CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 1a - Overzicht ontwikkelingen, opgave en huidige situatie

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte2.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1

OVERZICHT ONTWIKKELINGEN, OPGAVE, ALTERNATIEVEN EN HUIDIGE SITUATIE 1. (Boven)regionale ontwikkelingen De warmtetransitie in Tilburg staat niet op zichzelf. Ontwikkelingen op Europees, nationaal en (boven)regionaal niveau hebben invloed op de lokale kansen en mogelijkheden. Denk aan de Europese Green Deal die in ontwikkeling is of de kabinetsformatie. Hieronder zijn een aantal relevante ontwikkelingen beschreven. Regionale Energie- en Klimaat Strategie en Regionale Structuur Warmte Tilburg heeft samen met 8 andere gemeenten in de regio Hart van Brabant een Regionale Energie- en Klimaat Strategie (REKS) opgesteld. De REKS beschrijft de mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van groene elektriciteit met wind- en zonne-energie. Deze groene elektriciteit is o.a. nodig voor het verwarmen van gebouwen met een elektrische warmtepomp en voor normaal regulier gebruik. Daarnaast is in het REKS-traject gekeken naar vraag en aanbod van duurzame warmtebronnen in de regio en naar mogelijk (boven)regionale warmte-infrastructuur. Dat noemen we de Regionale Structuur Warmte (RSW). Voor duurzame warmte kijken we over de gemeentegrenzen heen. Zo gebruiken we in onze bestaande stadsverwarming al restwarmte uit de Amercentrale in Geertruidenberg. Het is voorstelbaar dat we in de toekomst ook met andere gemeenten gaan samenwerken aan warmtenetten en duurzame bronnen.

Uit de RSW volgt namelijk (1) er voldoende duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn, mits de biomassa uit de Amercentrale wordt meegeteld en (2) dat een bovenregionaal warmtenet een kosteneffectieve manier is om de warmtetransitie te organiseren. Deze kennis over regionale warmtebronnen en mogelijke infrastructuur hebben we gebruikt bij het opstellen van de transitievisie warmte. Deze transitievisie warmte is zelf ook weer input voor een volgende versie van de RSW. Zo dragen de transitievisie warmte en de RSW samen bij aan de warmtetransitie. Transitieplan warmtenet Midden- en West-Brabant Veel woningen en bedrijven in Midden- en West-Brabant, waaronder in Tilburg, worden nu nog verwarmd door de stadsverwarming, een regionaal warmtenet. Dit net wordt gevoed met warmte die vrijkomt bij elektriciteitsproductie in de Amercentrale. Die warmte moet in de toekomst worden ingeruild voor hernieuwbare warmtebronnen. De Amercentrale draait deels op biomassa, echter wordt de duurzaamheid daarvan betwist. Dit wordt onderstreept door de aangenomen motie van de gemeenteraad in 2019 over de afbouw van het gebruik van biomassa. Bovendien eindigt de subsidie op biomassa in 2028 voor de eigenaar van de Amercentrale. Andere oplossingen zijn dus nodig, maar verandering kost tijd.

Daarom wordt vanuit een brede samenwerking met partijen uit de gehele regionale warmteketen gewerkt aan een transitieplan: een levend document dat meer inzicht geeft in de mogelijkheden. Zo worden nieuwe warmtebronnen ontwikkeld en het bestaande warmtenet stap voor stap omgebouwd en gemoderniseerd. Ook voor dit plan geldt dat het input levert voor de transitievisie warmte en andersom. Wet collectieve warmtevoorziening De verwachting is dat warmtenetten op vele plaatsen in Nederland een belangrijke rol gaan spelen in de warmtetransitie. Daarom wordt op rijksniveau gewerkt aan een nieuw beleidskader: de Wet Collectieve Warmtevoorziening. De nieuwe wet heeft als doel om het draagvlak voor het product warmte, het vertrouwen in de markt en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte, te vergroten. Ook moeten in de nieuwe wet meer bevoegdheden voor gemeenten worden opgenomen om haar regierol te kunnen uitvoeren. Een consultatieronde op het wetsvoorstel heeft plaatsgevonden. Het is nog onbekend hoe het nieuwe kabinet gaat beslissen over de uiteindelijke verhouding tussen publieke waarden en private belangen en wanneer het wetsvoorstel in behandeling wordt genomen. Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet medio 2022 in werking. Deze wet bundelt de wetten voor de leefomgeving.

Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De overheid moet deze verschillende belangen voortaan integraal afwegen. In onze omgevingsvisie staat de ruimtelijke impact van de energietransitie. Deze transitievisie warmte wordt ook verankerd in het instrumentarium van de nieuwe Omgevingswet. Het is nog onbekend hoe we dat exact gaan doen. Met het inzicht van nu ligt het voor de hand om de Transitievisie Warmte te vatten in een programma (op hoofdlijnen) als thematische uitwerking van de omgevingsvisie. De toekomstige warmte-uitvoeringsplannen worden dan gevat als programma (op detailniveau) en krijgen bij concrete uitvoering een planologisch-juridische verankering in het omgevingsplan. 1

Standaard voor woningisolatie Om gebouweigenaren te ondersteunen is door het Rijk een Standaard voor woningisolatie ontwikkeld. Hiermee krijgen gebouweigenaren een referentie voor wat als goede en toekomstvaste woningisolatie kan worden beschouwd. Voor woningen met een bouwjaar van 1945 en eerder geldt een minder vergaande standaard, gericht op het aansluiten met een temperatuur in de woning van 70 °C. Voor woningen gebouwd na 1945 is de standaard gericht op een aansluittemperatuur van 50 °C. De standaard is medio 2021 vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Een nieuw kabinet zal besluiten of en wanneer de standaard een verplichting wordt. Stedelijke ontwikkelingsstrategie Tilburg staat voor een urgente woningbouwopgave. Er moeten in de komende 20 jaar zo’n 25.000 woningen voor circa 36.000 inwoners bij worden gebouwd. Een opgave die directe gevolgen heeft voor onder andere werkgelegenheid, het gebruik van (maatschappelijke) voorzieningen en infrastructuur, en de druk op de openbare ruimte. De opgave biedt kansen voor de warmtetransitie, maar leidt zeker ook tot belemmeringen. De stedelijke ontwikkelingsstrategie beschrijft hoe deze woningbouwopgave in Tilburg wordt ingevuld. Provinciale Omgevingsverordening De Provincie Noord-Brabant werkt aan een nieuwe Omgevingsverordening.

Ter bescherming van drinkwatervoorraden worden beperkingen voorgesteld aan boordieptes. Dit heeft gevolgen voor de warmtetransitie aangezien bepaalde technieken dan moeilijker of niet meer kunnen worden gerealiseerd. Denk bijvoorbeeld aan warmte-koude opslagsystemen, bodemlussen voor bodemwarmtepompen of (ondiepe) geothermie. Naar verwachting treedt de Omgevingsverordening medio 2022 in werking.

2. De Tilburgse opgave Om in 2045 klimaatneutraal te zijn dient de CO2 uitstoot tot een minimum te worden beperkt. Eén van de maatregelen die nodig is, is het aardgasvrij maken van alle gebouwen. In Tilburg staan ruim 102.000 woningen en ruim 15.500 andere gebouwen. Ongeveer 27.000 woningen en enkele honderden andere gebouwen zijn aangesloten op de stadsverwarming. In circa 6.000 van die woningen wordt nog wel aardgas gebruikt om te koken en/of voor warmtapwater. Daaruit volgt een opgave om ongeveer 81.000 woningen en 15.000 andere gebouwen aardgasvrij te maken.

Een aantal cijfers

Hieronder staan een aantal cijfers gepresenteerd. Het is geen sluitend overzicht van relevante informatie, maar bedoeld om een beeld te vormen van de opgave waar we voor staan. • Aantal woningen (bronjaar 2021): 102.471 • Eigendomsverhouding woningen (bronjaar 2020): 50,4% koop, 32,6% sociale huur, 16,4% particuliere huur, 0,6% onbekend • Bouwjaarklasses woningen (bronjaar 2021): 17,4% tot 1945, 64,0% in de periode 1945-2000, en 19,7% is na 2000 gebouwd • Woningtypen (bronjaar 2021): 63,7% is een eengezinswoning, 36,3% een meergezinswoning • Aantal niet-woningen (bronjaar 2021): 15.754 • Functies niet-woningen (bronjaar 2021): 14,5% industrie, 8,0% kantoor, 9,2% winkel, 68,3% overige • Bouwjaarklasses niet-woningen (bronjaar 2021): 8,4% tot 1945, 79,5% in de periode 1945-2005, en 12,1% is na 2005 gebouwd • Totale energiegebruik gebouwde omgeving (bronjaar 2018): 7.699 TJ, waarvan 888 TJ hernieuwbare energie (11,7%) • Totale CO2 uitstoot gebouwde omgeving (bronjaar 2019): 523.564 ton • Totale lengte aardgasnetwerk in Tilburg (bronjaar 2021): 862,7 km • Totale jaarlijkse energierekening inwoners Tilburg (bronjaar 2020): €153 miljoen

2

Wat we al doen

Ook al staan we nog aan de start van de warmtetransitie, er zijn in Tilburg al een aantal projecten gerealiseerd, afspraken gemaakt of aanpakken bedacht. Ervaringen die daarin zijn opgedaan hebben we gebruikt bij het opstellen van de visie. Ook zullen deze ervaringen van pas komen bij de voorbereiding en uitvoering van volgende projecten. Ter illustratie staan hieronder een aantal voorbeelden genoemd. Quirijnstok De wijk Quirijnstok is een van de voorbeeldwijken uit het programma ‘Aardgasvrije Wijken’ van de Rijksoverheid. De Mozartflat maakt onderdeel uit van dat project, en alle 256 appartementen worden momenteel verduurzaamd en aardgasvrij gemaakt. SMILE Het project SMILE heeft inzicht gegeven in het opstellen en realiseren van energieneutrale wijkplannen. SMILE is uitgevoerd in 10 wijken in de regio Hart van Brabant, waaronder in 5 Tilburgse wijken. Green Deals Diverse partijen hebben Green Deals gesloten om samen concrete duurzame stappen te zetten. Zo is de Green Deal verduurzaming bedrijventerrein Kraaiven en Vossenberg een samenwerking met ondernemers om het bedrijventerrein te verduurzamen. En vanuit de Green Deal gezondheidssector Regio Hart van Brabant wordt samen met zorginstellingen gewerkt aan de verduurzaming. Ook in Udenhout en De Blaak zijn Green Deals gesloten om samen met lokale partijen concrete duurzame stappen te zetten. Nul-op-de-Meter woningen O.a.

de Tilburgse woningcorporaties hebben geëxperimenteerd met het realiseren van Nul-op-de-Meter woningen. Zo zijn vier woningen in het appartementengebouw Zuringhof door TBV Wonen volledig gerenoveerd. Tiwos heeft 18 van haar huurwoningen in de Sage ten Broekstraat naar Nul-op-de-Meter gebracht. Gemiddeld genomen gebruiken al deze woningen geen energie meer. Gespikkeld bezit Abdijbuurt In de Abdijbuurt is geëxperimenteerd met een verduurzamingsaanpak van een woningblok met zowel koop- als huurwoningen. De ervaringen die in dit zogenaamde gespikkeld bezit zijn opgedaan worden toegepast bij volgende projecten. Aan de slag met je huis Vanuit het bestaande ‘Aan de slag met je huis’ programma worden Tilburgse particuliere woningeigenaren ondersteund met o.a. advies, projecten en financieringsmogelijkheden. Enkele voorbeelden van projecten en diensten zijn energieadviezen, energiecoaches, Zon op je Dak en de stimuleringslening. Binnen dit programma worden meerdere subdoelgroepen onderscheiden waarvoor specifieke acties worden georganiseerd, waaronder monumenten, VvE’s en gespikkeld bezit. Vervanging aardgasnet binnenstad Het aardgasnet in de binnenstad wordt door Enexis vervangen. De bestaande leidingen van asbest en gietijzer maken plaats voor slimme leidingen die geschikt zijn voor andere vormen van gas in de toekomst, zoals groengas of waterstof.

Ook worden lege kabelgoten aangelegd. Zo wordt de ondergrond voorbereid op de toekomst en worden toekomstige kosten zoveel mogelijk voorkomen. Afspraken zorginstellingen Het zorgvastgoed in Tilburg ligt verspreid over de gehele gemeente. Diverse typen functies vallen onder deze doelgroep, waaronder ziekenhuizen en woonzorglocaties. Samen met vertegenwoordigers van de grootste zorginstellingen in Tilburg is een inventarisatie gemaakt van deze locaties. Vervolgens zijn de locaties geclusterd op basis van hun topografische ligging en is per cluster bepaald in hoeverre deze kunnen worden gekoppeld aan de gebiedsgerichte aanpak of dat een zelfstandige koers kan worden gevaren. Zo wordt voor het zorgcluster in Tilburg-Zuid onderzocht of kan worden aangesloten bij de uitwerking van het 5de generatie warmte-koude net. De zorglocaties Landpark Assisië en Daniel de Brouwerpark, die op grote afstand liggen van andere bebouwing, kunnen zelfstandig aan de slag.

3

Programma energietransitie bedrijventerreinen We zijn recent gestart met een programma Energietransitie Bedrijventerreinen. Onderdeel daarvan is dat per bedrijventerrein een energiemasterplan wordt opgesteld. Op een aantal bedrijventerreinen wordt reeds vanuit greendeals gewerkt aan verduurzaming door de warmtevraag terug te brengen en het restwarmtepotentieel inzichtelijk te maken. Het streven is om voor alle bedrijventerreinen dergelijke greendeals op te zetten. Vervolgens kan op basis van het inzicht in het restwarmtepotentieel een energiemasterplan worden opgesteld over het inzetten van die restwarmte. In zo’n masterplan komt dan aan bod in hoeverre het bedrijf zelf deze restwarmte kan gebruiken, of andere bedrijven op het bedrijventerrein gebruik kunnen maken van die restwarmte, of dat dit kan worden ingezet voor omliggende wijken. De bijbehorende infrastructuur om dat te organiseren en rol van ondernemers in die infrastructuur maken integraal onderdeel uit van zo’n energiemasterplan. Voor enkele bedrijventerreinen is de opgave om aardgasvrij te worden groter, omdat aardgas ook wordt gebruikt voor productieprocessen. In een energiemasterplan wordt meegenomen hoe daar mee om kan worden gegaan.

Roadmap gemeentelijk vastgoed In een in 2020 vastgestelde ‘roadmap verduurzaming gemeentelijk vastgoed’ is de koers en planning bepaald over de circa 75 te verduurzamen gebouwen die in gemeentelijk eigendom zijn. Daarin is bepaald om in de periode tot 2025 primair in te zetten op energiebesparing, en het verduurzamen van de bron in periode daarna op te pakken in lijn met de strategie uit deze transitievisie warmte. Voor de gebouwen die tot 2025 op de planning staan wordt verkend of vervanging van de warmtebron alsnog versneld kan worden toegevoegd. Een mooi voorbeeld van een reeds gerealiseerd gebouw is sporthal de Roomley in Udenhout. Dit pand is aardgasvrij en ‘nul op de meter’ gemaakt en heeft daarvoor een innovatieprijs ontvangen. Woonconvenant en prestatieafspraken Vanuit het woonconvenant en de jaarlijkse prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersbelangenorganisatie SBO wordt al langere tijd gewerkt aan de verduurzamingsopgave van de voorraad sociale huurwoningen. Deze lijn zetten we door, waarbij de transitievisie warmte als basis dient voor toekomstige afspraken.

3. Alternatieven voor aardgas Er bestaan verschillende alternatieven voor aardgas die grofweg kunnen worden verdeeld in drie hoofdcategorieën: warmtenetten, volledig elektrische oplossingen, en groengas oplossingen. Hieronder wordt een korte beschrijving gegeven van deze alternatieven. Voor meer detailinformatie kan men terecht bij het Expertise Centrum Warmte. Warmtenetten Warmtenetten zijn collectieve technieken. Hierbij worden er buizen in de straat aangelegd die warm water naar gebouwen transporteren. Als gebouweigenaar dien je een aantal maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat het gebouw gereed is voor aansluiting. Zo is het nodig om het gebouw naar het benodigde isolatieniveau te brengen en ervoor te zorgen dat het afgiftesysteem groot genoeg is. Ook dient te worden overgeschakeld op elektrisch koken. Het isolatieniveau en het benodigde afgiftesysteem hangt af van de temperatuur van het warmtenet. Een warmtenet met temperaturen van meer dan 75 °C (hoge temperatuur) is warm genoeg voor het verwarmen via de huidige radiatoren. Het toepassen van extra isolatie is ook niet nodig. Warmtenetten met een temperatuur van 55-75 °C (midden temperatuur) vragen om een beter isolatieniveau van het gebouw. Meestal zijn de huidige radiatoren voldoende om het gebouw comfortabel warm te krijgen.

Systemen met een temperatuur van minder dan 55 °C (lage temperatuur) stellen meer eisen aan gebouwen. Zo dient een gebouw goed te zijn geïsoleerd. Ook is een afgiftesysteem met lage-temperatuur radiatoren of vloerverwarming noodzakelijk. Daarnaast is een aparte voorziening nodig voor het maken van warmtapwater. Elektrische oplossingen Elektriciteit als alternatief voor aardgas kan door gebruik te maken van een warmtepomp. Een warmtepomp waardeert warmte van een bron op naar een bruikbare temperatuur voor verwarming en warmtapwater. De meest gebruikte bronnen zijn de buitenlucht (via een luchtwarmtepomp) en de bodem (via een bodemwarmtepomp). Voor beide oplossingen geldt dat ook overgeschakeld moet worden op elektrisch koken. Daarnaast is een goed isolatieniveau en lage-temperatuur afgiftesysteem vereist.

4

Groengas oplossingen Groengas is gas uit biomassa, zoals mest en gft, dat opgewerkt is tot aardgaskwaliteit en via het bestaande gasnet naar gebouwen kan worden getransporteerd. Voor de gebruiker is er geen verschil met aardgas. Groengas kan worden toegepast via een cv-ketel, zoals in de meeste huidige gebouwen gebruikelijk is, of in combinatie met een warmtepomp. Zo’n combinatie van een cv-ketel en een warmtepomp heet een hybride warmtepomp. Daarbij wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de warmtepomp. Als het buiten te koud is of er warmtapwater nodig is, dan springt de gasketel bij. Benodigde gebouwmaatregelen In bovenstaande beschrijving is opgenomen welke gebouwmaatregelen grofweg benodigd zijn om over te stappen op een aardgasvrij alternatief. Ter onderbouwing van de visievorming zijn modelberekeningen uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verschillen tussen alternatieven. Daarbij is onder andere gekeken naar kosten en CO2 uitstoot. In de modelberekeningen is gebruik gemaakt van aannames voor het benodigde isolatieniveau per aardgasvrij alternatief. De praktijk leert dat dit maatwerk is, en lastig in algemeenheden is te vatten. Zo kan een matig geïsoleerd gebouw in de praktijk toch worden verwarmd wanneer het afgiftesysteem groot genoeg is. Extra aandacht voor dit aspect is nodig in de later op te stellen warmte-uitvoeringsplannen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10894029/1