid van de Wbmgp in het betreffende gebied kijken we naar sociaaleconomische indicatoren, veiligheidsindicatoren, leefbaarheidsindicatoren en politiecijfers. Hiervoor zijn dezelfde bronnen gebruikt als bij de onderbouwing van de aanvraag, namelijk de Leefbaarheidsmonitor (Lemon-enquête), CBS/Gemeente- en politiedata. We hebben de meest recent beschikbare data geraadpleegd.

3.1

Rapportcijfers uit de Leefbaarheidsmonitor

Het is lastig op basis van de resultaten van de Lemon-enquête uitspraken te doen over de werking van de Wbmgp. Ten eerste geven de resultaten van de enquête inzicht op CBS-buurtniveau. De adressen die binnen de Wbmgp vallen, liggen echter verspreid over 5 verschillende CBS-buurten. De Landbouwbuurt is de enige buurt die vrijwel geheel onder de Wbmgp valt. In de andere buurten gaat het steeds maar om enkele straten en in Groenewoud Midden gaat het over één complex, de Monte Cristalloflat. Daarnaast is in verschillende buurten niet de gewenste minimale respons van 20% op de enquête gehaald. In de Landbouwbuurt, de Vogeltjesbuurt West en de Visserijbuurt lag het percentage op respectievelijk 16, 17 en 18%. De resultaten van de enquête zijn daarmee minder betrouwbaar. Tenslotte moet bij het interpreteren van de cijfers rekening worden gehouden met de spreiding van de antwoorden. In de rapportage over de enquête, opgesteld door onderzoeksbureau Dimensus, zien we dat geen enkel cijfer significant hoger of lager scoort dan in 2021 of 2019.

Landbouwbuurt Vogeltjesbuurt West Visserijbuurt Groenewoud Midden Ezelvense Akkers Totaal

Geselecteerde woningen Wbmgp 312 119 168 102 76 777

Totaal aantal woningen CBS buurt 402 650 474 722 470 2718

Tabel 1 Aantal geselecteerde woningen vs totaal aantal woningen per buurt

De cijfers uit de leefbaarheidsmonitor laten zien dat de Landbouwbuurt in 2017 overwegend de laagst scorende buurt was. De cijfers waren lager dan Tilburg gemiddeld, Groenewoud gemiddeld en de andere buurten in het Wbmgp-gebied. Deze buurt valt vrijwel geheel onder de Wbmgp. Het valt op dat de beoordeling in deze buurt sinds de invoering van de Wbmgp is verbeterd en dat de meeste rapportcijfers in 2023 hoger liggen dan de rapportcijfers van Groenewoud in zijn geheel. Dit komt ook tot uiting in het cijfer dat bewoners geven aan de verbetering van de buurt in het afgelopen jaar. In Groenewoud Midden wordt de verbetering van de buurt in het afgelopen jaar het minst goed beoordeeld. In Groenewoud Midden valt alleen het Monte Cristallo complex onder de Wbmgp, dit betreft 14% van het aantal woningen uit deze buurt, daarom kunnen we ook hier moeilijk conclusies trekken op basis van de beschikbare cijfers. In Vogeltjesbuurt West zien we dat de rapportcijfers over de gehele linie teruglopen en in 2023 iets lager zijn dan in 2017. Datzelfde beeld zien we voor de Visserijbuurt. In Ezelvense Akkers zien we dat de rapportcijfers redelijk vergelijkbaar zijn met de gehele wijk Groenewoud. De cijfers in 2023 zijn iets lager of gelijk aan de cijfers uit 2017. Dat beeld zien we overigens Tilburg-breed terug in de resultaten van Lemon.

10

Landbouwbuurt**

Vogeltjesbuurt West**

Visserijbuurt**

Groenewoud Midden

‘17

‘19

‘21

'23

‘17

‘19

‘21

'23

‘17

‘19

‘21

'23

‘17

‘19

‘21

'23

Beoordeling buurt algemeen

5,8

5,8

6,3

6,5

6,9

7,1

7,0

6,8

6,4

6,9

7,0

7,0

6,7

6,4

6,6

6,6

Omgang tussen bewoners

5,9

5,6

6,0

6,3

6,8

6,8

6,6

6,4

6,7

6,5

6,9

6,3

6,2

6,1

6,5

6,2

Contacten bewoners uit de buurt

5,8

6,0

6,3

6,3

6,1

6,2

6,1

5,5

6,5

6,1

6,5

6,6

6,2

5,7

5,8

6,0

Veilig voelen overdag

6,9

6,6

7,7

7,7

7,6

8,0

7,9

7,5

7,4

7,8

7,5

7,1

7,2

7,2

7,3

7,0

Veilig voelen ’s avonds

5,7

5,4

6,3

6,5

6,7

6,9

6,8

6,4

6,0

6,3

6,4

5,9

5,8

5,9

5,8

5,7

Overlast van gedrag van anderen

4,1

4,9

5,1

6,0

5,7

6,2

6,4

5,7

5,8

5,5

6,1

5,5

5,2

5,5

5,6

5,6

Overlast van criminaliteit

5,5

5,6

6,1

6,2

6,7

6,9

6,5

5,8

6,2

6,1

6,6

5,9

5,9

6,2

6,2

5,7

Verbetering buurt in het afgelopen jaar

4,2

4,3

5,2

2,9*

6,1

6,1

5,3

3,1*

5,4

5,1

5,8

3,2*

5,2

5,2

4,9

3,6*

Ezelvense Akkers

Groenewoud

Tilburg

'17

‘19

‘21

‘23

‘17

‘19

‘21

'23

‘17

‘19

‘21

'23

Beoordeling buurt algemeen

7,1

6,7

7,1

6,8

6,7

6,7

6,9

6,8

7,3

7,4

7,2

7,2

Omgang tussen bewoners

7,2

6,8

7,1

6,9

6,6

5,6

6,6

6,5

7,0

7,0

7,0

6,9

Contacten bewoners uit de buurt

6,6

6,7

6,6

6,6

6,3

6,3

6,3

6,3

6,5

6,4

6,5

6,4

Veilig voelen overdag

7,6

7,4

7,4

7,3

7,4

7,4

7,6

7,3

8,0

8,0

8,0

7,7

Veilig voelen ’s avonds

6,3

6,1

5,6

6,0

6,2

6,2

6,2

6,1

6,7

6,7

6,7

6,4

Overlast van gedrag van anderen

6,1

6,1

5,9

6,1

5,6

5,7

5,9

5,8

6,3

6,4

6,2

6,2

Overlast van criminaliteit

6,4

6,3

6,0

6.1

6,2

6,3

6,3

6,0

6,6

6,8

6,7

6,3

Verbetering buurt in het afgelopen jaar

5,5

5,6

5,7

3,1*

5,3

4,3

5,3

3,3*

5,7

5,7

5,4

3,3*

Tabel 2 Resultaten Leefbaarheidsmonitor 2023 * de antwoordmogelijkheid van deze vraag is in 2023 veranderd naar een 5-puntsschaal, waarbij 1 staat voor ‘sterk vooruit gegaan’, 3 voor ‘hetzelfde gebleven’ en 5 voor ‘sterk achteruit gegaan'. ** in deze buurten is de gewenste minimale respons van 20% niet gehaald.

11

3.2

Cijfers misdrijven

In onderstaande tabellen zijn verschillende politiecijfers in beeld gebracht. Als we kijken naar de misdrijfcijfers in de gehele wijk Groenewoud zien we dat de misdrijven op overlast en geweld door de jaren heen enigszins vergelijkbaar zijn met de rest van de stad. De misdrijven zware criminaliteit zijn iets lager en de cijfers voor vermogensdelicten zijn fors lager (ongeveer de helft). 2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

7,49

7,37

10,81

9,63

Vogeltjesbuurt West

4,94

9,09

6,56

5,69

Visserijbuurt

16,75

13,47

4,26

5,35

Groenewoud Midden

6,67

5,45

3,63

6,53

Ezelvense Akkers

5,69

Groenewoud

7,40

13,33 8,45

3,79 6,54

5,77 6,10

Tilburg

7,46

6,81

7,05

6,08

Tabel 3 Aantal geweldsdelicten (per 1000 inwoners) 2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

8,56

6,32

3,24

4,28

Vogeltjesbuurt West

11,52

5,79

4,10

4,07

Visserijbuurt

5,24

6,22

5,32

6,42

Groenewoud Midden

6,06

7,27

3,63

7,12

Ezelvense Akkers

6,64

Groenewoud

7,26

4,76 6,27

6,64 4,36

3,85 5,01

Tilburg

6,07

5,51

5,65

5,73

Tabel 4 Aantal misdrijven overlast (per 1000 inwoners) 2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

1,07

0,00

0,00

0,00

Vogeltjesbuurt West

0,00

1,65

1,64

0,00

Visserijbuurt

2,09

1,04

1,06

2,14

Groenewoud Midden

0,61

1,21

0,00

2,37

Ezelvense Akkers

1,90

Groenewoud

1,23

1,90 1,36

0,95 0,55

0,00 0,81

Tilburg

1,41

1,24

1,24

1,21

Tabel 5 Aantal misdrijven zware criminaliteit (per 1000 inwoners) 2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

6,42

7,37

5,41

6,42

Vogeltjesbuurt West

10,70

4,13

9,84

6,50

Visserijbuurt

20,94

4,15

14,8

22,46

Groenewoud Midden

7,88

14,55

4,83

11,28

Ezelvense Akkers

18,96

Groenewoud

13,15

23,81 11,85

22,75 11,72

14,42 11,65

Tilburg

19,36

20,42

24,96

22,67

Tabel 6 Aantal vermogensdelicten (per 1000 inwoners) 12

Bij de misdrijvencijfers van geweldsdelicten valt op dat de Visserijbuurt in 2020 en 2021 het hoogst scoorde en in 2023 het laagst. In 2023 zijn de cijfers in alle buurten vergelijkbaar met het stedelijk gemiddelde, alleen de Landbouwbuurt heeft een hoger promillage. In de cijfers over misdrijven overlast zien we dat de Ezelvense Akkers in 2023 het laagste aantal misdrijven heeft, Groenewoud Midden het hoogste. Als het gaat over zware criminaliteit vallen de Visserijbuurt en Groenewoud Midden in 2023 het meest op. Over het algemeen moet worden opgemerkt dat het bij zware criminaliteit in absolute cijfers om kleine aantallen gaat. In heel Groenewoud zijn dit bijvoorbeeld minder dan tien misdrijven op jaarbasis, één misdrijf minder kan een aanzienlijk relatief verschil maken. Voor het aantal vermogensdelicten hebben de Visserijbuurt en de Ezelvense Akkers de hoogste scores. Winkeldiefstal valt onder de vermogensdelicten en alleen de Visserijbuurt heeft een winkelgebied (Pater van den Elsenplein).

3.3

Data CBS/Gemeente

In de tabellen hieronder zijn voor de vijf buurten de cijfers weergegeven over het aantal bijstandsgerechtigden en minimahuishoudens. De cijfers zijn per buurt weergegeven, maar voor deze cijfers kunnen we ook inzicht bieden op het niveau van de voor de Wbmgp geselecteerde woningen. Bijstandsgerechtigden CBS buurt % inwoners met een bijstandsuitkering 2019

2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

18,2

17,2

17,3

15,8

11,1

Vogeltjesbuurt West

8,2

7,5

7,1

6,3

4,7

Visserijbuurt

8,7

10,2

9,7

9,6

7,6

Groenewoud Midden

13,4

12,9

12,7

13,1

10,2

Ezelvense Akkers

4,5

4,5

4,6

4,5

3,5

Groenewoud

9,8

9,6

9,6

9,3

7,0

Tilburg

5,1

5,1

5,0

4,9

3,9

Tabel 7 Bijstandsgerechtigden per buurt Bijstandsgerechtigden geselecteerde woningen % inwoners met een bijstandsuitkering 2019

2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

21,1

20,4

20,7

18,8

13,6

Vogeltjesbuurt West

11,3

9,8

10,4

10,5

5,8

Visserijbuurt

14,5

15,1

12,5

11,4

11,3

Groenewoud Midden

37,3

29,8

31,8

25,5

25,5

Ezelvense Akkers

12,3

10,3

11,0

10,2

7,3

Groenewoud

9,8

9,6

9,6

9,3

7,0

Tilburg

5,1

5,1

5,0

4,9

3,9

Tabel 8 Bijstandsgerechtigden per buurt voor geselecteerde woningen

13

Bovenstaande cijfers laten zien dat er tussen 2019 en 2023 in Groenewoud, maar ook stedelijk voor heel Tilburg, sprake is van een afname van het aandeel bijstandsgerechtigden. Deze (soms forse) afname zien we ook voor de vijf buurten waarop de Wbmgp betrekking heeft. Wat opvalt voor de Visserijbuurt en Groenewoud Midden is dat de buurt als geheel wel een afname kent, maar dat dit niet geldt voor de geselecteerde woningen. In de Landbouwbuurt, Vogeltjesbuurt West en Ezelvense Akkers is dat duidelijk wel het geval. Minimahuishoudens CBS buurt % minimahuishoudens* 2019

2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

44,0

42,0

37,5

35,5

36,1

Vogeltjesbuurt West

23,3

22,1

19,3

17,8

16,0

Visserijbuurt

20,7

23,4

22,4

21,5

20,6

Groenewoud Midden

33,4

33,8

32,1

30,9

31,4

Ezelvense Akkers

11,4

12,3

11,3

11,2

10,0

Groenewoud

25,1

25,2

23,0

22,0

21,4

Tilburg

12,7

13,0

12,0

11,4

10,9

Tabel 9 Minimahuishoudens per buurt Minimahuishoudens geselecteerde woningen % minimahuishoudens* 2019

2020

2021

2022

2023

Landbouwbuurt

49,2

48,6

42,1

40,1

42,3

Vogeltjesbuurt West

32,8

33,6

29,1

28,6

26,0

Visserijbuurt

35,2

36,5

31,8

29,8

27,9

Groenewoud Midden

55,8

50,0

51,0

47,0

46,9

Ezelvense Akkers

35,1

34,7

34,2

33,3

28,2

Groenewoud

25,1

25,2

23,0

22,0

21,4

Tilburg

12,7

13,0

12,0

11,4

10,9

Tabel 10 Minimahuishoudens per buurt voor geselecteerde woningen * volgens de Tilburgse definitie van een minimahuishouden: een huishouden wat recht heeft op bijstand en/of gebruik kan maken van de bijzondere bijstand, collectieve ziektekostenregeling en/of kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Voor wat betreft de cijfers rond minimahuishoudens zien we eveneens stedelijk en voor de wijk Groenewoud een afname ten opzichte van 2019 en een lichte afname vanaf 2022. Ook de verschillende buurten laten ten opzichte van 2019 een daling zien. Opvallend is dat de Landbouwbuurt en Groenewoud Midden ten opzichte van 2022 wel een lichte stijging laten zien, maar per saldo is het aandeel minimahuishoudens toch aanzienlijker lager dan in 2019.

3.4

Conclusie

Het is lastig om op basis van cijfers aan te tonen of en welke invloed de Wbmgp heeft gehad op de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Zoals aangegeven tonen de cijfers veelal informatie op CBSbuurtniveau, terwijl de geselecteerde adressen voor de Wbmgp in veel gevallen slechts een (klein) deel van de buurt betreft. Belangrijker nog is dat een periode van vier jaar te kort is om significante veranderingen te zien. De meervoudige aanpak, waarvan de Wbmgp deel uitmaakt, vraagt om een langdurige inzet in Groenewoud. 14

4

Beoordelingscriteria: Geschiktheid

4.1

Artikel 8

Met het toepassen van artikel 8 selecteren we woningzoekenden die langer dan zes jaar in de regio wonen en niet afhankelijk zijn van een bijstands- of werkeloosheidsuitkering. Dit vanwege het relatief hoge aantal financieel kwetsbare mensen in de wijk. De bijstandscijfers zijn in de Landbouwbuurt en Vogeltjesbuurt West in 2022 met 1% gedaald ten opzichte van 2018 en in Groenewoud Midden met 2%. Voor de Ezelvense Akkers en de Visserijbuurt zijn de percentages gelijk gebleven. Uit de cijfers over minimahuishoudens blijkt dat in de Landbouwbuurt, Visserijbuurt en Groenewoud Midden het percentage huishoudens onder of rond het sociaal minimum 2% is afgenomen. In de Vogeltjesbuurt West is een toename van 1% en in de Ezelvense Akkers is het percentage gelijk gebleven. In het Monte Cristallo complex (Groenewoud Midden) is ervoor gekozen om artikel 8 niet toe te passen. Dit is een klein gebied, waardoor hier geen aparte data voor beschikbaar is. We kunnen op basis van de bovenstaande cijfers geen (kwantitatieve) conclusies trekken over de veranderingen in dit complex.

4.2

Artikel 9

% inwoners 18-23 jaar met startkwalificatie 2020

Groenewoud %

Tilburg %

70%

83%

2021

72%

83%

2022

72%

83%

2023

Niet beschikbaar

Niet beschikbaar

2024

Niet beschikbaar

Niet beschikbaar

Tabel 11 Startkwalificatie

Met het toepassen van artikel 9 verlenen we tijdelijk voorrang aan woningzoekenden die een startkwalificatie hebben (in de zin van Leerplichtwet) en/of inkomen hebben. Uit onderzoek van het ministerie van BZK (themarapport ‘Leefbaarometer 2020; verdiepende analyses’) is gebleken dat verschillen in leefbaarheid samenhangen met de sociaaleconomische samenstelling van een buurt. Het onderzoek toont aan dat er sterk positieve verbanden zijn tussen leefbaarheid en de sociaaleconomische status van een buurt. Sociale ongelijkheid in leefbaarheid heeft met name een sterke samenhang met het gemiddelde opleidingsniveau in een buurt. Daarbij is het effect groter wanneer het gemiddelde opleidingsniveau in de buurt stijgt, dan wanneer de verschillen in de buurt groter worden. De cijfers over het aantal inwoners met een startkwalificatie zijn slechts beschikbaar tot 2022 op wijkniveau. Het percentage in Groenewoud ligt aanzienlijk lager dan het stedelijk gemiddelde. Wel is sinds de invoering van de Wbmgp een lichte stijging van het aantal inwoners met een startkwalificatie waarneembaar. De tabellen in paragraaf 3.3 laten zien dat het percentage bijstandsuitkeringen in alle buurten is afgenomen ten opzichte van 2019. Ook het percentage minimahuishoudens is in alle buurten afgenomen ten opzichte van 2019.

In de Ezelvense Akkers en Vogeltjesbuurt West zijn de percentages bijstandsgerechtigden lager dan het wijkgemiddelde van Groenewoud. We zien dat het

15

percentage minimahuishoudens voor de geselecteerde woningen in alle buurten nog hoger is dan het gemiddelde van Groenewoud, maar over het algemeen is er wel sprake van een afname.

4.3

Artikel 10

Artikel 10 passen we toe om de instroom van woningzoekenden op basis van overlastgevend en crimineel gedrag te kunnen beperken. In het gehele Wbmgp-gebied in Groenewoud passen we artikel 10 toe. Uit het onderzoek van het ministerie van BZK over de Leefbarometer (themarapport ‘Leefbaarometer 2020; verdiepende analyses’) is gebleken dat het aanpakken van overlast en onveiligheid een van de succesvolste paden is om leefbaarheid in wijken en buurten te verbeteren. In de tussenevaluatie zagen we dat de veiligheidsbeleving overdag en ’s avonds in de verschillende buurten gelijk was gebleven of verbeterd. In 2023 zien we dat de rapportcijfers weer iets lager zijn (zie paragraaf 3.1). Dit zien we ook terug in de cijfers voor Groenewoud en Tilburg als geheel. In de Landbouwbuurt is de overlast van criminaliteit en van het gedrag van anderen afgenomen (hogere rapportcijfers). In de andere buurten is de overlast van criminaliteit iets toegenomen (lagere rapportcijfers). In de cijfers over misdrijven (paragraaf 3.2) zien we dat in de Landbouwbuurt meer geweldsdelicten (per 1000 inwoners) plaatsvinden ten opzichte van de rest van de wijk en de stad. Bij de misdrijven overlast zien we dat de Ezelvense Akkers in 2023 het laagste cijfer heeft en Groenewoud Midden het hoogste.

Voor wat betreft zware criminaliteit vallen de Visserijbuurt en Groenewoud Midden in 2023 het meest op, hoewel dit in absolute zin om lage aantallen gaat. In de Visserijbuurt hebben de vermogensdelicten de hoogste score ten opzichte van de andere buurten in deze analyse. De winkeldiefstal vallen onder de vermogensdelicten en alleen de Visserijbuurt heeft een winkelgebied (Pater van den Elsenplein).

16

5

Beoordelingscriteria: Subsidiariteit

Gemeente Tilburg en partners in Groenewoud zetten gezamenlijk in op een mix van instrumenten om de leefbaarheid en vitaliteit in de wijk als geheel te verbeteren. Het gaat daarbij om ruimtelijke ingrepen, waaronder de aanpak van openbare ruimte, investeringen in verbouwing of nieuwbouw van de basisscholen en verbeteren van het voorzieningenniveau. Daarnaast wordt op verschillende manieren gefaciliteerd dat bewoners elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten en is er ondersteuning voor bewonersinitiatieven. Voor een aantal buurten/straten is dit echter niet voldoende. Daar zetten we gericht de Intensieve Leefbaarheidsaanpak (ILA) in. Zoals uitgebreid beschreven in hoofdstuk 2 doen we niet alleen dit om te voorkomen dat de leefbaarheid en veiligheid in die specifieke buurten/straten verder verslechtert, maar zetten we ook in op verbetering. De Wbmgp is binnen die meervoudige aanpak het enige wettelijke instrument om de instroom van nieuwe bewoners te reguleren. Daarmee maakt de Wbmgp een essentieel onderdeel uit van die meervoudige aanpak. Woningbouwcorporaties geven aan dat dit een noodzakelijk instrument is om balans in deze delen van Groenewoud te kunnen waarborgen. In de jaren voorafgaand aan de toewijzing Wbmgp zijn verschillende andere methoden voor passende toewijzing uitgeprobeerd, echter zonder het gewenste effect.

17

6

Beoordelingscriteria: Proportionaliteit

De aanwijzing, en daarmee ook deze evaluatie, betreft in totaal 775 woningen in 5 verschillende CBSbuurten. Hiervan zijn 109 woningen in particulier bezit. 666 woningen zijn in bezit van drie woningcorporaties: 228 woningen zijn van WonenBreburg, 290 woningen zijn van Tiwos en 148 woningen van TBV Wonen. De woningmarktregio waarop deze aanwijzing betrekking heeft, is de gemeente Tilburg. In de gemeente Tilburg stonden, ten tijde van de aanwijzing in november 2020, 29.909 sociale huurwoningen. Inmiddels is het aantal sociale huurwoningen gestegen naar 30.847 per 31 december 2023. Het percentage aangewezen sociale huurwoningen betreft per 31 december 2023 2,16% van de totale sociale huurwoningvoorraad, ten opzichte van 1,98% per november 2020. Dat betekent dat de aanwijzing een beperkt effect heeft op de slaagkansen voor woningzoekenden aan wie als gevolg van de gebiedsaanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend.

18

7

Ervaringen professionals

Voor deze eindevaluatie zijn vijftien professionals die werkzaam zijn in het Wbgmp-gebied geïnterviewd door onderzoeksbureau Dimensus. In deze interviews is gevraagd naar hun professionele kijk op de wijk Groenewoud en het toepassen van de Wbmgp in dit gebied. Hieronder is een samenvatting van de bevindingen opgenomen. Welke vormen van overlast en criminaliteit kenmerken het gebied Professionals signaleren voornamelijk vervuiling (afvaldumpingen, zwerfvuil) als de belangrijkste vorm van overlast in het gebied, gevolgd door geluidsoverlast en problemen met hangjongeren. Andere vormen van overlast zijn onder meer vuurwerk, parkeerproblemen en overlast door houtkachels. Er heerst een sfeer van wantrouwen en terughoudendheid bij het delen van informatie over deze overlast binnen de gemeenschap, waardoor een volledig beeld van de overlast beperkt blijft. Impact van de Wbmgp op de buurt De wet heeft geleid tot veranderingen in de bewonerssamenstelling, in het ene deel van de wijk meer dan in de andere. Het type woning en de daaraan gekoppelde mutatiegraad spelen daarbij een belangrijke rol. In gebieden met een hogere mutatiegraad, zoals de Visserijbuurt, zijn de effecten van de Wbmgp volgens professionals sterker merkbaar, wat resulteert in een rustigere leefomgeving. Ook wordt een toenemende meldingsbereidheid waargenomen door professionals.

Enerzijds komt dit door nieuwe bewoners, maar anderzijds heeft men ook het idee dat het vertrouwen is toegenomen waardoor ook bewoners die er al langer wonen eerder bereid zijn iets te melden. Over het algemeen wordt geadviseerd om door te gaan met deze aanpak vanwege het potentieel positieve effect op de leefbaarheid op lange termijn, al is het soms lastig om specifiek de impact van de wet te onderscheiden van bredere aanpakken zoals de Intensieve Leefbaarheidsaanpak (ILA). Waarnemingen van gesprekspartners Gesprekspartners hebben verschillende waarnemingen over de impact van de Wbmgp op diverse gebieden. Ze zien veranderingen in de samenstelling van de buurt en merken op dat het aandeel werkenden lijkt te zijn toegenomen, zij het geleidelijk. Het veiligheidsgevoel neemt volgens sommigen toe, deels dankzij herstructureringen, maar er is verdeeldheid over de effecten op de sociale cohesie. Sommigen ervaren een afname van de cohesie door de komst van nieuwe bewoners, terwijl anderen juist een toename zien onder oude bewoners. Veranderingen in de buurt volgens professionals Professionals wijzen op aanzienlijke veranderingen in de woonomgeving. De helft is van mening dat er veel is veranderd. Over de impact op de veiligheid en de overlast lopen de meningen uiteen.

Sommige gesprekspartners zijn van mening dat er op deze vlakken veel is veranderd, anderen zijn juist van mening dat er weinig tot niets is veranderd. Wat betreft de veranderingen als het gaat om de komst van nieuwe bewoners, de woningen en de algehele leefbaarheid, is eveneens sprake van verdeeldheid. Ongeveer een kwart van de professionals is van mening dat hierin veel is veranderd, terwijl een groter deel aangeeft dat er weinig tot niets is veranderd. Dit geldt ook voor de samenstelling van de buurt, waarbij een minderheid van de professionals van mening is dat hierin veel is veranderd, terwijl anderen vinden dat er weinig tot niets is veranderd.

19

Succesfactoren, knelpunten en verbeterpunten Succesfactoren van de Wbmgp zijn onder meer een toegenomen gevoel van veiligheid, meldingsbereidheid en verbeteringen in de buurt. Knelpunten omvatten vertragingen bij het afgeven van vergunningen en het imago van de wijk. Verbeterpunten zijn onder meer snellere aanvraagprocedures en meer maatwerk om diversiteit in de wijk te bevorderen. Samenwerking met andere partners Over het algemeen zijn gesprekspartners positief over de samenwerking met andere partners. Deze samenwerking heeft geleid tot positieve resultaten op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Ondanks dat er ruimte is voor verbetering wordt de onderlinge samenwerking als zeer positief ervaren om stappen te kunnen zetten. Tevredenheid over de uitvoering van de Wbmgp De meerderheid van de gesprekspartners is (zeer) positief over de inzet van de Wbmgp. Slechts één gesprekspartner is ontevreden. De wet wordt gezien als een nuttig instrument voor het monitoren van de bewonerssamenstelling en draagt bij aan het verbeteren van de buurt. Hoewel veranderingen langzaam gaan door een lage mutatiegraad wordt er toch goede vooruitgang geboekt. Enkele hiaten in de wet worden echter ook gesignaleerd, zoals moeilijkheden bij het aanpakken van overlast bij eigenaren van koopwoningen en de regel dat bewoners die al zes jaar in Tilburg wonen geen werk hoeven te hebben.

Aan de andere kant kunnen mensen zonder werk ook een goede bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de buurt. Oordeel over de gebiedsaanpak Gesprekspartners zijn overwegend positief over hoe de Wbmgp past binnen de integrale meerjarige gebiedsaanpak. Meer dan een derde vindt dat dit zeer goed past (36%), terwijl iets meer dan de helft dit goed vindt (55%). Slechts één gesprekspartner vindt dat de wet hier niet goed bij past omdat de woningcorporaties er ook zijn voor de doelgroep die je uitsluit. Positieve aspecten van de wet zijn onder andere de preventieve aanpak, buurtverbetering, veiligheid en criminaliteitsvermindering, focus op specifieke gebieden en integratie in breder beleid. De neveneffecten Een meerderheid van de gesprekspartners (82%) ziet de effecten van de Wbmgp beperkt tot het aangewezen gebied, maar twee vinden dat deze effecten zich ook op een hoger niveau merkbaar zijn zoals binnen heel Groenewoud. De wet heeft geleid tot meer zicht op pandgebruik, overlast en geweigerde vergunningen. Werkt de wet preventief en wat als de wet stopt Een ruime meerderheid van de gesprekspartners is het erover eens dat de Wbmgp een preventieve werking heeft ten aanzien van het weren van mensen die de leefbaarheid in de buurt belemmeren. Als de wet niet meer zou worden toegepast, verwacht de overgrote meerderheid van de gesprekspartners dat de buurt achteruit zal gaan.

Voorzetting van de Wbmgp Alle gesprekspartners zijn het erover eens dat het een aangewezen gebied moet blijven zoals het is dan wel uitgebreid moet worden tot bijvoorbeeld heel Groenewoud. De noodzaak van de Wbmgp vervalt wanneer de leefbaarheid in alle opzichten is verbeterd en een bepaald niveau van tevredenheid onder bewoners is bereikt. Enkele gesprekspartners steunen het idee van het opstellen van criteria voor het beoordelen van de voortgang en doeltreffendheid van de wet, terwijl anderen vinden dat het misschien leidt tot het missen van de menselijke maat. In bijlage 3a is het onderzoek van Dimensus als bijlage opgenomen.

20

8

Ervaringen bewoners

De ervaringen van bewoners zijn opgehaald door onderzoeksbureau Dimensus. Zij hebben in opdracht van de gemeente Tilburg 30 willekeurig geselecteerde bewoners uit het Wbmgp-gebied geïnterviewd over hun ervaringen. In dit onderzoek is het gegaan over zowel de veiligheid en leefbaarheid van de buurt als over hun ervaringen met de Wbmgp specifiek. Hieronder is een samenvatting van de bevindingen opgenomen. Rapportcijfers voor de buurt en aspecten ervan Bewoners geven hun buurt gemiddeld een 6,6 als rapportcijfer, wat een redelijk neutrale beoordeling lijkt te zijn. Interessant genoeg zijn nieuwe bewoners positiever, met een gemiddelde score van 7,3, terwijl bewoners die er al meer dan vier jaar wonen een lager cijfer geven (5,9). Hierin komen duidelijk twee verschillende bewonersgroepen naar voren. Wat betreft specifieke aspecten van de buurt, worden voorzieningen zoals winkels, scholen en parken het hoogst gewaardeerd, met een gemiddelde score van 7,6. Aan de andere kant scoort de sociale samenhang het laagst, met een gemiddelde van 6,4, waarbij bijna een kwart van de bewoners een onvoldoende geeft. Deze lagere score wijst op zorgen over de afname van sociale interactie en gemeenschapsgevoel in de buurt.

Tevredenheid en ontevredenheid Bewoners waarderen de goede sociale cohesie en het gevoel van verbondenheid, mede door de sterke gemeenschapszin en kindvriendelijkheid van de buurt. Bovendien beschrijven ze de buurt als rustig, centraal gelegen en multicultureel, wat positief wordt ontvangen, ondanks zorgen over integratie en aanpassing aan lokale normen en waarden. Daarnaast benadrukken ze de positieve effecten van recente herinrichtings- en beplantingsinitiatieven in straten, evenals de inspanningen van enkele bewoners om de buurt netjes te houden. Aan de andere kant uiten bewoners verschillende ontevredenheden, waaronder vervuiling in brandgangen door honden- en kattenontlasting, afvaldumping op straat, roekeloos parkeergedrag en een gevoel van afnemende sociale cohesie en gemeenschapsgevoel. Dat laatste schrijven ze vooral toe aan de komst van nieuwe bewoners. Ook wordt het gebrek aan activiteiten en voorzieningen voor kinderen, zoals een clubhuis, genoemd als bron van ontevredenheid. Thuisgevoel en overlast Het merendeel van de bewoners voelt zich over het algemeen thuis in de buurt, waarbij de helft aangeeft zich heel erg thuis te voelen en een kleiner deel een beetje. Echter, een op de tien bewoners voelt zich niet thuis, deels vanwege het ontbreken van contact met de buurt.

Wat betreft overlast is vuil op straat de grootste bron van ergernis, gevolgd door vervuiling en vernieling van de openbare ruimte en geluidsoverlast, onder andere door vuurwerk, harde muziek en verkeerslawaai. Buurtontwikkeling Als we kijken naar de ontwikkeling van de buurt in het afgelopen jaar, zien we dat meer bewoners positief dan negatief zijn. Degenen die een verbetering opmerken, schrijven dit vooral toe aan renovaties en verbeteringen in het onderhoud, evenals aan een goede sfeer, vriendelijke buren en een sterke gemeenschapszin. Daarentegen wijzen bewoners die een achteruitgang ervaren vooral op nieuwe bewoners die zich niet aanpassen en weinig respect tonen voor regels en normen, wat leidt tot verloedering en onenigheid in de buurt. Gebiedsaanpak Als bewoners wordt gevraagd naar hun mening over de (gebieds-)aanpak, zien we gemengde reacties. Bewoners steunen de gemeentelijke inzet, vooral wat betreft veiligheids- en sociale initiatieven, zoals screening van nieuwe bewoners en toewijzing van woningen aan werkenden. Sommige bewoners merken veel opknapwerk op, maar klagen over afval en parkeerproblemen. Er

21

zijn echter ook zorgen over mogelijke uitsluiting van bepaalde groepen en de effectiviteit van het beleid. Veiligheid Wat betreft veiligheid voelen de meeste bewoners zich veilig, vooral in hun eigen woning. Bewoners die al lang in de wijk wonen vinden de buurt altijd al veilig. Men geeft wel aan dat politie en gemeente de laatste jaren sneller reageren. In bijlage 3b is het onderzoek van Dimensus als bijlage opgenomen.

22

9

Uitvoering

9.1

Aantal huisvestingsvergunningen

Over de periode 1 december 2020 tot 1 april 2024 zijn de volgende gegevens omtrent aantallen huisvestingsvergunningen bekend: Totaal aantal aanvragen huisvestingsvergunning Aantal verleende (toegekende) huisvestingsvergunningen Aantal geweigerde (afgewezen) huisvestingsvergunningen Aantal beëindigde aanvragen huisvestingsvergunningen Aantal buiten behandeling gestelde huisvestingsvergunningen

289 249 6 16 18

Tabel 12 Overzicht huisvestingsvergunningen

Verder blijkt uit de cijfers dat dat zelden een huisvestingsvergunning wordt geweigerd. De Wbmgp heeft vooral een preventieve werking. Voor het aanvragen van een huisvestingsvergunning hebben kandidaat-huurders veelal eerst overleg met de eigenaar van de woning of de woningcorporatie om te bespreken of zij in aanmerking komen voor de betreffende huurwoning.

9.2

Verbeterpunten in de uitvoering

De werkafspraak is dat de doorlooptijd van de vergunningsaanvraag beperkt blijft tot maximaal twee weken (in plaats van de wettelijke termijn van acht weken). Helaas blijkt dit in de praktijk niet altijd haalbaar door capaciteitstekort bij de toetsers Wbmgp, waardoor de doorlooptijden in sommige gevallen op kunnen lopen tot vijf weken. Leegstand is hierdoor mogelijk. Dit is een onwenselijke situatie en blijft een aandachtspunt. In de afgelopen periode bleek dat het mogelijk was je als bewoner van het aangewezen gebied in te schrijven in de BRP zonder dat een huisvestingsvergunning aangevraagd was. Dat is niet toegestaan. Inmiddels is het proces zo ingericht dat dat niet meer kan. Daarnaast is onderzocht of er nog bewoners zijn met een BRP-inschrijvingen zonder huisvestingsvergunning. Dat bleek het geval. De BRP-inschrijvingen zonder huisvestingsvergunning van bewoners van woningen van de woningbouwcorporatie zijn nagenoeg allemaal opgelost, middels het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. De BRP-inschrijvingen zonder huisvestingsvergunning van huurders van particuliere woningen worden de komende maanden onderzocht.

23

10

Conclusie

10.1

Algemeen

De inzet van de Wbmgp maakt onderdeel uit van een veel bredere inzet op wijkversterking in Groenewoud. In die meervoudige aanpak vertegenwoordigt de Wbmgp de “bittere” aanpak, naast de eveneens belangrijke smaken Zoet, Zuur en Zout. De Wbmgp is daarbij het enige wettige middel om de instroom te reguleren. Om de andere smaken tot zijn recht te laten komen, is dit essentieel, anders blijft het ‘dweilen met de kraan open'. De aanpak van een wijk met diepgewortelde problematieken, zoals Groenewoud, vraagt een lange adem. Wat in 50 jaar aan problemen is opgebouwd, is niet na vier jaar opgelost. Er zijn allerlei strategische lange termijn plannen nodig om te zorgen dat de wijk vitaal wordt en verbetert qua leefbaarheid en veiligheid. Daar wordt door alle partijen hard aan gewerkt. Maar intussen zien we dat het in deze buurten en complexen soms nog steeds alle hens aan dek is om ervoor te zorgen dat een buurt niet door de hoeven zakt. Regulering van de instroom is daarbij een noodzakelijk instrument. Uit interviews met de betrokken professionals blijkt ook dat zij de toepassing van de Wbmgp steunen en effect ervan zien in hun dagelijks werk. De evaluatie van de maatregel is waardevol. De cijfers en kwalitatieve beoordelingen uit de interviews met professionals en bewoners geven een beeld. Tegelijkertijd heeft het zijn beperkingen.

De kwalitatieve interviews geven een wisselend beeld, dat aantoont hoe ingewikkeld het is om de Wbmgp als losstaand ingrediënt van een meervoudige aanpak op zijn merites te beoordelen. Voor wat betreft de cijfermatige evaluatie is het lastig dat de geselecteerde woningen in vier buurten slechts een klein deel uitmaken van het totaal aantal woningen. Alleen de Landbouwbuurt valt voor het grootste deel binnen het aangewezen gebied.

10.2

Resultaten interviews en data

Professionals die werkzaam zijn in de wijk adviseren om door te gaan met deze aanpak vanwege het potentieel positieve effect op de leefbaarheid op lange termijn, al is het soms lastig om specifiek de impact van de wet te onderscheiden binnen de bredere aanpak, zoals de Intensieve Leefbaarheidsaanpak en het wijkgericht werken. Ook bewoners steunen over het algemeen de gemeentelijke inzet wat betreft veiligheids- en sociale initiatieven, zoals screening van nieuwe bewoners en toewijzing van woningen aan werkenden. Voor wat betreft de kwantitatieve data zijn de resultaten uit de Landbouwbuurt het interessants, omdat deze buurt bijna geheel binnen het aangewezen gebied valt. In de subjectieve cijfers die bewoners geven over hun buurt (Lemon-enquête) zien we op alle indicatoren een verbetering ten opzichte van voorgaande jaren. Vermeld moet worden dat het minimale responspercentage van 20% niet is gehaald voor de buurt, wat de resultaten minder betrouwbaar maakt. De Landbouwbuurt is van de 5 buurten het meest kwetsbaar als het gaat over de sociaaleconomische positie van bewoners. Toch zien we vooruitgang in de cijfers; het aandeel bijstandsgerechtigden is ten opzichte van 2019 gedaald, evenals het aandeel minimahuishoudens. Dat zien we ook terug in de 4 andere buurten.

Alleen in de Visserijbuurt blijven de cijfers op buurtniveau min of meer gelijk, maar zien we wel een daling in de binnen de Wbmgp geselecteerde huishouden. De cijfers vanuit politie over geweld, overlast en criminaliteit laten een dusdanig divers beeld zien dat het lastig is er een conclusie aan te verbinden. Over de gehele linie kunnen we op basis van de interviews en data voorzichtig concluderen dat er sprake is van een verbetering.

24

10.3

Uitvoering

In de periode tussen 1 december 2020 en 1 april 2024 zijn 249 huisvestingsvergunningen verleend en zijn zes vergunningen geweigerd. Op basis van deze gegevens lijkt de Wbmgp vooral een preventieve werking te hebben. Wat betreft de uitvoering concluderen we dat de samenwerking goed verloopt. De contacten tussen de betrokken partners zijn goed, er zijn korte lijnen. De doorlooptijd van de aanvragen huisvestingsvergunning is een blijvend aandachtspunt.

25

Bijlage 1: Tussenevaluatie Wbmgp Zie document “Bijlage 1 - Tussenevaluatie Wbmgp 2023”

26

Bijlage 2: Adressen Wbmgp Per 31 augustus 2017 Ezelvense Akkers: Stoeterijstraat 1 t/m 73 en 2 t/m 36 Matterhornstraat 2 t/m 22 Sierteeltstraat 1 t/m 5 en 2 t/m 10 Per medio november 2020 Landbouwbuurt: Bosbouwstraat 1 t/m 19 Dr. Lovinkstraat 1 t/m 47 Dr. P van Hoekstraat 1 t/m 47 Jan Truijenlaan 6 t/m 60 Ooftbouwstraat 1 t/m 20 Piet van Haarenstraat 1 t/m 51 Raffeisenstraat 1 t/m 52 Vincent van den Heuvelstraat 1 t/m 48 Warmoesstraat 1 t/m 20

Groenewoud Midden: Dolomietenlaan 43b t/m 149b Visserijbuurt: Baarshof 1 t/m 36 Brasemstraat 3 t/m 45 Don Sartostraat 37 t/m 49 Forelstraat 6 t/m 22 Pater van den Elsenplein 4 t/m 65b Visserijplein 1 t/m 20 Visserijstraat 1 Vogeltjesbuurt West: Arendplein 41 en 42 Korhoenstraat 1 t/m 119 Leeuwerikstraat 1 en 2 Meesstraat 1

27

Bijlage 3: Evaluatie Wbmpg - Onderzoek Dimensus Zie document “Bijlage 3 – Onderzoek Dimensus professionals en bewoners”

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14328947/1