02 Notitie behandeling zienswijze bp Kempenbaan Oost
Tekst van het document
Notitie behandeling zienswijze bestemmingsplan 'Leijpark - Koningshoeven 2008, 1e herz. (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)' Het ontwerpbestemmingsplan ''Leijpark - Koningshoeven 2008, 1e herz. (bedrijventerrein Kempenbaan Oost)' heeft van maandag van 14 september 2020 tot en met 26 oktober 2020 ter inzage gelegen voor zienswijzen. Zienswijzen konden worden ingediend door eenieder. Tijdens deze periode zijn er 3 zienswijzen ingediend. 1 zienswijze (zienswijze 3) betrof een “pro forma” zienswijze. Deze indiener heeft 2 weken de tijd gekregen om zijn zienswijze aan te vullen. Hij heeft binnen die tijd de zienswijze aangevuld. De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en zodoende ontvankelijk. Hierna volgt een zakelijke puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijzen (cursief) en het standpunt van de gemeente hierover. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze; er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. N.B.: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven. 1.
Zienswijze 1 – bewoner Koningshoeven 64
Ontbreken visie De indiener stelt dat het ontwerp geen visie bevat, alleen dat er een restrictie op activiteiten neergezet wordt. Het plan is puur geschreven, en onderbouwd, om een vestiging van een groot DC te voorkomen en tegelijkertijd de mogelijke activiteiten te beperken. Toegestane activiteiten hebben negatieve invloed op drukte en veiligheid op de Koningshoeven. Het is beter een aan- en afvoer van verkeer op de Kempenbaan te faciliteren. Deze ontsluiting zou dan ook de ontsluiting voor omliggende dorpen en het klooster kunnen zijn en daarmee zal er geen aanslag op het woon- en leefklimaat aan de Koninghoeven plaatsvinden. Tevens zou een bredere strook grond aan de Leij meer ruimte bieden om een ecologische onderdoorgang onder de Kempenbaan voor klein wild te realiseren om de diversiteit zo breed mogelijk in stand te houden. Met deze aanpassingen in het bestemmingsplan wordt er daadwerkelijk een visie en een verwachting voor het gebied neer gezet zonder een directe invulling van het betreffende gebied af te dwingen. Reactie Gemeente Tilburg De conclusie dat dit bestemmingsplan geen visie voor de toekomst behelst maar alleen het voorkomen van de vestiging van een groot DC is correct. De reden dat het bestemmingsplan wordt herzien is dat er op grond van het geldende bestemmingsplan ongewenste ontwikkelingen zouden kunnen plaatsvinden.
Het was nooit de opzet van het geldende bestemmingsplan om grootschalige functies te faciliteren/toe te staan. Daarnaast is de omgeving van het gebied, sinds de vaststelling van het bestemmingsplan, sterk veranderd. Denk aan de ontwikkeling van Kempenbaan West. Dit vraagt om een andere visie op het gebied. Daaraan wordt op dit moment in overleg met de eigenaar van het gebied gewerkt. Daarom is, ter voorkoming van ongewenste ontwikkelingen, een ontwerp bestemmingsplan opgesteld dat minder activiteiten toelaat. Uitgesloten worden horeca en zelfstandige kantoren en bedrijven met een gemiddelde en meer dan gemiddelde verkeeraantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking van de bedrijven die op grond van het ontwerp bestemmingsplan zijn toegestaan is aanzienlijk minder dan van de bedrijven die op grond van het nog geldende bestemmingsplan zijn toegestaan. Derhalve is er ten opzichte van wat planologisch mogelijk is sprake van een verbetering. Er vindt al geruime tijd overleg en onderzoek plaats naar de beste toekomstige invulling van het terrein. Als daarover besluitvorming heeft plaatsgevonden zal er een nieuwe planologische procedure gevolgd worden en zullen de elementen die de indiener naar voren brengt zoals een ontsluiting op de Kempenbaan en een brede ecologische zone langs de Leij meegenomen worden. Conclusie De zienswijze is correct.
Dit bestemmingsplan is in procedure gebracht om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Zodra overeenstemming bereikt is over de ontwikkelingsrichting voor dit terrein zal er een nieuw
1
bestemmingsplan opgesteld worden of een andere planologische procedure gevolgd worden om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken en zullen de opmerkingen van de indiener van zienswijze betrokken worden bij de planvorming. 2.
Zienswijze 2 – Stichting Achmea rechtsbijstand namens bewoners Koningshoeven 79
Een herziening van de bouw- en gebruiksregels is wenselijk gelet op de aangrenzende woonbestemmingen, aangezien de vigerende regels zijn vastgesteld in 2008 en daarmee verouderd zijn. Het ontwerpbestemmingsplan staat een bebouwingspercentage van 100% toe. Dit betekent dat al het groen dat op dit moment binnen het plangebied aanwezig is, kan verdwijnen. Indiener verzoekt om een vermindering van het maximum bebouwingspercentage en het realiseren van een buffer waarbinnen bebouwing is uitgestoten tussen het woonperceel en de (bedrijfs)bebouwing, zodat overlast op het gebied van vervuiling, licht, geluid en inkijk kan worden voorkomen. Indiener verzoekt om de afwijkingsmogelijkheid tot een bouwhoogte van 15 meter uit het bestemmingsplan te halen omdat ten tijde van vaststelling van het geldende bestemmingsplan over het algemeen niet zo hoog werd gebouwd en dat nu met de huidige bouwmogelijkheden wel gebeurd en er geen buffer is tussen woon- en bedrijfsbebouwing. Het bestemmingsplan laat voor het hele perceel ondergrond bouwen toe. Omdat dit voormalige moerasgebied is vreest men voor schade aan de woning. De boom (bruine beuk) tegenover Koningshoeven 79 is niet opgenomen bij het plan gevoegde Boomwaardekaart, terwijl deze boom wel is opgenomen in de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen van Tilburg. Men verzoekt deze boom op te nemen in de bij het plan gevoegde Boomwaardekaart.
Reactie Gemeente Tilburg Gelet op de gewijzigde inzichten en de gewijzigde omgeving is het terecht om een buffer ten opzichte van omliggende woonbebouwing aan de Koningshoeven op te nemen. Daarmee kan ook het maximaal bebouwingspercentage verlaagd worden naar 80 %. Het plan zal op deze punten aangepast worden. Nu deze buffer opgenomen wordt is er geen reden om de afwijkingsmogelijkheid, om een hogere bouwhoogte van 15 meter toe te staan, te verwijderen. Bij de verlening van de afwijking zal onder andere getoetst worden aan de voorwaarden dat de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt. Op deze manier worden de belangen van de omwonenden voldoende meegewogen bij de beslissing op de aanvraag om een afwijking. Ondergronds bouwen ter plaatse van het bouwvlak is toegestaan. Deze regeling geldt in beginsel voor de hele stad. Een bouwer is altijd verantwoordelijk dat de panden op naburige percelen door zijn bouwactiviteiten niet beschadigd worden. Er is geen reden het ondergronds bouwen te beperken, De betreffende boom is ten onrechte niet op de boomwaardekaart opgenomen. De boom zal alsnog opgenomen worden op de boomwaardekaart.
Conclusie: Deze zienswijze is deels gegrond en leidt tot de volgende aanpassingen in het plan: Het bouwvlak wordt op 5 meter uit de perceelgrens gesitueerd; Het maximale bebouwingspercentage wordt verminderd naar 80%; De bruine beuk tegenover Koningshoeven 79 opnemen op de boomwaardekaart. 3.
Zienswijze 3 – Poelmann van den Broek, advocaten namens SCP 14 B.V. Schijfstraat 26 te (5061 KB) Oisterwijk
Geen rekening gehouden met verleende vergunning voor klein DC en met aanvraag voor groot DC Het college van burgemeester en wethouders heeft Somerset op 4 augustus 2020 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een (klein) distributiecentrum in het plangebied. De raad had een afweging moet maken of vanuit een goede ruimtelijke ordening de vergunning al dan niet in te passen in het ontwerp bestemmingsplan. Daarnaast is er een aanvraag van een groot distributiecentrum van 4 februari 2020. In het 2
ontwerpplan is over dit initiatief geen enkele ruimtelijke afweging gemaakt. Dat had te meer voor de hand gelegen nu het initiatief voorziet in de zo gewenste ontsluiting van het bedrijventerrein vanaf de Kempenbaan. Het initiatief zorgt er op die manier voor dat het aantal verkeersbewegingen op de Koningshoeven zo beperkt mogelijk blijft, zonder dat afwaardering van de ter plaatse mogelijke bedrijfscategorieën nodig is. Reactie Gemeente Tilburg De vestiging van een (klein) distributiecentrum op het bedrijventerrein Kempenbaan Oost is ongewenst omdat dit leidt tot te veel, met name vrachtwagen, bewegingen op de Koningshoeven. Dat het geldende bestemmingsplan dit toelaat is niet wenselijk want leidt tot een onaanvaardbare verkeerdruk op de Koningshoven op. Daarom heeft de gemeenteraad tot 2 keer toe een voorbereidingsbesluit genomen om dit tegen te gaan. Het tweede voorbereidingsbesluit was mede genomen om de vestiging van zelfstandige kantoren en horeca tegen te gaan. Omdat Somerset net voor het in werking treden van het eerste voorbereidingsbesluit een aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend voor een klein DC kon het college niet anders dan deze vergunning verlenen. Omdat dat plan paste in het toen geldende bestemmingsplan heeft er bij de verlening van de omgevingsvergunning geen afweging m.b.t. een goede ruimtelijke ordening plaats kunnen vinden.
Bij het opstellen van dit bestemmingsplan heeft die afweging wel kunnen plaatsvinden en de conclusie is dat een distributiecentrum dat via de Koningshoeven wordt ontsloten niet gewenst is op dit bedrijventerrein. Over het initiatief voor een “geoptimaliseerd’ distributiecentrum vindt overleg plaats met de gemeente. Dit overleg is nog niet afgerond. Voorwaarde is dat er een volwaardige ontsluiting op de Kempenbaan komt. Dat wil zeggen met een kruispunt waar het verkeer van en naar het bedrijventerrein gebruik van maakt. Het plan zoals ingediend door Somerset gaat alleen uit van een aansluiting op de Kempenbaan vanaf de Kempenbaan. Het vertrekkend verkeer dient over Koningshoeven te gaan. Het college heeft onderbouwd waarom dit initiatief niet acceptabel is.
De verkeersgeneratie neemt niet af, maar toe Aanleiding voor het beperken van de gebruiksmogelijkheden lijkt vooral te zijn gelegen in het beperken van het aantal verkeersbewegingen op de Koningshoeven. Ieder inzicht in de noodzaak van het terugbrengen van het aantal verkeersbewegingen ontbreekt echter. De constatering dat met het vervallen van milieucategorie 3.1 met name zwaar vrachtverkeer wordt verminderd, is echter onjuist. De gecumuleerde verkeersgeneratie van de in het ontwerpplan toegestane bedrijven is veel hoger dan wat bijvoorbeeld een distributiecentrum aan verkeer genereert. Uitgaande van de laatste kengetallen van het CROW voor werkgebieden, is het onderscheid tussen die werkgebieden wat betreft het aantal verkeersbewegingen per hectare marginaal. De verkeersgeneratie voor bedrijven zoals nu toegestaan (arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)) per 100 m2 bvo veel groter dan bijvoorbeeld de verkeersgeneratie van arbeidsextensieve en bezoekersextensieve bedrijven (loods, opslag, transportbedrijf of het door Somerset gewenste distributiecentrum). Voor hotels en kantoren is ook geen inventarisatie gemaakt van de gevolgen voor het aantal verkeerbewegingen in relatie tot het aantal verkeersbewegingen dat nog steeds mogelijk is op basis van de in het ontwerpplan toegestane bedrijfsactiviteiten.
Bovendien acht Somerset het enkele feit dat het wegnemen van verkeersaantrekkende functies "positief’ zou zijn voor de Koningshoeven - hetgeen dus niet eens het geval is - een onvoldoende motivering voor het wegbestemmen van bestaande bedrijfsfuncties. Het enkel laten voortduren van de voorbereidingsbescherming is geen reden om enerzijds bestaande mogelijkheden weg te bestemmen en anderzijds concrete initiatieven niet in ogenschouw te nemen. Er is al twee jaar de gelegenheid om te onderzoeken onder welke voorwaarden een directe ontsluiting van het bedrijventerrein op de Kempenbaan kan worden gerealiseerd. Reactie Gemeente Tilburg De noodzaak voor het terugdringen van het aantal verkeersbewegingen is gelegen in het feit dat de Koningshoeven een 30 km-zone is en dus een belangrijke woonfunctie heeft. Bovendien is het een belangrijke 3
fietsroute en is de hoeveelheid verkeer reeds te hoog, wat zichtbare problemen oplevert in de spitsperioden. Een toename van verkeer en met name zwaar vrachtverkeer leidt tot gevaarlijke situaties op de Koningshoeven en afwikkelingsproblemen op het kruispunt Kempenbaan-Koningshoeven. Het klopt dat de verkeersgeneratie van categorie Bedrijven arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) hoger is dan categorie Bedrijven arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf). In het bestemmingsplan is aangegeven dat met name zwaar vrachtverkeer met de herziening wordt verminderd. Dit blijkt uit tabel A9 van CROW-publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. Hierin staat een verdeling van de percentages lichte vrachtauto’s en zware vrachtauto’s. Bij Gemengd terrein is percentage zwaar vrachtverkeer 59% en bij Distributieterrein is dat 74%. Bovendien staat in tabel A7 en onder tabel A8 dat de invulling van een gemengd terrein in de praktijk zeer divers is (licht moderne industrie en overige modale industrie) en verkeersgeneratie sterk afhankelijk is van type bedrijvigheid. Ook staat in deze tabel het aandeel vrachtauto (d.w.z. licht en zwaar) bij een distributieterrein hoger is dan op een gemengd terrein (35 t.o.v. 30).
De motivering voor het wegnemen van de categorieën kantoren en horeca vanwege de grotere verkeersaantrekkende werking blijkt uit de kencijfers in dezelfde CROW-publicatie: Kantoren zonder baliefunctie 6,5 per 100 m² Kantoren met baliefunctie 11,8 per 100 m² Horeca / fastfoodrestaurant: 2285 mvt/etmaal Voor de categorieën bedrijvigheid zijn de kencijfers 10,1 en 5,3 dus het uitsluiten van kantoren en horeca heeft een positief effect op de mogelijke verkeersgeneratie.
Ten onrechte opgenomen veiligheidscontouren Voor het LPG-tankstation aan de Kempenbaan is in het bestemmingsplan een veiligheidscontour opgenomen van 150 meter (’veiligheidszone - aandachtsgebied lpg’). Het is niet duidelijk waarom deze maximale afstand is aangehouden in plaats van de uit het Revi voortvloeiende afstanden tussen LPG-tankstations en (beperkt) kwetsbare objecten. Ten aanzien van de aanduiding 'veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen’ is ook niet toegelicht waarom beperkt) kwetsbare objecten enkel na toepassing van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid worden toegestaan. Het naastgelegen bestemmingsplan 'Kempenbaan West 2013’ staat (beperkt) kwetsbare objecten bij recht toe indien aan de verantwoordingsplicht van het Bevi is voldaan. Reactie Gemeente Tilburg In de toelichting bestemmingsplan zijn we niet ingegaan op de Circulaire Effectafstanden LPG-tankstations omdat die circulaire niet relevant is voor het plangebied. De effectafstand van het meest risicorelevant ongevalsscenario (60 meter vanaf vulpunt) reikt niet tot het plangebied. De effectafstand voor ongevalsscenario met grootste effectafstand (160 meter vanaf vulpunt) reikt wel tot het plangebied. Binnen deze afstand zijn geen bijzonder of zeer kwetsbare objecten toegestaan. Dit bestemmingsplan maakt geen bijzonder of zeer kwetsbare objecten mogelijk.
Voor (beperkt) kwetsbare objecten heeft deze Circulaire geen gevolgen binnen deze grootste effectafstand. In het invloedsgebied van 150 meter worden (beperkt) kwetsbare objecten niet rechtstreeks toegestaan, maar moet aangetoond worden dat het groepsrisico niet toeneemt. Dit is de standaard handelswijze binnen de gemeente Tilburg. Deze veiligheidszones zijn correct weergegeven en komen direct voort uit onze plansystematiek. De reden om (beperkt) kwetsbare objecten niet direct toe te staan is om grip te houden op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen bij de vergunningsprocedure. Als bij de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat aan de uitgangspunten externe veiligheid wordt voldaan bestaat er geen aanleiding om de ontwikkeling op dit aspect te weigeren. Ook in het naastgelegen bestemmingsplan Kempenbaan West 2013 is een veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen opgenomen. De formulering van het bijbehorend artikel is iets anders. In Kempenbaan West worden (beperkt) kwetsbare objecten alleen toegestaan als voldaan wordt aan de verantwoordingsplicht. In dit ontwerp bestemmingsplan is deze eis ook opgenomen maar dan onder een afwijkingsmogelijkheid. Inhoudelijk is de regeling hetzelfde, de formulering is alleen anders.
4
Eis waterberging buitenproportioneel Het ontwerpplan bevat een voorwaardelijke verplichting die erin voorziet het bouwen van bouwwerken op de voor 'Bedrijf aangewezen uitsluitend toe te staan indien voorzien wordt in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm). Somerset meent dat de gestelde eis buitenproportioneeI is, met name waar het gaat om het voorzien in de waterberging van reeds verharde gronden. Somerset verzoekt de raad af te zien van de waterbergingsopgave in deze vorm (en te beperken tot nieuwe bebouwing en verharding), zodat Tilburg niet op slot komt te zitten. Reactie Gemeente Tilburg Het opnemen van deze voorwaardelijke verplichting is het gevolg van de noodzaak om voor voldoende berging te zorgen om wateroverlast te voorkomen. Deze verplichting wordt sinds de vaststelling van het Programma water en riolering 2020-2023 in alle nieuwe bestemmingsplannen opgenomen. Er zijn technische mogelijkheden om ook bij een relatief sterk verhard terrein waterberging op eigen terrein te realiseren. Denk aan infiltratiekratten onder de verharding. De eis is niet buitenproportioneel en de formulering van een dergelijke voorwaardelijke verplichting is eerder al door de Raad van State geaccepteerd.
Het plan is in strijd met economische beleid Ten aanzien van de regionale agenda werken wordt expliciet een passage aangehaald waaruit volgt dat bedrijven zoveel mogelijk moeten worden gefaciliteerd om zich op bestaande bedrijventerreinen te vestigen. Het afwaarderen van dit bedrijventerrein draagt niet bij aan het faciliteren van bedrijven op bestaande bedrijventerreinen. Reactie Gemeente Tilburg Dit plan is niet in strijd met het economisch beleid. In de nota “bedrijvigheid op binnenwijkse bedrijventerreinen (1999)” staat letterlijk: “De binnenstedelijke bedrijventerreinen zijn in principe bestemd voor kleinschalige bedrijven in de lichte industrie, ambacht, reparatiebedrijven, showrooms en op de stad gerichte groothandelsbedrijven. Dit soort bedrijven draagt in belangrijke mate bij aan de levendigheid van de oudere wijken. De meeste binnenwijkse bedrijventerreinen zijn omgeven door woonbuurten. Bedrijven, die zich vestigen op deze bedrijventerreinen c.q. er reeds gevestigd zijn, moeten passen in de woonomgeving. Dat betekent dat het overwegend gaat om bedrijven in de milieuzoneringscategorieën 1 en 2 uit de hinderwet. In een aantal gevallen zal ook vestiging van categorie-3 bedrijven mogelijk zijn. De beoordeling daarvan dient plaats te vinden in het kader van de nadere planvorming per bedrijventerrein (zie ook paragraaf 5.3).
Daarnaast zal de verkeersaantrekkende werking een belangrijk criterium voor beoordeling zijn. Bedrijven, die relatief veel verkeer aantrekken, zouden bij voorkeur een vestigingsplaats moeten krijgen op de nieuwe bedrijventerreinen aan de stadsrand.“ In de toelichting bij de Visie Verkleuring Bedrijventerrein Tilburg (2016) (ook opgenomen in de visie) bij het door Somerset aangehaalde uitgangspunt staat: “We werken mee aan de ontwikkelingen en vragen van bedrijven (verbreding en verdieping van bedrijfsactiviteiten die passen bij de economische speerpunten van modern industrieel en logistiek cluster en kennisintensieve activiteiten). Zo kunnen deze bedrijven voorop blijven lopen en toegevoegde waarde en werkgelegenheid bieden voor de stad. We werken dus mee aan de verkleuring en menging als onderdeel van de transformatie van bedrijfsprocessen. Daarbij denken we vooralsnog aan shared services met opleidingscentra, laboratoria, een restaurant of informele werkplek met vergaderfaciliteiten etc. We streven hierbij naar ruimtelijke concentratie van ondersteunende voorzieningen waardoor meerdere bedrijven daar gebruik van kunnen maken en zij elkaar kunnen versterken ('facility points' en voorzieningenstroken). In zo’n gebouw of concentratie is ook beperkt ruimte voor kleinschalige kantoorachtige bedrijvigheid die onderdeel is van ‘de keten’ van industrie en logistiek.
We denken ook aan consumentgerichte (customer) services aan het bedrijf (onderhoudswerkzaamheden, ophalen van producten). We zorgen dat deze ondersteunende voorzieningen geen ongewenste beperkingen met zich meebrengen voor milieu- en hindercontouren van omliggende bedrijvigheid in de hogere hindercategorieën.” Dit betreft dus juist het toestaan van kleinschaligere en meer stedelijke bedrijfsactiviteiten op logistieke en industriële terreinen (zoals onder andere Vossenberg) ter ondersteuning van de logistieke bedrijvigheid. Hier
5
wordt geenszins mee bedoeld dat op kleinschalige binnenwijkse terreinen logistieke bedrijvigheid moet worden gefaciliteerd. Voor wat betreft de verwijzing naar de regionale afspraken waar wordt gesteld dat eerst gekeken moet worden naar bestaande bedrijventerreinen, die verwijzing klopt. Er moet worden gekeken of de vraag niet net zo goed op een bestaand bedrijventerrein kan worden geaccommodeerd. Verder is opgenomen dat bestaande terreinen de ontwikkeling van nieuw terrein niet in de weg mogen zitten door op bestaande terreinen een vraag te accommoderen die er niet past, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte van een bedrijf, de verwachte milieubelasting en de gevraagde ontsluiting. In dit afsprakenkader en de onderliggende prognoses van STEC wordt Kempenbaan Oost (Koningshoeven in het overzicht) genoemd als functioneel kleinschalig tot middelgroot, wat gedefinieerd wordt als “locaties met overwegend bedrijven en vestigingsmogelijkheden tot 5.000m2, al dan niet aangevuld met enkele grotere vestigers van een paar hectare”. Tot slot verwijzen wij naar het advies van college van rijksadviseurs die aangeeft dat juist moet worden ingezet op ruimtelijke clustering van logistiek vastgoed, waarbij juist wordt gesteld dat eenlingen altijd ongewenst zijn. In het raadsvoorstel m.b.t.
de nota toekomstbestendige werklocaties (inclusief Wijkevoort) wordt hier ook nadrukkelijk de aansluiting bij gezocht.
Reële kans op planschade Er moet aldus rekening mee worden gehouden dat dIrecte planschade moet worden vergoed. De (in ieder geval aanzienlijke) kosten daarvan zijn niet inzichtelijk gemaakt, zodat ook de financiële uitvoerbaarheid van het plan niet kan worden beoordeeld. Los daarvan moet uw raad moet zich de vraag stellen of de gemeente bereid is die kosten te dragen terwijl daarmee, zoals hiervoor al toegelicht, helemaal niets wordt bereikt: niet voor Somerset maar ook niet voor de aanwonenden van de Koningshoeven of de gemeente in zijn algemeenheid. Reactie Gemeente Tilburg Zoals in de toelichting aangegeven behelst dit bestemmingsplan een planschade risico. Er vindt overleg met de eigenaar plaats over een acceptabele invulling van het terrein. De uitkomst uit dit overleg kan tweeërlei zijn. Of er komt een invulling met een geoptimaliseerd DC met een goede ontsluiting op de Kempenbaan en een goede inpassing in de omgeving. Of er komt een andere invulling en is er overeenstemming met de eigenaar over overdracht van de gronden. Zodra overeenstemming is over één van deze invullingen zal er een nieuwe planologische procedure gevolgd worden en zal er geen sprake zijn van planschade.
Strijd met afsprakenbrief van 4 december 2018 Dit ontwerpplan geeft geen blijk van enige inspanning, laat staan maximale inspanning om het door Somerset gewenste distributiecentrum te faciliteren zoals toegezegd in de brief van 4 december 2018. Somerset verzoekt alsnog uitvoering te geven aan deze inspanningsverplichting door het initiatief van Somerset voor een distributiecentrum te faciliteren. Reactie Gemeente Tilburg Per brief van 7 september 2020 van de gemeente advocaat Pels Rijcken is aan Somerset te kennen gegeven dat van het college geen verdere inspanning kan worden verwacht ten aanzien van verdere uitvoering geven aan de in de afsprakenbrief weergegeven procesafspraken. De afsprakenbrief had uitdrukkelijk betrekking op de aanvraag van 26 november 2018 tot realisering van een klein distributiecentrum waarvoor op 5 augustus jl. omgevingsvergunning is verleend. Met het eenzijdig indienen van een aanvraag voor een groot distributiecentrum op 4 februari 2020, is door Somerset afgeweken van de gemaakte afspraak om gezamenlijk te werken aan de optimalisering van de aanvraag voor een klein distributiecentrum. Conclusie Deze zienswijze is ongegrond. Naar aanleiding van de zienswijze dient de tekst in de toelichting m.b.t. het economisch beleid aangepast te worden.
6