02 Raadsbesluit 9 maart 2015
Tekst van het document
raad 2015_159 definitief
1
Raadsvoorstel aanwijzing categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is
Aanleiding De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt het college de mogelijkheid tot het verlenen van omgevingsvergunningen met een grote buitenplanse afwijking (ook wel projectafwijkingsbesluit genoemd). Hiervoor is dan een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. De gemeenteraad kan categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor een dergelijke verklaring niet is vereist. Bij besluit van 22 november 2010 heeft uw raad besloten om alle gevallen waarin een dergelijke vergunning wordt verleend aan te wijzen als geval waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is. Dit betekent in de praktijk dat de raad nooit om een verklaring hoeft te worden gevraagd en dat de procedure snel kan worden doorlopen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft inmiddels geoordeeld dat het voor alle gevallen terzijde schuiven van de verplichting tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen niet mogelijk is. Zoals we het nu in Tilburg hebben geregeld, kan het dus niet meer. Om in voorkomende gevallen toch zo snel mogelijk mee te kunnen werken, stellen wij u voor om daadwerkelijk categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor het vragen van een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. In feite geeft u daarmee een algemene verklaring van geen bedenkingen af voor de hieronder genoemde kleinere gevallen.
Hiermee kunnen we voortvarend meewerken aan die gevallen. In alle andere gevallen zullen wij u separaat raadplegen over de verklaring van geen bedenkingen.
Voorstel de volgende gevallen aan te wijzen als categorieën gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht niet is vereist: Artikel 1: Kleinschalige woningbouwlocaties of de bouw van clusters woningen van in beide gevallen maximaal 20 woningen. Artikel 2: Het bouwen of uitbreiden van een bedrijfsgebouw, mits geen sprake is van substantiële nieuwvestiging dan wel uitbreiding van bestaande bedrijvigheid buiten een bestaand bedrijventerrein. Artikel 3: Het bouwen of uitbreiden van een gebouw ten behoeve van een maatschappelijke voorziening mits geen sprake is van maatschappelijk gevoelige initiatieven. Onder maatschappelijk gevoelige initiatieven moet in ieder geval worden gedacht aan voorzieningen als Skaeve Huse, verslavingszorg en een blijf-van-mijn-lijf-huis, maar ook aan een asielzoekerscentrum, een crematorium, een gebouw voor de uitoefening van religie (moskee, kerk etc.), een gevangenis en dergelijke. Artikel 4: Het bouwen of uitbreiden van een gebouw ten behoeve van een horecavoorziening, mits geen sprake is van grootschalige horeca.
Argumenten 1.
De huidige Tilburgse aanwijzing van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is, lijkt niet langer houdbaar. Het verlenen van een omgevingsvergunning is een bevoegdheid van het college, óók indien er sprake is van een grote buitenplanse afwijking. Voor het verlenen van een vergunning met een grote buitenplanse
raad 2015_159 definitief
2
afwijking is echter een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist. Het Besluit omgevingsrecht (Bor) biedt met artikel 6.5 de raad de mogelijkheid om een lijst van categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een dergelijke verklaring niet meer is vereist. In die gevallen is het college zelf bevoegd om te beoordelen of een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan wel of niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In 2010 heeft de gemeenteraad van Tilburg bepaald dat een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist voor het toepassen van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3 van de Wabo (omgevingsvergunning met grote buitenplanse afwijking). Daarmee heeft de gemeenteraad beoogd gebruik te maken van de hem toekomende bevoegdheid om categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. In feite is er sprake van een ongeclausuleerde delegatie van de bevoegdheid tot het verlenen van een vergunning met grote buitenplanse afwijking. 1
De Raad van State heeft zich uitgesproken over deze specifieke materie en oordeelde dat een besluit dat een verklaring van geen bedenkingen nooit is vereist, niet kan worden aangemerkt als een aanwijzing van een categorie van gevallen. De bevoegdheid tot het maken van uitzonderingen (de categorieën van gevallen die kunnen worden aangewezen) mag niet worden gebruikt om de hoofdregel (de raad moet een verklaring van geen bedenkingen afgeven) buiten werking te stellen. Gelet op deze uitspraak is het college thans niet bevoegd om omgevingsvergunningen met grote buitenplanse afwijking te verlenen zonder steeds voor ieder geval afzonderlijk voorafgaand aan uw raad een verklaring van geen bedenkingen te vragen. Deze werkwijze heeft een negatieve uitwerking op de snelheid van de besluitvorming en deze extra procedurestap is bovendien lastig in de procedure inpasbaar, omdat de Wabo een termijn van 26 weken voorschrijft waarbinnen de vergunning moet worden verleend. 2.
Het is wenselijk om in bepaalde gevallen geen verklaring van geen bedenkingen vooraf te moeten vragen. Er wordt terughoudend omgegaan met toepassing van de grote buitenplanse afwijking. In de meeste gevallen wordt ervoor gekozen een (postzegel)bestemmingsplan op te stellen, omdat het de aanvrager meer flexibiliteit biedt; zeker in combinatie met toepassing van de coördinatieregeling. De beleidsregels voor medewerking aan grote buitenplanse afwijkingen geven aan dat in principe sprake moet zijn van een concreet project, dat geen onderdeel mag uitmaken van een groter plan. Hiermee wordt voorkomen dat de zogenoemde 'krenten uit de pap' worden ontwikkeld, waardoor bij grotere projecten een ruimtelijk kader is gewaarborgd, kostenverhaal mogelijk is, de actualisatieplicht is gewaarborgd en geen leges worden misgelopen. Niettemin worden sporadisch vergunningen verleend met toepassing van een grote buitenplanse afwijking. Dat is vaak het geval voor bouwplannen die spoedeisend zijn en die in voldoende mate tot in de details zijn uitgewerkt. In die gevallen zou het inefficiënt zijn om altijd een verklaring te moeten vragen willen we snel kunnen beslissen. Daarom stellen we voor dat we in kleinere gevallen niet apart hoeven te vragen om een verklaring, waardoor we voortvarend kunnen meewerken. 3. Het is wenselijk om categorieën aan te wijzen.
Er zijn ook gemeenten die opteren voor een regeling die feitelijk een 'piepsysteem' inhoudt. Burgemeester en wethouders leggen iedere aanvraag schriftelijk voor en de raad heeft een bepaalde termijn (bijvoorbeeld vijf dagen) om aan te geven of hij al dan niet van zijn bevoegdheid om een verklaring af te geven gebruik wil maken. Naast het feit dat deze regeling voortborduurt op de bestuurspraktijk onder vigeur van de (oude) Wet Ruimtelijke Ordening - en de wetgever hieraan juist een einde heeft gemaakt met de introductie van de verklaring van geen bedenkingen - werkt deze werkwijze ook enige mate van onzekerheid in de hand. Wij kunnen aanvragers niet op voorhand informeren over de te verwachten doorlooptijd van de procedure, omdat de besluitvormingsprocedure via de gemeenteraad meer tijd vergt. Bovendien is een dergelijke werkwijze niet praktisch in perioden waarin de raad minder bijeen komt, zoals het zomerreces. Nu het niet werkbaar lijkt om in alle gevallen een verklaring van geen bedenkingen te vragen en een algemene verklaring niet (langer) kan, lijkt de juiste weg in het midden te liggen. Dit voorstel houdt daarom 1
ABRvS 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3207.
raad 2015_159 definitief
3
in dat u wordt gevraagd om expliciet gevallen aan te wijzen waarin we geen verklaring hoeven te vragen en we daarmee snel medewerking kunnen verlenen. 4.
Met de voorgestelde categorie-indeling kunnen aanvragen van relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen snel worden verleend. De voorgestelde categorieën kunnen als volgt nader worden toegelicht: Artikel 1: Met een maximum van 20 woningen wordt deze categorie beperkt tot kleinere (particuliere) woningbouwontwikkelingen. De locatie mag geen onderdeel zijn van een groter plan, zoals een uitbreidingsgebied of herstructureringsgebied. Artikel 2: Het gaat hier nadrukkelijk om zowel reguliere als agrarische bedrijvigheid. Met de aanwijzing van deze categorie is gewaarborgd dat de grotere ruimtelijke ontwikkelingen - die ook regionaal moeten worden afgestemd - niet zonder raadpleging van de gemeenteraad kunnen worden afgedaan. Artikel 3: Maatschappelijke voorzieningen kunnen gevoelig liggen in een wijk, buurt of anderszins. Zodra een maatschappelijke voorziening een maatschappelijk gevoelige voorziening wordt, is raadpleging van de gemeenteraad de geëigende weg. Voor maatschappelijk gevoelige voorzieningen moet dan ook steeds een verklaring van geen bedenkingen worden gevraagd bij de gemeenteraad. Artikel 4: Bij de categorie horeca moet worden gedacht aan ondergeschikte uitbreidingen in een gebied waarin horeca reeds is toegestaan (bijvoorbeeld horecaconcentratiegebied).
Kosten en dekking Dit voorstel betreft een procedurele voorziening waaraan voor de gemeente geen kosten zijn verbonden.
Vervolg Indien de gemeenteraad besluit tot aanwijzing van categorieën van gevallen, wordt dit besluit op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Voorts hanteert het college de gestelde kaders in de omgevingsvergunningenpraktijk. De aanvragen die niet tot een van de aangewezen categorieën van gevallen behoren zullen aan uw raad worden voorgelegd voor een verklaring van geen bedenkingen.
Datumvoorstel Wij stellen voor dit voorstel aan de orde te stellen in de vergadering van de raadscommissie Vestigingsklimaat van 23 februari en de raadsvergadering van 9 maart 2015.
Eindvoorstel Als daartoe aanleiding is, zullen wij in het eindvoorstel ons standpunt naar aanleiding van de behandeling van dit voorstel in de raadscommissie(s) verwoorden.
Tilburg, Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris, de burgemeester,
Motie 12-1 Motie
VERWORPEN
De commissie Vestigingsklimaat van Tilburg kwam in vergadering bijeen op 9 maart 2015 ter behandeling van het raadsvoorstel “categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen nodig is”. Constaterend dat: • Er niet ingegaan wordt op eventuele bezwaren vanuit bewoners. • De visie van de raad en de omgevingscommissie soms uit elkaar liggen. • Er steeds meer implementatie van bouw wordt aangedragen en dit niet gaat om plannen van meer dan 20 woningen. Voorts constaterend dat: • De gekozen artikelen geen uitsluitingen kent en deze het college de vrije hand laten in het honoreren van ontwikkelen in wijken en buurten die een stempel kunnen drukken op de omgeving. • Hierbij vaak bezwaren ingediend worden en deze niet meegenomen worden in de verdere afwikkeling van de artikelen. • Daarnaast wordt er door de gemeente steeds meer aangedrongen tot het implementeren van nieuwbouw in bestaande wijken en buurten. • Deze zullen niet voldoen aan voorwaarden van “meer dan 20 woningen”. •
Overwegende dat Wij als gemeenteraad een duidelijkere rol willen hebben op de ontwikkelingen in de stad en wij deze rol niet naar behoren kunnen uitvoeren als het college dit mandaat heeft.
En draagt het college op Te allen tijde ontwikkelingen waar bezwaar op binnenkomt ter kennis brengen aan de raad.
En gaat over tot de orde van de dag.
Fractie Voor Tilburg Linda Oerlemans
raad 2015_159 definitief
4
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit de volgende gevallen aan te wijzen als categorieën gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht niet is vereist: Artikel 1: Kleinschalige woningbouwlocaties of de bouw van clusters woningen van in beide gevallen maximaal 20 woningen. Artikel 2: Het bouwen of uitbreiden van een bedrijfsgebouw, mits geen sprake is van substantiële nieuwvestiging dan wel uitbreiding van bestaande bedrijvigheid buiten een bestaand bedrijventerrein. Artikel 3: Het bouwen of uitbreiden van een gebouw ten behoeve van een maatschappelijke voorziening mits geen sprake is van maatschappelijk gevoelige initiatieven. Onder maatschappelijk gevoelige initiatieven moet in ieder geval worden gedacht aan voorzieningen als Skaeve Huse, verslavingszorg en een blijf-van-mijn-lijf-huis, maar ook aan een asielzoekerscentrum, een crematorium, een gebouw voor de uitoefening van religie (moskee, kerk etc.), een gevangenis en dergelijke. Artikel 4: Het bouwen of uitbreiden van een gebouw ten behoeve van een horecavoorziening, mits geen sprake is van grootschalige horeca.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 maart 2015.
de griffier,
de voorzitter,
Verslag Motie M 12-1 De commissie Vestigingsklimaat van Tilburg kwam in vergadering bijeen op 9 maart 2015 ter behandeling van het raadsvoorstel “categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen nodig is”; constaterend dat: -
er niet ingegaan wordt op eventuele bezwaren vanuit bewoners;
-
de visie van de raad en de omgevingscommissie soms uit elkaar liggen;
-
er steeds meer implementatie van bouw wordt aangedragen en dit niet gaat om plannen van meer dan 20 woningen;
voorts constaterend dat: -
de gekozen artikelen geen uitsluitingen kent en deze het college de vrije hand laten in het honoreren van ontwikkelen in wijken en buurten die een stempel kunnen drukken op de omgeving;
-
hierbij vaak bezwaren ingediend worden en deze niet meegenomen worden in de verdere afwikkeling van de artikelen;
-
daarnaast wordt er door de gemeente steeds meer aangedrongen tot het implementeren van nieuwbouw in bestaande wijken en buurten;
-
deze zullen niet voldoen aan voorwaarden van “meer dan 20 woningen”;
overwegende dat: -
wij als gemeenteraad een duidelijkere rol willen hebben op de ontwikkelingen in de stad en wij deze rol niet naar behoren kunnen uitvoeren als het college dit mandaat heeft;
en draagt het college op: te allen tijde ontwikkelingen waar bezwaar op binnenkomt ter kennis brengen aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag. Namens de Voor Tilburg-fractie: Linda Oerlemans. Wethouder Jacobs ontraadt de motie. De gemeente moet een verklaring van geen bedenkingen vragen vanwege een uitspraak van de Raad van State. Een algemene verklaring van geen bedenkingen mag niet worden afgegeven, wat betekent dat er categorieën van gevallen aangewezen moeten worden. De motie suggereert dat de inspraak van mensen en de raad wegvalt. Tegen ontwerp-omgevingsvergunningen zijn altijd zienswijzen mogelijk als het gaat om grote buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan. Het voorliggende voorstel om categorieën van gevallen aan te wijzen verandert daaraan helemaal niets. Elke aanvraag voor een omgevingsvergunning ligt zes weken ter visie voor het indienen van zienswijzen. Daarbij is het verlenen van omgevingsvergunningen een bevoegdheid van het college. Daarmee reageert het college ook op zienswijzen en volgt het de daarbij horende procedure. Het is juist de bedoeling van de regeling om gevallen te benoemen die aan de raad worden voorgelegd, zodat de raad daarop een stempel kan zetten. Het betreft bijvoorbeeld de categorie maatschappelijk gevoelige voorzieningen.
Mevrouw Oerlemans (Voor Tilburg) is het daarmee niet eens en wil graag over alle informatie die voorhanden is beschikken. Als Tilburgse partij wil Voor Tilburg graag weten wat er in de stad leeft. Zij wil daarom alle gemaakte bezwaren inzien, zodat zij haar werk kan doen. De heer Van den Hoven (LST) begrijpt de uitleg van de wethouder, maar vraagt zich af waarom die de uitleg en de marge zo ruim heeft gehouden. Wellicht was een betere inkadering mogelijk geweest, waardoor er meer informatie zou zijn geweest en beter op de bal spelen mogelijk was geweest. Hij is ontzettend bevreesd voor het creëren van ruimte voor het college zonder dat de raad daarbij betrokken wordt. De heer Keijsers (D66) ondersteunt de motie niet en verbaast de inbreng van de LST, omdat de rol van de raad volgens hem juist groter dan kleiner wordt. Hij begrijpt dat Voor Tilburg staat op transparantie, maar als men alle bezwaren wil zien, spreekt men daarmee een motie van wantrouwen uit. Men kan het college geen half mandaat geven, wat nu gebeurt: het college mag een besluit nemen, maar Voor Tilburg wil wel alle bezwaren zien en beoordelen of die op een goede manier zijn afgehandeld. De heer Van Berkel (CDA) heeft de motie anders begrepen en wil op de hoogte blijven van wat er speelt. Onderwerpen die op de agenda komen hebben vaak ook een emotionele kant.
De raad moet vooral praktisch en rechtlijnig oordelen, maar er zijn altijd wegen die naar Rome leiden. De motie vermeldt niet minder dat de raad ontwikkelingen ter kennis krijgt waarop bezwaar binnenkomt. Het is dan aan de raad om die al dan niet te agenderen. Het gaat dus niet om wantrouwen, maar meedenken over wat er in de stad speelt. De heer Van den Hoven (LST) reageert op D66 door op te merken dat de raad een controlerend orgaan is. Daarbij moet men goed inzage hebben in alles wat er speelt. De LST heeft een gezond wantrouwen, dat vaak door het college en insprekers wordt gevoed. Daarover wil de LST graag alles weten. Hij gaat dus voor de controlerende rol en dat kan alleen maar bij volledige en transparante informatievoorziening. Wethouder Jacobs wijst erop dat er door de ingreep meer mogelijkheden voor de raad zijn om invloed uit te oefenen. Emotionele ladingen zijn juist opgevangen door het benoemen van die categorieën die emotionele ladingen met zich zouden kunnen meebrengen, zoals maatschappelijk gevoelige zaken. Motie M 12-1 van Voor Tilburg wordt bij handopsteken in stemming gebracht en met 13 tegen 30 stemmen verworpen, met de stemmen van Voor Tilburg, OPA, het CDA en de LST voor. Mevrouw Oerlemans (Voor Tilburg) dient de volgende motie in:
Motie M 12-2 De raad, in vergadering bijeen op 9 maart 2015, ter bespreking van het raadsvoorstel ‘categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’; constaterend dat: kleinschalige ontwikkelingen geen duidelijke stempel kunnen drukken op de omgeving waarin gebouwd wordt; de visie van de Omgevingscommissie niet altijd in lijn is met de visie van de bewoners enerzijds en het college anderzijds en dat hier aan voorbij wordt gegaan in het raadsvoorstel; overwegend dat: -
in het raadsvoorstel geen onderbouwing is gegeven op grond waarvan het aantal van 20 woningen (artikel 1) is bepaald;
-
het college kleinschalige bouw, zonder inspraak van de raad, kan honoreren;
-
het niet ingaan op eventuele bezwaren vanuit bewoners niet strookt met de democratische beginselen;
-
de visie van de raad en de Omgevingscommissie soms uit elkaar kan liggen;
draagt het college op: de raad vooraf te informeren over de op hand zijnde projecten, zoals in het raadsvoorstel omschreven; en gaat over tot de orde van de dag. Namens de Voor Tilburg-fractie: Linda Oerlemans. De voorzitter deelt mee dat de motie ontvankelijk is. Wethouder Jacobs ontraadt motie M 12-2. Mevrouw Oerlemans geeft in de overwegingen aan dat geen onderbouwing voor het aantal van twintig woningen is genoemd. In de commissievergadering heeft hij aangegeven dat er een groot verschil is tussen Udenhout, Berkel-Enschot en de stad Tilburg. Voor de stad Tilburg is twintig woningen kleinschalig en voor Udenhout en Berkel-Enschot is dat aantal grootschalig. Twintig woningen is volgens hem een mooi compromis. Er is een zienswijzenprocedure en die is juridisch verankerd, zodat wel wordt ingegaan op bezwaren. De Omgevingscommissie is een onafhankelijke commissie die advies over bouwplannen uitbrengt. De opdracht om de raad mee te nemen in de genoemde zaken is een uitspraak vanuit een bepaalde zorg en dat is de reden van het college om met categorieën te komen. Een van de redenen om met een verklaring van geen bedenkingen te komen is snelheid. Hij doet een appel op het sturen op hoofdlijnen en het vertrouwen in het college. Mevrouw Oerlemans (Voor Tilburg) wil juist meedenken en alle informatie ontvangen om het college te kunnen controleren.
De heer Keijsers (D66) vond de vorige motie al niet erg spreken van vertrouwen in het college en deze motie maakt het nog erger. De raad wil alles controleren en dat vindt hij een onwerkbare manier van doen. Als Voor Tilburg het allemaal zelf in de hand wil houden, moet zij tegen het raadsvoorstel stemmen en niet dergelijke moties indienen.
De heer Van den Hoven (LST) blijft van mening vast te houden aan zijn controlerende taak die belemmerd wordt door in te stemmen met het voorliggende raadsvoorstel. Hij gaat dus met motie M 12-2 akkoord. Mevrouw Van Berkel (CDA) stemt tegen de motie die totaal anders is dan de eerdere motie. De heer Oerlemans (GroenLinks) sluit zich aan bij D66, stemt tegen de motie en voor het raadsvoorstel. Motie M 12-2 van Voor Tilburg wordt bij handopsteken in stemming gebracht en met 7 tegen 36 stemmen verworpen, met de stemmen van Voor Tilburg, OPA en de LST voor. Mevrouw Oerlemans (Voor Tilburg) stemt tegen het raadsvoorstel, omdat zij alle informatie wil ontvangen. Zij wil met alle liefde controleren. De heer Seij (TVP) zal tegen het voorstel stemmen. Er komt namelijk wel grotere onzin naar de raad toe en een enkel bezwaar kan dus gewoon naar de raad doorgeleid worden. De heer Van den Hoven (LST) is van mening dat hij belemmerd wordt in zijn controlerende taak en zal daarom tegen het collegevoorstel stemmen. De heer Van Beurden (OPA) zal ook tegenstemmen en het bevreemdt hem dat de wethouder zegt het beter dan de vorige keer te doen. Hij heeft begrepen dat de Raad van State de zaak teruggefloten heeft. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt bij handopsteken in stemming gebracht en met 34 tegen 9 stemmen aangenomen, met de stemmen van OPA, Voor Tilburg, de LST en de TVP tegen.