03 2 Bijlage 2 Nota Parkeernormen Tilburg - aangepast obv eindvoorstel
Tekst van het document
Bij transformatie of functiewijziging is het toegestaan de fietsparkeerbehoefte van bezoekers te salderen met de oude bestaande functies. Het gaat hierbij om de berekende fietsparkeerbehoefte (conform de huidige fietsparkeernormen uit bijlage 3) op het maatgevende moment (op basis van de aanwezigheidspercentages uit tabel 1). Het is niet nodig om een eventueel parkeertekort uit het verleden te compenseren.
24
Rekenvoorbeeld: Invulling parkeereis transformatie of functiewijziging In dit voorbeeld ligt de ontwikkeling in zone B. Er worden 100 woningen gebouwd en een supermarkt van 1.300 m2 bvo verdwijnt. Deze supermarkt had in het verleden nog geen onderscheid tussen bezoekersparkeren en personeelsparkeren. De parkeereis is in dit geval 440 privé fietsparkeerplaatsen er zijn 8 extra openbare fietsparkeerplaatsen nodig. Het maatgevende moment is de zaterdagavond. Parkeernorm en normatieve parkeerbehoefte Functie Appartementen goedkoop (met fietsenberging) Grondgebonden woningen
Aantal 40
Eenheid Stuks
Norm 2,0
Eenheid Woning
Aantal pp 80
60
Stuks
6,0
Woning
360
Bezoek bewoners
100
Stuks
0,3
Woning
30
Supermarkt (oud) Totaal Normatieve parkeerbehoefte fiets
1.300
m2 bvo
4,3
100 m2 bvo
55,9 525,9 526
Aanwezigheidspercentages
Woningen Supermarkt Bezoek bewoners
Werkdag ochtend 50% 30%
Werkdag middag 50% 60%
Werkdag avond 90% 40%
Koop avond 80% 40%
Werkdag nacht 100% 0%
Zaterdag middag 60% 100%
Zaterdag avond 80% 40%
Zondag middag 70% 70%
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Koop avond
Werkdag nacht
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
40
40
72
64
80
48
64
56
180
180
324
288
360
216
288
252
3
6
24
21
0
18
30
21
-16,77
-33,54
-22,36
-22,36
0
-55,9
-22,36
-39,13
Koop avond
Werkdag nacht
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
Parkeerbehoefte
Appartementen goedkoop Grondgebonden woning Bezoek bewoners Supermarkt (oud)*
Parkeereis en uitwerking in de openbare ruimte Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Appartementen 40 40 72 64 80 48 64 56 goedkoop Grondgebonden 180 180 324 288 360 216 288 252 woning Bezoek 3 6 24 21 0 18 30 21 bewoners Supermarkt -16,77 -33,54 -22,36 -22,36 0 -55,9 -22,36 -39,13 (oud)* Totaal niet openbaar 220 220 396 352 440 264 352 308 toegankelijk ** Totaal openbaar -13,77 -27,54 1,64 -1,36 0 -37,9 7,64 -18,13 toegankelijk * = bij de regeling oud voor nieuw dient indien nodig onderscheid gemaakt te worden tussen bezoekersparkeren (openbaar) en personeelsparkeren indien dit in het verleden al afgesloten was. In dit voorbeeld was geen sprake van een afgesloten personeelsstalling. Daarmee vervalt het onderscheid tussen bezoekers- en personeelsparkeren. ** = hier geldt geen dubbelgebruik, voor deze fietsparkeerplaatsen geldt het uitgangspunt dat het afgesloten privé plekken zijn en daarmee is dubbelgebruik niet mogelijk. 25
Vervolg rekenvoorbeeld: Invulling parkeereis transformatie of functiewijziging De 440 fietsparkeerplaatsen voor de woningen dienen ook bij de woningen gerealiseerd te worden. Dit gebeurt op eigen terrein. Voor de 8 openbare fietsparkeerplaatsen dient de ontwikkelaar in eerste instantie dit ook op eigen terrein te realiseren. Indien de ontwikkelaar aantoont dat het realiseren op eigen terrein niet mogelijk is kan de gemeente zoeken naar geschikte bestaande locaties voor fietsparkeren in de buurt of indien niet aanwezig kijken naar een nieuwe locatie voor fietsparkeren. De gemeente geeft aan of er wel of niet een passende oplossing in het gebied is.
26
8 Uitvoeringsregels 8.1
Acceptabele loopafstanden
Fietsparkeerplekken moeten in de buurt van de functie zijn. Dit voorkomt wildstallen. Per functie is de afstand die men bereid is te lopen van functie tot stalling verschillend. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptabele loopafstanden voor fietsparkeerplaatsen staan in tabel 4. Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de CROWpublicatie. De gemeente gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie. Daarnaast dient het stallen van fietsen dichter bij de functie gelegen te zijn dan de bijbehorende autoparkeerplaatsen. Dit geldt voor zowel fietsparkeerplekken op eigen terrein als in de openbare ruimte. Voor het parkeren voor bezoekers is de acceptabele loopafstand sterk afhankelijk van de stedelijke omgeving. In een aantal delen van de stad is het bijvoorbeeld niet toegestaan om fietsen overal in de openbare ruimte te stallen, maar alleen op specifiek aangewezen locaties of de openbare fietsenstallingen. In dat geval is de acceptabele loopafstand langer. Dit treed met name op in zone A of B. In zone C en D speelt dit minder en is het van belang om op korte afstand het fietsparkeren te faciliteren. Tabel 4: Maximaal acceptabele loopafstanden parkeervoorzieningen
Functie Wonen (alleen bewoners) Wonen (bezoekers) Supermarkt Stadscentrum / winkelgebied Scholen Horeca Zorgvoorzieningen Bioscoop / theater Sportlocaties Werknemers 8.1.1
Acceptabele loopafstanden 50 meter 50 – 200 meter 50 – 150 meter 100 – 300 meter 100 – 200 meter 100 – 200 meter 50 – 150 meter 50 – 150 meter 50 – 150 meter 100 – 200 meter
Aanvullende voorschriften fietsparkeren bij woningen
De invulling van deze fietsparkeervoorzieningen is verschillend voor grondgebonden woningen en appartementen. Bij grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat bezoekers hun fiets zonder hinder van het overige verkeer (voetgangers) nabij de woning kunnen parkeren, bijvoorbeeld in de voor- of achtertuin of tegen de voorgevel. Bij appartementen parkeren meerdere bezoekers op kleiner oppervlak, waardoor fietsparkeervoorzieningen als nietjes of rekken benodigd zijn. In bijlage 4 staan de ontwerprichtlijnen voor kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen verder toegelicht.
8.2
Ontwerprichtlijnen kwaliteitseisen fietsparkeervoorzieningen
De gemeente hanteert ontwerprichtlijnen voor de kwaliteit en goede inpassing van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein. Deze ontwerprichtlijnen zijn leidend voor het ontwerp en de inrichting van de fietsparkeervoorziening. De richtlijnen zorgen ervoor dat de fietsparkeerplaatsen ook daadwerkelijk gebruikt worden. Voor het ontwerp van fietsparkeervoorzieningen gelden de volgende basisontwerpprincipes: • • • •
de fiets staat op de best mogelijke locatie; een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen; passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen; een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening.
In de hiernavolgende paragrafen staat toegelicht hoe deze principes kunnen worden ingevuld. 27
8.2.1
De fiets staat op de best mogelijke locatie
Om actieve mobiliteit te stimuleren moet de fiets de eerste vervoerskeuze zijn die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets op de beste plek staan bij aankomst ten opzichte van andere vervoersmiddelen. In de situatie dat de fietsparkeervoorziening niet direct voor de entree geplaatst kan worden, is de voorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar voor alle gebruikers. Dit kan worden bereikt door fietsparkeervoorzieningen dichter bij de entree van de functie te plaatsen dan parkeervoorzieningen voor andere voertuigen. Het is belangrijk dat de fietsparkeervoorziening op een logische locatie ligt ten opzichte van de aanrijroute(s) voor fietsers. Dat betekent ook dat fietsers zo min mogelijk moeten omlopen om van- en naar de fietsparkeervoorziening te komen. Met name bij bezoekersfuncties draagt een goede zichtbaarheid en herkenbaarheid van de voorziening bij aan het gebruik. Ook kan met duidelijke bewegwijzering op de loop- en fietsroutes van- en naar de voorziening het gebruik worden gestimuleerd. 8.2.2
Een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen
Fietsparkeervoorzieningen zijn voor alle mogelijke gebruikers zeer eenvoudig en veilig toegankelijk. Fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers en voor bakfietsen of aangepaste fietsen (voor mindervaliden) zijn altijd op maaiveldniveau. Ook voor vaste gebruikers zijn fietsparkeervoorzieningen in principe op maaiveldniveau, zeker als de specifieke doelgroep anders geen of weinig gebruik zal maken van de voorziening (bijvoorbeeld ouderen). Waar het overbruggen van een hoogteverschil met een fiets onvermijdelijk is, is het belangrijk dat dit zo comfortabel mogelijk wordt ingericht. In de praktijk is het overbruggen van een hoogteverschil altijd oncomfortabel met de fiets. Daarom is het belangrijk dat een eventuele hellingbaan of fietstrap voldoende breed is en niet te steil. Bij een fietstrap zijn fietsgoten met de juiste afmetingen aanwezig, eventueel voorzien van elektrische ondersteuning om het gebruik van de fietstrap te vereenvoudigen. Leidraad fietsparkeren van CROW bevat uitgebreide informatie over maatvoering en ontwerprichtlijnen voor fietsparkeervoorzieningen. Een ander aandachtspunt voor ontwerp is het aantal deuren, de draairichting en het type deur dat wordt toegepast bij afgesloten fietsparkeervoorzieningen. Deuren zorgen namelijk voor een drempel en vertragen het stallingsproces.
Deze vertraging kan worden verminderd door zo min mogelijk deuren toe te passen, deuren met de juiste draairichting te plaatsen of gebruik te maken van een automatische toegangsdeur. Deuren zijn met name een aandachtspunt onder- en bovenaan een fietstrap of hellingbaan. Verder is het voor een veilige toegang van belang dat bij alle fietsparkeervoorzieningen een veilige plek is om op- en af te kunnen stappen. 8.2.3
Passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen
De fietsparkeervoorziening is passend bij de doelgroepen die gebruik maken van de fietsparkeervoorziening en het type fiets dat deze doelgroep gebruikt. Dat betekent in de eerste plaats dat de fietsparkeervoorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau gesteld door Fietsparkeur. Ook is het type fietsparkeervoorziening afgestemd op de doelgroep en worden indien nodig meerdere soorten voorzieningen toegepast. Zodat bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met voldoende, passende voorzieningen voor buitenmodelfietsen. Bij het ontwerpen van de fietsparkeervoorzieningen op de doelgroepen is het belangrijk om twee vragen te stellen: wie gaat hier mogelijk stallen en is het realistisch dat zij met genoegen gebruik gaan maken van deze fietsparkeervoorziening. Voor ouderen, kinderen en gebruikers van zware fietsen is een etagerek bijvoorbeeld geen optie. En bij gezinnen, scholen of winkels is de kans groot dat er plek nodig is voor fietsen met krat voorop of een bakfiets. Daar moeten passende voorzieningen voor worden gerealiseerd. Indien bij gezamenlijke fietsparkeervoorzieningen voor bewoners etagerekken worden toegepast, is het wenselijk om de plekken te nummeren en te koppelen aan een woning. Zo worden de gunstige plekken onderin eerlijk verdeeld. Hierbij is per woning tenminste één van de plekken onderin beschikbaar.
Naast de etagerekken dient er ook ruimte te zijn voor fietsen met andere maten. In sommige situaties zijn aanvullende voorzieningen nodig om fietsgebruik goed te faciliteren, zoals stroompunten of kluisjes voor het opladen van accu’s van elektrische fietsen (en scooters) in een gemeenschappelijke fietsparkeervoorziening. Bij zakelijke functies neemt de aanwezigheid van
28
omkleedmogelijkheid en/of douches een drempel weg voor werknemers om met de fiets van en naar werk te gaan. Een ander belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de fietsparkeervoorziening is de verwachte parkeerduur van de doelgroep. Met name voor kortparkeerders (< 60 minuten) mag de actie van de fiets in het rek plaatsen hooguit enkele seconden in beslag nemen, voordat zij het hinderlijk vinden. Voor veel bezoekers is bovenin een etagerek parkeren dus geen (aantrekkelijke) optie. Op de website van Stichting Fietsparkeur (https://www.fietsparkeur.nl/) staat de laatste versie van het normstellende document met geschikte systemen. Deze website bevat een keuzewijzer (https://www.fietsparkeur.nl/keuzewijzer) waarmee de juiste fietsparkeervoorziening geselecteerd kan worden voor een specifieke situatie en doelgroep. 8.2.4
Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening.
De inrichting en locatie van fietsparkeervoorzieningen is zodanig dat de sociale veiligheid van stallers is gewaarborgd. De sociale veiligheid kan worden bevorderd door te zorgen voor een goed overzichtelijke, verlichte, schone en onderhouden fietsparkeervoorziening. Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening komt niet alleen voort uit een kwalitatief hoogstaand ontwerp. Even belangrijk zijn adequate afspraken over schoonmaak, beheer en onderhoud. Kapotte verlichting dient snel te worden vervangen en een defecte automatische toegangsdeur moet zo snel mogelijk worden gerepareerd. Of een fietsparkeervoorziening aantrekkelijk en sociaal veilig wordt gevonden, hangt ook af van de locatie en de doelgroep. Voor bezoekers die lang op een plek stallen heeft een afgesloten, of ten minste een overdekte voorziening vaak de voorkeur. Ook is het van belang dat de route in de stalling logisch en prettig is, bijvoorbeeld door doodlopende paden en verborgen hoeken te voorkomen. Evengoed speelt de route van en naar de fietsparkeervoorziening een rol bij hoe gebruikers de voorziening ervaren. Daarom is ook de directe omgeving van de fietsparkeervoorziening bij voorkeur goed verlicht, overzichtelijk en schoon.
Indien de fietsparkeervoorziening enige vorm van toezicht of bewaking geniet, kan het bevorderlijk werken voor het veiligheidsgevoel om dit buiten de fietsparkeervoorziening zichtbaar en duidelijk aan te gegeven. Voorbeelden invulling ontwerpprincipes kwaliteit Per ontwerpprincipe zijn enkele voorbeelden opgenomen voor een invulling van de ontwerprichtlijnen voor kwaliteit. Deze dienen ter inspiratie en verduidelijking van de richtlijnen. Daarbij geldt dat fietsparkeervoorzieningen altijd afgestemd moeten worden op de situatie en doelgroep: een voorbeeld van een oplossing is dus niet altijd een goede oplossing voor een andere situatie. De voorbeelden zijn opgenomen in bijlage 4.
8.3
Afmeting scooterparkeerplaatsen
Voor scooterparkeren gelden geen ontwerprichtlijnen zoals bij fietsparkeren. Wel is het belangrijk dat de plekken ook daadwerkelijk door scootergebruikers gebruikt kunnen worden. Bij de beoordeling of een te realiseren scooterparkeerplaats voldoet aan de gestelde normen, gelden de minimale afmetingen van 1,25m bij 2,50m per scooterparkeerplaats.
29
Bijlagen
30
Bijlage 1: Zone-indeling parkeernormen
31
Bijlage 2: Parkeernormen auto Wonen De normen in deze tabel bepalen het aantal parkeerplaatsen dat per woning gerealiseerd moet worden voor bewoners. Het aantal parkeerplaatsen voor bezoek aan bewoners (parkeernorm bezoek woningen) moet hierbij worden opgeteld. Hoofdgroep Wonen
Zone A
Zone B
Zone C
Zone D
Eenheid
Koopwoning duur1 Huurwoning duur2 Koopwoning middelduur1 Huurwoning middelduur2 Koopwoning goedkoop1 Sociale woningbouw (appartementen sociale huur)2 Sociale woningbouw (grondgebonden woningen sociale huur)2 Serviceflat/aanleunwoning
0,9 0,8 0,8 0,7 0,5 0,4
1,0 0,9 0,9 0,8 0,6 0,4
1,3 1,2 1,0 1,1 0,7 0,6
1,4 1,3 1,3 1,2 0,8 0,6
per woning per woning per woning per woning per woning per woning
0,6
0,6
0,7
0,8
per woning
0,1
0,3
0,6
0,7
per woning
Opmerkingen
Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen
Wooneenheid <50 m² bvo zelfstandig 0,2 0,2 0,4 0,4 per wonen wooneenheid Wooneenheid <50 m² bvo voor niet 0,0 0,0 0,0 0,0 per bijvoorbeeld studentenwoningen zelfstandig wonen wooneenheid Beschermde woonvorm/ verpleeg- en 0,3 0,3 0,3 0,3 per verzorgingstehuis wooneenheid Parkeernorm bezoek woningen 0,1 0,15 0,2 0,3 per woning 1) Onderscheid in prijs van koopwoningen volgt uit de jaarlijkse prijsgrenzen van de provincie Noord Brabant 2) Onderscheid in prijs van huurwoningen volgt uit de verordening middenhuur van de gemeente Tilburg
Werken Hoofdgroep Werken
Zone A 0,9
Zone B 1,1
Zone C 2,0
Zone D 3,3
0,6
0,9
1,4
2,3
1,0
1,3
1,9
2,1
Bedrijf arbeidsextensief
0,3
0,5
0,7
0,8
Bedrijfsverzamelgebouw
0,6
0,9
1,3
1,7
Commerciële dienstverlening met baliefunctie Commerciële dienstverlening zonder baliefunctie (kantoren) Bedrijf arbeidsintensief
Eenheid per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
Aandeel bezoek 20%
Opmerkingen
5% 5% 5% 5%
bijvoorbeeld industrie, laboratorium, werkplaats bijvoorbeeld loods, opslag, transportbedrijf gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieve en intensieve bedrijven
32
Winkelen en boodschappen Hoofdgroep Winkelen en boodschappen Winkels binnenstad Tilburg (zone A) Winkels wijkcentrum
Zone A 2,7 nvt
Zone B nvt 2,9
Zone C nvt 4,1
Zone D nvt nvt
Eenheid per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
Aandeel bezoek 95% 80%
Winkels buurtcentrum (incl. linten en solitaire winkels) Supermarkt Supermarkt XL
nvt
1,8
2,7
nvt
per 100 m2 bvo
70%
1,5 4,1
2,2 4,8
3,9 6,7
nvt nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
90% 85%
Bouwmarkt
nvt
1,2
2,0
2,2
per 100 m2 bvo
90%
Tuincentrum Meubelboulevard, woonboulevard, woonwinkels
nvt nvt
1,8 1,2
2,3 2,0
2,6 nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
90% 95%
Hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning Sporthal/sportzaal (binnen) zonder wedstrijdfunctie
Zone A 1,2
Zone B 1,8
Zone C 2,4
Zone D 3,2
Eenheid per 100 m2 bvo
Aandeel bezoek 95%
Sporthal (binnen) met wedstrijdfunctie
+ 0,1
+ 0,1
+ 0,2
+ 0,2
per zitplaats
100%
Sportvelden
nvt
13,0
13,0
13,0
per hectare netto terrein
95%
Sportschool/dansstudio Museum Bibliotheek Bioscoop Theater Casino Welnesscentrum/sauna Tennishal/tennisbanen Zwembad (overdekt en openlucht)
0,7 0,3 0,2 1,6 5,2 4,8 1,6 0,2 nvt
2,3 0,5 0,5 5,5 5,7 5,2 3,3 0,3 8,4
4,2 0,9 0,8 8,1 8,3 6,0 8,8 0,4 10,5
6,0 1,0 1,1 12,7 10,5 7,5 9,8 0,4 13,6
90% 95% 95% 95% 90% 85% 95% 90% 95%
IJsbaan Indoor speeltuin Volkstuin
nvt 1,0 nvt
1,8 1,8 0,9
2,1 2,8 1,2
2,5 3,6 1,3
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bassin per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 10 tuinen
Zone A 4,0 6,0 1,5 0,3
Zone B 4,0 8,0 2,6 0,7
Zone C 5,0 12,0 4,2 2,2
Zone D 5,0 12,0 6,3 4,4
Opmerkingen
Vb. Heijhoef, Blaak, Westermarkt, Wagnerplein. Vb. Bredaseweg, Korvelseweg, Berkel-Enschot verkoopvloeroppervlak > 2.500 m2 verkoopruimte buiten dient te worden meegerekend.
Sport, cultuur en ontspanning Opmerkingen sporthal voor (uitsluitend) een schoolfunctie heeft geen extra parkeervraag totale parkeervraag is dan de parkeervraag sporthal + de component voor het aantal zitplaatsen betreft een globale indicatie van de parkeerbehoefte
95% 95% 100%
Horeca Hoofdgroep Horeca Cafe, bar, cafetaria Restaurant Hotel Hostel
Eenheid per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 10 kamers per 10 kamers
Aandeel bezoek 90% 80% 80% 80%
Opmerkingen
gebaseerd op 3* hotel
33
Gezondheidszorg Hoofdgroep Gezondheidszorg Huisarts (praktijk)
Zone A 1,4
Zone B 1,7
Zone C 2,7
Zone D 3,0
Eenheid
Apotheek Fysiotherapiepraktijk/consultatiebureau
1,8 0,8
2,3 1,0
2,9 1,5
3,0 1,7
Tandartsenpraktijk/Gezondheidscentrum
1,1
1,3
1,9
2,2
Ziekenhuis Crematorium/begraafplaats
1,1 nvt
1,2 nvt
1,6 26,0
1,9 26,0
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
Zone B 0,9
Zone C 1,1
Zone D 1,4
Eenheid
Kinderdagverblijf (Creche)
Zone A 0,7
per 100 m2 bvo
Aandeel bezoek 0%
Basisonderwijs
0,5
0,5
0,5
0,5
per leslokaal
0%
Middelbare school
2,0
2,6
3,3
3,9
10%
Middelbaar Beroepsonderwijs (ROC)
2,8
3,3
4,2
4,9
Hogeschool
5,5
6,1
7,5
8,9
Universiteit
8,6
10,2
12,7
14,8
Avondonderwijs
2,7
3,5
5,0
9,5
per 100 leerlingen per 100 leerlingen per 100 studenten per 100 studenten per 10 studenten
per behandelkamer per apotheek per behandelkamer per behandelkamer per 100 m2 bvo per gelijktijdige plechtigheid per bezoekersplaats
Aandeel bezoek 60%
Opmerkingen
45% 60% 50% 30% 95% 95%
Onderwijs Hoofdgroep Onderwijs
Opmerkingen exclusief parkeren bezoekers (Kiss&Ride*) exclusief parkeren bezoekers (Kiss&Ride*)
10% 70% 50% 95%
* Behoefte Kiss&Ride wordt aangevuld met berekening halen en brengen volgens rekenmethode gemeente Tilburg
34
Bijlage 3: Parkeernormen fiets Wonen Hoofdgroep Wonen
Zone B 6,0
Zone C 5,0
Zone D 5,0
Eenheid
Grondgebonden woning
Zone A 6,0
Appartement goedkoop1
2,0
2,0
2,0
2,0
per woning
3,0
3,0
3,0
3,0
per woning
1,0
1,0
0,5
0,5
per appartement
Studentenhuis
1
1
1
1
per kamer
Bezoekersparkeren2
0,3
0,3
0,2
0,2
per woning
(met fietsenberging) Appartement middelduur of duur1 (met fietsenberging) Appartement (zonder fietsenberging)
Opmerkingen
per woning
heeft niet de voorkeur (gaat om situaties t.b.v. buurtstallingen en/of fietstrommels.)
1) Onderscheid in prijs van koopwoningen volgt uit de jaarlijkse prijsgrenzen van de provincie Noord Brabant. En onderscheid in prijs van huurwoningen volgt uit de verordening middenhuur van de gemeente Tilburg 2) Bij bezoekersparkeren bij appartement is het uitgangspunt dat bewoners eerst de eigen fiets-parkeerplekken tegenkomen voordat ze de bezoekersparkeerplekken tegenkomen en dat de bewonersstalling weinig barrières telt (zie ook bijlage 4). Dit in verband met het ongewenst stallen van bewonersfietsen bij bezoekersparkeerplekken.
Werken Hoofdgroep Werken Kantoor (personeel)
Bezoekersparkeren bij kantoor met balie Kantoor bij NS-station
Zone A 3,0
Zone B 3,0
Zone C 2,0
Zone D 2,0
Eenheid
Opmerkingen
per 100 m2 bvo
8,0
8,0
6,0
6,0
per balie
hoe meer gespecialiseerde functies, hoe lager het fietsgebruik. Ook de cultuur en mobiliteitsbeleid van de werkgever heeft invloed. Maatwerk is hierbij van toepassing. minimaal 6
1,5
1,5
1,1
n.v.t.
Winkelen en boodschappen
Winkelcentrum
Zone A 4,0
Zone B 4,0
Zone C 2,5
Zone D 2,5
Supermarkt
4,3
4,3
2,7
2,7
Bouwmarkt
0,4
0,4
0,25
0,25
Tuincentrum
0,4
0,4
0,25
0,25
Meubelboulevard / woonboulevard
0,6
0,6
0,4
0,4
Eenheid per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
Aandeel bezoek 90%
Opmerkingen
90% 90%
verkoopruimte buiten dient te worden meegerekend.
90% 90%
35
Sport, cultuur en ontspanning
Sporthal Sportvelden
Zone A 3,9 85,0
Zone B 3,9 85,0
Zone C 2,5 50,0
Zone D 2,5 50,0
Eenheid
Aandeel bezoek 95% 95%
Sportzaal Fitness Museum Bibliotheek Bioscoop Theater
6,2 8,5 1,4 5,0 12,0 38,0
6,2 5,8 1,4 5,0 7,0 33,0
4,0 2,0 0,9 3,0 2,2 18,0
4,0 2,0 0,9 3,0 2,2 18,0
Zwembad (overdekt) Zwembad (openlucht) Stedelijk evenement
32,0
32,0
20,0
20,0
per 100 m2 bvo per hectare netto terrein per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 zitplaatsen per 100 m2 bassin
43,0
43,0
28,0
28,0
per 100 m2 bassin
95%
50,0
50,0
32,0
32,0
per 100 bezoekers
n.v.t.
Opmerkingen
95% 95% 95% 95% 95% 90% 95%
Horeca Zone A 10,0
Zone B 10,0
Zone C 7,0
Zone D 7,0
Friettent, lunchroom, koffie/theehuis, ijssalon etc. Restaurant (eenvoudig)
10,0
10,0
5,0
5,0
10,0
10,0
7,0
7,0
Restaurant (luxe)
4,0
4,0
2,0
2,0
Fastfoodrestaurant
45,0
45,0
10,0
10,0
Eenheid
Café of bar
Eenheid per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per locatie
Aandeel bezoek 90%
Opmerkingen
90% 80%
terras meetellen
80% 90%
Indien de locatie een regionale functie heeft en daarmee ook meer bezoekers aantrekt is maatwerk noodzakelijk.
Gezondheidszorg en sociale voorzieningen
Apotheek (bezoekers) Apotheek (medewerkers) Gezondheidscentrum
Zone A 10,0 7,0 2,7
Zone B 10,0 7,0 2,7
Zone C 7,0 4,0 2,0
Zone D 7,0 4,0 2,0
Ziekenhuis (bezoekers) Ziekenhuis (medewerkers) Crematorium/begraafplaats
0,6 0,8 8,0
0,6 0,8 8,0
0,4 0,6 5,0
0,4 0,6 5,0
Religiegebouw
62,0
62,0
30,0
30,0
per locatie per locatie per behandelkamer per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per (gedeeltelijk) gelijktijdige plechtigheid per 100 zitplaatsen
Aandeel bezoek n.v.t n.v.t 50%
Opmerkingen
n.v.t n.v.t 95%
95%
36
Onderwijs Zone A 1,0
Zone B 1,0
Zone C 0,8
Zone D 0,8
Eenheid
Aandeel bezoek 20%
Opmerkingen
0,5
0,5
0,4
0,4
per leerling
n.v.t.
0,5
per leerling
n.v.t.
0,6
0,6
per leerling
n.v.t.
Bij een groter verzorgingsgebied meer fietsen en ook auto's Bij een groter verzorgingsgebied meer fietsen en ook auto's Bij een groter verzorgingsgebied meer fietsen en ook auto's
Basisonderwijs (250 – 500 leerlingen)
0,6
0,6
0,5
Basisonderwijs (>500 leerlingen)
0,7
0,7
Basisschool (medewerkers)
0,3
0,3
0,2
0,2
n.v.t.
1,0 0,3
1,0 0,3
1,0 0,2
1,0 0,2
0,8
0,8
0,7
0,7
per medewerke r per leerling per medewerke r per leerling
Middelbare school (leerlingen) Middelbare school (medewerkers) Middelbaar Beroepsonderwijs (leerlingen) Middelbaar Beroepsonderwijs (medewerkers)
0,3
0,3
0,2
0,2
per medewerk er
n.v.t.
Busstation
Zone A 61,0
Zone B 61,0
Zone C 42,0
Zone D 42,0
Bushalte
4,0
4,0
10,0
10,0
Kinderdagverblijf/crèche/peut erspeelzaal/ buitenschoolse opvang Basisonderwijs (<250 leerlingen)
per 100 m2 bvo
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Openbaar vervoer Eenheid per halterende buslijn
Aandeel bezoek n.v.t
Opmerkingen
n.v.t.
Vanaf 50 instapers per halte en afhankelijk van het verzorgingsgebied van de halte en frequentie van de buslijn.
37
Bijlage 4: Voorbeelden invulling kwaliteitsrichtlijnen In deze bijlage staan voorbeelden van een invulling van de ontwerprichtlijnen voor de kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein. Deze voorbeelden zijn gecategoriseerd op de locatie/vindbaarheid, toegankelijkheid, geschiktheid en sociale veiligheid. Locatie en vindbaarheid De fietsparkeervoorziening is eenvoudig vindbaar en goed zichtbaar.
Figuur 1 voorbeeld van een herkenbare overkapte fietsparkeervoorziening
Voor een goede vindbaarheid is vaak niet meer nodig dan een herkenbare fietsparkeervoorziening op een logische plek, zoals in het bovenstaande voorbeeld. Extra symbolen en bewegwijzering zijn pas nodig als de voorziening niet direct als een fietsparkeervoorziening herkend zal worden, of als de locatie onlogisch is.
Figuur 2 voorbeelden van fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers op eigen terrein
Waar ruimte schaars is, moet gezocht worden naar een oplossing om voor alle gebruikers een fietsparkeervoorziening op de juiste plek te vinden. Met name voor bezoekers kan dit uitdagend zijn, aangezien deze doelgroep het liefst op het maaiveld en zo dicht mogelijk bij de bestemming parkeert. Een van de oplossingen is om de gevel terug te zetten en deze ruimte gebruiken voor een openbaar toegankelijke fietsparkeervoorziening, zoals is gedaan in de bovenstaande voorbeelden.
38
Figuur 3 bewoners gebruiken fietsparkeervoorzieningen bij woningen voor bezoekers
De meest dichtstbijzijnde fietsparkeervoorziening op het maaiveld heeft vaak de eerste keus. Soms wordt daardoor een afgesloten voorziening voor vaste gebruikers niet of minder gebruikt, zoals in het bovenstaande voorbeeld waarin bewoners gebruik maken van fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers. Ook bij wijkwinkelcentra komt het voor dat werknemers een laagdrempelige maaiveldvoorziening verkiezen boven een afgesloten fietsparkeervoorziening die verder weg ligt. Let daarom bij het inrichten van de ruimte op voor wie de voorziening in de praktijk het meest aantrekkelijk is.
Toegankelijkheid De fietsparkeervoorziening is eenvoudig toegankelijk voor de beoogde doelgroep.
Figuur 4 een automatische toegangsdeur te openen via kaartlezer (links) en automatische speedgates (rechts), uit: Fietsberaadpublicatie 36: Fietsparkeren bij grootschalige wooncomplexen’
Een automatische toegangsdeur kan de fietsparkeer-ervaring vereenvoudigen en versnellen. Aandachtspunten daarbij zijn de locatie van de schakelaar of sensor en de vertraging waarmee de deur reageert. Ook is het gewenst dat een dergelijk systeem niet storingsgevoelig is en afspraken zijn gemaakt over het beheer van het systeem, zodat de voorziening ten alle tijden afgesloten kan blijven.
39
Figuur 5 (links) een fietsgoot met (elektrische) ondersteuning (rechts) een voorziening op maaiveld voor bezoekers bij een ziekenhuis
Fietsers parkeren het liefst zo dicht mogelijk bij hun bestemming. Een fietsparkeervoorziening voor bezoekers recht voor de deur, zoals in het bovenstaande voorbeeld bij een ziekenhuis, is dus prettig. Ook is er in dit voorbeeld op gelet dat gebruikers met een bakfiets liever geen hoogteverschil of drempel tegenkomen op weg naar hun fietsparkeerplek. Indien het onvermijdelijk is dat een hoogteverschil overbrugd moet worden om bij de fietsparkeervoorziening te komen, is het prettig als dit zo comfortabel mogelijk kan. Een hulpmiddel is een trapgoot die een fiets op de weg naar beneden afremt en op de weg naar boven ondersteunt, zoals in het bovenstaande voorbeeld.
Passende, kwalitatieve fietsparkeervoorziening De stalling en stallingsvoorzieningen zijn passend bij de doelgroepen en het type fiets dat deze doelgroep gebruikt.
Figuur 6 Coffee and bikes campus van de TU Delft, foto’s: Riccardo de Vecchi
In het bovenstaande voorbeeld is een centrale openbare fietsparkeervoorziening bewust gecombineerd met enkele voorzieningen, zoals een koffiebar en een fietsservicepunt. Een goed geplaatste fietsparkeervoorziening nabij functies waar mensen graag met de fiets komen, heeft een aantrekkende werking. Etagerekken en een hoogteverschil is voor de doelgroep studenten geen groot obstakel.
40
Figuur 7 een individuele (fietsen)berging (links) en een gemeenschappelijke fietsenberging bij een appartementengebouw (rechts, Helix in Arnhem)
Een gemeenschappelijke berging is bij appartementen vaak eenvoudiger te bereiken, overzichtelijker, gebruiksvriendelijker en meer ruimte-efficiënt dan een individuele fietsenberging. Zeker voor een studentencomplex, zoals in de rechter figuur hierboven, biedt een gemeenschappelijke fietsenberging voldoende kwaliteit. Een gemeenschappelijke fietsenberging kan ook worden gecombineerd met een gemeenschappelijke reparatieruimte, waar bewoners hun fiets kunnen repareren of kunnen klussen.
Figuur 8 een individuele (fietsen)berging (links) en een gemeenschappelijke fietsenberging bij een appartementengebouw (rechts, Helix in Arnhem)
Voor sommige doelgroepen is het voldoende om een duidelijke locatie voor het parkeren van de fiets te bieden, zonder dat daadwerkelijk rekken benodigd zijn. Een overkapping is bij fietsparkeervoorzieningen in de buitenlucht wel wenselijk.
41
Figuur 9 een hangsysteem voor fietsen in een gezamenlijke fietsparkeervoorziening
Het type gebruiker beïnvloedt voor een groot deel wat voor fietsparkeervoorzieningen passend zijn. Een hangsysteem, zoals in het voorbeeld linksboven, vergt over het algemeen wat meer moeite dan een regulier rek. Bij vaste gebruikers kan dat een passende oplossing zijn, ook al zie je dat (ook in het voorbeeld) over het algemeen niet iedereen gebruik wilt maken van dit type voorziening. Sociale veiligheid De inrichting en locatie van fietsparkeervoorzieningen is zodanig dat de sociale veiligheid van stallers is gewaarborgd.
Figuur 10 verschillende verlichting en kleurgebruik in fietsparkeervoorzieningen. uit: Inspiratieboek fietsparkeren: Een frisse kijk op fietsparkeren in de binnenstad van Utrecht
42
In de bovenstaande figuren is te zien wat het effect is van goede verlichting en kleur- en materiaalgebruik op de uitstaling van de fietsparkeervoorziening.
Figuur 11 verschillende verlichting en kleurgebruik in fietsparkeervoorzieningen. uit: Inspiratieboek fietsparkeren: Een frisse kijk op fietsparkeren in de binnenstad van Utrecht
Het zichtbaar maken van toezicht of bewaking bij een fietsparkeervoorziening schrikt niet alleen potentiële fietsendieven af, maar beïnvloedt ook het veiligheidsgevoel van gebruikers en de manier waarop zij de fietsparkeervoorziening in gebruik nemen. Ook bij niet-bewaakte voorzieningen staan soms bordjes met het doel de lezer bewust te maken van het feit dat goed omgegaan dient te worden met de voorziening en de aanwezige fietsen.
43
Bijlage 5: Richtlijn laadpunten bij nieuwbouw Deze richtlijn heeft als doel om in de pas te blijven met de opgave die voor ons ligt, namelijk het realiseren van afdoende laadvoorzieningen in de stad om elektrisch vervoer mogelijk te maken en houden. We onderscheiden twee stappen om dat te bereiken; realisatie vanaf heden en het eindbeeld in 2030 voor nieuw- en verbouw van parkeervoorzieningen. De richtlijn is daarmee in lijn met de sterke groei die wordt voorzien, zonder direct bij de aanleg een overmatige hoeveelheid voorzieningen te realiseren. Tabel 5: Percentage laadpunten per parkeervoorziening
Doelgroep Bewoners wisselplek Bewoners vaste plek Forenzen wisselplek Forenzen vaste plek Bezoekers
Percentage laadpunten Vanaf heden 10 % 30 % 15 % 30 % 5%
Percentage laadpunten Vanaf 2030 20 % 100 % 35 % 100 % 15 %
Ontwikkelaar van de parkeervoorziening houdt rekening met de toekomstige laadbehoefte in 2030 door middel van het aanleggen van extra mantelbuizen in lijn met de regeling van het Bouwbesluit. Het is daardoor nog niet verplicht om direct de hoeveelheid laadvoorziening vanaf 2030 te realiseren, maar het is een voorbereiding om op een later tijdstip met slechts een beperkte inspanning deze extra laadinfra te kunnen realiseren. Naast de richtlijn blijft het Bouwbesluit van kracht voor nieuwbouw van parkeervoorzieningen. Ontwikkelaar dient rekening te houden met de strengste norm die van toepassing is bij aanvraag van de omgevingsvergunning en bij realisatie.
44