02 Raadsvoorstel BIZ Piushaven 2022
Tekst van het document
raad 2021_1164 definitief
1
Raadsvoorstel tot vaststellen van de "Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026" Aanleiding Vorig jaar heeft u de 'Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 20212025’ vastgesteld. Hierna kon de draagvlakmeting plaatsvinden. De draagvlakmeting was gepland voor februari 2021. Met terugwerkende kracht kon de BIZ dan ingaan per 1 januari 2021. De omstandigheden rondom de lockdown en contactbeperkende maatregelen, die medio december 2020 ingingen, maakten het noodzakelijk om de draagvlakmeting naar een later moment te verschuiven. (Collegebesluit 22 en raadsbrief 26 januari 2021). Inmiddels heeft het BIZ bestuur de gemeente laten weten dat de draagvlakmeting in het najaar 2021 zal plaatsvinden. Het is wenselijk om de looptijd van de verordening dan ook een jaar te verschuiven. Met dit voorstel bieden wij u de nieuwe BIZ-verordening aan ter vaststelling, met de bijlagen waarin is beschreven wat de ondernemers willen bereiken met de BIZ. Na vaststelling van de verordening kan de vereiste draagvlakmeting onder belastingplichtigen plaatsvinden. Bij voldoende draagvlak kan de verordening per 1 januari 2022 in werking treden waarbij de BIZ-bijdrage wordt ingesteld.
Voorstel De ‘Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2021-2025’ intrekken en de ‘Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026’ vaststellen.
Argumenten 1.1. Het jaar 2021 is na de draagvlakmeting zo goed als voorbij. De huidige verordening zou, met terugwerkende kracht, per 1 januari 2021 ingaan bij een positieve draagvlakmeting in februari 2021. Het jaar 2021 zou dan het eerste jaar zijn om het BIZ plan 2021-2025 uit te voeren. Ondernemers zouden dan een eerste BIZ-aanslag ontvangen vóór de zomer en de subsidie zou dan halverwege het jaar uitgekeerd worden en ingezet voor de uitvoering van het BIZ-plan. Nu de draagvlakmeting pas eind dit jaar wordt uitgevoerd start - bij voldoende draagvlak - de uitvoering van het BIZ plan feitelijk in 2022. Het eerste jaar is dan ‘verloren’. Bijkomend nadeel is dat dan nog slechts vier jaar resteren voor de uitvoering van het BIZ plan en geen vijf jaar, zoals bedoeld was. Praktisch is er ook een bezwaar: als we de huidige verordening inzetten ontvangen ondernemers – bij voldoende draagvlak - eind 2021 een aanslag voor 2021 en enkele maanden daarna een aanslag voor 2022. Hiermee wordt de lastendruk onbedoeld verzwaard. Een verordening die in 2022 ingaat lost bovengenoemde punten op. 2.1. Een bedrijveninvesteringszone maakt het mogelijk om de gebruikers en eigenaren van niet-woningen te betrekken bij de kwaliteitsverbetering in het gebied en daarmee de samenwerking tussen de stakeholders te verbeteren.
Met het vaststellen van de verordening geven we invulling aan het verzoek daartoe. Veel gebruikers en eigenaren zijn op dit moment bereid te investeren in de verbetering van hun bedrijfsomgeving met als doel balans tussen wonen, werken en recreëren, professionele marketing van het gebied bij de juiste doelgroepen, behoud compleet aanbod winkels en horeca, hoogwaardige inrichting openbare ruimte, versterken verbinding omliggende gebieden en efficiënte samenwerking tussen de stakeholders in de haven (zie BIZ plan als bijlage bij de uitvoeringsovereenkomst). Een bedrijveninvesteringszone is een wettelijk instrument dat erin kan voorzien dat iedereen meedoet. In de verordening zoals die nu voorligt, wordt een bijdrage geheven van gebruikers en eigenaren.
Portefeuillehouder: Wethouder Van der Pol Behandelend ambtenaar: Economie & Arbeidsmarkt, Kim Hendrikx
raad 2021_1164 definitief
2
2.2. Het vaststellen van de verordening is een raadsbevoegdheid en moet plaatsvinden vóórdat de vereiste draagvlakmeting wordt gehouden - op basis waarvan de invoering mogelijk is. De verordening ligt nu voor. Indien uw raad de verordening vaststelt kan vervolgens de draagvlakmeting worden gehouden. Er is voldoende draagvlak als: ten minste 50% van alle bijdrageplichtigen stemt én van alle stemmers minimaal 67% een stem vóór uitbrengt én indien de voorstemmers samen een hogere WOZ waarde vertegenwoordigen dan de tegenstemmers.
Aanvullend moet, omdat de BIZ-bijdrage wordt geheven van gebruikers en eigenaren, ook: ten minste de helft van de gebruikers en ten minste de helft van de eigenaren zich voor of tegen inwerkingtreding uit hebben gesproken, en daarvan moet ten minste de helft van de gebruikers en ten minste de helft van de eigenaren zich vóór inwerkingtreding uitspreken.
Als er voldoende draagvlak is, treedt de verordening in werking, per 1 januari 2022. Indien er onvoldoende draagvlak is omdat aan één of meer van de vereisten niet wordt voldaan, dan treedt de verordening niet in werking. 2.3. De verordening vormt de vertaalslag van de bedoelingen van de gebruikers en eigenaren en sluit aan bij de in Tilburg gangbare opzet voor belastingverordeningen. In de verordening is met een kaart vastgelegd op welk gebied deze van toepassing is. Het gaat om de objecten die als niet-woning zijn aangemerkt in het gebied. De looptijd van de verordening is een periode van 5 jaar ingaande per 1 januari 2022. Het belastingtarief is een vast bedrag op basis van de voor het belastingobject vastgestelde WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2022. Deze wordt zodra die bekend is gebruikt voor de eerste aanslag, en vervolgens gefixeerd en hij blijft gedurende de looptijd van de verordening gelijk.
Risico’s N.v.t.
Kosten en dekking De invoering van een BIZ gaat gepaard met kosten. Daarbij kunnen we onderscheid maken tussen enerzijds uitvoeringskosten die verband houden met de heffing en anderzijds kosten voor de invordering van een (nieuwe) belasting en te verwachten kosten van bezwaar en beroep. Deze kosten worden gedekt vanuit een allin tarief per aanslag dat de gemeenten in mindering brengt op de opbrengsten en komen dus feitelijk ten laste van het ondernemerscollectief. Daarnaast vraagt dit ook vanuit de organisatie inzet van capaciteit. Denk aan de subsidieverlening en verantwoording. Deze werkzaamheden behoren tot de reguliere taken van de betrokken afdelingen en pakken we op binnen de bestaande capaciteit. Tot slot komen er kosten in beeld omdat de gemeente zelf ook belastingplichtige is in het gebied. Als eigenaar van een pand en gebruiker van een ander pand. Onze bijdrage zal, afhankelijk van de nog te bepalen WOZ waarde voor 2022 waarschijnlijk € 150 en € 300 per jaar bedragen.
Vervolg Na vaststelling van de verordening wordt een draagvlakmeting uitgevoerd. Indien het vereiste draagvlak aanwezig is, gaat de heffing in vanaf 1 januari 2022 en loopt tot en met 31 december 2026.
raad 2021_1164 definitief
3
Bijlagen -
Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026
Tilburg, 15 juni 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
raad 2021_1164 definitief
4
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gelet op de tussen de gemeente Tilburg en de stichting BIZ Piushaven Tilburg gesloten Uitvoeringsovereenkomst;
Besluit De ‘Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2021-2025’ in te trekken en de ‘Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026’ vast te stellen.
Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. Deze verordening verstaat onder: a. bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en stichting BIZ Piushaven Tilburg op gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet. e. Stichting: stichting BIZ Piushaven Tilburg Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing op het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart(en).
raad 2021_1164 definitief
5
Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 3 Belastbaar feit en aard van de belasting 1.
2.
Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 5 Belastingplicht 1.
De BIZ-bijdrage wordt geheven van a.de gebruiker, zijnde diegene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerend zaak gebruikt. b. de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak.
2.
Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie de onroerende zaak ter beschikking is gesteld. c. als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 6 Maatstaf van heffing 1.
De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar 2022.
2.
Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6,
raad 2021_1164 definitief
6
alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 7 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; b. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; c. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; d. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; e.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; f. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 8 Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt a. voor de gebruiker bij een WOZ-waarde van: WOZ VAN €1 € 100.001 € 200.001 € 300.001 € 400.001 € 500.001 € 600.001 € 700.001
WOZ TOT € 100.000 € 200.000 € 300.000 € 400.000 € 500.000 € 600.000 € 700.000 >
TARIEVEN € 150 € 300 € 450 € 600 € 750 € 900 € 1.050 € 1.200
raad 2021_1164 definitief
7
b. voor de eigenaar bij een WOZ-waarde van: WOZ WOZ TARIEVEN VAN TOT €1 € 100.000 € 150 € 100.001 € 200.000 € 300 € 200.001 € 300.000 € 450 € 300.001 € 400.000 € 600 € 400.001 € 500.000 € 750 € 500.001 € 600.000 € 900 € 600.001 € 700.000 € 1.050 € 700.001 > € 1.200 Artikel 9 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
2. 3.
4.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.
Artikel 11 Looptijd van de belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Nadere regels door college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.
raad 2021_1164 definitief
8
Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 14 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening gemeente Tilburg niet van toepassing. Artikel 15 Aanwijzing stichting De stichting BIZ Piushaven Tilburg wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, verplicht moeten worden verricht. Artikel 16 Subsidieverlening 1.
2.
De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 17 Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doel gebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 18 Subsidievaststelling 1. 2.
De stichting is verplicht om uiterlijk 1 mei van het jaar opvolgend op het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 13 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.
Artikel 19 Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie; - een wijziging van de statuten; - verandering of beëindiging van activiteiten.
raad 2021_1164 definitief
9
Hoofdstuk IV Slotbepaling Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
2. 3.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 juli 2021. De plaatsvervangend griffier,
voorzitter,
raad 2021_1164 definitief
10
Kaart Bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026
raad 2021_1164 definitief
11
Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening bedrijveninvesteringszone gebruikers en eigenaren Piushaven Tilburg 2022-2026" Invoering BIZ Op grond van de Wet Bedrijveninvesteringszone is een gebied aangewezen waar gedurende een termijn van 5 jaar een BIZ-bijdrage wordt geheven. De BIZ bijdrage wordt jaarlijks geheven via een aanslag. Gebruikers en eigenaren van onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en zijn gelegen in het aangewezen gebied zijn belastingplichtig. Voor het gebied Piushaven is de stichting BIZ Piushaven Tilburg opgericht die de activiteiten uitvoert en de BIZ bijdragen door middel van een jaarlijkse subsidie ter beschikking krijgt. Zij gebruiken de middelen ter financiering van de afgesproken activiteiten. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de BIZ-bijdragen wordt na aftrek van de kosten overgemaakt aan de stichting BIZ Piushaven Tilburg.