02 Overzicht wijzigingen Verzamelverordening 2023
Tekst van het document
Overzicht van de wijzigingen in de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. In de linker kolom staan de bepalingen uit de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2022. In de middelste kolom staan dezelfde bepalingen, zoals deze zijn opgenomen in de (concept) Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2023. In de rechter kolom staat een (korte) toelichting Verzamelverordening 2022
Verzamelverordening 2023 Artikel 1 sub n, q, u, x, aa en bb.
Artikel 1 sub j Artikel 3, tweede lid
Artikel 1 sub b Artikel 3, tweede lid
Artikel 1 sub q
Artikel 1 sub v
Artikel 1 sub x
Artikel 1 sub dd
Artikel 4, derde lid
Toelichting Enkele nieuwe definities zijn toegevoegd als gevolg van het opnemen van nieuwe artikelen en beschrijvingen. Hierdoor heeft ook vernummering binnen het artikel plaats gevonden. ‘(duurzame)’ verwijderd, waardoor meer mogelijkheden om ondersteuning en inzet van voorzieningen aan de voorkant in te zetten. Bovendien is pas achteraf vast te stellen of de arbeidsinschakeling duurzaam was. In de toelichting bij artikel 3 opgenomen dat gestreefd wordt naar duurzame arbeidsinschakeling, waardoor (regionale) ambitieniveau blijft behouden. ‘Maatschappelijke’ verwijderd. Tekstuele wijziging wegens juridische houdbaarheid. Recidiveperiode gaat in nadat een belanghebbende van de eerste maatregelwaardige gedraging op de hoogte is gesteld. Nieuw lid. Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel g, Participatiewet dienen er regels opgenomen te worden over de samenwerking binnen het gehele sociale domein als
Artikel 7: participatie(plaats) voor personen ouder dan 27 jaar
Artikel 7a: participatie(plaats) voor personen ouder dan 27 jaar Artikel 7b: persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 7c: Proefplaats
dat nodig is voor een integrale ondersteuning van de persoon. Het gaat zowel om de integraliteit van de geboden ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als de continuïteit van de geboden ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk. Het is belangrijk om hier bij de inzet van voorzieningen rekening mee te houden en dit te benoemen in het plan van aanpak. Deze bepaling biedt ook een grondslag voor het uitwisselen van de noodzakelijke informatie binnen het sociaal domein om tot de integrale aanpak te kunnen komen. Een numerieke wijziging van artikel 7 naar artikel 7a. Nieuw artikel toegevoegd ter verwijzing naar de nadere uitwerking in paragraaf 2.3. De verordeningsplicht op dit onderwerp is uitgebreid. Dat heeft geleid tot meerdere artikelen. Om de leesbaarheid te vergroten is gekozen dit in een aparte paragraaf uit te werken. Volgens artikel 8a, tweede lid, onderdeel d, Participatiewet moet de gemeenteraad in de verordening de voorwaarden aangeven waaronder het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om op een
Artikel 8: Participatievoorziening beschut werk Artikel 9: vaststelling doelgroep loonkostensubsidie en loonwaarde 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep reintegratie zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, PW; en
Artikel 7d: Participatievoorziening beschut werk Artikel 7e: Loonkostensubsidie 1.
Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de PW, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing.
proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten. Het doel van deze verplichting is om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voor de termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd door het UWV en het door het UWV gevoerde beleid. Artikel 7c geeft hier invulling aan. Het na een proefplaatsing inzetten van een dienstverband met een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, Participatiewet is onwenselijk. Partijen in de (landelijke) Werkkamer hebben zich in die zin ook expliciet uitgesproken. Als het noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te voeren, kan het college persoonlijke ondersteuning toekennen aan de persoon op de proefplaats. Het artikel is verplaatst naar paragraaf 2.2 Voorzieningen. De verordeningsplicht op grond van artikel 6, tweede lid, Participatiewet met regels over de wijze van bepalen van de doelgroep en loonwaardebepaling vervalt. Dit komt doordat de doelgroep nu in de Participatiewet nader is omschreven en door de komst van de landelijk uniforme loonwaardesystematiek. Dit nieuwe artikel 7e is een uitwerking van de
b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; of d. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, PW. 3. Het college maakt voor de vaststelling van de loonwaarde gebruik van het regionaal overeengekomen gevalideerde instrument conform de landelijk vastgestelde methodiek.
Paragraaf 2.3 voorzieningen voor belanghebbenden met verminderde loonwaarde of beperking richting werk
2.
Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon.
3.
Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de PW. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de PW, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.
4.
Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
Paragraaf 2.3 Specifieke bepalingen
Paragraaf 2.3.1. Generieke bepalingen bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 8a: Voorwaarden voor toekenning persoonlijke
wettelijke verplichting voor gemeenteraden om bij verordening te bepalen hoe het administratief proces met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie is vormgegeven (artikel 8a, eerste lid en tweede lid, onderdeel c, Participatiewet).
De Participatiewet voorziet in een uitgebreide verordeningsplicht op het gebied van enkele specifieke voorzieningen. Die worden in deze paragraaf gebundeld. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele generieke bepalingen uitgewerkt. Nieuw artikel toegevoegd met een aantal
ondersteuning bij werk / overige voorzieningen
Artikel 8b: Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk / overige voorzieningen
Paragraaf 2.3.2. Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 9a: Persoonlijke ondersteuning bij werk
voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Deze voorwaarden dragen bij aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare voorzieningen over de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, Participatiewet. Nieuw artikel toegevoegd. Dit artikel regelt de aanvraagprocedure voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen. Het artikel vloeit voort uit artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, Participatiewet “op welke wijze het college voorzieningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, verstrekt” en onderdeel g “op welke wijze waar nodig voor een persoon als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, onderdeel a, of 10d, tweede lid, wordt voorzien in integrale en voortgezette (persoonlijke) ondersteuning”. De paragraaf is opgedeeld in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele specifieke bepalingen ten aanzien van persoonlijke ondersteuning bij werk uitgewerkt. Nieuw artikel toegevoegd. Tezamen met de artikelen 9b, 9c, 9d, en 9e wordt aangegeven op welke wijze het college zorgdraagt voor het verstrekken van persoonlijke ondersteuning aan de doelgroep in natura
en in de vorm van een subsidie (artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, Participatiewet). Artikel 9b: Jobcoaching Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Artikel 9c: Jobcoaching in natura Nieuw artikel toegevoegd. Zie vorige toelichting. Artikel 9d: Subsidie voor het Nieuw artikel toegevoegd. organiseren van jobcoaching Zie vorige toelichting. Artikel 9e: Interne Nieuw artikel toegevoegd. werkbegeleiding Zie vorige toelichting. Paragraaf 2.3.3. Specifieke De paragraaf is opgedeeld bepalingen overige voorzieningen in 3 subparagrafen. In deze subparagraaf worden enkele specifieke bepalingen ten aanzien van enkele overige voorzieningen uitgewerkt. Artikel 9f: specifieke Artikel 8a, tweede lid, voorwaarden toekenning onder f, onderdeel 1, vervoersvoorziening Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken. Dit artikel regelt dat. Artikel 9g: specifieke Nieuw artikel toegevoegd.
voorwaarden noodzakelijke Artikel 8a, tweede lid, intermediaire activiteit bij visuele onder f, onderdeel 2, of motorische handicap Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap. Dit artikel regelt dat. Artikel 9h: specifieke Nieuw artikel toegevoegd. voorwaarden meeneembare Artikel 8a, tweede lid, voorzieningen onder f, onderdeel 3, Participatiewet bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het
college zorgdraagt voor het verstrekken van meeneembare voorzieningen voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Dit artikel regelt dat.