CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Notitie Behandeling Zienswijzen Pater van de Elsenplein BVS

Raadsvergadering 23 september 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Groenewoud 2008, 8e herziening (Pater van den Elsenplein)3.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie behandeling zienswijzen bestemmingsplan ‘Groenewoud 2008, 8e herziening (Pater van de Elsenplein) Het ontwerpbestemmingsplan ‘Groenewoud 2008, 8e herziening (Pater van de Elsenplein)’ heeft van 18 december 2023 tot en met 29 januari 2024 ter inzage gelegen voor zienswijzen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Er zijn 2 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en zodoende ontvankelijk. Hierna volgt een zakelijke puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijzen en het standpunt van de gemeente hierover. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijzen; er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. N.B.: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van particuliere personen geanonimiseerd weergegeven. Er zijn zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend door: Zienswijze 1

Bewoner Brasemstraat , 5022 HG TILBURG

Zienswijze 2

TRCAdvocaten namens besloten vennootschap Gebroeders van Rijswijck Holding b.v., Lucas Gasselstraat 6, 5613 LB Eindhoven

Zienswijze 1 – Bewoner Brasemstraat , 5022 HG TILBURG

1.1

Zienswijze –

Reactie gemeente Conclusie

Indiener spreekt zijn goedkeuring uit over het plan en geeft aan het fijn te vinden dat er een modern zorgcentrum komt en er meer woningen kunnen worden gerealiseerd. De gemeente is blij met bovenstaande reactie en neemt deze verder voor kennisgeving aan. De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Conclusie De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Zienswijze 2 – TRCAdvocaten namens besloten vennootschap Gebroeders van Rijswijck Holding b.v.

2.1

Zienswijze – verduurzaming gebouw reclamant

Reclamant is eigenaar van het appartementencomplex met commerciële ruimte aan de Broekhovenseweg 371, 373, 373-1 t/m 12 en 375. Dit complex ligt op korte afstand tegenover het beoogde bouwplan. Reclamant wijst erop, dat hij zijn bouwplan volledig heeft verduurzaamd. Het pand is gasloos uitgevoerd en er zijn 74 zonnepanelen geplaatst. In het ter inzage gelegde ontwerp bestemmingsplan is een appartementencomplex van 48 meter mogelijk, de maximale bouwhoogte bedraagt 33 meter, maar op grond van het bepaalde van artikel 6.2.2 van de regels, kan hier van worden afgeweken tot een maximum van 15 meter. Door de beoogde ligging en hoogte van het appartementencomplex zal reclamant enorme schade leiden. Door de 74 zonnepanelen wordt jaarlijks circa 22.000 Kwh aan stroom gegenereerd. De energie die hierdoor wordt opgewekt, is toereikend om het pand energieneutraal te bewonen/gebruiken. Door de bouwmogelijkheden uit het ontwerp bestemmingsplan blijft, ten gevolge van de schaduwwerking door het gebouw, wordt de werking van de zonnepanelen aanzienlijk beperkt, waardoor niet meer kan worden voldaan aan de eis met betrekking tot het aandeel hernieuwbare energie. Het is niet mogelijk dit aandeel met fossiel energiegebruik te compenseren. De gemeenteraad heeft de effecten van de bebouwing op de zonnepanelen op aangrenzende bebouwing niet

meegenomen, hetgeen wel had gemoeten in het geval een gebouw voldoet aan artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012. Reactie gemeente

Maximale bouwhoogte De maximale bouwhoogte bedraagt 33 meter. Op grond van de algemene regels kan hiervan met maximaal 10% worden afgeweken, tot een maximale hoogte van 36,30 meter. Ten onrechte is in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen met betrekking tot de maximale bouwhoogte waardoor wellicht de suggestie is gewekt dat er tot 48m hoog gebouwd kan worden. Deze regel zal worden geschrapt. Zonnepanelen Wij bestrijden dat de opbrengst van de zonnepanelen aanzienlijk wordt beperkt. Door HBA b.v. is op 2 oktober 2023 een bezonningsstudie opgesteld (documentnr. 2023-6422), teneinde de invloed van het gebouw op de bestaande dakvlakken (in het onderzoek vlak A, B en C) te onderzoeken. Het appartementencomplex van reclamant betreft vlak A en B. Uit het onderzoek blijkt dat in het voorjaar en zomer geen invloed van het gebouw op dakvlak A aanwezig is. In het najaar en winter is in de middag wel (enige) invloed te merken, waarbij in de maanden december, januari en februari om 14.00 uur ’smiddags de invloed 100% bedraagt. Voor vlak B geldt grotendeels hetzelfde, waarbij op wordt gemerkt dat de invloed zich nog over de eerste maanden in het voor- en najaar uitstrekt. In onderstaande afbeelding is de gemiddelde opbrengst van zonnepanelen gedurende het jaar opgenomen.

Bron: www.milieucentraal.nl Gemiddeld genomen is vanaf april t/m augustus sprake van de hoogste opbrengst. Juist in deze maanden is geen invloed vanwege het nieuwe appartementengebouw merkbaar. Daarbij stellen wij dat de (beperkte) vermindering van opbrengst in het najaar en winter wel te compenseren is, door bijvoorbeeld extra panelen of panelen met een hoger vermogen te plaatsen. Reclamant verwijst naar artikel 5.2 van het Bouwbesluit en stelt dat hier niet meer aan kan worden voldaan. Wij wijzen er op dat bij de bepaling van de BENG normen enkel schaduw op panelen door het eigen gebouw mee wordt genomen. Schaduw door een ander perceel niet. Daarnaast wijzen wij in deze op lid 3 van artikel 5.2, waarin staat aangegeven dat in afwijking van het eerste lid een woongebouw niet te hoeft voldoen aan de minimumwaarde voor het

aandeel hernieuwbare energie, voor zover het als gevolg van locatie gebonden omstandigheden niet mogelijk is daaraan te voldoen. Wij verwijzen naar de uitspraak van Raad van State van 5 december 2018: ECLI:NL:RVS:2018:3982. In deze uitspraak stelt de Afdeling vast, dat de raad er niet toe is verplicht in een stedelijke omgeving met bestaande bebouwing, die omgeving zo in te richten dat eigenaren van bestaande gebouwen, nu en in de toekomst, optimaal gebruik kunnen maken van zonnepanelen.

2.2

2.3

2.4

Conclusie

De maximale bouwhoogte is beperkt tot 33 meter met een afwijkingsmogelijkheid van 10%. Hoewel de opbrengst van de zonnepanelen in het najaar en winter (enigszins) zal verminderen, is hier in de zomermaanden geen sprake van. Daarbij hoeven wij hier, bij de inrichting van de omgeving van een bestaand gebouw, geen rekening mee te houden.

Zienswijze – de ramen in he gebouw van reclamant dragen bij aan verwarming van de ruimte

De ramen in het pand van reclamant zijn zuid- en zuidoost georiënteerd, zodat het zonlicht op de gevel bijdraagt aan een natuurlijke vorm van verwarming van de ruimte. Bij de berekening van de energiebehoefte wordt hiermee rekening gehouden. Dit effect wordt door de schaduwwerking van de hoogbouw grotendeels teniet gedaan. Behalve de effecten op de klimaatdoelstellingen, heeft dit ook invloed op het woongenot en woonkwaliteit van het pand van reclamant, omdat minder energie kan worden opgewekt, zullen de maandelijkse lasten fors stijgen.

Reactie gemeente

Ten onrechte stelt reclamant dat bij de berekening van de energiebehoefte (BENG norm) rekening wordt gehouden met mogelijke schaduwwerking van het nieuwe appartementencomplex. Weliswaar wordt met de oriëntatie van de ramen rekening gehouden, maar, zoals bij onze reactie bij punt 2.1 reeds omschreven, wordt hierbij enkel schaduw door het eigen gebouw in meegenomen en geen schaduw door een ander perceel.

Conclusie

Er wordt in de berekening van de BENG norm geen rekening gehouden met schaduw van een ander perceel.

Zienswijze – geen alternatieven onderzocht

Reclamant begrijpt niet dat er geen andere (lagere) bouwmogelijkheden zijn onderzocht, waarbij de gevolgen voor reclamant beperkt zullen worden, dan wel weg kunnen worden genomen.

Reactie gemeente

Het plangebied maakt onderdeel uit van de beoogde oost-westverbinding tussen het ziekenhuis en Stappegoor. Deze ‘ruggengraat’ vormt een ruimtelijkeen programmatische verbinding tussen Groenewoud en Stappegoor. De toevoeging van de woontoren versterkt deze ruggengraat. Het hoogte-accent draagt bij aan de markering van het hart van de wijk en de heldere omkadering van het Pater van den Elsenplein. De situering in de knik van de Broekhovenseweg-Oude Hilvarenbeekseweg geeft het wijkhart een gezicht aan het lint en legt de verbinding tussen het plein en de openbare weg. Door hoogbouw te realiseren, wordt, met een relatieve kleine plint, een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave. Een lager gebouw betekent meer ruimtebeslag, en dus minder ruimte voor groen en verblijf en ontmoeten.

Conclusie

Het hoogte-accent draagt bij aan de markering van de hart van de wijk. Hoogbouw levert, met een relatief kleine plint, een grote bijdrage aan de woningbouwopgave.

Zienswijze – de bezonningsstudie gaat uit van

In de bezonningsstudie wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Haagse norm / TNO norm. Er is echter niet onderzocht welke gevolgen de schaduwwerking heeft op de effecten van de BENG indicatoren en het

2.5

2.6

verkeerde bouwhoogte en er is niet gemotiveerd dat de schaduwwerking aanvaardbaar is

rendement van de zonnepanelen. Reclamant is van mening dat het bezonningsonderzoek een aanzienlijke afname van de zon op de gevel berekent. Daarbij wijst hij erop, dat het rapport niet van de juiste bouwhoogte is uitgegaan, aangezien van de representatieve invulling van wat op grond van het bestemmingsplan planologisch mogelijk is, worden uitgegaan, terwijl het onderzoek uitgaat van een hoogte van 33 meter. Daarbij is niet inzichtelijk gemaakt en niet gemotiveerd dat de schaduwwerking aanvaardbaar is in het licht van de eigen die volgen uit BENG krachtens artikel 5.2 Bouwbesluit 2012.

Reactie gemeente

De bezonningsstudie gaat uit van een maximale bouwhoogte van 33 meter. De binnenplanse afwijking van 15 meter in artikel 6.4.1. van het bestemmingsplan berust op een fout en wordt geschrapt. Wel is de algemene afwijkingsmogelijkheid van 10% van de bouwhoogte mogelijk. Deze zal alsnog mee worden genomen in de bezonningsstudie. Uit de (aangepaste) studie blijkt dat de woningen voldoen aan de Haagse bezonningsorm, hetgeen als voorwaarde in het door de gemeente vastgestelde hoogbouwbeleid (handreiking hoogbouw) is gesteld. In de bezonningsstudie van HBA b.v. d.d. 2 oktober 2023 is de vermindering van zonlicht op het dakvlak beoordeeld. Dit onderzoek is ten onrechte niet als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Dit zal worden hersteld. Zie verder onze reactie bij punt 2.1.

Conclusie

De bezonningsstudies zullen worden aangepast, in die zin dat het onderzoek uitgaat van de maximale planologisch mogelijke bouwhoogte van 33 meter + 10% = 36,30 meter. De woningen (blijven) voldoen aan de Haagse bezonningsnorm.

Zienswijze – Het plan voldoet niet aan de Omgevingsvisie Noord-Brabant

Het ontwerp bestemmingsplan voldoet niet aan de Omgevingsvisie NoordBrabant. Op basis van de hoofdopgave 1: de basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit en hoofdopgave 2: Brabantse energietransitie: minder energie gebruiken en meer duurzame energie opwekken, had aandacht moeten worden besteed aan de gevolgen van hoogbouw in een gebied, waar verder laagbouw is gelegen.

Reactie gemeente

Er is geen rechtstreekse toets aan de Brabantse omgevingsvisie. De omgevingsvisie is vertaald in de interim omgevingsverordening (IOV). Bestemmingsplannen dienen te voldoen aan de instructieregels uit de omgevingsverordening. Zoals in paragraaf 2.2.2 van de toelichting op het bestemmingsplan is beschreven, zijn er geen bijzondere verplichtingen aan de orde op basis van de IOV.

Conclusie

Het bestemmingsplan is getoetst aan instructieregels uit de interim omgevingsverordening en voldoet hieraan.

Zienswijze – het plan voldoet niet aan de Omgevingsvisie Tilburg 2040

Het ontwerp bestemmingsplan voldoet niet aan de Omgevingsvisie Tilburg 2040. De omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad, waarbij de ontwikkeling in de economie, de maatschappij en de leefomgeving niet ten koste van elkaar gaan, maar op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Daarbij is relevant dat in deze omgeving nog geen hoogbouw is gerealiseerd. Reclamant stelt dat een woontoren in een omgeving als de onderhavige wezenlijk anders is dan in het stadscentrum, waar meer hoogbouw staat en de effecten wezenlijk anders uitpakken.

Reactie gemeente

In de omgevingsvisie 2040 wordt de ontwikkeling van de stad als geheel beschouwd. Op perceel niveau kunnen andere afwegingen worden gemaakt. In de omgevingsvisie staat dat hoogbouw en belangrijke functie kan hebben bij de

ontwikkeling van de stad en dat het een middel kan zijn om een gebied een meer urbaan karakter te geven. Er wordt terughoudend omgegaan met verzoeken om hoogbouw, maar op basis van strategische afweging is hoogbouw wel mogelijk. Bij de afweging tot mogelijke hoogbouw op deze locatie, hebben wij afgewogen dat de woontoren bijdraagt aan de ‘ruggengraat’ van de ruimtelijke- en programmatische verbinding tussen Groenewoud en Stappegoor. Het hoogte-accent markeert daarbij van het hart van de wijk. Met de toevoeging van middeldure huurwoningen voor o.a. de doelgroep ouderen wordt de leefbaarheid van de wijk vergroot. Hiermee sluit de ontwikkeling goed aan op de gewenste ontwikkeling in de wijk Groenewoud.

2.7

Conclusie

Het plan past in de omgevingsvisie 2040.

Zienswijze – afweging hoogbouw is onvoldoende gemaakt.

In de handreiking hoogbouw wordt geen aandacht besteed aan de gevolgen van schaduwwerking op zonnepanelen. In de handreiking staat dat de gemeente Tilburg terughoudend omgaat met verzoeken om hoogbouw. Op stedelijk niveau wordt afgewogen wat hoogbouw en de functies bijdragen aan de ontwikkeling in de stad, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Volgens reclamant is deze afweging hier onvoldoende gemaakt en niet alle belangen zijn in de afweging betrokken. Bij de afweging dienen alle belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden betrokken. Reclamant wijst op de omgeving, waarin de beoogde hoogbouw een uitzondering is, waarbij de gevolgen voor de woon- en leefomgeving van reclamant onaanvaardbaar zijn en een groter gewicht toe moet worden gekend dan de belangen die gemoeid zijn met het realiseren van de hoogbouw.

Reactie gemeente

In de handreiking hoogbouw staat de belangenafweging tussen mogelijke hoogbouw en het woon- en leefklimaat van omwonenden centraal. Hiervoor wordt op projectniveau o.a. de bezonning, wind, zicht en privacy afgewogen. Voor bezonning wordt daarbij gebruik gemaakt van de algemeen geaccepteerde ‘Haagse norm’. Deze bezonningsnorm houdt geen rekening met de gevolgen van de schaduwwerking op zonnepanelen. Zoals bij punt 2.1. reeds gemeld, hoeven wij hier ook geen rekening mee te houden. Daarbij blijkt uit het extra bezonningsonderzoek van 3 oktober 2023 dat de gevolgen van de schaduwwerking op de opbrengst van de zonnepanelen beperkt zijn. Zoals bij punt 2.3 reeds gemeld, versterkt de woontoren in kwalitatieve zin de ‘ruggengraat’ van de ruimtelijke- en programmatische verbinding tussen Groenewoud en Stappegoor. Het hoogte-accent draagt bij aan de markering van het hart van de wijk. In kwantitatieve zin draagt de hoogbouw bij aan de woningbouwopgave, waarbij meer woningen op een relatief kleine plot kunnen worden gerealiseerd. Wij hebben de belangen tussen het realiseren van 40 middeldure huurwoningen en het belang van reclamant tot een zelfde woon- en leefklimaat afgewogen. Wij achten het belang tot de bouw van woningen groter. Wij hebben daarin meegenomen dat het woon- en leefklimaat van reclamant niet onaanvaardbaar wordt verminderd.

Reclamant wijst in deze voornamelijk op de vermindering van de opbrengst van de zonnepanelen op het appartementencomplex van reclamant. Uit onderzoek blijkt dat de gevolgen van het nieuwe woongebouw op de opbrengst van de zonnepanelen beperkt blijft en dat deze te compenseren is door het aanleggen van nieuwe panelen en/of het vervangen van bestaande panelen door zonnepanelen met een hoger vermogen.

Conclusie

Het belang tot de bouw van de woningen is in deze groter dan het belang van reclamant tot eenzelfde woon- en leefklimaat.

2.8

2.9

Zienswijze – de groenvoorziening wordt aanzienlijk teruggebracht

In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 staat dat Tilburg zich in de toekomst wil blijven profileren als een groene stad, waar het goed wonen en werken is. Ieder initiatief moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet hier niet aan, omdat de oppervlakte van het groen in dit bestemmingsplan aanzienlijk wordt teruggebracht. Bovendien geldt er geen verplichting om op de gronden met de bestemming ‘Groen’ passende groenvoorzieningen in te richten en/of in stand te houden. Reclamant is van mening dat bij de realisatie van de bebouwing ook moet worden voorzien in groenvoorzieningen die de hittestress beperken, zodanig dat er geen sprake zal zijn van onaanvaardbare toename van hittestress. Reclamant stelt dat de toename van hittestress niet in de beoordeling bij het ontwerpbestemmingsplan is betrokken. Daarbij geldt in het bestemmingsplan geen verplichting om (voldoende) groen aan te brengen. Het bestemmingsplan sluit daarmee niet aan bij de doelstelling uit de Programmabegroting 2023: het toevoegen van groen, om een leefbare en gezonde stad te realiseren. Reclamant stelt dat een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg van de groenvoorzieningen in het openbaar gebied ontbreekt in de planregels.

Reactie gemeente

Voor de bouw van het gezondheidscentrum en appartementengebouw moeten 14 bomen worden gekapt. Daarnaast worden voor de herinrichting van het openbaar gebied nog eens 14 bomen gekapt. Binnen het plangebied worden 10 bomen teruggeplaatst. Echter in het ontwerp van de herstructurering van het Pater van de Elsenplein als geheel, worden 69 bomen gekapt, maar komen er hiervoor 85 bomen terug. Hiervan zijn er reeds 75 aangeplant. De herstructurering van het Pater van de Elsenplein als totaalproject leidt daarmee tot een vergroening en een toename van het aantal bomen in de directe omgeving van het plangebied. Hoewel dus op plangebied niveau sprake is van vermindering van groen, draagt de herstructurering van het gebied bij aan het vergroenen en klimaatbestendiger maken van de stad en het voorkomen van hittestress in het gebied. Op bijgaande inrichtingstekening is de vergroening van het gebied aangegeven. Omdat het hier gaat om het inrichten van openbaar gebied, dat bij de gemeente in eigendom is, zien wij evenwel geen reden voor de uitvoer en de instandhouding van het groen een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen. De herinrichting is voor een groot gedeelte al uitgevoerd. Ook het PiusX krijgt een groene inrichting.

De gemeente hecht groot belang bij de doelstelling uit de programmabegroting 2023 tot het toevoegen van meer groen en het realiseren van een leefbare en gezonde stad.

Conclusie

Er worden bij de herinrichting van het hele Pater van de Elsenplein meer bomen aangeplant, waarmee het plan en de reconstructie van het plein leidt tot meer vergroening van het plangebied en omgeving.

Zienswijze – het is onduidelijk of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd

Uit het bestemmingsplan moet duidelijk blijken dat er voldoende parkeerplaatsen aan worden gelegd. Reclamant wijst op een uitspraak van de Afdeling van 15 november 203: ECLI:NL:RVS:2023:4245, waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat de gemeenteraad bij de vaststelling dient te bezien of kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Reclamant stelt dat in de toelichting op het bestemmingsplan de parkeerbehoefte niet is bepaald. Evenmin is een onderzoeksrapport overlegd, waaruit het benodigde aantal parkeerplaatsen blijkt, laat staan dat daaraan kan worden voldaan. Volgens reclamant is niet inzichtelijk gemaakt wat de parkeerbehoefte is, en of er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gemaakt. Het bestemmingsplan is hiermee in strijd met artikel 3:2 Awb en 3:46 Awb.

Reactie gemeente

Terecht merkt reclamant op, dat in het bestemmingsplan niet in is gegaan op de parkeerbehoefte en de wijze waarop deze wordt opgelost. Wij zullen daar alsnog in de toelichting aandacht aan besteden. Alle parkeerplaatsen worden in het openbaar gebied op maaiveldniveau aangelegd. Bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen is getoetst aan de nota parkeernormen 2023. Volgens deze nota ligt de planlocatie in zone C. Voor het gehele Pater van de Elsenplein is een integrale parkeerberekening gemaakt, waarin de huidige parkeerbehoefte, de parkeerbehoefte van de supermarkt met appartementen en de parkeerbehoefte van deze ontwikkeling zijn meegenomen. Het maatgevende moment ligt dan op een koopavond. Voor het totale plein zijn 204 parkeerplaatsen nodig. Na herstructurering zijn op het gehele Pater van de Elsenplein 218 parkeerplaatsen aanwezig. Het plan voldoet daarmee ruim aan de parkeernorm.

Conclusie

In de toelichting op het bestemmingsplan zal nader in worden gegaan op het parkeren. Tevens zal de parkeerbalans en inrichtingstekening toe worden gevoegd. Het plan voldoet aan de parkeernorm.

Conclusie De zienswijze is gedeeltelijk gegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan, in die zin dat: In de toelichting paragraaf 3.6.4 verkeer en parkeren wordt gewijzigd In de bijlagen bij de toelichting wordt gewijzigd: Bijlage 13 rapportage bezonningsstudie d.d. 13-03-2024 Aan de toelichting de volgende bijlagen worden toegevoegd: Bijlage 17 schaduwonderzoek d.d. 06-03-2024 Bijlage 18 parkeerbalans Pater van de Elsenplein In de regels artikel 6.4.1 sub a. wordt geschrapt Ambtelijk zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: In de bijlage bij de toelichting wordt gewijzigd: Bijlage 10 en 11 Aeriusberekening bouw- en gebruiksfase d.d. 19 maart 2024 In de regels wordt gewijzigd: Artikel 4.2.4 en artikel 6.2.5 Voorwaardelijke verplichting waterberging Artikel 6.5.2 middeldure huurwoningen Artikel 12.3 Parkeren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14535429/1