CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nota van zienswijzen en wijzigingen

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Bgb De Zandleij 2012, 17e herz. (Waalwijkseweg 2)1.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Bgb De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2) Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Bgb De Zandleij 2012, 17e herziening (Waalwijkseweg 2) heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van maandag 2 augustus tot en met maandag 13 september 2021. Tijdens deze periode zijn er 6 zienswijzen ingediend. Het plan is thans gereed om te worden vastgesteld, met inachtneming van de onderstaande reactie op de zienswijzen, die hieronder samengevat worden weergegeven, maar integraal zijn beoordeeld. Zienswijze 1: Reclamante meldde zich al voor aanvang van de zienswijzentermijn bij de gemeente met een aantal vragen en opmerkingen. Reclamante verzet zich tegen de boerderijcamping, die pal tegen haar perceel komt te liggen. Zij verwacht hier overlast van. Standpunt gemeentebestuur: Het bestemmingsplan maakt slechts een kleinschalige camping mogelijk voor kampeerders met uitsluitend tijdelijke kampeermiddelen. Belangrijker nog: het plan laat dit alleen toe binnen het bouwblok en daarbinnen slechts ter plaatse van het functie-aanduidingsvlak. Gebruik voor recreatieve doeleinden van de agrarische gronden rondom het bouwvlak en gelegen naast het perceel van reclamante laat het plan niet toe. Reclamante woont hemelsbreed op ca.

200 meter van de minicamping. In redelijkheid is daar geen overlast van te verwachten. Om (nog extra) te verzekeren dat er geen sprake zal zijn van het huisvesten van arbeidsmigranten wordt in de planregels ambtshalve nog expliciet toegevoegd dat uitsluitend kamperen met recreatief oogmerk is toegestaan. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 2: Reclamanten verzetten zich tegen de boerderijcamping, die pal tegen hun perceel komt te liggen. Zij verwachten hier overlast van. Tevens menen zij dat de termen ‘minicamping’ en ‘boerderijcamping’ in het plan door elkaar worden gebruikt, maar niet hetzelfde betekenen. Standpunt gemeentebestuur: De termen ‘boerderijcamping’ en ‘minicamping’ zijn geen vast omlijnde begrippen met een standaarddefinitie. Niet in dit bestemmingsplan, en evenmin in de Tilburgse planstandaard. Dat is ook geen probleem, zolang het bestemmingsplan of de vergunning in kwestie maar duidelijk maakt wat is toegestaan. In dit geval is dat een standaardaantal van 25 kampeerplaatsen met tijdelijke kampeermiddelen binnen het bouwblok en het desbetreffende functie-aanduidingsvlak van het agrarische bedrijfsperceel aan Waalwijkseweg 2 te Udenhout. Gebruik voor recreatieve doeleinden van de agrarische gronden rondom het bouwvlak en gelegen naast het perceel van reclamanten laat het plan niet toe.

Reclamanten wonen hemelsbreed op ca. 200 meter van de minicamping. In redelijkheid is daar geen overlast van te verwachten. Om (nog extra) te verzekeren dat er geen sprake zal zijn van het huisvesten van arbeidsmigranten wordt in de planregels ambtshalve nog expliciet toegevoegd dat uitsluitend kamperen met recreatief oogmerk is toegestaan. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 3: Reclamant verzet zich tegen de woonbestemmingen in het plan. Zijn gronden liggen pal achter die gronden en hij vreest aantasting van zijn woongenot. Ook het buitengebied wordt aangetast volgens reclamant. Ten aanzien van de boerderijcamping wijst reclamant op de mogelijkheid dat daar arbeidsmigranten gehuisvest zullen worden.

1

Standpunt gemeentebestuur: Het buitengebied wordt niet aangetast door het plan, sterker nog: de relevante regels zoals opgenomen in de provinciale Interim Omgevingsverordening (en ook de Tilburgse Omgevingsvisie) staan op de planlocatie vestiging van Ruimte-voor-ruimte-woningen toe. Het feit dat een varkenshouderij verdwijnt en intensieve veehouderij aan Waalwijkseweg 2 niet langer is toegestaan, betekent juist winst voor het buitengebied. Dat reclamant nu buren krijgt, terwijl daar jarenlang geen sprake van was, wil niet zeggen dat hij onredelijk in zijn belangen wordt getroffen. Aan relevante milieuregels en het burenrecht wordt voldaan. Zoals reclamant zelf ook al opmerkt, bestaat er geen recht op een vrij uitzicht. Voor de volledigheid merken wij op dat het plan de bouw van twee woningen mogelijk maakt, en niet van vier woningen, zoals de zienswijze veronderstelt. Ten aanzien van de camping en het vermeende huisvesten van arbeidsmigranten wordt voor alle zekerheid in de planregels ambtshalve nog expliciet toegevoegd dat uitsluitend kamperen met recreatief oogmerk is toegestaan op de minicamping. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 4: Reclamant meent dat de termen ‘minicamping’ en ‘boerderijcamping’ in het plan door elkaar worden gebruikt, maar niet hetzelfde betekenen.

Ten aanzien van de boerderijcamping wijst reclamant op de mogelijkheid dat daar arbeidsmigranten gehuisvest zullen worden. Verder wordt aangegeven dat de zienswijze tevens gericht is tegen de ontwerpbeschikking inzake het verlenen van een hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder. Standpunt gemeentebestuur: De termen ‘boerderijcamping’ en ‘minicamping’ zijn geen vast omlijnde begrippen met een standaarddefinitie. Niet in dit bestemmingsplan, en evenmin in de Tilburgse planstandaard. Dat is ook geen probleem, zolang het bestemmingsplan of de vergunning in kwestie maar duidelijk maakt wat is toegestaan. In dit geval is dat een standaardaantal van 25 kampeerplaatsen met tijdelijke kampeermiddelen binnen het bouwblok en het desbetreffende functie-aanduidingsvlak van het agrarische bedrijfsperceel aan Waalwijkseweg 2 te Udenhout. Ten aanzien van de camping en het vermeende huisvesten van arbeidsmigranten wordt voor alle zekerheid in de planregels ambtshalve nog expliciet toegevoegd dat uitsluitend kamperen met recreatief oogmerk is toegestaan. Aangaande de beschikking inzake het verlenen van een hogere grenswaarde merken wij op dat dergelijke beslissingen gericht zijn op (het beperken van) geluidhinder, die ervaren wordt in de nieuwe woningen en dat reclamant derhalve wijst op belangen, die de zijne niet zijn.

Bovendien blijft met de desbetreffende beslissing de maximale geluidhinder binnen de maximaal toelaatbare waarde. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 5 (provincie Noord-Brabant): De provincie is positief over het plan. Wel vraagt zij zich af of het resterende bouwblok juist is begrensd. Daarnaast merkt de provincie op dat er in de planregels alleen een voorwaardelijke verplichting inzake landschappelijke inpassing is opgenomen ten aanzien van de boerderijcamping en niet ten aanzien van de beide nieuwe woningen. Voorts is de regeling Ruimte-voor-Ruimte niet bedoeld om op de locatie waar de stallen zijn gesaneerd weer nieuwe economische activiteiten mogelijk te maken, aldus de provincie. Standpunt gemeentebestuur: Het bouwblok is juist begrensd en er is geen sprake van strijd met de regeling inzake Ruimte-voor-Ruimtewoningen. Initiatiefnemer neemt deel aan de warme sanering varkenshouderijen. In die regeling is de rechtsgrond voor sloop van de varkensstallen gelegen. Er wordt niet gesloopt om bouwrechten te verkrijgen in het kader van de regeling Ruimte-voor-Ruimte. De betreffende bouwrechten zijn aangekocht.

Deelname aan de regeling SRV verplicht tot sloop van de stallen voor varkens, niet tot aanpassing van het bouwvlak voor het agrarische bedrijf in kwestie op de exacte locatie van die sloop, indien zoals in dit geval een agrarisch bedrijf resteert. Overigens wordt het bouwblok wel degelijk fors verkleind in dit plan. Gewezen wordt in dit verband ook op de in december 2020 door de VNG verspreide en door Fred Stouthart opgestelde publicatie ‘Overzicht handelingen gemeente die volgen uit de Saneringsregeling varkenshouderij’ (p. 3): voorwaarde is dat op de

2

locatie geen intensieve veehouderij terug kan komen. Daarom moet de bestemming van de locatie worden gewijzigd, bijvoorbeeld naar niet intensieve veehouderij of andere functie. Het voorliggende plan sluit intensieve veehouderij op deze locatie voortaan uit, en dat is afdoende. Daarmee wordt voldaan aan de vorenstaande voorwaarde. Het houden van vee sec hoeft niet worden uitgesloten, sterker nog, initiatiefnemer heeft – hoewel momenteel geen dieren meer worden gehouden en dit ook niet direct in de lijn ligt – nog milieuvergunning voor het houden van een aantal diersoorten (schapen, paarden, overig rundvee). Alleen het varkensdeel van de vergunning is ingetrokken, vanzelfsprekend in het kader van deelname aan de SRV. Overigens is het voorliggende plan uitgebreid voorbesproken met de heer S. Magielsen van de provincie en in dit verband ook akkoord bevonden. Het klopt dat de voorwaardelijke verplichting inzake de landschappelijke inpassing van de woningen ontbreekt, deze wordt toegevoegd in de planregels. Conclusie: De zienswijze is deels gegrond, deels ongegrond en leidt in bovenstaande zin tot aanpassing van het plan. Zienswijze 6: Ten aanzien van de boerderijcamping wijst reclamant op de mogelijkheid dat daar arbeidsmigranten gehuisvest zullen worden. Tevens vindt hij bomenteelt niet passend in deze omgeving.

Standpunt gemeentebestuur: Ten aanzien van de camping en het vermeende huisvesten van arbeidsmigranten wordt voor alle zekerheid in de planregels ambtshalve nog expliciet toegevoegd dat uitsluitend kamperen met recreatief oogmerk is toegestaan. Ten aanzien van bomenteelt in deze omgeving verandert het voorliggende plan niets aan de bestaande situatie, zoals geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.

Staat van wijzigingen Ten aanzien van de verbeelding: - Geen aanpassingen. Ten aanzien van de regels: 1. In regelonderdeel 4.1.2 onder b wordt toegevoegd dat sprake moet zijn van een recreatief oogmerk; 2. Er wordt een regelonderdeel 5.1.3 toegevoegd inzake een voorwaardelijke verplichting m.b.t. de landschappelijke inpassing van de woningen. Ten aanzien van de toelichting: 1.

Zienswijzen (samenvatting) en reactie daarop worden toegevoegd;

2.

De instemmingsbrief van het waterschap wordt vermeld in de waterparagraaf;

3.

Voor zover van toepassing wordt de plantoelichting aangepast aan de beantwoording van de zienswijzen en worden tevens teksten en verwijzingen geactualiseerd.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10695858/1