03-03 Was-wordt-tabel Reglement van Orde Gemeenteraad 2024 - wijzigingen gemarkeerd
Tekst van het document
Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert cursief gezet. Woorden of zinsneden die verdwijnen uit de huidige tekst zijn onderstreept. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Reglement van Orde Gemeenteraad Tilburg 2024 – Wijzigingen gemarkeerd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
In dit reglement wordt verstaan onder:
(…)
(…)
c. fractie: groep van een of meerdere raadsleden, behorende tot dezelfde politieke groepering.
e. fractie: groep van een of meerdere raadsleden, behorende tot dezelfde politieke groepering.
(…)
f. fractievoorzitter: voorzitter van een groep zoals beschreven in lid c.
h. hamerraad: een korte raadsvergadering, waarin alleen hamerstukken of stukken ter kennisname besluitvormend aan de orde komen. (…) p. wet: Gemeentewet
(…) h. hamerraad: een korte raadsvergadering, waarin alleen hamerstukken of stukken ter kennisname besluitvormend aan de orde komen. i. hem/zijn: respectievelijk persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord. Daar waar hem of zijn staat kunnen ook andere persoonlijk en bezittelijk voornaamwoorden gelezen worden. (…)
Toelichting wijziging artikel 1: Het begrip fractievoorzitter kwam voor in het reglement, maar was nog niet omschreven. Tevens is met nieuw lid i het reglement inclusiever gemaakt met betrekking tot geslacht en/of gender. Daarnaast is het begrip “wet” waarmee de Gemeentwet werd bedoeld verwijderd, omdat er verwijzingen zijn naar meerdere wetten in het reglement, waardoord het verwarrend kan zijn als er naar de Gemeentewet verwezen wordt via het woord “wet”. Tot slot is de begripsbepaling op alfabetische volgorde gezet. Artikel 3. Het presidium
Artikel 3. Het presidium
(…)
(…) 6.
7.
Besluitvorming in het presidium vindt plaats via het beginsel van gewogen stemmen, naar rato van het aantal leden van de fractie. Het presidium heeft tot taak: a. procedurele, organisatorische en huishoudelijke aangelegenheden ter voorbereiding van de raadsvergaderingen, voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie, alsmede het voorbereiden van themabijeenkomsten voor de raad;
6. 7.
Besluitvorming in het presidium vindt plaats via het beginsel van ‘één lid, één stem’. Het presidium heeft tot taak: a. procedurele, organisatorische en huishoudelijke aangelegenheden ter voorbereiding van de raadsvergaderingen, voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie, alsmede het voorbereiden van themabijeenkomsten voor de raad; b. afwikkelen van klachten niet zijnde meldingen inzake integriteit tegen 1
b.
8.
afwikkelen van klachten tegen (burger)raadsleden en commissieleden en de burgemeester in zijn hoedanigheid van voorzitter van de raad; c. benoemen van de leden van de werkgeverscommissie van de raadsgriffie; d. overige zaken, waaronder het bespreken en programmeren van de lange termijn agenda / politieke (jaar)kalender van de raad, die de raad of de voorzitter aan het presidium voorlegt; e. agenderen van raadsvoorstellen over de werkwijze van de raad. De vergaderingen van het presidium vinden plaats achter gesloten deuren.
8.
(…)
9.
(burger)raadsleden en commissieleden en de burgemeester in zijn hoedanigheid van voorzitter van de raad; c. benoemen van de leden van de werkgeverscommissie van de raadsgriffie; d. overige zaken, waaronder het bespreken en programmeren van de politieke (jaar)kalender van de raad, die de raad of de voorzitter aan het presidium voorlegt; e. agenderen van raadsvoorstellen over de werkwijze van de raad. Vergaderingen van het presidium vinden alleen doorgang, als ten minste de helft van het aantal leden of hun vervangers in het geval van verhindering van leden, aanwezig is. De vergaderingen van het presidium zijn in beginsel openbaar. De vergaderingen kunnen echter besloten plaatsvinden, indien gezien het onderwerp daartoe noodzaak is. Hierbij is artikel 23 lid 3 en 4 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “het presidium”.
(…) Toelichting wijziging artikel 3: Lid 6 is aangepast, omdat gewogen stemming wettelijk gezien niet is toegestaan. Het principe in de Gemeentewet is ‘één lid, één stem’. Het toepassen van een gewogen stemming vormt daarop een inbreuk en verreist daarom een uitdrukkelijke wettelijke grondslag. Deze grondslag kent de Gemeentewet niet. Lid 7 sublid b is aangepast om te verhelderen dat het niet gaat om integriteitsklachten, hiervoor geldt namelijk een andere procedure, zoals beschreven staat in het Protocol vermoeden integriteitsschending (politieke) ambtsdrager & bestuurders gemeente Tilburg 2022. Daarnaast is sublid d is aangepast omdat het bespreken van de langetermijnagenda een bevoegdheid moet zijn van de agendacommissie, omdat het geen betrekking heeft op de huishouding van de gemeenteraad, maar op de planning van bijeenkomsten van de raad, een taak die belegd is en hoort te zijn bij de agendacommissie. Er was nog geen lid opgenomen omtrent het quorum. Met het nieuwe lid 8 is dit gerepareerd. In lid 9 (voorheen lid 8) is de beslotenheid van de vergadering van het presidium als eigenschap aangepast naar een mogelijkheid met als uitgangspunt dat de vergaderingen openbaar zijn. Het presidium is een zogeheten artikel 84 commissie, wat betekent dat de raad de openbaar of beslotenheid van de vergadering moet regelen.
Voorgesteld wordt op dit middels het Reglement van Orde te regelen en om in lijn te handelen met een artikel 82 commissie (raadscommissie), waarbij openbaarheid het uitgangspunt is, maar de commissie kan besluiten tot beslotenheid. Door op te nemen dat artikel 23 lid 3 en 4 van overeenkomstige toepassing zijn met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “het presidium” geldt dezelfde regels voor het presidium omtrent vergaderen in openbaarheid/beslotenheid als voor een raadscommissie en ook de raad zelf: de voorzitter of één vijfde van de aanwezige leden kan voorstellen om in beslotenheid te vergaderen. Hierover dient vervolgens gestemd te worden.
2
Artikel 4. De agendacommissie 1. 2. 3. 4.
5.
6.
7. 8.
Er is een agendacommissie waarvan de leden door de raad worden benoemd. De agendacommissie bestaat uit ten minste vijf raadsleden. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is voorzitter van de agendacommissie. De agendacommissie bestaat uit de voorzitters van de informatie- en debatbijeenkomsten. De voorzitter van de raad is adviseur van de agendacommissie en kan zich bij verhindering of afwezigheid laten vervangen door de locoburgemeester. De agendacommissie heeft de volgende taken: a. vaststellen van het vergaderschema; b. voorbereiden en vaststellen van de concept-agenda's van de informatie- en debatbijeenkomsten en de raadsvergaderingen, inclusief de wijze van behandelen, waaronder, indien gewenst, het vaststellen van een spreektijdregeling; c. beoordelen van de kwaliteit van de voorstellen; d. bewaken van openstaande toezeggingen en afspraken; e. voorbereiden en bewaken van de korte termijn agenda van de raad. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. Vergaderingen van de agendacommissie vinden alleen doorgang, als ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is.
Artikel 4. De agendacommissie 1. 2.
3. 4.
5.
6.
7.
8. 9.
Er is een agendacommissie waarvan de leden door de raad worden benoemd. De agendacommissie bestaat uit ten minste vijf raadsleden die voorzitter zijn van de informatie- en debatbijeenkomsten. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is voorzitter van de agendacommissie. De voorzitter van de raad is adviseur van de agendacommissie en kan zich bij verhindering of afwezigheid laten vervangen door de locoburgemeester. De agendacommissie heeft de volgende taken: a. vaststellen van het vergaderschema van de aankomende vergadercyclus; b. voorbereiden en vaststellen van de concept-agenda's van de informatie- en debatbijeenkomsten en de raadsvergaderingen, inclusief de wijze van behandelen, waaronder, indien gewenst, het vaststellen van een spreektijdregeling; c. beoordelen van de kwaliteit van de voorstellen; d. bewaken van openstaande toezeggingen en moties, het afdoen van toezeggingen en het adviseren van de raad over de afdoening van moties; e. voorbereiden en bewaken van de termijnagenda van de raad. De vergaderingen van de agendacommissie zijn in beginsel openbaar. De vergaderingen kunnen echter besloten plaatsvinden, indien gezien het onderwerp daartoe noodzaak is. Hierbij is artikel 23 lid 3 en 4 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “de agendacommissie”.
Vergaderingen van de agendacommissie vinden alleen doorgang, als ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. De agendacommissie kan schriftelijk geraadpleegd worden. Het quorum van een schriftelijke raadpleging is de helft van het aantal leden van de agendacommissie.
3
Toelichting wijziging artikel 4: Lid 4 is samengevoegd met lid 2 en vervolgens komen te vervallen om het reglement bondiger en duidelijker te maken.. Lid 5a (oud lid 6a) is aangepast om te verhelderen dat de agendacommissie in lijn met artikel 5 van Reglement Informatie- en debatbijeenkomsten Tilburg en voorgesteld artikel 12 lid 1 enkel het vergaderschema van de aankomende vergadercyclus vaststelt en niet de jaarkalender. Lid 5d is aangepast om te verhelderen welk gremium de bevoegdheid heeft om toezeggingen en moties af te doen. Voorheen lag dit voor beide bij de agendacommissie, hoewel dit niet expliciet gecodificeerd was. Om de controlefunctie van de raad te versterken wordt voorgesteld om de raad te laten oordelen over de afdoening van aangenomen moties. Het afdoen van toezegging blijft behouden aan de agendacommissie. Zie ook (nieuw) artikel 11 over de afdoening van moties. In lid 7 (nieuw lid 6) is verhelderd dat een vergadering van de agendacommissie bij uitzondering ook (gedeeltelijk) niet openbaar kan zijn, in het geval dat besloten bijeenkomsten worden besproken. Zie ook de toelichting bij artikel 3 lid 9. Er is een nieuw lid 8 toegevoegd om de staande praktijk dat de vergadering van de agendacommissie ook schriftelijk kan plaatsvinden te codificeren.
In lid 9 is het quorum van een schriftelijke raadpleging opgenomen, waarbij er geen onderscheid is gemaakt tussen het quorum van een schriftelijke raadpleging of een vergadering qua voorwaarden. Nieuw artikel
Artikel 11. Afdoening moties en monitoring voortgang 1. Een motie wordt uiterlijk binnen een termijn van dertien weken afgehandeld en de raad wordt hierover geïnformeerd via een raadsbrief, tenzij in de motie een andere termijn staat of het college een ander voorstel doet en de raad daarmee instemt. De termijn begint op de dag na de vergadering waarin de motie is aangenomen. 2. Het college, de burgemeester en het presidium, voor zover de uitvoering hen aangaat, rapporteren periodiek en schriftelijk aan de raad over de voortgang van aangenomen moties. 3. De agendacommissie monitort de voortgang van aangenomen moties. 4. De agendacommissie adviseert de raad over aangenomen moties waarvan de afdoeningstermijn is overschreden. 5. De agendacommissie adviseert de raad over een voorstel ter afdoening van een aangenomen motie. 6. Het advies zoals genoemd in lid 4 en 5 van dit artikel wordt, ter afdoening door de raad, geplaatst op de lijst van ingekomen stukken.
Toelichting toevoeging nieuw artikel 11: Het college, de burgemeester of het presidium rapporteren schriftelijk aan de raad over de afdoening van moties. Met dit artikel is ook de ongeschreven regel gecodificeerd dat aanvaarde moties worden afgedaan via raadsbrieven. De agendacommissie monitort de voortgang van de uitvoering van moties en de afdoening daarvan. Het advies van de agendacommissie over de afdoening wordt via de lijst van ingekomen stukken
4
afgehandeld. Raadsleden die zich niet kunnen vinden in de wijze van afdoening worden geacht dit, door tussenkomst van de griffie, zo veel mogelijk vooraf schriftelijk kenbaar maken. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als er geen politiek-bestuurlijke overeenstemming bestaat over de (wijze van) afdoening, vindt een nadere beraadslaging plaats voor de voorgestelde afdoening. Als het college in reactie op deze beraadslaging heeft aangegeven een motie of toezegging voor nader intern beraad mee te nemen, rapporteert zij schriftelijk vóór de eerstvolgende vergadering wat de uitkomst van dat beraad is. Artikel 11. Tijd en plaats van vergaderen
Artikel 12. Tijd en plaats van vergaderen
1.
1.
De agendacommissie stelt jaarlijks voor 1 november een vergaderschema vast voor het daarop volgende kalenderjaar, waarbij de maandag als vaste vergaderdag geldt.
(…) 3.
4.
Raadsvergaderingen beginnen om 19.30 uur. De agendacommissie kan hier gemotiveerd van afwijken. De hamerraden beginnen om 18.30 uur. De agendacommissie kan hier gemotiveerd van afwijken.
7.
(...) 3.
4.
(..) De agendacommissie kan in bijzondere gevallen, in overleg met de voorzitter, als daar in een concrete situatie aanleiding voor is, een andere dag en/of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen, waarbij in beginsel de donderdagavond de alternatieve vergaderavond is. Dit geldt in het bijzonder voor de bespreking van de Jaarrekening, de Perspectiefnota en de Begroting.
Het presidium stelt jaarlijks vóór 1 november een vergaderschema vast voor het daarop volgende kalenderjaar (de jaarkalender), maar pas nadat de agendacommissie erover is geconsulteerd, waarbij de maandag als vaste vergaderdag geldt.
Raadsvergaderingen beginnen om 19.30 uur. De agendacommissie c.q. het presidium in het geval van de jaarkalender kan hier gemotiveerd van afwijken. De hamerraden beginnen om 18.00 uur. De agendacommissie c.q. het presidium in het geval van de jaarkalender kan hier gemotiveerd van afwijken.
(..) 7.
De agendacommissie c.q. het presidium in het geval van de jaarkalender kan in bijzondere gevallen, in overleg met de voorzitter, als daar in een concrete situatie aanleiding voor is, een andere dag en/of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen, waarbij in beginsel de donderdagavond de alternatieve vergaderavond is. Dit geldt in het bijzonder voor de bespreking van de Jaarrekening, de Perspectiefnota en de Begroting.
Toelichting wijziging artikel 12 (voorheen artikel 11): Lid 1 was tegenstrijdig met artikel 3 lid 7d, waarin gesteld wordt dat het presidium de jaarkalender vaststelt. Voorgesteld wordt de agendacommissie een consulterende rol te geven het presidium een besluitvormende. Lid 3 & 4 worden aangepast om het in lijn te brengen met de voorgestelde aanpassing van lid 1, waarbij het genoemde tijdstip in lid 4 tevens is aangepast om het in lijn te brengen met de huidige praktijk. Lid 7 wordt aangepast om het in lijn te brengen met de voorgestelde aanpassing van lid 1. Artikel 5 van het Reglement Informatie- en debatbijeenkomsten Tilburg stelt de rol vast van de agendacommissie bij het vaststellen van vergaderschema’s van aankomende vergadercycli. Artikel 12. Raadsagenda 1. De ontwerp-raadsagenda bevat, voor zover dit reglement of de agendacommissie niet anders bepalen, de volgende onderdelen:
Artikel 13. Raadsagenda 1. De ontwerp-raadsagenda bevat, voor zover dit reglement of de agendacommissie niet anders bepalen, de volgende onderdelen:
5
• algemeen (opening, vaststellen agenda, vaststellen van de notulen en ingekomen stukken);
a. algemeen (opening, vaststellen agenda, vaststellen van de notulen en lijst van ingekomen stukken met daarbij apart voortgangsberichten en afdoeningsvoorstellen van moties waarvan de termijn is overschreden);
(…)
(…) Toelichting wijziging artikel 13 lid 1 eerste opsommingsteken (voorheen artikel 12): Momenteel worden moties afgedaan via de ingekomen stukken bij de agendacommissie. Met deze toevoeging wordt het reglement van orde verrijkt met een apart agendaonderdeel waarbij de voltallige raad oordeelt over het al dan niet akkoord zijn met het afdoeningsvoorstel. Dit is logisch, omdat de raad ook heeft geoordeeld over het aannemen van de motie. Zie ook (nieuw) artikel 11. Artikel 13. Uitnodiging en agenda
Artikel 14. Uitnodiging en agenda
(…)
(…) 5.
Wanneer een vergadering wordt uitgeschreven op verzoek van raadsleden, met toepassing van artikel 17 van de Gemeentewet, omvat het verzoek een duidelijke omschrijving van het onderwerp en hetgeen de verzoekers aan de orde willen stellen.
(…)
5.
Wanneer een vergadering wordt uitgeschreven op verzoek van raadsleden, met toepassing van artikel 17 lid 2 van de Gemeentewet, omvat het verzoek een duidelijke omschrijving van het onderwerp en hetgeen de verzoekers aan de orde willen stellen.
(…)
Toelichting wijziging artikel 14 lid 5 (voorheen artikel 13): In artikel 14 lid 5 wordt gesproken over de toepassing van artikel 17 Gemeentewet. In dit specifieke geval gaat het om de toepassing van artikel 17 lid 2 van de Gemeentewet en niet het hele artikel. Het is daarom netter en ook duidelijker om specifiek te verwijzen naar artikel 17 lid 2 Gemeentewet.
Artikel 15. Eindvoorstel 1.
2.
3.
Een indiener van een raadsvoorstel, kan, naar aanleiding van de debatbijeenkomst of anderszins, een eindvoorstel aanbieden. Het eindvoorstel wordt uiterlijk op de dinsdag voorafgaand aan de raadsvergadering aan de raadsleden toegezonden. In het eindvoorstel verwoordt de indiener van het raadsvoorstel het standpunt naar aanleiding van de behandeling van de raadsvoorstellen in de debatbijeenkomst. De indiener van het raadsvoorstel kan in het eindvoorstel tevens gecorrigeerde gegevens over raadsvoorstellen aan de raad doen toekomen.
Artikel 16. Eindvoorstel 1.
2.
3.
4.
Een indiener van een raadsvoorstel, kan, naar aanleiding van de debatbijeenkomst of anderszins, een eindvoorstel aanbieden. Het eindvoorstel wordt uiterlijk op de dinsdag in de week voorafgaand aan de raadsvergadering aan de raadsleden toegezonden. In het eindvoorstel verwoordt de indiener van het raadsvoorstel het standpunt naar aanleiding van de behandeling van de raadsvoorstellen in de debatbijeenkomst. De indiener van het raadsvoorstel kan in het eindvoorstel tevens gecorrigeerde gegevens over raadsvoorstellen aan de raad doen toekomen. Een eindvoorstel gaat vergezeld van één gecorrigeerd raadsvoorstel, één raadsvoorstel waarin de wijziging(en) zijn
6
gemarkeerd en eventueel van toepassing zijnde bijlagen.
Toelichting wijziging artikel 16 (voorheen artikel 15): In lid 1 is de toevoeging “in de week” toegevoegd om uit te sluiten dat, indien de raadsvergadering op donderdag plaatsvindt, aanlevering niet één week van tevoren is, maar twee dagen. In een nieuw lid 4 is toegevoegd dat het een vereiste is dat bij een eindvoorstel ook een “schoon” raadsvoorstel wordt aangeleverd en een raadsvoorstel waarin de wijzigingen t.o.v. een eerder aangeleverd raadsvoorstel staan gemarkeerd. Dit is noodzakelijk om de raad helder in kennis te stellen wat de exacte wijzigingen zijn en waarom deze worden voorgesteld. Door toevoeging van dit lid wordt tevens staande praktijk gecodificeerd. Artikel 23. Beraadslaging
Artikel 24. Beraadslaging
(..)
(..) 7.
Over de agendapunten zonder discussie (Astukken) vindt geen debat plaats. Raadsleden kunnen bij deze agendapunten wel een stemverklaring geven.
Bij agendapunten met moties en amendementen (B-stukken) krijgen anderen dan de indieners eerst gelegenheid over de motie of het amendement het woord te voeren, waarna de indiener reageert.
(..) 13. Over een actuele motie en een initiatief tot een raadsuitspraak voert eerst de indiener het woord, daarna krijgen anderen dan de indiener de gelegenheid om over de actuele motie het woord te voeren, waarna de indiener regeert.
Over de agendapunten zonder discussie (Astukken) vindt geen debat plaats.
9.
Bij agendapunten met moties en amendementen (B-stukken) krijgen anderen dan de indiener(s) eerst gelegenheid over de motie of het amendement het woord te voeren, waarna het college de kans krijgt om haar standpunten en overwegingen kenbaar te maken via het preadvies. Vervolgens krijgt (één van) de indiener(s) de kans om te reageren. Indien de raad hieraan behoefte heeft, volgt er een tweede termijn met het verschil ten opzichte van de eerste termijn dat ook mede-indieners het woord kunnen voeren.
(..)
(..) 9.
7.
(..) 13. Over een actuele motie en een initiatief tot een raadsuitspraak voert eerst (één van) de indiener(s) het woord, daarna krijgen anderen dan de indiener(s) de gelegenheid om over de actuele motie het woord te voeren. Vervolgens krijgt het college de kans om haar standpunten en overwegingen kenbaar te maken via het preadvies, waarna de indiener(s) de kans krijgen te reageren.
7
Toelichting wijziging artikel 24 (voorheen artikel 23): Een zinsnede in lid 7 wordt geschrapt omdat, voorgesteld wordt om het recht om een stemverklaring te geven onder te brengen bij artikel 32, waardoor betreffende zin overbodig is. Lid 9 en 13 zijn gewijzigd om het in lijn te brengen met de huidige praktijk.
Artikel 24. Deelname aan beraadslaging door anderen 1.
2.
Artikel 25. Deelname aan beraadslaging door anderen
De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige raadsleden, de voorzitter, de wethouders, de griffier of de secretaris deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen op voorstel van: a. het Presidium; b. de voorzitter; c. een raadslid.
1.
2.
De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige raadsleden, de voorzitter, de wethouders, de griffier of de secretaris deelnemen aan de beraadslaging. Voordat de beraadslaging van het aan de orde zijnde agendapunt wordt gestart, wordt een beslissing daartoe genomen op voorstel van: a. het Presidium; b. of de voorzitter; c. of een raadslid.
Toelichting wijziging artikel 25 lid 2 (voorheen artikel 24): Lid 2 is aangepast naar meer helder taalgebruik.
Artikel 26. Schorsing 1.
2.
3.
Artikel 27. Schorsing
Op verzoek van een raadslid of eigener beweging kan de voorzitter besluiten de beraadslaging voor een bepaalde tijd te schorsen teneinde gelegenheid te geven tot nader beraad. Uitgangspunt is dat de raadsvergaderingen telkens na één uur vergaderen voor drie minuten worden geschorst. De beraadslaging wordt hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken
1.
2.
3.
Op verzoek van een raadslid of uit eigen beweging kan de voorzitter besluiten de beraadslaging voor een bepaalde tijd te schorsen om gelegenheid te geven tot nader beraad. Uitgangspunt is dat de raadsvergaderingen telkens na één uur vergaderen voor vijf minuten worden geschorst. De beraadslaging wordt hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken
Toelichting wijziging artikel 27 (voorheen artikel 26): Lid 1 is aangepast naar meer helder taalgebruik. Lid 2 wordt aangepast om het in lijn te brengen met de huidige praktijk.
Artikel 29. Handhaving orde
Artikel 30. Handhaving orde
(..)
(..) 3.
De voorzitter kan, ter handhaving van de orde, de vergadering voor een door hem te bepalen tijdschorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt
3.
De voorzitter kan, ter handhaving van de orde, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt 8
verstoord – de vergadering sluiten. Dit laatste doet hij niet dan nadat hij daarover het presidium heeft geconsulteerd.
verstoord – de vergadering sluiten. Dit laatste doet hij niet dan nadat hij daarover de fractievoorzitters heeft geconsulteerd.
Toelichting wijziging artikel 30 lid 3 (voorheen artikel 29): Het consulteren van het presidium tijdens een raadsvergadering zou formeel inhouden dat er een vergadering van het presidium moet worden ingelast. Dat is niet in lijn met de geest van dit lid, waardoor dit het is aangepast naar de fractievoorzitters.
Artikel 31. Stemverklaring 1.
2.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat over een raadsvoorstel / actuele motie / initiatief tot raadsuitspraak, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort toe te lichten. De voorzitter kan hier gemotiveerd van afwijken.
Artikel 32. Stemverklaring 1.
2.
3. 4.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat over een raadsvoorstel / amendement / motie / actuele motie / initiatief tot raadsuitspraak, heeft ieder raadslid het recht zijn uit te brengen stem kort toe te lichten waarbij duidelijk aangegeven wordt of voor of tegen wordt gestemd. Een stemverklaring kan eveneens worden uitgebracht bij een A-stuk voordat de raad tot stemming overgaat. De voorzitter kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in lid 1 en 2. Een stemverklaring heeft enkel betrekking op het eigen stemgedrag en niet op het (stem)gedrag van andere raadsleden.
Toelichting wijziging artikel 32 (voorheen artikel 31): Lid 1 is aangepast om te formaliseren dat een stemverklaring ook afgelegd kan worden bij een amendement of een motie. Daarnaast is een zin toegevoegd om te bevorderen dat bij het afleggen van een stemverklaring het voor alle aanwezigen helder is wat het afleggend raadslid gaat stemmen. Een nieuw lid 2 is toegevoegd om te verduidelijken dat een stemverklaring ook bij een A-stuk kan worden afgelegd. Omdat hiervoor géén beraadslaging plaatsvindt is het zonder dit lid niet duidelijk of lid 1 wel of niet van toepassing is op een A-stuk. Een nieuw lid 4 is toegevoegd om de staande praktijk te codificeren dat een stemverklaring enkel gaat over het eigen stemgedrag en niet het stemgedrag of gedragingen van andere raadsleden tijdens een vergadering. Artikel 32. Stemming over zaken
Artikel 33. Stemming over zaken
(…) 3.
4.
In de vergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. De voorzitter kan het voorstel in stemming brengen door de raad te verzoeken bij
(…) 3.
Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 9
5.
6.
7.
8.
9.
handopsteken kenbaar te maken wie "voor" dan wel "tegen" het voorstel is of door gebruik te maken van de stemapplicatie. Indien één of meer raadsleden daarom verzoekt vindt de stemming plaats via hoofdelijke oproep. De griffier roept de raadsleden vervolgens bij hun naam op om hun stem uit te brengen, beginnende bij het raadslid wiens nummer op de door de griffier op te stellen at randumlijst door loting wordt aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de namen op de at randumlijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder in de vergaderzaal aanwezig raadslid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. De raadsleden brengen hun stem uit door het woord "voor" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Het laatst opgeroepen raadslid kan zijn stem niet meer wijzigen, zodra met het tellen van de stemmen een aanvang is genomen.
4.
Indien stemming wordt gevraagd, verklaart de voorzitter de stemming voor geopend. Stemmingen vinden elektronisch plaats en raadsleden stemmen via stemknoppen, tenzij een raadslid overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming behoort deel te nemen. 5. Wanneer elektronisch stemmen op grond van lid 4 naar het oordeel van de voorzitter niet mogelijk is omdat het stemsysteem niet goed functioneert of voor onredelijk oponthoud zorgt, geschiedt de stemming via handopsteken. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn elektronische stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. Indien één of meer raadsleden daarom verzoekt vindt de stemming plaats via hoofdelijke oproep. 8. De griffier roept de raadsleden vervolgens bij hun naam op om hun stem uit te brengen, beginnende bij het daarvoor door loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de namen op de presentielijst. 9.
Bij hoofdelijke stemming is ieder in de vergaderzaal aanwezig raadslid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 10. De raadsleden brengen hun stem uit door het woord "voor" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging. 11. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn hoofdelijke stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Het laatst opgeroepen raadslid kan zijn stem niet meer wijzigen zodra met het tellen van de stemmen een aanvang is genomen.
(…)
(…) Toelichting wijziging artikel 33 (voorheen artikel 32): Bij lid 3 is toegevoegd dat het moet gaan om de situatie dat een raadsvoorstel zonder stemming wordt aangenomen. Dit omdat de andere manieren van een besluit ook in het reglement staan, en het hier dus specifiek gaat over deze wijze van besluiten. Lid 4, lid 5 en lid 6 zijn toegevoegd om het elektronisch stemmen te borgen in het Reglement van Orde. Elektronisch stemmen is een vorm van hoofdelijk stemmen, waarbij dus hetzelfde artikel in de Gemeentewet van toepassing is. Echter omdat de wijze in de praktijk anders is, verdient het nadere toelichting en 10
uitwerking in het reglement van orde. Lid 4 gaat over het proces van elektronische stemmen. Lid 5 geeft de voorzitter de mogelijkheid om de raad op een andere manier te laten stemmen wanneer het elektronische stemmen niet naar behoren werkt, namelijk via handopsteken. Lid 6 gaat in op wat er voor een raadslid mogelijk is wanneer hij een verkeerde stem heeft ingediend. Dit is een ander proces dan regulier hoofdelijk stemmen, omdat elektronische stemming gelijktijdig plaatsvindt. Raadsleden kunnen namelijk hun stem nog wijzigen, totdat de voorzitter de stemming sluit. Dat is bij een hoofdelijke stemming niet het geval. Bij lid 8 wordt voorgesteld om in het geval van een hoofdelijke stemming niet een aparte lijst met namen raadsleden te hanteren (de at random lijst), maar gebruik te maken van de presentielijst ter simplificatie van het proces. Bij lid 11 is het woord ‘hoofdelijk’ toegevoegd, omdat het hier enkel gaat over deze wijze van een besluit nemen. Nieuw artikel
Artikel 40. Uitbreiding kring van geheimhouders 1.
2.
Indien het college, de burgemeester of een commissie informatie verstrekt aan de raad overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid van artikel 88 van de Gemeentewet, wordt deze informatie zonder voorbehoud door de raad ook aan burgerraadsleden verstrekt op grond van artikel 88 lid 6 van de Gemeentewet. Het college en de burgemeester zijn uitsluitend bevoegd om informatie, waarop geheimhouding is opgelegd en aan de raad is verstrekt, met anderen dan de organen van het gemeentebestuur te delen indien dit noodzakelijk wordt geacht in het kader van het dagelijks bestuur. Het college of de burgemeester informeert de raad zo spoedig mogelijk over welke informatie aan wie is verstrekt en de reden daarvan.
Toelichting nieuw artikel 40: Op grond van artikel 88 lid 6 van de Gemeentewet kan de raad informatie waarop geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt, aan “anderen” verstrekken. Door het eerste lid van dit artikel op te nemen in het reglement van orde wordt staande praktijk gecodificeerd. In het geval dat het college geheimhouding heeft opgelegd op informatie en deze informatie heeft verstrekt aan de raad, kan het deze informatie niet verder verspreiden. Enkel de raad is in dat geval bevoegd om de informatie onder geheimhouding verder te verspreiden (artikel 88 lid 6 Gemeentewet). Het kan voor het college noodzakelijk zijn om deze geheime informatie, nadat het deze aan de raad heeft verstrekt, te verstrekken aan anderen (dan de organen van het gemeentebestuur) in het kader van het dagelijks bestuur. Te denken valt bijvoorbeeld aan een advocaat of een extern adviseur. Als het college echter deze geheime informatie al aan de raad heeft verstrekt, is een raadsbesluit noodzakelijk om deze informatie aan externen te verstrekken. Gelet op de termijnen van besluitvorming van de raad kan dit het college de mogelijkheid ontnemen om snel te acteren indien nodig.
De wet biedt de mogelijkheid aan de raad om voor dit soort gevallen regels te stellen en het advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is dan ook om dit te doen. Het nieuwe lid 2 geeft invulling aan deze ruimte en dit advies. Omdat het haast onmogelijk is om aan de voorkant af te bakenen onder andere aan welk (soort) extern persoon of organisatie en welke (soort) geheime informatie door het college noodzakelijk geacht wordt om te delen, is het voorstel om een discretionaire bevoegdheid hiervoor bij het college neer te leggen in combinatie met een eis om verantwoording af te leggen, opdat de raad wel haar controlefunctie kan uitoefenen.
11
Artikel 39. Opheffen geheimhouding
Artikel 41. Opheffen geheimhouding
Indien de raad voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Indien de raad voornemens is geheimhouding op te heffen op informatie waar hij op grond van de Gemeentewet toe bevoegd is, wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Toelichting wijziging artikel 41 (voorheen artikel 39): Het artikel was niet helder in welk geval dit artikel van toepassing zou zijn. Aangezien er “de geheimhouding” staat leek dit te verwijzen naar de geheimhouding op het verslag, waar artikel 39 over gaat. Per 1 april 2023 is de bevoegdheid van de raad om geheimhouding op informatie op te heffen uitgebreid. Dit in acht nemende en met het oog op de beschreven onduidelijkheid, is het artikel aangescherpt door te verhelderen dat het recht van het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd – in de praktijk bijna altijd het college - om in een besloten vergadering te overleggen met de raad over opheffing van geheimhouding van toepassing is bij alle geheime informatie die de raad bevoegd is om op te heffen. Nieuw artikel
Artikel 42. Geheimhoudingsregister 1.
2.
3.
Er wordt een openbaar register bijgehouden van de onderwerpen van informatie waarop de raad of een van zijn commissies geheimhouding heeft opgelegd op grond van artikel 87 van de Gemeentewet; van informatie waarop het college of de burgemeester op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding heeft opgelegd en deze op grond van artikel 88 lid 2 respectievelijk lid 3 van de Gemeentewet aan de raad of een van zijn commissies heeft aangeboden; en van verslagen van besloten vergaderingen die op grond van artikel 23 lid 5 van de Gemeentewet van rechtswege geheim zijn. Het openbare register wordt maandelijks bijgewerkt, mits er mutaties zijn, en gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. De griffier is verantwoordelijk voor de publicatie van het openbare register.
Toelichting nieuw artikel 42: Het instellen en bijhouden van een geheimhoudingsregister voor gemeentelijke stukken waarop geheimhouding ligt is niet wettelijk verplicht. Wel kan het bijdragen aan de transparantie van de gemeente(raad) als een lijst met onderwerpen waarop geheimhouding ligt openbaar inzichtelijk is. Het geheimhoudingsregister zoals voorgesteld via dit artikel betreft enkel stukken die bij de raad berusten, namelijk stukken waarop de raad of een raadscommissie zelf geheimhouding heeft opgelegd, stukken waarop het college of de burgemeester geheimhouding heeft gelegd en die aan de raad of een raadscommissie zijn verzonden door deze organen en verslagen van besloten vergaderingen waarop van rechtswege geheimhouding geldt. Stukken waarop het college of de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd, maar niet hebben gedeeld met de raad, staan niet op dit register. Tevens staan de stukken inzake de benoeming, herbenoeming of ontslag van de burgemeester niet op dit register. Dit laatste is ook niet relevant aangezien geheimhouding bij deze procedures van rechtswege geldt en de raad ook niet de bevoegdheid heeft om geheimhouding inzake deze procedures op te heffen, in tegenstelling tot de andere drie categorieën waarbij de raad deze bevoegdheid wel heeft.
12
Vanwege praktische overwegingen wordt voorgesteld om het register maandelijks bij te werken, mits er mutaties zijn, wat niet altijd het geval zal zijn. Omdat het register in zijn voorgestelde vorm enkel stukken bevat die berusten bij de raad ligt het voor de hand om de verantwoordelijkheid van publicatie van het register bij de griffier neer te leggen.
Artikel 40. Schriftelijke vragen
Artikel 43. Schriftelijke vragen
(..)
(..) 7.
Indien beantwoording niet binnen genoemde termijn kan plaatsvinden doet het college, c.q. de burgemeester daarvan gemotiveerd schriftelijk mededeling aan de vragensteller(s) en de overige raadsleden, met opgave van de termijn waarbinnen de vragen beantwoord zullen worden.
7.
8.
Indien beantwoording niet binnen de genoemde termijn van vier weken kan plaatsvinden, kan de termijn met twee weken worden verlengd met de optie om de termijn vervolgens nog éénmaal met twee weken te verlengen, indien het college c.q. de burgemeester daartoe genoodzaakt is. Indien sprake van hetgeen geschreven in lid 7 doet het college, c.q. de burgemeester daarvan gemotiveerd schriftelijk mededeling aan de vragensteller(s) en de overige raadsleden, met opgave van de termijn waarbinnen de vragen beantwoord zullen worden.
Toelichting wijziging artikel 43 (voorheen artikel 40): Met het toevoegen van een nieuw lid 7 wordt er een maximumtermijn van vier weken - onder gesplitst in tweemaal twee weken - gesteld aan het uitstellen van de beantwoording van vragen op grond van artikel 43. De toevoeging van het lid heeft als doel om de beantwoording van vragen op grond van artikel 43 binnen een redelijke termijn te garanderen. Lid 8 is gewijzigd om de koppeling met het nieuwe lid 6 duidelijk te maken. Artikel 41. informatie vragen ter voorbereiding op de raadsvergadering
Artikel 44. Informatieve vragen 1.
Raadsleden kunnen tot uiterlijk vier dagen voor de raadvergadering (tot 12.00 uur), door tussenkomst van de griffie, informatieve vragen stellen aan het college over een onderwerp op de agenda. Deze vragen worden voor de raadsvergadering beantwoord, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennisstelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De antwoorden op de vragen worden gepubliceerd bij de vergaderstukken. 2.
Raadsleden kunnen tot uiterlijk vier dagen voor de raadvergadering (tot 12.00 uur), door tussenkomst van de griffie, informatieve vragen stellen aan het college over een onderwerp op de agenda. Deze vragen worden voor de raadsvergadering beantwoord, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De antwoorden op de vragen worden gepubliceerd bij de vergaderstukken. (Burger)raadsleden kunnen, door tussenkomst van de griffie, informatieve vragen stellen aan de ambtelijke organisatie over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Deze vragen worden binnen een termijn van twee weken beantwoord. De vragen en beantwoording worden gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem, tenzij de indiener
13
zijn bezwaar hiertoe schriftelijk kenbaar maakt bij de griffie.
Toelichting wijziging artikel 44 (voorheen artikel 41): Artikel 44 lid 2 is toegevoegd om het recht van (burger)raadsleden tot het stellen van informatieve vragen voortkomend uit het recht op ambtelijke bijstand - over onderwerpen die niet op de raadsagenda staan te codificeren in het reglement van orde. Dit was voorheen namelijk niet vastgelegd in het reglement van orde. De termijn van twee weken komt voort uit de aard van de vragen, namelijk technisch. In lijn met informatieve vragen die wel betrekking hebben op een voorstel op de raadsagenda, worden informatieve vragen voortkomend uit lid 2 ook gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. De indiener kan echter redenen hebben op politieke gronden om hier bezwaar tegen te hebben, bijvoorbeeld omdat de vragen ter voorbereiding dienen van een nog op te stellen initiatiefvoorstel. Het uitgangspunt blijft echter dat zowel de vragen als de beantwoording openbaar zijn. Artikel 42. Amendementen
Artikel 45. Amendementen
(…)
(…)
2.
Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is kan op het amendement, dat door een raadslid is ingediend, een sub-amendement indienen.
2.
(…)
Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is kan op het amendement, dat door een raadslid is ingediend, een subamendement indienen. Het indienen van een sub-amendement kan tot het moment waarop de stemming over het bovenliggend amendement is aangevangen.
(…) Toelichting wijziging artikel 45 (voorheen artikel 42) Artikel 45 lid 2 is gewijzigd om het verhelderen dat een sub-amendement enkel tot aanvang van stemming van het bovenliggend amendement kan worden ingediend en niet nog ná stemming over het bovenliggend sub-amendement.
Artikel 44. Actuele motie
Artikel 47. Actuele motie
(…)
(…)
3.
De motie mag geen betrekking hebben op een onderwerp dat al op de termijn agenda staat voor de komende of lopende vergadercyclus. Dit is ter beoordeling aan de voorzitter.
(...) 8.
(…)
3.
De motie mag geen betrekking hebben op een onderwerp dat al op de termijnagenda staat voor de komende vergadercyclus. Dit is ter beoordeling aan de voorzitter.
(...) De voorzitter doet, onder toezending van de tekst van de motie, zo spoedig mogelijk mededeling aan de raad en de agendacommissie. De actuele motie wordt als laatste punt op de concept-agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst.
8.
De voorzitter doet, onder toezending van de tekst van de motie, zo spoedig mogelijk mededeling aan de raad. De actuele motie wordt als laatste punt op de concept-agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst.
(…)
14
Toelichting wijziging artikel 47 (voorheen artikel 44): Lid 3 gaf geen ruimte om een actuele motie in te dienen over een onderwerp dat bijvoorbeeld is besproken in de raad naar aanleiding van een agenderingsverzoek. Hoewel kan worden beargumenteerd dat zo’n actuele motie een grond van actualiteit heeft, stond lid 3 zo’n motie niet toe om geagendeerd te worden omdat het onderwerp geagendeerd stond in de lopende cyclus. Met de voorgestelde aanpassing van lid 3 wordt de mogelijkheid gecreëerd om over dit soort onderwerpen een actuele motie in te kunnen dienen. Met het in stand houden van lid 1 blijft het overigens niet mogelijk om een actuele motie in te dienen op een onderwerp dat al op de agenda is opgenomen (lees: raadsvoorstellen). Bij lid 8 is de zinsnede dat de voorzitter mededeling doet aan de agendacommissie overbodig, aangezien de agendacommissie op het moment van indienen van een actuele motie geen rol vervult met betrekking tot de agenda van de raadsvergadering. Artikel 46. Interpellatie
Artikel 49. Interpellatie
(…)
(…) 2.
De schriftelijke vragen worden ten minste vier maal vierentwintig uur voor de aanvang van de raadsvergadering, spoedeisende gevallen uitgezonderd, door tussenkomst van de griffier, bij de voorzitter ingediend.
(…)
2.
De schriftelijke vragen worden ten minste vier kalenderdagen voor de aanvang van de raadsvergadering, spoedeisende gevallen uitgezonderd, door tussenkomst van de griffier, bij de voorzitter ingediend.
6.
Indien, na stemming, de raad het verzoek inwilligt wordt het als punt aan de agenda van de vergadering toegevoegd.
(…) 6.
Indien, na stemming, de raad het verzoek inwilligt wordt het als laatste punt aan de agenda van de vergadering toegevoegd.
Toelichting wijziging artikel 49 (voorheen artikel 46): Lid 2 is aangepast naar meer helder taalgebruik. Bij lid 6 is het woord “laatste” verwijderd omdat een actuele motie al volgens artikel 47 lid 8 als laatste punt op de agenda gezet.
15