02 Notitie Aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep Tilburg
Tekst van het document
Notitie Aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep Tilburg 1: INLEIDING De Mediawet 2008 bepaalt dat er per gemeente slechts één lokale publieke omroep kan zijn. Deze wordt, telkens voor een periode van vijf jaar, aangewezen door het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat). De aanwijzingsprocedure is de procedure van het Commissariaat om te komen tot aanwijzing van een lokale publieke omroep. Gemeente spelen een rol in de aanwijzingsprocedure voor een lokale publieke omroep wanneer een aanwijzingsperiode afloopt. Zo dient de gemeenteraad in die aanwijzingsprocedure advies uit te brengen aan het Commissariaat over de aanvragen die bij het Commissariaat zijn ingediend om voor de betreffende gemeente lokaal media-aanbod te verzorgen. De adviesprocedure is de wijze waarop een gemeente komt tot het advies over een aanwijzing. Mede gebaseerd op dit advies verleent het Commissariaat de aanwijzing. Hoewel de Mediawet specificeert welke rol gemeenten spelen bij de aanwijzing van lokale publieke omroepen, biedt de wet niet altijd genoeg informatie over de invulling van deze rol. Voor het Commissariaat is het echter belangrijk dat een gemeente goed motiveert hoe ze tot haar advies is gekomen, met name binnen een scenario waarin meerdere aanvragers zich melden.
Om gemeenten hierbij te helpen publiceerde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in juni 2023 de ‘Handreiking aanwijzing lokale publieke omroep’ (hierna: de Handreiking). De Handreiking beschrijft de rol van gemeenten in de aanwijzingsprocedure, evenals de verschillende mogelijkheden voor het inrichten van de adviesprocedure bij de gemeente. Hierbij wordt aandacht besteed aan de rollen van de gemeenteraad en het college. Vanwege de mogelijk complexiteit van de adviesprocedure staan in de Handreiking verschillende handelingsperspectieven beschreven, passend bij verschillende situaties die zich kunnen voordoen. De Handreiking beschrijft onder meer hoe het samengaan van omroepen kan worden bevorderd indien sprake is van meerdere aanvragers. Ook biedt ze suggesties voor voorkeurscriteria in het geval de gemeenteraad een voorkeursadvies moet uitbrengen voor één van meerdere aanvragers. Daarnaast wordt gewezen op het belang van duidelijke communicatie. Alvorens te besluiten over de aanwijzing toetst het Commissariaat of het gemeentelijke advies op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen en of het deugdelijk is gemotiveerd. Met afspraken over de aanwijzingsprocedure kan de gemeenteraad komen tot een advies dat die toets kan doorstaan.
In deze notitie lichten wij toe welke hoe wij in Tilburg handelen tijdens de aanwijzingsprocedure van de lokale publieke omroep en hoe wij als gemeente komen tot ons advies aan het Commissariaat. Verantwoording Voor de totstandkoming van deze notitie fungeerde de VNG-Handreiking als een belangrijkste bron. Van groot belang waren tevens de ‘Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke mediainstellingen 2023’ van Commissariaat voor de Media, het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen’ gepubliceerd door NLPO en VNG, en de door NLPO opgestelde ‘Criteria Keurmerk Nederlandse Streekomroepen’. Daarnaast is informatie benut van de websites van het Commissariaat en NLPO. Voor deze notitie zijn bovendien gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van OCW, het Commissariaat en NLPO. 1
Nota bene. De in deze notitie beschreven aanwijzingsprocedure is gebaseerd op de huidige aanwijzingssystematiek. Met deze aanpak volgen wij het advies van het ministerie van OCW, het Commissariaat en de NLPO. Wij zijn ons er wel van bewust het ministerie van OCW een wijziging van de Mediawet voorbereidt. Deze wijziging, voorzien per 1 januari 2025, moet onder andere resulteren in een nieuwe aanwijzingsprocedure, een nieuwe financieringssystematiek en een coördinerend orgaan voor alle lokale omroepen. Lokale publieke omroep Lokale publieke omroepen vervullen een belangrijke rol in gemeenten. De lokale publieke omroep voorziet inwoners van informatief, educatief en cultureel media-aanbod. Zowel in ‘Meer voor Elkaar – Akkoord gemeente Tilburg 2022-2026’ als in het ‘Tilburgs Mediabeleid 2023-2026’ verwijzen wij naar hun functies. In de Handreiking worden verschillende democratische en maatschappelijke functies nog eens op een rij gezet. Drie democratische functies van lokale publieke omroepen richten zich op: ▪ informeren: het verzorgen van toegankelijk en betrouwbaar lokaal nieuws; ▪ controleren: het vervullen van een democratische waakhondfunctie door een kritische en onafhankelijke rol ten opzichte van lokale bestuurders; ▪ agenderen: het op de kaart zetten van thema’s uit het (lokale) maatschappelijke en politieke debat.
Drie maatschappelijke functies zijn: ▪ verbinden: inwoners laten kennismaken van zaken die buiten hun ‘bubbel’ afspelen en het op gang brengen van gesprekken over onderwerpen die in hun leefomgeving spelen; ▪ educatie: het ontwikkelen van kennis bij inwoners over de lokale samenleving (bijvoorbeeld van belang voor inwoners die nieuw zijn in een gemeente); ▪ cultuur: het programmeren van media-aanbod dat zelf cultureel van aard is. Gemeente De Mediawet 2008 bepaalt dat een gemeente een rol speelt bij de aanwijzing en bij de bekostiging van de lokale publieke omroep. Ten eerste draagt een gemeente zorg voor de bekostiging van het functioneren van de media-instelling door middel van een bijdrage uit het gemeentefonds. Hiervoor is sinds 2015 een niet-verplichtend normbedrag (een richtsnoerbedrag) per huishouden vastgesteld voor de bepaling van de hoogte van de bekostigingsbijdrage. Ten tweede is een gemeente betrokken bij de aanwijzing van lokale publieke omroep door het Commissariaat. De gemeenteraad dient het Commissariaat namelijk te adviseren over de geschiktheid van aanvragende omroepen. Over de gemeentelijke rol bij de aanwijzingsprocedure voor de lokale publieke omroep gaat het hieronder, met name over de manier waarop een gemeente komt tot zijn advies over de aanwijzing.
Het speelveld Anno 2023 telt het Nederlandse omroepbestel 230 lokale publieke omroepen, waarvan 31 streekomroepen. Verschillende partijen zijn bij de lokale publieke omroepen betrokken. In het licht van de aanwijzingsprocedure zetten we hieronder de belangrijkste op een rij.
2
Zowel het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) als het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is betrokken bij het beleid van (lokale) publieke omroepen. Het eerst ministerie beleidsmatig, het tweede vanuit oogpunt van financiën. Het Commissariaat voor de Media is de toezichthouder op de naleving van de Mediawet 2008 en heeft over lokale publieke media een besluitvormende taak. Het Commissariaat is een zelfstandig bestuursorgaan in opdracht van het ministerie van OCW; het staat tussen politiek en mediainstellingen. In de Mediawet zijn waarborgen voor de onafhankelijkheid, kwaliteit en diversiteit van het media-aanbod geregeld, waarborgen die verder zijn uitgewerkt in het Mediabesluit en de Mediaregeling. Het Commissariaat houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Het heeft bovendien de bevoegdheid om die wet- en regelgeving verder uit te werken in beleidsregels. Kortom, met zijn werk beschermt het Commissariaat de onafhankelijkheid, pluriformiteit en toegankelijkheid van het media-aanbod, op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. Tegelijk ondersteunt het daarmee de informatievrijheid. In de praktijk neemt het Commissariaat ook nog een informerende rol aan. De Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) is het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de lokale publieke omroep in Nederland.
Het doel van de NLPO is het professionaliseren van lokale omroepen. Als schakel tussen de lokale omroepen en landelijke stakeholders voorziet de stichting lokale publieke omroepen van allerlei vormen van informatie. Zo maakt ze in haar documentatie de vertaalslag van landelijk beleid naar de invulling door lokale omroepen en biedt trainingen aan omroepmedewerkers. Daarnaast ontwikkelde de NLPO samen met de VNG, omroepen en gemeenten het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen en biedt ze procesbegeleiding aan bij de vorming van streekomroepen. Tot slot wijzen we op het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SVDJ), dat de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek steunt door - met geld, kennis en onderzoek - de vernieuwing van de journalistieke infrastructuur in Nederland te bevorderen. Context Bij (de voorbereiding van) het aanwijzen van een lokale publieke omroep is het van belang rekening te houden met de context waarin lokale omroepen zich anno 2023 bevinden. We wijzen op drie ontwikkelingen. 1. Toekomstige wijziging van het lokale mediabestel Allereerst is een wijziging van het lokale publieke mediabestel aangekondigd.
De afgelopen jaren heeft zowel het ministerie van OCW als het ministerie van BZK adviezen gevraagd aan de Raad voor Cultuur en de Raad voor het Openbaar Bestuur over de toekomstbestendigheid van lokale publiek omroepen en media-instellingen. Uit hun onderzoeken kwam naar voren dat lokale media er beperkt in slagen om de samenleving te bereiken en hun cruciale rol in plaatselijk gemeenschappen steeds minder goed kunnen vervullen. Oorzaken zijn onder andere kwetsbare financiële posities en bescheiden redacties. Het zijn kwesties die wij eerder uitgebreid aan de orde hebben gesteld in het ‘Tilburgs Mediabeleid 2023-2026’ Naar aanleiding van meerdere uitgebrachte adviezen heeft de staatssecretaris van OCW in 2022 geld uitgetrokken voor de versterking van de lokale publieke omroep en de voorbereiding van een wijziging van de Mediawet. Deze wijziging, voorzien per 1 januari 2025, moet onder andere resulteren in een nieuwe aanwijzingsprocedure, een nieuwe financieringssystematiek en een coördinerend orgaan voor alle lokale omroepen.
3
2. Vorming streekomroepen De Mediawet 2008 schrijft voor dat de bekostiging van lokale publieke omroepen zodanig moet zijn, dat voorzien wordt in een lokaal toereikend media-aanbod (hierna: LTMA). Eén van de manieren om (gemakkelijker) te kunnen voorzien in een LTMA is het vormen van een streekomroep. Streekomroepvorming is in de periode 2015-2016 gestart door de NLPO in samenwerking met de VNG.1Het idee is dat lokale omroepen door samenwerking en schaalvergroting professioneler kunnen werken. Dat kan vervolgens de kwaliteit en continuïteit van de lokale journalistiek versterken. Streekomroepvorming kan daarmee bijdragen aan het behalen en betaalbaar maken van een LTMA in alle Nederlandse gemeenten. In de Mediawet wordt geen definitie gegeven van de term LTMA. Daarom hebben de NLPO en de VNG in een convenant criteria geformuleerd voor het verzorgen van een lokaal toereind mediaaanbod. Belangrijk voor zo’n aanbod zijn dat de betreffende omroep professioneel wordt aangestuurd, dat hij goed zichtbaar is bij de bevolking, dat hij functioneert in de directe woon- en leefomgeving van de bevolking, en dat zijn media-aanbod kwaliteit heeft. NLPO en VNG zijn het erover eens dat deze criteria ook zijn te gebruiken als handvatten voor de praktijk van de huidige lokale publieke omroepen. 3.
Desinformatie en persveiligheid In de lokale journalistiek zelf hebben de afgelopen jaren ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de toename van desinformatie en de afname van persveiligheid. In het politiek debat zijn de afgelopen zorgen geuit over desinformatie, met name als het verspreiden van nepnieuws tijdens. Daarnaast baart de afname van de veiligheid van medewerkers in de media, met name journalisten, de betrokken ministeries van OCW en BZK grote zorgen. Afname van persvrijheid zet namelijk het functioneren van media en onafhankelijke journalistiek onder druk. En daarmee een van de pijlers van de rechtsstaat.
2: DE AANWIJZINGSPROCEDURE In haar Handreiking voor de aanwijzing van de lokale publieke omroep geeft de VNG een gedetailleerd beeld van de gehele aanwijzingsprocedure. Zij onderscheidt daarin drie fasen waarbinnen zij meerdere stappen formuleert: de start-, advies- en aanwijzingsfase. In de praktijk kunnen bij de aanwijzingsprocedure drie scenario’s voordoen: 1. er is (g)een aanvrager; 2. er zijn meerdere aanvragers; 3. er is één vrager voor meerdere gemeenten. Figuur 1 geeft de aanwijzingsprocedure schematisch weer. Ze laat zien dat de startfase en de aanwijzingsfase voor alle scenario’s gelijk zijn. Verschillen doen zich met name voor in de adviesfase. In de adviesfase zijn de procedures voor scenario 1 (één aanvrager) en scenario 3 (één aanvrager voor meerdere gemeentes) simpel: aan het gevraagde advies gaat alleen een toetsing aan wettelijke vereisten vooraf. Wil de aanvrager voor één gemeente worden aangewezen (scenario 1), dan is die toets voorbehouden aan die specifieke gemeente; wil een omroep worden aangewezen voor meerdere gemeenten (scenario 3), dan maakt die toetsing deel uit van een gezamenlijk advies van de gemeenteraden van de betreffende gemeenten.
1
Met als resultaat het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen’ (2015-2016)
4
Figuur 1: aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep
5
Met name in scenario 2, waarbij meerdere aanvragers voor dezelfde aanwijzing gaan, wordt van de gemeente tijdens de adviesfase het nodige verwacht (zie het groene deel in het schema). Als eerste stap moet de gemeente het samengaan van meerdere aanvragers bevorderen. De uitkomst van die inspanning bepaalt de vervolgstap en of de gemeente behalve aan wettelijke vereisten ook moet toetsen aan vooraf vastgestelde voorkeurscriteria. Hieronder beschrijven we de aanwijzingsprocedure meer gedetailleerd en leggen we uit wat er in elke fase gebeurt. Per stap wordt bovendien de termijn aangegeven. 1. Startfase a. Voorbereidingen treffen en het inrichten van de procedure In deze fase treft de gemeente maatregelen die met name van belang zijn voor het geval er meerdere aanvragers zijn. De gemeenteraad bepaalt de rolverdeling tijdens de aanwijzingsprocedure, regelt hoe samenwerking tussen meerdere aanvragers wordt bevorderd, en stelt voorkeurscriteria vast voor de situatie dat de gemeenteraad een voorkeursadvies moet uitbrengen voor één van meerdere aanvragers. Termijn: bij voorkeur 14 maanden vóór afloop van de aanwijzingstermijn.2 b. Actie bij de start van de aanwijzingsprocedure Het Commissariaat informeert de gemeente over de start van de aanwijzingsprocedure.
De gemeente kan ervoor kiezen een of meer informatiesessies te organiseren voor lokale omroepen, om hen te helpen bij het opstellen van een goede aanvraag. Termijn: 14 maanden vóór afloop van de aanwijzingstermijn. c. Publieke bekendmaking indieningstermijn Eén jaar voor de afloop van de aanwijzingstermijn kondigt het Commissariaat de indieningstermijn aan. Bij voorkeur kondigt de gemeente de indieningstermijn ook zelf aan. Termijn: 12 maanden vóór afloop van de aanwijzingstermijn.3 d. Vaststellen voorkeurscriteria Als in de adviesfase de situatie ontstaat dat de gemeenteraad een voorkeursadvies moet uitbrengen, kan de raad zich alleen baseren op vooraf opgestelde criteria. Het Commissariaat vraagt daarom van gemeenten om voorkeurscriteria die een lokale aanvulling zijn op de wettelijke vereisten vroegtijdig bekend te maken. Aanvragers krijgen op deze manier tijdig de kans om bij de aanvraag in hun meerjarenbeleidsplan toe te lichten hoe ze aan deze voorkeurscriteria voldoen. Termijn: uiterlijk 11 maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn.4
2
In Tilburg loopt de aanwijzingstermijn af op 15 februari 2025. De navolgde aanwijzingsperiode start dus december 2023. 3 In Tilburg loopt de aanwijzingstermijn af op 15 februari 2025. Bekendmaking van de indieningstermijn voor navolgde aanwijzingsperiode vindt plaat in februari 2023. 4 In Tilburg loopt de aanwijzingstermijn af op 15 februari 2025. Voor navolgde aanwijzingsperiode dienen de voorkeurscriteria uiterlijk medio maart 2024 te worden vastgesteld
6
e. Aanvragen via Commissariaat ontvangen Aanvragers dienen hun aanvraag in bij het Commissariaat.5 Er is een aantal standaard documenten die een aanvrager moet inleveren bij het Commissariaat voor een geldige aanvraag. Het Commissariaat stuurt de aanvragen door naar de gemeente. Termijn: de gemeente ontvangt uiterlijk 2 weken na verstrijken indieningstermijn de ingediende aanvragen van het Commissariaat.6 2. Adviesfase a. Advies van gemeenteraad opstellen Op verzoek van het Commissariaat stelt de gemeenteraad een advies op voor het aanwijzen van een lokale publieke omroep. Hoe de gemeenteraad tot zijn advies komt, hangt af van welk van de drie hieronder genoemde scenario’s zich voordoet. • Scenario 1: (g)een aanvrager; • Scenario 2: meerdere aanvragers; • Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeentes. Scenario 1: (g)een aanvrager. De procedure bij scenario 1 is simpel: als er maar één aanvrager is, hoeft de gemeenteraad de aanvraag enkel te toetsen aan drie wettelijke vereisten (waarover later meer). Scenario 2: Meerdere aanvragers, samengaan bevorderen. De Mediawet verplicht het college van B&W om ‘voor zover redelijkerwijs mogelijk is’ het samengaan van de aanvragers te bevorderen. In de startfase – in de vastgestelde aanwijzingsprocedure - is al bepaald hoe het samengaan verkend wordt. Dit voornemen wordt nu in uitvoering gebracht.
Deze verkenning tot samengaan heeft twee mogelijke uitkomsten: ▪ Aanvragers gaan samen door. Dat kan op twee manieren: (1) de aanvragers richten een nieuwe gezamenlijke stichting op die een nieuwe aanvraag indient. De oude aanvragen worden ingetrokken. Of (2) één aanvrager zet zijn aanvraag door en de andere aanvrager trekt zijn aanvraag in en voegt zich bij de eerstgenoemde aanvraag. Eventueel dienen zij samen een aangepast beleidsplan in. De gemeenteraad geeft dan over deze (nieuwe) aanvraag een advies aan het Commissariaat (zie scenario 1). ▪ Aanvragers gaan niet samen door. In dat geval is een voorkeursadvies nodig: de gemeente beoordeelt beide aanvragers aan de hand van de wettelijke vereisten en de door de gemeente vooraf opgestelde voorkeurscriteria. Hoe die beoordeling uitgevoerd wordt en welke voorkeurscriteria gehanteerd worden, kan de gemeente zelf bepalen.
5
Omroepen dienen uiterlijk zes maanden vóór afloop van de aanwijzingstermijn de aanwijzingsaanvraag en andere stukken in bij het Commissariaat. In Tilburg loopt de aanwijzingstermijn af op 15 februari 2025. Omroepen dienen hun aanvragen voor de navolgende aanwijzingsperiode in te dienen voor 15 augustus 2024. 6 In Tilburg loopt de aanwijzingstermijn af op 15 februari 2025. Omstreeks 1 september 2024 stuurst het Commissariaat de daar ingediende aanvragen voor de navolgende aanwijzingsprocedure.
7
Scenario 3: Eén aanvrager voor meerdere gemeenten.7 Als een (bestaande) omroep in meerdere gemeenten aangewezen wil worden, moeten de gemeenteraden van deze verschillende gemeenten een gezamenlijk advies uitbrengen, waarbij de aanvraag getoetst is aan de wettelijke vereisten. 8 b. Informeren Commissariaat over advies De gemeenteraad neemt een besluit met daarin een advies voor het Commissariaat over de aanwijzing. Dit doet hij aan de hand van de beoordeling van de aanvraag of aanvragen. Het advies wordt gemotiveerd door in te gaan op de gestelde wettelijke vereisten en – bij meerdere aanvragers – op de (aanvullende) voorkeurscriteria. De gemeente informeert het Commissariaat over het genomen raadsbesluit. Termijn (voor alle scenario’s): binnen 18 weken na het in ontvangst nemen van de aanvraag of aanvragen.9 3. Aanwijzingsfase a. Toetsing van het gemeentelijk advies door het Commissariaat. Het Commissariaat toetst of het gemeentelijk advies op een zorgvuldige manier tot stand gekomen is en of het advies deugdelijk gemotiveerd is. Eventueel wordt de gemeente om een nadere toelichting gevraagd. In principe volgt het Commissariaat het advies van de gemeenteraad, maar dat hoeft niet. Als een gemeenteraad geen voorkeursadvies geeft, kan het Commissariaat overgaan tot aanwijzing van één van de aanvragers via loting door een notaris.10 b. Aanwijzing door het Commissariaat.
Het Commissariaat neemt binnen vier weken na ontvangst van het gemeentelijke advies (of na ontvangst van een eventueel opgevraagde zienswijze ) een besluit op de aanvraag. c. Nazorg en afbouw/overdracht van activiteiten. Een gemeente kan ervoor kiezen om nazorg in te richten voor aanvragers. Een aanwijzingsprocedure met meerdere aanvragers is vaak een intensief proces. Dit maakt dat nazorg gepast is. Hoe deze nazorg eruitziet, bepaalt de gemeente zelf. Wettelijke vereisten en pbo Welk scenario zich ook voordoet, de gemeente zal aanvragers in ieder geval moeten beoordelen aan de hand van de wettelijke vereisten die genoemd staan in de Mediawet (artikel 2.61).
7
Hiervan is sprake bij onder meer gebiedsuitbreiding of een fusie van bestaande lokale publieke omroep(en). Er wordt voldaan aan een gezamenlijk advies als uit de adviezen blijkt dat de gemeenteraden rekening hebben gehouden met het feit dat de aanvraag betrekking heeft op meerdere gemeenten en het advies is uitgebracht over dezelfde samenstelling van het programmabepalend orgaan (pbo) van de aanvrager. Een aanvrager kan alleen voor alle gemeenten als lokale publieke omroep worden aangewezen, als het advies van alle gemeenteraden positief is. Het is niet nodig dat de betrokken gemeenteraden in een gezamenlijke vergadering een advies uitbrengen over de aanwijzingsaanvraag. Het is ook niet nodig dat de adviezen op dezelfde manier geformuleerd worden. 9 In Tilburg loopt de aanwijzingstermijn af op 15 februari 2025. Voor de navolgende aanwijzingsperiode. De gemeente die zijn advies aan het Commissariaat in de 1e week van 2025 in te dienen. 10 Voordat het Commissariaat een aanvraag afwijst, krijgt de betreffende aanvrager de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. 8
8
Er kan niet afgeweken worden van deze wettelijke vereisten voor een lokale publieke omroep. De wettelijke vereisten vragen dat aanvragers: a. rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn; b. zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Het onder c genoemde vereiste gaat over het programma bepalend orgaan: het zogenoemde pbo. Het pbo bepaalt het beleid voor het media-aanbod van de lokale publieke omroep. De Mediawet stelt pluriformiteit als een van de kernwoorden voor de publieke opdracht van publieke omroepen. Om die pluriformiteit te waarborgen spelen bij publieke omroepen diverse cultureel-maatschappelijke stromingen met een aantoonbare achterban een rol.
Op lokaal niveau komt dit tot uiting middels het pbo dat bestaat uit vertegenwoordigers en/of afgevaardigden van instellingen afkomstig van de belangrijkste in de gemeente aanwezige maatschappelijke, culturele of geestelijke stromingen.11Welke stromingen dit zijn zal lokaal per gemeente verschillen.12 De NLPO beschrijft in een pbo modelreglement dat het minimumaantal leden van een pbo vijf is. Het minimumaantal pbo-leden is echter niet wettelijk verplicht.13 Het pbo mag bovendien bestaan uit extra leden die geen stroming in de gemeente vertegenwoordigen, maar deskundig zijn op een specifiek aandachtsgebied. De leden zitten in het pbo op persoonlijke titel. Het NLPOmodelreglement stelt dat dergelijke leden in aantal een minderheid dienen te vormen tegenover de andere, vertegenwoordigende leden. Er bestaan wel enkele beperkingen op het lidmaatschap van een pbo. Zo bepaalt de Mediawet dat het media-aanbod van publieke omroepen onafhankelijk moet zijn van commerciële invloeden en invloeden van de overheid.14
11
Leden van het pbo kunnen een stroming vertegenwoordigen als zij door ervaring en/of werkzaamheden kennis hebben van de behoeften binnen een bepaalde stroming. Vaak zijn pbo-leden afgevaardigden of vertegenwoordigers van een organisatie die actief is binnen een bepaalde stroming in de gemeente. Ook pboleden die niet woonachtig zijn binnen de gemeente waarop een lokale omroep zich richt, kunnen representatief zijn voor een bepaalde stroming in die gemeente. 12 Voorbeelden van stromingen zijn bijvoorbeeld: maatschappelijke zorg en welzijn, kunst en cultuur, kerkgenootschappen, onderwijs en educatie, sport en recreatie, evenementen, etnische en/of culturele minderheden, jongeren, ouderen, werkgevers en werknemers. 13 Als het Commissariaat twijfelt of het pbo (nog) voldoende representatief is, kan het (tussentijds) advies opvragen bij de gemeente. Bij een negatief advies krijgt de lokale omroep vier maanden om het gebrek te herstellen. Gebeurt dit niet, dan kan het Commissariaat de aanwijzing intrekken.
14 Om die reden kan een lid van het pbo niet tegelijkertijd de volgende functies vervullen: • Raadslid van de gemeente waarvoor om aanwijzing wordt verzocht; • Burgemeester of wethouder • Lid van een van de commissie • Behandelend ambtenaar van het adviesverzoek • Voorzitter, bestuurslid of medewerker bij een commerciële media-instelling • Medewerker van een bedrijf waarvan de lokale omroep de verzorging van een (deel) van haar mediaaanbod heeft uitbesteed.
9
Beoordeling pbo Gemeenten toetsen of de samenstelling van het pbo representatief is voor de verscheidenheid binnen de lokale gemeenschap. In artikel 14 lid 2 van zijn ‘Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen 2023’ gaat het Commissariaat hierop in. Daarin wordt gesteld dat de gemeenteraad in ieder geval te dient beoordelen of: ▪ de belangrijkste maatschappelijke, culturele, geestelijke en godsdienstige stromingen binnen de desbetreffende gemeente vertegenwoordigd zijn binnen het pbo; ▪ de pbo-leden afgevaardigden zijn van instellingen of organisaties die actief zijn binnen de stroming die het desbetreffende pbo-lid vertegenwoordigt; ▪ ieder lid maximaal één van die stromingen vertegenwoordigt. In het ‘Tilburgs Mediabeleid 2023-2026’ hebben wij tot op heden geen bepalingen opgenomen over de stromingen die gepresenteerd dienen te worden in het pbo. Bij eerdere aanwijzingsprocedures hebben wij aanvragende omroepen de het pbo naar eigen inzicht vorm te geven en (achteraf) getoetst of het zo tot stand gekomen pbo representatief is voor de belangrijkste cultureelmaatschappelijke stromingen in Tilburg en of voldaan wordt aan de eisen die de Mediawet stelt. Voor de aanwijzingsperiode die 15 februari 2025 handhaven we deze werkwijze.15Het Commissariaat vindt deze zeer acceptabel.
In de Nederlandse praktijk komt zij ook veelvuldig voor, omdat veel gemeenten het lastig vinden de diversiteit aan belangrijke maatschappelijke stroming te vatten in een circa vijf hoofdstromen. Ook omdat bepaalde ‘thema’s in onze diverse en multiculturele maatschappelijk vanuit verschillend perspectief kunnen worden bezien. Wat ook meespeelt is dat het ministerie van OCW werkt aan wijziging van de Mediawet, waarmee ook de aanwijzingsprocedure wordt aangepast.
3: AANWIJZINGSPROCEDURE TILBURG Zoals we hebben gezien is het van belang om in de aanloop naar de aanwijzing van een lokale publieke omroep zorgt te dragen voor een duidelijk, transparant en kwalitatief goed proces met een heldere rolverdeling. Met name het inrichten van een gedegen adviesprocedure is belangrijk, omdat mogelijk meerdere partijen een aanvraag indienen. Tijdige vaststelling van de aanwijzingsprocedure biedt duidelijkheid en transparantie. Bovendien wordt zo voorkomen dat tijdens een aanwijzingsperiode in een korte tijd veel besluiten genomen moeten worden die achteraf gezien onvoldoende transparant en haalbaar waren voor aanvragers. Waardoor het Commissariaat het advies als ondeugdelijk kan aanmerken. Rolverdeling Hoe de gemeenteraad tot een advies aan het Commissariaat komt, is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De praktijk laat zien dat gemeenten verschillende rolverdelingen hanteren tussen raad, griffie, college en burgemeester. Ter inspiratie geeft de VNG in haar Handreiking hiervan verschillende voorbeelden en afwegingen die bij de rolververdeling kunnen meespelen. Daarbij wordt onderscheiden tussen een sterk betrokken raad, een sterk betrokken griffie, een sterk betrokken burgmeester en een sterk 15
Voorzien per 1 januari 2025.
10
betrokken college. De VNG stelt vast dat de werkwijze vaak sterk afhankelijk is van de lokale situatie. Zaken die van invloed kunnen zijn op de keuze zijn bijvoorbeeld de raads- en bestuurscultuur, de portefeuilleverdeling tussen burgemeester en wethouders, en het voorkomen van een schijn van partijdigheid. In Tilburg zit mediabeleid gedurende de collegeperiode 2022-2026 in de portefeuille van een van de wethouders.16 Indien de gemeenteraad bevoegd is over mediakwesties te besluiten, dan is in onze gemeente gebruikelijk dat het college de besluitvorming voorbereidt en aan de raad een voorstel voorlegt. Zo gebeurde het bijvoorbeeld bij de op initiatief van de raad tot stand gekomen Stichting Stimuleringsfonds Tilburgse Journalistiek (kortweg: het Tilburg Mediafonds). Ook bij de besluitvorming over het ‘Tilburgs Mediabeleid 2023-2026’ nam de gemeenteraad zijn besluit op grond van een door het college opgesteld voorstel. Bij de aanwijzingsprocedure van de lokale publieke media-instelling kiezen wij in Tilburg voor een werkwijze waarbij het college de raad een voorstel doet voor zijn advies.17 Allereerst is deze in onze gemeente gebruikelijk, zoals hierboven aangetoond. Daarnaast kan de aanwijzingsprocedure niet los worden gezien van het Tilburgs mediabeleid, waarin wij de lokale publieke omroep een centrale positie hebben gegeven.
Omdat het college bij de realisatie van dat beleid het voortouw had, zien wij niet in waarom wij voor de aanwijzingsprocedure van de lokale publieke omroep Tilburg aan het college een beperktere rol zouden toekennen dan aan het mediabeleid zelf. Tenslotte merken wij op dat zowel de VNG (in haar Handreiking) als het Commissariaat (in zijn beleidsregel) verwijst naar de in Nederland gangbare praktijk van een sterk betrokken college bij de aanwijzingsprocedure van lokale publieke omroepen. Aanwijzingsprocedure koppelen aan mediabeleid Wij koppelen de aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep Tilburg aan het ‘Tilburgs mediabeleid 2023-2026.’ De reden hiervan is dat we de aanwijzingsprocedure zien als onlosmakelijk verbonden met het mediabeleid. In ons beleid gaan wij namelijk expliciet in op de functie van de lokale publieke mediainstelling in Tilburg en kennen we die gemeentelijke financiële middelen toe (naast de middelen die voor de instelling beschikbaar komen via het gemeentefonds). Het koppelen van de aanwijzingsprocedure aan lokaal mediabeleid is bovendien in lijn met hetgeen de VNG daarover in haar Handreiking opmerkt.
Zij adviseert gemeenten namelijk hiervoor zo mogelijk lokaal mediabeleid op te stellen.18 Hoewel gemeentelijk mediabeleid breder is dan alleen beleid rondom lokale publieke omroepen, is er volgens de VNG alle aanleiding om een koppeling tussen het lokaal mediabeleid en de aanwijzingsprocedure, juist vanwege mogelijk afspraken over de bekostiging van de lokale publieke omroep. In het onderstaande lichten we de inrichting van de Tilburgse aanwijzingsprocedure toe. Voor de herkenbaarheid volgen we de verschillende fasen en stappen die van de aanwijzingsprocedure zoals we die hebben toegelicht in deel 2 van deze notitie.
16
Dat was ook het geval in de daaraan voorafgaande collegeperiode. De Handreiking spreekt van een scenario met een sterk betrokken college. 18 De VNG wijst op haar advies Wachten kan niet meer: handvatten voor een breed gemeentelijk mediabeleid (2020), dat ook ten grondslag ligt aan het Tilburgs Mediabeleid 2023-2026. Ondanks dit VNG-advies zijn er in Nederland weinig gemeenten met een lokaal mediabeleid. 17
11
Startfase van de aanwijzingsprocedure Actie bij de start van de aanwijzingsprocedure (startfase b) Wij organiseren als gemeentelijk organisatie tijdig een of meer informatiesessies voor lokale omroepen om hen te helpen bij het opstellen van een goede aanvraag.19 Het houden van een of meer informatiesessies is conform het advies van de Handreiking van de VNG. De organisatie ervan stelt ons in staat aanvragers uitgebreid te informeren over onze aanwijzingsprocedure en de wijze waarop wij in Tilburg tot ons advies aan het Commissariaat komen. Dit met bijzondere aandacht voor de manier waarop wij in het geval van meerdere aanvragers de samenwerking gaan bevorderen en – mochten partijen niet kiezen voor samengaan – voor onze toetsing aan wettelijke vereisten en voor onze aanvullende toetsingscriteria. Bij het houden van de informatiebijeenkomst houden wij er rekening mee dat omroepen uiterlijk zes maanden voor afloop van de aanwijzingstermijn hun aanwijzingsaanvraag en andere stukken moeten aanleveren bij het Commissariaat. De bekendmaking van de eerste informatiesessie verbinden wij aan de bekendmaking van de indieningtermijn (zie hierna). Publieke bekendmaking indieningstermijn (startfase c) Wij communiceren circa één jaar voor de afloop van de aanwijzingstermijn de indieningstermijn voor de aanwijzing van lokale publieke omroep actief in onze gemeente.
Eén jaar voor de afloop van de aanwijzingstermijn kondigt het Commissariaat de indieningstermijn voor de aanwijzing van lokale publieke omroep aan. Door in dezelfde periode de indieningstermijn actief in onze gemeente te communiceren sluiten wij aan bij het advies van de VNG om, op het moment dat het Commissariaat de indieningstermijn landelijk aankondigt, deze ook lokaal te communiceren. Op die manier betrachten wij de door ons gewenste transparantie naar de sector en voorkomen wij dat alleen de huidige lokale publieke omroep kennisneemt van de aanwijzingsprocedure. Vaststellen voorkeurscriteria (startfase d) Wij stellen voor de aanwijzing van de lokale publiek omroep de navolgende voorkeuscriteria gemeente Tilburg vast:
19
Op het moment van schrijven hebben wij geen signalen dat een andere omroep dan Omroep Tilburg een aanvraag gaat indienen bij het Commissariaat om te worden aangewezen als lokale publieke omroep voor Tilburg in de periode 2025 – 2030. Mochten zich meer aanvragers melden dan dragen wij zorg voor een gelijk speelveld. Dit betekent dat wij alle bij de gemeente bekend zijnde aanvragers zullen uitnodigen voor de te houden informatiebijeenkomst(en). Wij zullen bijvoorbeeld een tweede bijeenkomst houden als zich een bij de gemeente een nieuwe aanvrager meldt, nadat wij de eerste bijeenkomst hebben gehouden. Het bijwonen van de bijeenkomst is echter geen verplichting. Evenmin kunnen wij lokale omroepen ervan weerhouden een aanvraag bij het Commissariaat in te dienen, zonder dat bij de gemeente te melden. (Dit laatste was het geval bij de aanwijzingsprocedure van de lokale publieke omroep voor de periode 2020-2025. Pas na de indieningstermijn vernamen wij van het Commissariaat dat behalve Omroep Tilburg ook Dit Is Tilburg een aanvraag had ingediend.)
12
Voorkeurscriteria gemeente Tilburg 1. In lijn met de in het Tilburgs mediabeleid genoemde hoofdfuncties van de journalistiek – informeren, controleren en verbinden – dient de content evenwichtig te zijn met redactionele aandacht voor inwoners, straten, buurten, dorpen en steden in het verzorgingsgebied (gericht op de als vanzelfsprekend ervaren leefomgeving van de inwoner). 2. Er dient structureel interactie en participatie van inwoners en groeperingen te zijn bij de totstandkoming van de content. 3. De eindredacteur (of: directeur/hoofdredacteur) heeft kennis van de ICE-norm en past deze ook toe. 4. Er dient minimaal werkdagelijks nieuws en andere informatie uit de eigen leefomgeving te worden aangeboden. 5. De lokale publieke omroep dient de volgende mediakanalen te gebruiken om de content te ontsluiten: • radio (audio): analoog + digitaal, ether, kabel, online/livestream; • tv (video - bewegend beeld): analoog + digitaal, kabel, online/livestream; • internet: (tekst/foto/audio/video): internetsite (ook geschikt voor smartphones en tablets e.d.) en social media. Uitzendingen via radio en tv moeten lineair worden gedistribueerd via pakketaanbieders die onder de wettelijke must carry-verplichting vallen (conform artikel 6.13 Mediawet 2008). 6.
De kwaliteit, onafhankelijkheid en continuïteit van journalistiek dient professioneel te worden geborgd, onder meer door een redactiestatuut (cf. artikel 2.88 Mediawet 2008). 7. Er dient aantoonbaar beleidsmatige samenwerking met organisaties binnen het verzorgingsgebied te zijn. 8. De 7 principes van de Governancecode Publieke Omroep dienen te worden toegepast. 9. Het programmabeleidbepalend orgaan (PBO) dient representatief te zijn en goed te functioneren (conform artikel 2.61 Mediawet 2008). 10. De organisatie dient open te staan voor samenwerking binnen het publieke en/of private mediabestel al dan niet op aangeven van de NLPO. 11. De organisatie dient een organogram te hebben en de continuïteit van de organisatie dient te zijn gewaarborgd. 12. De organisatie dient beleid te hebben om betaalde en onbetaalde medewerkers te faciliteren bij hun werkzaamheden. 13. Betaalde en onbetaalde nieuwe medewerkers en nieuwe leden van het PBO dienen geïnstrueerd te worden over de taken die zij moeten uitvoeren en de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die daarbij horen. 14. De omroep stelt betaalde en onbetaalde medewerkers in staat hun kennis en kunde bij te houden. 15. De organisatie dient jaarlijks de kwaliteit van de dienstverlening en van de interne (werk)processen te evalueren en voert naar aanleiding daarvan noodzakelijke verbeteracties uit.
De organisatie stelt daartoe één keer per jaar meetbare kwaliteitsdoelstellingen op. 16. Er dient tweejaarlijks een bereiks- en/of imago-onderzoek (zoals een kijk- en luisteronderzoek) te worden uitgevoerd, indien daarvoor gemeentefinanciering beschikbaar is gesteld. Bezoeken op de website en social media dienen maandelijks te worden gemonitord. 17. Er dient jaarlijks een activiteitenplan en begroting te worden opgesteld en daarnaast dient er een vijfjaren beleidsplan te zijn opgesteld inclusief een vijfjaren begroting. 18. De financiële continuïteit van de omroep dient te zijn gewaarborgd. 19. Het bestuur/de bestuurder houdt actief de ontwikkelingen bij in de sector en past het beleid indien nodig daar op aan. 20. Er dient voor gebruikers van de omroep een schriftelijk vastgelegde klachtenprocedure te zijn waarnaar de organisatie ook werkt. 13
In lijn met de VNG-Handreiking hebben wij voor Tilburg voorkeurscriteria opgesteld in aanvulling op de wettelijke vereisten. Voorkeurscriteria helpen ons immers om een onderbouwde voorkeur uit te spreken indien er meerdere aanvragers zijn die niet bereid zijn om samen te gaan. De VNG geeft voorbeelden van criteria zoals die worden aanbevolen door het Commissariaat en de NLPO. In veel gevallen gaat het daarbij om waarden als transparantie, bedrijfsmatigheid, samenwerking met partijen in de gemeente, interactie en participatie van inwoners en innovatie. In de Mediawet speelt het begrip ‘lokaal toereikend media-aanbod’(LTMA) een cruciale rol. Met onze voorkeurscriteria knopen wij aan bij de eigenschappen van zo’n media-aanbod. De NLPO en VNG hebben twintig criteria opgesteld aan de hand waarvan lokale omroepen kunnen aantonen dat zij een LTMA verzorgen. De twintig criteria voor een LTMA zijn door de sector vastgesteld en vertaald in het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen. De VNG geeft aan dat het keurmerk niet alleen toepasbaar is op streekomroepen, maar ook en lokale publieke omroepen. Wij vinden het aantrekkelijk deze criteria letterlijk over te nemen, zij het dat wij het begrip ‘streekomroep’ hebben vervangen door ‘lokale publieke omroep’. De criteria bieden immers een goed houvast bij de beoordeling van de kwaliteit van lokale omroepen.
Bovendien kunnen zij rekenen op draagvlak van de sector, omdat de criteria voor een LTMA door de sector zijn vastgesteld en vertaald in het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen. Wij zijn er ons van bewust dat een lokale publieke omroep niet één op één vergelijkbaar is met de streekomroep. Door de twintig criteria van het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen te gebruiken als voorkeurscriteria bij de aanwijzingsprocedure voor de lokale publieke omroep Tilburg – waarop ze zoals gezegd volgens de VNG ook toepasbaar zijn - laten wij in ons advies aan het Commissariaat zien, dat wij de voorkeur geven aan een lokale publieke omroep die bereid en in staat is een positieve bijdrage te leveren aan de totstandkoming van een streekomroep, een ontwikkeling die wij van harte toejuichen. Bij de praktische toetsing aan deze voorkeurscriteria wegen de afzonderlijke criteria even zwaar. Om de criterium meetbaar te maken wordt elke criterium gescoord met een cijfer: 0 (negatief), 1 (neutraal), 2 (positief) of 3 (zeer positief). Aan college en raad wordt geadviseerd om de aanvrager met de hoogste score aan te wijzen als lokale publieke omroep (zie ook Voorkeursadvies p. 16 e.v.). Adviesfase van de aanwijzingsprocedure a. Advies van gemeenteraad opstellen In de adviesfase stelt de gemeenteraad zijn advies op. Hij baseert zich daarbij op de ingediende aanvraag of aanvragen.
Zoals in hoofdstuk 2 is weergegeven kunnen zich in deze fase meerdere scenario’s voordoen: 1. er is (g)een aanvrager; 2. er zijn meerdere aanvragers; 3. er is één vrager voor meerdere gemeenten. In figuur 2 toont de adviesfase als onderdeel van de gehele aanwijzingsprocedure (eerder in beeld gebracht in figuur 1).
14
Scenario 1: een aanvrager20 Vereist is toetsing aan wettelijke vereisten (Zie hoofdstuk 2). Scenario 2: meerdere aanvragers Samengaan bevorderen Het college geeft een opdracht geeft aan een of meer onafhankelijke mediators om de mogelijkheden tot samengaan van meerdere aanvragers te verkennen. Als er meerdere aanvragers zijn, stelt de Mediawet namelijk de verplichting dat het college van B&W, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, het samengaan van de aanvragers bevordert. Het samengaan van aanvragers zou idealiter moeten leiden tot een gezamenlijke aanvraag voor de desbetreffende gemeente. Omdat de Mediawet geen verdere invulling geeft aan de wijze waarop het samengaan bevordert kan worden, doet de Handreiking hiervoor suggesties. Wij kiezen voor het inzetten van een of meer onafhankelijke mediators om belangenverstrengeling of vormen van (politieke) vooringenomenheid te voorkomen. Om onafhankelijkheid te garanderen stellen wij als voorwaarde dat de gekozen mediator(s) geen bestaande of voorgaande relatie heeft of had met één van de aanvragers. Van de mediator(s) vragen wij: - Met elke aanvrager tenminste één afzonderlijk gesprek te voeren. - Tenminste één gesprek te voeren met de aanvragers gezamenlijk. - Er voor zorg te dragen dat de aanvragers zich presenteren aan de raad, bij die presentatie hun plannen ontvouwen en iets zeggen over hun bereidheid tot samenwerking.
Op deze manier kan de raad aan de hand van de presentaties een inschatting maken wat de kans is op samengaan en welke mate van inspanning daarvoor nodig is. Mocht uiteindelijk duidelijk worden dat samengaan geen optie is, dan helpen de presentaties de raad ook bij het opstellen van een voorkeursadvies. - Van alle gesprekken schriftelijk verslag (te doen) maken, goedgekeurd door de aanvragers. 20
Bekend is dat in ieder geval Omroep Tilburg een aanvraag tot aanwijzing zal indienen.
15
-
Na uiterlijk 8 weken (schriftelijk) verslag te doen aan college (en raad) over de bevindingen, vergezeld van de door aanvragers voor akkoord getekende gespreksverslagen en een gemotiveerde aanbeveling te doen om de verkenning voort te zetten of te staken.
In een scenario dat samengaan naar een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid haalbaar wordt geacht, verlengt het college de opdracht aan de procesbegeleider(s) met 8 weken, met als oogmerk te komen tot een gezamenlijk aanvraag. Genoemde termijnen vloeien voort uit de termijn van 18 weken waarin wij als gemeenteadvies moeten uitbrengen aan het Commissariaat.21 In een scenario dat samengaan niet haalbaar wordt geacht, eindigt de opdracht aan de procesbegeleiders. In dat scenario stappen wij over op het proces voor het opstellen van een voorkeursadvies. Vanwege de diverse scenario’s in het lastig de kosten voor procesbegeleiding te ramen. Voor de dekking van die kosten is voldoende budget beschikbaar in het mediabeleid. Voorkeursadvies Het Commissariaat vraagt gemeenten een voorkeursadvies voor de aanwijzing uit te brengen, indien er sprake is van meerdere aanvragers die niet samengaan. Om te komen tot een beoordeling van de aanvragen werken wij met de hiervoor genoemde voorkeurscriteria aanwijzingsprocedure lokale publieke omroep Tilburg, in aanvulling op de wettelijke vereisten.
Voor de toetsing van de door ons opgestelde criteria en weging geeft het college een opdracht aan (een organisatie van) een of meer onafhankelijke mediadeskundigen.22 Met de keuze voor een opdracht aan (een organisatie van) of meer onafhankelijk adviseurs volgen wij een van de suggesties van de VNG. Deze werkwijze biedt de meeste garanties voor een onafhankelijk en deskundig advies. Een werkwijze waarin wij een beoordelingsformulier met toetsingscriteria voorleggen aan bijvoorbeeld raadsleden vinden wij onwenselijk vanwege mogelijk relaties tussen raadsleden en aanvragers. Daarnaast zal dan de vraag beantwoord moeten worden of alle of een selectie van raadsleden dit formulier moeten invullen. Een ander aandachtspunt is of raadsleden voldoende kennis en inzicht hebben van de mediasector om een goede afweging te maken bij de verschillende criteria. Met een of meer onafhankelijke adviseurs zijn deze kwesties niet aan de orde. Wij vragen betreffende adviseur(s): • de aanvragers te toetsen aan de wettelijke vereisten en aan de voorkeurscriteria; • de voorkeurscriteria te wegen door middel van een score met een cijfer: 0 (negatief), 1 (neutraal), 2 (positief) of 3 (zeer positief). Desgewenst kan gebruik worden gemaakt van de toetsingsmethoden die zijn gekoppeld aan de Criteria Keurmerk Nederlandse Streekomroepen.
21
Gedurende de procedure houden wij contact met het Commissariaat. De Mediawet biedt namelijk mogelijkheden om de termijn te verlengen, mocht daartoe aanleiding zijn. 22 Een van de mogelijkheden is deze opdracht neer te leggen bij Media Adviseurs Nederland. Deze partij is o.a. actief (geweest) voor steden als Amsterdam, Breda, Utrecht en Zaanstad. Wij verstrekken wij deze opdracht niet aan het Tilburgs Mediafonds. Hoewel het gaat om een van de politiek onafhankelijk organisatie van mediadeskundigen kan er een schijn van partijdigheid ontstaan, omdat het Tilburgs Mediafond door middel van verstrekte financiële bijdragen een relatie heeft met een van de aanvragers.
16
• •
over de bevindingen schriftelijk en gemotiveerd advies uit te brengen aan het college binnen een termijn van 8 weken. te adviseren de aanvrager met de hoogste totaalscore aan te wijzen als lokale publieke omroep (zie ook Vaststellen voorkeurscriteria p.14)
In beginsel stelt het college de raad gemotiveerd voor om het Commissariaat te adviseren de aanvrager met de hoogste score aan te wijzen als lokale publiek media-instelling voor Tilburg, tenzij onoverkomelijke bezwaren zich daartegen verzetten. De raad dient vervolgens te besluiten over het voorstel. In de toelichting van zijn Beleidsregel merkt het commissariaat hierover op: ‘In de praktijk wordt door het college van burgemeester en wethouders veelal een collegevoorstel opgesteld waarin een voorstel is uitgeschreven voor het uit te brengen advies. De gemeenteraad dient bij het nemen van het raadsbesluit uitdrukkelijk op te nemen dat wordt ingestemd met het collegevoorstel en de motivering in dat voorstel. In het geval de gemeenteraad afwijkt van het collegevoorstel dient dit in het raadsbesluit tot vaststelling van het advies te worden gemotiveerd. De gemeenteraad dient zich in zijn rol als adviseur ervan te vergewissen dat de motivering in het collegevoorstel het raadsbesluit kan dragen. Alleen bij een gedegen gemotiveerd advies kan het Commissariaat zich daarop immers baseren bij het nemen van het besluit.’23 Scenario 3: één aanvrager voor meerdere gemeenten Vereist is toetsing aan wettelijke vereisten (Zie hoofdstuk 2). b.
Informeren Commissariaat over advies De Tilburgse gemeenteraad brengt advies uit aan het Commissariaat door het toesturen van de volgende documenten en informatie: ▪ een ondertekend en duidelijk gemotiveerd raadsbesluit, waarin het wettelijk advies en – indien van toepassing – het voorkeursadvies zijn vastgelegd; ▪ het bijbehorende collegevoorstel inclusief alle stukken die aan het voorstel ten grondslag zijn gelegd; en ▪ een internetlink naar de openbare opname van de raadsvergadering waarin het besluit tot vaststelling van het advies is genomen. Aanwijzingsfase c. Nazorg en afbouw/overdracht van activiteiten Nadat het Commissariaat de aanwijzingsprocedure heeft afgerond, nodigt de portefeuillehouder mediabeleid de aangewezen lokale publieke omroep voor een bestuurlijk (evaluatie)gesprek. In een scenario van meerdere aanvragers worden, behalve de aangewezen publieke lokale omroep, ook de andere aanvragers uitgenodigd voor een evaluatiegesprek met de portefeuillehouder mediabeleid. Dit biedt de betreffende omroepen mogelijkheden om de aanwijzingsprocedure te evalueren en om aan ons terug te koppelen wat er in hun ogen beter kan aan het proces. Als een aanvrager het proces als oneerlijk heeft ervaren, kan het idee ontstaan dat in de toekomst meedoen in de procedure geen nut heeft. Als dit beeld zich lokaal verspreidt kan het er uiteindelijk toe leiden 23
In het geval dat de (inhoud van) het advies nadere vragen oproept, kan het Commissariaat de gemeenteraad verzoeken om een nadere toelichting op het uitgebrachte advies. Het Commissariaat geeft in dat geval concreet aan op welk punt het advies een nadere onderbouwing of toelichting behoeft.
17
dat er bij een volgende aanwijzingsprocedure geen andere aanvragers zijn dan de thans aangewezen omroep. Om zo’n onwenselijke situatie te voorkomen, benutten we de gesprekken met de omroepen ook voor een blik op de toekomst. Welke rol wil en kan iedere oproep in het Tilburgse medialandschap spelen? In het ‘Tilburgs Mediabeleid 2023-2026’ maken wij ons immers sterk voor een toekomstbestendige, journalistieke infrastructuur die past bij Tilburg. Dat vereist een rijk en pluriform medialandschap met meerdere mediaorganisaties dan enkel de lokale publieke omroep. Mocht de omroep die door het Commissariaat is aangewezen als lokale publieke omroep een andere zijn dan de omroep die de in de daaraan voorafgaande periode was aangewezen als lokale publieke omroep, dan gaan wij met beide organisaties in gesprek over de afbouw en overdracht van activiteiten. Wij hechten er namelijk aan dat het media-aanbod voor onze inwoners gedurende de overdracht gewoon kan doorlopen.
18