CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nota van zienswijzen Bundersestraat

Raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel tot afgifte van een verklaring van geen bedenkingen t.b.v. huisvesting arbeidsmigranten Bundersestraat7.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen dossier Z-HZ_WABO-2019-04711, Bundersestraat (K sectie A 3687) te Tilburg De ontwerp omgevingsvergunning heeft ter inzage gelegen van dd-mm 2020 tot en met dd-mm 2020. Tijdens deze periode zijn er 11 schriftelijke zienswijzen ingekomen, waarvan 6 zienswijzen van omwonenden, 1 zienswijze van een bedrijf, 1 zienswijze namens een woongemeenschap, 1 zienswijze van Achmea rechtsbijstand namens een bedrijf, 1 zienswijze van de Noordraad HeikantQuirijnstok en 1 zienswijze van de Provincie. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze, er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. Zienswijzen van natuurlijke personen zijn geanonimiseerd. De inhoud van de zienwijzen van de omwonenden waren identiek en worden integraal behandeld. Zienswijze 1: omwonenden van de percelen • • • • • •

Hazennest-West 40 Hazennest-West 75 Hazennest-West 79 Moerstraat 1 Moerstraat 7 Bundersestraat 45

Fietspad en besluitgebied Reclamant merkt op dat het fietspad, waar in de Ruimtelijke Onderbouwing (ROB) sprake van is, niet is meegenomen in het besluitgebied van de vergunning. Reactie gemeente Het besluitgebied bestaat uit de percelen gemeente Tilburg, sectie A, nummers 3687, 1312 en 4074, waarbij geldt dat de laatstgenoemde twee percelen onlangs zijn vernummerd en thans gezamenlijk het perceel Tilburg, sectie A, nr. 4221 vormen. De vergunning en de ROB worden hier op aangepast. Ten aanzien van het fietspad geldt dat deze uiteindelijk niet zal worden aangelegd. De ROB is hier op aangepast. Aanpassing van het besluitgebied ten behoeve van genoemd fietspad is niet nodig. Door de recente verkeersmaatregelen die nabij de projectlocatie zijn getroffen, is het fietspad niet nodig om tot een verantwoorde verkeerssituatie te komen. De Bundersestraat is voor het noordelijk deel aangetakt op de Burgemeester Bechtweg en er zijn voor het zuidelijk deel diverse verkeersaanpassingen gerealiseerd (verkeersluw gemaakt), waardoor fietsverkeer over de bestaande weg in zowel westelijke richting als in zuidoostelijke richting veilig wordt geacht. Conclusie De zienswijze heeft (indirect) geleid tot een aanpassing van de ROB en tot een aanpassing van de vergunning. In bovenstaande zin is de zienswijze gegrond, voor het overige is de zienswijze ongegrond.

Onderscheid logies-wonen; besluit is te onbepaald Reclamant wijst erop dat volgens jurisprudentie logies en wonen niet hetzelfde zijn. De ROB lijkt beide mogelijk te maken. Er wordt in de ROB bijvoorbeeld de mogelijkheid opengelaten dat gasten zich inschrijven in de BRP. Volgens reclamant is er hier sprake van wonen, bijvoorbeeld omdat in de ROB niet wordt uitgesloten dat personen langdurig in het op te richten gebouw zullen verblijven. Ook zou dit blijken uit de ter plaatse aanwezige dan wel afwezige voorzieningen en services.

1

Reactie gemeente In de gemeentelijke besluitvorming aangaande het mogelijk maken van grootschalige voorzieningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten is altijd uitgegaan van logies, niet van wonen. Zie hiervoor het collegebesluit van 5 februari 2019 (bijgevoegd). Er wordt bovendien aangesloten bij de definitie van logies in het op deze locatie vigerende bestemmingsplan (zie planregel 1.110 bestemmingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’). Uit de jurisprudentie van de bestuursrechter volgt dat het bij logies in elk geval moet gaan om personen die elders hun hoofdverblijf hebben en dat het daarnaast per arbeidsmigrant niet mag gaan om tijdelijke huisvesting gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 6 maanden. Daarnaast bepalen de omstandigheden van het geval (denk hierbij aan het aanwezig zijn van bepaalde services) of het gaat om logies of om wonen. In de onderhavige situatie worden uitsluitend personen gehuisvest die elders hun hoofdverblijf hebben, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden. Dit wordt als voorwaarde aan de te verlenen vergunning verbonden. Daarnaast is het in casu zo dat door de initiatiefnemer beheer en schoonmaak centraal worden geregeld, de in het pand verblijvende arbeidsmigranten hoeven hier dus niet zelf voor te zorgen. Ook het bedlinnen wordt centraal verzorgd.

Er is een centrale receptie die de arbeidsmigranten van dienst is bij vragen en de post aanneemt. Er wordt een nachtregister bijgehouden. De logiesverblijven zijn volledig gemeubileerd en gestoffeerd met alle nodige inventaris. Naast de tv op de kamer, is er een recreatie area met tv hoek. Er zijn voorzieningen zoals een pooltafel en tafelvoetbal, en ook een fitness, buitensportenvelden, een terras en leenfietsen. Dit alles samen maakt naar onze mening dat er sprake is van logies en niet van wonen. Dat er keukens, toiletvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimten aanwezig zijn, maakt dat naar onze mening niet anders. Hetzelfde geldt voor het feit dat de arbeidsmigranten zelf maaltijden kunnen bereiden in de aanwezige keukens(zie bijvoorbeeld ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:937). Immers, ook voor personen die gedurende maximaal 6 maanden ergens voor werk verblijven zijn zulke voorzieningen van toegevoegde waarde. Wij zien het op te richten gebouw dan ook als een logiesgebouw in de zin van het bestemmingsplan dat in deze zaak centraal staat, wat in casu betekent dat wij onder een logiesgebouw verstaan een bouwwerk waarin bedrijfsmatig tijdelijk onderdak wordt verschaft aan personen (arbeidsmigranten) die elders hun hoofdverblijf hebben. Dit strookt ook met de gemeentelijke uitgangspunten in dezen (zie bijgevoegd document uit februari 2019).

De verblijfsvoorziening is niet algemeen toegankelijk voor passanten en reizigers, van een hotel is dus geenszins sprake. Dat overigens in de ROB wordt gesproken van een “Labour Hotel”, maakt ook niet dat sprake is van een hotelfunctie. De term “Labour Hotel” wordt commercieel gebruikt door Kafra Housing, maar doet niet af aan het materiële karakter van de logiesfunctie (andere huisvestingsoplossingen van Kafra Housing voor logiesfuncties zijn bijvoorbeeld de “Kafra Tower”, “Mobile Homes” en “Transformatie”). Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de vergunning in bovenstaande zin. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

2

Provinciale regelgeving en landschappelijke inpassing-kwaliteitsverbetering landschap Reclamant stelt dat aan verkeerde provinciale regels is getoetst. De ROB noemt de Verordening ruimte, terwijl die inmiddels is ingehaald door de Interim Omgevingsverordening. Ook in dit kader stelt reclamant dat sprake is van wonen. Daarnaast is er geen sprake van een deugdelijke landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap, waartoe de provinciale regels verplichten, aldus reclamant. Tevens is er volgens reclamant geen overleg met de provincie gevoerd. Reactie gemeente In de eerste plaats menen wij dat reclamant hier wijst op belangen, die niet per se de zijne zijn. De ROB dient inderdaad een toets aan de Interim Omgevingsverordening te bevatten. Het uitgangspunt is hierbij dat geen sprake is van wonen, zoals hierboven reeds toegelicht. Daarnaast dient een verantwoording met betrekking tot kwaliteitsverbetering van het landschap te worden opgenomen. Landschappelijke inpassing en een landschappelijk inpassingsplan zijn daar onderdeel van. Voorts heeft de provincie in 2019 het document Afwegingscriteria (grootschalige) logiesvoorzieningen arbeidsmigranten vastgesteld. Ook zijn er in de Regio Hart van Brabant afspraken gemaakt over de huisvesting van arbeidsmigranten, waaruit de Tilburgse taakstelling van ca. 5000 plaatsen rechtstreeks voortvloeit.

Ook hieraan moet worden getoetst. De ROB en de vergunning zijn in bovenstaande zin aangepast, hetgeen betekent dat een toetsing wordt opgenomen aan de Interim Omgevingsverordening, de provinciale afwegingscriteria en de regionale afspraken. Tevens wordt een verantwoording met betrekking tot kwaliteitsverbetering van het landschap opgenomen, waarvan landschappelijke inpassing en een landschappelijk inpassingsplan deel uitmaken. In de vergunning worden kwaliteitsverbetering landschap en landschappelijke inpassing als voorwaarde opgenomen. Op 9 juni 2020 is het project aangemeld bij de provincie voor vooroverleg. Uit de zogenaamde 'Inventarisatie belangen gemeente' bleek dat verder overleg niet nodig werd geacht, een eventuele provinciale reactie zou volgen bij wijze van zienswijze. Bij brief van 6 juli 2020 heeft de provincie een zienswijze ingediend. De provincie geeft primair aan de grote maatschappelijke opgave voor het bieden van grootschalige, geschikte en tijdelijke huisvesting(slocaties) voor arbeidsmigranten te onderschrijven. Als enige inhoudelijke punt vraagt de provincie inzichtelijk te maken in welke zin het project bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit en op welke wijze voorzien wordt in een landschappelijke inpassing conform artikel 3.9 IOV en op welke wijze dit wordt geborgd.

Reclamant stelt terecht dat de ROB op p.39 in paragraaf 6.2 vermeldt: 'In het kader van deze afwijkingsprocedure onder de reguliere Wabo procedure behoeft formeel geen vooroverleg te worden gevoerd.' In casu wordt echter de uitgebreide Wabo procedure gevolgd. Op deze plaats, en voor zover van toepassing elders, wordt de ROB in deze zin aangepast en wordt de juiste procedure vermeld. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van de ROB en tot een aanpassing van de vergunning. In bovenstaande zin is de zienswijze gegrond, voor het overige is de zienswijze ongegrond.

3

Ladder voor duurzame verstedelijking Reclamant stelt in relatie tot de Laddertoets allereerst dat de locatie geheel en niet gedeeltelijk buiten stedelijk gebied is gelegen. Daarnaast mist hij een verantwoording met betrekking tot de harde plancapaciteit (gerealiseerde en nog niet gerealiseerde voorzieningen) voor vergelijkbare voorzieningen, acht hij de onderbouwing van de behoefte op basis van het onderzoek van Companen gebrekkig en valt het hem op dat er geen alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied zijn bekeken. Daarbij mist hij de bij vestiging buiten bestaand stedelijk gebied behorende nadrukkelijke motivering, die mede betrekking kan hebben op de beschikbaarheid en geschiktheid binnen bestaand stedelijk gebied. Reactie gemeente De projectlocatie ligt inderdaad in zijn geheel buiten bestaand stedelijk gebied. Dit wordt in de stukken aangepast. Op de overige onderdelen wordt de Laddertoets aangescherpt c.q. aangevuld. Conclusie: De zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van de ROB en tot een aanpassing van de ladderonderbouwing. In bovenstaande zin is de zienswijze gegrond, voor het overige is de zienswijze ongegrond.

Relatie met landschapsmaatregelen bestemmingsplan Rugdijk - Von Suppéstraat en Pauwels Uit de ontwerpbeschikking volgt dat de gronden waarop één van de landschapsmaatregelen van het plan Rugdijk - Von Suppéstraat is geprojecteerd, deel uitmaken van het besluitgebied, aldus reclamant. Verder lijkt e.e.a. haaks te staan op de landschapsontwikkeling Pauwels. Reactie gemeente Het klopt dat op het perceel dat nu door de gemeente aan de ontwikkelaar verhuurd gaat worden een strook groen is opgenomen ten behoeve van Pauwels. Deze strook is indicatief en moet ergens geplaatst worden wanneer het plan Pauwels vorm krijgt (is nu nog een planstudie). Pauwels is nog niet zo ver dat zij al uitspraken kan doen over toeristische fietspaden en groene inpassingen, daarom is het niet logisch om hiervoor nu al kosten te maken. Pauwels is een plan voor de lange toekomst. Op de Bundersestraat zal voor 10 jaar huisvesting plaats vinden. Het verhuurde perceel wordt hierna weer schoon opgeleverd, waarna ideeën uit Pauwels alsnog gerealiseerd kunnen worden. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Bedrijven en Milieuzonering, nabijgelegen bedrijven en magneetveld Reclamant stelt dat de huisvesting van arbeidsmigranten milieugevoelig is en wijst daarnaast op de richtafstand tot het bedrijf aan Bundersestraat 45, die te kort zou zijn.

Ook zou de magneetveldzone van de nabijgelegen 380 kV hoogspanningsverbinding belemmerend werken.

4

Reactie gemeente Huisvesting van arbeidsmigranten is inderdaad milieugevoelig. Wel geldt voor het onderwerp geluid dat het niet als geluidgevoelig wordt gezien (zie ook hierboven wat betreft het onderscheid tussen wonen en logies). In het kader van een beoordeling van een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft geluid wordt deze functie derhalve gezien als ‘logies’. Zie onderstaande toelichting voor de milieugevoeligheid van tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten. Bedrijven en milieuzonering Indien de huisvesting wordt gerealiseerd in de buurt van bedrijven, dient rekening gehouden te worden met de richtafstanden van deze bedrijven in het kader van Bedrijven en Milieuzonering. Het gaat hierbij niet uitsluitend over geluidaspecten, maar ook over gevaar, stof en geur. Als (tijdelijke) woningen mogelijk worden gemaakt binnen deze richtafstanden, betekent dit een belemmering voor deze bedrijven, dan wel een beperking van de huidige toegestane mogelijkheden in het bestemmingsplan. Ook dient er sprake te zijn van een goed woon -en leefklimaat ter hoogte van de woningen. Externe veiligheid Woningen mogen niet worden gesitueerd in PR-contouren van risicovolle bedrijven en infrastructuur. Daarnaast is er een verantwoordingsplicht als de woningen worden gesitueerd in een invloedsgebied van een risicobron (transportas, buisleiding of inrichting).

Geluid Voor het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten hoeft geen toetsing aan de (normen van de) Wet geluidhinder plaats te vinden. Tijdelijke huisvesting wordt niet gezien als een geluidgevoelige bestemming. In het kader van de tijdelijke huisvesting dient wel een afweging gemaakt te worden of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch verblijfsklimaat en is een akoestisch rapport noodzakelijk. Dit wordt meegenomen bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Luchtkwaliteit Vanuit luchtkwaliteit worden er geen belemmeringen verwacht m.b.t. de tijdelijke huisvesting omdat er geen wettelijke toetsing aan de luchtkwaliteitseisen hoeft plaats te vinden. Bij een bestemmingsplanherziening dient m.b.t. de bedrijvigheid middels berekening of nadere motivatie aannemelijk gemaakt te worden dat sprake is van een niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtkwaliteit dan wel dat voldaan wordt aan de luchtkwaliteitsnormen zoals opgenomen in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Gesteld is voorts dat het bedrijf aan Bundersestraat 45 valt onder minimaal categorie 4.1.

Op dit adres is conform het vigerend bestemmingsplan inderdaad een bedrijf toegestaan dat als volgt is omschreven: 'een rioolreinigings- en -inspectiebedrijf met bijbehorende voorzieningen voor opslag, bewerking, scheiding en ontwatering van bij de werkzaamheden vrijgekomen materiaal'. Vervolgens wordt echter de koppeling gelegd met de richtafstanden conform de VNG publicatie welke gelden voor “RWZI's en gierverwerkingsinrichtingen, met afdekking voorbezinktanks”. Dat is 5

niet correct. Deze omschrijving heeft namelijk betrekking op Rioolwaterzuiveringsinstallaties en gierverwerkingsinrichtingen waarbij op de bedrijfslocatie Rioolwater en/of gier verwerkt wordt. Het bedrijf gevestigd aan de Bundersestraat heeft deze activiteiten niet. Het verzorgt vanuit de bedrijfslocatie in de regio Tilburg (maar niet óp de bedrijfslocatie) werkzaamheden aan riool (reiniging, ontstopping en inspectie). De veronderstelling van de indiener dat er op de bedrijfslocatie rioolwater wordt gereinigd (en de daarbij behorende milieucategorie 4.1 of hoger) is daarmee niet terecht. Volgens het door Tilburg aangehangen Rijksbeleid (voorzorgsbeginsel) moet voorts voorkomen worden dat nieuwe gevoelige functies binnen de magneetveldzone van 0,4 micro Tesla van de bovengrondse 380kV hoogspanningsverbinding komen liggen. Het gaat hierbij om woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen. Uitgesloten wordt in de vergunning dat het onderkomen voor arbeidsmigranten mogelijkheid biedt aan jeugdigen (tot 15 jaar) om daar langdurig te kunnen verblijven. Het betreft huisvesting van volwassenen. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de vergunning in bovenstaande zin. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

Stikstof Onderdeel van de ontwerpbeschikking vormt een AERIUS-berekening van de gebruiksfase van de arbeidsmigrantenhuisvesting. Aan deze AERIUS-berekening liggen een aantal onjuiste uitgangspunten ten grondslag, aldus reclamant: • ten eerste geldt dat uit is gegaan van het aantal parkeerplaatsen en de veronderstelling dat iedere parkeerplaats ook maar 1 verkeersbeweging genereert, terwijl parkeerplaatsen meerdere keren op een dag kunnen worden gebruikt; • ten tweede geldt dat, als al uitgegaan zou mogen worden van het aantal parkeerplaatsen, een parkeerplaats niet 1 maar 2 verkeersbewegingen genereert. Namelijk, een verkeersbeweging naar de arbeidsmigrantenhuisvesting en een verkeersbeweging naar elders. De gehanteerde cijfers zouden dan ook moeten worden verdubbeld; • ten derde geldt als algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen, dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.42 In dit kader geldt dat in de AERIUS-berekening er ten onrechte van wordt uitgegaan dat het verkeer afkomstig van de arbeidsmigrantenhuisvesting ter hoogte van de nieuw aangelegde weg richting bouwmarkt /tuincentrum opgaat in het heersend verkeersbeeld. Op deze nieuwe weg rijdt dermate weinig verkeer, en ook uitsluitend bestemmingsverkeer voor de bouwmarkt /tuincentrum, dat het verkeer afkomstig van de arbeidsmigrantenhuisvesting hier de boventoon zal voeren. In de berekening had uitgegaan moeten worden van de kruising van de Bundersestraat met de Burgemeester Bechtweg. 6

Voorts ontbreekt de AERIUS-berekening bij de (ontwerp)beschikking. Reactie gemeente In de eerste plaats menen wij, dat reclamant hier wijst op belangen die de zijne niet zijn. Dat laat onverlet dat de stukken zijn aangepast. Ten aanzien van de gebruiksfase is het aantal verkeersbewegingen gecorrigeerd en verdubbeld voor zover het ingaande en uitgaande verkeersbewegingen betreft vanuit de parkeergarage. Het resultaat is nog steeds 0,00. Ter verduidelijking is een notitie bijgevoegd waaruit de invoergegevens zijn te herleiden en tevens een uitsnede tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Initiatiefnemer heeft ook nog de gml-bestanden aangeleverd welke kunnen worden ingevoerd in de AERIUS-calculator zodat e.e.a. gecontroleerd kan worden. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van het stikstofonderzoek. Flora en Fauna Uit jurisprudentie volgt dat indien uit ecologisch onderzoek volgt dat nader onderzoek moet plaatsvinden en dit onderzoek vervolgens niet gebeurd vóór het nemen van het besluit tot vaststelling / verlening van de planologische toestemming, dan ten tijde van het besluit onvoldoende inzichtelijk of een ontheffing op grond van de Wnb benodigd is en of deze kan worden verleend.

Het bevoegd gezag kan zich in dat geval niet in redelijkheid op voorhand op het standpunt kunnen stellen dat de Wnb niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Uit de quickscan en bijlage volgt dat de aanvullende 'ecologische schouw' pas hoeft te worden uitgevoerd voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Ik merk op dat dit dan dus betreft een tijdstip na het nemen van het besluit tot het verstrekken van omgevingsvergunning. Gelet op de voornoemde jurisprudentie is dit in strijd met 'een goede ruimtelijke ordening', aldus reclamant. Reactie gemeente Ook hier constateren wij in de eerste plaats dat reclamant wijst op belangen, die de zijne niet zijn. In de ROB en quickscan flora en fauna worden drie voorwaarden benoemd die in acht moeten worden genomen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. In de zienswijze wordt gesteld dat door het stellen van deze voorwaarden niet op voorhand kan worden aangenomen dat het plan uitvoerbaar is. Echter, de uitvoerbaarheid van het plan is reeds in de quickscan flora en fauna aangetoond: voor alle relevante soortgroepen is aangetoond dat overtreding van de Wnb door het nemen van enkele voorzorgsmaatregelen te voorkomen is. Om er zeker van te zijn dat deze voorzorgsmaatregelen (op grond van de wettelijke zorgplicht) genomen worden, heeft de ODBN om een extra schouw gevraagd.

Uit deze schouw kunnen mogelijk voorzorgsmaatregelen volgen, maar zal in geen geval geconcludeerd worden dat het plan onuitvoerbaar is. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken.

7

Zienswijze 2: Boomkwekerij Kuijpers Fietspad en besluitgebied Reclamant merkt op dat het fietspad te dicht bij de boomkwekerij komt in verband met spuitnevel van bestrijdingsmiddelen bij kweken van kerstbomen op kwekerij op onderstaand perceel. Reactie gemeente Ten aanzien van het fietspad geldt deze niet zal worden aangelegd. De ROB is hier op aangepast. Aanpassing van het besluitgebied ten behoeve van genoemd fietspad is niet nodig. Door de recente verkeersmaatregelen die nabij de projectlocatie zijn getroffen, is het fietspad niet nodig om tot een verantwoorde verkeerssituatie te komen. De Bundersestraat is voor het noordelijk deel aangetakt op de Burgemeester Bechtweg en er zijn voor het zuidelijk deel diverse verkeersaanpassingen gerealiseerd (verkeersluw gemaakt), waardoor fietsverkeer over de bestaande weg in zowel westelijke richting als in zuidoostelijke richting veilig wordt geacht. Conclusie De zienswijze heeft (indirect) geleid tot een aanpassing van de ROB. Het fietspad wordt niet gerealiseerd.

8

Zienswijze 3: Woongemeenschap De Meenthe Niet passend in kleinschalige agrarische omgeving Reclamant geeft aan dat een dergelijke grootschalige voorziening absoluut niet passend is voor de kleinschalige agrarische omgeving aan de Bundersestraat, Rugdijk, Moerstraat en Moerzijstraat en de westelijker gelegen straten onder de Noordoosttangent. Het is een agrarische omgeving, geen stedelijke omgeving zoals in de plannen wordt gezegd. Reactie gemeente De projectlocatie is gelegen binnen de tangenten en is in de provinciale Interim Omgevingsverordening (IOV) aangewezen als gebied waar verstedelijking afweegbaar is. Daarnaast is het gebied in kwestie niet aangewezen als gebied waar een bijzondere landschappelijke of andere waarde aanwezig wordt geacht. Het gaat niet om een gebied dat deel uitmaakt van de Groenblauwe mantel of het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De projectlocatie is gelegen in gemengd landelijk gebied. In dit soort gebied, en zeker op deze plek binnen de tangenten op een bestaand bouwblok, bestaan geen principiële bezwaren tegen vestiging van een dergelijke functie. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Pauwels Reclamant stelt dat in september 2015 de raad van de gemeente Tilburg de Omgevingsvisie Tilburg 2040 heeft vastgesteld.

In deze visie wordt als onderdeel van de Brabantstrategie de ontwikkeling van het Stadsregionaal Park Noord vermeld. Dit onderdeel deel van de Omgevingsvisie is uitgewerkt in het Masterplan Pauwels (vastgesteld door de raad van de gemeente Tilburg in februari 2019). Het bouwen van een grootschalig pension in dit deel van het Landschapspark Pauwels past niet binnen de opgave die de gemeente Tilburg hier heeft om zorg te dragen voor een geleidelijke overgang van stedelijk gebied naar landschap, zoals opgenomen in deze nota’s. Reactie gemeente Landschapspark Pauwels en intensieve functies sluiten elkaar niet uit. De ontwikkellocatie gaat om een bestaand bouwblok voor een tuincentrum. Pauwels is daarnaast een plan voor de lange toekomst. Op de Bundersestraat zal voor 10 jaar huisvesting plaats vinden. Het betreft dus een tijdelijke functie. Het perceel wordt hierna weer schoon opgeleverd, waarna ideeën uit Pauwels alsnog gerealiseerd kunnen worden, ook op dit perceel. In de casus Kalverstraat was onder meerde hoogspanningsverbinding doorslaggevend. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken.

Verkeer Er worden vraagtekens gezet bij het aantal verkeersbewegingen die per dag per auto/busje worden gedaan voor het woonwerkverkeer, of er wel degelijk 50% per fiets naar het werk zullen gaan en of de verkeersbewegingen voor het doen van boodschappen en voor recreatie en ontmoetingen zijn meegenomen. Ook wordt de Rugdijk bestempeld als levensgevaarlijk en dit is door de komst van het

9

Tuincentrum en de Gamma nog verergerd. Daarnaast wordt de toename van het verkeersgeluid niet op prijs gesteld. Er wordt gevraagd om meer maatregelen te nemen voor de verkeersveiligheid. Reactie gemeente Reclamanten stellen vraagtekens bij de verkeersinformatie bij het ontwerpbesluit. Zij doen dit echter zonder een alternatief onderzoek te overleggen. In het kader van het stikstofonderzoek is het aantal verkeersbewegingen naar boven bijgesteld. Ten aanzien van het fietspad geldt dat deze uiteindelijk niet zal worden aangelegd. De ROB wordt hier op aangepast. Aanpassing van het besluitgebied ten behoeve van genoemd fietspad is dus ook niet nodig. Door de recente verkeersmaatregelen die nabij de projectlocatie zijn getroffen, is het fietspad niet nodig om tot een verantwoorde verkeerssituatie te komen. De Bundersestraat is voor de noordzijde aangetakt op de Burgemeester Bechtweg en er zijn diverse verkeersaanpassingen gerealiseerd (verkeersluw maken zuidelijk deel Bundersestraat), waardoor fietsverkeer over de bestaande weg in zowel westelijke richting als in zuidoostelijke richting veilig wordt geacht. Conclusie De zienswijze leidt (indirect) tot een aanpassing van het stikstofonderzoek en de ruimtelijke onderbouwing. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

Verlichting In een agrarisch landschap past het niet dat het gebouw en de omgeving daaromheen voortdurend verlicht zijn. Reactie gemeente Bij een functie als de onderhavige hoort enige verlichting. De afstand tussen De Meenthe en de projectlocatie bedraagt echter ruim 500 meter. Significante hinder is hierdoor niet aannemelijk. Evenmin is er sprake van richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering die worden overschreden. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Integrale gebiedsvisie ontbreekt De reclamant vindt een dergelijke grote en hoge voorziening niet passen in een landschapspark. Dit is na de Gamma/Tuincentrum een volgende aantasting van het landschapspark Pauwels. Nu wordt elk besluit afzonderlijk bekeken en niet afgewogen binnen een integrale visie op het gebied. Elk plan afzonderlijk lijkt ogenschijnlijk misschien wel binnen bepaalde normen te vallen of ‘aanvaardbaar’ gevonden te worden, maar samen hebben ze een grote impact op het milieu, geluid, landschap, cultuurhistorie, belevingswaarde, lichthinder en toename van verkeersbewegingen in het landschapspark. Er wordt gevraagd om een masterplan te maken. Reactie gemeente De wet vereist voor projecten als het onderhavige een goede ruimtelijke onderbouwing. Verwezen zij daarvoor naar de stukken bij de (ontwerp)vergunning. Een (gebieds)visie voor een specifiek 10

deelgebied is hierbij niet wettelijk vereist. Los daarvan geldt vanzelfsprekend de Omgevingsvisie Tilburg 2040. Daarin is dit gebied voor grote delen aangemerkt als gebied dat op de wat langere termijn verstedelijkt wordt. Dit strookt met de classificatie van het gebied in de provinciale IOV (zie hierboven). Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Inpassing in de omgeving Reclamant mist bij de ter inzage gelegde stukken de maatregelen die er voor zouden kunnen zorgen dat het gebouw en de overige voorzieningen zoveel mogelijk worden ingepast in de omgeving, b.v. door te zorgen voor veel groene aanplant eromheen van behoorlijke hoogte. Daarmee zou het geheel voor omwonenden en voorbijgangers wat minder storend gemaakt kunnen worden. Reactie gemeente Er wordt bij de te verlenen vergunning gezorgd voor een landschappelijk inpassingsplan, zie ook de zienswijze van de provincie. Conclusie Er wordt een landschappelijk inpassingsplan bij de stukken gevoegd, in die zin is de zienswijze gegrond. Aantrekkelijke woonomgeving arbeidsmigranten De reclamant vindt de tijdelijke huisvesting nogal ver weggestopt van de woonwijken van Tilburgnoord. De locatie langs een drukke, lawaaiige weg als de noordoosttangent en zonder directe buren is niet bepaald een aantrekkelijke woonomgeving.

Voorgesteld wordt om een huisvesting voor deze mensen te bouwen op één van de grote grasvelden in Tilburg-noord. Reactie gemeente In de eerste plaats wijzen wij erop dat reclamanten hier wijzen op belangen, die de hunne niet zijn. Voorts vangt hun zienswijze juist aan met een beschrijving van de aantrekkelijkheid van het gebied. Zij wijzen daarnaast op de afwezigheid van buren, maar gelet op het aantal te huisvesten arbeidsmigranten op de projectlocatie ligt een gebrek aan aanspraak niet voor de hand. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Tijdelijkheid bouwwerk Het bouwen van een voorziening voor tien jaar is verspilling van geld en energie. De reclamant vraagt zich af wat er gebeurt als de behoefte langer blijkt te bestaan. Blijft het gebouw dan aan de Bundersestraat langer staan? Aangezien dit niet als wenselijk wordt bevonden, is het dan niet beter om het gebouw dan direct op een andere locatie te bouwen? Wordt het gebouw in de toekomst niet voor andere doelgroepen ingezet?

11

Reactie gemeente Er wordt vergunning verleend voor een periode van 10 jaar, daarna wordt e.e.a. geamoveerd. Het heeft geen zin om te speculeren over de periode daarna. In elk scenario geldt dat vergunning verlopen is na het verstrijken van de genoemde periode van 10 jaar. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken.

12

Zienswijze 4: Achmea rechtsbijstand namens een bedrijf Milieuzonering-belemmering bedrijfsvoering bedrijf Van Vught Cliënt is het niet eens met de ontwerpbeschikking. Gelet op deze afstand had het op de weg van de gemeente Tilburg moeten liggen om de milieucategorie van het bedrijf aan de Bundersestraat 45 exact vast te stellen, de afstand tussen de milieuhinderlijke en milieugevoelige functie exact vast te stellen en, indien nodig, de stappen als opgenomen in VNG brochure na te lopen. De ontwerpbeschikking is op dit punt niet deugdelijk gemotiveerd. Cliënt heeft op Bundersestraat 45 in Tilburg een rioolreinigingsbedrijf. Het voor cliënt vigerende bestemmingsplan Lobelia-SpinderRugdijk heeft onder de van toepassing zijnde bestemming 'bedrijf’ onder 6.1.1 onder f opgenomen dat de gronden tevens bestemd zijn voor rioolreinigings- en -inspectiebedrijf met bijbehorende voorzieningen voor opslag, bewerking, scheiding en ontwatering van bij de werkzaamheden vrijgekomen materiaal. Vanwege de opslag, bewerking, scheiding en ontwatering van materiaal op deze locatie is dit bedrijf te vergelijken met een vuiloverslagstation of met een vuilstortplaats, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder 9002.2, 382, beiden met een milieucategorie 4.2 en een maatgevende richtafstand van 300 meter.

Onderdeel van het bedrijf van cliënt is immers het zuiveren van putvet uit vetafscheiders om te komen tot een 2* generatie biobrandstof (grondstof voor biodiesel). Nu de beoogde locatie voor de huisvesting van de arbeidsmigranten ruim ligt binnen deze 300 meter van het bestemmingsvlak van cliënt, zal in beginsel de woon- en leefomgeving van deze arbeidsmigranten onevenredig worden geschaad door cliënt. Omgekeerd zal deze huisvestingslocatie belemmerend werken voor mogelijke uitbreidingsplannen van cliënt. Reactie gemeente In het vigerende bestemmingsplan Lobelia-Spinder-Rugdijk is inderdaad geen milieucategorie opgenomen en gekoppeld aan het bedrijf van reclamant aan Bundersestraat 45. Dit wil niet zeggen dat wij de indeling in een milieucategorie zoals reclamant die uiteen zet in haar zienswijze onderschrijven. Gesteld is voorts dat het bedrijf aan Bundersestraat 45 valt onder minimaal categorie 4.1. Op dit adres is conform het vigerend bestemmingsplan inderdaad een bedrijf toegestaan dat als volgt is omschreven: 'een rioolreinigings- en -inspectiebedrijf met bijbehorende voorzieningen voor opslag, bewerking, scheiding en ontwatering van bij de werkzaamheden vrijgekomen materiaal'. Vervolgens wordt echter de koppeling gelegd met de richtafstanden conform de VNG publicatie welke gelden voor “RWZI's en gierverwerkingsinrichtingen, met afdekking voorbezinktanks”.

Dat is niet correct. Deze omschrijving heeft namelijk betrekking op Rioolwaterzuiveringsinstallaties en gierverwerkingsinrichtingen waarbij op de bedrijfslocatie Rioolwater en/of gier verwerkt wordt. Het bedrijf gevestigd aan de Bundersestraat heeft deze activiteiten niet. Het verzorgt vanuit de bedrijfslocatie in de regio Tilburg (maar niet óp de bedrijfslocatie) werkzaamheden aan riool (reiniging, ontstopping en inspectie). De veronderstelling van de indiener dat er op de bedrijfslocatie rioolwater wordt gereinigd (en de daarbij behorende milieucategorie 4.1 of hoger) is daarmee niet terecht. Hoe dit verder ook zij: Onze conclusie is dat de milieucategorie van het bedrijf feitelijk niet van belang is voor de huisvesting van de arbeidsmigranten. Reden daarvoor is dat de locatie voor huisvesting van arbeidsmigranten niet maatgevend is en/of wordt voor het bedrijf van Van Vught aan Bundersestraat 45. Er bevinden zich op kortere afstand namelijk al andere woningen, die maatgevend zijn voor de milieuhinder en/of 13

beperkingen van het bedrijf. Bij eventuele toekomstige uitbreidingen van Van Vught, zullen deze bestaande woningen dus maatgevend zijn en blijven. In een overzicht (afstanden zijn indicatief) zijn de afstanden tot het bedrijf als volgt: Locatie arbeidsmigranten: ~200/250 meter (afhankelijk of je meet vanaf bouwvlak of perceelsgrens) Woning Bundersestraat 38: ~60 meter (bouwvlak) / ~16 meter (perceelsgrens) Woning Bundersestraat 40: ~85 meter (bouwvlak) / ~12 meter (perceelsgrens) Woning Hazennest-West 73: ~100 meter Woning Hazennest-West 75: ~100 meter Woning Hazennest-West 77: ~120 meter Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Verkeersonveiligheid Het aantal verkeersbewegingen zal fors toenemen. Client is het absoluut oneens met de uitkomsten van het verkeerskundig onderzoek. Hieruit zou blijken dat het op doordeweekse dagen zal gaan om 160 verkeersbewegingen per etmaal Uitgegaan is van een gemiddelde bezetting per voertuig van 5,12 personen (personenauto en personenbusje). Dit komt neer op ongeveer 80 voertuigen per etmaal, die weer leiden tot 160 verkeersbewegingen. Gelet op de huidige omstandigheden en de strenge coronamaatregelen (en de anderhalve meter maatschappij), is het niet te overzien bij de vergunningverlening hoelang deze maatregelen zullen gelden.

In ieder geval kan het nog een hele tijd duren voordat er een vaccin is tegen COVID-19 dat voor iedereen beschikbaar is. Tot die tijd moet het uitgangspunt zijn dat we nog anderhalve meter moeten aanhouden. Het is alleen al om die reden niet mogelijk om met 5 personen tegelijk in een busje vervoerd te worden, laat staan in een personenauto. Dit zal ertoe leiden dat het werkelijke aantal voertuigen per etmaal en vervoersbewegingen per etmaal vele malen hoger zal zijn, met alle gevolgen voor de verkeersdruk en verkeersveiligheid van dien. Omdat cliënt gebruik maakt van veel vrachtverkeer van en naar haar locatie en deze vrachtwagens over dezelfde weg moeten als de arbeidsmigranten, vreest cliënt voor een te drukke weg en voor een toename van verkeersonveiligheid. Daarnaast zal de huisvesting van 416 arbeidsmigranten ook in de weekenden met name leiden tot verkeersonveilige situaties. De arbeidsmigranten zullen dan — meer dan doordeweeks - lopend en fietsend langs en op de weg richting de stad gaan voor boodschappen, mede omdat lang niet alle arbeidsmigranten zullen beschikken over een auto. Omdat ook dan vrachtwagens van cliënt rijden, kan dat ook om die reden leiden tot verkeersonveilige situaties.

Dit wordt nog eens versterkt door de verwachting van cliënt dat er straks als gevolg van dit project alsnog op de Bundersestraat geparkeerd zal worden, als blijkt dat niet alle auto’s passen op het eigen terrein. Dit parkeren aan de weg zal de verkeersveiligheid nog verder in gevaar brengen. Reactie gemeente De Bundersestraat is noordelijk aangetakt op de Burgemeester Bechtweg en er zijn diverse verkeersaanpassingen gerealiseerd (verkeersluw maken zuidelijk deel Bundersestraat), waardoor fietsverkeer over de bestaande weg in zowel westelijke richting als in zuidoostelijke richting veilig wordt geacht. Parkeren geschiedt op eigen terrein, daarvoor is meer dan voldoende ruimte. De coronacrisis leidt hoogstens in zeer beperkte mate en tijdelijk tot een extra aantal 14

verkeersbewegingen. De bestaande infrastructuur kan dit echter behappen. Er is geen reden het parkeer- en verkeersonderzoek aan te passen. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Pauwels-visie op het gebied Het valt cliënt op dat in de ruimtelijke analyse geheel voorbij wordt gegaan aan wat het effect is van een huisvesting van 416 arbeidsmigranten op de bestaande omgeving. Er is slechts andersom beoordeeld, namelijk wat het effect is van de omgeving op de arbeidsmigranten. Hier is cliënt het mee oneens. Er is juist onvoldoende bezien of de huisvesting negatieve gevolgen kan hebben voor bestaande bedrijven en bewoners, hetgeen in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 Awb. Er had juist meer aandacht besteed moeten worden aan het creëren van een duidelijke en consistente visie voor dit deel van Tilburg. Telkenmale blijkt dat daar helaas geen sprake van is. Eerder is nabij cliënt ook al een grote AZC gevestigd geweest. Client heeft de ervaring dat dit deel van Tilburg als achtervang wordt gebruikt voor projecten die elders op teveel weerstand stuiten, een soort van afvoerputje van Tilburg. Zolang een duidelijke visie op de ontwikkelingen van het gebied ontbreekt, zal dit het geval zijn. Reactie gemeente Landschapspark Pauwels en intensieve functies sluiten elkaar niet uit.

Het gaat om een bestaand bouwblok voor een tuincentrum. Pauwels is daarnaast een plan voor de lange toekomst. Op de Bundersestraat zal voor 10 jaar huisvesting plaats vinden. Het betreft dus een tijdelijke functie. Het perceel wordt hierna weer schoon opgeleverd, waarna ideeën uit Pauwels alsnog gerealiseerd kunnen worden, ook op dit perceel. Dit gebied wordt niet gezien als afvoerputje voor functies die elders niet welkom zijn, zoals reclamant stelt. Ook elders wordt gewerkt aan de huisvesting van arbeidsmigranten. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Logiesfunctie Het is niet duidelijk wat nu exact wordt verstaan onder ‘logies'. Uit de omschrijving in de aanvraag en ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het gaat om losse verblijfseenheden met eigen sanitair en kookgelegenheid en met gezamenlijke ruimten. Dit lijkt meer op woonbestemmingen dan op logies. Cliënt vraagt zich af of niet met opzet voor logies is gekozen ten einde het beschermingsniveau omlaag te krijgen, met name voor wat betreft de milieugevoeligheid. Reactie gemeente In de gemeentelijke besluitvorming aangaande het mogelijk maken van grootschalige voorzieningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten is altijd uitgegaan van logies, niet van wonen. Zie hiervoor het collegebesluit van 5 februari 2019 (bijgevoegd).

Er wordt bovendien aangesloten bij de definitie van logies in het op deze locatie vigerende bestemmingsplan (zie planregel 1.110 bestemmingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’). Uit de jurisprudentie van de bestuursrechter volgt dat het bij logies in elk geval moet gaan om personen die elders hun hoofdverblijf hebben en dat het daarnaast per 15

arbeidsmigrant niet mag gaan om tijdelijke huisvesting gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 6 maanden. Daarnaast bepalen de omstandigheden van het geval (denk hierbij aan het aanwezig zijn van bepaalde services) of het gaat om logies of om wonen. In de onderhavige situatie worden uitsluitend personen gehuisvest die elders hun hoofdverblijf hebben, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden. Dit wordt als voorwaarde aan de te verlenen vergunning verbonden. Daarnaast is het in casu zo dat door de initiatiefnemer beheer en schoonmaak centraal worden geregeld, de in het pand verblijvende arbeidsmigranten hoeven hier dus niet zelf voor te zorgen. Ook het bedlinnen wordt centraal verzorgd. Er is een centrale receptie die de arbeidsmigranten van dienst is bij vragen en de post aanneemt. Er wordt een nachtregister bijgehouden. De logiesverblijven zijn volledig gemeubileerd en gestoffeerd met alle nodige inventaris. Naast de tv op de kamer, is er een recreatie area met tv hoek. Er zijn voorzieningen zoals een pooltafel en tafelvoetbal, en ook een fitness, buitensportenvelden, een terras en leenfietsen. Dit alles samen maakt naar onze mening dat er sprake is van logies en niet van wonen. Dat er keukens, toiletvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimten aanwezig zijn, maakt dat naar onze mening niet anders.

Hetzelfde geldt voor het feit dat de arbeidsmigranten zelf maaltijden kunnen bereiden in de aanwezige keukens(zie bijvoorbeeld ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:937). Immers, ook voor personen die gedurende maximaal 6 maanden ergens voor werk verblijven zijn zulke voorzieningen van toegevoegde waarde. Wij zien het op te richten gebouw dan ook als een logiesgebouw in de zin van het bestemmingsplan dat in deze zaak centraal staat, wat in casu betekent dat wij onder een logiesgebouw verstaan een bouwwerk waarin bedrijfsmatig tijdelijk onderdak wordt verschaft aan personen (arbeidsmigranten) die elders hun hoofdverblijf hebben. Dit strookt ook met de gemeentelijke uitgangspunten in dezen (zie bijgevoegd document uit februari 2019). De verblijfsvoorziening is niet algemeen toegankelijk voor passanten en reizigers, van een hotel is dus geenszins sprake. Dat overigens in de ROB wordt gesproken van een “Labour Hotel”, maakt ook niet dat sprake is van een hotelfunctie. De term “Labour Hotel” wordt commercieel gebruikt door Kafra Housing, maar doet niet af aan het materiële karakter van de logiesfunctie (andere huisvestingsoplossingen van Kafra Housing voor logiesfuncties zijn bijvoorbeeld de “Kafra Tower”, “Mobile Homes” en “Transformatie”). Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de vergunning in bovenstaande zin. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

Stikstof De vraag is of de toename in verkeersbewegingen (vanwege Covid-19) niet ook moet leiden tot een nieuwe berekening via Aerius voor wat betreft de inschatting van de stikstofdepositie in de gebruiksfase. Reactie gemeente In de eerste plaats menen wij, dat reclamant hier wijst op belangen die de zijne niet zijn. Dat laat onverlet dat de stukken zijn aangepast. Ten aanzien van de gebruiksfase is het aantal verkeersbewegingen gecorrigeerd en verdubbeld voor zover het ingaande en uitgaande verkeersbewegingen betreft vanuit de parkeergarage. Het resultaat is nog steeds 0,00. Ter 16

verduidelijking is een notitie bijgevoegd waaruit de invoergegevens zijn te herleiden en tevens een uitsnede tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Initiatiefnemer heeft ook nog de gml-bestanden aangeleverd welke kunnen worden ingevoerd in de AERIUS-calculator zodat e.e.a. gecontroleerd kan worden. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van het stikstofonderzoek. Ten aanzien van de zienswijze met betrekking tot het fietspad en de landschappelijke inpassing verwijzen wij naar onze weerlegging van voornoemde zienswijze in deze nota.

17

Zienswijze 5: Noordraad Heikant-Qurijnstok Niet passend in vigerende bestemmingsplannen Het voorgenomen bouwplan voldoet niet aan het bestemmingsplan omdat betreffende percelen gebruikt gaan worden voor het huisvesten van arbeidsmigranten. De vergunning voor deze activiteit zou daarom in beginsel geweigerd moeten worden (artikel 2.10 lid 1). De in het ontwerpbesluit en bijlagen gehanteerde argumenten om deze bestemming tijdelijk te omzeilen, zien de Wijkraden als een doelredenering die het feitelijke doel van de bestemmingsplannen omzeilt. De daarbij te stellen vraag is wat de rechtszekerheid is bij het vaststellen van een bestemmingsplan als hetzelfde bevoegd gezag met een dergelijke doelredenering daarvan kan afwijken. Reactie gemeente De voorgenomen activiteit past inderdaad niet binnen de vigerende planregels, om deze reden wordt daar – beargumenteerd – van afgeweken. Als e.e.a. zou passen zou de onderhavige procedure niet nodig zijn. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken. Definitie arbeidsmigrant ontbreekt De definitie van arbeidsmigrant ontbreekt. In een situatie waarin de behoefte aan arbeidspotentieel fluctueert, kan vanuit financiële overwegingen door de projectontwikkelaar/exploitant gekozen worden voor andere doelgroepen, zeker als niet nadrukkelijk deze definitie bij de definitieve vergunningverlening wordt opgenomen.

Daarbij komt dat het hier gaat om een periode van 10 jaren. Reactie gemeente Aan de vergunning wordt als voorwaarde verbonden dat uitsluitend volwassen arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest, waarbij conform eerdere gemeentelijke besluitvorming het begrip arbeidsmigrant inhoudt ‘Een (EU) burger die zich op basis van economische motieven tijdelijk in Tilburg vestigt om werk (voor laagopgeleiden) te verrichten’. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de vergunning en is in bovenstaande zin gegrond.

Tijdelijkheid bouwwerk Tijdens de informatiebijeenkomsten met de bewoners is onduidelijkheid ontstaan over de periode van de tijdelijkheid van deze voorziening. In de stukken wordt zijdelings een periode van 10 jaren genoemd. Voorgesteld wordt deze uitdrukkelijk in het ontwerpbesluit als maximale periode op te nemen. Reactie gemeente Er wordt vergunning verleend voor een periode van 10 jaar, daarna wordt e.e.a. geamoveerd. Het heeft geen zin om te speculeren over de periode daarna. In elk scenario geldt dat vergunning 18

verlopen is na het verstrijken van de genoemde periode van 10 jaar. Deze termijn wordt expliciet aan de vergunning verbonden. Conclusie De zienswijze is ongegrond. Aantal arbeidsmigranten – uitbreiding – gemeentelijk perceel Bij het onderzoek naar de kansrijke locaties voor de vestiging van arbeidsmigranten is de opmerking gemaakt, dat t.a.v. de Bundersestraat ook een nabij gelegen gemeentelijk eigendom betrokken zou worden bij de studie naar deze vestigingsmogelijkheid. Onvoldoende duidelijk is of dit ook daadwerkelijk is gebeurd, en zo niet of dit mogelijk nog een uitbreiding van de 412 wooneenheden tot gevolg kan hebben. Kortom hebben we het hier over een deel of over een volledige invulling van deze kansrijke vestigingsmogelijkheid? Uitbreiding kan bovenstaande bezwaren alleen nog maar in kracht doen toenemen. Reactie gemeente Uitbreiding van de voorziening is niet aan de orde, de te verlenen vergunning laat daar ook geen ruimte toe. Er wordt thans vergunning verleend op basis van de aanvraag, binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening. Van meet af aan is de verhuur van het naastgelegen gemeentelijke perceel voor dit project aan de orde geweest, en dit maakt deel uit van het project. Met uitbreiding ten opzichte van de aanvraag heeft dit echter niets van doen.

Het maximale aantal te huisvesten personen en het maximale aantal eenheden worden expliciet in de vergunning vermeld. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken, anders dan dat aantal eenheden en te huisvesten personen worden vermeld in de vergunning. Pauwels Uit de voorliggende stukken is niet op te maken wat de consequenties zijn voor het structuurplan Pauwels dat recent door uw raad is vastgesteld, noch voor de ontwikkelingen in de PACT-wijk, noch voor wat betreft realisatie van de 380 KV en het ondergronds brengen van de 150 KV leidingen die met name dit gebied doorkruisen. Reactie gemeente Zie reactie op ‘de uitgebreide zienswijze’. Conclusie Overeenkomstig eerdere conclusies Algemeen werkgelegenheidsbeleid, Pact, Twern De huisvesting van arbeidsmigranten wordt door de stichtingen gezien als de huisvesting van wederom een kwetsbare groep in een kwetsbare wijk. Daarbij is de gestelde voorwaarde dat er een beheerder wordt aangesteld te mager. Feitelijk is een 24-uurs bezetting van beheerders bij een huisvesting van ruim 400 bewoners noodzakelijk. Daar waar ContourdeTwern vanuit bezuinigingsoverwegingen eerder denkt aan inkrimpen, is het gewenst de 19

capaciteit van deze organisatie uit te breiden om problematieken die gaan ontstaan in een dergelijk complex te kunnen handelen. Aan deze vorm van begeleiding - en wellicht ook die van GGD, GGZ, Toezicht/Handhaving, Huisartsen en de Politie - wordt in de voorliggende stukken nauwelijks aandacht besteed. Stichting Noordraad Heikant-Quirijnstok en Stichting Wijkraad Stokhasselt geeft aan dat de gemeente nauwelijks of geen inspanning heeft geleverd voor de werkgelegenheid van een groot deel van de bewoners van Tilburg-Noord die thans werkloos en vaak eenzaam in hun flat thuis zit. Huisvesting van arbeidsmigranten lijkt meer prioriteit te hebben dan het realiseren van werkgelegenheid voor deze groep. Reactie gemeente Wij verschillen met reclamanten van mening over de inspanning die de gemeente zich getroost in het kader van werkgelegenheid, sociale cohesie et cetera. Los daarvan heeft dit onderdeel van de zienswijze geen ruimtelijke relevantie. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de stukken.

20

Zienswijze 6: Provincie Aanpassen onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de InterimOmgevingsverordening De Provincie onderkent de grote maatschappelijke opgave voor het bieden van grootschalige, geschikte en tijdelijke huisvesting(slocaties) voor arbeidsmigranten. Hierover vindt structureel ambtelijk overleg plaats met de betrokken overheden. Binnen de kaders van het provinciaal beleid wordt gezocht naar potentieel geschikte locaties. Daarbij is het streven de locaties zoveel mogelijk op bestaande locaties in en of nabij bestaand stedelijk gebied te zoeken, met goede ontsluitingsmogelijkheden en in de nabijheid van de werkgever. Onderhavige locatie voldoet aan deze uitgangspunten van zorgvuldig ruimtegebruik. Gelet op de omvang van de voorgenomen ontwikkeling en ligging aan de Bunderseweg 30 verzoeken u aan te geven op welke wijze de ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit en op welke wijze voorzien wordt in een landschappelijke inpassing conform artikel 3.9 IOV en op welke wijze dit wordt geborgd. Wij verzoeken u om de onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de InterimOmgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg.

Reactie gemeente De gevraagde onderdelen van het plan zijn in overeenstemming gebracht met de InterimOmgevingsverordening. “We hebben in het plan ingezet op een robuust struweel met verspreid staande bomen aan de west-, noord- en oostzijde. Dit betreffen landschappelijke soorten die voorkomen in het gebied en naast een landschappelijke waarde ook de ecologische waarden in het gebied vergroten. Qua inpassing vormt dit struweel een verzachtende visuele overgang tussen het landschap van de tangent en de bouwmassa. De verspreid staande solitaire bomen in het struweel vormen groepsgewijs een ruimtelijke intermediair tussen de beleving vanuit het omliggende landschap, de tangent versus het grote bouwvolume. Aan de zuidzijde vormen de wisselend groepsgewijze (laan)beplanting een nieuwe structuur van landschappelijke boomsoorten langs de Bundersestraat, hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een nieuwe laanbeplanting langs de oude Bundersestraat. Deze vorm van laanbeplanting is ook westelijk van deze ontwikkeling aangeplant i.r.t. nieuwe ontwikkelingen ter plaatse, zoals langs de Rugdijk. De parkeerplaatsen en het terrein worden ook begeleid door een haagstructuur, die ruimtelijk een goede geleidende overgang vormt tussen het (parkeer)terrein en het landschap.

Met het beplantingsplan wordt op die manier zowel aan de landschappelijke inpassing voldaan (het maken van verzachtende groene overgangen door middel van struweel, hagen en solitaire bomen) als aan kwaliteitsverbetering landschap, omdat het ook nieuwe, ecologische landschapselementen vormt (struweel) en laanbeplanting aan de Bundersestraat toevoegt. Als deze functie op termijn opgeheven al worden, kan een groot deel van het beplantingsplan gehandhaafd blijven als landschapselementen.”

21

Conclusie Zienswijze is gegrond en heeft geleid tot aanpassing van de ROB en toevoeging van een landschappelijk inpassingsplan.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9656190/1