CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Kadernota Bieden van passende ondersteuning oud

Raadsvergadering 4 oktober 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota bieden van passende ondersteuning (+ aangepaste nota)9.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota Bieden van Passende Ondersteuning 2021-2024 Definitieve versie, juni 2021

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding, waarom deze kadernota?........................................................................................................... 2 1.2 Het veld ‘Bieden van passende ondersteuning’ ............................................................................................ 2 1.3 De opgave ‘Bieden van passende ondersteuning’ ........................................................................................ 2 1.4 Afbakening en positionering ......................................................................................................................... 4 1.5 Relatie met deelopgaven .............................................................................................................................. 4 2. Beoogde impact en deelopgaven ........................................................................................................................ 5 2.1 Beoogde impact ............................................................................................................................................ 5 2.2 Deelopgave 1: Doorontwikkeling Toegang Tilburg .......................................................................................

6 2.3 Deelopgave 2: Participatie ............................................................................................................................ 6 2.4 Deelopgave 3: Wmo ...................................................................................................................................... 7 2.5 Deelopgave 4: Jeugdhulp .............................................................................................................................. 8 2.6 Sturing en bekostiging ................................................................................................................................. 10 2.7 Beleid en programma .................................................................................................................................. 12 3. Hoofdoelen, indicatoren en streefwaarden ...................................................................................................... 15 3.1 Overzicht doelen, indicatoren en streefwaarden ....................................................................................... 15 4. Financieel overzicht........................................................................................................................................... 16

1. Inleiding 1.1 Aanleiding, waarom deze kadernota? Deze nota beschrijft hoe wij passende ondersteuning aan Tilburgers organiseren. In veel gevallen kunnen inwoners met hun vragen en problemen in hun sociale omgeving terecht. Ook kunnen ze een beroep doen op de vele basisvoorzieningen in Tilburg. Als dat niet voldoende is kan een beroep gedaan worden op passende ondersteuning. Tilburg geeft op veel verschillende manieren ondersteuning. De ondersteuning die we aan bijvoorbeeld ouderen en jeugdigen bieden, wordt bekostigd vanuit meerdere velden: van steun in het gewone leven tot crisisinterventie. Vanuit het veld ‘Bieden van passende ondersteuning’ wordt o.a. bijstandsverlening en inkomensvoorziening (BUIG), maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugdhulp bekostigd.

1.2 Het veld ‘Bieden van passende ondersteuning’ Deze kadernota omvat de volgende begrotingsvelden: • Passende ondersteuning – Toegang • Passende ondersteuning – Werk en inkomen • Passende ondersteuning – Wmo • Passende ondersteuning – Jeugdhulp De opgave ‘bieden van passende ondersteuning’ overstijgt deze vier velden. In de rest van deze nota spreken we dan ook van het veld ‘bieden van passende ondersteuning’ met de deelopgaven Toegang, Werk en inkomen, Wmo en Jeugdhulp. Een van de grote uitdagingen van deze kadernota is om de verbinding in de praktijk van deze deelopgaven te beschrijven. De deelopgaven kennen elk een andere historie, andere financieringsgrondslagen, wettelijke kaders en kennen een ander krachtenveld van partners, waarbinnen medewerkers andere kerntaken uitvoeren. Met de decentralisaties in 2015 zijn kerntaken van het sociaal domein naar gemeenten overgedragen en geven zij invulling aan de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet. Ook is de gemeente een belangrijke toegangspoort tot ondersteuning. Anno 2021 concluderen we dat deze transitie vooralsnog gedeeltelijk geslaagd is. Zo concludeert het SCP eind 2020 in haar publicatie ‘Sociaal domein op koers’ 1 onder andere dat het Rijk te hoge verwachtingen had bij de invoering van de decentralisaties, waarmee de beoogde impact achterblijft.

Een voorbeeld hiervan is de Participatiewet. Voor inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen, heeft de Participatiewet nauwelijks effect. Hun kansen op een baan waren laag vóór de invoering van de Participatiewet en zijn dat sinds 2015 nog steeds. Een voorbeeld van beperkingen die de wettelijke kaders van het Rijk ons opleggen, is het Wmo-abonnementstarief voor hulp aan huis, dat inwoners aantrekt die deze ondersteuning niet persé nodig hebben maar er wel gebruik van maken, met een kostenstijging als gevolg. De beweging naar decentralisatie lijkt op zich goed, maar voldoende financiële (rijks)middelen en een bestuurlijk en staatrechtelijke versterking van de positie van gemeenten zijn noodzakelijk. Gegeven de maatschappelijke en financiële dilemma’s die we zien in het sociaal domein en de beperkingen die de verschillende wettelijke kaders ons opleggen, kiezen we er voor om de opgave passende ondersteuning vanuit integraliteit en samenhang te benaderen. Dit doen we om aan te sluiten bij de behoeften van inwoners, die in het geval van samenlopende problematiek niet zitten te wachten op verschillende loketten en hulpverleners. Maar ook om de synergie tussen verschillende oplossingen te versterken: werk is vaak de beste zorg en met mogelijkheden in de eigen sociale omgeving en basisvoorzieningen is een individuele maatwerkvoorziening niet altijd noodzakelijk.

In paragraaf 2.7 gaan we nader in op de verbinding met beleid en programma.

1.3 De opgave ‘Bieden van passende ondersteuning’ Tilburg wil een inclusieve stad zijn, met gezonde en gelukkige inwoners. Een stad waarin iedereen mee kan doen en erbij hoort. Een stad met extra aandacht en ondersteuning voor wie dat nodig heeft. Dat is waar we als gemeente naar streven, maar tegelijkertijd weten we dat het leven niet maakbaar is; gezond en gelukkig zijn is niet altijd een keuze. In de huidige samenleving is het geen vanzelfsprekendheid (meer) om voor elkaar te 1 https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/11/16/sociaal-domein-op-koers

2

zorgen en iedereen te betrekken. Daarom zet de gemeente in op het bieden van passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft. Met ‘passend’ bedoelen we dat de ondersteuning goed aansluit op de eigen mogelijkheden van de inwoner. Met ‘nodig hebben’ bedoelen we dat de inwoner voldoende ondersteuning krijgt om naar vermogen te kunnen meedoen én dat een rol van de gemeente nodig is om het evenwicht tussen draagkracht en draaglast te hervinden. Verder geldt dat de vier waarden van de Agenda Sociaal 013 inhoudelijke drijvers zijn: Goede Start, Ruimte om te leven, Optimale kansen, In een wereld die mij ziet. We willen tot meer impact komen in het sociaal domein (maatschappelijk, financieel en institutioneel). Op basis van geleerde lessen en inzichten scherpen we onze koers aan om tot meer impact te komen. Onze maatschappelijke opgave is om inwoners sneller en vaker duurzame oplossingen in het gewone leven te bieden om daarmee specialistische ondersteuning beschikbaar te houden voor inwoners die het nodig hebben. Onze financiële opgave is om toe te werken naar een duurzaam betaalbaar stelsel. Een passende oplossing is ook een oplossing waarbij we scherp zijn op de balans tussen kosten van de ondersteuning en baten voor de inwoner. Onze institutionele opgave is het organiseren van een goed samenhangend dienstenaanbod voor inwoners, in samenwerking met partners in de stad en in wijken.

Het sneller vinden van oplossingen in het gewone leven (maatschappelijke impact) Inwoners kunnen voor een vraag of advies, algemene voorzieningen en soms maatwerkvoorzieningen (in die volgorde) terecht bij de gemeente. We willen inwoners daarbij een passende oplossing bieden waarmee ze geholpen zijn. Die oplossing ligt vaak in het gewone leven. We noemen dit normaliseren2. Normaliseren gaat over mensen helpen zichzelf te helpen, niet te snel etiketten opplakken, maar juist in het gewone leven weer ruimte creëren voor wie ze zijn, met alle leuke, gekke en soms minder fijne dingen die daar bij horen. Kortom, gewone problemen gewoon oplossen en ook sneller dan nu vaak gebeurt. We willen dat inwoners de mogelijkheden van informele steun maximaal benutten. Dit betekent niet dat we problemen willen afschuiven en inwoners aan hun lot overlaten, maar juist dat we samen met inwoners en partners (denk aan onderwijs, cultuur, sport) kijken welke oplossingen mogelijk zijn. Al met al willen we echt doen wat nodig is. Inwoners die professionele/specialistische ondersteuning nodig hebben krijgen die tijdig, kwalitatief en laagdrempelig. De realiteit is dat dit nu niet altijd lukt, waardoor wachtlijsten ontstaan en wachttijden oplopen. Deze willen we terugdringen en normaliseren kan een onderdeel van de oplossing zijn.

Juist door meer te normaliseren bij het proces van toewijzing, blijft specialistische ondersteuning beschikbaar voor kwetsbare inwoners die deze ondersteuning het hardst nodig hebben. Op populatieniveau moet deze ontwikkeling zich vertalen in de inkoop van minder individuele specialistische ondersteuning en meer slimme combinaties met lichte en informele ondersteuning. Het is mede (maar niet uitsluitend) aan Toegang Tilburg om de afweging te maken wat gewoon en passend is en om deze beweging naar beter passende oplossingen te realiseren. Goede vraagverheldering en proportionaliteit zijn hierin belangrijke uitgangspunten. Naar een duurzaam betaalbaar stelsel (financiële impact) Het lukt veel gemeenten niet om een sluitende begroting te krijgen op het sociaal domein. Met name op jeugdhulp en Wmo kampen veel gemeenten met grote tekorten. In 2019 bedroeg het landelijke financieel tekort op jeugdhulp € 1,6 tot 1,8 miljard 3. We zijn namens Tilburg aangesloten bij landelijke discussies en lobbynetwerken, met als inzet een reële compensatie vanuit het Rijk voor de uitgaven in het sociaal domein. Tegelijk willen we ook kijken waar het doelmatiger kan, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening.

Dit betekent dat we meer inwoners in het voorliggend veld willen helpen, dat we scherp zijn op prijsontwikkelingen van voorzieningen en dat we met het nieuwe inkoopbeleid selectiever zijn op het aantal aanbieders, dienstenaanbod, wijze van bekostiging, toegangsmanagement en contractmanagement. Alleen een duurzaam betaalbaar stelsel is een toekomstbestendig stelsel. Dichterbij en meer integraal organiseren van ondersteuning (institutionele impact) Voor het bieden van passende ondersteuning werken we samen met lokale partners in de stad, zoals zorgaanbieders, re-integratiebedrijven, werkgevers en onderwijsinstellingen. We werken regionaal op veel terreinen samen met andere gemeenten, zoals op jeugdhulp, werkgeversdienstverlening en beschermd wonen. 2 3

Zie ook Raadsvoorstel Beleidskader Normaliseren: https://tilburg.notubiz.nl/document/9956893/1 https://www.aef.nl/nieuws/onderzoek-structurele-middelen-jeugdhulp-gepubliceerd 3

Op landelijk niveau werken we samen met onder andere zorgverzekeraars. Hiermee sluiten we convenanten af om samen te werken op de grensvlakken tussen zorgverzekeringswet en het gemeentelijk domein (Wmo en/of Jeugdwet). Onze institutionele opgave gaat over het bieden van een goed samenhangend ondersteuningsaanbod aan inwoners. Hiervoor werken we aan het verbeteren van de lokale en regionale samenwerking met partners. De focus ligt hierbij op het verbeteren van de tijdigheid, toegankelijkheid en efficiëntie van de dienstverlening. Voor tijdige en toegankelijke dienstverlening is het belangrijk dat we de ondersteuning op de juiste schaal organiseren. De schaal waarop we de ondersteuning organiseren dient bij te dragen aan verbinding tussen inwoners en de ondersteuning moet ook zo georganiseerd zijn dat partijen elkaar kennen en weten te vinden. Daarom willen we de ondersteuning meer op wijkniveau organiseren voor snelle en laagdrempelige dienstverlening. Dan kunnen inwoners de gemeente makkelijker bereiken en andersom. Ervaringen uit het verleden leren ons dat partners op wijkniveau elkaar vaak makkelijker weten te vinden. Onder het verbeteren van efficiëntie van de dienstverlening valt dat inwoners die gebruik maken van meerdere voorzieningen geen last hebben van verschillende loketten of schotten in de regelgeving.

In de relatie met zorgaanbieders willen we meer op basis van partnership werken om kwaliteit te borgen. Dit betekent inhoudelijk en financieel dezelfde doelen nastreven over een langere periode. In de nieuwe inkoopstrategieën werken we dit uit.

1.4 Afbakening en positionering Als ordeningsprincipe hanteren we in Tilburg de inmiddels bekende piramide sociaal domein, waarbinnen het veld ‘Bieden van passende ondersteuning’ de derde laag vormt. De beoogde impact en de activiteiten die plaatsvinden om deze impact te realiseren, staan nauw in verbinding met de andere velden van de Inclusieve Stad. Daar waar de Tilburgse programmabegroting is opgebouwd volgens de ordening van afgebakende “steden” en velden, leert de praktijk ons dat de activiteiten en doelen van het ene veld vaak ook impact sorteren binnen andere velden. De doelen die we hiervoor nastreven binnen de velden van Inclusieve Stad versterken elkaar en vullen elkaar aan. Versterken van sociaal en veerkrachtig Tilburg We streven ernaar dat inwoners zelf en in samenhang met hun omgeving in staat zijn om hun leven op een gelukkige en gezonde wijze in te vullen en om te aan met veranderingen. Hiervoor richt de gemeente zich vooral op het versterken van het ondersteunend netwerk rondom inwoners, via opgaven als sport en bestaanszekerheid. De activiteiten in dit veld dragen bij aan preventie en het bieden van steun in het dagelijks leven, zodat geïndiceerde specialistische ondersteuning niet nodig is. Stimuleren van persoonlijke ontwikkeling Iedereen krijgt de ruimte krijgt om talenten te ontdekken, ontwikkelen en in te zetten.

Hiermee geven inwoners invulling aan hun maatschappelijke rol: werk of een andere vorm van participatie om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de maatschappij. We zien dat veel inwoners die een beroep doen op passende ondersteuning te maken hebben met verstoring van hun persoonlijke ontwikkeling. Het bieden van passende ondersteuning kan bijdragen aan dat inwoners weer aan persoonlijke ontwikkeling kunnen werken. Andersom geldt ook: doordat mensen zich persoonlijk ontwikkelen leveren ze ook een bijdrage in het voorkomen van beroep op passende ondersteuning (bij zichzelf of bij anderen). Ingrijpen bij crisis en onveiligheid We zorgen voor een krachtige vangnet voor inwoners die in een onveilige of crisissituatie terecht komen. Door te investeren in het op orde brengen van de basisvoorwaarden en de balans in iemands leven te herstellen, maak je Tilburgers minder kwetsbaar. Door het versterken van de sociale veerkracht en zelfredzaamheid van inwoners, kunnen ze crisissen overkomen en/of worden ze minder kwetsbaar om (nogmaals) in onveilige situaties terecht te komen.

1.5 Relatie met deelopgaven Vanuit vier deelopgaven werken we aan meer maatschappelijke, financiële en institutionele impact om onze hoofdopgave bieden van passende ondersteuning te realiseren. De vier deelopgaven zijn: 1. Doorontwikkeling Toegang Tilburg 2. Participatie 4

3. 4.

Wmo Jeugdhulp

Deze deelopgaven worden in hoofdstuk 2 verder toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de doelen, indicatoren en streefwaarden van het veld ‘bieden van passende ondersteuning’. Deze worden na goedkeuring opgenomen in de programmabegroting. Tot slot volgt de financiële paragraaf met toelichting in hoofdstuk 4.

2. Beoogde impact en deelopgaven 2.1 Beoogde impact Tilburgers die het nodig hebben, bieden we passende ondersteuning. De ondersteuning is gericht op het hervinden van evenwicht, zodat zij naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving.

• Kostenbewust • Proportioneel

Institutioneel

• Doelrealisatie • Normaliseren • Regie • Tevredenheid

Financieel

Maatschappelijk

De beoogde impact ‘Bieden van passende ondersteuning’ is het totaal aan maatschappelijke, financiële en institutionele impact die we realiseren. Belangrijk zijn daarbij de betekenis voor inwoners, de betaalbaarheid van het stelsel en een goed en samenhangend aanbod. De volgende uitgangspunten dragen bij aan wat we willen bereiken: • Belangrijk is dat de ondersteuning bijdraagt aan doelrealisatie: het vinden van werk, zelfstandig thuis blijven wonen, opgroeien in een stabiel gezin. Doelrealisatie betekent ook dat inwoners na verloop van tijd (meestal) zonder of met lichte ondersteuning verder kunnen en niet (steeds) opnieuw dezelfde ondersteuning nodig hebben. • Oplossingen in het gewone leven zijn altijd onderdeel van de oplossing. We bieden gewone oplossingen voor gewone problemen. We kijken wat de eigen omgeving kan betekenen: bijvoorbeeld ouders, (andere) mantelzorgers, vrienden, het onderwijs en/of het voorliggend veld. • Inwoners voeren regie over hun eigen plan waar het kan. We staan zoveel mogelijk naast de inwoner en samen zoeken we naar mogelijke oplossingen. Daarbij gaan we uit van de kracht van de inwoner en versterken we die waar nodig. • We willen dat inwoners tevreden zijn over het nut van de ondersteuning en de dienstverlening van de gemeente. We willen dat inwoners zich geholpen voelen.

• We organiseren de ondersteuning zo betaalbaar mogelijk, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de dienstverlening. Voorop staat het recht op een oplossing, niet het recht op zorg. • De ondersteuning is proportioneel in verhouding tot de problematiek. We willen niet elke hulpvraag problematiseren en normaliseren waar het kan. Tegelijk willen we ook dat inwoners de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben én voorkomen dat inwoners ondersteuning krijgen die ze niet nodig hebben. • We organiseren de oplossing in samenhang en afgestemd tussen partijen. Dat betekent: o Ondersteuning wordt tijdig geleverd (tijdigheid). o Partijen kennen elkaar en weten elkaar goed te vinden. Inwoners weten daardoor beter waar ze terecht kunnen met welke vraag (toegankelijkheid). o Ondersteuning vanuit verschillende wettelijke kaders en door verschillende partijen is goed op elkaar afgestemd (efficiëntie).

• Samenhang

5

2.2 Deelopgave 1: Doorontwikkeling Toegang Tilburg Naar een flexibele en wendbare Toegang Tilburg We willen naar een flexibele en wendbare Toegang waar inwoners zich geholpen voelen. Dit draagt bij aan de beoogde maatschappelijke, financiële en institutionele impact passende ondersteuning. De gemeente en de Toegang Tilburg werken gezamenlijk aan de volgende beweging: • dat Toegang Tilburg inzet op oplossingen in het gewone leven; • dat inwoners snel op weg geholpen worden; • dat er een balans is tussen de beste oplossing voor de inwoner en de meest betaalbare oplossing; • dat professionals met minder administratieve lastendruk hun werk kunnen doen; • dat Toegang Tilburg meer als spelverdeler fungeert in samenhang met maatschappelijke partners en hierin een verbindende rol heeft. We constateren dat een doorontwikkeling nodig is om Toegang Tilburg te laten doorgroeien naar een volwassen organisatie die maximaal bijdraagt aan de opgave bieden van passende ondersteuning4. Toegang tot lichte ondersteuning De Toegang Tilburg en haar partners leveren zelf lichte ondersteuning aan inwoners. Voorbeelden van de uitvoering van lichte ondersteuning zijn gesprekken met een maatschappelijk werker of psycho-educatie. Hierbij gaat het steeds om individuele, kort durende ondersteuning om inwoners te begeleiden naar zelfstandigheid.

In de beweging naar normalisatie en afschaling van ondersteuning zal de inzet van lichte ondersteuning daarmee belangrijker worden; we streven naar minder inzet van (specialistische) maatwerkvoorzieningen. Ook Maatschappelijke Steunsystemen (MSS) is een vorm van lichte ondersteuning: kort durende individuele ondersteuning aan inwoners met een psychische kwetsbaarheid, gericht op het vergroten van zelfredzaamheid. Dat kan zijn praktische thuisbegeleiding, ondersteuning door een ervaringsdeskundige, of maatjescontact. Dit is vergelijkbaar met de lichte ondersteuning die door de Toegangspartners zelf gegeven wordt. Deze ondersteuning is door medewerkers van de Toegang direct (zonder indicatie) in te zetten als een lichter alternatief voor Wmo begeleiding. De MSS-partners sluiten nauw aan bij de toegangsteams. Een andere interventie vanuit het voorveld is interculturele gezinscoaching voor kwetsbare of overbelaste jongeren die geen duurzaam perspectief hebben op goed maatschappelijk functioneren. De rode draad van deze en soortgelijke interventies is kortdurende individuele begeleiding door Toegang Tilburg of partijen die nauw gelieerd zijn aan de Toegang. Samenwerking met huisartsen Door de samenwerking tussen huisartsen en de Toegang Tilburg op wijkniveau te bevorderen, willen we bereiken dat mensen sneller op de juiste plek terecht komen met hun vraag.

Die vraag betreft vaak een behoefte aan passende ondersteuning, terwijl de inwoner de ingang van het medisch domein zoekt. Een inwoner gaat bijvoorbeeld naar de huisarts met vage medische klachten en blijft daar ook terugkomen, terwijl de oorzaak gelegen is in sociale problematiek. Een ander doel is het voorkomen van onnodige doorverwijzingen naar bijvoorbeeld de jeugd GGZ. Dit doen we door de inzet van een Praktijkondersteuner GGZ jeugd in de huisartsenpraktijken, een hele succesvolle interventie die de doorverwijzingen naar de jeugd GGZ met 40 – 60% vermindert. Een goede samenwerking tussen de huisartsen en Toegang Tilburg is cruciaal en willen we de komende jaren verder intensiveren. Dit doen we bijvoorbeeld door te stimuleren dat meer normpraktijken met een POH-JGGZ werken en te onderzoeken waar een meer integrale werkwijze mogelijk is.

2.3 Deelopgave 2: Participatie Onze beweging op het gebied van Participatie is breder dan alleen het voorzien in werk en/of inkomen. In 2019 heeft Participatie al in de beweging naar integrale dienstverlening voorgesorteerd met Tilburg investeert in perspectief – via een veelvoud aan activiteiten en investeringen, zodat iedereen kan meedoen en we kansen creëren om talenten te ontdekken, ontwikkelen en in te zetten. Dat is de ambitie. In de basis investeren we in 4 Zie hiervoor ook het collegebesluit dd 30 maart 2021: verlengen DVO Toegang Tilburg.

6

de veerkracht van inwoners om mee te kunnen doen naar vermogen. Het ontwikkeltraject omvat alle leefdomeinen en richt zich op de positieve bijdrage die werk of participatie kan hebben op iemands veerkracht, welbevinden en de mate waarin de persoon regie kan voeren op het eigen leven. Daarbij gaan we uit van (het versterken van) de eigen kracht van de inwoner en werken we aanvullend op wat de klant inwoner kan. De ontwikkeltrajecten stimuleren persoonlijke groei en daarmee een duurzame plek in de samenleving waarin mensen naar vermogen betekenisvol werk kunnen verrichten. Indien nodig bieden we passende ondersteuning voor die mensen die op dit moment niet zelfstandig een passende plek kunnen vinden. Dit kunnen we alleen samen met alle maatschappelijke partners. Met de uitkering als vangnet en werk als toekomstperspectief grijpen we ook in situaties waarin het vermogen om in eigen bestaan (en dat van het gezin) te kunnen voorzien in gevaar is. Voorkomen is daarin beter dan genezen. Een adequate uitkeringsverstrekking biedt bijvoorbeeld een bepaalde veiligheid en voorkomt in veel gevallen een directe crisissituatie. We sluiten met deze beweging beter aan bij de leefwereld van de klant omdat we geen lange trajecten meer inrichten en inkopen, maar meer modulair de aanpak insteken. Zo kunnen we in samenspraak met de klant sneller reageren op de actuele situatie van de klant.

Bovendien werken we zo veel als mogelijk vanuit de praktijk met mensen (bijvoorbeeld praktijkdiagnosecentrum, ontwikkelplekken bij werkgevers, scholingsconcepten op de werkvloer). Met de doorontwikkeling van onze re-integratieaanpak willen we de volgende beweging continueren: • Gerichte inzet op werk en/of participatie voor alle klanten. • Dienstverlening aan klanten in samenhang op alle leefdomeinen: dienstverlening als onderdeel van een één uitvoeringsdesign Sociaal Domein. • We investeren op basis van bewezen inzichten, in samenspraak met de klant en zo veel als mogelijk in de praktijk. “De gemeente wil dat iedereen gelijke kansen krijgt om mee te doen naar vermogen, zijn talent verder te ontwikkelen en te kunnen voorzien in zijn bestaan. We nemen de tijd om te begrijpen wat iemand nodig heeft om dit te bereiken en wat de bijdrage van de gemeente hierin kan zijn. Daarbij gaan we uit van (het versterken van) de eigen kracht van de klant en werken we aanvullend op wat de klant zelf kan. We investeren in de klant en vragen vanuit bovengenoemde insteek de bereidheid terug om te werken aan zijn/haar ontwikkeling. We investeren in de samenwerking met andere partners in het Sociaal Domein zodat de ondersteunende dienstverlening op termijn echt op maat en integraal is.

De re-integratiedienstverlening is op termijn onderdeel van een uitvoeringsdesign Sociaal Domein en is daarvan afhankelijk van de ontwikkelingen binnen Jeugd en WMO. We blijven als onderdeel van de arbeidsmarktinfrastructuur investeren in de samenwerking met kennisinstellingen en bedrijfsleven om de inzet van de arbeidsreserve te verbeteren.” – Uit Tilburg investeert in perspectief (2019)

2.4 Deelopgave 3: Wmo Voor de Wmo willen we de volgende beweging maken: • Van zorg overnemen naar het snel vinden van oplossingen in het gewone leven. • Van oog voor de zorgvraag naar oog voor zorgvraag én maatschappelijke rol. • Van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld. • Van beschermd wonen naar beschermd thuis Van zorg overnemen naar het snel vinden van oplossingen in het gewone leven (normaliseren) We geven normaliseren vorm door lichtere ondersteuning beter toegankelijk te maken en door mensen te helpen om de ondersteuning in eigen omgeving te vinden. We willen ‘gewone’ levensproblemen zoals verlies of een scheiding minder problematiseren. Dat kan door vaker lichte ondersteuning in te zetten of te kiezen voor collectieve vormen. Van oog voor de zorgvraag naar oog voor zorgvraag én maatschappelijke rol Werk, participatie en opleiding bieden erkenning, sociaal contact, dagritme en vaak ook een betere financiële positie. Inwoners die door werk, activiteit of opleiding weer meedoen in de maatschappij doen veel minder beroep op ondersteuning en hulp. Inzetten op werk en participatie is daarom vaak effectiever dan hulpinzet doordat het de oorzaak van de hulpvraag aanpakt.

Een opleiding biedt een noodzakelijke basis en kansen Dit betekent dat er bij elk zorgtraject bekeken wordt of inzet van participatie meerwaarde heeft en of er flexibele combinaties gemaakt kunnen worden. 7

VOORBEELD - Bij dagbesteding (Wmo) en participatie-ontwikkelplekken (Participatiewet) zien we veel gemeenschappelijke kenmerken. De faciliteiten lijken vaak op elkaar en de doelgroepen liggen in elkaars verlengde. We willen hier meer samenhang in brengen, zowel in visie als in uitvoering. Er komt meer aandacht voor werk bij klanten die nu vooral vanuit de zorgkant benaderd worden.

Van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld. Het grote aantal huidige zorgaanbieders maakt het veld onoverzichtelijk en moeilijk te sturen. Hulpverleners in het voorliggende veld, Toegangsprofessionals, en de gecontracteerde aanbieders onderling kennen elkaar onvoldoende en weten elkaar niet goed te vinden. Door het aantal gecontracteerde partijen te verminderen willen we de samenwerking rondom cliënten verbeteren. Ideaal gesproken gaat het om een mix van grote en kleine organisaties die een sterke binding hebben met het gebied en het gebied en inwoners goed kennen. Van beschermd wonen naar beschermd thuis Tilburg is centrumgemeente voor de regio Hart van Brabant voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De centrumgemeentefunctie voor beschermd wonen wordt naar verwachting afgebouwd en de verantwoordelijkheid wordt doorgedecentraliseerd naar alle gemeenten. Gemeenten moeten beschermd wonen wel gezamenlijk vorm blijven geven. De aanvankelijke bedoeling was dat dat dit per 01-01-2022 zou starten maar hoe dit proces gaat verlopen is nog niet duidelijk. De regionale afspraken zijn vastgelegd in het convenant ‘Weer Thuis’. Beschermd wonen is bestemd voor inwoners met beperkt psychisch/psychosociaal functioneren en/of beperkt intellectueel functioneren.

Deze inwoners zijn (tijdelijk) niet in staat om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Onder beschermd wonen vallen de woonvormen, maar ook de intensievere vormen van ambulante begeleiding (deze loopt langzaam over naar de zorg die wordt geboden binnen het (regionale) contract voor begeleiding). Bij beschermd wonen wordt, voor een deel van de cliënten ook dagbesteding aangeboden. Inwoners die zijn aangewezen op beschermde woonvormen komen zo zelfstandig mogelijk in de wijk te wonen. Het op- en afschalen van zorg en ondersteuning moet vanzelfsprekender worden. Een soepele overgang tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt bevorderd. Om de door- en uitstroom vanuit beschermd wonen te bevorderen (voor met name de jongere doelgroep) wordt er in afstemming met woningcorporaties, aanbieders en de gemeenten in de regio actief gestuurd op voldoende woonruimtes. Hierbij wordt gezocht naar woonruimtes in de wijk en dicht bij huis, iets dat overigens uitdagend is op de huidige woningmarkt.

2.5 Deelopgave 4: Jeugdhulp Samen met de andere gemeenten in de regio Hart van Brabant hebben we de koers 'Samen met de jeugd' ingezet, met als regionale uitgangspunten: Wonen doe je thuis, Snel op de juiste plek, Ieder kind groeit veilig op, Ieder kind voelt zich thuis op school. De regionale ambities zijn vertaald naar een lokaal uitvoeringsprogramma. In overeenstemming met de Jeugdwet wordt Jeugdhulp regionaal, dus in gezamenlijkheid voor de regio Hart van Brabant, ingekocht. In het kader van de herijking van de inkoopstrategie is een marktanalyse gedaan en is er gekeken welke ontwikkelvraagstukken er liggen voor verschillende zorgvormen en doelgroepen. Op basis hiervan is er gekomen tot vijf segmenten: 1. Intramurale behandeling en ambulante alternatieven 2. Wonen 3. Dagbehandeling, dagbegeleiding en dagopvang 4. Veelvoorkomend en specialistisch 5. Crisishulp Toegang Tilburg beoordeelt de zorgvraag en bepaalt of er een noodzaak is voor de verstrekking van een voorziening en zo ja, welke voorziening, in welke intensiteit en voor welke periode. Naast Toegang Tilburg kan er ook via het medisch domein of via de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) toegang zijn tot Jeugdhulp.

8

Voor Jeugdhulp willen we de volgende beweging maken: • Van zorg overnemen naar het snel vinden van oplossingen in het gewone leven. • Van open-einde financiering naar grip op de financiën met meer gesloten financiering per segment. • Van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld. Van zorg overnemen naar het snel vinden van oplossingen in het gewone leven (normaliseren) We willen dat kinderen in een zo normaal mogelijke gezinssituatie opgroeien. Dit hebben we regionaal vertaald in onder andere het uitgangspunt wonen doe je thuis. Kinderen die eenmaal te maken krijgen met een uithuisplaatsing verblijven daarna vaak op verschillende plekken in jeugdzorg. Daarom streven we naar het voorkomen dat kinderen uit huis geplaatst worden en waar dat niet te voorkomen is, bieden we een stabiele gezinsgerichte verblijfsvorm. Onderwijs is ook belangrijk voor het gewone leven van kinderen en voor de gemeente is onderwijs een belangrijke partner om vroegtijdig problemen bij kinderen te signaleren. Door vroegtijdig te signaleren, kunnen laagdrempelige duurzame oplossingen in de eigen omgeving (hier: op school) eerder worden aangeboden. Het onderscheid tussen voorliggende en specialistische ondersteuning moet nadrukkelijker in beeld worden gebracht, zodat Toegang Tilburg scherper kan toewijzen.

Verder willen we vaker voorliggende ondersteuning aanbieden waar nu nog specialistische ondersteuning wordt aangeboden. Dit betekent uitbreiding van goed werkende interventies, zoals de POH jeugd bij huisartsen, en versterken van innovaties. Voor segment 2 (wonen) geldt dan dat ‘wonen doe je thuis’ het uitgangspunt is en uithuisplaatsingen zoveel mogelijk voorkomen dienen te worden. Dit past bij de beweging naar het gewone leven, waarbij thuis wonen of zo thuis mogelijk wonen een belangrijke randvoorwaarde voor normaliseren is. Van open-einde financiering naar grip op de financiën met meer gesloten financiering per segment Een grotere nadruk op normaliseren, demedicaliseren en eigen kracht biedt wel enige mogelijkheden om binnen de uitgangspunten van de Jeugdwet kosten te besparen ten opzichte van de huidige situatie.5 Een duurzaam betaalbaar stelsel betekent dat we ernaar streven om per segment jeugdhulp slimmer en doelmatiger in te kopen, door het beschikbare aanbod beter af te bakenen en door een meer gerichte toewijzing mogelijk te maken. Voorbeelden van kostenbesparingen binnen de nieuwe inkoopstrategie jeugdhulp zijn: • Eenduidige triage voor het hoog specialistische, weinig voorkomende segment 1, zowel in de regionale toegangen als bij aanbieders.

Met aanbieders wordt de gezamenlijke triage ingericht, waarbij wordt aangesloten bij de ontwikkeling van bovenregionale expertisecentra en wijzigingen ten aanzien van de GI’s. • Zoveel mogelijk voorkomen dat jeugdigen uit huis worden geplaatst: wonen doe je thuis en anders zo thuis mogelijk. De regionale toegangen zullen erop toezien dat er hulp wordt geboden (vrijwillig en gedwongen) om ervoor te zorgen dat jeugdigen zoveel mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarom wordt in een vroegtijdig stadium het netwerk en/of systeemgerichte hulp ingezet om dit resultaat te behalen. • Voor toegangen blijkt het soms lastig de meest passende vorm van daghulp te kiezen. Daarom zullen de verschillen nader in beeld gebracht worden, zodat de verschillende toegangen gerichter en daarmee meer kostenbewust kunnen doorverwijzen. Van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld. Samenwerking tussen aanbieders onderling en tussen aanbieders en regiogemeenten is van doorslaggevend belang voor een goed samenhangend ondersteuningsaanbod. Het terugbrengen van het aantal aanbieders is daarvoor wenselijk. Het doel is een overzichtelijk aantal aanbieders met daarbij wel de borging van voldoende lokale dekking. Met de selectie van aanbieders kunnen concrete en beter beheersbare afspraken gemaakt worden.

Het beperken van het aantal aanbieders draagt ook bij aan de inzichtelijkheid voor verwijzers, de onderlinge vindbaarheid van aanbieders en sturing. De gemeenten en zorgaanbieders in Hart van Brabant hebben in 2020 als ambitie afgesproken dat er binnen tien jaar geen wachttijden meer zijn in de jeugdhulp. Specifiek voor veelvoorkomende specialistische jeugdhulp (segment 4) zien we een samenwerkingsverband per gemeente c.q. verzorgingsgebied. Dit samenwerkingsverband dekt alle zorg die per verzorgingsgebied nodig is. Het maakt de samenwerking en sturing aanmerkelijk eenvoudiger. Samenwerking tussen aanbieders onderling en met verwijzers wordt daardoor gefaciliteerd en sturing wordt beter mogelijk.

5

https://www.aef.nl/storage/images/Stelsel-in-groei-een-onderzoek-naar-financi%C3%ABle-tekorten-in-de-jeugdzorg.pdf 9

2.6 Sturing en bekostiging In 2022 willen we passende ondersteuning bieden op basis van een nieuwe inkoop. Daarmee willen we de uitvoering verbeteren en de gewenste beweging versterken. Die beweging ziet er als volgt uit: • Van zorg overnemen naar (daar waar mogelijk) het vinden van oplossingen in het gewone leven. • Van oog voor de zorgvraag naar oog voor zorgvraag én maatschappelijke rol (werk, opleiding). • Van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld zorgaanbieders dat elkaar kent. • Van lange procedures naar snel op weg geholpen. • Van open-einde financiering naar grip op de financiën met meer gesloten financiering per segment. • Van achteraf handhaven naar oneigenlijk gebruik voorkomen en het geld besteden aan ondersteuning (wordt hieronder toegelicht). Van achteraf handhaven naar oneigenlijk gebruik voorkomen en het geld besteden aan ondersteuning Inwoners van Tilburg mogen er op vertrouwen dat de gemeente het gemeenschapsgeld dat bestemd is voor passende ondersteuning, ook daadwerkelijk aan die ondersteuning besteedt. Daarom is het belangrijk om juist gebruik te stimuleren, oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen en in te grijpen waar dat nodig is. De beweging die bij Wmo en Jeugdhulp wordt ingezet naar minder aanbieders en meer gesloten financiering heeft bij de inkoop Participatie al plaatsgevonden.

De belangrijkste beweging vanuit Participatie is gericht op het realiseren van samenhangende ondersteuning voor klanten. Inzichten leveranciersmanagement Het grote aantal gecontracteerde aanbieders bij Jeugdhulp en Wmo werkt nadelig door focus op keuzevrijheid Er is destijds gekozen voor een inkoopprocedure op basis van ‘open-house’, vanuit de gedachte dat door keuzevrijheid een rijker en beter zorgaanbod zou ontstaan. Hierdoor is het aantal aanbieders sterk gegroeid, waardoor er sprake is van versnippering en onbekendheid met elkaar. We willen samenhangende dienstverlening rondom de inwoners vormgeven. Een goede samenhang maakt normalisering en afschaling van zorg beter mogelijk. Daar waar er grote transformatievragen liggen, is een langdurig partnerschap met aanbieders wenselijk. Waarbij we blijvend oog moet houden voor een goede balans tussen partnerschap en zakelijkheid. Dit biedt ons een gezamenlijke kans veranderingen door te voeren. Bij Participatie is het aantal leveranciers al vanaf 2015 in mindering gebracht, mede door noodzakelijke bezuinigingen. Voor 2020 is gekozen om het grootste deel van de re-integratie activiteiten onder te brengen bij één leverancier of zelf uit te voeren of individueel in te kopen (maatwerk). Het leveranciersmanagement bij Participatie is daardoor relatief overzichtelijk.

Inzichten toegangsmanagement Arrangementen zijn relatief bewerkelijk; de kosten kunnen daarbij alleen beheerst worden door een selectieve toegang en door sturing op het resultaat. Jeugdhulp en de Wmo worden grotendeels resultaatgericht ingekocht op basis van arrangementen. Dat vraagt om een scherpe indicatiestelling en een sturing op resultaten. Die scherpe indicatiestelling is niet eenvoudig; in de praktijk is het voor de Toegang Tilburg moeilijk om op basis van een kort contact een compleet beeld te krijgen. Voor de Jeugdhulp zijn er meer vormen van toegang en heeft de gemeente weinig grip op de toegang via huisartsen. Aanbieders oefenen bovendien druk uit op de indicatiestelling. Er is nog geen sprake van echte resultaatsturing. De arrangementen zijn bovendien niet geëvalueerd op zaken als overlap en upcoding. Met het nieuwe re-integratiemodel is bij Participatie gekozen om meer te investeren in een goed beeld van de vraag van de klant. Op basis daarvan wordt samen met de klant door de klantregisseur op maat een aanpak ingericht. Bij Participatie maken wij gebruik van modules en zijn afgestapt van langlopende trajecten. Opschaling van zorg gaat betrekkelijk eenvoudig. Afschalen en normalisering gaat veel moeizamer.

Voor wijkprofessionals is het in veel gevallen overzichtelijker om een gerichte indicatiebeschikking voor Jeugdhulp of Wmo af te geven, dan een oplossing in het gewone leven van de inwoner te organiseren. Hierbij spelen tijdsdruk, maar ook de expertise bij de Toegang een rol. Als er eenmaal een indicatie is, speelt dit ook:

10

vaak is een verlenging gemakkelijker, dan een oplossing in de omgeving van de inwoner organiseren. In het systeem zijn er geen financiële prikkels om de zorg af te schalen en is er weinig ruimte voor de professionals om de inwoner te begeleiden naar een oplossing in de eigen omgeving. Bij Participatie heeft de klantregisseur meer overzicht en kan daardoor beter vanuit kostenbewustzijn op inzet van middelen en diensten sturen. Toch staan wij ook hier blijvend voor de opgave om de meeste efficiënte dienstverlening in te richten die past bij een zo maximaal resultaat voor de inwoner. In veel gevallen is er geen verbinding met de woonomgeving, met voorliggende voorzieningen, en het sociaal netwerk van de cliënt. Gecontracteerde aanbieders bij Jeugdhulp en Wmo focussen zich op de individuele cliënt en investeren relatief weinig in de omgeving van de cliënt. Hierover zijn in de huidige contracten geen concrete afspraken gemaakt. Voor aanbieders is het investeren in de omgeving van de client dan ook financieel niet aantrekkelijk. In het nieuwe re-integratiemodel Participatie is deze beweging al wel ingezet. De uitdaging is om dat meer in samenhang op te pakken en in het sociaal domein breed uit te lijnen. Inzichten bekostiging Jeugdhulp en Wmo zijn in de afgelopen jaren ingekocht op basis van een open-eind financiering.

De aantallen cliënten zijn vooraf niet bekend en kennen een stijgende trend. De kosten per individu werden bepaald door de indicatie van de individuele cliënt, in de vorm van een arrangement. In de praktijk bleek dit een bewerkelijk systeem, waarbij het moeilijk was om grip op het budget te houden. De huidige resultaatgerichte inkoopmethodiek lijkt uit te nodigen om een zo hoog mogelijke indicatie te realiseren. Bij Participatie moest er vanaf 2015 al fors bezuinigd worden. Dit heeft er toe geleid dat er moeilijke en pijnlijke keuzes moesten worden gemaakt. De inkoop is afgestemd op het beschikbare budget. Op basis van de verwachte cliëntaantallen wordt vooraf bekeken hoeveel ondersteuning voor de verschillende groepen cliënten ingezet kan worden. Met leveranciers worden vaste prijsafspraken gemaakt per traject of module. Dit alles heeft er toe geleid dat er in de afgelopen jaren geen financiële overschrijdingen zijn geweest én reintegratiedoelstellingen grotendeels zijn behaald. Inzichten contractmanagement Een ruimere inkoop (meer partijen) heeft de bestaande knelpunten, waaronder onvoldoende grip op contractmanagement en te weinig partnerschap met dragende partijen, niet opgelost. We beschouwen contractmanagement hier als een onderdeel van de doorontwikkeling van accountmanagement.

Meer partnerschap met een beperkt aantal aanbieders maakt gerichte, noodzakelijke investeringen in accountmanagement mogelijk. Afhankelijk van de grootte van een aanbieder, wordt accountmanagement per partij ingericht. Bij Participatie is juist van een partnerschap-model afgestapt en geven we aan de afspraken met de reintegratiepartners nu weer invulling via opdrachtgever-opdrachtnemer construct. Reden hiervoor is onder meer de wens om meer duidelijkheid in onderscheid van rollen aan te brengen. Hefbomen sociaal domein Onze Tilburgse aanpak onderscheidt zich positief in het uitvoeren van hefbomen. Hefbomen zijn experimenten waarbij met een kleine investering op termijn een gewenst maatschappelijk effect gerealiseerd wordt. Dit doen we met pilots en experimenten, waarbij persoonlijke aandacht en hulp dichtbij de inwoners organiseren, de sleutels tot succes zijn. We realiseren zichtbare impact voor onze inwoners, meer integrale samenwerking met partners en hebben op een aantal hefbomen reeds besparingen gerealiseerd. Met de hefbomen bereiken we meer effect met minder geld. Deze financiële impact betreft directe besparingen (minder uitgaven dan voorheen), reëel verwachte besparingen (voorkomen escalatie) en minder meerkosten door de interventie (minder stijgen t.o.v. afgelopen periode).

Impactgericht subsidiëren Het gebruik van het instrument subsidie beweegt mee met ontwikkeling van het sociaal domein. De ontwikkelingen sinds 2015 leiden tot een steeds duidelijker beeld van de rol van de gemeente, de ordening van onze activiteiten en de gewenste resultaten. Dit alles kunnen we gebruiken om een transparant en impactgericht subsidie instrument op te zetten, dat ons de juiste inzichten verschaft om onze middelen 11

doelmatig in te zetten. Daarmee kunnen we aanbieders vergelijken, en is er ruimte voor nieuwe initiatieven. De activiteiten die onze subsidiepartners aanbieden sluiten naar verwachting zo beter aan op de behoeften van onze inwoners. We maken bovendien steeds de afweging wat het best passend is; een subsidie – of een inkooprelatie.

2.7 Beleid en programma Verschillende beleidsnota’s en programma’s dragen bij aan het realiseren van de deelopgaven en de beweging die we willen maken. We maken onderscheid tussen beleidsnota’s en programma’s die direct tot dit veld behoren en onderwerpen vanuit andere velden, die indirect gelieerd zijn en dus (ook) bijdragen.

2. Participatie 3. Wmo 4. Jeugdhulp

Beoogde impact: 1. Maatschappelijk 2. Financieel

1. Uitgangspunten inkoop sociaal domein 2. Coöperatie Toegang 3. Tilburg investeert in perspectief

Beleid

1. Toegang

Deelopgaven

Veld

Bieden van passende ondersteuning

4. Perspectief op werk 5. Regiovisie en spoorboekje BW en MO 6. Beleidsnota Wmo

3. Institutioneel

7. Koersdocument 'Samen met de Jeugd' Draagt bij aan

Draagt bij aan

Direct Uitgangspuntennotitie inkoopstrategieën sociaal domein (2020) We werken samen in de regio Hart van Brabant toe naar een nieuwe inkoop voor Jeugdhulp, Wmo en Participatie in 2022. Een belangrijk doel bij de nieuwe inkooptrajecten is om het aanbod nog beter op elkaar af te stemmen. Veel van onze inwoners maken gebruik van meerdere voorzieningen. Zij mogen geen last hebben van verschillende loketten of schotten in de regelgeving. Bij Jeugdhulp en Wmo is bovendien aanscherping van het inkoopbeleid van extra belang omdat er op die terreinen forse tekorten zijn met een grote impact voor de gemeentebegroting. Het inkoopbeleid is een belangrijk middel om die tekorten terug te dringen. Doel is om te komen tot een nieuwe inkoop die enerzijds meer stuurt op samenhangende dienstverlening en anderzijds stuurt op terugdringen van de tekorten. Coöperatie Toegang (2017) Vanaf 1 januari 2019 hebben we de samenwerking tussen vijf moederorganisaties (Instituut voor Maatschappelijk Werk, MEE regio Tilburg, GGD Hart voor Brabant, afdeling Dienstverlening gemeente Tilburg en afdeling Werk en Inkomen gemeente Tilburg) vormgegeven in de Coöperatie. Aan de samenwerking in de coöperatie ligt een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) ten grondslag.

In de huidige DVO heeft de gemeente Toegang Tilburg de volgende kerntaken meegegeven: • Triage voor het verlenen van toegang voor ondersteuningsvragen werk, inkomen, Wmo en jeugdhulp. • Het uitvoeren van lichte ondersteuning. • Het voeren van coördinatie • Het waarborgen van veiligheid. • Zorgbemiddeling (vanaf het jaarplan 2020) Tilburg investeert in Perspectief (2019) De ontwikkelingen - de veranderende arbeidsmarkt, veranderende samenstelling van de doelgroep en de noodzaak tot versterkte verbinding met andere leefdomeinen - en ervaringen met het oude model gaven aanleiding om het re-integratiemodel te herzien. De belangrijkste veranderingen in het nieuwe model ten opzichte van het oude model zijn de gerichte inzet op werk en participatie voor (vrijwel) alle klanten door de

12

inzet een klantregisseur, meer maatwerk in de ondersteuning, opdrachtgever- opdrachtnemerschap in het sturingsconcept en de versterkte verbinding die we willen maken in het sociaal domein. Diamantgroep blijft voor de gemeente Tilburg vanuit de visie en strategie van mensontwikkelbedrijf een belangrijke uitvoeringspartner. Mede afhankelijk van de uitwerking van de gezamenlijke inkoopstrategie sociaal domein zal de Diamantgroep zich meer en meer ook een uitvoerende rol in de verbinding met WMO en Jeugd op zich kunnen pakken. Perspectief op Werk (2019) Dit programma is geïnitieerd op basis van Rijksmiddelen en dient voor de kwetsbare doelgroepen op de arbeidsmarkt het verschil te maken, door bijvoorbeeld aan te tonen dat initiatieven als alternatieve vacaturevervulling, de ontwikkeling van een Rangeerterrein (praktijkleervariant) of lifecoaches meer kansen bieden voor deze doelgroep. Via dit programma worden belangrijke verbindingen gemaakt met het Regionaal Werkbedrijf, dat meer perspectief wil bieden voor arbeid beperkten op de arbeidsmarkt. Regiovisie en spoorboekje beschermd wonen en maatschappelijke opvang HvB (2018) Belangrijk aandachtspunt zijn de wachtlijsten voor beschermd wonen en maatschappelijk opvang. Deze willen wij terugdringen. Niet door meer voorzieningen te creëren, maar door nadrukkelijk te sturen op doorstroming.

Zo kunnen we meer inwoners helpen met de bestaande voorzieningen. Dit doen we samen met aanbieders en woningcorporaties. Samen gaan we nadrukkelijk op zoek naar nieuwe vormen van ondersteuning; van beschermd wonen naar een beschermd thuis. In ontwikkeling – Beleidsnota Wet maatschappelijke ondersteuning (2021/2022) Deze beleidsnota is nog in ontwikkeling. Belangrijke aandachtspunten zijn: • In 2020 is begonnen met een nieuw indicatiemodel voor hulp aan huis. Aanleidingen waren het abonnementstarief en de druk van het Rijk om de alfahulpconstructie af te bouwen. In 2021 start een nieuwe contractperiode. We bouwen in 2021 de alfahulpconstructie af. Doel is om hulp aan huis te bieden aan iedereen die dat echt nodig heeft en de hulp aan huis betaalbaar te houden. • De resultaatgerichte begeleiding loopt nog door gedurende 2021 en heeft in het afgelopen jaar tot hogere kosten geleid. Hogere indicaties voor eenzelfde product waren een belangrijke oorzaak hiervan. Dat is niet de bedoeling en we zetten dit jaar dan ook nadrukkelijk in op meer grip en controle op indicatiestelling. We blijven nadrukkelijk met aanbieders in gesprek over kostenbeheersing. • We zien dat door het abonnementstarief vaker inwoners met een hoger inkomen een beroep doen op voorzieningen, die ze voorheen zelf financierden. Hierbij gaat het vooral om scootmobielen en hulp aan huis.

Door de coronacrisis doen minder inwoners een beroep op vervoersdiensten. Koersdocument ‘Samen met de jeugd’ (2017) Regionaal hebben we de koers 'Samen met de jeugd' ingezet. Dit hebben we samen gedaan met jongeren en maatschappelijke organisaties. De ambitie is om jeugd(hulp) fundamenteel anders te benaderen: weg van de standaard regels en procedures en terug naar het kind en de jongere zelf en zijn/haar omgeving. Het koersdocument vertaalt deze ambitie naar vijf uitgangspunten: • Het kind écht zien, met zijn eigen verhaal, dromen en talenten • In verbinding met elkaar doen wat nodig is voor het kind • Aandacht hebben voor de context van het kind • In het gewone leven van het kind werken • Veiligheid voorop, voor kinderen, ouders, professionals en de omgeving Flankerend In deze paragraaf behandelen we beleid uit andere velden dat indirect een bijdrage levert aan het bieden van passende ondersteuning. Zeker ook met het oog op de samenhang tussen de velden, is het belangrijk om deze verwevenheid te laten zien en de bijdrage niet te onderschatten. Het bieden van passende ondersteuning wordt vanuit verschillende velden mogelijk gemaakt. Onderwijs, sport en cultuur Onderwijs, sport en cultuur zijn een onderdeel van het gewone leven en kunnen (een deel van) de passende oplossing zijn.

Onze investeringen in onderwijs, sport en cultuur leveren zo een (in)directe bijdrage aan onze opgave bieden van passende ondersteuning: 13

•

•

•

Onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan doelrealisatie passende ondersteuning: bijvoorbeeld door vroegtijdig problemen bij kinderen te signaleren en te interveniëren, zodat problemen van kinderen niet onnodig groter (en daarmee ook duurder) worden. In onze Lokale Educatieve Agenda investeren we samen met onderwijspartners in het gewone leven, onder andere door het versterken van het netwerk van jongeren en te werken naar een kansrijke start voor een leven lang. De activerende en verbindende kracht van sport is groot en draagt zo bij aan meerdere doelen. Sport helpt om beter in je vel te zitten, waardoor het gemakkelijker wordt om stappen richting werk te zetten. Sport is ook een mooie manier om anderen te ontmoeten, contacten op te doen en er erbij te horen. Sport maakt het leven een stukje mooier en draagt bij aan zowel het voorkomen als oplossen van gewone problemen. Ook cultuur levert een bijdrage aan het verbeteren van fysieke en psychische gesteldheid, het ontwikkelen van vaardigheden, het betrekken van kwetsbare groepen bij de samenleving. Cultuur biedt perspectief en samenwerkingen met cultuurpartners zijn onmisbaar voor oplossingen in het gewone leven. In het Cultuurplan Tilburg 2021-2024 is de sociale impact van cultuur als een van de ambities uitgewerkt.

Integrale aanpak voor jongeren en voor ouderen Het bieden van jeugdhulp is gericht op jongeren en het bieden van Wmo is vaak gericht op ouderen. Participatie gaat over jong en oud, met gerichte inspanningen voor jongeren (zie aanpak jeugdwerkloosheid). In Tilburg hebben we een integrale jeugdaanpak en een integrale ouderenaanpak. Passende ondersteuning is veel meer dan het bieden van jeugdhulp of Wmo. • De integrale jeugdaanpak stuurt vanuit een meer overkoepelende wijze op de ontwikkeling van Tilburg als kindvriendelijke stad waar je gelukkig, gezond en veilig kunt opgroeien. Dat betekent het versterken van het gewone leven en meer samenwerking tussen partners. Doel is het creëren van een aantrekkelijk klimaat waarvoor met veel verschillende maatschappelijke partners afspraken worden gemaakt. Denk aan het streven naar integrale kindcentra met doorlopende leerlijnen waarbij binnen- en buitenschoolse educatie bij elkaar komen. • Het Programma Jeugdwerkloosheid vrije regio is er ook specifiek op gericht om jongeren binnen maximaal vier maanden op een passend traject richting werk en scholing te krijgen. Lukt dat niet, dan wordt gekeken naar een combinatietraject met passende zorg. Het succes van het programma wordt mede gekenmerkt doordat het jongerenpunt de jongeren niet eerder loslaat totdat een op maat gesneden oplossing is gevonden of wordt gecreëerd.

• De integrale ouderenaanpak gaat over oud worden midden in de maatschappij, erbij horen, gezien worden en ertoe doen. Alle deelgebieden gaan over de oudere in het gewone leven, de eigen omgeving en hoe hij/zij zo lang mogelijk maximaal kan deelnemen. Bestaanszekerheid Het garanderen van bestaanszekerheid is essentieel om passende ondersteuning te kunnen bieden. Bij complexe gevallen zijn financiële problemen vaak aanwezig. Zonder bestaanszekerheid zijn oplossingen in het gewone leven een illuster vergezicht. Met onze aanpak bestaanszekerheid zetten we door middel van activering en empowerment in op het (door)ontwikkelen van vaardigheden, waarmee de weerbaarheid en zelfredzaamheid van Tilburgers wordt vergroot. Door tijdige inzet op maat voorkomen we dat inwoners verder afglijden en nog meer en duurdere zorg nodig hebben. Ander beleid Het aantal beleidsnota’s en daaruit volgende activiteiten die een indirecte bijdrage leveren aan de opgave passende ondersteuning is niet uitputtend. Van veel beleid kan in meer of mindere mate worden beargumenteerd dat dit in zekere mate bijdraagt aan meer oplossingen in het gewone leven, een duurzaam betaalbaar stelsel en dichtbij en meer integraal organiseren van ondersteuning.

Dit geldt in ieder geval voor de beleidsnota’s beschreven in de kadernota’s Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg, Stimuleren persoonlijke ontwikkeling en Ingrijpen bij crisis en onveiligheid. We willen in deze kadernota geen herhaling van zetten doen door al deze beleidsnota’s opnieuw uit te leggen. In de bijlage vindt u een overzicht van beleidsnota’s Inclusieve Stad per veld.

14

3. Hoofdoelen, indicatoren en streefwaarden Onze beoogde impact is maatschappelijk, financieel en institutioneel. Per opgave zijn doelen benoemd. Deze doelen zijn geformuleerd in de gewenste “van – naar beweging” uit vastgestelde uitgangspunten voor de nieuwe inkoopstrategie vanaf 2022. Hiermee nemen we het advies van de auditcommissie op de jaarstukken 2020 over (methode Duisenberg). We meten de doelen aan de hand van een compacte set indicatoren. De indicatoren zijn niet alomvattend en moeten in onderlinge samenhang met elkaar bekeken worden. De effecten van meerjarige ontwikkelingen in het sociaal domein zijn niet te vangen in een beperkte set parameters/indicatoren. De indicatoren laten samenhang zien, maar een causaal verband ontbreekt. Ze dragen wel bij aan het beeld op hoofdlijnen door meerjarige ontwikkelingen te volgen en ze worden via de programmabegroting in de P&C-cyclus opgenomen. Daarnaast volgen we ontwikkelingen op specifieke onderwerpen via doelen en indicatoren die zijn opgenomen in de beleidsnota’s. De doelen op beleidsniveau dragen bij aan de doelen die in de kadernota zijn opgenomen. De nieuwe set van indicatoren is voorzien van streefwaarden, zodat de ambities voor een langere termijn worden vastgelegd en over een langere termijn kunnen worden gevolgd.

Bij de totstandkoming van de streefwaarden baseren we ons op het huidige getal/percentage en landelijk gemiddelden.

3.1 Overzicht doelen, indicatoren en streefwaarden Tilburgers die het nodig hebben, bieden we passende ondersteuning. De ondersteuning is gericht op het hervinden van evenwicht, zodat zij naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving. Opgaven

Maatschappelijk Het sneller vinden van oplossingen in het gewone leven voor inwoners.

Doelen Wat willen we bereiken?

Indicatoren Hoe meten we dit?

Streefwaarden Vanaf 2022

1.

Van zorg overnemen naar (daar waar mogelijk) het vinden van oplossingen in het gewone leven. Van oog voor de ondersteuningsvraag naar oog voor ondersteuningsvraag én maatschappelijke rol (werk, opleiding).

1. Gemiddelde uitkeringsduur 2. % Inwoners dat aangeeft met ondersteuning beter de dingen te kunnen doen die hij of zij wil 3. % Inwoners dat aangeeft samen met medewerker naar oplossingen te hebben gezocht 4. % Inwoners dat aangeeft daadwerkelijk stappen in zijn/haar ontwikkeling te hebben gemaakt. 5. Tevredenheid over de dienstverlening (klantregisseur/ contactpersoon) 6. Verhouding oplossingen door lichte ondersteuning Toegang / voorliggend veld 7. Ervaringen inwoners met voorliggend/lichte ondersteuning (ontwikkelindicator)

1. Lager t.o.v. 2021 2. Hoger dan landelijk gemiddelde: > 80% 3. Hoger dan landelijk gemiddelde: > 80% 4. Nog nader te bepalen. 5. > 80% 6. Verhouding 80-20% 7. Nog nader te bepalen.

Van open-einde financiering naar grip op de financiën met meer gesloten financiering per segment. Van achteraf handhaven naar oneigenlijk gebruik voorkomen en het geld

8. Verhouding inwoners met specialistische ondersteuning t.o.v. totaal inwoners Tilburg 9. In- en uitstroom specialistische ondersteuning t.o.v. totaal inwoners Tilburg 10. Verschil werkelijke uitgaven sociaal domein t.o.v.

8, 9: We maken gebruik van benchmark-gegevens en nemen daarom geen streefwaarden op. 10. Passend binnen het Rijksbudget. Weergave nog nader te bepalen.

2.

Wat willen we meten? • Doelrealisatie • Mate van normaliseren • Mate van regie • Tevredenheid

3.

Financieel Een duurzaam betaalbaar sociaal domein.

4.

15

Wat willen we meten? • Kostenbewust • Proportionaliteit 5. Institutioneel Dichterbij en meer integraal organiseren van ondersteuning met partners (samenhang in dienstenaanbod).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10562244/2