03 20230502 Beantwoording openstaande vragen raadsinformatiebijeenkomst 17 april 2023
Tekst van het document
Beantwoording openstaande vragen m.b.t. Informatiebijeenkomst Raadsvoorstel Startnotitie Tilburg in 2050 17 april 2023
GroenLinks
Vraag: De Omgevingswet treedt in 2024 in werking. Hoe geven we (tot die tijd en in het plan zelf) de waarden duurzaamheid, goede gezondheid en sociale basis een plek in het Omgevingsplan? Antwoord: Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en hebben we van rechtswege een omgevingsplan (het tijdelijke deel) bestaande uit onder andere de geldende bestemmingsplannen. Dat tijdelijke deel wordt de komende jaren (de Omgevingswet biedt hier de tijd voor tot 2030) getransformeerd tot een volwaardig omgevingsplan waarin alle regels die de gemeente wil stellen over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Regels die nu bijvoorbeeld in bestemmingsplannen en in gemeentelijke verordeningen zijn opgenomen en in de bruidsschat (regels van het rijk die worden overgeheveld naar de gemeenten). Er wordt een plan van aanpak gemaakt voor deze transitieperiode, de zogenaamde Roadmap Omgevingsplan Tilburg 2030. De bedoeling is dat deze Roadmap aan het einde van dit jaar bestuurlijk door de raad vastgesteld wordt. Deze Roadmap geeft (met een bepaalde mate van flexibiliteit) houvast voor het te volgen proces. Zo worden er onder andere keuzes voorgelegd over de volgorde waarin gebieden en thema’s worden opgepakt.
De raad kan bij deze vaststelling een prioritering aangeven (en indien wenselijk waarden als gezondheid, duurzaamheid en sociale basis al vroeg in het proces laten verankeren in het omgevingsplan). Parallel aan het bouwen aan dit volwaardige omgevingsplan worden er vanaf 1 januari 2024 ook wijzigingen omgevingsplan opgesteld en vastgesteld om initiatieven mogelijk te maken die niet passen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (lees de huidige bestemmingsplannen).
GroenLinks
Vraag: Op pagina 10 van de startnotitie wordt gesproken over ‘de belangrijkste projecten’. Waarom wordt hier over gesproken en hoe is die prioritering tot stand gekomen? Of anders gezegd: hoe moet dit lijstje geïnterpreteerd worden? Antwoord: Bij dit overzicht is niet beoogd een prioriteit aan te geven. Ook betreft het geen limitatieve opsomming. De projecten die hier met name benoemd zijn hebben een nauwe relatie met Tilburg in 2050, in het bijzonder de omgevingsvisie. Ofwel procesmatig, ofwel omdat het net als de omgevingsvisie ruimtelijke uitwerkingen betreffen. Procesmatig zijn het bijvoorbeeld Levendige democratie, Agenda013 en de wijkagenda’s. Hierover voeren we dialogen met de samenleving. Tussen deze projecten moet goede afstemming plaats vinden: wat wordt er waar besproken en hoe kunnen we optimaal gebruik maken van de verschillende participatiemomenten. De gebiedsuitwerkingen zijn hier benoemd, aangezien ze net als de omgevingsvisie een ruimtelijk en integraal karakter hebben. Op een gedetailleerder niveau dan de omgevingsvisie zullen ze uitspraken doen. Hier moet goede inhoudelijke afstemming plaatsvinden. De uitwerkingen moeten immers passen in de grotere integrale visie voor de gemeente.
In de bijlage “bouwstenen” is aanvullend een overzicht opgenomen van beleidsdocumenten (vastgesteld of in wording) die in elk geval ook betrokken zullen worden in het traject Tilburg in 2050.
1
Tot slot: er is slechts beoogd te illustreren dat dit proces niet los mag worden gezien van eerder vastgesteld beleid of lopende projecten waarbij het gesprek met de stad aan de orde is. Partij van de Arbeid
Vraag: Hoe borgen we ideeën en/of verbeeldingen die nog omgezet worden in beleid? Hoe kunnen die ideeën meegenomen worden? Antwoord: Uiteraard weten wij nu nog niet welke ideeën er door de inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionals worden aangereikt. Het is in ieder geval de bedoeling dat zoveel mogelijk ideeën en verbeeldingen een plek krijgen in het proces van Tilburg in 2050. In het nog op te stellen communicatie- en participatieplan zal dit nader worden uitgewerkt. Vraag: In de Startnotitie wordt een aantal keer aangegeven dat burgers mee kunnen denken. Er wordt ook aangegeven dat burgers mee kunnen bepalen. In hoeverre wordt er, ten aanzien van het meebepalen, al gedacht aan specifieke instrumenten en/of processen? Antwoord: De tekst op pagina 16/17 in de startnotitie refereert aan de tekst in het Akkoord Meer voor elkaar (p. 6). Daar staat het volgende: “Inwonersparticipatie vinden we belangrijk en we zetten de koers van het Actieplan Inwonerparticipatie dus voort. Dit gaat verder dan alleen meedoen en meedenken. Wat ons betreft gaan de inwoners ook bij bepaalde projecten meebepalen wat er moet gebeuren in de stad.” Voor de samenwerking met en in de stad worden verschillende instrumenten ingezet.
Denk aan planteams, enquêtes, bijeenkomsten (fysiek, digitaal en hybride), interviews, digitale platforms, de website(s), contact met bewonersvertegenwoordigers en dorps- en wijkraden, et cetera. Elk instrument heeft een eigen karakteristiek en volgt het doel van de participatie en de te betrekken doelgroep. Niet de keuze van het instrument, maar de vooraf bepaalde randvoorwaarden bepalen welke vorm van participatie mogelijk is (wordt ‘slechts’ gecommuniceerd? Wordt geconsulteerd? Wordt advies gevraagd? Of kan (mee)beslist worden?). Heel vaak beslissen de inwoners mee door gedurende het participatietraject hun wensen, ideeën en zorgen in te brengen. Bij de besluitvorming door de gemeente wordt daar (uiteraard binnen de kaders die wettelijke of beleidsmatig gesteld zijn) zo goed als mogelijk aan tegemoet gekomen. Met name de tweede en derde fase van Tilburg in 2050 geeft aan inwoners, bedrijven en partners in de stad de mogelijkheid om mee te ‘prakkezeren’ en te reflecteren op de voorgestelde visie. Per fase wordt bepaald wat het doel van de participatie is, welke kaders daar voor gelden, wie daar bij betrokken worden, welke instrumenten ingezet worden en hoe de opbrengst gebruikt wordt. In een beknopt participatieplan wordt dit vastgelegd.
D66
Vraag: De momenten van besluitvorming zijn in de notitie al goed aangegeven. De momenten waarop de raad gedurende het proces wordt ‘meegenomen’ zijn echter nog niet weergegeven. Wanneer dat wel het geval zou zijn, wordt duidelijk(er) 2
wanneer de raad welke rol kan pakken. Is het mogelijk om nu ook al de momenten aan te geven worden de raad periodiek wordt ‘bijgepraat’? Antwoord: Wij denken, naast de formele momenten die in de startnotitie zijn benoemd, aan een frequentie van 2 keer per jaar om de raad informeel bij te praten. In overleg met de nog te formeren raadswerkgroep kunnen deze momenten worden ingepland op basis van hun wensen en ideeën. ONS Tilburg
Vraag: Is er nog een andere manier, buiten de manieren die aangegeven zijn, om input te leveren voor mensen die niet talig onderlegd zijn? Antwoord: Deze vraag nemen wij mee en wordt onderdeel van het nog op te stellen communicatie- en participatieplan in het kader van Tilburg in 2050.
3