CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen

Raadsvergadering 7 november 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Vragen en antwoorden programmabegroting 202225.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We koesteren ons verleden en zien aanknopingspunten om ons op basis daarvan voor te bereiden op de toekomst. Onder andere langs de ringbanen en de linten zien we vanuit de historische identiteit van de stad een uitdaging om de tijdslaag van de 21e eeuw toe te voegen. 10. Samenwerking met lokale partners. Uitdagingen kunnen steeds vaker niet meer op het niveau van de locatie worden opgelost, maar vereisen een gebiedsbenadering. Lokale partijen kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Zij hebben immers zelf ook belang bij een aantrekkelijke stad, waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Voorbeeld Kennisboulevard: reducering van verharding bij een overmaat aan infrastructuur biedt kansen om een park of ontmoetingsplek voor de omgeving te realiseren en tegelijkertijd vergroening en de wateropgave te faciliteren.7

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

25

5. KANSEN EN BEDREIGINGEN

EEN NIEUWE VORM VAN STEDELIJKHEID Er moeten veel woningen bij. Het levert de meeste maatschappelijke meerwaarde op als je die

compacter bouwt in een stedelijke omgeving. Guiding Principle s

Metro Mix

Hoe gemeng de hoogst edelijke mil met meerw ieus aarde voo r Nederla nd te ont wik kelen

Een gemengd gebied heeft veel voordelen: het reduceert ruimtegebruik en mobiliteit, is levendiger en adaptiever, delen wordt makkelijk, is gewild, het stimuleert innovatie en geeft een impuls aan de omgeving. Daan Zandbelt, Rijksadviseur Een nieuwe vorm van stedelijkheid: De Metro Mix (bron: College van Rijksadviseurs)

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

26

5. KANSEN EN BEDREIGINGEN 5.3 Bedreigingen Verdichting van bestaand stedelijk gebied brengt ook een aantal bedreigingen met zich mee. Bij de uitwerking dient hier nadrukkelijk aandacht voor te zijn, zodat de bedreigingen omgebogen kunnen worden in kansen. En soms vraagt het om het maken van keuzes. De belangrijkste bedreigingen zijn: 1. De focus alleen te leggen op de woningbouwopgave, waardoor een onbalans ontstaat met andere stedelijke functies, met name werken. De woningopgave heeft direct impact op andere opgaves, zoals mobiliteit, werkgelegenheid, spelen en bewegen, klimaat en groen. Daarom is het noodzakelijk om deze opgaves in samenhang te beschouwen, keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Door te veel de focus te leggen op de woningbouwopgave kan een onbalans ontstaan tussen de groei van de woningbouw, sociaal-maatschappelijke en economische voorzieningen. Andere ruimteclaims kunnen daarmee in het gedrang komen. Zo wordt bijvoorbeeld het spanningsveld tussen de twee grote ruimteclaims “wonen” en “werken” steeds pregnanter, waarbij steeds vaker initiatieven worden ontwikkeld om binnenwijkse bedrijventerreinen te transformeren naar wonen. Dit terwijl dit soort laagdrempelige werklocaties een belangrijke rol vervullen in onze stedelijke economie. 2. Te weinig financiële ruimte voor bijbehorende voorzieningen, mobiliteit, werkgelegenheid en groen/blauw.

De mogelijkheid om te kunnen intensiveren is niet alleen sterk afhankelijk van de fysieke, maar ook van de financiële ruimte om bijbehorende voorzieningen, mobiliteit, werkgelegenheid en groen en blauw goed in te passen en vorm te geven. Dit vraagt na aanleg ook financiële ruimte voor adequaat beheer. 3. De ingezette koers van de netwerkanalyse is een eerste stap om verdere verstedelijking mogelijk te maken. Met de vaststelling van de netwerkanalyse in januari 2021 is een eerste stap gezet om ruimte en mobiliteit aan elkaar te koppelen. In 3 stappen is aangegeven welke ingrepen in het autonetwerk noodzakelijk zijn om tot 2040 12.000 woningen aan de stad toe te

voegen, gebaseerd op de prognose in de Omgevingsvisie Tilburg 2040. Aangezien de prognoses op basis van de laatste inzichten fors toenemen, wordt de mobiliteitsopgave veel groter en zijn ten opzichte van de Netwerkanalyse extra maatregelen nodig. Reguliere mobiliteitsconcepten ‘werken’ met deze aantallen niet meer en er zullen explicietere keuzes gemaakt moeten worden. Een heroriëntatie op het stedelijk openbaar vervoer is bijvoorbeeld randvoorwaardelijk, evenals het sterker inzetten van stedelijke snelfietsroutes (Bicycle Oriënted Development) en het herverdelen van de openbare ruimte door de auto naar de stadsrand te leiden. Het gaat om het vergroenen, veranderen, verminderen en voorkomen van autoritten. 4. Winstgevende vastgoedontwikkeling die prevaleert boven maatschappelijke investeringen. Winstoogmerk kan voor sommige ontwikkelaars prevaleren boven de meerwaarde van maatschappelijke investeringen. Voor de gemeente is maatschappelijke meerwaarde uitgangspunt en initiatieven die aan de opgaven voor de stad bijdragen krijgen prioriteit. We willen een stad waarin het voor eenieder fijn is om te wonen. Kwaliteit en betaalbaarheid van wonen zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. 5. In gedrang komen van gezond stedelijk leven door geluidsoverlast, fijnstof, wateroverlast, hittestress, te weinig groen in de nabije omgeving of burenoverlast.

Meer mensen, betekent meer vervoersbewegingen en meer reuring in de stad. Dit kan leiden tot geluidsoverlast, een ongezonde omgeving vanwege te veel fijnstof, hittestress of overlast door buren. Dit vraagt onder andere om een andere mobiliteitsbenadering. En als we met de verdichtingsopgave niet gelijktijdig voorsorteren op de komende klimaatveranderingen, kan dit leiden tot wateroverlast met schade als gevolg en tot hittestress. Uitgangspunt van het Tilburgse waterbeleid is dat we knelpunten niet verplaatsen in ruimte en tijd. Als mensen dichter bij elkaar wonen en functies gemengd worden is er ook een groter risico op burenoverlast, (jongeren)overlast rond ontmoetingsplekken in een buurt of van een naastgelegen horecavoorziening. Om toename van overlast te voorkómen is een intensivering van het sociaal- en veiligheidsbeheer noodzakelijk.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

27

5. KANSEN EN BEDREIGINGEN 6. De Tilburgse culturele identiteit kan onder druk komen te staan. Verdichting in de bestaande stad kan ertoe leiden dat de identiteit van de wijken onder druk komt te staan, als er geen rekening gehouden wordt met de kenmerken van de wijken. 7. Ruimtelijke tweedeling; betaalbaarheid van woningen komt onder druk te staan. Het niet sturen op inclusieve wijken kan ertoe leiden dat de segregatie wordt vergroot. In gebieden waar het erg goed gaat kunnen kansarmen uit de wijken worden gedrukt omdat het wonen voor hen daar niet meer betaalbaar is. Zij zijn aangewezen op gebieden waar het minder goed gaat en/of waar nog wel veel betaalbaar aanbod is. Dit kan ertoe leiden dat (sociale) problemen zich daar opstapelen. Het is van belang iets te doen en de kloof te dichten door meer te differentiëren. We staan voor de ongedeelde stad. Om de opdeling in wijken te voorkomen zijn alleen investeringen in de woningen niet afdoende. Ook onderwijs, en het vergroten van sociale economische mogelijkheden zijn essentieel.

kante meters moet met meer mensen worden gedeeld. Dit kan leiden tot verminderd maatschappelijk draagvlak voor verdichting van de bestaande stad. Dit vraagt om het voeren van de dialoog in de verschillende stadia van de planvorming, waarbij zowel de voor- als de nadelen inzichtelijk zijn.

Naast nieuwe woningen heeft Tilburg ook voldoende parken en groen nodig om aantrekkelijk te blijven.

8. Verdringing van functies naar de stadsranden. Het verleden leert dat met verdichting in de bestaande stad, sommige functies naar de stadsranden worden verdrongen. Dit geldt met name voor grotere ruimtevragende of overlastgevende functies. In het geval van overlastgevende functies is dat een pré, maar als het gaat om bijvoorbeeld stedelijke voorzieningen zoals sportvelden, of ontmoetingsplekken voor jongeren, die van belang zijn voor de bewoners, is dat maar zeer de vraag. 9. Denken in blauwdrukken. De toekomst is niet te voorspellen. Een dip in de economische ontwikkeling, of bijvoorbeeld een pandemie als corona laten zien dat we flexibel moeten zijn. Blauwdrukken voor de toekomstige ontwikkeling passen daar niet bij. Een stip op de horizon is nodig, evenals duidelijkheid op de korte en middellange termijn. 10. Ontbreken van maatschappelijk draagvlak. Verdichting van de bestaande stad, betekent meer drukte in de stad en het aantal vier-

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

28

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

29

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES 6.1 Inleiding Stedelijke ontwikkeling is een continu proces van uitbreiden, transitie en vernieuwen en wordt in hoge mate bepaald door sociaal-maatschappelijk, culturele en economische ontwikkeling. Door de jaren heen worden nieuwe tijdlagen aan de stad toegevoegd, op basis van verschillende en opeenvolgende visies op de stad, en concrete plannen en initiatieven. De verschillende tijdlagen zijn in de stad afleesbaar, zoals bijvoorbeeld in de binnenstad, de zij-aan-zij staande panden uit uiteenlopende tijdsperioden aan de linten, of het Cenakel met het voormalig klooster en twee woontorens van begin deze eeuw. Je ziet het ook terug in de opbouw van de wijken. Aan de ontwikkeling van de Reeshof ligt een andere stedenbouwkundige visie ten grondslag dan aan Tilburg-Noord of Tilburg-West. De stad is nooit af, maar verkeert continu in transitie. Op dit moment is er sprake van een trendbreuk. De alsmaar uitdijende stad heeft haar grens bereikt. Daarom worden vanaf nu verstedelijkingsopgaven in onderlinge samenhang, zoveel mogelijk in het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Het stedelijk gebied waaronder ook de dorpen, bestaat uit onderscheidende stadsdelen met een verschillende ontstaansgeschiedenis, karakteristiek en kwaliteiten.

Op basis hiervan is een op maatwerk gerichte ontwikkelingsstrategie geformuleerd die aansluit bij de stedelijke en gebiedsgerichte opgaven. De ontwikkelingsstrategie is geconcretiseerd in verdichtingsprincipes. Deze principes vormen de leidraad en werkwijze om een integrale hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit te waarborgen en te stimuleren. De woningbouwopgave van 25.000 woningen is een uitdaging voor de stad. We dagen iedereen uit om een inspirerende bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van onze stad. Gezamenlijk willen we de kansen die er zijn pakken en verzilveren.

6.2 Uitgangspunten ontwikkelingsstrategie

1. We verdichten volgens de voorkeursvolgorde van de NOVI:

De behoefte aan ruimte voor wonen, werken en voorzieningen geven wij grotendeels binnen bestaand stedelijk gebied een plek. Dit doen we binnen de kaders van de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit, geluid, geur en omgevingsveiligheid. Bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties wordt ingezet op een goede ruimtelijke indeling van de regio en het voorkomen van onnodige mobiliteitsstromen van personen- en goederenvervoer. In Tilburg worden de gebieden in de omgeving van OV-knooppunten, zoals de binnenstad en Spoorzone in de omgeving van het Centraal Station, het Kenniskwartier rondom Station Universiteit en het Stationsgebied Reeshof optimaal benut voor geconcentreerde woon- en werklocaties met een hoge bebouwingsdichtheid gekoppeld aan een goede ontsluiting. Bebouwingstypen die daarbij niet passen, zoals grondgebonden woningen, realiseren we elders. Waar binnenstedelijke ontwikkeling niet mogelijk is, gelet op de gevraagde segmenten en de omvang van de behoefte, de kaders van wet- en regelgeving of de kwaliteit en aantrekkingskracht van de stad en stedelijke regio als geheel kiezen we voor (aanvullende) verstedelijkingslocaties grenzend aan het bestaand stedelijk gebied. We zetten nadrukkelijk in op stap 1 en 2. Locaties die passen bij stap 3 zijn voor ons afweegbaar wanneer ze aantoonbaar toegevoegde waarde hebben voor de stad.

Voor de verdichting hanteren we vanuit de context waarbinnen wij werken zes uitgangspunten voor onze strategie. We sluiten daarbij aan bij de Nationale Omgevingsvisie:

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

30

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES 2. Bij het verdichten van de stad benutten we gebiedsgerichte kwaliteiten en potenties. Op basis van de bestaande kwaliteiten en potenties van het gebied én de gebruikers van het gebied bekijken we hoe we tot verdichting kunnen komen. Bij het vinden van locaties voor de woningbouwopgave, maar ook voor andere functies geldt dat het programma moet passen bij de locatie en het (te realiseren) mobiliteitsaanbod ter plaatse. 3. We sluiten aan op de uitgangspunten voor Van Gogh Nationaal-park door het landschap tot in de stad te versterken. In stedelijk gebied voegen we substantieel woningen toe, hand in hand met een aantrekkelijke, klimaatadaptieve, groene en blauwe (openbare) ruimte en gebouwen, waarin we beweging en ontmoeting stimuleren. Natuur-inclusief, energieneutraal8 en klimaatadaptief bouwen zijn uitgangspunt. De strategie richt zich op het maken van slimme combinaties van water en groen, zodat opgaven op het gebied van klimaatadaptatie worden gefaciliteerd en er een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde omgeving waarin ruimte is voor ontmoeting. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om het maken van slimme combinaties tussen wonen en energie. Van een eigentijdse energievoorziening voor nieuwbouw kunnen tegelijkertijd bestaande woningen profiteren.

5. Onze wijken zijn goed bereikbaar en onderling verbonden. We kijken niet alleen naar bereikbaarheid in fysieke zin, maar ook naar de onderlinge verbinding tussen buurten, wijken en voorzieningen in de stad. En wat dat betekent voor het stilstaande deel van de mobiliteit. Stilstaande mobiliteit vraagt ruimte en collectieve voorzieningen voor de auto en de fiets, waar vooraf gebiedsbreed over nagedacht moet worden. 6. We zetten in op menging en nabijheid van functies. Rondom de OV-knooppunten Station Tilburg en Station Universiteit en wijkcentra voegen we woningen toe in combinatie met voorzieningen, kennisintensieve bedrijven en onderwijs. We intensiveren hier zoveel mogelijk in gemengde hoogstedelijke topmilieus, de zogenaamde Metro Mix. Mogelijkheden voor ontmoeting en de sociale cohesie worden hierdoor versterkt. Het aandeel actieve mobiliteit, dat wil zeggen lopen en fietsen, zal hierdoor groeien.

4. We verstedelijken in en rondom de dorpen, maar laten de dorpen niet aan elkaar groeien. De dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel hebben elk hun eigen karakteristieken en identiteit. Deze willen we behouden en versterken. Net als in de stad Tilburg zal er ook in en rondom de dorpen nieuwe woningbouw bijkomen. We borduren hier voort op het Brabantse patroon van verstedelijking (Brabant Mozaïekmetropool) en laten de dorpen niet aan elkaar vastgroeien tot een stedelijk veld. De extra woningbouw kan een bijdrage leveren aan de diversiteit van woningtypen en doelgroepen in de dorpen, aan behoud van voorzieningen en ze kunnen het draagvlak voor een toekomstig station in of tussen Udenhout en Berkel-Enschot vergroten.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

31

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES

1. Volgens principes Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4. Dorpen groeien niet aan elkaar

2. Benutten gebiedsgerichte kwaliteiten en potenties

5. Wijken en buurten zijn bereikbaar onderling.

3. Doortrekken Van Gogh Nationaal Park tot in de stad: groen, klimaat, gezondheid en ontmoeting

6. Menging van functies

De ontwikkelingsstrategie

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

32

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES 6.3 Verdichtingsprincipes Tilburg wil haar stad verdichten met kwaliteit. We kiezen daarom voor een aantal richtinggevende verdichtingsprincipes voor het realiseren van ruimtelijke kwaliteit en een toekomstbestendige inclusieve stad. Dit betekent dat er niet alleen is gekozen voor principes met een ruimtelijke en fysieke dimensie, maar ook met sociaal-maatschappelijke, economische en culturele dimensies. Met de volgende kwalitatieve verdichtingsprincipes zetten we de koers uit voor de verdichting van Tilburg: Op een menselijke maat We streven naar een levendige stad op een menselijke maat met een menging van functies, die ontmoeting stimuleren. In de beleving van de stad spelen plinten van gebouwen, dus het onderste deel van een gebouw, een belangrijke rol. Ze zijn bepalend voor de uitstraling van een straat of gebied op ooghoogte en kunnen een divers programma huisvesten waaronder zeker ook wonen. De plint moet bijdragen aan de aantrekkelijkheid van het gebouw en moet gericht zijn op de openbare ruimte en de gebruikers van het gebouw. We streven ook naar maximale openbaarheid van zowel gebouwen als openbare ruimte, zonder sociale of fysieke barrières. Voorzieningen, ook het buitengebied, zijn voor iedereen te voet, met de fiets of het OV te bereiken binnen 15 minuten.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • een stedelijk leven op ooghoogte; actieve en levendige plinten van gebouwen. • een menging en een synergie van functies voor een levendige openbare ruimte. • interactie tussen gebouwen en openbare ruimte, die ontmoeting stimuleert. • oogcontact vanuit bovenliggende verdiepingen op de aangrenzende openbare ruimte. • een maximale openbaarheid van de openbare ruimte en opheffen sociale, fysieke barrières en anonimiteit. • een fijnmazig netwerk van openbare ruimte en doorwaadbaarheid van de stad. • voor iedereen eenvoudig bereikbare van voorzieningen en groen en koelteplekken, in de nabijheid van de woonomgeving; de zogenaamde 15 minutenstad.

•D  e inrichting en het beheer van openbare ruimte sluit aan op het huidig en toekomstig gebruik. Dat wil zeggen: •D  at inrichting en beheer van openbare ruimte door of met bewoners en ondernemers wordt gestimuleerd; •D  at de openbare ruimte klimaatbestendig, groen en duurzaam wordt ingericht en beheerd; •D  at de openbare ruimte een overzichtelijke verzorgde inrichting kent (met weinig obstakels en objecten); •W  e prioriteit geven aan verblijfsfuncties, voetgangers en fietsers en de openbare ruimte uitnodigt tot bewegen en ontmoeting. Duurzaam en toekomstgericht We streven naar een omgeving die klimaatadaptief, klimaatneutraal en gezond is, en sociale ontmoetingen stimuleert. Tijdens een hittegolf is het in de stad zo’n 8 graden warmer dan in het buitengebied. De kans op hittegolven en wateroverlast neemt als gevolg van de klimaatveranderingen alleen maar toe. De stad is nog niet ingericht op deze warmte en koelt onvoldoende af. Het gaat dus om slim ruimte maken voor verkoelen, terwijl er nog veel andere functies eenzelfde plek claimen in de openbare ruimte. Robuuste groenblauwe structuren en plekken in de stad zijn nodig voor verkoeling en voor de biodiversiteit. Mobiliteit is een middel om het klimaatadaptieve doel te kunnen halen. Zo werken we bijvoorbeeld hard aan het autoluwer maken van de binnenstad.

De aanwezigheid van groene koele ruimtes, ook op beperkte loopafstand vanuit de woning zijn bovendien van substantieel belang voor ontmoeting, beweging en ontspanning. In het kader van duurzaam en toekomstgericht zetten we ook in op slimme en een veranderende mobiliteit en stadslogistiek, gericht op de voetganger, fietser en gebruiker van OV en deelmobiliteit. De auto blijven we faciliteren. We bieden de reiziger een keuze aan. Bij nieuwe ontwikkelingen zullen we sturen op duurzame alternatieven waar de bestaande stad op kan meeliften. Op het gebied van infrastructuur is ook de ondergrond van belang. Deze wordt steeds voller en drukker. Daarom zetten we in op stadsbrede intelligente ondergrondse infrastructuur voor bijvoorbeeld de energietransitie, het watersysteem en dataverkeer.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

33

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES Klimaatadaptatieve stad

Klimaatadaptatie, waterberging, verkoeling van de stad zijn belangrijke aspecten binnen de ontwikkeling van een toekomstgerichte stad. We kennen het Spoorpark, een fantastisch groene long in de stad waar veel bezoekers gebruik van maken. Maar maatregelen kunnen ook getroffen worden op gebouwniveau, in de vorm van bijvoorbeeld groene gevels of energiegevels. Ook kan er gebruik gemaakt worden van de zogenaamde 5e gevel. Het dak van een gebouw kan worden ingezet voor vergroening en ontmoeting, maar ook om parkeren mogelijk te maken.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • een robuust groen-, water- en biodiversnetwerk. • een klimaatadaptieve omgeving en bebouwing. • een schone, sociale en gezonde omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. •w  e streven naar groen en biodiversiteitvoor iedereen dichtbij door een aaneenschakeling van ‘stepping stones’ van substantieel groen of blauw (water) in de stad met een onderlinge afstand van maximaal 400 meter. Deze groene of blauwe plekken worden niet alleen verbonden door groenstructuren in combinatie met hoogwaardige loop- en fietsroutes, maar ook door bijzonder groen zoals geveltuinen en groene daken9. • alle inwoners hebben binnen 300 meter van hun woning toegang tot een koelteplek of groene of blauwe plek die via een groene of blauwe structuur verbonden is met een natuurgebied in de omgeving10. • e r wordt natuurinclusief gebouwd en hanteren om dat te toetsten het ‘puntensysteem natuurinclusief bouwen’11. • een veranderende slimme stedelijke mobiliteit. • verplaatsingen te voet, te fiets (Bicycle Oriënted Development) en Openbaar Vervoer als norm. • een aantoonbare bijdrage aan inclusieve buurten, wijken en stad. • multifunctionele gebouwen en stedelijke blokken. • energieneutraal bouwen is uitgangspunt voor nieuwbouw.

• bij nieuwbouw en herontwikkeling van vastgoed stimuleren we dat zoveel mogelijk hergebruikte of herbruikbare materialen en grondstoffen worden gebruikt. • we faciliteren een stadsbrede intelligente ondergrondse infrastructuur (energietransitie, watersysteem en data). Voortbouwen op het Tilburgse weefsel Het DNA van Tilburg bestaat uit een aantal cultuurhistorische tijdlagen en een variatie van gebieden met een eigen ontstaansgeschiedenis en karakteristiek. Zo is de binnenstad heel anders dan de Reeshof. Dit vraagt om een andere strategie, namelijk een gebiedsgerichte aanpak die we baseren op de gebiedsprofielen voor wonen en de wijkagenda’s. Het voortbouwen op de Tilburgse maat bestaat met name uit een combinatie van met name laag- en middelhoogbouw in een stedelijk blok. We faciliteren graag

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

34

6. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN VERDICHTINGSPRINCIPES initiatieven gericht op vroegtijdige betrokkenheid van de eindgebruiker en/of collectief opdrachtgeverschap. Ook slim ruimtegebruik binnen een stedelijk blok is welkom, zoals het creëren van gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen mogelijk, zoals bijvoorbeeld een gemeenschappelijke keuken of tuin, maar ook het delen van voorzieningen, zoals bijvoorbeeld mobiliteit. Hoogbouw is mogelijk als er sprake is van een waardevolle toevoeging voor de plek én de omgeving. Dit vraagt om maatwerk. Hiervoor hanteren wij de Handreiking hoogbouw 2017.

•w  e stimuleren vroegtijdige betrokkenheid van bewoners, eindgebruikers en ondernemers bij planvorming. •b  enutten van kansen om in stedelijke blokken ruimte en voorzieningen te delen (mobiliteit, energie, keuken). • we stimuleren het gebruik van een 2e maaiveld voor vergroening, klimaatadaptatie, en verblijven en het toepassen van groene gevels en het opwekken van (zonne)energie op daken. Maatschappelijk rendement en betrokkenheid We creëren een actief proces van denken en doen met bewoners, marktpartijen, instellingen en andere partners om toegevoegde waarde te realiseren in de stad. Dit wordt uitgewerkt in het actieplan inwonersparticipatie. Participatie vindt plaats op verschillende abstractieniveaus bij het opstellen van beleid, het ontwikkelen van visies tot en met het ontwerpproces in verschillende gradaties van participatie tot co-creatie. De gebruiker staat hierbij centraal. Dat betekent dat de rol helder moet zijn voor alle deelnemers binnen het participatieproces, dat niet alleen hoeft te gaan over ruimtelijke aspecten, maar bijvoorbeeld ook over de sociale meerwaarde van, in dit geval, de verdichting. Daarbij worden vooraf de kaders, het speelveld en de spelregels duidelijk gecommuniceerd.

Zicht op diverse tijdlagen, vanuit de Lange Nieuwstraat met op de achtergrond Westpoint. Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • afleesbaarheid van de cultuurhistorische tijdslagen en het DNA van de stad. • onderscheidende wijken: Binnenstad, Oude stad binnen de Ringbanen, na-oorlogse wijken, Reeshof en dorpen, waarbij op een passende wijze en mate verdicht, ingeweven en gemengd wordt. • voortbouwen en verdichten binnen de bestaande Tilburgse laag en karakteristiek van het stedelijk blok. • hoogbouw is mogelijk als er sprake is van een waardevolle en betekenisvolle toevoeging aan de omgeving.

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: • participatie van bewoners, ondernemers, instanties als integraal onderdeel van het beleids-, ontwikkel- en ontwerpproces op diverse schaalniveaus zoals stad, wijk, buurt, straat en gebouw. • actief creëren van een proces van draagvlak, meedenken en waar mogelijk het creëren van toegevoegde waarde voor de buurt of wijk. • vooraf heldere kaders voor het speelveld en spelregels van participatie, zodat voor deelnemers duidelijk is welke rol ze hebben. •heldere informatie en terugkoppeling over dilemma’s, afweging en besluitvorming tijdens het proces over ingebrachte bijdragen.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

35

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

36

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES 7.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende soorten verdichtingslocaties (paragraaf 7.2) en de gebieden waar wij mogelijkheden zien voor verdichting (paragraaf 7.3). Voor de onderscheiden gebieden zijn de opgaven en kansen beschreven en indicatief zijn de toekomstige woningbouwaantallen benoemd. Bijlage 4 schetst per deelgebied een gedetailleerder overzicht met de belangrijkste ambities, dilemma’s en opgaven en de verwachte planning voor planologische gereedheid.

7.2 Soorten verdichtingslocaties De stad is continu in ontwikkeling, door bevolkingsgroei, door andere (woon)wensen, door verandering in de economische werkgelegenheid, of doordat gebouwen afgeschreven raken. In de bestaande stad zien we daardoor mogelijkheden om, in combinatie met specifieke gebiedsopgaven, een groot deel van de toekomstige woningbouwopgave te realiseren. De mogelijkheden voor woningbouwlocaties kunnen grofweg in de volgende vier categorieën worden ingedeeld:

A. Onbebouwde locaties • Braakliggende terreinen • Groenzones • Sportterreinen/volkstuinen • Parkeerterreinen • Uitbreiding • Overbouwing/dubbelfuncties B. Herstructurering (bestendigen huidige functie) • Sloop herbouw (vernieuwing verouderde woningen) • Mening kantoor- werklocaties met woningbouw C. Herstructurering (oorspronkelijke functie vervalt) • Grootschalige verouderde (werkgebieden) • Hergebruik en toevoegen van nieuwbouw D. Maatwerk (dynamiek van de stad) • Vernieuwing op perceels-, complex en blokniveau • Vervanging nieuwbouw, verplaatsingen Mogelijkheden voor binnenstedelijke verdichting

7.3 Potentiële verdichtingslocaties Op basis van de ontwikkeling van de stad en de dichtheden en kenmerken van wijken (zie bijlage 4), de gebiedsgerichte opgaven en mogelijkheden en kansen binnen wijken, zien wij binnen de bestaande stad mogelijkheden voor verdichting met woningbouw. De potentiële verdichtingslocaties zijn weergegeven in de volgende figuur. In dit stadium is dat nog vrij abstract; het zijn grove inschattingen per wijk of stadsdeel. De inschattingen zijn gemaakt op basis van woningbouwaantallen die nu reeds in de woningprogrammering12 zitten, huidige dichtheidscijfers en mogelijke woningbouwaantallen op basis van referentieprojecten.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

37

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES

Totaal: 31.000, waarvan: Harde voorraad*: Zachte voorraad*: Nieuw:

4.000 10.000 17.000

*Woningbouwprogrammering 14 juni 2021

ke rol in de leefbaarheid en bereikbaarheid van de wijk. De mogelijkheden voor dit soort locaties worden via een vervolgstudie nader onderzocht. In de netwerkanalyse ten aanzien van mobiliteit is gerekend met een forse mobiliteitstransitie voor dit gebied om de autodruk binnen de perken te houden op de ringbanen, in de binnenstad en in de woongebieden ten westen van de Ringbaan-West. In dit gebied ligt een forse opgave om flexibeler om te gaan met autobezit (zoals autodelen), en meer in te zetten op lopen en fietsen door de aspecten afstand en reistijd anders in te zetten. In dit gebied gaat het om het temperen van de auto bij nieuwe ontwikkelingen. 2. In de na-oorlogse uitbreidingswijken Tilburg-Noord, -West en -Zuid zien we met verdichting en transformatie kansen om de diversiteit aan woningtypen en daarmee aan inwoners te vergroten en tegelijkertijd een impuls te geven aan de kwaliteit van de openbare ruimte.

Geschatte woningcapaciteit In de bestaande stad zien we binnen de eerder aangegeven onderscheiden gebieden op de kaart met dichtheden de volgende mogelijkheden voor verdichting met woningbouw: 1. Het gebied binnen de ringbanen Het gebied binnen de ringbanen wordt ook wel aangemerkt als de ‘oude stad’. Het eeuwenoude patroon van de dynamische linten is zeer prominent en herkenbaar aanwezig en is in alle windrichtingen verbonden met de omliggende stadsdelen en het landschap. Binnen de ringbanen zien we het gebied Binnenstad, Spoorzone, Piushaven, Veemarktkwartier Museumkwartier als het kerngebied voor de woningbouwopgave. Deze locaties liggen in de nabijheid van Station Tilburg en in het meest dynamische deel van Tilburg. Binnen de ringbanen zien we ook mogelijkheden op open terreinen achter de linten, en binnenwijkse parkeerterreinen. Tegelijkertijd spelen dit soort locaties ook een belangrij-

In Tilburg-West ligt de focus voor de woningbouwopgave in de nabijheid van station Universiteit, namelijk het Kenniskwartier. Dit gebied maakt nu samen met de spoorzones in ’s-Hertogenbosch en Breda deel uit van de 14 nationale verdichtingslocaties. Het Ministerie van BZK heeft daarmee prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van dit gebied, waarin naar schatting zo’n 7.500 woningen toegevoegd kunnen worden in hoogstedelijk gemengd milieu. Het Kenniskwartier is integraal onderdeel van de centrale hoogstedelijke zone tussen het Stadsbos 013 en Moerenburg. We hebben daarbij aandacht voor de aansluiting met de Pact-wijk Tilburg-West. In de Pact-Wijk zien we kansen om een bijdrage te leveren aan de sociale opgave door met transformatie meer diversiteit te realiseren in het woningbouwaanbod en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

38

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES bedrijven in Tilburg, met name voor het MKB op het gebied van creatieve bedrijvigheid en de maakindustrie. Het deel ten noorden van Ringbaan-Noord is een kansrijk gebied voor het mengen van functies, maar dan op een andere manier dan in het centraal stedelijk gebied. Hier kan een interessante mix van wonen, werken en recreëren gerealiseerd worden met een rauw randje. De Kanaalzone is echter geen eenvoudig terrein om deels te transformeren. Sommige bedrijven hebben hier de laatste jaren flink geïnvesteerd in hun bedrijf en sommige bedrijven hebben milieucontouren waarbinnen geen woningbouw mogelijk is. De Kanaalzone levert daarbij ook een bijdrage aan de werkgelegenheid in onze stad. Een zorgvuldige afweging en nader onderzoek naar de mogelijkheden en kansen in deze zone is nodig, in combinatie met eventuele alternatieven voor de zittende bedrijven. Inmiddels hebben een aantal eigenaren in de Kanaalzone zich verenigd en wordt een proces om over de ontwikkelmogelijkheden van een deel van de Kanaalzone (het gebied tussen de Maasstraat en de Quirijnstoklaan) te gaan nadenken, opgestart. Hoogstedelijke zone tussen Stadsbos013 en Moerenburg Ook in Tilburg-Noord zien we kansen om door het toevoegen van woningen het woningaanbod diverser te maken. Tilburg-Noord bevat veel openbaar groen met vaak een anoniem karakter.

De maat van de openbare ruimte, in combinatie met de verduurzamingsopgave voor woningen van de corporaties bieden kansen voor verdichting en transformatie. We zien mogelijkheden om in Tilburg-Noord tot 2040 zo’n 5.000 woningen toe voegen. Daarbij is het de opgave de openbare ruimte meer betekenis te geven voor de bewoners in de wijk en de wijk goed en op een groene manier te verbinden met stadsrand-noord (het gebied tussen Tilburg-Noord en de tangent) en de stadsregionale parken. Voor de noordrand van de stad oftewel het gebied tussen Tilburg-Noord en de Burgemeester Letschertweg betekent dit dat we van de achtertuin van Noord een voortuin willen maken. Het doel is om een attractief en samenhangend overgangsgebied te realiseren tussen stad en land. Kleinere woongemeenschappen die dit concept kunnen versterken én verbonden zijn met Tilburg-Noord zijn mogelijk in dit gebied. De Kanaalzone speelt een belangrijke rol in het verbeteren van de verbinding tussen de Oude Stad en Tilburg-Noord. De Kanaalzone is een bedrijventerrein voor middelgrote

De Kanaalzone

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

39

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES In Tilburg-Zuid intensiveren we de woningbouw op Stappegoor. Met ondersteuning vanuit de Woningbouwimpuls voor Groot Stappegoor gaan we hier aan de slag. Met de corporaties, inwoners en andere partners onderzoeken we daarnaast de komende periode vanuit de PACT-aanpak de kansen voor het toevoegen en verbeteren van woningen tezamen met het verbeteren woonomgeving en (onderwijs)voorzieningen in Groenewoud. We willen daarbij de verbinding tussen Stappegoor – Groenewoud – Kempenbaan verder versterken. De vernieuwing van het Ziekenhuis op de Kempenbaan biedt ook kansen voor woningbouw in deze omgeving. In de na-oorlogse wijken gaan we uit van een gematigde mobiliteitstransitie. Het autobezit blijft hier relatief hoog, maar de verbindingen met het gebied binnen de ringbanen moeten duurzamer, zoals de verbinding met de stations, met arbeidsplaatsen en (recreatief)bezoek. Hiervoor zijn fundamentele netwerkaanpassingen voor de fiets en Openbaar Vervoer nodig. 3. Reeshof De Reeshof is een relatief jong stadsdeel; zeker de westkant die deels nog in aanbouw is. Het is een groene wijk, waarbij het groen vooral bestaat uit privégroen. Daardoor zien we minder kansen om grootschalig woningbouw toe te voegen. Een uitzondering daarop is de omgeving rondom het Stationsgebied Reeshof.

Het Stationsgebied Reeshof vraagt om een integrale gebiedsontwikkeling die bijdraagt aan de realisatie van een volwaardig stationsgebied met een passende stedelijk identiteit. Woningbouw in combinatie met voorzieningen, werkplekken, een goede openbare ruimte met verblijfklimaat en een ambitieuze oplossing voor het parkeren rondom het station kan zorgen voor versterking van dit stationsgebied.

Dalem-Noord in de Reeshof 4. Stadsentrees De locaties Kempenbaan, Smarius en ’t Laar zijn prominente locaties als je Tilburg met de auto bezoekt. Het zijn de entrees van onze de stad binnen de ringbanen. In stedenbouwkundig opzicht en qua architectuur dienen ze het visitekaartje van de stad te zijn. Tegelijkertijd vormen deze locaties op het gebied van mobiliteit de trechters van onze stad; alle gebiedsontwikkelingen worden via deze locaties afgewikkeld naar de ring om Tilburg heen. Het zijn locaties waar we naast gastvrij en de ‘juiste’ uitstraling ook moeten sturen op overstapmogelijkheden, zoals transferia. Alleen op deze wijze kunnen we de ringbanen bereikbaar houden voor economisch verkeer. Voor Smarius is planontwikkeling van zo’n 700 woningen in volle gang. De locatie ’t Laar is nog in een pril stadium. Hier wordt gedacht aan een toevoeging van zo’n 500 woningen. Voor de locatie Kempenbaan worden momenteel een aantal scenario’s onderzocht: bedrijvigheid en/of woningbouw.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

40

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES 5. Ook in en rondom de dorpen zien we kansen voor verdichting. Verdichting draagt hier bij aan de kwalitatieve woonopgave. Er zijn kansen voor het toevoegen van grondgebonden wonen, maar er is in de dorpen ook aandacht nodig voor het vasthouden van starters en voor doorstroming van ouderen. Woningbouw draagt bij aan behoud en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Het landschap zien we als een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Daarom werkt Tilburg aan drie stadsregionale parken, waaronder Landschapspark Pauwels in het noordoosten van Tilburg. Landschapspark Pauwels vormt de verbinding tussen de stad, de Loonse en Drunense duinen en Het Groene Woud. Het landschapspark en de natuurgebieden zijn onderdeel van het grotere Van Gogh Nationaal Park. We investeren hier in het landschap van de toekomst. Daarvoor zien in de Verkenning Pauwels-Oost 4 ontwikkellijnen benoemd: • Natuur, landschap en erfgoed zien we als een kans; we behouden en versterken de biodiversiteit, werken aan een koel buitengebied en gaan respectvol om met het landschap en erfgoed. • We schetsen een perspectief voor boeren en voedselproductie door het engagement tussen de boer en de stedeling te versterken. • We ontwikkelen natuur en landschap tot in het hart van de steden en dorpen. • Ontwikkeling van natuurbeleving en duurzaam (cultuur)toerisme.

Dat betekent dat elke ingreep waarde toe moet voegen aan het landschap. Voor de ontwikkeling van de dorpen betekent dit dat we voortborduren op het Brabantse patroon van verstedelijking (Brabant Mozaïekmetropool). De stad en de dorpen groeien daarom niet aan elkaar. En het landschap is de basis voor klimaatadaptatie en verstedelijking.

Het landschap als belangrijke vestigingsvoorwaarde Wij maken ons bij het rijk sterk voor realisatie van een station Berkel-Enschot/Udenhout. Dit station kan een enorme impuls geven aan de verdichtingsopgave: woningbouw sluit dan aan bij doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie en we kunnen verder doorpakken op duurzame mobiliteit. Voor de woningbouwontwikkelingen in de noordoosthoek van Tilburg (‘Oostflank SRBT’) werken we in nauwe samenwerking met de gemeente Oisterwijk aan een gezamenlijk Koersdocument, dat ook wordt opgenomen in ons Verstedelijkingsakkoord Breda-Tilburg en de Regionale Investeringsagenda (RIA). Op basis van de recent uitgevoerde verkenning Pauwels-Oost kunnen we in het Tilburgse deel van dit gebied ongeveer 3.000 nieuwe woningen realiseren.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

41

7. POTENTIËLE VERDICHTINGSLOCATIES Om de dorpse identiteit te bewaren vinden we het belangrijk dat de dorpen niet aan elkaar vastgroeien tot een stedelijk veld. Juist de ligging in een groene omgeving is een kwaliteit van de dorpen binnen Van Gogh Nationaal Park. Daarom investeren we gelijktijdig in versterking van het landschap en de recreatiemogelijkheden in de tussenliggende gebieden. Vanuit natuurlandschappelijke en geohydrologische overwegingen biedt Zwaluwenbunders grote meerwaarde om onze klimaat- en landschappelijke opgaven te realiseren en is daardoor minder geschikt voor verstedelijking. In de Verkenning Pauwels-Oost is deze conclusie bereikt vanuit een bredere analyse van het gebied. Vanuit landschappelijke/geomorfologische condities, bereikbaarheid en de relatief solitaire ligging van Zwaluwenbunders wordt geadviseerd deze locatie en Rugdijk op te nemen in een scope-uitbreiding van Water- en Klimaatlandschap Pauwels. In de gehele stad blijven kansen bestaan om kleinschalig te verdichten om meer differentiatie op wijkniveau te realiseren. Ook blijft herontwikkeling binnen de bestaande voorraad mogelijk. Dorpshart (Tongerloplein) Udenhout

Dorpshart Biezenmortel

Koningsoord in Berkel-Enschot

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

42

8. D E WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

43

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS 8.1 Inleiding Met woningen alleen bouw je geen stad. Extra inwoners in de stad betekent ook een groter aanbod van arbeidskrachten. Dit brengt een grotere vraag naar arbeidsplaatsen, werklocaties zoals bedrijventerreinen en kantorenlocaties, met zich mee. Datzelfde geldt voor een toenemende (ruimte)vraag vanuit het perspectief van mobiliteit, energieopwek en landschap- en natuurontwikkeling in en rond de stad. Ook kan het tot intensiever gebruik of uitbreiding van (maatschappelijke) voorzieningen leiden. Een leefbare en complete stad vraagt om een divers en hoogwaardig voorzieningenniveau. De uitdaging is dit zo te doen dat deze toegankelijk zijn voor iedereen, uitnodigen tot ontmoeting en verbinding tussen bewoners en tot optimaal gebruik van, in sommige buurten letterlijk, schaarse ruimte. In dit hoofdstuk beschrijven wij hoe andere beleidsvelden zich verhouden tot de woningbouwopgave en welke vervolgstappen nodig zijn om tot verdichting van de stad te komen. Hoewel de focus van deze actualisatie op wonen ligt, is het noodzakelijk om deze opgave in relatie tot de andere opgaves te bezien.

Deze Stedelijke Ontwikkelingsstrategie is een bouwsteen voor de actualisatie van de Omgevingsvisie Tilburg 2040.Voor de andere opgaves geven we aan hoe we daar in relatie tot de woningbouwopgave mee denken om te gaan, of er worden vervolgacties geformuleerd.

8.2 Bedrijvigheid op bedrijventerreinen Zoals opgenomen in het werklocatiebeleid “toekomstbestendige werklocaties” is er sprake van een schaarste aan werklocaties op bedrijventerreinen. Tot 2030 is de prognose dat er een tekort is van 35 hectare bedrijventerrein. Met een groter aanbod van arbeidskrachten wordt ook een toename van werkgelegenheid verwacht, waardoor dit tekort naar verwachting verder op zal lopen. Conform het werklocatiebeleid wordt er ingezet op verdichting en efficiënter ruimtegebruik door middel van herstructurering. Dit biedt slechts ten dele een oplossing. Zo concludeert Stec Groep (2021) dat herstructurering voor grotere ruimtevragers (>3 hectare) slechts 20% van de marktvraag in de regio kan opvangen. Er moet dus ook gekeken worden naar mogelijke nieuwe locaties voor bedrijvigheid of het creëren van meer werklocaties door meer menging van werken met wonen. In de zoektocht naar (reserve-) locaties wordt de samenwerking met regioge-

meenten steeds belangrijker. In het traject Verstedelijkingsakkoord SRBT wordt naar verwachting in september 2021 het economisch perspectief afgerond. Op basis hiervan kan een nieuwe strategie voor bedrijventerreinen in de SRBT worden bepaald.

8.3 (Gedeeltelijke) transformatie van bedrijventerreinen naar wonen Naast een grotere behoefte aan grootschalige bedrijventerreinen zien we dat op steeds meer plekken in Tilburg initiatieven worden ontwikkeld om bedrijventerreinen in Tilburg te transformeren naar een woonfunctie of een menging van wonen en werken. Aan de ene kant lijkt dit een wenselijke beweging, aan de andere komt de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid steeds meer onder druk te staan. Bureau Stedelijke Planning heeft parallel aan het opstellen van de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie in opdracht van de gemeente Tilburg een vitaliteitstoets uitgevoerd voor 17 binnenwijkse bedrijventerreinen. Met de vitaliteitstoets is gekeken waar de optelsom van fysieke, economische en maatschappelijke aspecten het logisch maakt om bedrijvigheid te behouden en te versterken en waar er juist aanleiding is om verkleuring en gedeeltelijke transformatie mogelijk te maken en onder welke voorwaarden. Voor de volgende vier terreinen (totaal ca. 4 hectare) is het transformeren naar woon-werkgebieden een logische strategie Met transformatie verandert de hoofdfunctie van het bedrijventerrein, maar biedt het nog steeds ruimte aan werken: • het Bedrijvencentrum Het Laar; • Quirijnstok; • Componistenlaan; • WLM-terrein Regenboogstraat.

Voor vijf terreinen (totaal 20 hectare) is het versterken van de functiemix het meest logisch, waarbij er met name gekeken wordt naar verkleuring van de terreinen naar meer wijkverzorgende bedrijvigheid en voorzieningen. Hierbij kan aanvullend de combinatie worden gezocht met wonen: • het Voltcomplex; • Reitse Hoevenstraat; • Heikant Oost en West;

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

44

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS • Paletplein; • Dirigentenlaan. Bedrijventerrein Reitse Hoevenstraat maakt onderdeel uit van het Kenniskwartier. Hier beogen we een (geleidelijke) transformatie naar een Metromixmilieu met een mix van passende bedrijvigheid en wonen. Voor de terreinen Beneluxterrein, Broekhoven, Rhijnkant, Bedrijvenpark Willem II en Kapelmeesterlaan geldt dat juist intensivering van de werkfunctie voor de hand ligt. Hier willen we de ruimte voor werken minimaal behouden en waar mogelijk zelfs optimaliseren. Een eventuele combinatie met wonen is in alle gevallen secundair en mag bedrijvigheid niet belemmeren.

8.4 Kantoren Tegen de achtergrond van de kwalitatieve mismatch op de kantorenmarkt, waarbij het aanbod niet aansluit op de vraag, is in het kader van de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen de transformatiepotentie van de structurele leegstand doorgelicht. We concluderen dat substantiële transformatiekansen naar wonen zeer gering zijn. Als deze kansen er al zijn, zijn of worden ze al opgepakt. Met de toename van inwoners en werkgelegenheid wordt ook een toename in de behoefte van kantoormeters verwacht. Die biedt kansen voor de multifunctionele locaties aan de Kennisas, zoals Kenniskwartier, Spoorzone en Binnenstad. In deze gebieden is op dit moment al sprake van krapte. Om die reden ligt sec transformatie niet voor de hand. Renovatie van kantoren al dan niet in combinatie met het toevoegen van wonen in een mixed use concept zijn dan eerder voor de hand liggende oplossingen. De inzet op verdichten en mengen vanuit de Metro Mix-gedachte is ook voor een toekomstbestendige kantorenmarkt enorm van belang. Bij de ontwikkeling van gebieden wordt daarbij naar een goede functiemix gekeken. De impact van corona op kantoren moet zich nog uitwijzen. Daar kunnen op dit moment nog geen uitspraken over worden gedaan. Overigens is Tilburg geen grote kantorenstad. Het effect is daarom waarschijnlijk beperkt.

8.5 Detailhandel en horeca Hoewel meer bewoners en meer inwoners ook een grotere behoefte aan voorzieningen met zich mee brengt, zoals bijvoorbeeld winkelaanbod en horeca, verwachten we niet dat dit een extra grote ruimtevraag met zich mee brengt. Extra inwoners zullen door een nog immer groeiende besteding bij online winkels niet leiden tot extra bestedingen in de detailhandel. Doordat de behoefte aan fysieke winkelmeters harder daalt dan het aantal inwoners groeit, zal ondanks de toename van inwoners er per saldo toch sprake zijn van een afnemende behoefte aan winkelmeters. De extra inwoners zullen dan ook met name bijdragen aan het in stand houden van bestaande winkels. Eventuele toevoeging van ruimte voor winkels is dan ook niet wenselijk. Wanneer er een duidelijke toename van de vraag is en er elders winkeloppervlakte (planologisch) komt te vervallen kan er bij gebiedsontwikkelingen ruimte zijn voor een beperkte toevoeging van winkels. Vanuit horeca is hierin mogelijk meer ruimte, maar in alle gevallen geldt dat dit echt maatwerk moet betreffen en volgend moet zijn aan de ontwikkeling van een gebied. Het ligt niet voor de hand om horeca te realiseren die zelfstandig publiek trekt, maar vooral de behoefte vervult van de nieuwe bewoners van de betreffende stedelijke ontwikkeling.

8.6 Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn plekken die ruimte bieden aan activiteiten die primair een maatschappelijk doel dienen. Ze dragen bij aan een gezonde en aantrekkelijke samenleving met gelijke kansen voor iedereen en oog voor elkaar. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om activiteiten op het gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport en onderwijs. In het kader van de verdichting van de stad streven we naar aantrekkelijke, gezonde en duurzame stadswijken waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Dit vraagt om nieuwe creatieve oplossingen en grote aandacht bij planontwikkeling van publieke en private partijen. Zo is en blijft de mogelijkheid om te spelen, sporten en bewegen in de buitenruimte cruciaal in een verdichtende stad. We weten dat veel mensen op eigen kracht een gezond leven nastreven en dat anderen hiertoe gestimuleerd of uitgedaagd moeten worden. Ook weten we dat lang niet iedereen in staat is om – permanent of tijdelijk – goed voor zichzelf te zorgen. In het kader van de relatie tussen zorg en de soci-

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

45

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS ale basis in wijken en buurten, de preventieve aanpak en de daarmee samenhangende gewenste beweging van normalisering is het belangrijk dat welzijn, gezondheid, zorg en ondersteuning, onderwijs, sport en cultuur dichtbij en op maat georganiseerd worden. Het realiseren van een hoogwaardig maatschappelijk voorzieningenniveau vormt een van de structurele opgaven die centraal staan bij gebiedsontwikkelingen, naast groen, mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid. Deze voorzieningen zijn nodig voor een gezond en gelukkig leven voor iedereen. Het is dan ook van belang om de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven met elkaar te verbinden, om zo te komen tot een integrale en samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en deze zo te waarborgen dat de ruimtelijke ontwikkeling aansluit bij de leefwereld van bewoners. Leren, sporten, recreëren, ontmoeten en zorgen voor elkaar zijn belangrijk in die leefwereld. Voorzieningen maken dit mogelijk. We streven naar een evenwichtige spreiding van maatschappelijke voorzieningen over de stad en in de wijken, buurten en dorpen. De uiteindelijke programmering van maatschappelijke voorzieningen is afhankelijk van de concrete behoefte in de wijken, buurten en dorpen.

We weten dat als gevolg van de dubbele vergrijzing (meer ouderen, ouderen worden ook ouder) de komende 20 jaar meer behoefte ontstaat aan woonvormen waar ouderen langer thuis kunnen blijven wonen en waar zorg goed geleverd kan worden. Deze woonvormen staan bij voorkeur nabij voorzieningen. We voeren in regionaal verband een woon-zorg analyse uit om een beter begrip te krijgen van wat de opgave zal zijn in dit kader. De opgave die uit deze vraag-aanbod analyse volgt (wonen, zorg en welzijn) vormt de basis om wijkgericht het aanbod te verbeteren. Ook ten aanzien van de benodigde intramurale zorgcapaciteit (maatschappelijke voorziening). Het is van belang om ook de woonomgeving nabij deze woonvormen zo in te richten dat (informele) ontmoeting en beweging gestimuleerd wordt. De recent uitgevoerde kuierrondjes zijn hier goede voorbeelden van. Met behulp van deze update stedelijke ontwikkelingsstrategie en de Gebiedsprofielen Wonen kunnen we preciezer ramen waar de bevolkingsgroei naar verwachting in de stad zal landen en wat dat betekent voor de ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen. Deze data kunnen we delen met onze partners.

Ook sportvoorzieningen zullen mogelijk intensiever benut worden. Tegelijkertijd zien we de beweging dat het ongebonden sporten toeneemt ten koste van het sporten in verenigingsverband bij een accommodatie. Dit vraagt dus ook aandacht voor voldoende beweegmogelijkheden in de openbare ruimte.

8.7 Leisure Leisurevoorzieningen, ofwel voorzieningen waar beleving centraal staat binnen entertainment, cultuur, sport, wellness, horeca en natuur, dragen bij aan: • het leefklimaat, • aan de fysieke en mentale conditie van bewoners, • de sociale samenhang in (nieuwe) woongebieden en • aan de economische spin off, omdat leisure vaak gecombineerd wordt met horeca en detailhandel. Woongebieden en steden worden verlevendigd met leisurevoorzieningen. Ze dragen bij aan de multifunctionaliteit van gebieden en aan het totale voorzieningenpakket. Dat heeft een gunstig effect op nieuwe bewoners en bedrijven. Bewoners, met name de creatieve klasse en hoger opgeleiden, nemen de (culturele) leisurevoorzieningen mee bij de keuze van hun woonplaats. Ook bedrijven en werknemers vinden de kwaliteit van hun werkomgeving en de daarbij aanwezige voorzieningen, belangrijk. Leisurevoorzieningen fungeren kortom als trekker voor bewoners, bedrijven en bezoekers, dragen bij aan economische spin off, zorgen voor een sterker imago en worden gezien als visitekaartje voor de stad. Met de verdichting van de stad zal niet alleen het aantal initiatieven toenemen, maar ook de ruimteclaim voor leisure.

8.8 Groen Om een gezonde, aantrekkelijke en klimaatrobuuste stad te zijn, moeten we groen en blauw in en om de stad blijvend versterken. Het koppelen van de groenblauwe opgave in balans met een eigentijdse opgave op het gebied van wonen, klimaat, mobiliteit en energie is nodig en biedt kansen. Groen en blauw dragen bij aan een aantrekkelijke, aangename en klimaatadaptieve openbare ruimte. Daarbij zetten we tegelijkertijd in op het vergroten van de biodiversiteit.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

46

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS De volgende drie onderdelen zijn bepalend voor onze verstedelijkingsambities: 1. Stadsnatuurkaart 2040 De Stadsnatuurkaart 2040 geeft weer welk groen van belang is om een ecologische inrichting te geven voor een goede dooradering waar soorten gebruik van kunnen maken. We volgen hierin het bestaande beleid (Agenda groen in de stad, 2016). Momenteel wordt dit beleid geactualiseerd. We verwachten dat hierover eind 2021 besluitvorming plaatsvindt. 2. Prioritaire groenstructuren De ecologische verbindingen om de stad en groene ‘inprikkers’ in de stad zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en nader beschreven in het Masterplan Van Gogh Nationaal Park. Groene ‘inprikkers’ (groene verbindingen) en aantrekkelijke fietsen wandelroutes zorgen voor een goede verbinding van de stad met de omliggende stadsregionale parken als scharnierpunt tussen de Natura 2000-gebieden en de stad. De ecologische verbindingszones om de stad zijn van cruciaal belang voor het goed functioneren van het ecosysteem. De groene inprikkers vragen om een nadere ruimtelijke uitwerking. 3. Extra opgave nieuwe parken Het toevoegen van woningbouw vraagt ook om extra toevoeging van groen en blauw. Dat kan op basis van het adagium ‘Tilburg; Stad van Parken en Pleinen’.

We pakken door op een welhaast ongemerkte, decennialange Tilburgse traditie van aanleg van parken: van Frankische driehoeken, kloostertuinen, Springerparken, parken uit de jaren ’90 (zoals het Kromhoutpark) tot de meest recente voorbeelden Piushavenpark en Spoorpark. Het zijn de ruimtelijke dragers binnen de herstructurering en ontwikkeling van bestaande wijken. Met het verdichten van de bestaande stad wordt het belang van groen en blauw in de stad groter en urgent. Dit vraagt een gelijkwaardige positie ten opzichte van andere functies in de belangenafweging.

Indicatie van de prioritaire groene verbindingen in en om de stad

8.9 Mobiliteit Om een groeiend Tilburg goed bereikbaar te houden, gaat de gemeente Tilburg de komende jaren anders om met de hoofdwegen in de stad. Op dit moment zijn er geen ernstige stremmingen of capaciteitsproblemen. Om dat zo te houden moet het groeiende verkeer beter worden verdeeld over het wegennetwerk. Daarom sluiten we de tangenten beter op elkaar en op de Midden-Brabantweg (N261) en de A58 aan. Door de tangenten beter te benutten kan de Ringbaan-West wordt ontlast. Het doortrekken van de Taxandriëbaan, als onderdeel van de vergrote binnenring, is nog in onderzoek. In de binnenstad is in 2030 de gehele cityring aangepast, zodat het doorgaand verkeer zich verplaatst en er ruimte ontstaat voor de ontwikkeling van het Stadsforum en Koningsplein met een kwalitatieve en leefbare openbare ruimte. Door het verkeer van ‘binnen naar buiten’ te brengen kunnen we de ruimte die daardoor vrij komt in de stad anders

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

47

8. DE WONINGBOUWOPGAVE IN RELATIE TOT ANDERE RUIMTEVRAGERS benutten. De Ringbaan-West belasten we hierdoor bijvoorbeeld minder met doorgaand verkeer. De weg kan op de lange termijn terug van vier rijstroken naar twee rijstroken. Zo ontstaat er meer ruimte voor lopen, fietsen, veilig oversteken en extra groen. En omwonenden hebben minder last van het verkeer. In het kader van mobiliteit vraagt parkeren nu nog veel ruimte. We sturen op duurzame alternatieven, zoals wandelen, fietsen OV en deelmobiliteit. Hierdoor kan de benodigde ruimte voor parkeren op termijn afnemen. Lopen, fiets en Openbaar Vervoer samen leveren meer verplaatsingen op dan de auto. We zien de drukte op fietspaden enorm toenemen. Met z’n allen fietsen we ook vaker en over langere afstanden. De fietsinfrastructuur is daar nog niet goed op toegerust. De mobiliteitstransitie is gaande, maar er ligt nog een flinke opgave met betrekking tot actieve mobiliteit; lopen en fietsen. De gewenste transities zijn echt nodig, omdat automobiliteit de leefbaarheid en veiligheid in de stad verregaand zal belasten. Daarvoor is het nodig dat er goede alternatieven voor handen zijn. Denk aan Openbaar Vervoer, goede fietsverbindingen (snelfietsroutes) en wandelroutes, het faciliteren van deelauto’s en deelscooters en het uitplaatsen van autoverkeer naar de randen van de stad (hubs).

8.10 Energietransitie

Grootschalige opwek van wind en zon word in Tilburg geclusterd in enkele hubs aan de rand van de stad. Voor de bebouwde omgeving werken we aan het versnellen van zonnepanelen op daken. Het gaat niet alleen om daken op particuliere woningen, maar ook daken van bedrijven, overheidsgebouwen en agrarische bedrijven. Nieuwbouw kan bijdragen aan vergroting van de opwek van duurzame energie in de stad, door nog een stap verder te gaan dan het uitgangspunt van energieneutraliteit en aanvullend duurzame energie te produceren voor de bestaande stad. Eind 2021 stelt de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vast. Die visie geeft een beeld van de potentiële aardgasvrije infrastructuur per wijk en beschrijft het tempo waarin wijken aardgasvrij worden. We staan voor de opgave om in de periode tot 2045 alle nu nog op aardgas aangesloten gebouwen te voorzien van andere warmtebronnen voor verwarming, warm water en koken. Het is van belang om de koppeling te maken met andere ontwikkelingen om tot een efficiënte en effectieve uitvoering te komen. Grootschalige nieuwbouwontwikkelingen kunnen daar aan bijdragen door de nieuw aan te leggen energie-infrastructuur te koppelen aan het bestaande gebied daar omheen.

In de energieplannen die voor verschillende deelgebieden opgesteld gaan worden zullen de ontwikkelingen van de woningbouwopgave worden meegenomen, zodat zoveel mogelijk werk met werk gemaakt kan worden.

De afgelopen twee jaar is in de Regio Hart van Brabant gewerkt aan een Regionale Energie- en Klimaatstrategie. De energietransitie zal forse impact hebben op de gebouwde omgeving. De REKS schetst onder andere het ruimtelijke ontwikkelscenario voor grootschalige duurzame opwek, de regionale structuur warmte en de aanpak voor klimaatadaptatie. De regionale structuur warmte biedt inzicht in het verduurzamen van de warmtevoorzieningen voor de gebouwde omgeving. Op basis van inzicht in warmtebronnen en warmtevraag zijn verschillende scenario’s ontwikkeld, waarmee een nieuwe warmtestructuur in de regio kan worden ontwikkeld. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het isoleren van de bestaande gebouwen erg belangrijk is. Bij de isolatie moet ook rekening gehouden worden met de koeltebehoefte van woningen, want oververhitting in de zomer moet worden voorkomen. Naast energiebesparing wordt in de REKS ook specifiek aandacht geschonken aan energie-opwek.

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

48

9. WERKAGENDA

UPDAT E ST EDEL IJKE ONT WIKKEL INGSST RAT EGIE WONEN

49

9. WERKAGENDA 9.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken is de woningbouwopgave besproken in samenhang met diverse andere ruimtelijke opgaven. In dit hoofdstuk zoomen we in op de woningbouwopgave zelf en wat we als gemeente kunnen doen om deze op peil te houden. Ook zijn in dit hoofdstuk vervolgopgaven geformuleerd om vervolg te geven aan deze Stedelijke Ontwikkelingsstrategie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11994464/1