02 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Reit 2007, 7e herziening (Reitseplein 15) Het ontwerpbestemmingsplan Reit 2007, 7e herziening (Reitseplein 15) heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van maandag 14 december 2020 tot en met maandag 25 januari 2021. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Het plan is thans gereed om te worden vastgesteld, met inachtneming van de onderstaande reactie op de zienswijzen, die hieronder samengevat worden weergegeven, maar integraal zijn beoordeeld. Zienswijze 1 – bewoner Bokhamerstraat 35 Zienswijze 1.1 Reclamant meent dat de beoogde nieuwbouw hoger zal worden en dichter op het spoor zal komen te staan dan het voormalige kantoorgebouw. Standpunt Het geldende bestemmingsplan Reit 2007 laat op het hele perceel een maximale gemeentebestuur bouwhoogte van 30 meter toe. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de maximale bouwhoogte gedifferentieerd voor de verschillende bouwdelen. De westvleugel wordt maximaal 21 meter hoog, de noordvleugel wordt maximaal 24 meter hoog, de oostvleugel wordt maximaal 34 meter hoog en de losstaande toren in het zuiden van het plangebied krijgt een maximale bouwhoogte van 49 meter. Dit is goed te zien op de (digitale) verbeelding. De beoogde nieuwbouw wordt dus plaatselijk hoger dan het voormalige kantoorgebouw.
De noordgevel van de beoogde nieuwbouw (waar reclamant op uitkijkt) wordt voor twee derde deel maximaal 24 meter hoog en voor een derde maximaal 34 meter hoog. Op deze locatie, gelegen in stedelijk gebied, worden bouwhoogten van 21, 24, 34 meter en plaatselijk 49 meter aanvaardbaar geacht. Hoogbouw van een dergelijke hoogte en omvang is hier stedenbouwkundig goed inpasbaar. Daarbij is het zo dat de woning van reclamant gelegen is aan de andere kant van het spoor, op geruime afstand (ca. 90 meter) van de beoogde nieuwbouw. Er is onderzoek verricht naar schaduwwerking en windhinder en hieruit blijkt dat het woon- en leefklimaat van reclamant niet onevenredig wordt geschaad. Hierop wordt nader ingegaan in de beantwoording van zienswijzen 1.4 en 1.5. De afstand van de beoogde nieuwbouw tot het spoor wordt groter. Dat is te zien op onderstaande afbeelding, waar op de ondergrond het voormalige kantoorgebouw is weergegeven en de grens van het nieuwe bouwvlak in rood is aangeduid.
1
Conclusie
De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 1.2
Reclamant vreest voor een verandering van het windklimaat in de Bokhamerstraat vanwege de beoogde nieuwbouw. In de toelichting van het bestemmingsplan is door middel van een windhinderstudie (bijlagen 1 en 2 bij de toelichting) inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van de ontwikkeling voor het windklimaat in de omgeving. De rekenresultaten laten zien dat het windklimaat op de noordwesthoek van de beoogde nieuwbouw in klasse C en zeer lokaal in klasse D valt. Dit windklimaat is te verklaren doordat het U-gebouw aan de westzijde beperkt is in hoogte, maar wel een brede gevel heeft waar de wind vrij op kan aanstromen. Deze gevel zal dus verhoudingsgewijs nog veel wind vangen, die ook langs de gevel afstroomt. Op de hoek zal een hoekstroom ontstaan. Echter de resultaten uit het CFD windhinderonderzoek laten zien dat dit effect niet reikt tot aan (de woningen aan) de Bokhamerstraat. Geconcludeerd kan worden dat het nieuwbouwplan geen effect zal hebben op het windklimaat nabij de woningen aan de Bokhamerstraat.
Standpunt gemeentebestuur
Conclusie
De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 1.3
Reclamant vreest voor een afname van bezonning op zijn woning vanwege de beoogde nieuwbouw. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is een bezonningsstudie uitgevoerd om te beoordelen of er sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen ter plaatse van omliggende woningen hanteert de gemeente Tilburg de Haagse bezonningsnorm. Dat houdt in dat omliggende woningen ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag moeten ontvangen op de gevel in de periode van 19 februari tot 21 oktober (gedurende 8 maanden). De bezonningsstudie (bijlage 3 bij de toelichting) laat zien dat de schaduw van de beoogde nieuwbouw op geen enkel tijdstip van de onderzochte data (21 januari, 19 februari, 21 juni, 21 oktober en 22 november) reikt tot de woning van reclamant. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de Haagse bezonningsnorm en de nieuwbouw zal niet leiden tot een onaanvaardbare afname van bezonning op de woning van reclamant. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Standpunt gemeentebestuur
Conclusie Zienswijze 1.4
Standpunt
Reclamant meent dat de gemeente “van de hak op de tak springt wanneer het even zo uitkomt en er geld te verdienen valt” en lijkt hiermee te suggereren dat er geen consistent beleid gevoerd wordt. De gemeente werkt al geruime tijd aan de ontwikkeling van deze omgeving. Zo is in de
2
gemeentebestuur
Conclusie Zienswijze 1.5 Standpunt gemeentebestuur
Conclusie Zienswijze 1.6
Standpunt gemeentebestuur
Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld oktober 2015) al gesteld dat de knooppunten Binnenstad en Tilburg University Campus een belangrijke rol zullen gaan spelen bij het verbinden van kennis en creativiteit aan de stad. De ontwikkelingsrichtingen van deze knooppunten worden hierbij in woord en beeld geschetst. Meer recent is hier verdere uitwerking aan gegeven door middel van de concept-Gebiedsvisie Kenniskwartier (ter inzage tot 1 maart 2020). Het bouwplan voor de locatie Reitseplein 15 is beoordeeld in het licht van zowel de Omgevingsvisie Tilburg 2040 als de concept-Gebiedsvisie Kenniskwartier. Gelet op de aard van het programma (studentenhuisvesting gericht op internationale studenten in combinatie met gedeelde voorzieningen) en het stedelijke karakter is het plan als passend beoordeeld. Het plan draagt bij aan de gewenste hoogstedelijke mix van functies in deze omgeving en het complex biedt woonruimte aan de juiste doelgroep. Er is namelijk behoefte aan studentenhuisvesting in Tilburg. Daarnaast levert het plan een bijdrage aan de inrichting van de ecologische zone aan het spoor. Kortgezegd voldoet het plan aan alle ruimtelijke beleidskaders van de gemeente en levert het een bijdrage aan de ambities voor het gebied en de stad. Er is dus sprake van een consistent beleid en de gemeente werkt graag mee aan het initiatief door het bestemmingsplan te herzien.
De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Reclamant stelt dat alle grenswaarden worden overschreden. Aangenomen wordt dat de reclamant doelt op de grenswaarden voor geluid en het gemeentebestuur beschouwt deze zienswijze mede als zijnde een zienswijze op het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder. Uit het akoestisch rapport blijkt dat de maximale grenswaarde van 68 dB waarvoor in de Wet geluidhinder ontheffing kan worden verleend voor railverkeer op een deel van de nieuwbouw wordt overschreden. Om te kunnen voldoen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid is (in ontwerp) een hogere waarden besluit genomen verankerd in de regels van het bestemmingsplan. In het hogere waarden besluit zijn diverse voorwaarden opgenomen waaraan de nieuwbouw moet voldoen. Eén van de voorwaarden is dat de geluidbelasting op de nieuwbouw door railverkeer teruggebracht moet worden tot maximaal 68 dB. Dit kan door in het definitief ontwerp van de nieuwbouw aanvullende, gebouwgebonden maatregelen te treffen en/of het toepassen van dove gevels. In het kader van de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning ingevolge de Wabo onderdeel bouwen zal getoetst worden of de nieuwbouw aan de in het hogere waarden besluit gestelde voorwaarden voldoet.
Op basis van het voorlopige ontwerp van het nieuwbouwcomplex zijn diverse geluidwerende voorzieningen gedimensioneerd. Met deze maatregelen in combinatie met een goede geluidwering van de gevel om het maximale binnenniveau uit het Bouwbesluit te waarborgen, zijn de woningen inpasbaar in het kader van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke hogere waarden beleid. De belangen van de reclamant worden door de afgifte van hogere grenswaarden niet geschaad. Het gaat om een hogere belasting op de te bouwen woningen. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Reclamant ervaart licht- en geluidsoverlast van de sportvelden gelegen direct ten westen van de locatie Reitseplein 15 en is van mening dat de lampen en de muziek eerder uit moeten (23:00 uur is te laat) en dat de lampen moeten worden verlaagd. De bestaande, planologisch al toegestane sportvelden maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Dit betekent dat de sportvelden niet (opnieuw) beschouwd hoeven te worden in het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening. Voor sportvelden is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. In dit besluit zijn voorschriften gesteld om geluidsoverlast te beperken. Voor het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast stelt het besluit voorwaarden in artikel 3.148.
Artikel 3.148 stelt dat de verlichting is uitgeschakeld tussen 23.00 uur en 07.00 uur en indien er geen sport wordt beoefend noch onderhoud plaatsvindt de verlichting ook is uitgeschakeld. Indien de voorwaarden voor
3
Conclusie Zienswijze 1.7 Standpunt gemeentebestuur
Conclusie
geluid en lichthinder in acht worden genomen mag er vanuit gegaan worden dat er geen hinder optreedt. Indien er desondanks nog geluid- en/of lichthinder wordt ervaren zal dit via het reguliere handhavingsspoor opgepakt moeten worden door hiervan melding te doen bij het Centraal Meldpunt. Vervolgens beoordeelt de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant of de klacht gegrond is. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Reclamant vreest dat de studentenwoningen, naast de overlast die hij ervaart van de sportvelden, voor nog meer overlast zullen zorgen in de omgeving. De reclamant heeft niet nader toegelicht welke vorm van overlast hij verwacht van de studentenwoningen. De woning van reclamant is gelegen op een afstand van ca. 90 meter van de beoogde nieuwbouw aan de andere kant van het spoor. Er is geen reden om aan te nemen dat dit plan tot meer dan gemiddelde overlast zal leiden. Eventuele toekomstige overlast is een kwestie van handhaving van de openbare orde en komt in een bestemmingsplanprocedure niet aan de orde. Indien de reclamant in de toekomst overlast ervaart, dan kan hij dit melden via het Centraal Meldpunt van de gemeente. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 2 – Theresialyceum Zienswijze 2.1 Het Theresialyceum vreest voor geluidsoverlast van de bouw tijdens gymlessen op de sportvelden (april t/m oktober) en in de leslokalen aan de noordkant van de school, met name tijdens de proefwerkweken en de examenperiode. Standpunt Geluidsoverlast tijdens de bouwwerkzaamheden kan niet worden uitgesloten. Voor de gemeentebestuur bescherming tegen het geluid voor bouwen geldt het Bouwbesluit 2012. De uitvoering van bouwwerkzaamheden moet zodanig zijn dat een voor de omgeving onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder, waaronder geluidsoverlast, zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het Bouwbesluit hanteert hierbij een dagwaarde en een maximale blootstellingsduur. De dagwaarde is de waarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor geluid tussen 07.00 tot 19.00 uur en wordt bepaald op de gevel van geluidsgevoelige object als bedoeld in artikel 11.1 van de Wet milieubeheer. Een schoolgebouw wordt hierbij beschermd, de sportvelden niet. Door het naleven van de voorschriften van het Bouwbesluit mag verwacht worden dat geluidsoverlast ten gevolge van de bouwwerkzaamheden wordt beperkt.
Aanvullend heeft de ontwikkelaar toegezegd om voorafgaand aan de start van de bouw contact op te nemen met het Theresialyceum om de bouwplanning door te nemen en te bespreken of er maatregelen nodig/mogelijk zijn om overlast te beperken. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Zienswijze 2.2
Standpunt gemeentebestuur
Het Theresialyceum maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in de omgeving gedurende de bouwperiode, met het oog op de grote aantallen scholieren die op de fiets naar school komen, niet alleen van het Theresialyceum, maar ook van de JozefMAVO. Het gemeentebestuur begrijpt de zorg van het Theresialyceum. We zijn ons ervan bewust dat de verkeersstromen van en naar de bouwplaats een risico kunnen vormen voor de verkeersveiligheid. Ook de combinatie met hoogbouw nabij het openbaar gebied dient daarbij in ogenschouw te worden genomen. De bouwmethode, werkwijze en bouwplaatsinrichting dienen zodanig gekozen te worden dat schoolgaande jeugd, andere verkeersdeelnemers en gebruikers van de openbare ruimte bij calamiteiten niet in gevaar zullen komen. Alle maatregelen worden door de aanvrager uitgewerkt in een bouwveiligheidsplan en een verkeersplan. Deze plannen worden door de gemeente beoordeeld in de omgevingsvergunningfase. Deze uitwerking is sinds 1 juli 2020 een verplicht onderdeel van de omgevingsvergunningprocedure. In het kader van de bestemmingsplanprocedure zijn het bouwveiligheidsplan en het verkeersplan dus nog niet aan de orde en daarom is er nog geen inzicht in de concrete maatregelen die getroffen zullen worden. Het is ook niet mogelijk om deze uit te werken op het moment dat het bouwplan nog niet is uitgewerkt. De afdeling Dienstverlening is al
4
Conclusie Zienswijze 2.3
Standpunt gemeentebestuur
Conclusie Zienswijze 2.4
Standpunt gemeentebestuur
wel geattendeerd op het feit dat deze ontwikkeling eraan komt en is betrokken bij de planvoorbereiding. Aanvullend heeft de ontwikkelaar toegezegd het bouwveiligheidsplan en het verkeersplan vooraf af te stemmen met het Theresialyceum. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Het Theresialyceum is van mening dat een parkeergarage van 124 parkeerplaatsen onvoldoende is voor 450 studenten en dat de ontwikkeling de parkeerdruk in de omgeving nog verder zal verhogen. Parkeren in de omgeving op werkdagen tussen 09:00 en 15:00 uur is reeds uitzonderlijk lastig. Het aantal parkeerplaatsen is berekend op basis van de parkeernorm van de gemeente. De gemeentelijke parkeernorm is gebaseerd op de kencijfers van het CROW, het kenniscentrum voor verkeer. Omdat de parkeervraag niet op alle momenten van de dag en week hetzelfde is, wordt bij het bepalen van de daadwerkelijke parkeereis gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Op basis daarvan wordt de maatgevende parkeereis, het drukste moment van de week, bepaald. Voor de beoogde functies, zijnde studentenwoningen, dienstverlening en daghoreca, is het maatgevende moment de zaterdagavond. Dan zijn de meeste mensen thuis en zijn er ook de meeste bezoekers. De parkeereis is op dat moment 124 parkeerplaatsen. De garage met 124 parkeerplaatsen voldoet derhalve aan de gemeentelijke parkeereis.
Op werkdagen, door het Theresialyceum aangedragen als het drukste moment, is de berekende parkeervraag 73 parkeerplaatsen en dus ver onder het aantal beschikbare plaatsen van 124. Het Theresialyceum geeft ook aan dat er in de bestaande situatie te weinig parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de omgeving tussen 09:00 en 15:00 uur. Om te kunnen voldoen aan de eis van een ‘goede ruimtelijke ordening’ mag de parkeerdruk in de omgeving niet toenemen vanwege een ontwikkeling. Een bouwplan hoeft alleen te voorzien in de eigen parkeerbehoefte en hoeft eventuele bestaande parkeertekorten niet te compenseren. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Het Theresialyceum meent dat de extra verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt zullen leiden tot een verminderde verkeersveiligheid op het Reitseplein en de Sportweg. Het aantal verkeersbewegingen die de ontwikkeling van de studentenhuisvesting met zich meebrengt komt ongeveer overeen met het aantal verkeersbewegingen van het voormalige kantoorgebouw. Het ligt zelfs iets lager. De autoverkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling worden voornamelijk afgewikkeld via het Reitseplein richting de Professor Cobbenhagenlaan. Aan de westzijde van het Reitseplein ligt een vrijliggend fietspad dat de Professor Cobbenhagenlaan en de Sportweg verbindt.
De entree van de fietsenstalling van het nieuwe studentencomplex wordt aan de westzijde van het gebouw gesitueerd, zodat deze goed aansluit op het fietspad. Autoverkeer van en naar de locatie hoeft het fietspad niet te kruisen, doordat de inrit naar het studentencomplex gesitueerd wordt aan de oostzijde van het perceel. De auto’s die vanaf de Professor Cobbenhagenlaan naar het Reitseplein 15 rijden slaan bij de kruising met de Sportlaan dus rechtsaf. Op die manier worden het autoverkeer en het fietsverkeer van en naar het Theresialyceum en de JozefMAVO goed gescheiden. Dit is ook weergegeven op onderstaande afbeelding. Voor voetgangers en fietsers is ter hoogte van de Professor Cobbenhagenlaan een met verkeerslichten geregelde oversteek. De verkeersveiligheid is daarmee voldoende geborgd.
5
Conclusie
De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 2.5
Het Theresialyceum wil graag een gezonde school zijn en daar zo veel mogelijk toezicht op houden. In dat verband vragen zij zich af of de beoogde horecavoorziening ook voor externen toegankelijk wordt en zo ja, of geregeld kan worden dat deze uitsluitend toegankelijk is voor personen van 18 jaar en ouder. Het gemeentebestuur staat volledig achter het concept van een gezonde school en het is dan ook goed dat het Theresialyceum de zorgen bespreekbaar maakt. De functie daghoreca mag op basis van het ontwerpbestemmingsplan inderdaad openbaar toegankelijk worden. Op basis van het horecabeleid wordt een kleinschalige horecavoorziening op deze locatie aanvaardbaar geacht (maximaal 250 m²). Het gebied zal namelijk worden getransformeerd van gemengd gebied met functies zoals werken, leren en sporten naar een meer hoogstedelijke mix van functies, waaronder wonen. Een horecavoorziening met een wijkverzorgende functie is hier op zijn plaats. Gelet op de woonfunctie moeten wel de openingstijden beperkt worden en is uitsluitend horeca van categorie I toegestaan (daghoreca). Hieronder vallen concepten die kleine etenswaren en dranken verstrekken, maar ook restaurants en café-restaurants zo lang de openingstijden kunnen worden beperkt. Dat er een kleinschalige daghorecavoorziening kan komen in de nabijheid van het Theresialyceum vindt de gemeente aanvaardbaar.
De school is gelegen in een centrumstedelijk gebied en stedelijke voorzieningen zoals horeca zijn hier passend. Op dit moment wordt door de ontwikkelaar beoogd om er een concept vergelijkbaar met een bistro te vestigen. Dit sluit goed aan bij de doelgroep studenten, maar kan ook een zakelijke markt bedienen. De toekomstige exploitant voor de horecavoorziening is nog niet bekend. Zodra het concept verder uitgewerkt is en de exploitant bekend is, zal de ontwikkelaar in gesprek gaan met het Theresialyceum over de mogelijkheden om het gebruik van de horeca door scholieren te beperken. Daarnaast kan het Theresialyceum hier zelf ook regels over stellen op school. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Standpunt gemeentebestuur
Conclusie Zienswijze 2.6
Op het dak van de westvleugel is een terras voorzien. Het Theresialyceum vraagt of er maatregelen genomen worden die eventuele geluidsoverlast van studenten op dat terras beperken, zodat scholieren en docenten hier tijdens gymlessen op de naastgelegen sportvelden geen hinder van ondervinden.
6
Standpunt gemeentebestuur
Conclusie Zienswijze 2.7
Standpunt gemeentebestuur
Het dakterras wordt ingericht als ontmoetingsplaats voor studenten. Naast zitplekken, plantenbakken en groenvoorzieningen wordt er een ruimte beoogd waar yoga lessen gevolgd kunnen worden. Het ontwerp is gericht op rust, eenheid en groen. Het groen op het dak zorgt dan ook voor een aangename afscheiding tussen de sportvelden en de studenten die op het dak verblijven. Overlast wordt gezien de beoogde functies niet verwacht. Er zal een gebouwbeheerder worden aangesteld die bij eventuele (geluids)overlast kan ingrijpen. Planologisch gezien worden de sportvelden niet beschermd tegen (stem)geluid van een woonfunctie. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan. Het Theresialyceum vraagt of er onder reguliere weersomstandigheden windstromen op het sportveld kunnen ontstaan die voor beperkingen zorgen als het gaat om activiteiten zoals balsporten, badminton en speerwerpen. In de toelichting van het bestemmingsplan is door middel van een windhinderstudie (bijlagen 1 en 2 bij de toelichting) inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van de ontwikkeling voor het windklimaat in de omgeving. De rekenresultaten laten zien dat op de sportvelden ten westen van het nieuwbouwplan, het windklimaat in grotendeels in klasse A valt. Dit is een goed windklimaat voor alle functies (hoogste comfortklasse).
Op basis van de berekeningen zal hooguit een beperkt deel van de noordoosthoek van het sportveld in klasse B vallen, alsnog een prima windklimaat voor het beoefenen van sport. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van de ontwikkeling geen nadelig effect heeft op het windklimaat ter plaatse van de sportvelden.
Conclusie
De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
Zienswijze 2.8
Het Theresialyceum vraagt of de beoogde nieuwbouw in de voormiddag een schaduw zal werpen op het naastgelegen sportveld. De bezonningsstudie (bijlage 3 bij de toelichting) laat zien dat de beoogde nieuwbouw op 19 februari om 09:00 in de ochtend iets meer schaduw werpt op het sportveld dan het voormalige kantoorgebouw. Het gaat dan om een klein deel van het sportveld in de noordwesthoek. Op dezelfde dag vanaf 11:00 werpt het bouwplan geen schaduw meer op het sportveld en ligt het volledig in de zon. Op 21 juni werpt het nieuwe bouwplan op geen enkel tijdstip van de dag schaduw op het sportveld. Op 21 oktober om 09:00 uur zal de schaduwwerking van de nieuwbouw in de noordoosthoek van het sportveld iets groter zijn dan van het voormalige kantoorgebouw. Op dezelfde dag vanaf 11:00 uur werpt het bouwplan geen schaduw meer op het
Standpunt gemeentebestuur
7
Conclusie
sportveld en ligt het volledig in de zon. De gymlessen van het Theresialyceum vinden plaats op het sportveld van april t/m oktober. In het voorjaar en het najaar zal de nieuwbouw hooguit in het begin van de ochtend iets meer schaduw werpen op de noordelijke rand van het sportveld dan in de oude situatie toen het kantoorgebouw er nog stond. Het verschil en de impact zijn zo beperkt dat geconcludeerd kan worden dat de schaduwwerking van het bouwplan op het sportveld niet hinderlijk en ruimschoots aanvaardbaar is. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan.
8