02 Raadsvoorstel verordening MO 2023def
Tekst van het document
raad 2022_1373 definitief.docx
1
Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023 Aanleiding Op 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in werking getreden. Met de invoering van de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de AWBZ-functies begeleiding individueel, (dagbesteding, kortdurend verblijf (logeeropvang) en beschermd wonen in aanvulling op de bestaande taken uit de Wmo 2007. De doelstelling van de Wmo 2015 is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen, de regie op hun eigen leven kunnen behouden en niet eenzaam zijn. We werken aan een inclusieve stad, waarbij mensen erbij horen, ertoe doen, meedoen en zelfredzaam zijn. Wij willen goede passende ondersteuning bieden aan onze inwoners in de eigen leefomgeving. We vinden het belangrijk dat inwoners met beperkingen zoveel mogelijk in staat worden gesteld op gelijke voet te participeren en deel te nemen aan het dagelijkse leven. We hanteren hierbij ook de uitgangspunten uit het Beleidskader Normaliseren dat in mei 2021 door deze Raad is vastgesteld. Waar het kan stimuleren we inwoners om problemen zelf of met het informele netwerk op te lossen. Uiteraard is er altijd professionele ondersteuning mogelijk en beschikbaar voor de inwoners waarbij dit niet of maar gedeeltelijk lukt.
De regels voor de uitvoering van de Wmo2015 zijn vastgelegd in de wetgeving zelf en worden verder uitgewerkt in de gemeentelijke verordening. Wanneer dit nodig is wordt de verordening aangepast op basis van opgedane (uitvoerings-) ervaringen, voortschrijdend inzicht, jurisprudentie of gewijzigde regelgeving. Ook dit jaar is aanpassing van de Verordening maatschappelijke ondersteuning noodzakelijk. Het afgelopen jaar heeft de inkoop van de Wmo voorzieningen Begeleiding, Dagbesteding en Beschermd Wonen plaatsgevonden. Deze inkoop is uitgevoerd conform de uitgangspunten die op 14 december 2020 door deze Raad zijn vastgesteld. Het doel is te komen tot een eenvoudiger systeem met minder administratieve lasten terwijl ook de kosten beheersbaar blijven. We willen bereiken dat inwoners die dat nodig hebben de goede zorg en ondersteuning krijgen, dichtbij, op maat en gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid. Daarnaast willen we innovatie bevorderen en regeldruk te verminderen. We gaan hiervoor een (regionale) samenwerking aan met het Consortium (samenwerkingsverband van zorgaanbieders) die per gebied zorgdraagt voor een passend zorgaanbod. De verordening is aangepast op deze nieuwe wijkwijze. De wijzigingen op het gebied van de bovengenoemde zorg in natura contracten heeft ook invloed op de persoonsgebonden budgetten.
Conform wetgeving en jurisprudentie zijn de tarieven van persoonsgebonden budgetten altijd een afgeleide van zorg in natura. Ze zijn gebaseerd op de kostprijs bij zorg in natura maar mogen nooit hoger zijn dan deze kostprijs. Ze moeten wel van een voldoende niveau zijn om zorg in te kunnen kopen met een persoonsgebonden budget. Daarnaast willen we een grotere rol voor de inwoner (en/of diens vertegenwoordiger) bij de beoordeling van een aanvraag voor een persoonsgebonden budget en een minder grote rol voor de (beoogd) zorgaanbieder. Inwoners kunnen zich altijd laten bijstaan door een (onafhankelijk) cliëntondersteuner of iemand uit zijn of haar sociale netwerk. Er zijn ook aanpassingen voor het (regio)vervoer. Het aantal te compenseren kilometers is teruggebracht van tot 1500 kilometer per jaar en er kan een piektarief worden ingevoerd om zo cliënten te stimuleren buiten de spitstijden te reizen. De, als gevolg van chauffeurs tekort, beperktere beschikbare vervoerscapaciteit kan dan optimaal benut worden voor het vervoer van leerlingen in het leerlingenvervoer en voor spoedeisende ritten. Buiten de spitstijden kunnen Wmo reizigers tegen het lagere Wmo tarief blijven reizen. Zowel de Sociale Raad Tilburg (SRT) als Reizigersoverleg Brabant (ROB) zijn bij de bovenstaande wijziging betrokken en hebben hierover advies uitgebracht.
Deze zijn als bijlagen bij dit raadsvoorstel gevoegd.
Beoogd effect/ bestuurlijk kader
raad 2022_1373 definitief.docx
2
De taken die de gemeente heeft op grond van de Wmo 2015 zijn integraal onderdeel van het programma Inclusieve Stad. Het beoogd effect van deze nota is vaststelling van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023 met daarin opgenomen de wijzigingen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2022 en intrekking van deze laatste Verordening.
Voorstel 1. De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Tilburg 2022 per 1 januari 2023 in te trekken 2. De Verordening Maatschappelijk Ondersteuning 2023 per 1 januari 2023 vast te stellen, waarin de volgende wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening zijn opgenomen: 1.
Aanpassing van artikel 1 sub h. Toegevoegd dat het ook kan gaan op gebruikelijke zorg (in plaats van alleen gebruikelijke hulp). 2. Aan artikel 2.2 lid 2 toegevoegd dat de gemachtigde/vertegenwoordiger die bij het gesprek voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget kan aansluiten/worden betrokken niet de (beoogd) zorgaanbieder of medewerker van de (beoogd) zorgaanbieder mag zijn. 3. Aanpassing van artikel 2.5 en artikel 2.6. Hierin de procedure opgenomen die vanaf 1 januari 2023 van toepassing is voor aanvraag van een maatwerkvoorziening voor begeleiding, dagbesteding of Beschermd Wonen. 4. Artikel 2.8 en 2.9 zijn aangepast. Hierin is de procedure opgenomen voor de aanvraag van een persoonsgebonden budget voor begeleiding, dagbesteding of Beschermd Wonen. 5. Toevoeging van lid 5 aan artikel 2.10. Indien een cliënt Beschermd Wonen, Dagbesteding of Begeleiding krijgt in de vorm van zorg in natura dan volgt er geen separate beschikking meer. 6. Artikel 3.3 (hulp aan Huis) is vervallen. 7. Toevoeging aan lid 7 van artikel 4.2. Om belangenverstrengeling te voorkomen mag een gemachtigde niet zowel vertegenwoordiger van de cliënt zijn als uitvoerder van de zorg. 8. De PGB bedragen uit hoofdstuk 5 zijn geïndexeerd. 9. In artikel 5.5 aangepast dat maximaal 1500 km per jaar compenseren in de vervoersbehoefte in plaats van 2000 km per jaar. 10.
Voor de leesbaarheid is de tekst in artikel 5.6 lid 3 aangepast. 11. De kubieke meterprijs voor het aanbouwen of uitbreiden van een woning is verwijderd uit artikel 5.10. 12. Aanpassing van artikel 5.15. We maken bij de gedifferentieerde tariefstelling geen onderscheid meer in ondernemingsvorm maar vanaf nu wel in zorgverleners met of zonder relevante opleiding. 13. Toegevoegd aan artikel 5.17 dat uitsluitend een persoonsgebonden budget kan worden toegekend indien de zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg. 14. In artikel 5.18 zijn we eisen stellen aan zorgverlening. De eisen zelf zijn opgenomen in de nieuwe bijlage 4 bij deze verordening 15. In artikel 5.19, 5.20 en 5.21 staan de nieuwe PGB tarieven voor Begeleiding, Dagbesteding en Logeeropvang. Alleen een zorgverleners met relevante opleiding kan in aanmerking komen voor het tarief van de professionele aanbieder. De eisen zijn uitgewerkt in bijlage 5. 16. In artikel 5.23 de nieuwe PGB tarieven voor Beschermd Wonen. 17. In artikel 6.1 is de bijdrage in de kosten voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen vervallen. 18. Aan artikel 6.1 lid 3 is toegevoegd dat de kosten van de regiovervoerspas éénmaal per 5 jaar in rekening gebracht mag worden aan de cliënt (op niveau kosten van een OV chipkaart).
Tevens is toegevoegd dat er tijdens de door de Stuurgroep bepaalde piektijden een hoger tarief in rekening gebracht mag worden aan de reiziger (tarief van de vrije reiziger i.p.v. lagere Wmo tarief). 19. Aan de toelichting op artikel 4.2 (regels voor pgb) is toegevoegd dat een persoonsgebonden budget is bedoeld voor cliënten met een specifieke zorgbehoefte waarbij het zorg in natura aanbod niet passend is en nadrukkelijke geen alternatieve financieringsstroom is voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders.
raad 2022_1373 definitief.docx
3
Argumenten 1.
De terminologie van gebruikelijke hulp is met name van toepassing op Hulp bij het Huishouden. Voor de producten Beschermd Wonen, Dagbesteding en Begeleiding is gebruikelijke zorg een beter passende term. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag van een persoonsgebonden budget is het van belang om te beoordelen of een cliënt in voldoende mate in staat is om de regie te voeren en voor zijn belangen op te komen. We willen dit beoordelen zonder de aanwezigheid van de (beoogd) zorgverlener om belangenverstrenging te voorkomen. De cliënt kan zich uiteraard wel laten bijstaan door een (onafhankelijke) cliëntondersteuner of iemand uit zijn of haar sociale netwerk. 3. Vanaf 1 januari 2023 werken we samen met een gecontracteerde partij (het Consortium). De toegangsprocedure is hierdoor gewijzigd. Niet de Toegangsprofessional maar het Consortium bepaalt in afstemming met de cliënt de aard en omvang van de voorziening. 4. De procedure voor de aanvraag voor een persoonsgebonden budget voor Begeleiding, Dagbesteding en Beschermd Wonen is aangepast als gevolg van de nieuwe inkoop van deze producten. De gecontracteerde partij (het Consortium) kan (indien nodig) gevraagd worden om een expertadvies voor bepaling van de aard en omvang van de voorziening. 5. Bij Begeleiding, Dagbesteding en Beschermd Wonen (zorg in natura) volgt er geen separate beschikking meer.
De cliënt krijgt een uitgebreid Plan waarin de aard en omvang van de zorg wordt beschreven. Dit Plan dient tevens als besluit (beschikking) en is vatbaar voor bezwaar/beroep. Door het weglaten van de beschikking verminderen we de administratieve last terwijl de rechtszekerheid voor de cliënt wel is geborgd. 6. Bij de algemene voorzieningen in Hulp aan Huis vervallen. De afgelopen 2 jaar zijn alle cliënten met een algemene voorzieningen Hulp aan Huis omgezet naar een maatwerkvoorziening Hulp bij het Huishouden. De algemene voorziening bestaat hierdoor niet meer en is om die reden uit deze verordening verwijderd. 7. Om belangenverstrengeling te voorkomen willen we niet dat de (beoogd) zorgverlener zowel gemachtigde is als uitvoerder van de zorg. De cliënt kan zich uiteraard wel laten bijstaan door een (onafhankelijke) cliëntondersteuner of iemand uit zijn of haar sociale netwerk. 8. Alle PGB bedragen in hoofdstuk 5 zijn geïndexeerd conform de regels uit artikel 5.24 van deze verordening. De PGB bedragen voor hulpmiddelen zijn met 12% geïndexeerd en de overige PGB bedragen met 10,7%. 9. In het kader van kostenbeheersing zal er tot maximaal 1500 km per jaar worden gecompenseerd in de vervoersbehoefte. Voor het overgrote deel van de cliënten is 1500 km per jaar voldoende.
Er is een kleine groep cliënten (zo’n 3%) die verantwoordelijk is voor bijna 15% van het totaal aantal gereisde kilometers. Conform jurisprudentie is er een compensatieplicht voor 1500 km per jaar. Wij leveren hierbij maatwerk als dat nodig is. 10. De tekst van artikel 5.6 lid 3 is voor de leesbaarheid aangepast. De strekking van het artikel is ongewijzigd. 11. In artikel 5.10 was een kubieke meter prijs opgenomen voor het uitbreiden of aanpassen van een woning. Dit bedrag sluit niet meer aan bij de huidige ontwikkelingen in de bouwsector. In het kadergrondprijzen is een veel uitgebreidere lijst opgenomen met bedragen voor verschillende soorten woningen/locaties. We sluiten aan bij dit kader. 12. Tot dit jaar maakten we onderscheid in ondernemingsvorm (aanbieder, ZZP’er) bij de tariefstelling van PGB tarieven. Dit onderscheid is bij de nieuwe inkoop vervallen. Het hebben van een relevante opleiding is nu wel bepalend voor de hoogte van het tarief. 13. Voor Begeleiding was het al opgenomen maar nu nemen we het ook op voor Beschermd Wonen. Om de kwaliteit van de te verlenen zorg te waarborgen verstrekken wij alleen een persoonsgebonden budget als de aanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Daarin staan eisen als het hebben van een Verklaring Omtrent Gedrag, Meldcode, klachtenprotocol etc.
We doen dit ter bescherming van de cliënt om goede en veilige zorg te kunnen waarborgen.
raad 2022_1373 definitief.docx
4
14. We vinden het belangrijk dat cliënten kwalitatief goede zorg ontvangen ook als ze krijgen in de vorm van een persoonsgebonden budget. Er zijn enkele eisen geformuleerd in bijlage 4 waaraan iedere zorgverlener moet voldoen om zorg te mogen leveren. 15. Er is bij Begeleiding, Dagbesteding & Beschermd Wonen sprake van een gedifferentieerde tariefstelling. Alleen zorgverleners met een relevante opleiding komen in aanmerking voor het hogere tarief van de professionele zorgverlener. De eisen zijn opgenomen in bijlage 5. 16. De PGB tarieven zijn altijd een afgeleide van Zorg in Natura. Vanwege de nieuwe inkoop van Beschermd Wonen zijn de PGB tarieven hierop aangepast. 17. Door het vervallen de algemene voorziening Hulp aan Huis is het artikel 6.1 (bijdrage in de kosten) ook vervallen. Er is geen algemene voorziening meer waar een bijdrage in de kosten voor verschuldigd is. 18. Er is opgenomen dat er piektijden ingesteld kunnen worden waarin de Wmo reiziger wel kan reizen maar dan tegen het hogere OV tarief. Er is sprake van een tekort aan chauffeurs waardoor er in bepaalde piektijden onvoldoende capaciteit beschikbaar is. Tijdens deze piektijden (tussen 07.00 uur 09.00 uur) worden leerlingen naar school vervoerd (leerlingenvervoer).
Door het invoeren van een piektarief op bepaalde tijden worden Wmo cliënten gestimuleerd buiten deze spitstijden te reizen zodat er voldoende taxi’s beschikbaar blijven voor het leerlingenvervoer. Buiten de spitstijden kunnen cliënten wel tegen het lagere Wmo tarief reizen. 19. Het persoonsgebonden budget is in oorsprong ontwikkeld voor cliënten die geen passende zorg konden krijgen bij via de reguliere aanbieders vanwege een specifieke zorgbehoefte. Het persoonsgebonden budget is voor deze cliënten een uitkomst om toch deze specifieke zorg te kunnen inkopen. We willen deze mogelijkheid graag behouden voor deze specifieke groep cliënten maar niet dat het een alternatieve financieringsstroom wordt voor niet gecontracteerde aanbieders.
Kosten en dekking De kosten van de uitvoering van de Wmo2015 zijn opgenomen en gedekt in de programmabegroting Inclusieve Stad.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Advies Sociale Raad Tilburg (d.d. 23 september 2022) – zie separaat collegebesluit 18 oktober 2022 Reactie op advies Sociale raad Tilburg – zie separaat collegebesluit 18 oktober 2022 Advies van Reizigersoverleg Brabant Reactie op advies Reizigersoverleg Brabant
Tilburg, 18 oktober 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
raad 2022_1373 definitief.docx
5
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; Gemeentewet, artikel 149; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Besluit 1. De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Tilburg 2022 per 1 januari 2023 in te trekken. 2. De Verordening Maatschappelijk Ondersteuning 2023 per 1 januari 2023 vast te stellen, waarin de volgende wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening zijn opgenomen: • Aanpassing van artikel 1 sub h. Toegevoegd dat het ook kan gaan op gebruikelijke zorg (in plaats van alleen gebruikelijke hulp). • Aan artikel 2.2 lid 2 toegevoegd dat de gemachtigde/vertegenwoordiger die bij het gesprek voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget kan aansluiten/worden betrokken niet de (beoogd) zorgaanbieder of medewerker van de (beoogd) zorgaanbieder mag zijn. • Aanpassing van artikel 2.5 en artikel 2.6. Hierin de procedure opgenomen die vanaf 1 januari 2023 van toepassing is voor aanvraag van een maatwerkvoorziening voor Begeleiding, Dagbesteding of Beschermd Wonen. • Artikel 2.8 en 2.9 zijn aangepast. Hierin is de procedure opgenomen voor de aanvraag van een persoonsgebonden budget voor Begeleiding, Dagbesteding of Beschermd Wonen. • Toevoeging van lid 5 aan artikel 2.10. Indien een cliënt Beschermd Wonen, Dagbesteding of Begeleiding krijgt in de vorm van zorg in natura dan volgt er geen separate beschikking meer. • Artikel 3.3 (hulp aan Huis) is vervallen. • Toevoeging aan lid 7 van artikel 4.2.
Om belangenverstrengeling te voorkomen mag een gemachtigde niet zowel vertegenwoordiger van de cliënt zijn als uitvoerder van de zorg. • De PGB bedragen uit hoofdstuk 5 zijn geïndexeerd. • In artikel 5.5 aangepast dat maximaal 1500 km per jaar compenseren in de vervoersbehoefte in plaats van 2000 km per jaar. • Voor de leesbaarheid is de tekst in artikel 5.6 lid 3 aangepast. • De kubieke meterprijs voor het aanbouwen of uitbreiden van een woning is verwijderd uit artikel 5.10. • Aanpassing van artikel 5.15. We maken bij de gedifferentieerde tariefstelling geen onderscheid meer in ondernemingsvorm maar vanaf nu wel in zorgverleners met of zonder relevante opleiding. • Toegevoegd aan artikel 5.17 dat uitsluitend een persoonsgebonden budget kan worden toegekend indien de zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg. • In artikel 5.18 zijn we eisen stellen aan zorgverlening. De eisen zelf zijn opgenomen in de nieuwe bijlage 4 bij deze verordening • In artikel 5.19, 5.20 en 5.21 staan de nieuwe PGB tarieven voor Begeleiding, Dagbesteding en Logeeropvang. Alleen een zorgverleners met relevante opleiding kan in aanmerking komen voor het tarief van de professionele aanbieder. De eisen zijn uitgewerkt in bijlage 5. • In artikel 5.23 de nieuwe PGB tarieven voor Beschermd Wonen.
• In artikel 6.1 is de bijdrage in de kosten voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen vervallen. • Aan artikel 6.1 lid 3 is toegevoegd dat de kosten van de regiovervoerspas éénmaal per 5 jaar in rekening gebracht mag worden aan de cliënt (op niveau kosten van een OV chipkaart). Tevens is toegevoegd dat er tijdens de door de Stuurgroep bepaalde piektijden een hoger tarief in rekening gebracht mag worden aan de reiziger (tarief van de vrije reiziger i.p.v. lagere Wmo tarief). • Aan de toelichting op artikel 4.2 (regels voor pgb) is toegevoegd dat een persoonsgebonden budget is bedoeld voor cliënten met een specifieke zorgbehoefte waarbij het zorg in natura aanbod niet
raad 2022_1373 definitief.docx
6
passend is en nadrukkelijke geen alternatieve financieringsstroom is voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders.
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken; b. algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c. beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg; d. besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg, het door het college op grond van deze verordening vast te stellen Besluit maatschappelijk ondersteuning gemeente Tilburg (Besluit MO Tilburg) waarin nadere regels opgenomen worden over de uitvoering van deze verordening; e. bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; f. budgetplan: door cliënt en/of zijn vertegenwoordiger opgesteld plan waarin is opgenomen hoe het persoonsgebonden budget wordt besteed en met een concrete invulling van de te verlenen ondersteuning; g. college: College van burgemeester en wethouders; h.
gebruikelijke hulp/zorg: hulp of zorg die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; i. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; j. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; k. ingezetene: cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Tilburg; l. mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; m. melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; n. onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie en advies die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; o. onverwijld: in ieder geval binnen drie werkdagen; p.
persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; q. persoonsgebonden budget (pgb): bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; r. pgb vertegenwoordiger: een door de pgb-houder gemachtigde natuurlijke persoon of rechtspersoon dan wel een door de rechter benoemde wettelijke vertegenwoordiger die de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op zich neemt. s. sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
raad 2022_1373 definitief.docx
t. u. v.
7
voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; woonvoorziening: roerende zaak dan wel bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning of voorziening voor verhuis- en inrichtingskosten.
Artikel 1.2 Doelgroep van deze verordening 1. Deze verordening richt zich op personen: a. die hun woonplaats hebben in Tilburg, en b. die hun zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie willen behouden of verbeteren en daar ondersteuning bij nodig hebben, of c. die, al dan niet woonachtig in Tilburg, als mantelzorger ondersteuning aan een Tilburger bieden. 2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid richt de verordening zich wat betreft opvang en beschermd wonen met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.2.2. van de wet op ingezetenen van Nederland die in Tilburg ondersteuning zoeken.
Hoofdstuk 2 Toegang Artikel 2.1 Melding en vooronderzoek 1. Een hulpvraag kan door of namens een cliënt schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het college worden gedaan. 2.
Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en informeert de cliënt over de gang van zaken na de melding, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.
3.
In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3. van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
4.
De cliënt of degene die namens hem de melding doet wordt gewezen op de mogelijkheid zich tijdens het onderzoek te laten bijstaan door iemand uit het eigen netwerk of een onafhankelijke cliëntondersteuner.
5.
Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.
6.
Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
7.
Het college brengt de cliënt op hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Artikel 2.2 Gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp/zorg of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
raad 2022_1373 definitief.docx
d.
e. f.
g.
h. i. j.
8
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de
gevolgen van die keuze.
2.
Als de aanvraag ziet op een verstrekking van een pgb waarbij cliënt een vertegenwoordiger heeft gemachtigd de aanvraag namens hem in te dienen, kan het college de gemachtigde bij het onderzoek betrekken en vragen bij het gesprek aan te sluiten. De gemachtigde/vertegenwoordiger mag niet de (beoogd) zorgaanbieder of medewerker van de (beoogd) zorgaanbieder zijn.
3.
Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.1, zevende lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
4.
Het college informeert de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.
5.
Voor zover het college dat nodig acht om het onderzoek volledig en zorgvuldig uit te kunnen voeren, kan informatie ingewonnen worden bij derden, mits de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger daarvoor door ondertekening van een toestemmingsverklaring daarvoor toestemming hebben gegeven.
6.
Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger besluiten af te zien van het gesprek.
Artikel 2.3 Verslag van het onderzoek 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. 2.
Binnen 10 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek (plan van aanpak).
3.
De cliënt en/of zijn vertegenwoordiger tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen 10 werkdagen wordt geretourneerd aan de contactpersoon met wie hij het gesprek heeft gevoerd.
4.
Als de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is.
5. Als de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger van mening is dat hij in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, kan hij dit aangeven op het door hem ondertekende verslag.
raad 2022_1373 definitief.docx
9
Artikel 2.4 Aanvraag maatwerkvoorziening 1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen zes weken na ontvangst van de melding. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2 lid 6. 2.
Een cliënt of zijn gemachtigde of (wettelijk) vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
3.
Het college kan een ondertekend verslag aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.
Artikel 2.5 Aanvraag maatwerkvoorziening begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging zorg in natura 1. Bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor begeleiding wordt samengewerkt met de gecontracteerde partij (Consortium). De Toegangsprofessional voert het onderzoek uit zoals beschreven in artikel 2.1.2 van de Wmo2015. Zodra er sprake is van een noodzaak voor een maatwerkvoorziening wordt de cliënt overgedragen aan de gecontracteerde partij. Zij bepaalt in afstemming met de cliënt de aard en omvang van de maatwerkvoorziening. 2. De uitkomsten van dit onderzoek worden vastgelegd in een verslag (Plan van Aanpak). Het door de cliënt/diens vertegenwoordiger ondertekende verslag van het onderzoek (Plan van Aanpak) vormt tevens de beschikking. 3. Het college kan nadere regels stellen
Artikel 2.6 aanvraag maatwerkvoorziening voor Beschermd Wonen 1. Bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor Beschermd Wonen wordt samengewerkt met de gecontracteerde partij (Consortium). De Toegangsprofessional voert het onderzoek uit zoals beschreven in artikel 2.1.2 van de Wmo2015. Zodra er sprake is van een noodzaak voor een maatwerkvoorziening wordt de cliënt overgedragen aan de gecontracteerde partij. Zij bepaalt in afstemming met de cliënt de aard en omvang van de maatwerkvoorziening. 2. De uitkomsten van dit onderzoek worden vastgelegd in een verslag (Plan van Aanpak). Het door de cliënt/diens vertegenwoordiger ondertekende verslag van het onderzoek (Plan van Aanpak) vormt tevens de beschikking. 3. Het college kan nadere regels stellen
Artikel 2.7 Aanvraag persoonsgebonden budget In aanvulling op artikel 2.4 omvat een aanvraag voor een persoonsgebonden budget in elk geval: a. de motivering waarom een pgb gewenst wordt; b. de te treffen maatwerkvoorziening en het beoogde resultaat; c. de voorgenomen uitvoering daarvan en de kwalificaties van de uitvoering. Artikel 2.8 Aanvraag maatwerkvoorziening begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging persoonsgebonden budget 1. Indien er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding, dagbesteding of persoonlijke verzorging en de cliënt wenst deze te verzilveren in de vorm van een persoonsgebonden budget dan stelt de Toegangsprofessional eerst vast of de cliënt (of diens vertegenwoordiger) voldoende regievaardig voor het uitvoeren van de taken die behoren bij het persoonsbonden budget. Indien de cliënt voldoende regievaardig is kan de gecontracteerde partij voor begeleiding (het Consortium) gevraagd worden om een expertadvies voor de bepaling van de aard en omvang van de voorziening. In een Plan van Aanpak worden de te behalen resultaten, de aard en omvang van de benodigde zorg vastgelegd.
raad 2022_1373 definitief.docx
2.
3. 4. 5.
10
De cliënt en/of zijn vertegenwoordiger stellen samen een budgetplan op waarin ze aangegeven hoe de ondersteuning wordt verleend. De Toegangsprofessional beoordeeld of hiermee de doelen zoals beschreven in het Plan van Aanpak in voldoende mate behaald kunnen worden. Zorgverlener en cliënt en/of zijn vertegenwoordiger ondertekenen het budgetplan. Het ondertekende budgetplan samen met het ondertekende verslag van het onderzoek kunnen als aanvraag voor een maatwerkvoorziening worden aangemerkt. Het college kan nadere regels stellen.
Artikel 2.9 Aanvraag voor maatwerkvoorziening voor Beschermd Wonen 1. Indien er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening in de vorm van Beschermd Wonen en de cliënt wenst deze te verzilveren in de vorm van een persoonsgebonden budget dan stelt de Toegangsprofessional eerst vast of de cliënt (of diens vertegenwoordiger) voldoende regievaardig voor het uitvoeren van de taken die behoren bij het persoonsbonden budget. Indien de cliënt voldoende regievaardig is kan de gecontracteerde partij voor begeleiding (het Consortium) gevraagd worden om een expertadvies voor de bepaling van de aard en omvang van de voorziening. In een Plan van Aanpak worden de te behalen resultaten, de aard en omvang van de benodigde zorg vastgelegd. 2. De cliënt en/of zijn vertegenwoordiger stellen samen een budgetplan op waarin ze aangegeven hoe de ondersteuning wordt verleend. De Toegangsprofessional beoordeeld of hiermee de doelen zoals beschreven in het Plan van Aanpak in voldoende mate behaald kunnen worden. 3. Zorgverlener en cliënt en/of zijn vertegenwoordiger ondertekenen het budgetplan. 4. Het ondertekende budgetplan samen met het ondertekende verslag van het onderzoek kunnen als aanvraag voor een maatwerkvoorziening worden aangemerkt. 5. Het college kan nadere regels stellen.
Artikel 2.10 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening geeft het college in ieder geval aan of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en geeft het college tevens aan hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2.
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, en d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
3.
Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de ingangsdatum en de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
4.
Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.
5.
Bij zowel Beschermd Wonen als Begeleiding (Zorg in Natura) wordt er geen separate beschikking afgegeven. Het ondertekende Plan van Aanpak (opgesteld door Toegang en/of gecontracteerde aanbieder) vormt de beschikking.
Artikel 2.11 Advisering 1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het onderzoek, degene door of namens wie een melding of aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp/zorg diens relevante huisgenoten:
raad 2022_1373 definitief.docx
a. b.
11
op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. op een door het college te bepalen plaats en tijdstip op een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.
2.
Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: a. het een melding of aanvraag betreft van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 2.2 is gevoerd. b. het een melding of aanvraag betreft van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 2.2 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of soort van voorziening kunnen beïnvloeden. c. het college dat overigens gewenst vindt.
3.
Indien het college advies gaat inwinnen als bedoeld in lid 1 en lid 2 wordt de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger hiervan op de hoogte gebracht.
raad 2022_1373 definitief.docx
12
Hoofdstuk 3 Algemene voorzieningen Artikel 3.1 Algemene voorziening 1. Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van Tilburg of voor een specifieke doelgroep, en is rechtstreeks toegankelijk zonder of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. 2.
Het college kan nadere regels stellen.
Artikel 3.2 Waardering voor mantelzorgers Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers. Het college zal bij nadere regeling regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente.
Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen Artikel 4.1 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp/zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp/zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
3.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening (zaak), wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of c. de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
4.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening.
raad 2022_1373 definitief.docx
13
Artikel 4.2 Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
3.
Het tarief voor een pgb: a. wordt vastgesteld op de soort voorziening, de omvang van de voorziening en een door de cliënt opgesteld budgetplan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige en doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot maatwerkvoorzieningen behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
4.
De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten. In hoofdstuk 5 is de opbouw van de pgb tarieven opgenomen alsmede de betreffende tarieven voor maatwerkvoorzieningen.
5.
Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt de mogelijkheid heeft om diensten, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoord tot het sociale netwerk.
6.
Een pgb wordt alleen verstrekt als tijdens het onderzoek naar aanleiding van de melding is vastgesteld dat cliënt en/of zijn pgb vertegenwoordiger voldoende in staat is regie te voeren over de kwaliteit en uitvoering van het budgetplan met het oog op de te behalen resultaten.
7.
Als de cliënt een pgb vertegenwoordiger heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren, dan mag om belangenverstrengeling te voorkomen, deze vertegenwoordiger niet de uitvoerder, als professioneel zorgaanbieder zijn van de diensten die met het pgb worden ingekocht. Voor informele zorgverleners, met uitzondering van een Particuliere dienstverlener vallend onder de Regeling Dienstverlening aan Huis, geldt dat deze wel vertegenwoordiger én uitvoerder van de zorg mogen zijn.
8.
Het college kan nadere regels stellen aan de toegang tot en het gebruik van het persoonsgebonden budget.
9.
Tussenpersonen en belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald.
10. Het is verplicht om de modelovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank te gebruiken. 11. De persoon die een persoonsgebonden budget ontvangt voor een voorziening als bedoeld in artikel 5.16 of 5.17, danwel de vertegenwoordiger, mag met de zorgaanbieder geen afspraak maken op basis waarvan de SVB de zorgaanbieder uitbetaalt zonder dat de persoon die een persoonsgebonden budget ontvangt de factuur heeft geaccordeerd. Dit betekent dat de zorgaanbieder maandelijks een factuur met daadwerkelijk gerealiseerde uren aan de persoon die het persoonsgebonden budget beheert ter accordering aanbiedt Artikel 4.3 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen 1. Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 4.1, eerst of de cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning en die verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat. Deze beoordeling zal alleen plaatsvinden indien de aanpassing van de woning een bedrag zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg te boven gaat.
raad 2022_1373 definitief.docx
2.
14
Het college stelt nadere regels.
Artikel 4.4 Aanvullende criteria voor vervoersvoorzieningen 1. Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 4.1, eerst of de cliënt gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare algemene voorziening of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de cliënt kan leiden tot het te bereiken resultaat. 2. Het college stelt nadere regels. Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden 1.
2.
Bij de toekenning van ondersteuning bij het huishouden in de vorm van een maatwerkvoorziening richt het college zich op één of meerdere van de volgende resultaten: a. het schoon en leefbaar houden van de woning; b. het beschikken over schone en draagbare kleding. Het schoon en leefbaar houden van de woning heeft uitsluitend betrekking op woonruimten binnen de woning. Buitenruimten vallen hier niet onder.
3.
Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 4.1, of de cliënt één of meerdere huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen in het kader van gebruikelijke zorg.
4.
Een cliënt komt, in aanvulling op artikel 4.1, niet in aanmerking voor ondersteuning bij het huishouden als hij zelf, of met behulp van zijn partner/gezin of sociale netwerk de resultaten zoals genoemd in lid 1 kan behalen.
5.
Het college stelt nadere regels.
Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen 1. In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor opvang als hij: a. feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie, en b. beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen. 2.
In aanvulling op artikel 4.1 kan een slachtoffer van huiselijk geweld in aanmerking komen voor opvang als deze: a. slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is, en b. 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen, en c. geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorziening.
3.
In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. er sprake is van een beperkt psychisch/psychosociaal functioneren en/of beperkt intellectueel functioneren (al dan niet in combinatie met gedragsproblemen, een somatische aandoening, een lichamelijke handicap en/of verslavingskenmerken), en b. er behoefte is aan een beschermende woonomgeving om verslechtering van de situatie te voorkomen en/of verbetering te bereiken, en c. het voor de cliënt noodzakelijk is dat er een woonomgeving is waarbij toezicht en begeleiding aanwezig is, of in de nabijheid aanwezig is, en d. hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
raad 2022_1373 definitief.docx
4.
15
Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar aanleiding van afspraken met andere gemeenten over wederzijdse overdracht van cliënten inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot beschermd wonen.
Artikel 4.7 Weigeringsgronden en voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen 1. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening: a. als met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. als de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp/zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; c. als de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; d. als de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; e. als het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; f. als deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; g. indien er sprake is van voorzienbaarheid. 2.
Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie: a. als deze niet langdurig noodzakelijk is; b. als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Tilburg.
3.
Het college verstrekt geen woonvoorziening: a. als de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; c. als het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingenbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; d. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; e. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budgetten Hulpmiddelen Artikel 5.1 Opbouw van tarief van persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen 1. Het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst passende voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingskosten en een eventueel verplichte WA-verzekering. 2. Bij hulpmiddelen wordt een onderscheid gemaakt tussen hulpmiddelen die binnen het kernassortiment vallen en hulpmiddelen die buiten het kernassortiment vallen.
Artikel 5.2 Persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen binnen het kernassortiment 1. Het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen, die binnen het kernassortiment van de gemeente Tilburg vallen, wordt per voorzieningencategorie vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. 2. Deze bedragen zijn vastgelegd in bijlage 1.
raad 2022_1373 definitief.docx
3. 4. 5.
6.
16
Deze basisbedragen worden, indien van toepassing, verhoogd met een bedrag voor maatwerk en/of modulaire aanpassingen. De noodzaak voor maatwerk en/of modulaire aanpassingen wordt vastgesteld op basis van een (medisch) advies en/of het selectierapport van de voorziening. Het persoonsgebonden budget voor maatwerk en/of modulaire aanpassingen wordt bepaald op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes te vragen. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. De PGB-bedragen bedoeld in dit artikel onder lid 1 en lid 3 vormen tezamen het totale persoonsgebonden budget voor de voorziening.
Artikel 5.3 Persoonsgebonden voor hulpmiddelen buiten het kernassortiment 1. Het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen die buiten het kernassortiment van de gemeente Tilburg vallen wordt bepaald op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes op te vragen. De offerte moet ook (indien van toepassing) een indicatie voor de onderhoudskosten gedurende de afschrijvingsduur bevatten. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. 2. Indien een geschikt middel verkrijgbaar is bij een gecontracteerde leverancier kan het persoonsgebonden budget nooit hoger zijn dan de kosten die het college kwijt zou zijn bij deze gecontracteerde aanbieder. Sportvoorziening Artikel 5.4 Persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening 1. Voor een sportvoorziening kan men in aanmerking komen als zonder deze voorziening sporten niet mogelijk is. 2. Voor een sportvoorziening wordt uitsluitend een gemaximeerd persoonsgebonden budget verstrekt. De hoogte is, ongeacht het inkomen, gelijk aan de werkelijke kosten van de sportvoorziening tot een maximum van € 3.463,26.
Tegelijk met de verstrekking van de aanschafkosten wordt een forfaitair bedrag verstrekt van € 770,03 waarmee voor een periode van drie jaar een sportvoorziening aangepast, verzekerd, gerepareerd en onderhouden dient te worden. De werkelijke kosten van de sportvoorziening worden bepaald op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes te vragen. De offerte moet ook bevatten een indicatie voor de onderhouds- en reparatiekosten gedurende de afschrijvingsduur. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. Indien een geschikt middel verkrijgbaar is bij een gecontracteerde leverancier kan het persoonsgebonden budget nooit hoger zijn dan de kosten die het college kwijt zou zijn bij deze gecontracteerde leverancier 3. Als de cliënt nog steeds gebruikt maakt van de sportvoorziening, kan aansluitend aan de in het tweede lid bedoelde periode van drie jaar, jaarlijks een forfaitair bedrag in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt worden van € 533,56 in de kosten van aanpassing, verzekering, onderhoud en reparatie van de sportvoorziening. Vervoersvoorzieningen Artikel 5.5 Persoonsgebonden budget voor vervoerskosten 1.
Kan een persoon vanwege zijn specifieke situatie geen gebruik maken van het CVV (regiotaxi/regiovervoer), dan kan hij in aanmerking komen voor een gemaximeerd persoonsgebonden budget om zelf in het vervoer te voorzien. De onderstaande bedragen zijn per kalenderjaar. a. voor gebruik van een (eigen) auto: € 465,00; b. voor gebruik van een taxi: € 465,00; c. voor gebruikskosten bruikleenauto € 285,00; 2. De tarieven (lid 1 sub a en b) zijn gebaseerd op de voorziening in natura (regiotaxi/regiovervoer) waarbij maximaal 1500 kilometer per (kalender)jaar gereisd mag worden en een kilometertarief van € 0,31 per kilometer. Het tarief onder lid 1 sub c is gebaseerd op een kilometertarief van € 0,19 per kilometer. 3. Indien een cliënt geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, regiotaxi niet mogelijk is en eigen vervoer niet beschikbaar is, en op geen enkele andere manier een goedkopere passende vervoersvoorziening gegeven kan worden, wordt aan de cliënt een persoonsgebonden budget verstrekt
raad 2022_1373 definitief.docx
17
om met een reguliere (rolstoel)taxi te reizen. Dit bedrag wordt vastgesteld op grond van het feitelijke vervoerspatroon van de cliënt, maar met een maximum van 1500 kilometer tegen een bedrag dat met het taxibedrijf wordt afgesproken, maar maximaal het goedkoopste tarief van de reguliere (rolstoel)taxi. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes te vragen. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. Artikel 5.6 Persoonsgebonden budget voor weekendvervoer 1. Onder weekendvervoer wordt verstaan het vervoer van de instelling waar de cliënt woont naar het adres waar de te bezoeken relatie (bijv. ouder, broer) woonachtig is en vice versa. 2. Vervoer vanuit het woonadres van de relatie waar de cliënt gedurende het weekend verblijft wordt niet vergoed. 3. Het aantal bezoeken wordt in overleg met de cliënt en/of diens vertegenwoordiger bepaald. Per kalenderjaar wordt voor maximaal 26 bezoeken aan het weekendadres een persoonsgebonden budget verstrekt. 4. Per weekend wordt maximaal 2 maal de afstand tussen de instelling en het te bezoeken adres en de afstand van het te bezoeken adres terug naar de instelling vergoed. 5. Het college bepaalt de afstand van de instelling naar het te bezoeken adres met behulp van de ANWBrouteplanner. 6.
Voor vergoeding komen alleen in aanmerking kilometers die binnen Nederland worden gereden. 7. De kilometerprijs bedraagt € 0,19 per kilometer. 8. De vergoeding per kalenderjaar is beperkt tot maximaal het bedrag dat verstrekt wordt op grond van artikel 5.5 lid 1 sub a van deze verordening. 9. Het persoonsgebonden budget wordt door de gemeente maandelijks uitbetaald. Na afloop van het kalenderjaar vindt middels een steekproef controle plaats op het gebruik van de voorziening. Artikel 5.7 Tarieven voor cliënt met een toekenning voor vervoerskosten op grond van de Wmo 2007 (vóór 1 januari 2015). Voor cliënten aan wie een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor vervoer is toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2007 blijven de bedragen zoals toegekend van toepassing voor de duur dat de beschikking is afgegeven. De tarieven worden geïndexeerd zoals beschreven in artikel 5.30. Artikel 5.8 Persoonsgebonden budget voor een gehandicapten parkeerkaart / kosten parkeerplaats 1.
Als een cliënt niet of onvoldoende gecompenseerd wordt met collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi/regiovervoer) en het gebruik van een auto wel voldoende compensatie biedt, kan hij, als een gehandicaptenparkeerkaart voor hem noodzakelijk is, in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget voor de kosten van een invalidenparkeerkaart en de kosten van de noodzakelijke medische keuring. 2. Als een cliënt niet of onvoldoende gecompenseerd wordt met collectief vraagafhankelijk vervoer en het gebruik van een auto wel voldoende compensatie biedt, kan hij, als een gehandicaptenparkeerplaats voor hem noodzakelijk is, in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget in verband met de aanleg van die parkeerplaats. De hoogte van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de kosten die de gemeente in rekening brengt voor het aanleggen van de parkeerplaats. Artikel 5.9 Persoonsgebonden budget voor een autoaanpassing 1. Het persoonsgebonden budget voor een autoaanpassing wordt bepaald op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes op te vragen. De offerte moet ook (indien van toepassing) een indicatie voor de onderhoudskosten gedurende de afschrijvingsduur bevatten. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. 2.
Indien een geschikt middel verkrijgbaar is bij een gecontracteerde leverancier kan het persoonsgebonden budget nooit hoger zijn dan de kosten die het college kwijt zou zijn bij deze gecontracteerde aanbieder.
raad 2022_1373 definitief.docx
18
Woonvoorzieningen Artikel 5.10 Persoonsgebonden budget voor woningaanpassingen 1. Het persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes op te vragen. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. 2. Het is mogelijk een persoonsbonden budget te krijgen voor de kosten van het aanbouwen of uitbreiden van een vertrek bij een bestaande woning of de extra bouwkosten bij een nieuw te bouwen woning. Voor de berekening van het persoonsgebonden budget wordt als richtlijn genomen een aantal extra m2 (conform de aanvullende criteria in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg), vermenigvuldigd met de verdiepingshoogte, met een maximum van 3.00m. De grondprijs wordt bepaald op grond van het "Kader Grondprijzen" dat jaarlijks door de gemeenteraad wordt vastgesteld Artikel 5.11 Persoonsgebonden budget voor verhuis-en inrichtingskosten en bezoekbaar maken van een woning 1. Een persoonsgebonden budget voor verhuis- en inrichtingskosten a. De hoofdbewoner van een woonruimte kan een gemaximeerd persoonsgebonden budget voor verhuis- en inrichtingskosten ontvangen van € 2.458,00. b.