CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Raadsvoorstel Aanpassing Staanplaatsverordening

Raadsvergadering 27 mei 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanpassing Staanplaatsverordening4.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Aanpassing Staanplaatsverordening Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

14 mei 2024 Bas van der Pol Economie en Arbeidsmarkt P. van Delft

Samenvatting Er wordt voorgesteld om de staanplaatsverordening aan te passen. Deze verordening geeft de kaders en toetsingscriteria voor het verlenen van vergunningen voor staanplaatsen. Staanplaatsen zijn mobiele inrichtingen die veelal gebruikt worden voor verkoop (zoals een oliebollenkraam, ijskar of bloemenstalletje) of voor dienstverlening zoals de tijdelijke inrichting waarin bevolkingsonderzoek plaatsvindt. Belangrijk kenmerk van een staanplaats is dat deze dagelijks wordt opgeruimd, al bevat de verordening ook bepalingen om van die verplichting vrijstelling te verlenen. Met de aanpassing van de staanplaatsverordening kunnen toezichthouders op de verordening worden aangewezen. Ook worden de vergunningsvereisten en vrijstellingsbepalingen verduidelijkt en zorgen we ervoor dat niet alleen natuurlijke personen een staanplaatsvergunning kunnen vragen. Tenslotte wordt ook een vrijstelling toegevoegd voor een kleine staanplaats op eigen terrein voor producten die voor consumptie bedoeld zijn. Hiermee worden fruitstalletjes van beperkte omvang in het buitengebied zonder vergunning toegestaan. Het college heeft onder voorbehoud van goedkeuring door de raad al toezichthouders aangewezen.

Ook heeft het college de mandaten die nodig zijn voor vergunningverlening en het houden toezicht op naleving van de ordening ook weer onder voorbehoud van goedkeuring van het voorstel tot aanpassing van de staanplaatsverordening al aangepast.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor bijgevoegde Staanplaatsverordening 2024 vast te stellen, waarbij de belangrijkste wijzigingen zijn: a. er kunnen toezichthouders op de verordening worden aangewezen; b. voor staanplaatsen die niet voor langere periode worden ingenomen is het niet meer noodzakelijk dat een vergunninghouder een natuurlijk persoon is, waarbij tevens de mogelijkheid wordt opgenomen om personen te benoemen die de staanplaatshouder mogen vervangen. c. er wordt de mogelijkheid opgenomen om onder voorwaarden vergunningsvrij een klein kraampje op eigen terrein te plaatsen voor verkoop van producten bedoeld voor consumptie. d. de mogelijkheid voor het college om staanplaatsvrije zones in te stellen komt te vervallen.

raad 2024_1570 definitief.docx

1

Raadsvoorstel Aanpassing Staanplaatsverordening Aanleiding De staanplaatsverordening dateert uit de periode van voor de gemeentelijke herindeling. Deze verordening is alleen daarom al aan een actualisering toe. De directe aanleiding voor een aanpassing op dit moment is dat er geen toezichthouders zijn aangewezen.

Beoogd effect Met het aanpassen van de staanplaatsverordening wordt een bijdrage geleverd aan een goed voorzieningenniveau voor onze inwoners. Staanplaatsen zijn een aanvulling op het aanbod van winkels en dienstverlenende bedrijven die vooral in de winkelcentra hebben gevestigd. Door de criteria die zijn opgenomen in de staanplaatsverordening zorgen we dat verkoop of dienstverlening vanuit staanplaatsen geen negatieve impact op het woon- en leefklimaat heeft. Met het aanwijzen van toezichthouders kunnen we daar ook op toezien.

Voorstel De Staanplaatsverordening 2024 vaststellen, waarbij de belangrijkste wijzigingen zijn: a. er kunnen toezichthouders op de verordening worden aangewezen; b. voor staanplaatsen die niet voor langere periode worden ingenomen is het niet meer noodzakelijk dat een vergunninghouder een natuurlijk persoon is, waarbij tevens de mogelijkheid wordt opgenomen om personen te benoemen die de staanplaatshouder mogen vervangen. c. er wordt de mogelijkheid opgenomen om onder voorwaarden vergunningsvrij een klein kraampje op eigen terrein te plaatsen voor verkoop van producten bedoeld voor consumptie. d. de mogelijkheid voor het college om staanplaatsvrije zones in te stellen komt te vervallen.

Argumenten 1. Door aanpassing van de staanplaatsverordening bieden we duidelijker kaders voor het verlenen van vergunningen voor tijdelijke verkooppunten en locaties voor dienstverlening. Met de staanplaatsverordening maken we het mogelijk dat er vergunningen kunnen worden verleend voor tijdelijke voorzieningen voor dienstverlening en/of verkoop. Hiermee zijn deze net als markten een aanvulling op het aanbod in de reguliere winkels en kunnen diensten en producten worden aangeboden op andere locaties. Denk hierbij aan een ijskraam bij een park of een wagen voor gezondheidsonderzoek. Doordat de verordening dateert uit de tijd van de gemeentelijke herindeling is het toetsingskader dat beschreven is niet meer actueel. De verwijzingen naar wetten en artikelen zijn aangepast zodat ze nu naar de actuele wetten en artikelen verwijzen. 2. Op grond van de huidige verordening kunnen geen toezichthouders worden toegewezen, dat wordt met deze aanpassing mogelijk gemaakt. Om indien nodig handhavend op te kunnen treden als er staanplaatsen worden ingenomen zonder of in afwijking van de vergunning moet het college op grond van deze toezichthouders kunnen aanwijzen. Met de voorgestelde wijziging wordt dit mogelijk. Dit maakt het mogelijk zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk te kunnen handhaven. 3.

Met deze aanpassing maken wij het mogelijk om vergunning te verlenen aan rechtspersonen voor staanplaatsen die voor een kortere periode worden ingenomen Om te voorkomen dat vergunningen voor staanplaatsen worden verhandeld is de bepaling opgenomen dat vergunningen alleen aan natuurlijke personen kunnen worden verleend. Omdat het verkopen van staanplaatsen die voor korte termijn worden ingenomen niet voorkomt is het niet noodzakelijk om ook voor

raad 2024_1570 definitief.docx

2

dit type staanplaatsvergunningen de eis te stellen dat deze vergunning wordt verleend aan een natuurlijk persoon. Dit kan gelden voor een promotiestaanplaats, maar ook voor een staanplaats voor een voorziening voor bevolkingsonderzoek. Daarmee is het mogelijk voor vergunninghouders om in wisselende bezetting staanplaatsen te bemensen, hetgeen de praktische uitvoering ten goede komt. 4. Met name in het buitengebied is er behoefte om op een laagdrempelige manier producten voor consumptie aan te bieden, dat maken we hiermee mogelijk. De aanpassing ten aanzien van het vergunningsvrij mogen plaatsen van een (kleine) staanplaats op eigen terrein is mede gedaan naar aanleiding van raadsvragen die recent over dit onderwerp zijn gesteld en die we mee hebben kunnen nemen in deze verordening. Door onder voorwaarden toe te staan dat er kleinschalige verkoopkraampjes voor verkoop van voor consumptie bedoelde producten op eigen terrein kunnen worden geplaatst wordt voldaan aan een behoefte die er is bij zowel ondernemers in onder meer de land- en tuinbouw als particulieren die hun producten willen aanbieden. Hiermee leveren we ook een bijdrage aan het aantrekkelijk maken van het buitengebied voor recreatie. 5. Doordat de staanplaatsvrije met een eerder collegebesluit zijn komen te vervallen is het betreffende artikel in de verordening niet meer noodzakelijk.

In 2019 heeft het college besloten om de staanplaatsvrije zones in een aantal winkelgebieden te laten vervallen. Deze zones zijn destijds ingesteld om de winkels in de (toen nieuwe) winkelgebieden geen concurrentie te bieden vanuit staanplaatsen. Omdat er inmiddels behoefte blijkt om staanplaatsen voor enkele dagen toe te staan in die winkelgebieden is die mogelijkheid in de plaats gekomen van de staanplaatsvrije zone.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven 1. Wachten met aanpassen van de staanplaatsverordening tot deze geheel is uitgewerkt zodat locaties voor staanplaatsen door de gemeente worden bepaald. De aanpassingen die worden voorgesteld houden een verbetering in van de bestaande verordening. Er worden gebreken opgelost waardoor het niet mogelijk was voor rechtspersonen om een staanplaatsvergunning voor kortere perioden te verkrijgen en er worden toezichthouders aangewezen. Het is echter nodig om de staanplaatsverordening aan te passen zodat er in de toekomst alleen vergunningen kunnen worden verleend voor staanplaatsen op locaties die vooraf door de gemeente als geschikt zijn aangemerkt. Daarnaast zullen we onderzoeken of er aanvullende regels moeten komen om overlast van kramen waarin gebakken wordt (zoals oliebollenkramen en viskramen) te voorkomen en om verkoop van gezonde voeding te stimuleren. Ook willen we met de aanpassing van de verordening een bijdrage leveren om het voorzieningenniveau op bedrijventerreinen te verbeteren voor de werknemers van de daar gevestigde bedrijven. Dit vraagt echter een meer omvangrijke wijziging ten opzichte van het systeem dat nu wordt gehanteerd. Om dit goed uit te werken is meer tijd nodig. Met de voorstelde wijzigingen zijn de grootste belemmeringen voor ondernemers in de ambulante handel weggenomen.

Maar het is voor een aantrekkelijk voorzieningenaanbod met zo weinig mogelijk hinder voor de omgeving wel noodzakelijk de verordening verder aan te passen. 2. De Stichting Tilburgse Markten zou graag een expliciete bepaling in de verordening zien waarmee voorkomen wordt dat door groepering van staanplaatsen een ‘mini-markt’ zou ontstaan. Deze verordening is voorgelegd aan de Stichting Tilburgse Markten. Zij hebben aangegeven dat ze het voor hen niet wenselijk is dat er meerdere staanplaatsen worden gegroepeerd waardoor er als het ware een ‘minimarkt’ ontstaat. Omdat het nu gaat om een aanpassing van de verordening om bestaande onduidelijkheden en gebreken op te lossen wordt de verordening hierop op dit moment nog niet op aangepast.

raad 2024_1570 definitief.docx

3

Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.

Kosten en dekking Voor het behandelen van vergunningsaanvragen worden leges geheven. Deze zijn kostendekkend. De capaciteit voor toezicht en handhaving van deze verordening valt binnen de huidige formatie

Uitvoering Het verlenen van vergunningen op grond van de staanplaatsverordening hoort bij de werkzaamheden het team Vergunningen van de afdeling Dienstverlening. Het toezichthouden op naleving van de staanplaatsverordening vindt plaats door de ambtenaren van Toezicht en Handhaving van de afdeling Veiligheid en Wijken.

Participatie De conceptverordening is voorgelegd aan de Stichting Tilburgse Markten, dit is toegelicht onder kanttekening 2.

Communicatie Er wordt niet specifiek over deze aanpassing gecommuniceerd. Het is vooral een aanpassing die onvolkomenheden oplost. Daar waar er veranderingen zijn zal de informatie op de gemeentelijke website worden aangepast.

Evaluatie Er volgt geen evaluatie.

Bijlagen Staanplaatsverordening Tilburg 2024

Ter inzage gelegde stukken Geen.

Tilburg, 14 mei 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

raad 2024_1570 definitief.docx

4

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op het door de raad aanvaarde amendement A24-006

Besluit De Staanplaatsverordening 2024 vaststellen, waarbij de belangrijkste wijzigingen zijn:

a. er kunnen toezichthouders op de verordening worden aangewezen; b. voor staanplaatsen die niet voor langere periode worden ingenomen is het niet meer noodzakelijk dat een vergunninghouder een natuurlijk persoon is, waarbij tevens de mogelijkheid wordt opgenomen om personen te benoemen die de staanplaatshouder mogen vervangen. c. er wordt de mogelijkheid opgenomen om onder voorwaarden vergunningsvrij een klein kraampje op eigen terrein te plaatsen voor verkoop van producten bedoeld voor consumptie.

Staanplaatsverordening 2024 Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. Weg: • de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; • De – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken en plantsoenen, speelweiden en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; • De voor publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, achter ontsluitingen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn; • overige voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, achter ontsluitingen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. b. Staanplaats: de dagelijks te ontruimen plaats waar, met behulp van een mobiele inrichting, kraam, tafel of ander voorwerp: • in de uitoefening van de ambulante handel, goederen te koop worden uitgestald of aangeboden, verkocht of verstrekt; • diensten worden aangeboden dan wel verricht; • goederen of waren van het publiek worden aangekocht of in ontvangst genomen; • reclame of propaganda wordt gemaakt ten behoeve van een commercieel, sociaal, liefdadig, cultureel, politiek of folkloristisch doel. c.

Vaste staanplaats: een staanplaats die voor één of meer dagdelen, voor maximaal 5 jaar tijd wordt toegewezen, ongeacht een beperking naar de periode van inname over een kalenderjaar. d. Tijdelijke staanplaats: een staanplaats welke voor maximaal 2 maanden per kalenderjaar wordt toegewezen. e. Dagplaats: een staanplaats voor een maximaal 3 achtereenvolgende dagen. f. Staanplaatshouder: de natuurlijke persoon wie door of namens burgemeester en wethouders vergunning is verleend tot het innemen van een vaste staanplaats dan wel de natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan een vergunning voor een tijdelijke staanplaats of dagplaats is verleend.

raad 2024_1570 definitief.docx

5

Artikel 2 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de weg een staanplaats in te nemen. 2. Het is verboden in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de weg een staanplaats in te nemen. 3. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders een staanplaats wordt ingenomen. 4. Burgemeester en wethouders verlenen geen vergunning voor vaste staanplaatsen ten behoeve van het bakken van frites en andere geringe eetwaren, met uitzondering van oliebollen alsmede aanverwante gebakartikelen en gebakken vis, deze laatste mits deze verkoop plaatsvindt in combinatie met de verkoop van verse vis. 5. Een staanplaats kan aan meer dan één staanplaatshouder worden verleend op niet gelijk vallende dagen of dagdelen. Artikel 3 1. Vergunningen voor een dagplaats kunnen maximaal worden verleend voor 3 achtereenvolgende dagen; 2. Een vergunning voor een tijdelijke staanplaats wordt slechts voor maximaal 2 achtereenvolgende maanden verleend; 3. Een vergunning voor dagplaats kan per (rechts)persoon slechts voor drie achtereenvolgende dagen worden verleend; 4. Een vergunning voor een vaste staanplaats kan uitsluitend worden verleend aan natuurlijke personen; 5.

In de wijk- en dorpscentra (Heyhoef, Paletplein, Westermarkt, Wagnerplein, AaBe Fabriek, Korvelseweg, Besterd, Koningsoord en Udenhout) en de Binnenstad kunnen vergunningen voor dagplaatsen alleen worden verleend indien in dit winkelgebied minimaal 8 dagen geen staanplaatsvergunning voor een dagplaats is verleend in dezelfde branche; 6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te besluiten voor welke branches respectievelijk artikelen vergunning wordt verleend. Artikel 4 Het verbod ingevolge artikel 2 geldt niet: a. op de plaats die door burgemeester en wethouders is ingesteld voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; b. bij evenementen als bedoeld in artikel 25 respectievelijk bij collecten als bedoeld in artikel 126 van de Algemene Plaatselijke Verordening; c. ten behoeve van de verkoop van kerstbomen in de periode van 5 tot en met 24 december, mits wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 11; d. ten behoeve van het voeren van politieke campagne gedurende een periode van 6 weken voorafgaande aan enige verkiezing als bedoeld in de Kieswet, zulks echter uitsluitend voor wat betreft de door burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsen en tijden; e.

ten aanzien van het verspreiden van gedrukte en geschreven stukken mits de oppervlakte maximaal 1 m2 bedraagt en de staanplaats niet wordt ingenomen voor een winkel, een toe- of uitgang van een bedrijf dan wel op een bluswaterwinplaats en overigens de verkeersstromen ter plaatse niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. f. ten aanzien van het aanbieden dan wel verkopen van producten voor consumptie die door middel van een automaat, tafel of andere uitstalling van maximaal 3 m2 op eigen terrein worden aangeboden. Artikel 5 Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van het verbod ingevolge artikel 2 verlenen op grond van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden.

raad 2024_1570 definitief.docx

6

Artikel 6 1. Een vergunning kan worden verleend onder voorwaarden. Aan elke vergunning voor een vaste staanplaats wordt tenminste als voorwaarde verbonden dat elke twee jaar wordt een recent bewijs van inschrijving in het Handelsregister overlegd aan het college. 2. Een vergunning voor een vaste staanplaats wordt verleend voor een periode van ten hoogste 5 jaar. 3. In een vergunning worden tenminste vermeld: a. de dagen en tijden waarop de staanplaats mag worden ingenomen; b. de exacte locatie waar de staanplaats mag worden ingericht alsmede de maximale oppervlakte en de afmetingen daarvan; c. voor zover van toepassing de soort(en) goederen die mogen worden uitgestald, verkocht, aangeboden, verstrekt dan wel in ontvangst genomen respectievelijk de diensten die mogen worden aangeboden dan wel verricht; Artikel 7 1. Een vergunning kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde; b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. in het belang van verkeersvrijheid of –veiligheid; e. vanwege strijd met een geldend Omgevingsplan; f. indien vanaf de staanplaats reclame wordt gemaakt die in strijd is met het reclamebeleid. 2. Een vergunning kan worden ingetrokken indien: a. de belangen als bedoeld in het eerste lid daartoe aanleiding geven; b.

de vergunninghouder handelt in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde; c. wanneer bij herhaling is geconstateerd door een toezichthouder dat een staanplaats wordt ingenomen in afwijking van de door burgemeesters en wethouders verleende vergunning. 3. Een vergunning wordt voorts ingetrokken: a. op verzoek van de staanplaatshouder b. bij overlijden van de staanplaatshouder, tenzij binnen 3 maanden door de rechtverkrijgende onder algemene titel is aangegeven dat de staanplaats op diens naam dient te worden overgeschreven en mits wordt voldaan aan alle overige bepalingen ingevolge de Vestigingswetgeving. c. indien, sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van deze vergunning; d. indien gedurende een periode van drie maanden, anders dan wegens overmacht, geen daadwerkelijk gebruik van de vergunning is gemaakt. 4. Een staanplaatsvergunning voor een vergunningplichtige activiteit ingevolge de Omgevingswet wordt niet verleend dan nadat de vereiste vergunning op grond van die wet is afgegeven. Artikel 8 1. Burgemeester en wethouders kunnen staanplaatsvrije zones aanwijzen. 2. In het besluit tot aanwijzing van staanplaatsvrije zones kan bepaald worden dat dit slechts geldt voor een beperkt aantal branches. 3.

Vergunningen voor staanplaatsen die reeds worden ingenomen vóór aanwijzing van een bepaald gebied als staanplaatsvrije zone, blijven onverminderd het bepaalde in artikel 7 van kracht, met dien verstande dat een overschrijving als bedoeld in het derde lid onder b niet kan plaatsvinden. Artikel 9 Een vaste staanplaats dient persoonlijk door de staanplaatshouder of een van andere personen die vermeld worden op de vergunning te worden ingenomen. Op een vergunning kunnen maximaal 3 andere personen worden bijgeschreven. Artikel 10 1. Een staanplaats dient te worden ontruimd uiterlijk een half uur nadat de verkoopactiviteiten dienen te worden dan wel zijn beëindigd.

raad 2024_1570 definitief.docx

2. 3.

7

In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders onder nader te stellen voorwaarden vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1. De staanplaats alsmede de directe omgeving daarvan dient bij ontruiming veegschoon te worden achtergelaten.

Artikel 11 1. De vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c is slechts van toepassing indien: a. Tenminste veertien dagen voor inname van een staanplaats daarvan schriftelijk melding is gemaakt middels het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier via de website van de gemeente Tilburg; b. de staanplaats, indien en voor zover deze is gelegen op de openbare weg, geen grotere oppervlakte zal beslaan dan 25 m2. 2. Van elke melding wordt een bewijs van kennisgeving verstrekt, welk bewijs steeds bij de staanplaats aanwezig dient te zijn en op eerste aanzegging van een controlerend ambtenaar ter inzage moet worden gegeven; 3. Burgemeester en wethouders kunnen een verbod tot inname van een voorgenomen staanplaats als bedoeld in het eerste lid uitvaardigen indien de vrees bestaat dat het daadwerkelijk innemen van die staanplaats zal leiden tot verstoring van de openbare orde, rust of veiligheid. Artikel 12 Een aanvraag ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2 dient te geschieden via de website van de gemeente Tilburg. Artikel 13 Overtreding van de artikelen en de bij of krachtens deze artikelen gegeven voorwaarden en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 Wetboek van Strafrecht.

Artikel 14 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij het besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. Artikel 15 1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag nadat zij is bekend gemaakt. 2. Met ingang van die dag vervalt de Staanplaatsenverordening 1997. 3. Vergunningen en vrijstellingen verleend krachtens de in het tweede lid genoemde verordening dan wel uitvoeringsbesluiten gebaseerd op de in het tweede lid genoemde verordening worden geacht te zijn verleend casu quo genomen op grond van deze verordening. Artikel 16 Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Staanplaatsverordening 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 mei 2024. de griffier,

voorzitter,

raad 2024_1570 definitief.docx

8

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Vergunningen voor vaste staanplaatsen worden gebruikelijk verleend aan natuurlijke personen om te voorkomen dat vergunningen voor een staanplaats kunnen verhandeld. Dit risico op doorverkoop is er niet bij vergunningen voor een staanplaats voor een periode van maximaal 2 maanden. Daarom kunnen rechtspersonen wel vergunningen voor een dagplaats of tijdelijke staanplaats aanvragen. Artikel 3 In de voorgaande verordening was de mogelijkheid opgenomen om staanplaatsvrije zones in te stellen. In 2019 heeft het college deze zones beëindigd. Daarbij is opgenomen dat in de voormalige staanplaatsvrije zones (Heyhoef, Paletplein, Westermarkt, Wagnerplein en Binnenstad) vergunningen kunnen worden verleend onder de volgende voorwaarden • vergunningen worden slechts verleend voor korte perioden (maximaal 3 dagen). • er wordt een periode van minimaal 8 dagen gehanteerd voor het innemen van staanplaatsen met eenzelfde aanbod op dezelfde plaats in het winkelgebied. Met de aanpassing van dit artikel gaan deze voorwaarden ook gelden in de andere wijk- en dorpscentra. Artikel 4 In dit artikel worden de uitzonderingen benoemd waarvoor geen vergunning nodig is voor het innemen van een staanplaats. Voor het innemen van een staanplaats voor de verkoop van kerstbomen worden in artikel 11 nadere voorwaarden omschreven.

Belangrijk hierbij is dat er vooraf een melding moet worden gedaan en dat de oppervlakte maximaal 25 m2 mag bedragen. Met het bepaalde onder a. wordt tevens toegestaan dat het aanbieden of verkopen van producten uit de landof tuinbouw, eigen tuin en dergelijke zonder vergunning kan plaatsvinden. Met deze bepaling willen we de aantrekkelijkheid van met name het buitengebied voor recreatief gebruik vergroten en bedrijven en bewoners de mogelijkheid bieden hun producten op een laagdrempelige manier aan te bieden aan consumenten. Bij het beoogde aanbod kan worden gedacht aan de verkoop van aardbeien of ander fruit, worstenbroodjes uit het eigen productie of kaas van eigen boerderij. Als de omvang kleiner is dan een marktkraam (vandaar het maximum van 3 m2) en op eigen terrein plaatsvindt is de impact op de omgeving dusdanig beperkt dat hiervoor geen vergunning noodzakelijk wordt geacht. Artikel 7 In dit artikel worden de toetsingscriteria beschreven. Voor het innemen van een staanplaats is het belangrijk dat deze geen hinder of overlast oplevert. Ook moet het uiterlijk van de omgeving worden beschermd.

Er zal in ieder geval in de volgende gevallen een ‘welstandstoets’ plaatsvinden als: • het uiterlijk van het verkoopmedium daartoe aanleiding geeft (felle kleuren, afwijkende maatvoering of aanstootgevende afbeeldingen); • de staanplaats wordt ingenomen nabij een gemeentelijk of rijksmonument; • de staanplaats is gelegen in of nabij een gemeentelijk- of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht; • de staanplaats is gelegen in een gebied waarvoor hoge eisen aan de omgevingskwaliteit worden gesteld, zoals Spoorzone, Piushaven en de stadsparken.

raad 2024_1570 definitief.docx

9

Artikel 8 In het raadsvoorstel wordt toegelicht dat artikel 8 zou komen te vervallen met het aannemen van dit stuk. Met het aannemen van een amendement is dit artikel behouden. Op grond van de dit artikel heeft het college de mogelijkheid staanplaatsvrije zones aan te wijzen. Daarbij moet rekening gehouden worden met o.a. de Europese Dienstenrichtlijn. Artikel 9 Vergunningen voor vaste staanplaatsen worden alleen verleend aan natuurlijke personen. Wel is het voor ondernemers soms wenselijk zich te laten vervangen. We nemen daarom de mogelijkheid op om meerdere personen op de vergunning te benoemen. Bij de staanplaats moet tenminste een persoon zoals genoemd op de vergunning aanwezig zijn. Eventuele andere medewerkers op de staanplaats hoeven niet op de vergunning te worden vermeld, dit gebeurt bijvoorbeeld bij grotere staanplaatsen zoals een vis- of oliebollenkraam, maar er moet wel een van de op de vergunning vermelde personen aanwezig zijn. Artikel 10 Uitgangspunt voor staanplaatsen is dat deze tijdelijk zijn en dat deze mobiel zijn. Ook staanplaatsen die dag na dag op dezelfde plaats staan dienen na staken van de activiteiten opgeruimd te worden. Oliebollenkramen worden vaak niet verplaatst, vanwege de omvang en het gebruikte vet. Op grond van lid 2 kan vrijstelling verleend worden van de verplichting de staanplaats op te ruimen.

Naast een oliebollenkraam wordt deze mogelijkheid ook vaak gebruikt voor staanplaatsen voor bevolkingsonderzoek. Als een staanplaats langer dan 30 dagen wordt ingenomen dan is naast een staanplaatsvergunning eveneens een Omgevingsvergunning noodzakelijk. Deze wordt getoetst aan de daarvoor geldende voorwaarden. Dit betekent dat het niet altijd mogelijk is om een staanplaats in te nemen die niet dagelijks ontruimd hoeft te worden. Artikel 11 en 12 Vergunningen voor een staanplaats kunnen worden aangevraagd via de website van de gemeente. De link hiervoor is: https://www.tilburg.nl/ondernemers/horeca-en-verkoop/staanplaats/.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14165464/4