CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Perspectiefnota 2025

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectiefnota 20256.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Tilburg, mei 2024

Foto beeldbank gemeente Tilburg | Dolph Cantrijn

PERSPECTIEFNOTA 2025

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1: Inleiding 1 HOOFDSTUK 2: Het financiële kader

2

HOOFDSTUK 3: De arbeidsmarkt 4 HOOFDSTUK 4: Wat doen we? 4 HOOFDSTUK 5: Wat staat ons te doen?

4

HOOFDSTUK 6: Tilburg; Samen en Dichtbij 5 HOOFDSTUK 7: Tilburg; Kansrijk 6 HOOFDSTUK 8. Tilburg; Groen en duurzaam 8 HOOFDSTUK 9. Tilburg; Groeit, bloeit en bruist

9

1. INLEIDING Voor u ligt de Perspectiefnota 2025 van de gemeente Tilburg. Met elkaar bouwen we hard aan onze stad die inmiddels meer dan 230.000 inwoners telt. We krijgen ‘meer voor elkaar’, groeien en ontwikkelen ons snel. Nieuwe inwoners willen graag bij onze stad horen en samenleven in onze buurten, dorpen en wijken. Tilburg is een plek waar iedereen mee kan doen en erbij hoort. En daarom blijven we ook het komende jaar investeren in de stad en alle Tilburgers. Deze nota vormt het kader waarbinnen we in het najaar de Programmabegroting 2025 opstellen. Kaderstellend betekent dat we aangeven op welke terreinen we onze inspanningen en de uitvoering van ons beleid willen intensiveren. We geven daarbij aan welke financiële keuzes we hierbij maken. Dit alles doen we in een snel veranderende wereld. De geopolitieke situatie is erg onzeker. De oorlog in Oekraïne heeft direct effect op onze stad omdat we vluchtelingen uit dit land opnemen. Het Israelisch-Palestijnse conflict leidt ook in ons land tot onrust. Daarnaast zit onze samenleving midden in een aantal grote transities. Demografische ontwikkelingen -Nederland wordt drukker, diverser en dubbelgrijs- stellen ons voor grote uitdagingen: we vergrijzen en ontgroenen in een steeds hoger tempo. We zijn op weg met een ingrijpende energietransitie in de hoop klimaatverandering binnen de perken te houden.

We werken er hard aan om droogte, hittestress en wateroverlast als gevolg van toenemende weersextremen zoveel mogelijk het hoofd te bieden. Ook onze inzet op behoud en herstel van de biodiversiteit blijft onverminderd noodzakelijk. Dat vraagt om een slimme aanpak van natuur en ecologie in en om de stad. De economie en de daaraan verbonden arbeidsmarkt veranderen de komende decennia fundamenteel. Doorontwikkeling van het sociale domein is gewenst om een bestaanszeker, betrouwbaar en betaalbaar stelsel voor de toekomst veilig te stellen. Gezondheid is een steeds groter thema, ook qua betaalbaarheid op lange termijn. Door groei van onze bevolking in vooral kleinere huishoudens is er sprake van een groot tekort aan (betaalbare) woningen, met name in de grote steden in ons land. Er ligt daarom een stevige woningbouwopgave waarover de gemeente Tilburg afspraken met Rijk en provincie gemaakt heeft. Ruim 25.000 extra woningen realiseren met omgevingskwaliteit zorgt ervoor dat we in 2040 ca. 265.000 inwoners hebben. En deze groei van inwoners vraagt ook om een evenredige toename van voorzieningen. Dit alles brengt een aanzienlijke toename van mobiliteit met zich mee, die dwingt tot andere keuzes als het gaat om vervoer en parkeren. Deze mobiliteitstransitie zal samen met de verstedelijkingsopgave vorm moeten krijgen.

Tilburg is een innovatieve stad, waar we met lef en creativiteit experimenteren als het gaat om het vormgeven van maatschappelijke transities. Op basis van ons Akkoord investeren we hier fors in (sport, evenementen, onderwijs, cultuur), waarbij we maximaal gebruik maken van Rijksmiddelen. Tegelijkertijd doen we een groot beroep op onze eigen middelen. Onze stip op de horizon is een groeiende, bloeiende en bruisende stad, die optimaal de kansen pakt die de hierboven beschreven transities ons bieden. Ook nu al zien we duidelijk en op vele plaatsen in de stad de resultaten van deze aanpak. De komende jaren zal de stad nóg meer dan nu in verbouwing zijn en stapsgewijs sterker en aantrekkelijker worden voor onze eigen inwoners én voor de externe bezoekers. We zetten in op een versteviging van de culturele- en evenementensector. We weten waar we heen willen en blijven daar hard aan werken. De koers daarheen is niet eenvoudig. Zo vraagt de veelheid aan aandachtsvelden en initiatieven veel van onze organisatie en van ons als bestuur, en moeten we maximaal creatief zijn om het financieel beeld op orde te houden om de ontwikkeling van de stad mogelijk te maken.

1

2. HET FINANCIËLE KADER De financiële ruimte is zeker voor de middellange termijn een aandachtpunt. Goed nieuws is dat de opschalingskorting van de baan is waardoor ons financieel beeld structureel met 9 miljoen verbetert. We zien dit als een eerste stap in het dichten van het zogeheten ravijn. Incidenteel voor het begrotingsjaar 2025 leveren we wel miljoenen in, maar dat kunnen we in het meerjarige beeld opvangen. Het Rijk en de toezichthouder geven hier ook de ruimte voor om dit incidenteel op te lossen. Het is goed om te zien dat onze intensieve lobby samen met de VNG richting het Rijk op enkele punten werkt. Op de overige dossiers zijn de financiële gevolgen nog niet helder. Concrete afspraken zijn nog niet gemaakt en de financiële vooruitzichten op Rijksniveau zijn minder gunstig. De onderhandelingen over taken en middelen in balans lopen nog volop waarbij de lobby zich nu richt op de formerende partijen. Het vorige kabinet heeft met een eenzijdig besluit de wijze waarop ons Gemeentefonds groeit gewijzigd. In plaats van de “Trap op, Trap af” systematiek zal het fonds naast loon- en prijscompensatie groeien op basis van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. Dit geeft een voorspelbaarder en stabieler fonds. Zorgen zijn er echter ook. Als onze uitgaven harder groeien dan de economie dan zorgt dat voor een verslechtering van ons financieel beeld.

Daarom zijn we blij dat met het demissionair kabinet een aparte afspraak is gemaakt om de middelen voor de Wmo apart te indexeren vanaf 2026. In juni 2024 wordt deze afspraak verder uitgewerkt op basis van het houdbaarheidsonderzoek WMO door het Centraal Plan Bureau (CPB). Wel heeft het Rijk als teken van vertrouwen al middelen gereserveerd. Deze post wordt in zijn geheel gereserveerd voor toekomstige ontwikkelingen in het veld. Op het gebied van de jeugdzorg wordt er tussen Rijk en gemeenten nog steeds gesproken over een hervormingsagenda om de uitgaven van de jeugdzorg beheersbaar te houden. Er zijn nog geen concrete resultaten. Naast de hervormingsagenda loopt er ook een onderzoek naar een andere wijze van financiering voor (een deel van) de jeugdzorg. Gezien de afspraken over de groei van het Gemeentefonds zijn wij hier groot voorstander van. We participeren daarom ook actief in dit traject. Voor wat de herverdeling van het Gemeentefonds betreft houden we het voor het komende jaar op € 37,50 per inwoner die we in de programmabegroting 2023 als eerste opgenomen hebben. Dit jaar moeten een drietal onderzoeken afgerond worden op basis waarvan het kabinet begin volgend jaar het besluit moet nemen op welke wijze de nieuwe verdeling verder wordt ingevoerd. Wij verwachten dat dit een positief effect op ons beeld gaat hebben.

Wel houden we de onderzoeken nauwgezet in de gaten en participeren wij actief in één van de onderzoeken. Het financieel beeld waarmee we deze perspectiefnota starten ziet er als volgt uit: N = Nadeel, V = Voordeel (x € 1 miljoen) Uitkomst programmabegroting 2024 VJN Rijk / Schrappen opschalingskorting VJN Rijk indexering WMO

begroting 2025 0 9 N 0

begroting 2026 2 N 9 V 1 V

begroting 2027 11 N 9 V 2 V

begroting 2028 11 N 9 V 3 V

VJN Rijk reserveren ontwikkeling WMO Financieel beeld incl. VJN Rijk Structurele effecten jaarrekening 2023 Gemeentefonds (overig) Inschatting Herijkingen 2025 Startpositie Perspectiefnota 2025

0 9 2 0 3 4

1 7 1 1 5 12

2 2 1 1 2 0

3 2 1 1 6 7

N V N V N

N V V N V V

N N V N V N

N N V N N N

Dit financieel beeld gaat er van uit dat de stelpost “oud voor nieuw” uit de begroting 2024 die oploopt naar 2,3 miljoen structureel met concrete maatregelen wordt ingevuld. Deze betrekken we bij de definitieve integrale afweging van de Programmabegroting 2025 waarbij we invulling vinden door kritisch te kijken naar onderuitputting op onze (werk)budgetten, bezien in welke mate onze tarieven nog kostprijsdekkend zijn en waar we aantoonbaar minder kosten hebben door verandering in werkwijze. Daarbij zal de taakstelling voor het lopende jaar 2024 verwerkt worden in de najaarsbijstelling. Door de effecten van de voorjaarsnota van het Rijk en de structurele effecten van de jaarrekening is het beeld t.o.v. de Programmabegroting 2024 verbeterd. Samen met de structurele effecten van de jaarrekening geeft dit een betere startpositie voor de uitwerking van de perspectiefnota en daaropvolgende begroting.

2

Vanwege de druk op het financieel beeld zijn we extra kritisch op de herijkingen. Is het echt nodig, kunnen we het beïnvloeden en wanneer treedt het op. Samen met het iedere keer opnieuw kijken naar de realisatie van onze investeringsplanning (reëel ramen) zien we vooralsnog per saldo een positief effect in de eerste jaarschijven. Dit wordt vooral veroorzaakt door een verschuiving van rentelasten, een verschuiving in de tijd bij onderwijshuisvesting en lagere energielasten. Deze verschuivingen leiden in de laatste jaarschijf samen met een aantal inhoudelijke herijkingen tot een structureel nadeel van 6 miljoen. Hier komen geen aanvullende Rijksmiddelen voor. Gezien de nog lopende discussie om de taken en middelen in balans te brengen (het restant van het ‘ravijn’) achten wij het acceptabel om voor de jaarschijf 2028 een tekort van maximaal 5 miljoen te accepteren. Deze werkwijze hebben we ook in de Programmabegroting 2023 en Programmabegroting 2024 gehanteerd en met recht, zo blijkt nu uit het opschalingsdossier.

Ontwikkelingen perspectiefnota Binnen de ambities van het akkoord werken we een aantal noodzakelijke structurele impulsen uit die oplopen tot een bedrag van circa 8 miljoen structureel. We lichten onze inzet op de diverse beleidsvelden hieronder in hoofdlijnen toe in de hoofdstukken 6 t/m 9. Om het effect van de herijkingen en structurele impulsen op te vangen zetten we richting de begroting in op het uitwerken van een aantal ruimtescheppende maatregelen die oplopen tot een bedrag van circa 7 miljoen. We zoeken daarbij gericht langs een aantal lijnen die verderop in hoofdstuk 5 van deze perspectiefnota worden geduid. Naast de ruimtescheppende maatregelen nemen we in deze perspectiefnota een indicatieve verhoging van onze woonlasten op van 2,5 miljoen boven de indexatie. Dit achten wij noodzakelijk om in de lijn van ons akkoord het gewenste voorzieningenniveau te kunnen creëren en behouden. Onderstaande tabel laat voor het financieel meerjarenbeeld de verwachte impact zien van de ontwikkelingen in deze perspectiefnota. N = Nadeel, V = Voordeel (x € 1 miljoen) Startpositie Perspectiefnota 2025 Inschatting Nieuw beleid Inschatting Ruimtescheppende maatregelingen

begroting 2025 4 N 7 N 3 V

begroting 2026 12 V 7 N 6 V

begroting 2027 0 N 8 N 7 V

begroting 2028 7 N 8 N 7 V

Indicatie Woonlasten Financieel beeld Perspectiefnota 2025

2,5 5

2,5 14

2,5 2

2,5 5

V N

V V

V V

V N

Naast de structurele impulsen zullen we in aanloop naar de begroting een aantal incidentele impulsen uitwerken. Hierbij betrekken we de ruimte die in de reserve incidentele opgaven bij de jaarrekening is ontstaan en die in overige reserves beschikbaar is. We staan de komende jaren voor grote investeringen in onze stad. We doen dit vanuit een gezonde financiële positie. De grote investeringen zullen deze positie echter geleidelijk aan onder druk zetten. Dit is niet erg want met deze investeringen vergroten we ook ons verdienvermogen en creëren we veel maatschappelijke waarde en een bijpassend voorzieningenniveau. Het is echter belangrijk de positie wel te blijven monitoren. Dit hebben we ook afgesproken in het akkoord en hiervoor hebben we de nota financiële positie in samenwerking met de auditcommissie aangescherpt. Dit gesprek vindt plaats na het zomerreces op basis van de uitgewerkte begroting. Dat is ook het moment waarop een nieuw actueel meerjarig inzicht in de ontwikkeling te geven is. De verbetering van ons financieel beeld heeft in ieder geval een positief effect op het kengetal structurele exploitatiesaldo. De jaarrekening 2023 heeft laten zien dat onze schulden minder hard zijn opgelopen dan verwacht bij de begroting. Dit heeft ook effect op de meerjarencijfers die we bij de begroting kunnen uitwerken.

3

3. DE ARBEIDSMARKT De arbeidsmarkt wordt steeds krapper en vormt in toenemende mate een knelpunt. Tien jaar geleden waren er vier werkenden op één gepensioneerde. Nu is dat drie op één en over tien jaar twee werkenden op één gepensioneerde. Het structurele beeld is dat er als gevolg van vergrijzing en ontgroening over vijf jaar 125 arbeidsplaatsen zijn op 100 potentiële werknemers. Werkgevers zullen steeds meer met elkaar in concurrentie komen om medewerkers te werven én te behouden. Dit geldt voor ons als gemeente, maar ook voor onze samenwerkingspartijen in de uitvoering. Hierdoor wordt de uitdaging groter om onze maatschappelijke opgaven uit te voeren. Daarnaast blijkt dat de arbeidsproductiviteit bij overheden al jaren daalt. We doen minder met meer mensen en concurreren om schaarse werknemers. Dit vraagt ook om economische en strategische keuzes. Na de -terechte en noodzakelijke- groei van de organisatie in de periode 2022-2024 kijken we nu naar een andere benadering. In de loop van dit jaar komt ons Strategisch Personeelsplan (SPP) tot een afronding. Daarin kijken we vier jaar vooruit om te bezien wat er nodig is om een beperkt aantal moeilijk vervulbare functies te kunnen invullen en noodzakelijke experts binnen te kunnen halen.

Zodat we ook in de toekomst onze opgaven kunnen realiseren in de context van een arbeidsmarkt die verandert en het feit dat expertise en middelen schaarser worden. Daarmee zal de groei van het personeelsbestand minder groot zijn dan de afgelopen jaren.

4. WAT DOEN WE? We zijn al een aantal jaren goed op weg als het gaat om het benutten van personele capaciteit, maar we realiseren ons dat er nog genoeg kansen liggen om effectiever en efficiënter te werken. In samenhang daarmee versterken we het model van programmatisch én wijkgericht werken. We werken met steeds meer partners samen in meer nieuwe netwerken en werkverbanden. Zowel in buurten en wijken als in stadsregionale verbanden pakken we meer dingen op. We vragen steeds meer van ons zelf en onze partners, terwijl wij als overheidsinstanties door de samenleving kritisch worden gevolgd. In de samenwerking met onze partners in de stad of onze medeoverheden moeten we de zakelijke blik niet uit het oog verliezen. Niet altijd zijn we helder in het (tijdig) scheppen van de juiste verwachtingen bij onze partners in en rond de stad, of vinden we het moeilijk om keuzes te maken en soms “nee” te zeggen. Deze aanpak is niet houdbaar. Als we blijven doen wat we deden, krijgen we wat we hadden. Meer mensen inzetten op een opgave geeft lang niet altijd het gewenste effect. Vraagstukken vragen in toenemende mate om anders kijken en anders werken.

5. WAT STAAT ONS TE DOEN? Op de eerste plaats moeten we beter worden in het scherp prioriteren en faseren. In het Akkoord ‘Meer voor elkaar’ is aangegeven dat we uitvoering geven aan de stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen, waarbij we prioriteit geven aan de ontwikkeling van onze dorpen, het Kenniskwartier, de Binnenstad (inclusief Spoorzone, Piushaven, Stadsforum en Koningswei) en Stappegoor. In bondgenootschap met onze Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)-partners focussen we ons daarnaast op een aantal wijken in de stad met de grootste uitdagingen: Noord, West en Groenewoud. Samen met hen hebben we voor Noord en Groenewoud intussen integrale gebiedsvisies opgesteld, voor West is het proces hiervoor gestart. Dit zijn langjarige opgaven waarbij tot 2040 grote publieke investeringen (honderden miljoenen) nodig zijn. Voor de grote verstedelijkingsopgaven dreigt het voorzien in goede parkeervoorzieningen een onevenredig grote kostenpost te worden. We zoeken naar oplossingsrichtingen voor de langjarige bekostiging van deze investeringen. Daarbij signaleren wij dat het Fonds Stedelijke Ontwikkeling in zijn huidige vorm ontoereikend is. We willen dat Tilburg nu en in de toekomst een fijne stad is om te wonen, te werken en te recreëren. We willen een steeds hogere kwaliteit aan Tilburg toevoegen.

Dat geldt op vele gebieden, zoals bijvoorbeeld voorzieningen op gebied van sport en cultuur, als ook op de vergroening van de stad, recreatieve en natuurlijke buitenruimte rond de stad, ontmoetingsplekken in de wijk, versterking van de zorg, verminderen hittestress en wateroverlast, extra speelplekken, nieuwe schoolgebouwen etc. Bij een hogere kwaliteit van de stad mag ook in redelijkheid een hogere prijs worden gevraagd. Het zijn immers onze inwoners die daarvan de vruchten plukken. Daarom betrekken we bij de integrale afweging van onze begroting ook de woonlasten waarbij een beperkte stijging boven de indexering passend is bij ons akkoord. Ook bij deze stijging van de woonlasten zal Tilburg de stad met de laagste woonlasten van de gemeenten met 100.000 plus inwoners zijn en blijven.

4

We kiezen ervoor om scherper om te gaan met extra thematische Rijksmiddelen die vaak via een Specifieke Uitkering (SPUK) of Decentralisatie Uitkering (DU) naar ons toekomen. Het Rijk heeft de ambitie om een aantal SPUK’s te verminderen (en daarmee de hoge verantwoordingslast terug te dringen). Dit zorgt in de toekomst voor meer ruimte om bij extra thematische middelen te bekijken of we hier al lokaal beleid op ingericht hebben. In dat geval kiezen we ervoor deze middelen niet te stapelen, maar in plaats van onze eigen middelen in te zetten. Eigen middelen kunnen vervolgens vrijvallen. We zullen meer geïntegreerd moeten gaan netwerken. Onze activiteiten en investeringen in zowel boven-stedelijke (stadsregionaal) als sub-stedelijke (dorp, wijk en buurt) netwerken zijn snel gegroeid de afgelopen jaren. Deze impuls was nodig om zaken rond SRBT (stedelijke regio Breda-Tilburg) en NPLV (Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) aan te zwengelen. Inmiddels is hier meer efficiëntie te realiseren. Dat kan bijvoorbeeld in de regionale samenwerking door binnen Hart van Brabant bestuurlijke en ambtelijke overleggen beter in te richten. Daarbij kan de overlap in de werkportefeuilles van de regionale samenwerkingen heroverwogen worden. We hebben de afgelopen periode flink geïnvesteerd in het versterken van de sociale basis en in zichtbaarheid en nabijheid in de wijken.

Daarbij zijn ook vanuit inwoners en partners in de stad diverse mooie initiatieven ontstaan. Een sterke sociale basis blijft onverminderd belangrijk. Tegelijkertijd zien we dat er soms ook overlap ontstaat of onvoldoende integraal gewerkt wordt. Het is daarom goed om de uitvoering in de wijken kritisch tegen het licht te houden en te bekijken welke inzet de meeste impact maakt en wat er effectiever kan. Dat kan ook betekenen dat we op termijn stoppen met inzet of initiatieven die dubbelop zijn of onvoldoende impact maken. Ook kunnen we veel duidelijker een Tilburgse manier van werken etaleren (met hulp van kadernota bedrijfsvoering/ betrouwbare overheid) die gebaseerd kan worden op het principe van kostprijs dekkend werken en netwerkpartners die naar rato meebetalen. Zowel in de regio maar ook richting onze inwoners, bedrijven en instellingen moeten we bewuster nadenken en afwegen of we de kosten die we maken niet meer dan nu moeten terugleggen bij degene die er profijt bij hebben. Dat geldt zowel in onze regionale samenwerking, maar ook richting de producten die we leveren aan de stad zoals begeleiding van evenementen (waar schijnsubsidiering deel van uit maakt) en ook in meer algemene zin de leges. Nog te vaak nemen we als gemeente impliciet of onbewust de kosten op ons.

Ook helpt het om via een levenscyclus benadering te sparen voor kapitaalgoederen (scholen, asfalt, speeltuintjes) waarbij we toekomstige beheer- en onderhoudskosten meenemen in de stichtingskosten.

6. TILBURG; SAMEN EN DICHTBIJ Voor het komende begrotingsjaar hebben we binnen dit programma vier prioriteiten. Op de eerste plaats het voortzetten van onze succesvolle lobby richting het Rijk om een eerlijke vergoeding te krijgen voor de maatschappelijke taken die we als gemeente uitvoeren (balans taken en middelen). Dit is een proces van de lange adem. Het afgelopen jaar hebben we al belangrijke stappen gezet, samen met de VNG. Denk aan het vervallen van de opschalingskorting en de afspraken over de Wmo. Met een coalitie van 19 steden weten we steeds beter steun voor de gebiedsgerichte en integrale wijkaanpak te organiseren (Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) en met voorrang aanspraak te maken op financiële stromen vanuit het Rijk. We richten ons op de individuele departementen en in samenwerking met relevante coalities op het Rijk als geheel. Komend jaar formuleren we ook een strategische lobbylijn richting de nieuwe Nota Ruimte (NOVI/ NOVEX), om steun te krijgen voor ons woningbouwprogramma, de multimodale mobiliteitsopgave en -transitie en de regionale economie en positionering in het stedelijk netwerk Nederland. De bovenstedelijke netwerken waarin we actief zijn, worden breder en kennen steeds meer lagen. Het regionale schaalniveau wint in toenemende mate aan betekenis.

Naast samenwerking in de regio Hart van Brabant, Midpoint Brabant en BrabantStad, is de regionale samenwerking uitgebreid met de samenwerking in de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT). Met name omdat een aantal transities (zoals woningbouw, mobiliteit en klimaatbestendigheid) dit schaalniveau vereisen. Ook werken we nadrukkelijk samen met de regio Brainport. We continueren onze inspanningen, maar proberen die wel beter te stroomlijnen. Bijvoorbeeld door herhaalde besluitvorming op verschillende niveaus te voorkomen. Tegelijkertijd intensiveren we de samenwerking met het bedrijfsleven en het onderwijs (bijvoorbeeld met Tilburg University en Midpoint). Bestuurlijke en ambtelijke efficiëntie moet het uitgangspunt vormen. Als we kijken naar de regionale dienstverlening die wij als centrumstad bieden dan is het zaak dat we dat tegen een integraal kostendekkend tarief doen. Bijvoorbeeld door back-office kosten consequent door te zetten naar de klant, maar ook door een opslag in rekening te brengen voor risicoreductie.

5

Momenteel investeren we fors in het wijkgericht werken. De substedelijke netwerken in dorpen, wijken en buurten groeien fors. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid voor Tilburg NoordWest heeft hiertoe een eerste aanzet gegeven. De stedelijke alliantie gaat de komende tijd aan de slag met de grote opgaven waar onze inwoners mee geconfronteerd worden. Kosten gaan daarbij voor de baat uit. Vanuit verschillende projecten en programma’s werken we in de wijk, zowel binnen onze organisatie, als bij de samenwerkende partners. Op termijn kunnen middelen terugverdiend worden door dubbelingen op te heffen en effectiever te werken. Deze hefboombenadering heeft de gemeente Tilburg al succesvol ingezet in het sociale domein. Deze baten kunnen deels bij onze maatschappelijke partners landen. In de gemeentelijke dienstverlening gaan we het principe van integrale kostprijsbenadering toepassen. Bijvoorbeeld door leges voor omgevingsvergunningen gefaseerd op te trekken naar een kostendekkend niveau. Of bijvoorbeeld door alle kosten die wij maken voor de kermis aan de kermisexploitatie toe te delen. Ook zetten we meer in op klantgedreven dienstverlening. Daarnaast biedt technologische vooruitgang (bots en kunstmatige intelligentie (a.i.)) de mogelijkheid om dienstverlening verder te automatiseren. De kosten en baten hiervan kunnen op verschillende plekken landen.

Een integrale benadering van de bedrijfsvoering is hier een voorwaarde. Hiervoor stellen we beleid op ten aanzien van digitalisering.

7. TILBURG; KANSRIJK Een Tilburg waar iedereen meedoet en dezelfde kansen krijgt, van jong tot oud. Iedereen verdient perspectief. Zo hebben we de opgave Tilburg Kansrijk in het Akkoord Meer voor elkaar benoemd en zo benoemen we het nog een keer in deze Perspectiefnota. We leveren zorg: lichte ondersteuning wanneer het kan, zwaardere zorg als het nodig is. We willen mensen in staat stellen zelfredzaam te zijn en investeren in een stevige sociale basis in de dorpen, wijken en buurten. En we versterken ons gezondheidsbeleid, want de stap naar een gezondere en sociale samenleving verhoogt ook de kwaliteit van leven. We willen dat de transitie in het sociale domein leidt tot een bestaanszeker, betrouwbaar en betaalbaar stelsel voor de toekomst. Het inzetten van innovatieve hefbomen op het sociale domein de afgelopen jaren heeft ons meer kostenbewust gemaakt. We weten nu beter waar besparingen mogelijk zijn en deze werkwijze daagt ons uit steeds op zoek te blijven gaan naar verbeteringen. Daarom willen we met hulp van nieuwe hefbomen innovaties en vernieuwingen stimuleren. Zo kijken we kritisch naar het programma ‘Tilburg investeert in Perspectief’ (TiiP) en het participatiebudget. Vanuit de gedachte dat werk de beste vorm is van participeren, willen we ons extra inspannen om mensen met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt te helpen weer een (deeltijd) werkplek te vinden.

De veranderingen op de arbeidsmarkt helpen mee en bieden kansen om een deel van onze bijstandsgerechtigden weer te laten participeren. Daarom geven we de gestarte trajecten van ontwikkelbanen (Tilburgs Banen Model) en de pilot basisbanen een kwantitatief stevig, samenhangend en structureel vervolg. Hierbij bieden we bijstandsgerechtigden een ontwikkeltraject aan zonder dat ze later terugvallen in de bijstand. We verwachten met dit samenhangend systeem van Ontwikkelbaan + Basisbaan de komende jaren een stevige hefboom te ontwikkelen door meer arbeidskansen en bestaanszekerheid te koppelen aan een mogelijk inverdieneffect op de bijstands-uitgaven. Ook loopt met het Rijk de discussie over de reikwijdte van de jeugdhulp. Het Rijk zal deze in de aangepaste Jeugdwet strakker afbakenen waardoor gemeenten anders kunnen gaan werken. In de breedte van het sociaal domein zien we mogelijkheden om bepaalde zorgvragen collectief te beantwoorden en om overlap in zorgaanbod van onderwijs, sociale basis en specialistische hulp aan te pakken. Met data willen we - wijkgericht - tot scherper beleid en uitvoering komen en waar mogelijk hefbomen ontwikkelen. De afgelopen jaren hebben we in verschillende wijken in onze gemeente nieuwe aanpakken en innovatieve ideeën uitgeprobeerd en laten groeien. Tevens leren we dat niet alle initiatieven voldoende bijdragen aan een beter Tilburg.

Daar komt bij dat de financiële ontwikkelingen op het sociale domein ons duidelijk maken dat we niet alles kunnen blijven steunen. Een aantal initiatieven heeft wel een groot bereik en veel impact. Deze willen we voortzetten. De impact op de jeugdhulp en Wmo moeten we nader analyseren om te komen tot passende antwoorden, zowel inhoudelijk als financieel. Extra inzet vanuit zorgaanbieders, Toegang Tilburg en het medische domein op positieve gezondheid en (het concretiseren van) normaliseren blijft belangrijk. We zien nog steeds een groei in het aantal jeugdigen voor de specialistische jeugdhulp. We streven met hulp van de nieuwe regionale inkoop, gestart in 2023, te komen tot kostenverlaging doordat de gecontracteerde partij meer integraal, efficiënt en effectief gaat werken. Het vraagt dat we regionaal blijven sturen en toezicht houden op de aanbieders in de verschillende segmenten.

6

In de toekomst moeten we nog kritischer kijken naar wat wel en niet werkt, zonder dat we daarbij nieuwe initiatieven in de kiem smoren. Zo verstrekken we op het sociale domein per jaar ruim € 100 mln. aan subsidies. We zien dat de partijen niet alle subsidies daadwerkelijk besteden. We kijken dan ook kritisch naar hoe we hiermee om willen gaan. Bij bestaanszekerheid verstrekken we subsidies aan instellingen met hulp van impactgericht subsidiëren. Aan de hand van een afwegingskader bepalen we welke instelling de meeste impact heeft/gaat hebben. Daarbij zien we dat veel organisaties veel impact hebben op het terrein van bestaanszekerheid. Het huidige plafond van 3,6 miljoen werkt daarbij onbedoeld remmend op de te bereiken impact. We willen daarom het plafond verhogen. We vinden het belangrijk om dicht bij onze inwoners te zijn, in de dorpen, wijken en buurten. Daarbij willen we ruimte geven aan de professionals die hier actief zijn zodat zij maatwerk kunnen leveren waar het kan en nodig is. Tegelijkertijd zien we dat inwoners niet altijd de weg kunnen vinden naar sociale voorzieningen en ook de professional ziet soms door de vele mogelijkheden niet meer wat wel en niet kan.

Willen we daadwerkelijk nabij zijn dan moeten we zowel gerichter investeren in de sociale infrastructuur in de wijken als de overlap in sociale basisvoorzieningen in de wijken en buurten tegen het licht houden. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat sommige wijken iets meer nodig hebben dan andere. We zien dat de behoefte aan ontmoetingsplekken in de wijken toeneemt en dat de voorzieningen in de wijken (zoals Multi Functionele Accommodaties (MFA’s)) niet altijd het enige juiste antwoord hierop zijn. We willen daarom de sociale basisinfrastructuur tegen het licht houden en samen met onze partners onderzoeken hoe we deze voorzieningen beter toegankelijk, effectiever en betaalbaar kunnen organiseren. Tilburg is een ruimhartige stad die haar verantwoordelijkheid wil nemen als het gaat om de opvang, huisvesting en inburgering van mensen. Als gemeente willen we een humaan en ruimhartig asiel- en migratiebeleid voeren en mensen een toekomstperspectief bieden. Daarbij hebben we ook aandacht voor expats en studenten. Wij nemen onze verantwoordelijkheid om voldoende opvangvlekken voor Oekraïense vluchtelingen, asielzoekers en alleenstaande minderjarige vluchtelingen te realiseren. Hierbij werken we nauw samen met de regio als ware we één gemeente. We onderzoeken de mogelijkheden om de huisvesting van maximaal 350 personen te realiseren.

Hierbij nemen we het gemengd wonen concept als uitgangspunt. Op deze manier kunnen verschillende doelgroepen gehuisvest worden, zoals vluchtelingen maar ook studenten, spoedzoekers, arbeidsmigranten en statushouders. Met deze flexibele opvangvorm wordt voorkomen dat we bij een fluctuerende behoefte aan opvangplekken locaties moeten sluiten of openen. Parallel blijven we ook zoeken naar kleinere locaties voor het gemengd wonen concept. Ook voeren we lobby gericht op het creëren van reguliere opvang voor dak en thuislozen, ook voor hen die officieel ‘niet rechthebbend’ zijn op opvang. Tot die tijd zorgen we voor een tijdelijke winteropvang voor dak- en thuislozen. Verder pakken we de uitvoering van het actieplan dakloosheid ‘voor iedereen een (t)huis’ op. Verbinding, saamhorigheid en harmonie zijn meer dan ooit van belang in ons land en in onze stad. De groep mensen die zich niet meer verbonden voelt met onze samenleving neemt toe, de tolerantie tussen mensen onderling neemt af en ook het vertrouwen in de overheid is tanende. Als gemeentebestuur willen we een anti-discriminatie agenda opstellen met oog voor discriminatie op de arbeidsmarkt, woningmarkt, in het onderwijs, wijken en in de horeca. Met inbreng van inwoners en (andere) partners geven we deze agenda vorm.

We willen dat de omgeving waarin mensen wonen en leven uitnodigt om naar buiten te gaan en uitdaagt om te bewegen, vanuit het idee dat groen bevorderlijk is voor de gezondheid van onze inwoners. Landgoed Sparrenhof is een bijzondere plek in Stadsbos013 waar kinderen en jongeren samen komen in de natuur en de ruimte krijgen zich te ontwikkelen in een uitdagende leer- en speelomgeving. We onderzoeken de aankoop van het landgoed om het te kunnen behouden als kansrijke, inclusieve plek voor de jeugd en het verder te kunnen integreren in de landgoederenzone en Stadsbos013. Ook (natuurlijk) zwemwater nodigt uit om buiten actief te zijn. Zwembad De Groene Wellen bij Udenhout is een van de plekken in Tilburg waar mensen een duik kunnen nemen. We onderzoeken het behouden van De Groene Wellen en de mogelijkheden die deze plek biedt mede in relatie tot andere plekken voor (natuurlijk) zwemwater in de stad. Tot slot investeren we gericht op het uitbreiden en anders inrichten van onze sportaccommodaties.

7

8. TILBURG; GROEN EN DUURZAAM We willen het aandeel restafval per huishouden verder verlagen door de invoer van de BEST-tas en meer controle op het scheiden van afval. In de BEST-tas worden één keer per maand enkele producten opgehaald in een grote tas, zoals batterijen, elektronische apparaten. De milieustraat richten we zo in dat het ‘bruikbaar afval’ wordt opgevangen en hergebruikt. De realisatie van de tweede milieustraat (circulair ambachtscentrum) in Tilburg-Oost krijgt steeds meer vorm. De openbare ruimte in Tilburg is schoon, groen en heel. Voor een schoon Tilburg blijven we ons inzetten om het aantal bijplaatsingen te verlagen. De draaibrug in de Piushaven met monumentale waarde knappen we op en passen we zo aan dat de brug met minder inspanningen open en dicht kan voor het vaarverkeer. Met de uitvoering van het programma Energietransitie zorgen we voor een intensivering van onze activiteiten voor deze transitie. We actualiseren onze energiedoelen en zorgen ervoor dat we hier in de uitvoering de middelen (vanuit het Rijk en Klimaatfonds) voor hebben en onze voortgang kunnen monitoren. Het Klimaatfonds zetten we meer gericht in op grote projecten, zoals warmte- en koudenet Tilburg Zuid en de verduurzaming van bestaande woningen.

We starten met een gemeentelijk warmtebedrijf, waarmee we het eerste cluster voor het warmte- en koudenet in Tilburg Zuid aanleggen en in gebruik kunnen nemen. Het fonds wordt ook ingezet om te kijken op welke wijze we in het Kenniskwartier een duurzaam energie- en warmtesysteem kunnen realiseren. We zien dat de exploitant van het Amernet belangrijke stappen zet voor de verduurzaming van de warmtebronnen voor het net. We juichen dit toe en bezien, samen met de provincie en rijkspartijen, welke samenwerkingsmogelijkheden er zijn (binnen de kaders van de nieuwe warmtewet) voor de toekomstige exploitatie van het Amernet, waarin het publieke belang (50%+1 publiek eigendom) en de betaalbaarheid voor eindgebruikers geborgd wordt. Het verduurzamen van woningen maken we makkelijker voor onze inwoners door de verschillende regelingen op één plek aan te bieden met een one-stop-shop. Met cofinanciering van de provincie starten we komend jaar met deze service. Vanuit het Klimaatfonds steunen we collectieve aanvragen voor het verduurzamen van de bestaande bebouwing. We nemen de eerste stappen in het verduurzamen van enkele wijken door aan de slag te gaan met de eerste wijkuitvoeringsplannen energie (WUPe’s). Iedere wijk vraagt om maatwerk vanwege haar eigen oplossing voor de verduurzaming en haar specifieke inwoners. Met de eerste ervaringen geven we onze aanpak per wijk verder vorm.

Voor de aanpak van netcongestie, het vollopen van ons elektriciteitsnet, verzwaart Enexis het huidige net. Hiervoor wordt een grote uitbreiding van het 380 kV hoogspanningsstation op de Spinder thans gerealiseerd en worden de eerstkomende jaren de hoog/middenspanningsstations Tilburg Noord, West en Zuid fors uitgebreid. Maar ook in de wijken zijn nog ca. 850 extra (kleinere) verdeelstations nodig. Dit vraagt om een slimme aanpak door de verdeelstations mee te nemen in nieuwe projecten en het combineren van werkzaamheden om overlast te beperken en de kwaliteit van onze openbare ruimte te behouden. De klimaatveranderingen met warmere dagen en meer regen vragen om een klimaat adaptieve stad. Daarom maken we de stad groener voor koeling, meer biodiversiteit, meer waterbuffering en groen om in te bewegen en verblijven. We gaan hiervoor verder met de uitvoering van het programma Water en Riolering en het programma 013 Parken. Na het vergroenen van enkele straten in de binnenstad en het opknappen van bestaande parken, is het nu tijd om de vierkante meters aan groen te vergroten door de aanleg van nieuwe parken en groene verbindingen. Ook in de Spoorzone, het Kennis- en Museumkwartier, Stappegoor en Ringpark Zuid investeren we in een groene omgeving en de kwaliteit van de openbare ruimte.

Het nieuwe spoorviaduct bij Ringbaan-West geven we dusdanig vorm, dat er (naast een goede langzaam-verkeersverbinding) extra (groen)verbindingen ontstaan, zowel ten zuiden van het spoor als over het spoor. Daarnaast zijn er nog grofweg 225 grote en kleine barrières op te heffen om te komen tot een aangrenzend geheel aan ecologische groenstructuren, die we aangeven op een ontsnipperingskaart.

8

Ook buiten de stad blijven we in natuur investeren, zoals met de aanleg van de recropassage in landschapspark Pauwels. De financiering komt onder meer uit extra voeding van de reserve natuur, die we vervolgens aan kunnen vullen met cofinanciering van hogere overheden. Ook gaan we, op basis van ons Akkoord, op kansrijke plekken in onze landschapsparken aan de slag met pilots natuurinclusieve landbouw. Dierenwelzijn behoudt onze aandacht, waar de opvang van honden en katten extra ondersteuning vraagt. Het project Stadsforum krijgt steeds meer vorm. Bij het uitvoeren van fase 2b nemen we het opwaarderen van de entree van de Schouwburg mee, zodat we werk met werk maken en kosten besparen.

9. TILBURG; GROEIT, BLOEIT EN BRUIST Door gebiedsontwikkelingen, ruimtelijke projecten en gebiedsperspectieven geven we richting aan onze stedelijke ontwikkeling. We bouwen flink aan het Tilburg van de toekomst. Vanuit het bestuursakkoord geven we uitvoering aan de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen, waarbij in beginsel prioriteit wordt gegeven aan de ontwikkeling van onze dorpen, het Kenniskwartier, de Binnenstad (inclusief Spoorzone, Piushaven, Stadsforum en Koningswei) en Stappegoor. We voegen daar projecten in onder andere Noord, rond de Ringbaan Zuid en station Reeshof aan toe. We kunnen echter niet alles tegelijk aanpakken vanwege een gebrek aan middelen én capaciteit. Naast onze vaste budgetten maken we gebruik van middelen uit het Fonds Stedelijke Ontwikkeling om projecten te kunnen realiseren, waarbij de omgevingskwaliteit centraal staat. Niet alleen voor de gebouwen, maar ook voor de openbare ruimte. Waar mogelijk doen we uiteraard ook een beroep op externe cofinanciering en subsidies vanuit Rijk en provincie. Met de inzet van financieel strategische planning zetten we onze (beperkte) middelen in voor de juiste projecten op het juiste moment en brengen we de langjarige kosten en mogelijk dekking in beeld voor onze stedelijke ontwikkeling. Daarbij signaleren we dat de huidige voeding van het FSO op termijn ontoereikend is om onze opgave te financieren.

Een en ander werken wij verder uit in de programmabegroting waarbij we indien nodig ook een voorstel doen voor een aanvullende voeding van het Fonds Stedelijke Ontwikkeling. In 2025 gaan we uitvoering geven aan onze nieuwe woonagenda waarmee we streven naar meer regie op en het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. We stimuleren de doorstroom van inwoners boven de 55 jaar, en geven uitvoering aan onze woon-zorg visie, waarbij ‘het samenleven’ zo goed mogelijk ondersteund wordt. Tot 2040 voegen we 25.000 tot 31.000 duurzame en veelal betaalbare woningen toe, vooral binnen de bestaande stad. Deze forse groei van Tilburg vraagt ook om investeringen in meer maatschappelijke voorzieningen, investeringen in ons mobiliteitssysteem en investeringen in een prettige en gezonde leefomgeving met voldoende ruimte voor groen, ontmoeten, sport en bewegen. De integrale gebiedsperspectieven, grootschalige gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke projecten vragen dan ook niet alleen een ruimtelijke visie en ontwikkeling voor een gebied, maar kennen ook een sterke sociale kant. Duurzame woningen zijn klimaatadaptief, energieneutraal, natuurinclusief, waterneutraal en circulair. Hiervoor willen we een integraal beleidskader Toekomstbestendig Bouwen ontwikkelen, zodat onze organisatie en initiatiefnemers een heldere en effectieve leidraad hebben.

Een leidraad om onze doelen te kunnen realiseren in projecten en daar integraal op te kunnen sturen en toetsen. We voeren daarnaast het plan Omgevingskwaliteit uit en starten een eerste open oproep en de actualisatie van de Nota Omgevingskwaliteit. De groei van de stad met een toename van woningen, voorzieningen en mensen in de bestaande stad vraagt om een andere visie op parkeren. Niet voor iedere woning, kantoor of andere functie kan nog een parkeerplaats (voor de deur) worden gerealiseerd. Meer dan ooit zullen we moeten sturen op geconcentreerde parkeeroplossingen. In 2024-2025 besluit de provincie over de nieuwe Openbaar Vervoer concessie vanaf eind 2026. We sturen aan op een fundamentele verandering van ons lokale openbaar vervoersysteem met gestrekte (directe) buslijnen, hoogwaardig materieel, een hogere frequentie en op belangrijke routes vrije busbanen. Wij werken aan onze economische strategie voor Tilburg, waarmee we inspelen op het verduurzamen, innoveren en digitaliseren van de verschillende sectoren met een structureel krappe arbeidsmarkt en een onrustige wereld. Met de revitalisering van onze bedrijventerreinen en de ambities voor een sterk innovatie ecosysteem met o.a. Wijkevoort, de Spoorzone, Kenniskwartier en Gate2 als sterke en samenhangende innovatie hotspots bereiden we ons voor op de toekomst.

De bestaande bedrijventerreinen worden onder meer verdicht, vernieuwd en verduurzaamd. Daarnaast is een economische visie op ons buitengebied nodig. Voor het Midden en Klein Bedrijf (MKB) ontwikkelen we samen met Midpoint Brabant de aanpak ‘Ondernemer centraal’.

9

We stellen een integrale aanpak rondom arbeidsmigranten op waar we met werkgevers het gesprek over aangaan, in het besef dat we alle zeilen bij moeten zetten om in de toekomst genoeg handen te hebben om het vele werk te kunnen verrichten. Het huidige programma Tilburg Circulair is incidenteel gefinancierd, loopt in 2025 af en wordt geëvalueerd. Met de actualisatie en aanscherping van het programma willen we onze aanpak verbreden en intensiveren, waarmee we streven naar een circulaire samenleving in 2045. We geven het goede voorbeeld en passen circulaire principes toe bij ons maatschappelijk vastgoed en projecten in de openbare ruimte. De textielcampus biedt een mooie kans om circulaire innovatie te versnellen. We zetten extra in op circulair bouwen, textiel, voedsel en circulaire inkoop. De omgevingskwaliteit en de leefbaarheid van onze binnenstad neemt toe door het toevoegen van groen, nieuwe woningen en hoogwaardige transformaties. Na geslaagde ingrepen in de Stationsstraat en Willem II straat zijn we begonnen aan de realisatie van de Parkring. We houden hierbij rekening met het kunnen houden van evenementen als D’n Opstoet en de Tilburgse Kermis. Met een ruimere functiemix willen we leegstand voorkomen in de binnenstad en geven we ook ruimte aan maatschappelijke en startende ondernemers.

De Heuvelstraat houden we vitaal door gerichte interventies in panden, gevels en de straat. Daarnaast houden we koers op de plannen voor grote en kleine projecten in de binnenstad en de uitvoering van onder meer de Koningswei, het Louis Bouwmeesterplein, de Spoorzone en de Piushaven. De implementatie van de Omgevingswet zorgt voor extra belasting van onze organisatie. De verwachting is dat dit na enkele jaren afneemt en onze processen zijn aangepast. Met de netwerkanalyse mobiliteit scheppen we ruimte voor het inpassen van nieuwe woningen in de bestaande stad. Hiervoor investeren we in het aanbieden en verbeteren van verschillende modaliteiten (vervoerswijzen), zoals hoogwaardig openbaar vervoer met o.a. vrije busbanen, deelmobiliteit en nieuwe parkeeroplossingen. Het project Stadsforum en de nieuwe parkring zijn onderdeel hiervan. Het Wilhelminakanaal maken we (meer) geschikt voor duurzaam transport, met name tussen Kraaiven en Loven en met het aanpassen van Sluis II. De culturele sector neemt in Tilburg gelukkig een belangrijke positie in. Steeds vaker wordt ook vanuit andere domeinen een beroep gedaan op onze makers en culturele instellingen. Dat is goed nieuws. Om dat ook voor de toekomst te kunnen borgen én de stijgende loon- en energiekosten te kunnen financieren, zorgen we voor voldoende structurele financiering voor de nieuwe kunstenplanperiode.

Daarnaast zetten we in op meer samenwerking tussen een aantal culturele organisaties waarmee beperkt financieel rendement te halen is. Broedplaatsen en een textielcampus zijn mooie levendige voorbeelden van onze ingezette investeringsagenda in kunst- en cultuur. Daarnaast blijven we op zoek naar geschikte locaties voor mooie (sport)evenementen, die passen bij Tilburg. We houden onze ogen en oren open voor bij Tilburg passende Topsportevenementen. Bij een Tilburg dat groeit, bloeit en bruist, willen we ons blijven inzetten voor een veilig Tilburg. Hiervoor geven we uitvoering aan het Integraal Veiligheidsplan. We willen de inzet van onze gemeentelijke toezichthouders (BOA’s) verbreden naar het weekend en in de avonduren. Hiermee is handhaving meer zichtbaar aanwezig op de momenten dat er overlast wordt ervaren.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14261748/1