02 Duurzaamheidsbeleid voor nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw Thema Energie aangepast
Tekst van het document
Duurzaamheidsbeleid voor nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw Thema Energie
21 maart 2023
Inhoud Samenvatting
1.
Inleiding
2.
Energiegebruik van nieuwbouw
3.
Energieneutraal als basiseis
4.
Aanvullende eisen
5.
Technische (on)mogelijkheden
6.
Gevolgen voor kopers en bouwpartijen
7.
Afspraken maken
8.
Implementatie
Bijlagen: 1. 2.
Toelichting: BENG, ENG, energieneutraal en NOM Gebruiksgebonden energiegebruik utiliteit en bedrijven
Samenvatting Tilburg heeft de ambitie om in 2045 een klimaatneutrale stad te zijn. De nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw moet daarom voortaan voldoen aan de ambitie energieneutraal als minimale eis. Per locatie vindt een afweging plaats of er aanvullend op de energieneutraal ambitie nog aanvullende energiemaatregelen gewenst zijn. Het nieuwe beleid geldt voor nieuwe nieuwbouwinitiatieven. Voor lopende nieuwbouwontwikkelingen, waarvoor nog geen schetsontwerpen zijn vastgesteld, wordt het gesprek aangegaan om te bezien of de ambitie nog kan worden meegenomen in het ontwerp. De gemeente kan het nieuwe beleid niet verplichten, maar zal hierover afspraken maken met initiatiefnemers van nieuwbouwprojecten.
1 Inleiding De opgave om de bestaande stad klimaatneutraal te maken voor 2045 is enorm. Het is van belang om de vergroting van die opgave door toevoeging van nieuwbouw zo klein mogelijk te houden. In de gemeentelijke Energievisie 2017 is daarom al geconcludeerd dat er alleen nog energieneutrale nieuwbouw zou moeten worden gebouwd.
De huidige praktijk is echter dat veel nieuwbouw niet energieneutraal wordt gebouwd. De energieprestatie gaat meestal niet verder dan de wettelijke BENG-norm van het Bouwbesluit. BENG staat voor Bijna-Energie-Neutraal-Gebouw. En zoals het woord ‘bijna’ in de norm al aangeeft, is dat niet helemaal energieneutraal.
Om energieneutrale nieuwbouw te bereiken moeten er dus nog stappen gezet worden. In deze beleidsnota wordt dit uitgewerkt voor de taak die initiatiefnemers hebben bij de nieuwbouw van woningen, zowel van huur woningen (sociale huur, middenhuur en particuliere verhuur) als van koopwoningen en utiliteitsbouw.*
De gemeente hanteert energieneutraliteit zelf al als uitgangspunt bij de nieuwbouw van maatschappelijk vastgoed, vanuit de voorbeeldfunctie die de gemeente vervult. Indien sprake is van verhuur van gemeentelijke gebouwen worden de hogere investeringskosten voor het bereiken van energieneutraliteit (deels) verrekend met de huurprijs. Bij nieuwbouw van scholen is energieneutraliteit nog niet de standaard en moet gekeken worden hoe gemeente en schoolbesturen de hogere investeringskosten verdelen. Voor de meerinvesteringen zouden schoolbesturen eventueel gebruik kunnen maken van het Klimaatfonds. Renovatie en transformatie van bestaande gebouwen valt niet onder het nieuwbouwbeleid.
*Nieuwbouw van industriële bedrijven valt buiten de scope van deze beleidsnota. Energieneutraliteit bereiken bij nieuwe industriële bedrijven is complex, omdat dit sterk gebonden is aan het type bedrijf en de stand van de techniek.
Afbeelding: Nieuwbouw volgens de BENG-norm heeft maar enkele zonnepanelen
2 Energiegebruik van nieuwbouw De wettelijke energie eis voor nieuwbouw is de BENG-norm, waarbij BENG staat voor Bijna Energie Neutraal Gebouw. De BENG norm stelt eisen aan het energiegebruik voor warm tapwater, ventilatie, verwarming en koeling van het gebouw, het zogenaamde gebouwgebonden energiegebruik. De BENG norm verplicht dat 40% van het gebouwgebonden energiegebruik wordt gecompenseerd door de duurzame opwek van energie en eist dat een gebouw goed geïsoleerd is. Naast gebouwgebonden energiegebruik wordt in een woning of een utiliteitsgebouw energie gebruikt voor apparaten, zoals koelkasten, computers of ovens. Dit is het zogenaamde gebruikersgebonden energiegebruik (van woningen) of procesgebonden energiegebruik (van utiliteitsgebouwen). Er is geen wettelijke verplichting voor het compenseren van dit energiegebruik door de opwek van duurzame energie.
Doordat de isolatienormen voor nieuwbouw steeds verder zijn aangescherpt en we steeds meer elektrische apparaten zijn gaan gebruiken is het gebruikersgebonden energiegebruik gemiddeld inmiddels groter dan het gebouwgebonden energiegebruik.
Gemiddeld gebouwgebonden
Gemiddeld gebruikersgebonden
energiegebruik voor
energiegebruik voor
verwarmen/koelen/ventileren
huishoudelijke
en warm tapwater
apparaten/verlichting
2000 kWh
2600 kWh
500 kWh
2600 kWh
BENG woning met luchtwarmtepomp BENG woning aangesloten op warmtenet met bodembron
Tabel: Gemiddeld energiegebruik, die de woning niet zelf duurzaam opwekt, van een nieuwbouwwoning, die volgens de BENG-norm is gebouwd
De tabel laat zien dat voor het energiegebruik voor verwarming van een nieuw gebouw de warmtebron een groot verschil maakt. De stelregel is: hoe warmer de bron, hoe minder elektriciteit nodig is. In de winter als het heel koud is, is de buitenlucht ook heel koud en kost het veel energie om hier met behulp van een luchtwarmtepomp warmte van te maken. Aansluiting van de woning op een warmtenet, die het grondwater als warmtebron benut, kost veel minder energie, omdat de bodem altijd ca. 12 graden is en in de winter niet afkoelt als het vriest.
Het gemiddelde energiegebruik, dat per saldo niet gecompenseerd wordt met zelf duurzaam opgewekte energie, door een nieuwbouw woning is in de volgende tabel weergegeven voor oplopende energie ambitieniveau’s. Per ambitieniveau is indicatief aangegeven hoeveel grote windmolens nodig zouden zijn om dit energiegebruik alsnog duurzaam op te wekken voor de in totaal in Tilburg geplande 25.000 nieuw te bouwen woningen.
Gemiddeld Gemiddeld gebouwgebonden
gebruikersgebonden
Aanvullend aantal
energiegebruik
energiegebruik voor
windmolens nodig
verwarmen/koelen/ventileren
huishoudelijke
voor 25.000
en warm tapwater
apparaten/verlichting
woningen
2000 kWh
2600 kWh
500 kWh
2600 kWh
-
2600 kWh
-
-
-
-
-
-
BENG (lucht warmtepomp) BENG (warmtenet) ENG (energieneutraal voor het gebouwgebonden energiegebruik) Energieneutraal (voor gebouwgebonden én gebruiksgebonden energie) 5% verlaging Nul-op-de-Meter
energievraag
Tabel met het energiegebruik, dat per saldo niet gecompenseerd wordt met zelf duurzaam opgewekte energie, van nieuwbouw woningen bij oplopende ambitieniveau’s
Naast de nieuwbouw van woningen is ook nog nieuwbouw van ca. 140 ha bedrijven gepland. Hoe groot de groei zou zijn van het energieverbruik in Tilburg door nieuwe bedrijven als deze niet energieneutraal zouden worden gebouwd, is moeilijk in te schatten. Het energiegebruik is namelijk heel erg afhankelijk van het type bedrijf. Een datacenter gebruikt bijvoorbeeld véél meer energie dan een groothandel.
3 Basiseis: Energieneutrale nieuwbouw Om de verduurzamingsopgave van het energiegebruik in de gemeente Tilburg niet te laten groeien door de nieuwbouw, moet de nieuwbouw energieneutraal worden gebouwd. Energieneutraal geldt daarom als basiseis voor alle nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw. We hanteren de volgende definitie: Definitie basiseis energieneutrale nieuwbouw: Het energieverbruik van de nieuwbouw moet voor 100% door het gebouw, het complex of in de wijk worden gecompenseerd door de opwek van duurzame energie, zodat er per saldo over een jaar genomen geen CO2 uitstoot plaatsvindt. Dit geldt voor zowel het gebouwgebonden energiegebruik als het gebruiksgebonden energiegebruik.”
Toelichting Het gebouwgebonden energiegebruik moet voor 100% worden gecompenseerd door duurzaam opgewekte energie. Vertaald naar de BENG-norm betekent dit dat BENG 3, die het percentage hernieuwbare energie weergeeft, 100% moet zijn (zie bijlage 1 voor een toelichting op BENG, ENG, energieneutraal en NOM).
Het gebruiksgebonden energiegebruik moet ook voor 100% gecompenseerd worden door de opwek van duurzame energie. Het gebruiksgebonden energiegebruik varieert en hangt af van de grootte van de woning, het aantal bewoners en het aantal elektrische apparaten. Om het meetbaar te maken hanteren we dezelfde standaard, die het keurmerk voor Nul-op-de-Meter woningen, NOMkeur, hanteert: het elektriciteitsverbruik dat jaarlijks gecompenseerd moet worden is voor woningen gelijk aan 26 kWh per m2 bruto vloeroppervlak (BVO), met een minimum van 1.800 kWh per woning.
Het gebruiksgebonden elektriciteitsgebruik voor utiliteitsgebouwen en bedrijven dat moet worden gecompenseerd verschilt per type utiliteitsgebouw en moet worden bepaald aan de hand van de tabel in bijlage 2.
Energieneutrale nieuwbouw is aangesloten op het elektriciteitsnet. De initiatiefnemer van een nieuwbouwproject is ervoor verantwoordelijk, dat de benodigde duurzame energiebronnen voor het compenseren van het energiegebruik, gelijktijdig met de nieuwbouw en in de nabijheid van de nieuwbouw worden gerealiseerd. De opwek van duurzame energie vindt bij voorkeur plaats op het gebouw, maar voor warmte kan ook aangesloten worden op een warmtenet, met een duurzame bron. De productie van de benodigde duurzame elektriciteit zou ook nog via realisatie van een postcoderoos project kunnen. Compensatie door inkoop van groene stroom van bijvoorbeeld windmolens op zee is niet toegestaan.
Nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw moet voortaan energieneutraal gebouwd worden.
4 Aanvullende eisen Energie is niet het enige duurzaamheidsthema bij nieuwbouw. Nieuwbouw betekent ook gebruik van grondstoffen en ruimte, niet alleen in de bouwfase, maar ook in de gebruiksfase. Het ontwerp van het gebouw en de ruimte daaromheen bepaalt voor een groot deel wat het energieverbruik wordt en of de bouwmaterialen aan het einde van de gebruiksfase kunnen worden hergebruikt, of ruimte wordt geboden voor natuur en hoe er met klimaatadaptatie wordt omgegaan. Deze beleidsnota voor het thema energie is afgestemd op het beleid voor de andere duurzaamheidsthema’s, zodat maatregelen niet strijdig zijn met elkaar en het beleid qua systematiek bij elkaar past.
Doel van de afstemming tussen alle duurzaamheidsbeleidsvelden voor de nieuwbouw is ook dat ambities niet allemaal op elkaar gestapeld worden en onrealistisch worden. Per duurzaamheidsthema is gekozen voor het definiëren van minimale ambities, die opgeteld bij elkaar haalbaar zijn voor ieder nieuwbouwproject. Voor het thema energie is dit de basiseis energieneutraliteit. Deze basiseis is niet inwisselbaar voor maatregelen op andere duurzaamheidsthema’s.
Aanvullend is voor ieder beleidsthema beschreven welke aanvullende maatregelen zouden kunnen worden getroffen. Met de aanvullende maatregelen kunnen per thema locatiespecifiek hogere eisen gesteld worden, om in te spelen op specifieke vraagstukken of kansen van de locatie. Met de ontwikkelaar worden de gewenste energiemaatregelen in samenhang met maatregelen voor de andere duurzaamheidsthema’s en andere kwaliteitseisen besproken en per project afspraken gemaakt over óf en zo ja, welke energiemaatregelen aanvullend op energieneutraliteit als basiseis worden getroffen.
Teveel stapeling van ambities moet worden voorkomen. De basiseis energieneutraal is niet inwisselbaar voor andere duurzaamheidsmaatregelen.
Optimale duurzaamheid: Zonnepanelen op een groen dak, dat ook regenwater bergt.
De belangrijkste vraagstukken die spelen op gebied van energie en die om aanvullende energiemaatregelen kunnen vragen, zijn: - de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, - het opwekken van meer duurzame energie, - het aardgasvrij maken van de bestaande bouw - het verminderen van het energieverbruik - het verduurzamen van vervoer. In de tabel is een overzicht opgenomen van mogelijke aanvullende maatregelen en wanneer deze maatregelen gewenst zijn, omdat zich een kans voordoet of omdat er een opgave ligt.
Naast energieneutraal als basiseis kunnen er aanvullende energiemaatregelen geëist worden.
Onderwerp
Wanneer toepassen
Levering elektriciteit Plaatsing extra zonnepanelen
-Bij ruimte op het elektriciteitsnet -Bij groot dakoppervlak -Bij weinig mogelijkheden om duurzame elektriciteit op te wekken op de nabijgelegen bestaande bouw
Windenergie
-Op bedrijventerrein -Op hoogbouw
Verkeer en vervoer Plaatsing van laadpalen
-Bij productie van veel duurzame elektriciteit -Bij hoge piekbelasting van het elektriciteitsnet
Materiaalgebruik Verminderen energie-inhoud bouwmaterialen
Kan altijd
Innovatie Slimme elektriciteitsnetwerken (Smart grid)
Bij hoge piekbelasting van het elektriciteitsnet
Opslag elektriciteit
Bij schaarste op het elektriciteitsnet
Conversie elektriciteit
-Bij schaarste op het elektriciteitsnet -Bij een collectieve warmtevraag -Bij energieleverende gebouwen
Warmte-koude voorziening Aquathermie
Nabij plassen of kanalen
Opslag warmte
Bij toepassing warmtenet
Levering warmte
Bij toepassing warmtenet
5 Technische (on)mogelijkheden Energieneutrale nieuwbouw moet op jaarbasis per saldo het eigen energieverbruik zelf duurzaam opwekken. Dit betekent dat op de nieuwbouw veel zonnepanelen geplaatst zullen worden en dat niet alle opgewekte energie ook meteen weer gebruikt wordt. De opgewekte energie die niet meteen gebruikt wordt, wordt op het elektriciteitsnet gezet. Dit heeft gevolgen voor de capaciteit van het elektriciteitsnet. Enexis heeft aangegeven dat de netcapaciteit in de gemeente begint te knellen, maar dat zonnepanelen op woningen vooralsnog geen probleem zijn. Energieneutrale nieuwbouw met veel zonnepanelen betekent wel dat Enexis meer onderstations op een nieuwbouwlocatie moet plaatsen. Elektrisch laden kan een buffer vormen voor het elektriciteitsnet, doordat de accu’s van elektrische auto’s een deel van de opgewekte zonne-energie gebruiken. De ervaring is dat bij nieuwbouw relatief veel vraag is naar laadpalen. En sinds de coronacrisis wordt er meer thuis gewerkt, waardoor de elektrische auto overdag ook meer in de woonstraten wordt geladen en zo de opgewekte zonne-energie kan benutten en het elektriciteitsnet ontlast wordt.
Kleinschalige toepassing van zonnepanelen ten behoeve van energieneutraliteit bij utiliteitsbouw zal, net als voor woningen, voor de netcapaciteit meestal geen probleem zijn. Utiliteitsbouw gebruikt vooral overdag stroom, waardoor een relatief groot deel van de opgewekte energie door het gebouw zelf zal worden benut en het net niet belast. En ook bij de utiliteitsbouw kan het plaatsen van laadpalen helpen om het elektriciteitsnet te ontlasten.
Grootschalige toepassing van zonnepanelen op utiliteitsbouw is in grote delen van de gemeente wél een probleem door gebrek aan ruimte op het net. In die gevallen is het zaak om aanvullende energiemaatregelen te treffen om zoveel mogelijk energie direct te benutten, bijvoorbeeld door toepassing van slimme elektriciteitsnetwerken (smart-grid), door plaatsen van laadpalen voor elektrisch vervoer en door te kijken wat de mogelijkheden zijn voor opslag van energie en conversie van elektrische energie in waterstof of warmte. Voor grootschalige toepassing van zonnepanelen op utiliteitsbouw moet dus per geval goed bekeken worden hoe dit gerealiseerd kan worden in relatie tot de capaciteit van het elektriciteitsnet. De energieneutraliteit eis blijft voor grootschalige utiliteitsbouw onverkort gelden en is het minimum.
Aanvullend op de energieneutraliteit eis geldt voor grootschalige utiliteitsbouw de eis dat alle daken bouwkundig draagkrachtig genoeg moeten zijn voor meervoudig ruimtegebruik. Dat wil zeggen voor zowel de opwek van duurzame energie als voor het realiseren van groene daken. Het benutten van daken voor de opwek van duurzame energie heeft namelijk de voorkeur boven zonneweides. Daarbij kan de volledige potentie voor het leveren van duurzame energie misschien niet meteen bij oplevering van het gebouw worden gerealiseerd, maar het gebouw kan dan wel in de toekomst een energieleverend gebouw worden. De mogelijkheden voor opslag van elektriciteit, conversie van
elektriciteit in andere energievormen en de capaciteit van het elektriciteitsnet zullen in de toekomst immers vergroten. Voor grootschalige utiliteitsbouw geldt de eis dat alle daken geschikt moeten zijn voor meervoudig ruimtegebruik, waaronder de opwek van duurzame energie
Voor hoogbouw zijn de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen op het gebouw beperkt. Hoe hoger het gebouw, hoe minder dakoppervlak er beschikbaar is voor het plaatsen van zonnepanelen per appartement of per m2 vloeroppervlak in een kantoor.* De oplossing voor het gebrek aan ruimte op het dak is het benutten van de gevel en/of ramen voor het plaatsen van zonnepanelen. Of het toepassen van een innovatieve nieuwe techniek als het Powernest, die kleine windturbines combineert met zonnepanelen op het dak. Gevelpanelen, opwek van elektriciteit in ramen, dunne folie zonnepanelen en een Powernest zijn op het moment nog erg duur. Overwogen is of dit reden is om voor de hoogbouw een uitzondering te maken op de basiseis van energieneutraliteit. Gekozen is om dit niet te doen en de stap vooruit nu te maken. Een groot deel van de woningbouwopgave in Tilburg zal namelijk bestaan uit hoogbouw, vanwege de keuze om prioriteit te geven aan inbreidinglocaties voor de nieuwbouwopgave. Het belang om ook de hoogbouw energieneutraal te maken is daardoor groot.
Met het vasthouden aan energieneutraliteit als basiseis voor de hoogbouw wordt de bouw gestimuleerd om de hoeveelheid zonnepanelen die nodig zijn te beperken door te kiezen voor collectieve warmteoplossingen, om met goede ontwerpen te komen en de markt wordt aangespoord om het aanbod van betaalbare oplossingen voor de opwek van zonne-energie op gevels en ramen, met een mooie beeldkwaliteit, te vergroten.
Energieneutraal bouwen als basiseis geldt onverkort voor hoogbouw
Toepassing van collectieve warmtenetten is de voorkeurstechniek voor de nieuwbouw voor de grotere nieuwbouwontwikkelingen. Voor het bereiken van energieneutrale nieuwbouw is in hoofdstuk 2 geconcludeerd dat een collectief warmtenet met bodemenergie als bron veel energiezuiniger is dan individuele luchtwater-warmtepompen. Daarbij moet een nieuwbouw ontwikkeling wel voldoende omvang hebben om de collectieve warmtevoorziening rendabel te kunnen maken. *Op gebouwen met maximaal 4 bouwlagen is voldoende ruimte op het dak voor het plaatsen van zonnepanelen om de basiseis energieneutraal te halen. Bij gebouwen met 5 of 6 bouwlagen is naast zonnepanelen voor de compensatie van het gebouwgebonden energiegebruik nog ruimte voor zonnepanelen voor de compensatie van 50% van het gebruiksgebonden energiegebruik. Gebouwen met meer dan 6 bouwlagen hebben geen dakruimte meer voor zonnepanelen voor de compensatie van het gebruiksgebonden energiegebruik.
Eind 2021 is door de raad de Transitievisie Warmte vastgesteld. Hierin is de koers voor de warmtetransitie voor de bestaande bouw voor de stad uitgezet. Collectieve warmtenetten worden daarin als kansrijk toekomstbeeld voor de hele stad gezien en in het bijzonder in west en een zone rondom de ringbanen (zones 1 en 2 van de Transitievisie Warmte). Koppeling van de nieuwbouw aan de Transitievisie Warmte voor de bestaande bouw maakt de ambities voor zowel energieneutrale nieuwbouw als aardgasvrij maken van de bestaande bouw beter haalbaar. De haalbaarheid van collectieve warmtenetten, in het bijzonder van een 5e generatie warmte- en koudenet, zoals nu wordt ontwikkeld in Tilburg Zuid, wordt namelijk vergroot als zowel de nieuwbouw als de bestaande bouw hierop aansluit. De Transitievisie Warmte zal verder worden uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma. Daarin zal concreet worden waar in de stad welk type collectieve warmtenetten gaan komen, niet alleen voor de bestaande bouw, maar ook voor de nieuwbouw Wat betreft de bronnen voor collectieve warmtenetten worden hoge temperatuur bronnen gereserveerd voor de bestaande bouw. Nieuwbouw is door de goede isolatie geschikt voor verwarming met lage temperatuur bronnen. Welke warmtebronnen beschikbaar zijn wordt nader uitgewerkt in een warmtebronnenstrategie.
Voor de nieuwbouw geldt net als voor de bestaande bouw een voorkeur voor toepassing van collectieve warmtesystemen op duurzame bronnen
Afbeelding: zonering van de gemeente volgens de Transitievisie Warmte
Verbranding van biomassa wordt voor het klimaat beschouwd als een duurzame vorm van energie, omdat de CO2 die daarbij vrijkomt zogenaamde kortcyclische CO2 is, die mits er sprake is van herplant van bomen, weer wordt vastgelegd. De kap van bomen voor verbranding staat landelijk en in Tilburg echter sterk ter discussie. De Tilburgse gemeenteraad heeft in 2019 een motie(1) aangenomen waarin zij uitspreekt biomassa niet als duurzaam te beschouwen en te streven naar een biomassavrije gemeente Tilburg. Minister Jetten heeft onlangs alle nieuwe subsidies voor verbranding van biomassa met onmiddellijke ingang stopgezet om aan te geven dat dit niet meer gewenst is. Bovendien is verbranding van hout in kachels ongewenst omdat hierbij veel fijnstof vrijkomt. Bereiken van de energieneutraliteit eis voor de nieuwbouw door verbranding van biomassa is daarom niet toegestaan. Aansluiting van de nieuwbouw op het Amernet is dus geen optie, zolang het Amernet gevoed wordt door verbranding van biomassa en aansluiting van de nieuwbouw leidt tot een vergroting van het gebruik van biomassa. Binnen het huidige gebruik van biomassa voor het Amernet zou eventueel nog wel, door verlaging van de temperatuur op het net, ruimte kunnen ontstaan om meer woningen aan te sluiten.
Bereiken van energieneutrale nieuwbouw door verbranding van biomassa is niet toegestaan.
In hoofdstuk 2 is geconcludeerd dat luchtwater-warmtepompen energetisch veel minder efficiënt zijn dan de toepassing van bodemenergie. In de Transitievisie Warmte is bovendien geconcludeerd dat de grootschalige toepassing van luchtwater-warmtepompen ook minder gewenst is door de hoge piekvraag op koude dagen. Voorzien in deze piekvraag betekent een forse investering in het elektriciteitsnet. Massale toepassing van luchtwater-warmtepompen in de nieuwbouw heeft daarom niet de voorkeur. Als er geen mogelijkheden zijn om aan te sluiten op een collectief warmtenet is op kleine schaal toepassing van een luchtwater-warmtepomp wel mogelijk.
De toepassing van individuele bodemenergiesystemen met diepe gesloten bodemlussen, wordt na het inwerkingtreden van de Omgevingswet (waarschijnlijk per 1-1-2024) in onze gemeente nagenoeg onmogelijk. Met de Omgevingswet wordt namelijk de provinciale Omgevingsverordening van kracht waarin de provincie heeft verboden dat voor deze individuele gesloten bodemenergiesystemen de beschermende kleilaag in de ondergrond wordt doorboord. De beschermende kleilaag ligt in onze gemeente erg ondiep, op gemiddeld ca. 40 meter, terwijl voor individuele gesloten bodemenergiesystemen meestal ca. 160 meter diepe bodemlussen worden toegepast. (Meerdere ondiepe lussen gebruiken kan theoretisch wel, maar is in de praktijk te duur). De provincie wil met
1 Raadsbesluit Begroting 2020 motie 3, Thema Duurzame stad, Titel Biomassa, 14 november 2019.
het verbod voorkomen dat er lekkages van het ondiepe grondwater naar het diepe grondwater kunnen ontstaan, die vervuiling van het drinkwater zouden kunnen veroorzaken.
Voor lopende nieuwbouwprojecten heeft de provincie de mogelijkheid geboden om aanspraak te maken op een overgangsregeling. De gemeente heeft hiervoor 5 lopende projecten aangemeld.
Individuele gesloten bodemenergiesystemen worden vanaf 1 januari 2024 op grond van de provinciale omgevingsverordening nagenoeg onmogelijk in de gemeente Tilburg.
6 Gevolgen voor kopers en bouwpartijen Kopers van een energieneutrale nieuwbouw woning of utiliteitsgebouw betalen een iets hogere VON-prijs. Ze krijgen daarvoor een woning c.q. utiliteitsgebouw, die zijn eigen energie produceert en die een lage energierekening heeft. Voor een duurzame woning geven diverse banken een lager rentepercentage voor de hypotheekrente wat ook gunstig is voor de woonlasten. Hypotheekverstrekkers mogen ook rekening houden met de lagere woonlasten en kunnen voor een energieneutrale woning tot €15.000 extra hypotheek geven. Dat geldt wel alleen voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen van minimaal €33.000. Tenslotte is de waarde van een duurzame woning hoger dan van een niet duurzame woning.
Initiatiefnemers van nieuwbouwprojecten zijn gevraagd om een reactie op het voorgenomen duurzaamheidsbeleid voor de nieuwbouw in het kader van de uitvoeringstoets. In het algemeen sloten de aanwezige initiatiefnemers zich aan bij de ambitie om zoveel mogelijk duurzaam te bouwen. Wel is er twijfel over de economische haalbaarheid van realisatie van alle duurzaamheidsambities/-eisen in één project, met name in het licht van de huidige marktontwikkelingen. Voor het thema energie werden de in hoofdstuk 5 geschetste kanttekeningen bij de mogelijkheden om energieneutraliteit te bereiken in de hoogbouw bevestigd. Daarbij werd ook aangegeven dat de gemeentelijke ambities ten aanzien van beeldkwaliteit de toepassing van gevelpanelen in de weg kunnen staan. Ook de schaarste op het elektriciteitsnet zien de initiatiefnemers als mogelijke bedreiging voor het realiseren van energieneutraliteit. Verder ziet men uit naar de verdere uitwerking van de ondersteuning die de gemeente kan gaan bieden bij de realisatie van collectieve warmte- en koudenetten. Als algemeen advies gaven de initiatiefnemers aan om een jaar ervaring op te gaan doen met het nieuwe duurzaamheidsbeleid en daarna te evalueren.
Er zijn al veel voorbeeldprojecten op gebied van energieneutrale nieuwbouw. Bijvoorbeeld de nieuwbouwwijk Zilverackers in Veldhoven. Verschillende bouwpartijen zijn ook intrinsiek gemotiveerd om verdergaande stappen te zetten op gebied van duurzaamheid. Een groeiende groep initiatiefnemers van nieuwbouwprojecten werkt landelijk aan het vastleggen van gezamenlijke hogere duurzaamheidsambities dan het wettelijk Bouwbesluit voorschrijft. Dit initiatief heet “Het Nieuwe Normaal”. Het basis ambitieniveau voor het thema energie in Het Nieuwe Normaal is NulOp-de-Meter (NOM). Dat is een iets hoger ambitieniveau dan energieneutraal, doordat het totale energiegebruik verlaagd moet worden (bijvoorbeeld door betere isolatie).
Met de woningcorporaties is in het Woonconvenant 2020-2025 afgesproken dat de nieuwbouw optimaal wordt benut voor het opwekken van zonne-energie om een bijdrage te leveren aan zowel woonlasten als de klimaatdoelstellingen. Afgesproken is dat per project wordt bepaald wat de mogelijkheden zijn. De gemeente ondersteunt de corporaties bij de duurzaamheidsambities voor de nieuwbouw in de vorm van sociale grondprijzen in het grondprijzenbeleid. Met de woningcorporaties heeft tegelijk met de initiatiefnemers van nieuwbouwprojecten in de voorbereiding van deze beleidsnota overleg plaatsgevonden in het kader van de uitvoeringstoets. De corporaties hebben daarbij dezelfde opmerkingen gemaakt als de aanwezige initiatiefnemers. Specifiek voor de sociale woningbouw hebben de corporaties aangegeven dat de hogere investering voor energieneutrale nieuwbouw in de sociale huursector niet altijd kan worden terugverdiend met hogere huurprijzen. De huur moet immers betaalbaar blijven voor de doelgroep. In het bestuursakkoord ‘Meer voor Elkaar’ is afgesproken dat er een Fonds Stedelijke Ontwikkeling komt. Voor sociale woningbouwprojecten met een te hoge onrendabele top kan, om het project haalbaar te maken inclusief alle duurzaamheidsambities, eventueel een beroep op dit fonds worden gedaan.
7 Afspraken maken De gemeente moet zoveel mogelijk al in de initiatieffase van nieuwbouwprojecten kenbaar maken dat in Tilburg alleen maar energieneutrale nieuwbouw gewenst is. Bij bouwprojecten waarvan het schetsontwerp al klaar is en er geen rekening is gehouden met het realiseren van een energieneutraal gebouw, is het namelijk lastig en kostbaar om dit alsnog voor elkaar te krijgen. Aanpassen van een definitief schetsontwerp betekent al gauw vertraging van de bouw. Dit is ongewenst met het oog op de grote urgentie om snel meer woningen te bouwen.
De juridische afdwingbaarheid van gemeentelijk energiebeleid voor de nieuwbouw is op dit moment nog beperkt. Weigeren om een bouwvergunning te verlenen voor een nieuwbouwproject, omdat het
niet energieneutraal is, kan op het moment niet. In het bestemmingsplan kunnen ook geen regels worden opgenomen ten aanzien van duurzaamheidsthema’s als energie, circulair en natuurinclusief bouwen. Wel kan in de toelichting bij het bestemmingsplan het beleid ten aanzien van de duurzaamheidsthema’s worden opgenomen, maar daarmee is het beleid niet juridisch bindend.
Bij nieuwbouwprojecten waarbij de grond in eigendom is van de gemeente kan de gemeente wel hogere duurzaamheidseisen stellen en gaat dit ook doen met energieneutraliteit als minimaal uitgangspunt. Bijvoorbeeld door een prijsvraag uit te schrijven of door energieneutraliteit als minimaal gunningscriterium in een aanbesteding op te nemen.
Bij nieuwbouwprojecten waarbij de grond in eigendom is van derden en waarvoor een bestemmingsplan wijziging nodig is voor een bouwplan, kunnen in overleg met initiatiefnemers afspraken gemaakt worden. Met initiatiefnemers sluit de gemeente diverse overeenkomsten. In deze anterieure overeenkomsten zullen afspraken over energieneutraliteit privaatrechtelijk geborgd worden via een kwalitatieve verplichting.
Specifiek voor het stimuleren van collectieve warmtevoorzieningen voor de nieuwbouw heeft de gemeente het juridisch dwingende instrument van het warmteplan (in het kader van het Bouwbesluit) ter beschikking. In het warmteplan kan de gemeente aansluiting op een warmtenet verplichten, om een rendabele businesscase te bereiken. Verder kan de gemeente een bodemenergieplan vaststellen, waarmee het efficiënt gebruik van bodemenergie juridisch wordt geborgd.
Voor lopende projecten, waarvoor al overeenkomsten zijn afgesloten of nu al schetsontwerpen zijn vastgesteld, zijn we gehouden aan de gemaakte afspraken over het duurzaamheidsniveau. Voor de grote nieuwbouwlocaties waar nog meerdere jaren zal worden gebouwd, wordt het gesprek aangegaan om nieuwe afspraken te maken over energieneutraliteit voor de nieuwe woningen waarvoor nog geen schetsontwerpen zijn vastgesteld.
Energieneutraliteit geldt standaard voor nieuwe ontwikkelingen. Voor de grote lopende projecten gaan we het gesprek aan om nieuwe afspraken te maken.
Niet voor alle bouwprojecten is een bestemmingsplan wijziging nodig en worden er overeenkomsten opgesteld. Naast het maken van afspraken op projectniveau gaan we daarom met de bouwsector het gesprek aan. We willen vanuit de gemeente initiatiefnemers aansporen om bij Het Nieuwe Normaal aan te sluiten. En we willen peilen of er interesse bestaat om in algemene zin overeenstemming te bereiken over het nieuwe beleid en hier afspraken over te maken, bijvoorbeeld in een convenant duurzaam bouwen. In de regio’s Utrecht en Amsterdam zijn recent convenanten
duurzaam bouwen afgesloten, waarbij diverse initiatiefnemers van nieuwbouwprojecten zich hebben aangesloten. In de convenanten worden niet alleen afspraken gemaakt over ambitieniveau’s, maar wordt ook een handreiking geboden hoe deze bereikt kunnen worden. Daar zouden we in Tilburg gebruik van kunnen maken. In het convenant van de regio Amsterdam is het minimale ambitieniveau Energieneutraal voor zowel het gebouwgebonden als het gebruiksgebonden energiegebruik, conform de Tilburgse ambitie. De regio Utrecht hanteert ENG als minimaal ambitieniveau, dus alleen energieneutraal voor het gebouwgebonden energiegebruik. Beide regio’s maken wel een uitzondering voor de hoogbouw.
Naar verwachting zal per 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking treden. Het landelijk Bouwbesluit vervalt op dat moment en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) wordt dan van kracht. In het BBL is geregeld dat gemeenten lokaal eigen maatwerkregels kunnen vaststellen voor de nieuwbouweis voor energie- en milieuprestatie van gebouwen. Dus met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid om energieneutraliteit juridisch af te dwingen.
Minister De Jonge heeft aangekondigd dat hij de wettelijke energie-eisen voor de nieuwbouw gaat aanscherpen, omdat “de lat in heel Nederland hoog moet worden gelegd om de duurzaamheidsambities en klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 in de gebouwde omgeving te behalen”. De minister onderschrijft dus dat de huidige landelijke energie-eisen aan de nieuwbouw onvoldoende zijn. Over de uitwerking gaat de minister nog het gesprek aan met de bouwsector en medeoverheden. Daarbij heeft de minister ook aangegeven dat hij de verhoging van de duurzaamheidseisen wil combineren met zoveel mogelijk landelijke uniformering hiervan. Dit zou kunnen betekenen dat de nieuwe mogelijkheden die de BBL gaat bieden om lokaal maatwerkregels vast te stellen weer beperkt gaan worden. Via de VNG bepleit Tilburg dat de mogelijkheid om maatwerkregels vast te stellen pas kan vervallen als energieneutrale nieuwbouw voor zowel het gebouwgebonden energiegebruik als het gebruikersgebonden energiegebruik landelijk wettelijk is vastgelegd.
8 Implementatie Voor de duurzaamheidsthema’s natuur- en klimaatadaptief bouwen is een integraal duurzaamheidsinstrument ontwikkeld, met een puntenscore. Veel maatregelen die gunstig zijn voor natuur zijn namelijk ook gunstig voor klimaatadaptatie en scoren dus in het duurzaamheidsinstrument automatisch op beide thema’s. Voor het duurzaamheidsthema energie wordt vooralsnog alleen energieneutraliteit als eis in het duurzaamheidsinstrument meegenomen. Als het instrument goed werkt, zou bij de doorontwikkeling gekeken kunnen worden of misschien ook aanvullende energiemaatregelen in het instrument kunnen worden opgenomen.
Voor het duurzaamheidsbeleid voor de nieuwbouw op gebied van energie, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen is een integraal implementatieplan opgesteld. Hierin is uitgewerkt hoe bouwpartijen worden geïnformeerd, hoe de implementatie van het duurzaamheidsbeleid in de interne organisatie wordt belegd, hoe het nieuwe instrument duurzaamheid wordt ingezet en hoe huidige en toekomstige juridische instrumenten zullen worden ingezet.
Voor het thema energie ziet de implementatie van beleid er binnen de huidige juridische mogelijkheden schematisch als volgt uit:
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen de juridische mogelijkheden en kan het schema er anders uit komen te zien.
In het implementatieschema staat het gesprek met de initiatiefnemer van een nieuwbouwproject over het bereiken van energieneutrale nieuwbouw centraal. Energiemaatregelen worden bij voorkeur getroffen op woningniveau, maar met name warmte- en koude oplossingen zijn soms veel efficiënter en betaalbaarder op project/gebiedsniveau. Denk aan
vormen van duurzame stadsverwarming op basis van een WKO of in de toekomst op basis van geothermie. De verantwoordelijkheid voor het behalen van energieneutraliteit ligt primair bij de initiatiefnemer van een nieuwbouwproject, maar we trekken als gemeente samen op met de initiatiefnemer om te zorgen dat maatregelen op het juiste schaalniveau worden getroffen. In de onderstaande afbeelding geven de cirkels aan dat sommige maatregelen om energieneutraliteit te bereiken ook op wijk of gemeentelijk niveau gerealiseerd kunnen worden.
Bij het plaatsen van zonnepanelen op bestaande gebouwen in de omgeving ten behoeve van energieneutrale nieuwbouw hoort wel een kanttekening. Dit kan, maar dan moet wel eerst in de energievraag van de bestaande gebouwen voorzien worden. De energievraag van de bestaande bouw moet immers ook verduurzaamd worden.
Ter ondersteuning van het bereiken van de ambities uit dit beleidsplan is naast de ruimtelijke instrumenten (opschalen) en de juridische instrumenten ook gekeken naar financiële instrumenten die zouden kunnen worden ingezet.
Financiële instrumenten die eventueel zouden kunnen worden ingezet zijn: -
Bij innovaties: Klimaatfonds
-
Bij Sociale woningbouw: Fonds Stedelijke Ontwikkeling (als aan duurzaamheidseisen wordt voldaan)
-
kostenverhaal in anterieure overeenkomst. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor de compensatie van het energiegebruik door de nieuwbouw door de gemeente wordt overgenomen. (Dit kan pas als de gemeente ook een lijst met energieprojecten heeft, die als compensatie kunnen dienen.)
-
afdracht aan Fonds Bovenwijkse voorzieningen. Het beleid ten aanzien van het Fonds Bovenwijkse voorzieningen wordt binnenkort aangepast. Dan zouden bovenwijkse projecten op gebied van energie/klimaat/natuur meegenomen kunnen worden.
Aangezien energieneutraliteit de basiseis is voor de nieuwbouw, geldt, dat wanneer energieneutraliteit écht onhaalbaar is, een verzoek om uitzondering moet worden voorgelegd aan het college.
Een verzoek om een uitzondering op het opnemen van energieneutraliteit als basiseis in anterieure overeenkomsten moet worden voorgelegd aan het college van B&W
Bijlage 1 Toelichting: BENG, ENG, energieneutraal en NOM BENG De wettelijke energie eis voor nieuwbouw is de BENG-norm, waarbij BENG staat voor Bijna Energie Neutraal Gebouw. De BENG norm stelt eisen aan het energiegebruik voor warm tapwater, ventilatie, verwarming en koeling van het gebouw, het zogenaamde gebouwgebonden energiegebruik. De BENG norm gebruikt voor het sturen op minimalisering en verduurzaming van het gebouwgebonden energiegebruik 3 knoppen: BENG 1: Beperking energiegebruik. Er geldt een maximum energieverbruik (in kWh/m2/jr). Hier kan aan worden voldaan door goede isolatie en zuinige installaties voor warm tapwater, ventilatie, verwarming en koeling van het gebouw. BENG 2: Beperking gebruik fossiele energie. Er geldt een maximum voor het gebruik van fossiele energie in kWh/m2/jr. Hierin telt het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit in het landelijk elektriciteitsnet mee. In 2021 was dit aandeel 33%. De eigen opgewekte stroom mag in de BENGnorm worden verrekend met de stroom die van het net wordt gebruikt. Dus deze knop stimuleert het toepassen van zonnepanelen. BENG 3: Gebruik duurzame energie. Er moet minimaal 40% duurzame energie worden gebruikt. Deze knop stimuleert naast zonnepanelen ook het gebruik van een duurzame warmtebron.
ENG ENG staat voor Energie Neutraal Gebouw. BENG 3, die het aandeel duurzame energie van het gebouwgebonden energiegebruik bepaalt, is bij ENG niet 40%, maar 100%.
Energieneutraal De BENG-norm stelt eisen aan het gebouwgebonden energiegebruik, dat wil zeggen aan het energiegebruik voor warm tapwater, ventilatie, verwarming en koeling van het gebouw. BENG stelt géén eisen aan het gebruiksgebonden energieverbruik van woningen, zoals voor apparaten als computers en wasmachines en het procesgebonden energiegebruik in de utiliteitsbouw, zoals voor ovens in een bakkerij.) Om te komen tot energieneutrale nieuwbouw moet naast het gebouwgebonden energiegebruik ook dit zogenaamde gebruikers gebonden energiegebruik cq het procesgebonden energiegebruik in de utiliteitsbouw, gecompenseerd worden door duurzame opwek van energie. Energieneutrale nieuwbouw is aangesloten op het elektriciteitsnet en moet per saldo over het hele jaar gemeten net zoveel energie duurzaam opwekken als gebruiken.
NOM NOM staat voor Nul op de Meter. Een NOM gebouw is energieneutraal, maar heeft bovendien een 5% lagere energievraag voor het gebouwgebonden energiegebruik, dan de BENG 1 norm.
Bijlage 2 Gebruiksgebonden energiegebruik utiliteitsgebouwen Voor utilitaire gebouwen dient het gebruiksgebonden energiegebruik te worden bepaald met behulp van de onderstaande tabel.
Tabel gebruiksgebonden elektriciteit utiliteitsgebouwen. Bron: Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsgebouwen, ECN, januari 2016.