02 Nota van zienswijzen bp Enschotsebaan-zuid (woningbouw) 2018
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan "Enschotsebaan Zuid" 1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan "Enschotsebaan-Zuid" heeft ter inzage gelegen van maandag 13 juli 2020 tot en met maandag 24 augustus 2020. Tijdens deze periode zijn er in totaal zes schriftelijke zienswijzen ingekomen. Alle deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingekomen en daarmee ontvankelijk. Hierna volgt een samenvatting van de zienswijzen, het standpunt van het gemeentebestuur en de conclusie aangaande de beoordeling. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze, er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. Zienswijzen van natuurlijke personen zijn geanonimiseerd.
2. Zienswijzen Zienswijze 1 (ontvangen op 18 juli 2020) Reclamant dient op basis van het stedenbouwkundig plan bezwaar in tegen de parkeerplaatsen aan de Akelei, direct naast de woning aan Klaproosstraat 24. Tijdens de koop en de bouw van de woning is de ontsluiting vanuit de tuin naar de openbare weg specifiek aangepast omdat het garagedeel van de woning een zakelijke bestemming heeft. De ruimte tussen de ontsluiting en de voorzijde van de woning is destijds besproken en aangegeven te zijn voorzien als groenstrook. In het huidige plan zijn direct naast de woning parkeerplaatsen ingetekend die de uitstraling niet ten goede komen. Daarnaast is aangegeven dat er interesse is voor het bijkopen van deze groenstrook (voor eventueel bouw extra garage) waar door de ontwikkelaar en de gemeente geen duidelijk antwoord op is gekomen. Standpunt gemeentebestuur Bebouwing dichter op de hoek Akelei-Klaproosstraat is niet wenselijk. Het is ongebruikelijk om het straatprofiel hier te versmallen. Het zorgt voor een rommelig straatbeeld en maakt het kruispunt minder overzichtelijk. Verder zijn in- en uitritten kort op een kruispunt niet wenselijk. Daarnaast is er een parkeerbalans opgesteld om per woningveld voldoende parkeerplaatsen te kunnen realiseren. De voorlopige inrichting met langsparkeren en bomen aan de Akelei is een standaardoplossing voor een woonstraat.
Dit zal in het inrichtingsplan nader worden uitgewerkt. Belangrijk is dat er goede voetgangersvoorzieningen komen, groen in de straat en dat de verkeersveiligheid geborgd is. Tot slot wordt nog opgemerkt dat het stedenbouwkundig plan puur ter indicatie is om een idee te geven hoe het plan er uit kan komen te zien. Het heeft geen juridische status. Het bestemmingsplan daarentegen wel. Het bestemmingsplan is globaal van opzet, waarbij niet gedetailleerd is aangegeven waar wel en geen parkeerplaatsen komen. Conclusie De zienswijze onder 1 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 2 (ontvangen op 19 augustus 2020) Het gebied grenzend aan de Akelei, welke de bestemming 'Wonen-uit te werken' heeft, geeft volgens reclamant aan hen onvoldoende zekerheid over hetgeen gerealiseerd kan worden. Men wil inzicht in specifieke ontwerp uitgangspunten. Er is een zorgvuldige inpassing geboden om het straatbeeld en daarmee de waarde van de woningen te behouden. Men wil het plan aangepast hebben door: • het type woningen te specificeren in 2-onder-1 kap en vrijstaand; • het maximaal bebouwingspercentage van de kavel te specificeren; • de locatie van de voorgevelrooilijn aan te geven: de huidige woningen aan de Akelei hebben een voorgevelrooilijn van 7 à 8 meter vanaf de perceelgrens.
Dit principe moet doorgezet worden; • de situering van de hoofdgebouwen en uitritten aan te laten sluiten op de al gerealiseerde woningen aan de Akelei (geen uitritten tegenover hoofdgebouwen van reeds gerealiseerde woningen Akelei); 1
•
zo veel als mogelijk het bestaande groen (bomen) behouden en opnemen in het verkavelingsplan.
Standpunt gemeentebestuur Op de gronden gelegen tegenover Akelei 7-9-11-13 ligt een uit te werken woonbestemming. Om meer duidelijkheid te geven aan de grondeigenaar en omwonenden wordt de uit te werken bestemming vervangen door een directe bouwtitel, waarbij twee vrijstaande woningen gebouwd kunnen worden. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 6. Conclusie De zienswijze onder 2 is gegrond. Door het opnemen van een directe bouwtitel en het vastleggen van bouwvlakken wordt meer duidelijkheid gegeven waar de woningen kunnen komen.
Zienswijze 3 (ontvangen op 20 augustus 2020) a. Reclamant dient bezwaar in tegen de bouwkavels gelegen tegenover Akelei 7-9-11-13. Er is geen duidelijk beeld van wat er voor bebouwing wordt toegestaan, vrijstaand of twee-onder-een kap? Er wordt geen duidelijke rooilijn ten opzichte van de voorgevel tot grens kavel aangegeven. De wens hiervoor is minimaal dezelfde regel van de huidige bebouwing van 7 tot 8 meter te hanteren. Er is geen duidelijkheid over de eventuele herziening of aanpassing van openbare ruimte voor de bouwkavels ten opzichte van groenstroken, trottoirs en parkeerhavens. De wens hierbij is dat er geen versobering en vermindering van deze voorzieningen plaatsvindt. Tevens kan dit door bijvoorbeeld verbreding van de openbare weg met een trottoir leiden tot een gewenste grotere afstand tot de huidige bebouwing. Er is geen duidelijkheid over de schending van de huidige privacy van de bestaande woningen. Daarbij wordt gedacht aan inkijk in de bestaande woningen door positionering van zichtvlakken (glas, verwijdering groen en bomen). Dit zou namelijk onherroepelijk de privacy verminderen ten opzichte van de huidige situatie, wat kan leiden tot waardevermindering van de huidige woningen door beperking van het vrije uitzicht op groen en bomen. Daarnaast zal dit het woongenot verminderen, wat eveneens tot waardevermindering van de huidige woningen kan leiden.
Er is geen duidelijkheid over de positionering van eventuele opritten en ontsluitingen van privé terrein naar de openbare weg. De wens is dat er geen overlast van licht van auto's of permanente verlichting ten aanzien van de bestaande hoofdgebouw Akelei 9 wordt veroorzaakt. De huidige summiere informatievoorziening maakt het onmogelijk om een reëel inschatting te maken wat de gevolgen zouden kunnen zijn en op voorhand kenbaar te maken wat wenselijk zou zijn om eventuele nadelige gevolgen van aanpassing van het bestemmingsplan te minimaliseren. Standpunt gemeentebestuur Zie beantwoording onder 2 en onder 6. Zoals onder 2 al is aangegeven wordt de uit te werken bestemming vervangen door een directe bouwtitel en worden bouwvlakken opgenomen zodat duidelijk is waar de woningen kunnen komen. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder 6. Verder wordt in aanvulling daarop het volgende opgemerkt. Wat het uitzicht betreft bestaat er in het algemeen geen recht op blijvend vrij uitzicht. In verschillende uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat bevestigd. Zo ook in de uitspraak van 3 mei 2017 (ENCLI:NL:RVS:2017:1172) waarbij op 26 meter afstand van woningen bouwwerken van 11 meter hoog worden toegelaten. Dit leidde naar het oordeel van de Afdeling niet tot onevenredige aantasting van het uitzicht.
De woningen aan de westzijde van de Akelei (maximale bouwhoogte 10 meter) komen op een afstand van circa 26 meter vanaf de woningen aan Akelei 9, 11 en 13.
2
De inrichting van de openbare ruimte wordt in het inrichtingsplan nader vormgegeven. Daarin wordt duidelijkheid gegeven over hoe de openbare ruimte er uit komt te zien. Wat betreft de positionering van opritten en ontsluitingen wordt opgemerkt dat het aantal verkeersbewegingen van een oprit voor één woning beperkt is. Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, kan een verzoek voor planschade ingediend worden mocht reclamant van mening zijn dat hij planschade lijdt. Conclusie De zienswijze onder 3 is gegrond voor wat betreft het vastleggen van de sitering van de woningen en het opnemen van een directe bouwtitel in plaats van een uit te werken bestemming. Voor het overige is de zienswijze ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 4 (ontvangen op 20 augustus 2020) a. In het ontwerp plan is opgenomen dat er geen extra groen is voorzien tegen percelen grenzend aan de percelen aan de Bosscheweg. Het bestaande groen van de tuinen van de percelen van de Bosscheweg is als groen ingetekend en er is opgenomen dat daar geen groen is voorzien. In het project Meesterhof lijkt het echter zo te zijn dat er achter een aantal woningen een ontsluiting aan de achterkant van de percelen is voorzien richting het fietspad/ontsluiting naast de Burgemeester Bechtweg.
Deze ontsluiting zou dan aangrenzend liggen aan erfafscheidingen van de percelen van de Bosscheweg. Gevraagd wordt wat het ontwerp van de ontsluiting is, indien deze inderdaad voorzien is, of deze wordt afgesloten voor niet bewoners en de wijze waarop deze ontsluiting ligt ten aanzien van de erfafscheidingen van de percelen aan de Bosscheweg. Als suggestie wordt een groenstrook tussen de ontsluitingen en de percelen voorgesteld. b. In het akoestisch onderzoek is aangegeven dat een aantal woningen over de norm voor geluidhinder heen gaat met bouwaanpassingen voor gevels tot gevolg. Het verhogen van de geluidswal bij de Burgemeester Bechtweg lijkt vanuit kostenoogpunt niet realistisch. Gevraagd wordt wat het effect is van de weerkaatsing van het geluid richting de percelen op de Bosscheweg wanneer er hoogbouw (al dan niet met speciale geluidwerende gevels) plaatsvindt tussen de Burgemeester Bechtweg en de Bosscheweg. Standpunt gemeentebestuur a. Het stedenbouwkundig plan, welke als bijlage bij de toelichting is opgenomen, laat zien dat tussen de voorziene bebouwing aan de zuidwest zijde (tussen Burgemeester Bechtweg en Bosscheweg) en de achterzijde van de woningen aan Bosschweg 92, 90 en 88 een aanduiding 'bomen nader te bepalen' is opgenomen en een voetpad/brandgang is ingetekend. Het stedenbouwkundig plan heeft echter geen enkele status.
Het geeft slechts een indicatie hoe het er uit zou kunnen komen zien. Het bestemmingsplan is bepalend. Daarin zijn de gronden gelegen tussen Burgemeester Bechtweg en Bosscheweg bestemd als 'Woongebied'. Daarin zijn behalve woningen onder meer ook groenvoorzieningen, ontsluitingswegen en langzaamverkeersroutes toegestaan. Het ontwerp van de ontsluiting zal in het inrichtingsplan nader worden uitgewerkt. b. Er vindt geen hoogbouw plaats tussen de Burgemeester Bechtweg en de Bosscheweg. De maximale bouwhoogte in dat bouwvlak bedraagt 10 meter, de maximale goothoogte bedraagt 7,5 m. Bovendien loopt de Burgemeester Bechtweg op een hoogte van circa 6 meter boven het maaiveld van het plangebied met een geluidscherm van 3 meter hoogte langs de weg. Voor reflecties op het 6 meter lager gelegen plangebied hoeft niet te worden gevreesd. Conclusie De zienswijze onder 1 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 5 (ontvangen op 18 juli 2020) a. Reclamant heeft uitzicht op de achterzijde van de percelen gelegen aan Enschotsebaan 21/21a. Een deel van dat perceel heeft de bestemming 'Wonen-uit te werken' gekregen. Deze bestemming maakt het onder andere mogelijk om maximaal 2 grondgebonden woningen te realiseren. Deze ontwikkeling gaat ten koste van het woongenot. De uit te werken bestemming 3
geeft geen zicht op de ligging van de voorgevelrooilijn. De woning van reclamant ligt op een afstand van 7 m uit de rand van de weg. Als de woningen aan de overzijde aan de rand van de percelen mogen worden gerealiseerd, dan is de impact voor reclamant aanzienlijk groter dan bij een afstand van 7 m vanaf de rand van het perceel. b. Het is niet duidelijk wat voor soort woningen er kunnen komen en is de ligging van de bouwvlakken niet bekend. Als dat wel bekend zou zijn, zou de impact voor wat betreft de beperkingen van het woongenot beter in te schatten. c. Inkijk in de woning en tuin is dadelijk mogelijk, wat een inbreuk op de bestaande situatie en een aantasting van de privacy is. Aanpassing van het plan is nodig om privacy te beschermen. Nu hebben reclamanten uitzicht over een achtertuin met bomen. Na voltooiing van het plan hebben ze direct zicht op een enorme bouwmassa van het bouwproject, wat het bestaande uitzicht in ernstige mate aantast. Om het vrije uitzicht zoveel mogelijk te behouden is aanpassing van het plan noodzakelijk. d. Op de locatie is nu voldoende parkeerruimte aanwezig. Het is niet duidelijk of de parkeerplaatsen die nu aan de overzijde van de woning van reclamanten aanwezig zijn, met dit plan daar ook blijven liggen. Indien dat niet het geval is, wordt de parkeerdruk op de omgeving wel groter met de komst van nog eens twee woningen. e.
Afgevraagd wordt of er tussen de woningen en de openbare weg een trottoir wordt gerealiseerd. Dit maakt dat de afstand van de nieuw te realiseren woningen tot de woning van cliënten ook wordt vergroot. f. Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, moet dit nadeel zo klein mogelijk blijven. Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat het nadeel van omwonenden waar mogelijk beperkt blijft. g. Gevraagd wordt om het bestemmingsplan voor het perceel gelegen tegenover hen met de bestemming 'Wonen-uit te werken' niet vast te stellen danwel het plan aan te passen. Standpunt gemeentebestuur a. Zie beantwoording onder 2 en 6. Zie beantwoording onder 2 en onder 6. Zoals onder 2 al is aangegeven wordt de uit te werken bestemming vervangen door een directe bouwtitel en worden bouwvlakken opgenomen zodat duidelijk is waar de woningen kunnen komen. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder 6.
b.
c. d.
e.
f.
Verder wordt in aanvulling daarop het volgende opgemerkt. Wat het uitzicht betreft bestaat er in het algemeen geen recht op blijvend vrij uitzicht. In verschillende uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is dat bevestigd. Zo ook in de uitspraak van 3 mei 2017 (ENCLI:NL:RVS:2017:1172) waarbij op 26 meter afstand van woningen bouwwerken van 11 meter hoog worden toegelaten. Dit leidde naar het oordeel van de Afdeling niet tot onevenredige aantasting van het uitzicht. De woningen aan de westzijde van de Akelei (maximale bouwhoogte 10 meter) komen op een afstand van circa 26 meter vanaf de woningen aan Akelei 9, 11 en 13. Zie de beantwoording onder 2 en 6. Er kunnen uitsluitend twee vrijstaande woningen komen. De gronden krijgen in plaats van een uit te werken bestemming een directe bouwtitel. Hierdoor is duidelijk hoe de bouwvlakken komen te liggen. Verwezen wordt naar de beantwoording onder a. De verkeersbestemming blijft gehandhaafd. Hierin is parkeren mogelijk. In het stedenbouwkundig plan is een parkeerbalans opgesteld voor alle woonvelden inclusief bestaande woningen aan de Akelei. In het inrichtingsplan wordt dit nader uitgewerkt en zullen voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd c.q. beschikbaar blijven voor bestaande woningen. Dit dient bovendien bij de aanvraag omgevingsvergunning aangetoond te worden.
De verkeersbestemming is hier circa 13 meter breed. De rijbaan is circa 5 à 6 meter breed. In de verkeersbestemming is behalve de rijbaan plaats voor parkeren, groen en een voetpad. Hoe de feitelijke inrichting er uit komt te zien zal in het inrichtingsplan nader worden uitgewerkt. Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, kan een verzoek voor planschade ingediend worden mocht reclamant van mening zijn dat hij planschade lijdt. Aangezien de bedrijfsactiviteiten op het perceel eindigen, wordt verwacht dat er geen nadeel is, dan wel dat het nadeel zeer beperkt is. 4
g.
Gezien het bovenstaande wordt hier geen medewerking aan verleend.
Conclusie De zienswijze onder 5 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 6 (ontvangen op 24 augustus 2020) a. Reclamant exploiteerde in het verleden een fruitteeltbedrijf op de locatie Enschotsebaan 21. Bij de verkoop van de bedrijfsgronden aan diverse projectontwikkelaars ten behoeve van woningbouw is op 27 juli 2010 een vaststellingsovereenkomst tussen partijen gesloten. Daarin is overeengekomen dat de bij reclamant in eigendom blijvende gronden bestemd worden tot woningbouw. In de overeenkomst is opgenomen: “X neemt een inspanningsverplichting op zich om te bewerkstelligen dat het bij Reclamant in eigendom zijnde perceel Enschotsebaan 21 zodanig door gemeente wordt bestemd dat: • De bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk wordt op het zuidelijke deel, welke woningen zullen zijn gesitueerd op en worden ontsloten via de nieuw aan te leggen planontsluitingsweg aan de oostzijde, zoals ter indicatie op de aangehechte situatietekening staat vermeld; • Ter plaatse van de huidige bedrijfsruimte gesitueerd aan de Enschotsebaan eveneens de bouw mogelijk wordt gemaakt van een vrijstaande woning (nr. drie), zoals ter indicatie op de aangehechte situatietekening staat vermeld." In het huidige bestemmingsplan wordt deze afspraak onvoldoende nageleefd.
Er is slechts een nader uit te werken bestemming woonbestemming opgenomen en maakt het bestemmingsplan niet de "bouw" van drie vrijstaande woningen op het perceel van reclamant mogelijk. b. Verder levert de 'uit te werken' bestemming onvoldoende rechtszekerheid en zijn de kosten die voor rekening van reclamant komen vele malen hoger dan bij een directe bouwtitel. Er ontstaat afzonderlijk risico op bezwaar van omwonenden vanwege een afzonderlijke procedure, er zijn extra kosten voor noodzakelijke onderzoeken, extra kosten voor het op te stellen bestemmingsplan en voor te betalen leges in verband met de afzonderlijke procedure. Dit is in strijd met de vaststellingsovereenkomst en de intenties welke tussen partijen zijn vastgelegd. c. Verzocht wordt om het bestemmingsplan aan te passen overeenkomstig de strekking van de vaststellingsovereenkomst tussen partijen.
Standpunt gemeentebestuur a. De gemeente is geen partij in de gesloten vaststellingsovereenkomst tussen reclamant en ontwikkelaar. Eerder is door de toenmalige rentmeester van reclamant een uit te werken bestemming akkoord bevonden. In het onderhavige ontwerp bestemmingsplan is eenzelfde invulling voor de percelen meegenomen, waarmee wordt voldaan aan de vaststellingsovereenkomst. Gezien de zienswijze en gezien de zienswijzen van omwonenden die meer zekerheid willen over wat er ontwikkeld wordt, wordt de uit te werken bestemming vervangen door een directe bouwtitel voor twee vrijstaande woningen. b. Zie de beantwoording onder a. c. Ze de beantwoording onder a. Conclusie De zienswijze onder 1 is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3. Wijzigingen bestemmingsplan 3.1 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Het plan wordt op de volgende onderdelen gewijzigd naar aanleiding van ingediende zienswijzen. Verbeelding De uit te werken bestemming vervalt en wordt vervangen door een directe bouwtitel. De gronden krijgen de bestemming Wonen. Er worden twee bouwvlakken opgenomen voor elk één vrijstaande woning. De twee bouwvlakken liggen 8 meter uit elkaar (2 x 4 m uit de zijdelingse perceelgrens). De
5
afstand tot de andere zijdelingse perceelgrens is voor beide bouwvlakken ter hoogte van de voorgevelrooilijn gelijk. De bouwvlakken liggen op 6 m uit de voorste perceelgrens. De diepte van de bouwvlakken bedraagt 12 m. De bouwvlakken krijgen een breedte van 8 m. Regels De uit te werken bestemming vervalt en wordt vervangen door een directe bouwtitel. De gronden krijgen de bestemming Wonen met een maximale goot- en bouwhoogte van 6 resp. 10 meter. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarbij uitsluitend woningen gebouwd mogen worden nadat de (voormalige) bedrijfshal is verwijderd. 3.2 Ambtshalve wijzigingen Het plan wordt op de volgende onderdelen ambtshalve gewijzigd. Verbeelding a. Aan de oostzijde tussen de straten Jakobsladder en Vrouwenmantel is in het verlengde van de Ranonkel in de bestemming 'Woongebied' een onderbreking tussen twee bouwvlakken. Hier wordt in de toekomst een voetpad aangelegd, in het verlengde van het bestaande voetpad haaks op de Heggenwikke. De gronden tussen het bestaande voetpad en de Jakobsladder en met een breedte van circa 8 meter worden bestemd als 'Verkeer-Verblijf'. De aansluitende bouwvlakken in de bestemming 'Woongebied' worden 3,5 meter teruggelegd.
b.
De plangrens aan de noordwest zijde wordt aangepast door deze op de kadastrale grens te leggen van het meest noord-oostelijk gelegen kavel. Het betreft een strook van circa 9 x 62 meter. Het betreft hier geen afwijking welke naar aard en omgang zo groot is dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld. De gronden krijgen een bestemming 'Bedrijf' zonder een aanduiding voor bouwvlak én een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'. Het betreft percelen met nummers Berkel-Enschot, sectie A nummer 5562 (gedeeltelijk) en nummer 4770. 6
c.
De bestemming ‘Verkeer-verblijf’ wordt ter hoogte van de Meester van Mensvoortstraat ten behoeve van kabels en leidingen aangepast. Initiatiefnemer is voornemens de kabels en leidingen ter hoogte van de Meester van Mensvoortlaan te laten liggen. Om een gunstige civieltechnische situatie te creëren dient de beoogde weg zo kort mogelijk over de leidingen te lopen. De oversteek over de kabels en leiding dient zo klein mogelijk te worden. Hieronder is de beoogde nieuwe weginrichting weergegeven. De bestemming verkeer wordt verruimt zodat er flexibiliteit ontstaat om de weg zodanig in te richten dat de oversteek van de kabels en leidingen zo klein mogelijk wordt. Het bestemmingsvlak Woongebied wordt in noordoostelijke richting opgeschoven. De groenbestemming wordt mee aangepast. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven. In het inrichtingsplan wordt de definitieve weg en inrichting van deze straat en bijbehorend groen vorm gegeven.
Oude situatie d.
Nieuwe situatie
De wijzigingsbevoegdheid om een gedeelte van de groenbestemming te kunnen wijzigen in een woonbestemming wordt in westelijke richting vergroot. Op de onderstaande afbeelding is de vergroting weergegeven. De wijzigingsbevoegdheid kan gebruikt worden zodra de hoogspanningsverbinding naar een andere locatie, ondergronds, is verplaatst. Door het vergroten van het gebied van de wijzigingsbevoegdheid kunnen er meer courante percelen ontstaan.
7
e.
De bouwgrens van de bestemming Woongebied zoals hieronder op de tweede afbeelding met een rode pijl is aangegeven wordt circa 2 meter in noordwestelijke verruimd om de gewenste bebouwing zoals hieronder in de eerste afbeelding is aangegeven mogelijk te maken.
Regels a. In artikel 10 Woongebied wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin bepaald wordt dat uitsluitend woningen gebouwd en in gebruik genomen mogen worden nadat in de bestemming 'Groen' of 'Water' voldoende waterberging is gerealiseerd. Onder voldoende waterberging wordt verstaan minimaal 60 liter per m2 verhard oppervlak. Toelichting a. De paragraaf archeologie wordt aangepast naar aanleiding van een uitgevoerd archeologisch proefsleuvenonderzoek. Dat onderzoek wordt als bijlage bij de toelichting gevoegd. b. De paragraaf ecologie wordt aangepast naar aanleiding van een nieuwe Aeriusberekening en ecologische voortoets. Deze worden tevens als bijlage bij de toelichting gevoegd. c. De paragraaf Geluid wordt aangepast naar aanleiding van het Besluit tot vaststelling van hogere waarde. Het besluit wordt als bijlage bij de toelichting opgenomen.
8