CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nota van zienswijzen bp zorgcampus

Raadsvergadering 18 juli 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP St. Elisabethziekenhuis e.o. 2009, 1e herz (Zorgcampus)11.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarvoor zijn aanvullende verkeersonderzoeken uitgevoerd om de gevolgen op de bestaande verkeersstructuur in de omgeving in beeld te brengen. Deze onderzoeken zijn in het bestemmingsplan als bijlage opgenomen. Deze zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.

15

Zienswijze 5.3

Standpunt gemeentebestuur

In de paragraaf 2.3.5 staat dat de Leijweg éénrichting wordt: ‘Voor wat betreft verkeer zijn er verschillende ontwikkelingen/aanpassingen beoogd. Zo zal de hoofdontsluiting worden uitgevoerd als eenrichtingsweg (de Leijweg), waarbij de rijrichting van noordoost naar zuidwest loopt. In paragraaf 4.5.4 staat echter het volgende: ‘Het personeel komt aan en verlaat het terrein via de Prof. Van Buchemlaan, de Leijweg en Hilvarenbeekseweg/Ambrosiusweg. Bevoorrading zal blijven plaatsvinden via de Leijweg.’ Dit impliceert dat de Leijweg in meerdere richtingen bereden gaat worden. De tekst van het bestemmingsplan spoort niet helemaal en is wat te compact. Want voor bezoekersverkeer in de toekomst is het eenrichtingverkeer via Dr. Bloemenlaan – parkeergarage – Leijweg. De Leijweg zelf is inderdaad grotendeels tweerichtingen. Het staat niet helemaal consistent in paragraaf 2.3.5, het staat wel goed in paragraaf 4.5 waar niet gesproken wordt over éénrichtingsverkeer, ook niet in de Ontwikkelleidraad.

In 2.3.5 is bedoeld om het hoofdprincipe van de hoofdontsluiting aan te duiden, d.w.z. dat het verkeer vanaf Dr. Bloemenlaan alleen in éénrichting naar de parkeergarage kan rijden en aan de zijde Leijweg er weer uit. Het is dus niet mogelijk om vanaf de Leijweg in de parkeergarage te komen of vanuit de garage weer terug de Dr. Bloemenlaan op. Het personeelsparkeren zal deels via de Leijweg worden ontsloten, zowel in als uit. Conclusie Deze zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van de toelichting in paragraaf 2.3.5. Zienswijze 6 – comité Handen af van het Leijpark, bewonersplatform Leijparkweg en Stichting Leijpark013 Zienswijze 6 Is gelijkluidend als zienswijze 5 Standpunt Zie standpunt bij zienswijze 5 gemeentebestuur Conclusie Zie conclusies bij zienswijze 5 Zienswijze 7 bewoner Leijparkweg Zienswijze 7. Is gelijkluidend als zienswijze 5 en 6 Standpunt Zie standpunt bij zienswijze gemeentebestuur Conclusie Zie conclusies bij zienswijze 5. Zienswijze 8 – V.A.C. de Gier van Straatman Koster advocaten namens Stichting De Wever Zienswijze 8.1 De Wever exploiteert aan de Leijweg 48 behandel- en revalidatiecentrum Damast. ETZ heeft voor haar nieuwbouwplannen een masterplan laten opstellen. Dit masterplan is gericht op de nieuwbouwplannen van ETZ en niet ook de zorgpartners.

De Wever en het ETZ zijn wel met elkaar in gesprek over de alternatieve huisvesting en verdere samenwerking. Partijen hebben in oktober 2021 een intentieovereenkomst gesloten waarin — gelet op de plannen van het ETZ — verschillende wensen en zorgen van de Wever zijn benoemd. In deze intentieovereenkomst is ook uitgesproken dat partijen onderzoeken of zij tot een haalbare samenwerking kunnen komen. Deze gesprekken moeten uiteindelijk (in 2022) tot een samenwerkingsovereenkomst leiden. De gesprekken zijn pas in een beginfase en de zorgen van de Wever zijn nog niet weggenomen. De Wever maakt zich namelijk onder meer zorgen over de vraag of de zorg in Damast gecontinueerd kan worden tijdens de bouw van fase 1, de herhuisvesting, parkeren en overlast voor de ouderen die revalideren en verblijven in Damast. Het is volgens de Wever veel te vroeg om een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. De juiste volgorde zou zijn om eerst de zorgen van de Wever weg te nemen ¬en dit vast te leggen in een samenwerkingsovereenkomst – en daarna pas een bestemmingsplan vast te stellen. Standpunt Zie standpunt bij zienswijze 3.5. gemeentebestuur Conclusie Zie conclusie bij zienswijze 3.5. Zienswijze 8.2 De belangen van Damast en haar cliënten zijn ten onrechte niet onderzocht en betrokken bij het ontwerpbestemmingsplan, het daaraan ten grondslag liggende masterplan en de ontwikkelleidraad.

Alleen al om die reden kan er geen sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Standpunt Zie standpunt bij zienswijze 3.5.

16

gemeentebestuur Conclusie Zienswijze 8.3

Standpunt gemeentebestuur Conclusie Zienswijze 8.4

Standpunt gemeentebestuur Conclusie Zienswijze 8.5

Standpunt gemeentebestuur Conclusie Zienswijze 8.6

Standpunt gemeentebestuur

Conclusie Zienswijze 8.7

Zie conclusie bij zienswijze 3.5. De planregels in combinatie met de ontwikkelleidraad vormen een deel van het toetsingskader voor de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen. Er moet dan ook sprake zijn van een open norm die voldoende objectief en concreet in de planregels is begrensd. In artikel 4.2.1 van de planregels ontbreekt een open norm. Zie standpunt bij zienswijze 3.3. Zie conclusie bij zienswijze 3.3. Er is geen definitie voor “maatschappelijke voorzieningen” opgenomen, alleen voor “maatschappelijke instellingen” (artikel 1.44 van de planregels). De definitie “maatschappelijke instellingen” komt vervolgens niet meer terug in de planregels. Het ontbreken van een definitie van `maatschappelijke voorzieningen’ kan in de toekomst tot discussie leiden en is daarom rechtsonzeker. De Wever verzoekt om aan de definitie ook revalidatiecentra en behandelcentra toe te voegen. Zie standpunt bij zienswijze 3.19. Zie conclusie bij zienswijze 3.19 De Wever vreest dat zij met het revalidatiecentrum waarin ouderen kort verblijven, eerder onder een verpleegtehuis wordt geschaard — terwijl zij dit niet is —dan onder een revalidatiecentrum/behandelcentrum. In het geval Damast een geluidsgevoelig gebouw is, is deze alleen toegestaan als er binnenplans wordt afgeweken. Dit is dermate rechtsonzeker aangezien het college niet verplicht is om binnenplans af te wijken.

Zie standpunt bij zienswijze 3.10 Zie conclusie bij 3.10 Onder een gevoelige bestemming’ ex artikel 1.28 van de planregels valt bijvoorbeeld een verzorgingshuis. Uit de definitie volgt dat ziekenhuizen geen gevoelige bestemming zijn. Hoewel Damast geen verzorgingshuis is, vreest zij hier wel onterecht onder geschaard te worden als niet duidelijk is dat ook een revalidatiecentrum en behandelcentrum in het rijtje van geen gevoelige bestemmingen wordt opgenomen. De Wever verzoekt om in de bestemming een revalidatiecentrum en behandelcentrum toe te voegen als geen gevoelige bestemming. Deze definitie is gelijk aan de definitie van gevoelige bestemming uit het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). In de memorie van toelichting bij dit besluit staat: “In afwijking van het advies van de Gezondheidsraad is er niet voor gekozen om ziekenhuizen onder de werkingssfeer van het besluit te brengen, met name omdat mensen in ziekenhuizen gemiddeld genomen minder langdurig verblijven en er bij ziekenhuizen nauwelijks sprake is van verblijf in de buitenlucht (de luchtkwaliteitsregelgeving is alleen van toepassing op de kwaliteit van de buitenlucht). In ziekenhuizen is daarnaast in de regel sprake van luchtbehandeling waardoor binnen een goede luchtkwaliteit gehandhaafd kan worden.

Bovendien hebben ziekenhuizen zelf doorgaans een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking en moeten zij goed bereikbaar zijn. Daarnaast wordt ten aanzien van bestaande ziekenhuizen opgemerkt dat deze moeten kunnen uitbreiden, ook indien zij nabij een auto(snel)weg zijn gesitueerd juist met het oog op die bereikbaarheid.” Voor de duidelijkheid zal in de begripsbepaling opgenomen worden dat revalidatiecentra een niet gevoelige bestemming is. Deze zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van de begripsbepaling “gevoelige bestemmingen” Artikel 4.3.1 van de planregels heeft tot gevolg dat vrijwel alle functies — waaronder het ziekenhuis tot 300 meter — in strijd zijn met de bestemming “Maatschappelijk” en derhalve niet zijn toegestaan. Hiervan kan weliswaar worden afgeweken door een binnenplanse afwijking maar dit is rechtsonzeker. Het is voor de Wever volstrekt onduidelijk waarom de beoogde functies in het plangebied — zoals een ziekenhuis, revalidatiecentrum en behandelcentrum etc. — niet positief bestemd zijn (eventueel met

17

Standpunt gemeentebestuur Conclusie Zienswijze 8.8

Standpunt gemeentebestuur Conclusie Zienswijze 8.9

Standpunt gemeentebestuur

een voorwaardelijke verplichting). Dit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en kan niet ongewijzigd in stand blijven. Zie standpunt onder 3.10 en 3.20 Zie conclusie bij zienswijze 3.10 en 3.20 De Wever begrijpt dat bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte enige flexibiliteit wordt ingebouwd. In dit geval betekent het gebrek aan specificeren van het aantal vierkante meters naar perceel of zorginstelling echter wel dat het ETZ of andere zorgpartners in principe alle vierkante meters kunnen ‘opsouperen’. Dit kan tot gevolg hebben dat de te realiseren nieuwbouw van Damast niet meer (geheel) mogelijk is op grond van het bestemmingsplan, simpelweg omdat 205.000 m2 al bebouwd is. Doordat bekend is hoeveel vierkante meters aan de zorgpartners toebedeeld is maar dit niet als zodanig is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, is de Wever van mening dat dit in strijd is met de zorgvuldigheid. De Wever verzoekt uw raad dan ook om in de planregels te borgen dat (minstens) 35.000 m2 bestemd is voor de zorgpartners en dit te specificeren naar zorgpartner. Zie standpunt bij zienswijze 3.5. Zie conclusie bij zienswijze 3.5. Parkeren: In de toelichting en de onderliggende onderzoeken, volgt niet dat rekening is gehouden met de 35.000 m2 aan ‘overige functies’ zoals het behandelcentrum Damast.

Ook is het voor de Wever niet duidelijk of er bij de berekening van de parkeerbehoefte rekening is gehouden met de 30 parkeerplaatsen die zij thans in gebruik heeft én de afspraken dat zij in de toekomst 50 parkeerplaatsen in gebruik zal hebben. De Wever is dan ook van mening dat onvoldoende is onderzocht of kan worden voldoen aan de parkeerbehoefte. In het verkeersonderzoek is rekening gehouden met alle functies in het gebied. In het verkeersmodel zijn deze functies vertaald naar verkeersintensiteiten en afgestemd op recente telcijfers. Daardoor kunnen de effecten van programma uitbreidingen of wijzigingen in infrastructuur in de toekomst goed in beeld gebracht worden. Zie ook standpunt bij zienswijze 3.11

Conclusie Zienswijze 8.10

Standpunt gemeentebestuur Conclusie

De Wever merkt op dat zij zich grote zorgen maakt over de zorgcontinuering tijdens de bouw van fase 1. Er zal direct naast Damast gebouwd worden met als gevolg dat parkeerplaatsen en (mogelijk) de energievoorziening van Damast verdwijnen. Zie standpunt bij zienswijze 3.5.

Zie conclusie bij zienswijze 3.5. Zienswijze 9 – Provincie Noord Brabant Zienswijze 9.1 De herontwikkeling van een ziekenhuis past in beginsel binnen het provinciaal beleid van bestaand stedelijk gebied. Wij zijn in de basis dan ook positief over de beoogde ontwikkeling en hebben met waardering kennisgenomen van het masterplan. Standpunt Voor kennisgeving aangenomen gemeentebestuur Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 9.2 De provincie is van mening dat een passend compensatieplan is opgesteld. Ook steunt men dat de compensatieopgave middels een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente is vastgelegd. Ondanks dat er al een overeenkomst wil dat de compensatieopgave wordt gewaarborgd in de bestemmingsplanregels door een voorwaardelijk bepaling met een daaraan gebonden termijn van uitvoering voor de natuurcompensatie op te nemen in de regels. Standpunt Zie standpunt bij zienswijze 3.12 gemeentebestuur Conclusie Er zal een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen.

18

Zienswijze 9.3

Er is een aantal aanduidingen in het bestemmingsplan verwijdert die de provincie graag weer terugziet. Ter plaatse van de locatie van de natuurcompensatie de regionale waterberging opnemen. De aanduiding ‘behoud en herstel watersystemen’ behouden.

Standpunt gemeentebestuur Conclusie

Deze aanduidingen zullen toegevoegd worden.

Zienswijze 9.4

Standpunt gemeentebestuur Conclusie

Deze zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van het plan door het opnemen van de gebiedsaanduidingen regionale waterberging ter plaatse van de natuurcompensatie en het opnemen van de aanduiding “behoud en herstel watersystemen”. De provincie vraagt om verder te onderbouwen dat de ontwikkeling en het verwijderen van de aanduiding ‘reservering waterberging’ niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen van het gebied. Zie standpunt bij zienswijze 2.1. Zie conclusie bij zienswijze 2.1.

Zienswijze 10 – bewoner Hilvarenbeekseweg Zienswijze 10

Standpunt gemeentebestuur

Conclusie Bijlagen bij nota

Heeft grote moeite met de komst van een rotonde precies voor zijn perceel. Hij vreest geluidoverlast, drukte, lichthinder en overlast tijdens de bouw. Hij vreest ook dat hij de herinrichting van zijn tuin niet zo kan uitvoeren als hij wenst. Hij wil graag in overleg met gemeente en ziekenhuis. De rotonde is bedoeld om het verkeer vanaf de Leijweg op de Hilvarenbeekseweg/Ambrosiusweg goed te kunnen afwikkelen, zie standpunt bij zienswijze 5.3. Met een normale T-aansluiting kan het verkeer niet afgewikkeld worden en ontstaan juist milieuproblemen door wachtende voertuigen. De rotonde komt geheel op openbaar gebied te liggen. Er zijn mogelijkheden om iets te schuiven met de exacte ligging, afhankelijk van kabels en leidingen maar ook afhankelijk van de aansluiting en het voorkomen van lichthinder bij de betreffende woning. De gemeente en ETZ zijn in overleg met de indiener van de zienswijze. In dit overleg wordt besproken welke maatregelen er getroffen kunnen worden, zoals een andere plaats van de inrit naar zijn woning, het aanbrengen van afscherming tegen inschijnende autolampen, de plaats en de hoogte van de lichtmasten, om de overlast van de rotonde voor de indiener zoveel mogelijk te beperken. Dit overleg heeft nog niet tot overeenstemming geleid. Deze zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. • •

Procesbeschrijving bestemmingsplan – stedenbouwkundig plan zorgcampus Ontsluiting ETZ

19

Nota van zienswijzen Herbegrenzing inzake ontwerp bestemmingsplan St. Elisabeth Ziekenhuis e.o. 2009, 1e herz (Zorgcampus) Het ontwerpbestemmingsplan St. Elisabeth Ziekenhuis e.o. 2009, 1e herz (Zorgcampus) heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van maandag 22 november 2021 tot en met 3 januari 2022. Tegelijk heeft de concept herbegrenzing NNB ter inzage gelegen. Er is 1 reactie ingediend. De herbegrenzing is thans gereed om te worden vastgesteld, met inachtneming van de onderstaande zienswijze, die hieronder samengevat worden weergegeven, maar integraal zijn beoordeeld. Zienswijze 1 – Bewoners Leijparkweg Zienswijze 1.1 Maak een andere keuze voor de locatie van de natuurcompensatie (Gebiedsaanduiding overige zone – vanwege natuurcompensatie te realiseren natuur, artikel 15 Algemene aanduidingsregels) en daarmee de herbegrenzing van het Natuurnetwerk Brabant. Een deel van het Leijpark wordt opgeofferd voor de bestemming Maatschappelijk. Echter, de compensatie (1,2 ha) vindt niet plaats in het Leijpark maar ten westen van het plangebied, aan de andere zijde van de Hilvarenbeekseweg. Het historische Leijpark wordt fysiek kleiner gemaakt, zonder dit te compenseren in of aan het Leijpark.

Reclamanten verzoeken dan ook de natuurcompensatie te laten plaatsvinden in of in de directe nabijheid van het Leijpark zodat het Leijpark gecompenseerd wordt. Men stelt 3 mogelijk locaties voor: a. een strook van 1,2 ha in het Leijpark ten westen van de Leij (de locatie waar de bever af gelopen zomer gesignaleerd is) te bestemmen als natuur, derhalve het park goed te beschermen en de EVZ, grenzend aan het Leijpark te versterken. b. om het historisch graslandje (nabij Zjuu) beter te herstellen en te beschermen door de bestemming Natuur. Dit graslandje, is in de 19e eeuw (wellicht nog eerder) voor bevloeiing geschikt gemaakt. Het is een klein perceel, grenzend aan de Oerlese waterloop, die destijds waarschijnlijk in het winterhalfjaar vrij veel water afvoerde. c. de driehoek tussen de Prof. Van Buchemlaan en het OCL aan de rand van het Leijpark in te richten als Natuur. Deze gronden lenen zich voor inrichting zowel met waterbergende als natuurfunctie. Wij verzoeken dan ook de herbegrenzing van het NNB en de toekenning van de bestemming Natuur op één van de bovenstaande locaties te projecteren en niet op de gekozen locatie ten westen van de Oude Hilvarenbeekseweg. Standpunt gemeentebestuur

Er vindt geen aantasting van het Leijpark plaats. De aantasting van de natuur betreft het mogelijk bouwen in de ecologische verbindingszone (onderdeel van het NatuurNetwerkBrabant). De compensatie van de aantasting van het NNB vindt plaats in het gebied gelegen ten westen van de Hilvarenbeekseweg aansluitend aan de ecologische verbindingszone. Deze zienswijzen heeft ertoe geleid dat we kritisch naar de huidige bestemming van het historische graslandje (optie B uit de zienswijze) hebben gekeken. Dit perceel verkeert nog in zijn oorspronkelijke staat en is afgesloten van de rest van het park waardoor er geen/ nauwelijks verstoring plaatsvindt. Daardoor is het een zeer waardevol gebiedje. De huidige bestemming is Groen met de dubbelbestemming ‘Waarde Natuur”. Om dit graslandje optimaal te beschermen wordt de bestemming “Groen’ er afgehaald en krijgt het de bestemming “Natuur”. Daarnaast zullen wij het hele Leijpark integraal bekijken en op basis van een parkbrede onderbouwing bepalen welk deel een natuurbestemming moet/kan krijgen en welk deel een groen/recreatiebestemming zal krijgen.

20

Conclusie

Deze zienswijze leidt niet tot een andere herbegrenzing.

21

Nota van inspraakreacties Ontwikkelleidraad St. Elisabeth Ziekenhuis e.o. 2009, 1e herz (Zorgcampus) Het ontwerpbestemmingsplan St. Elisabeth Ziekenhuis e.o. 2009, 1e herz (Zorgcampus) heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van maandag 22 november 2021 tot en met 3 januari 2022. Tegelijk heeft de concept Ontwikkelleidraad ter inzage gelegen voor inspraak. Er is 1 reactie ingediend. De Ontwikkelleidraad is thans gereed om te worden vastgesteld, met inachtneming van de onderstaande reactie op de inspraak, die hieronder samengevat worden weergegeven, maar integraal zijn beoordeeld. Zienswijze 1 – Waterschap De Dommel Zienswijze 1.1 De Ontwikkelleidraad benoemt dat voorafgaand aan de realisatie van de plannen in samenwerking tussen ETZ, het waterschap, de gemeente en de provincie een inrichtingsplan opgesteld wordt voor invulling van de functie van de Nieuwe Leij als ecologische verbindingszone. Het waterschap vraagt u om te vermelden dat deze samenwerking nog een formele vorm moet krijgen. Ondanks diverse inspanningen die het waterschap hiervoor heeft gedaan, heeft er nog geen formalisering van de samenwerking plaatsgevonden en zijn er nog geen duidelijke afspraken gemaakt over de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partners in de samenwerking.

Verder adviseert het waterschap uiteraard graag bij de concrete invulling van het Inrichtingsplan. Standpunt Zie reactie op zienswijze 2.1. gemeentebestuur Conclusie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van de Ontwikkelleidraad. Zienswijze 1.2

Standpunt gemeentebestuur

Conclusie

In de Ontwikkelleidraad staat dat het onderhoud van de Nieuwe Leij bij voorkeur wordt uitgevoerd vanuit de beek. Dat is niet mogelijk en wenselijk: Onderhoud aan de Nieuwe Leij voert het waterschap uit vanaf de oevers. Het waterschap vraagt opnieuw om aan de zuid- en oostkant van de beek – buiten de natuurvriendelijke oevers – 5 meter ruimte te reserveren voor een onderhoudspad. Er zal de mogelijkheid voor een onderhoudsstrook komen onder de voorwaarde dat deze afgezet kan worden. Het streven is afzetting met een begroeiing dicht op de afzetting zodat het niet uitnodigt te gaan wandelen of fietsen op die strook. Het is niet de bedoeling dat die onderhoudsstrook als recreatieroute gaat functioneren. De onderhoudsstrook maakt namelijk deel uit van de EVZ. Het onderhoudspad zal geen onderdeel uit maken van de natuurvriendelijke oevers. De oevers vormen juist het leefgebied van de planten- en diersoorten waarvoor de natuurzone is bedoeld. Ruimtereservering voor het onderhoudspad is daarom nodig vanaf de insteek van de oevers (buiten het “flauwe” deel). De inspraakreactie leidt tot aanpassing van de Ontwikkelleidraad, paragraaf 4.1. Beekdal laatste bullit.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11684298/1