02 Notitie behandeling zienswijze bestemmingsplan
Tekst van het document
Notitie behandeling zienswijze bestemmingsplan 'Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (Lange Nieuwstraat 156-158)’ Het ontwerpbestemmingsplan 'Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (Lange Nieuwstraat 156-158)' heeft van maandag 3 mei 2021 tot en met 14 juni 2021 ter inzage gelegen voor zienswijzen. Zienswijzen konden worden ingediend door een ieder. Bij de gemeente zijn gedurende de periode van tervisielegging twee zienswijzen ingekomen. De zienswijzen zijn tijdig ingekomen en zodoende ontvankelijk. Buiten de termijn om is door één van de indieners een aanvulling op de zienswijze ingekomen. Omdat de aanvulling ziet op dezelfde besluitonderdelen als waarop de tijdig naar voren gebrachte zienswijze betrekking heeft, is deze ingevolge geldende rechtspraak wel ontvankelijk. Hierna volgt een zakelijke puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijzen en het standpunt van de gemeente hierover. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze; er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. N.B.: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven. Zienswijze 1: eigenaar/bewoner van het pand aan de Lange Nieuwstraat 164 te Tilburg 1.1
Zienswijze -
Reactie gemeente
Reclamant stelt dat het plan om een nieuwe functie met commerciële activiteiten in de woonwijk te genereren zal leiden tot onevenredig grote duurbelasting van overlast voor omwonenden. Reclamant haalt hier verschillende punten aan: a) Diverse milieuaspecten (met name geur en geluid) zijn onwenselijk. b) Verkeer- en parkeerbelasting bij een hotel met de omvang van (maximaal) 16 kamers. Bijvoorbeeld het laden/lossen en het parkeren van medewerkers. c) Het onwenselijke effect van een hotel met horecafunctie en terras op de buurtcohesie. Ad a) Voor deze nieuwe ontwikkeling moet worden getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor het beoordelen van de invloed die het hotel heeft op het plangebied mag en is er gebruik gemaakt van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Aan de hand van verschillende thema’s – waaronder geur en geluid – wordt er in deze richtlijn beschreven welke afstand in acht dient te worden genomen ten opzichte van gevoelige functies, zoals woningen. Daarbij wordt aan het type bedrijf een milieucategorie gekoppeld. Een hotel valt onder milieucategorie 1 waarbij in het geval van een rustige woonwijk, sprake is van een richtafstand van 10 m¹. Deze afstand is gekoppeld aan de thema’s geur en geluid. Gezien de omgeving rondom het perceel en de nabijheid van de Spoorzone is naar
onze mening hier sprake van een gemengd gebied met andere functies dan woonfuncties in de nabijheid, waardoor als het ware een stap terug kan worden gedaan en de in acht te nemen afstand 0 m¹ bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure en is het qua geur en geluid aanvaardbaar dat het hotel (en het bijbehorende terras) direct naast een woning is gelegen. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is verder onderzoek dan ook niet aan de orde.
Het terras hoort bij het hotel, is alleen te gebruiken door hotelgasten en is niet voor passanten toegankelijk. Er is geen sprake van een openbaar gebied. Om die reden is er op grond van artikel 13 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) geen terrasvergunning vereist. Dat betekent ook dat er geen voorwaarden kunnen worden gesteld op het gebruik hiervan anders dan de reeds geldende wet- en regelgeving waaraan initiatiefnemer zich aan dient te houden. Dit neemt niet weg dat een hotel en het bijhorende terras zich dient te houden aan overige milieuwetgeving. Omdat er hier sprake is van een inrichting, valt het hotel onder het Activiteitenbesluit. De inrichting moet voldoen aan de regels van het Activiteitenbesluit, waaronder regels ten aanzien van (het voorkomen/beperken) van geur- en geluidsoverlast. Indien de regels van het Activiteitenbesluit in acht worden genomen, mag verondersteld worden dat geur- en geluidsoverlast niet aan de orde is. Met betrekking tot het plaatsen van vuurkorven op eigen terrein regelt het ontwerpbestemmingsplan hier niets over. Daarnaast is op basis van artikel 134 van de APV verlichting door middel van vuurkorven (op eigen terrein) toegestaan indien dat geen gevaar oplevert voor de omgeving. In geval van overlast betreft dit een kwestie van handhaving van de openbare orde. Dit komt in een bestemmingsplanprocedure niet aan de orde.
Indien de reclamant in de toekomst overlast ervaart, dan kan dit gemeld worden via het Centraal Meldpunt (Fixi) van de gemeente. Ad b) Het bestemmingsplan staat maximaal 16 hotelkamers toe. Het gaat hier om één- of tweepersoons kamers met een maximale bezetting van 32 gasten. Het parkeren ten behoeve van het hotel zal plaatsvinden op eigen terrein. Voor het stellen van een parkeereis wordt er gebruik gemaakt van de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’. Bij vaststelling van de parkeerbehoefte, worden zowel de bezoekers van het hotel, maar ook de medewerkers meegenomen in de berekeningen. Het plangebied is gelegen in Zone A. Overeenkomstig de nota dient een hotel in Zone A per 10 kamers 1,5 parkeerplaats aan te leggen. Dat is dus inclusief parkeerplaatsen voor werknemers. Dit betekent in dit geval dat er 2,4 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd moeten kunnen worden, afgerond zijn dit 3 parkeerplaatsen. De initiatiefnemer is in de gelegenheid om 3 parkeerplaatsen aan te leggen op eigen terrein (zie onderstaande).
Om het groene karakter van de tuin te behouden, geeft initiatiefnemer er de voorkeur aan om de parkeerplaatsen aan te leggen aan de zijde van Villa Anna (Lange Nieuwstraat 158). Aan deze zijde is reeds de noodzakelijke
verharding aanwezig. Met het realiseren van 3 parkeerplaatsen op eigen terrein voldoet initiatiefnemer aan de vereiste norm van de gemeente. Met betrekking tot het laden en lossen heeft de initiatiefnemer aangegeven dat hij voornemens is dit te organiseren aan de zijde van de Burgemeester Brokxlaan. Omdat het hotel voldoet aan de richtafstand uit de VNG-brochure en het laden en lossen volgens initiatiefnemer plaats zal vinden gedurende de dagperiode, hoeft het laden en lossen niet akoestisch beschouwd te worden in het kader van het Activiteitenbesluit.
Conclusie
Ad c) Mede gelet op de reactie bij zienswijze 1.1 – ad a, zal het hotel een minimaal effect hebben op de buurtcohesie in de wijk en nabije omgeving. Buurtcohesie kan worden omschreven als de mate waarin bewoners samenwerken in het creëren van welzijn, de mate van onderlinge solidariteit en de gevoelens van betrokkenheid. Het gaat hier om een kleinschalige ontwikkeling van maximaal 16 hotelkamers in een reeds bestaand (kantoor)pand/pand dat tijdelijk in gebruik wordt genomen als kantoor. Er is geen reden om aan te nemen dat het hotel oorzaak zal zijn van een verslechterde buurtcohesie. Ad a) De zienswijze is ongegrond. Het hotel voldoet aan de richtafstanden van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering voor wat betreft geur en geluid, waardoor het aanvaardbaar is dat het hotel direct naast een woning wordt gevestigd en passend is op deze locatie. De mogelijke overlast van vuurkorven op eigen terrein is een kwestie van handhaving van de openbare orde op grond van de APV en is niet aan de orde in een bestemmingsplanprocedure. Ad b) De zienswijze is ongegrond. Overeenkomstig de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’ kan er met het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden voldaan aan de vereiste norm van de gemeente.
Daarnaast is voor het laden en lossen een akoestisch onderzoek nodig, omdat er wordt voldaan aan de richtafstand van de VNGbrochure Bedrijven en Milieuzonering.
1.2
Zienswijze -
Reactie gemeente
Ad c) De zienswijze is ongegrond. Er is slechts sprake van een kleinschalige ontwikkeling van maximaal 16 hotelkamers in een bestaand pand. Het gebruik van het terras op eigen terrein zal moeten voldoen aan de hiervoor geldende wet- en regelgeving. Het effect op de buurtcohesie zal daarom naar verwachting minimaal zijn. Reclamant is van mening dat de panden met de nieuwe hotelfunctie – die aan de Spoorzone c.q. de stad worden toegevoegd – uit hun historische context worden losgeweekt. Beide panden zijn historisch gezien gebouwd als privé-woonhuizen en hadden dus op geen enkel moment in de historie een publieke functie in of voor de wijk. De beoogde hotelfunctie zal ervoor zorgen dat de monumenten meer dan daarvoor toegankelijk zullen zijn en deel uitmaken van de wijk. Hoewel er aan de achterzijde een ruimtelijke relatie met de Spoorzone wordt gelegd, blijven de oorspronkelijke entrees aan de Lange Nieuwstraat onverminderd toegankelijk en functioneel zodat het contact met de wijk gehandhaafd blijft en de ruimtelijke relatie met de straat intact gelaten wordt. Fysieke aanpassingen aan de monumenten zullen in het kader van een separaat te verlenen omgevingsvergunning worden getoetst. Hiervoor zal zowel advies aangevraagd worden bij de onafhankelijke gemeentelijke omgevingscommissie en bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Conclusie
1.3
Zienswijze -
Reactie gemeente
De zienswijze is ongegrond. Met de beoogde hotelfunctie zullen beide panden meer (dan daarvoor) toegankelijk zijn en blijft de ruimtelijke relatie met de straat en de wijk intact. Reclamant vraagt uitleg van het begrip ‘luchtvaartverkeerszone’ uit het bestemmingsplan alsmede een vraag over het al dan niet plaatsen van airco-installaties en de te verwachte bouw op grond van de regels van het ontwerpbestemmingsplan. Onder artikel 9 – algemene aanduidingsregels – van de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt de betekenis van een luchtvaartverkeerzone in artikel 9.1.1 nader omschreven. Het houdt in dat het niet is toegestaan om binnen het plangebied – en ter plaatse van deze aanduiding - een bouwwerk te bouwen of werken/werkzaamheden uit te voeren met een grotere hoogte dan 65 m¹ boven NAP. Deze bepaling creëert hier géén mogelijkheid om een helikopterlandingsplaats te realiseren zoals reclamant vreest. Voor het al dan niet mogen plaatsen van installaties voor klimaatbeheersing geldt er in sommige gevallen een omgevingsvergunningplicht. Indien hier een aanvraag voor binnenkomt, zal hierop – losstaand van de bestemmingsplanprocedure – een besluit moeten worden genomen op grond van de daarvoor van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Op dit moment is nog niet zeker of er airco’s worden geplaatst, maar als deze er komen, zal dit waarschijnlijk op het dak van de woning of op het platdak boven de serre geplaatst worden. Verder is hier sprake van een inrichting in het kader van het Activiteitenbesluit, waardoor de inrichting tevens moet voldoen aan de regels van dat besluit waaronder regels ten aanzien van (het voorkomen/beperken) van geluidsoverlast.
Conclusie
1.4
Zienswijze -
Voor het bouwen van bouwwerken is op dit perceel binnen het bouwvlak een maximale bouwhoogte van 12 meter toegestaan. Hier gelden de (bouw)regels voor hoofdgebouwen. Daarnaast zijn aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan op het perceel, mits zij worden gebouwd binnen het bouwvlak of het bebouwde erf. Indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd, zijn de daarvoor geldende bouwregels in het bestemmingsplan van toepassing en moeten deze regels in acht worden genomen indien er een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt gedaan. De huidige serre (de oude danszaal) is een onderdeel van het rijksmonument en zal niet worden gesloopt. Tevens zullen er geen balkons worden toegevoegd. Op grond van de bouwregels voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen in het bestemmingsplan wil de initiatiefnemer een paviljoen maken dat o.a. als entree kan dienen voor het boetiekhotel. Hier is echter nog geen ontwerp van. Gezien het feit dat de panden tevens rijksmonumenten zijn zal de nodige zorgvuldigheid in acht genomen worden. De zienswijze is ongegrond. De eventuele aanvraag voor het plaatsen van airco-installaties wordt niet op grond van de bestemmingsplanprocedure beoordeeld, maar voor de daarvoor gelden wet- en regelgeving.
Voor de eventuele aanvraag voor het bouwen van bouwwerken zullen de bouwregels uit het bestemmingsplan en tevens de regels omtrent rijksmonumenten in acht worden genomen. Volgens reclamant is het advies van KBG Spoorzone en zijn de bezwaren onvoldoende meegenomen bij de onderbouwing voor het mogelijk maken van het plan en stelt hiermee dat het plan rust op niet onderbouwde aannames en niet uitgewerkte constateringen. Reclamant haalt de volgende punten aan:
a)
Reactie gemeente
Conclusie
1.5
Zienswijze -
Reactie gemeente
Conclusie 1.6
Zienswijze -
Reactie gemeente
De feitelijk te verwachte verkeersintensivering en parkeergedrag en -belasting voor de wijk. b) De behoefte aan uitbreiding van het aantal hotelkamers en de motivering om een hotel toe te staan naast de woonfunctie ten opzichte van andere panden in de omgeving. Ad a) Zie de reactie bij zienswijze 1.1, ad. b. Ad b) De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het door het college van burgemeester en wethouders op 26 januari 2016 vastgestelde Accommodatiebeleid voor nieuwe logiesinitiatieven, namelijk een nieuw logiesinitiatief op een centrumlocatie. Daarnaast heeft de gemeenteraad het Koersdocument Spoorzone vastgesteld als algemeen richtinggevend kader voor de verdere ontwikkeling van de Spoorzone, waarin vermeld staat dat er in de nieuwe tussenruimte (achter het Ketelhuis) de ruimte wordt geboden voor dit initiatief – de herontwikkeling van de monumentale villa’s tot boetiekhotel – als verbinding tussen de Spoorzone met de Theresiawijk. Ad a) De zienswijze is ongegrond. Overeenkomstig de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’ kan er met het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden voldaan aan de vereiste norm van de gemeente. Ad b) De zienswijze is ongegrond. De ontwikkeling van een boetiekhotel op deze locatie is passend binnen het Accommodatiebeleid voor nieuwe logiesinitiatieven op een centrumlocatie, zoals de Spoorzone.
Reclamant betoogt dat beide panden onderdeel zijn van de Theresiazone, maar dat er telkens wordt verwezen naar het belang van het hotel in de Spoorzone. Volgens reclamant stelt de gemeente op eigen initiatief voor om beide villa’s bij de Spoorzone (en bij de ontwikkeling van het Ketelhuis) te betrekken. Met de bouw van het hotel wordt het maximaal aantal nieuw te realiseren horecalocaties in de Spoorzone – opgenomen in het Koersdocument - overschreden. Hiervoor is beschreven dat de ontwikkeling passend is binnen het Accommodatiebeleid. Verder zijn in het Koersdocument diverse deelgebieden aangewezen waaronder Theresiazone. Deze zone kan gezien worden als een transitiegebied richting de wijk Theresia. De ontwikkeling van een boetiekhotel in de Theresiazone, aan de rand van de Spoorzone, past hierbinnen. Er is sprake van een ontwikkeling van niet grootschalige aard die, zoals eerder beschreven, passend geacht kan worden in de omgeving waarbinnen deze gelegen is. De zienswijze is ongegrond. De ontwikkeling is passend binnen het overgangsgebied richting de wijk Theresia. Volgens reclamant wordt de Richtlijn omgevingsdialoog beperkt uitgevoerd. Hierbij noemt reclamant voorbeelden als het niet verwerken van kritische aandachtspunten alsmede het advies van KBG Spoorzone. Het uitvoeren/doorlopen van de omgevingsdialoog is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
De initiatiefnemer heeft in de lijn met de Richtlijn Omgevingsdialoog de omgeving door middel van een bewonersbrief geïnformeerd over de ontwikkeling. Omwonenden zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om reacties te geven welke reactie vervolgens door de initiatiefnemers zijn beantwoord. Als gemeente bekijken we of de initiatiefnemer voldoende heeft gedaan om de omgeving te informeren. Het feit dat omwonenden het niet eens zijn met de beantwoording van de vragen, betekent niet dat er geen sprake is geweest van een voldoende informatieverstrekking.
Conclusie
Volgens werkafspraken is de Klankbordgroep Spoorzone geïnformeerd over het initiatief en hebben zij gekwalificeerd advies uitgebracht. Dit advies is beoordeeld en hierop is gereageerd. Het advies gaf geen aanleiding om geen medewerking te verlenen aan het initiatief. De zienswijze is ongegrond. De initiatiefnemer heeft de omgeving geïnformeerd over de plannen en voorzien van een reactie op de vragen. Het advies van de Klankbordgroep Spoorzone gaf geen aanleiding om niet mee te werken aan het initiatief.
Op maandag 28 juni 2021 heeft de reclamant – buiten de termijn – twee aanvullende zienswijzen toegestuurd. 1.7
Aanvullende zienswijze -
Reactie gemeente
1.8
Conclusie Aanvullende zienswijze Reactie gemeente
Conclusie
Reclamant is van mening dat er ten onrechte ruimte wordt geboden om naast een hotel een andersoortig horecabedrijf te vestigen zonder een beperking ten aanzien van het aantal kamers op te nemen. Het ontwerp dient volgens reclamant hierop aangepast te worden. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt in artikel 3.1.2 (aanduidingen) aangegeven dat ter plaatse van de aanduiding: ‘horeca categorie 6’ maximaal 16 hotelkamers zijn toegestaan. In de begripsbepaling – artikel 1.66 – wordt uitgelegd wat er onder horecacategorie 6 (Verblijfshoreca) wordt verstaan. Het gaat om een horeca inrichting waar hoofdzakelijk gelegenheid tot tijdelijk slaapverblijf wordt gegeven, en waar eventueel in combinatie daarmee maaltijden, dranken en/of kleine etenswaren worden verstrekt. Voorbeelden als hotels, motels en pensions worden gegeven. Hieruit blijkt terecht dat wanneer er in de toekomst mogelijk een andersoortig horecabedrijf wordt gevestigd (anders dan een hotel) er geen beperking wordt opgelegd t.a.v. het maximaal aantal kamers. De zienswijze leidt ertoe dat de omschrijving in het bestemmingsplan wordt aangepast naar ‘kamers voor nachtverblijf’. De zienswijze is gegrond. De regels worden aangepast.
Volgens reclamant ligt de uitgevoerde omgevingstoets ‘externe veiligheid’ ten onrechte aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag, omdat er geen sprake (meer) is van een kantoorfunctie maar van verblijfshoreca. De omgevingstoets geeft voor wat betreft het onderdeel externe veiligheid aan welke risicobronnen in de omgeving van de locatie liggen. Het feit dat de toets is opgesteld t.b.v. de tijdelijke kantoorfunctie, verandert niet welke bronnen er in de omgeving liggen. Bij de beoordeling van de verantwoordingsplicht is daarbij beoordeeld dat de hotelfunctie qua omvang vergelijkbaar is aan de kantoorfunctie en niet tot andere conclusies leidt. De zienswijze is ongegrond. De omgevingstoets geeft inzicht in de risicobronnen en het groepsrisico kan worden verantwoord.
Zienswijze 2: Klankbordgroep Spoorzone 2.1
Zienswijze -
Reactie gemeente
Er worden door reclamant zorgen uitgesproken over het hotel met het bijbehorende terras en stelt dat met de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan het reële risico op duurbelasting van geluid en andere overlast voor naaste omwonenden onevenredig groot zal zijn en leidt tot een te grote inbreuk op het woon- en leefklimaat van de omwonenden. a. Het aantal aanwezige gasten zullen bij volle bezetting – bij gebruik van het terras – zorgen voor geluidsoverlast. Het dagelijks laden en lossen zal tevens terugkerend geluidsoverlast veroorzaken. b. Het feitelijk gedrag van gasten met betrekking tot parkeren in de directe buurt zal zorgen voor een grotere parkeerbelasting/parkeerdruk. Ad. a Voor het beoordelen van de invloed die het hotel heeft op het plangebied is er gebruik gemaakt van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Aan de hand van verschillende thema’s – waaronder geur en geluid – wordt er in deze richtlijn beschreven welke afstand in acht dient te worden genomen ten opzichte van gevoelige functies, zoals woningen. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens tot aan de gevel van woningen in een ‘rustige woonwijk’. In het plan wordt een hotel met horecafunctie toegevoegd. Voor een hotel is bepaald dat wanneer deze in een omgeving ligt waar meerdere functies zijn gelegen, deze afstand 0 m¹ bedraagt. De woonfunctie blijft gehandhaafd.
Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure en is het qua geur en geluid aanvaardbaar dat het hotel (en het bijbehorende terras) direct naast een woning is gelegen. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is verder onderzoek dan ook niet aan de orde. Het terras ligt niet binnen het openbaar gebied en is alleen te gebruiken door hotelgasten. Om die reden is er op grond van artikel 13 van de APV geen terrasvergunning vereist. Dat betekent ook dat er geen voorwaarden kunnen worden gesteld op het gebruik hiervan anders dan de reeds geldende wet- en regelgeving waaraan initiatiefnemer zich aan dient te houden. Dit neemt niet weg dat een hotel en het bijhorende terras zich dient te houden aan overige milieuwetgeving. Omdat er hier sprake is van een inrichting, valt het hotel onder het Activiteitenbesluit. De inrichting moet voldoen aan de regels van het Activiteitenbesluit, waaronder regels ten aanzien van (het voorkomen/beperken) van geur- en geluidsoverlast. Indien de regels van het Activiteitenbesluit in acht worden genomen, mag verondersteld worden dat geur- en geluidsoverlast niet aan de orde is. Ad. b Het parkeren ten behoeve van het hotel zal plaatsvinden op eigen terrein. Voor het stellen van een parkeereis wordt er gebruik gemaakt van de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’.
Bij vaststelling van de parkeerbehoefte, worden zowel de medewerkers van het hotel, maar ook het bezoekersaandeel meegenomen in de berekeningen. Het plangebied is gelegen in Zone A. Overeenkomstig de nota dient een hotel in Zone A per 10 kamers 1,5 parkeerplaats aan te leggen. Dat is inclusief parkeerplaatsen voor werknemers. Dit betekent in dit geval dat er 2,4 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd moeten kunnen worden, afgerond zijn dit 3 parkeerplaatsen. De initiatiefnemer is in de gelegenheid om 3 parkeerplaatsen aan te leggen op eigen terrein. Om het groene karakter van de tuin te behouden, geeft initiatiefnemer er de voorkeur aan om de parkeerplaatsen aan te leggen aan de zijde van Villa Anna. Aan deze zijde is reeds de noodzakelijke verharding aanwezig. Met het realiseren
van 3 parkeerplaatsen op eigen terrein voldoet initiatiefnemer aan de vereiste norm van de gemeente.
Conclusie
Zienswijze -
Reactie gemeente
Conclusie
Met betrekking tot het laden en lossen heeft de initiatiefnemer aangegeven dat hij voornemens is dit te organiseren aan de zijde van de Burgemeester Brokxlaan. Omdat het hotel voldoet aan de richtafstand uit de VNG-brochure en het laden en lossen volgens initiatiefnemer plaats zal vinden gedurende de dagperiode, hoeft het laden en lossen niet akoestisch beschouwd te worden in het kader van het Activiteitenbesluit. Ad a) De zienswijze is ongegrond. Het hotel voldoet aan de richtafstanden van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering voor wat betreft geur en geluid, waardoor het aanvaardbaar is dat het hotel direct naast een woning wordt gevestigd en passend is op deze locatie. Het gebruik van het terras op eigen terrein zal moeten voldoen aan de hiervoor geldende weten regelgeving. Het effect op de buurtcohesie zal daarom naar verwachting minimaal zijn. Ad b) De zienswijze is ongegrond. Overeenkomstig de nota ‘Parkeernormen Tilburg 2017’ kan er met het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden voldaan aan de vereiste norm van de gemeente. Daarnaast is voor het laden en lossen een akoestisch onderzoek nodig, omdat er wordt voldaan aan de richtafstand van de VNGbrochure Bedrijven en Milieuzonering. Reclamant is niet tevreden over de kwaliteit van de omgevingsdialoog.
Hierbij haalt reclamant het gebrek aan concrete informatie aan waarop omwonenden werden geacht te reageren en het onvoldoende meenemen van de inbreng van bewoners en het advies van KBG Spoorzone. Het uitvoeren/doorlopen van de omgevingsdialoog is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft in de lijn met de Richtlijn Omgevingsdialoog de omgeving door middel van een bewonersbrief geïnformeerd over de ontwikkeling. Omwonenden zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om reacties te geven welke reactie vervolgens door de initiatiefnemers zijn beantwoord. Als gemeente bekijken we of de initiatiefnemer voldoende heeft gedaan om de omgeving te informeren. Het feit dat omwonenden het niet eens zijn met de beantwoording van de vragen, betekent niet dat er geen sprake is geweest van een voldoende informatieverstrekking. Volgens werkafspraken is de Klankbordgroep Spoorzone geïnformeerd over het initiatief en hebben zij gekwalificeerd advies uitgebracht. Dit advies is beoordeeld en hierop is gereageerd. Het advies gaf geen aanleiding om geen medewerking te verlenen aan het initiatief. De zienswijze is ongegrond. De initiatiefnemer heeft de omgeving geïnformeerd over de plannen en voorzien van een reactie op de vragen. Het advies van de Klankbordgroep Spoorzone gaf geen aanleiding om niet mee te werken aan het initiatief.
Conclusie De zienswijzen zijn gedeeltelijk gegrond en overwegend ongegrond. Het bestemmingsplan wordt (gewijzigd) vastgesteld conform de Staat van Wijzigingen.