02 Collegeadviesnota tweede tranche NPO voor College. DEF
Tekst van het document
Collegeadvies Bestedingsvoorstel tweede tranche NPO-middelen 290322 – Sociaal
Aanleiding In Tilburg stellen we het kind centraal. We vinden het belangrijk dat alle kinderen zich ten volle kunnen ontplooien. Dat zij de kans krijgen te ontdekken wij zij zijn, hun talenten kunnen ontwikkelen. Daar werken we aan via onze agenda’s en programma’s zoals de Lokaal Educatieve Agenda en de Integrale Jeugdagenda . Door corona zijn bestaande achterstanden vergroot. Kinderen hebben veel onderwijs gemist door schoolsluitingen en afstandsonderwijs is geen volwaardige vervanging van fysieke lessen. Kinderen hebben minder deelgenomen aan VVE omdat deelname tijdens de lockdowns beperkt was tot de noodopvang van kwetsbare kinderen en kinderen van ouders in cruciale beroepen. Daardoor missen ze een deel van hun voorbereiding op het primair onderwijs. Tijdens de lockdowns stonden allerlei voorzieningen onder druk, omdat externen geen of beperkt toegang hadden tot de scholen. Daarnaast stonden ook activiteiten gericht op brede talentontwikkeling en netwerkvorming onder druk. De coronatijd heeft gezorgd voor minder ontwikkelkansen en grotere achterstanden onder kinderen en jongeren. Daarmee is het essentieel om een inhaalslag te maken om achterstanden te verkleinen en kansengelijkheid te vergroten. Nu de coronapandemie in wat rustiger vaarwater lijkt te belanden, is dit het moment voor een krachtig herstelpakket voor het onderwijs.
Dat doen we met de middelen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld in het ‘’Nationaal Programma Onderwijs”: steunprogramma voor herstel en perspectief’’ (hierna: NPO). Landelijk gaat het om € 8,5 miljard en voor Gemeente Tilburg om € 3.953.078,10,-. Daarnaast hebben scholen ook eigen middelen ontvangen uit het NPO. Totstandkoming Tilburgs bestedingsvoorstel NPO Dit voorstel is tot stand gekomen samen met onze partners: onder andere scholen, kinderopvangorganisaties, R-Newt, GGD, SMW en aanbieders taal-/basisvaardigheden. Over de inzet van het NPO is aan meerdere tafels gesproken, zoals de klankbordgroep VVE, werkgroep PO en regiegroep VO, het bestuurlijke overleg van Tprimair. Partners hebben eind 2021 in de verschillende overlegtafels aangegeven waar zij zien dat de nood door corona het hoogst is: • Tijdens de onderwijsdag in oktober 2021 hebben kinderopvang partners aangegeven met name kansen te zien voor zwaarbelaste peutervoorzieningen, inclusieve kinderopvang en het versterken van het netwerk rondom het kind. • Bij scholen, besturen en wijk overleggen in het primair onderwijs signaleren dat taal, het netwerk in de school en rond de school (zowel op het gebied van brede talentontwikkeling als welzijn/zorg) nog versterking behoeven.
Uit de gesprekken wordt nadrukkelijk de aansluiting met lopende programma’s en beleid (LEA, In de buurt gebeurt het, Smart Start, ontwikkeling IKC) gezocht. • Voor het VO is het signaal dat er vooral behoefte is aan extra inzet van het netwerk om het welzijn en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen en studenten te verbeteren. We hebben op basis van de gesprekken met partners uitgewerkt hoe we de gemeentelijke NPO-middelen aanvullend op de inzet van de NPO-middelen op de scholen inzetten. De inzet van de gemeente is aanvullend op de inzet op de scholen, met name door in te zetten op het netwerk rondom de scholen en het inzetten op buitenschools aanbod. De NPO-middelen worden toegekend in verschillende tranches We kiezen vanwege de druk op scholen en de complexiteit van de samenhangende beleidsterreinen voor een gefaseerde besluitvorming en uitvoering van het NPO. Partijen hebben zelf voor verschillende projecten en activiteiten subsidieaanvragen ingediend. Om snel aan de slag te kunnen is op 14 december 2021 een eerste tranche NPO goedgekeurd. Daarin is in totaal € 683.360,67 aan NPO-middelen opgenomen. Met de eerste tranche lag het accent van de inzet op het voortgezet onderwijs, thuiszitters en naschoolse activiteiten. Dit is het bestedingsvoorstel voor de tweede tranche.
Elke aanvraag is getoetst en dient bij te dragen aan ten minste een van de volgende bestedingsdoelen van het NPO:
• • • • •
(Boven)schoolse maatregelen Voorschoolse periode Zorg en Welzijn Bevorderen samenwerking lokale partners binnen Gemeente Thuiszitters
Tilburg kiest juist nu voor meer kansengelijkheid, minder achterstand en meer talentontwikkeling voor kinderen Ons vertrekpunt is dat we het kind centraal stellen. Zowel in het VVE, PO als VO is het nodig om achterstanden aan te pakken en we richten de NPO-impulsen dan ook op de drie sectoren. Het VVE krijgt zelf geen NPOmiddelen, maar in Tilburg kiezen we ervoor om vanuit de gemeente wel NPO-middelen toe te kennen. Dit doen we omdat we zien dat jonge kinderen minder mogelijkheden tot VVE hebben gekregen door de coronamaatregelen. Dat beïnvloedt op langere termijn mogelijk hun onderwijsresultaten dus daarom vinden we dit belangrijk. In de eerste tranche lag het accent op het VO en in de tweede tranche ligt het accent meer op VVE en PO. In de tweede tranche reserveren we een klein deel van de middelen voor initiatieven die niveauoverstijgend zijn, bijvoorbeeld Sparrenhof en meerjarenvisie taal. Het streven om de NPO middelen (zo duurzaam als mogelijk) in te zetten sluit aan bij de duurzaamheidsambitie van de scholen en het resultaat van het bestuurlijke LEA-overleg over NPO op 26 mei 2021. Dat betekent dat we waar mogelijk de middelen prioriteren ten behoeve van structurele oplossingen. Om gelijke kansen te bevorderen versterken we zo veel als mogelijk bestaande programma’s tijdelijk met een impuls zodat deze achterstanden kunnen wegwerken.
Daartoe onderscheiden we drie impulsen: 1 Impuls samenwerking kinderopvang-onderwijs-zorg-welzijn; 2 Impuls taal/basisvaardigheden; 3 Impuls buitenschoolse activiteiten. Daarmee geven we vorm aan onze ambitie om het kind centraal te stellen.
Impuls buitenschoolse ac viteiten
alent
ind op school of kinderopvang Impuls samenwerking kinderopvang onderwijs zorg welzijn
org welzijn
aal ouders
Impuls taal basisvaardigheden
Beoogd effect/ bestuurlijk kader Het NPO draagt bij aan het bestrijden en waar mogelijk voorkomen van onderwijsachterstanden, mede als gevolg van corona. Hiermee zetten we in op gelijke kansen voor kinderen en jongeren, een van de ambities in het bestuursakkoord binnen de inclusieve stad. Het bevorderen van gelijke kansen is ook een van de opgaven in de kadernota ‘Stimuleren persoonlijke ontwikkeling’. De inzet van NPO sluit aan op de bestedingsdoelen, de Integrale Jeugdagenda, ‘In de buurt gebeurt het’ van plein013, de inzet Kracht van Preventie, inzet Schoolmaatschappelijk Werk (SMW) en de Lokaal Educatieve Agenda ‘Een kansrijke toekomst begint hier!’. 2
Advies Advies aan het college van B&W om: 1. Het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren te ondersteunen door een impuls te geven aan samenwerking kinderopvang-onderwijs-zorg-welzijn. Daartoe vanuit de NPO-middelen beschikbaar te stellen: a. Maximaal € 550.000 voor een eenmalige subsidie voor de Kracht van Preventie b. Maximaal € 640.000 voor eenmalige subsidies voor zorg en ondersteuning op zwaarbelaste peutergroepen c. Maximaal € 650.000 voor een eenmalige subsidie buurtgerichte samenwerking primair onderwijs zorg en welzijn d. Maximaal € 80.000 voor een eenmalige subsidie aan OC Leypark en Biezonderwijs voor extra ondersteuning aan hun leerlingen e. Eenmalig maximaal € 274.022,- voor extra inzet IMW, schoolmaatschappelijk werk in het voortgezet onderwijs. f. Eenmalig maximaal € 350.000 voor extra inzet jongerenwerk R-Newt, verbonden aan de scholen. 2.
Het welzijn en de ontwikkelingen van kinderen en jongeren te ondersteunen door een impuls te geven aan taal/basisvaardigheden. Daartoe vanuit NPO-middelen beschikbaar te stellen: a. Maximaal € 50.000 voor eenmalige subsidie om met een uitrol van Kracht van Preventie het netwerk van leerlingen in het primair onderwijs op het gebied van taal te versterken. b. Maximaal € 45.000 voor eenmalige subsidie aan de bibliotheek om een passend aanbod van Bieb op School op 6 scholen te verzorgen. c. Maximaal € 50.000 voor eenmalige subsidie voor onderzoek met advies naar doorlopende leerlijnen taal 0-100 en verbindingen in sociaal domein.
3.
Het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren te ondersteunen door een impuls te geven aan buitenschoolse activiteiten. Daartoe vanuit NPO-middelen beschikbaar te stellen: a. Maximaal € 59.070 voor eenmalige subsidies voor Peuterzomerscholen. b. Maximaal € 50.000 voor eenmalige subsidie aan CiS om in twee wijken een cultuurcoach in te zetten. c. Maximaal € 50.000 voor eenmalige subsidie aan T-Primair voor een hogere deelname van kinderen aan de zomerscholen.
4.
Mandaat te verlenen aan het afdelingshoofd Sociaal om, in het kader van NPO-middelen, voor zover hiervoor budget beschikbaar is gesteld door het college: a. subsidie te verlenen (of te weigeren); b. subsidievoorwaarden vast te stellen; c. subsidies (lager) vast te stellen; d. en daarbij te bepalen dat ondermandaat is toegestaan, een en ander zoals is weergegeven in de als bijlage 2 bijgevoegde matrix.
5. De raad actief te informeren middels een raadsbrief.
Argumenten 1.1 We geven een impuls aan de samenwerking kinderopvang-onderwijs-zorg-welzijn om de ontwikkelkansen en veerkracht van kinderen en jongeren te verbeteren. Met deze impuls zetten we in op een algehele versterking van het brede netwerk, dichtbij en rondom het kind, de ouders en de scholen. Doel is om de (bestaande) ondersteuningsstructuur rondom kinderen te versterken, zodat (onderwijs)partners beter in staat zijn om kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling. Op korte termijn betekent dit dat we een verlichting voor zwaarbelaste medewerkers in het onderwijs willen realiseren met gerichte ondersteuningsmaatregelen, onder andere door de rol van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) te 3
versterken in de overdracht van JGZ naar kinderopvang. Zulke interventies zijn nodig zodat professionals weer voldoende tijd en ruimte krijgen om kinderen (weer) goede begeleiding te bieden. Daarnaast willen we ontwikkelkansen stimuleren door meer ondersteuningsmogelijkheden te faciliteren waardoor ouders en professionals beter in staat zijn hun rol te pakken bij de ondersteuning van het kind. We zetten daarbij in op de wijken en kinderen met de grootste achterstanden. 1.2 De Kracht van Preventie draagt bij aan ouderschapsversterking en meer toeleiding naar VVE. De Kracht van Preventie is een project waarbij de GGD en R-newt Kids samen een gevarieerd en passend aanbod op wijkniveau realiseren voor kinderen van 0-6 jaar en hun ouders. Steun bij andere ouders of een netwerk in de buurt is enorm belangrijk, maar niet voor alle ouders vanzelfsprekend. Zeker in tijden van corona zien we dat steun rondom het gezin makkelijk kan afnemen. De problematiek binnen gezinnen zien we juist toenemen. Met het voorstel breiden we de informele en laagdrempelige contactmomenten uit in de wijken waar dat het meest nodig is. Dit is gericht op het versterken van het ouderschap en de opvoeding en heeft directe invloed op de ontwikkelkansen en het welzijn van de kinderen.
Naast het realiseren van laagdrempelig aanbod is het doel van Kracht van Preventie om ouders en kinderen toe leiden naar een peutervoorziening met VVE. Door toeleiding naar VVE draagt Kracht van Preventie bij aan de ontwikkelkansen voor kinderen. 1.3 We versterken zorg en ondersteuning op zwaarbelaste peutergroepen voor een kwalitatief goed VVEaanbod door het verminderen van de zware belasting van personeel. Het aantal peuters met specifieke zorg- en ondersteuningsbehoeften binnen de peuteropvang is flink toegenomen sinds de coronacrisis, ook is de problematiek verergerd en zien we dat kinderen die dat nodig hebben (te) lang moeten wachten op passend aanbod vanuit de specialistische jeugdhulp. We willen deze problematiek op de peutergroepen daarom voorkomen en de huidige problemen bestrijden. Dit doen we onder andere vanuit de NPO middelen. Het verminderen van de zware belasting draagt bij aan een basis die op orde is zodat een kwalitatief goed (VVE)-aanbod gerealiseerd kan worden voor alle peuters. Dit draagt bij aan een goede ontwikkeling. Primair willen we dit doen door de rol van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) te versterken. Hiermee versterken we de overdracht van JGZ naar de opvang waarbij de professionals van de opvang beter worden meegenomen in de problematiek en hoe hier mee om te gaan.
Tegelijkertijd willen we dit duurzaam borgen, de kennis en vaardigheden van de professionals op de groep blijvend versterken. Dit doen we door in te zetten op scholing en op de kwaliteitsversteviging van de pedagogisch professionals. Zo zorgen we er ook voor dat de Intern Begeleiders kinderopvang weer ruimte krijgen om hun eigenlijke rol te pakken, want nu zijn zij vaak genoodzaakt om bij te springen in situaties met een hoge zorgvraag in plaats van adviserend op meer afstand. Waar nodig kijken we wat hier bovenop nog nodig is om de meest prangende vragen op te lossen. De precieze aanpak stellen we samen met de VVE aanbieders en de JGZ. Duurzaam verhogen van de kwaliteit op de groep is het doel. Om te komen tot de daadwerkelijke inzet van de middelen kijken we waar inzet het meest nodig is. Daarom analyseren we de problematiek op wijkniveau en bepalen we de inzet op basis van die analyse. 1.4 Per buurt zetten we extra ondersteuning in om het zorg- en welzijnsnetwerk rondom leerlingen in het primair onderwijs te verbeteren. We zetten in op het versterken van het buurtgerichte netwerk rond het primair onderwijs, ter aanvulling op de wijkondersteuningsplannen. We bereiken hiermee niet alle 17.500 leerlingen in de 12 onderscheiden buurten, maar wel alle scholen en het relevante netwerk die meedoen aan ‘In de buurt gebeurt het’.
De behoefte aan extra inzet van het netwerk zal per wijk verschillen. We vragen de scholen in de wijk om dit te specificeren. We werken vanuit de gemeente nauw samen in een werkgroep waarin het samenwerkingsverband Plein013 en TPrimair participeren. We houden rekening met de rol van SBO in het programmaplan ‘In de buurt gebeurt het’ en de ondersteuning die vanuit het SBO geboden kan worden. Dat doen we door De Kracht in staat te stellen om kennis uit het SBO in te zetten voor professionalisering in het primair onderwijs.
4
1.5 Extra ondersteuning in het speciaal onderwijs draagt bij om de al zware problematiek van de kinderen in deze scholen terug te dringen. Ook in het speciaal onderwijs hebben leerlingen geleden onder de Covid-19 maatregelen en staan de scholen en de ondersteuning onder druk. Het SBO en SO ontwikkelen geen wijkondersteuningsplannen omdat ze een stedelijke en regionale functie hebben. Daarom reserveren we een deel van de middelen voor de ondersteuning van de leerlingen van OC Leijpark en het Praktijkcollege De inzet van de middelen is gericht op extra (lichte) ondersteuning door schoolmaatschappelijk werk en inzet van een gedragswetenschapper. Het betreft scholen van Biezonderwijs en OC Leijpark met in totaal respectievelijk circa 214 en 566 leerlingen. Niet alle leerlingen zullen in aanmerking (hoeven) te komen voor de extra inzet op ondersteuning. 1.6 De extra inzet van schoolmaatschappelijk werk en R-Newt jongerenwerk in het VO helpt jongeren met opgelopen ontwikkelachterstanden op sociaal emotioneel gebied. Het betreft een tijdelijke extra inzet van twee jaar voor zowel IMW als R-Newt, bedoeld om deze ontwikkelingsachterstanden aan te pakken. Deze extra middelen worden niet gebruikt ter overbrugging van wachtlijsten tweedelijns zorgaanbieders of ter overbrugging naar aanbod van het Stedelijk Team Complexe Casuïstiek van Toegang Tilburg (kan wel een neveneffect zijn).
IMW en R-Newt zijn in overleg met GGD (eerder vastgestelde subsidie tranche één) om per school te kijken waar de ondersteuningsbehoefte ligt en waar de druk het hoogst is. 2.1. We geven een impuls aan taal-/basisvaardigheden van kinderen en jongeren om hun (taal)ontwikkeling te versterken. Door corona zijn taalachterstanden vergroot en deze impuls draagt bij aan de bestrijding ervan. Tilburg heeft veel initiatieven en projecten op taal binnen verschillende leeftijdscategorieën. Het gaat hierbij niet alleen over lezen en schrijven, maar ook over de bredere basisvaardigheden rekenen en digitale vaardigheden. Taal- en basisvaardigheden zien we als het noodzakelijk fundament voor een gezonde en kansrijke persoonlijke ontwikkeling. Daarom kiezen we voor een gerichte impuls vanuit het NPO op taal-/basisvaardigheden. Scholen zetten zelf ook NPO-middelen in om taalontwikkeling op school te bevorderen. Deze impuls is daarom met name gericht op het omliggend netwerk van partners die taal/basisvaardigheden aanbieden. We richten ons op het (door)ontwikkelen van een goed samenhangend aanbod van aanbieders van taal en basisvaardigheden, waarbij we meer scholen willen bereiken. Dat doen we bijvoorbeeld door Bieb op School op meer scholen aan te bieden. De volgende interventies richten zich specifiek op de aanpak van taalachterstanden, achterstanden op basisvaardigheden en laaggeletterdheid.
Dat doen we door een uitrol van Kracht van Preventie richting primair onderwijs, de inzet van de Bieb op School en door te investeren in visie op een doorgaande leerlijn taalontwikkeling. 2.2 Om het netwerk van taalonderwijs te versterken rollen we Kracht van Preventie verder uit richting enkele scholen in het primair onderwijs. We signaleren dat veel kinderen van ouders met een migratieachtergrond en kinderen van laaggeletterden bij binnenkomst in het primair onderwijs een taalachterstand hebben. We denken daarbij met name aan de scholen in Noord. De partners (scholen, GGD en R-newt) kennen elkaar al, bijvoorbeeld via de ouderkamers. Zij hebben met deze middelen de mogelijkheid om meer concrete activiteiten te ontwikkelen voor ouder en kinderen en daarmee het taalaanbod in de scholen te ondersteunen. 2.3 We investeren in een passend aanbod van de Bieb op School op een zestal scholen in het primair onderwijs om de taalontwikkeling van kinderen te ondersteunen. Een zestal andere scholen doen al mee aan een pilot van Bieb op School. Het programma is gericht op het ondersteunen, van het taalonderwijs op scholen gericht op lezen en digitale vaardigheden. Met deze subsidie versoepelen we de mogelijke deelname van zes nieuwe scholen. Daarmee verbreden we de inzet van Bieb op School en ontzorgen we de scholen.
Via die scholen verwachten we indirect ongeveer 2000 leerlingen te bereiken. In het Bieb op School traject worden ook de ouders begeleid. Daarmee stimuleren we kennisoverdracht over lezen richting ouders en leerkrachten.
5
2.4 Door te investeren in een meerjaren visie en het netwerk rondom taalontwikkeling verwachten we de achterstanden van taal bij kinderen te verminderen. In Europese cijfers was al te zien dat wij in Nederland slecht scoren op taal. De coronacrisis heeft onder andere door het vele thuisonderwijs nog meer duidelijk gemaakt wat de gevolgen van laaggeletterdheid kunnen zijn. Achterstanden op basisvaardigheden zijn toegenomen. Om kansengelijkheid te bevorderen, generationele overdracht te doorbreken en laaggeletterdheid verder aan te pakken, is een doorlopende leerlijn belangrijk. Het is noodzakelijk een meerjaren visie op taal te ontwikkelen met verdere verbindingen in het sociaal domein. Met deze impuls willen we de verbindingen tussen de uitvoerende partners op het gebied van taal en basisvaardigheden versterken. Daarbij spelen diverse partners een rol die allemaal hun steentje bijdragen. We verwachten dat we door meer verbindingen te leggen tussen de verschillende partners de preventie in de stad verbeteren. Zo kan expertise nog meer benut en gedeeld worden. Het gaat hierbij om het verbinden van onderwijs, taalnetwerk, bibliotheek, schakelklassen, kracht van preventie etc. 3.1 We geven een impuls aan buitenschoolse activiteiten om kinderen en jongeren extra ontwikkelmogelijkheden aan te bieden.
‘Leren doe je overal’ (een van de ambities uit de LEA) kreeg tijdens de coronacrisis een extra dimensie door het digitaal onderwijs. Tegelijk brachten de schoolsluitingen ook langdurige verstoringen in (school)ritme met zich mee en leidden de coronamaatregelen tot beperkte contactmomenten. Buitenschoolse activiteiten dragen bij aan een meer divers ontwikkelaanbod en ontmoetingsmogelijkheden voor kinderen en jongeren. We bieden kinderen en jongeren extra kansen om aan talentontwikkeling te werken, juist na een periode waarin zij vooral beperkt zijn in de mogelijkheden om zich te ontplooien. 3.2 Met het realiseren van peuterzomerscholen zetten we extra in op de (taal)ontwikkeling van peuters. Met het realiseren van peuterzomerscholen wordt ingezet op een meer dan 40-weeks ontwikkelingsgericht aanbod voor peuters. Juist de allerjongste kinderen hebben veel voorbereidend pedagogisch en educatief aanbod gemist door de coronamaatregelen en basisscholen merken dit ook bij de instroom van nieuwe leerlingen. Met peuterzomerscholen wordt het aanbod voor peuters tijdens de vakanties voortgezet. Tijdens deze aanbodverlenging wordt inhoud en vormgegeven aan betekenisvol taalonderwijs zodat de taalontwikkeling wordt gestimuleerd. 3.3 We verbreden het aanbod van cultuurcoaches in wijken aanvullend op de pilots die nu al lopen.
Cultuurcoaches zorgen dat vraag en aanbod met elkaar in verbinding worden gebracht en maken het aanbod op brede talentontwikkeling inzichtelijk. Dit gaat om de wijken West, Zuid, Noord en de twee pilots in de Reeshof. We denken daarbij voor het schooljaar 2022-2023 aan Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel en Oud-Noord. Dat zijn beide grote wijken met samen 13 scholen en bijna 4000 leerlingen. Aangezien de looptijd vooralsnog een jaar is en niet alle kinderen behoefte hebben aan het aanbod van de cultuurcoaches gaan we er van uit dat we met de inzet van deze cultuurcoaches uitgaan van een kern van twee scholen per wijk en vanuit die kern het concept verder uitwerken. We verwachten op die manier ongeveer 1200 leerlingen te bereiken. 3.4 We investeren in de inzet van extra capaciteit op de zomerscholen voor leerlingen in het primair onderwijs. Deze zomerscholen worden in 2022 wijkgericht georganiseerd en bieden een programma voor circa 400 leerlingen. Tijdens de eerste lockdown hebben de zomerscholen dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de GKA bood om meer kinderen te ontvangen. Die mogelijkheid stellen we voor 2022 ook beschikbaar. We verwachten met deze middelen ongeveer 100 kinderen meer te bereiken. De inzet op buitenschoolse activiteiten is aanvullend op de eerste tranche NPO die was gericht op het voortgezet onderwijs en Sparrenhof.
4.1 Mandatering van de besluitvorming zorgt voor een efficiëntere afhandeling van de subsidieaanvragen. Door dit mandaat kunnen ook de volgende tranches van de NPO middelen door het afdelingshoofd Sociaal worden afgedaan.
6
Risico’s De tijd zal moeten leren of de tijdelijke impulsen van het NPO de impact van corona op het onderwijs kunnen ondervangen. We hebben bewust gekozen voor veelal bestaande projecten en activiteiten omdat we weten wat daar de effecten van zijn of dat het werkt. Experts verwachten dat de impact van corona nog lang zal nadreunen en we weten dus niet of de extra impulsen voldoende zijn om de onderwijsachterstanden aan te pakken. Risico’s zijn of er voldoende tijd en middelen zijn en of de ingezette impulsen voldoende effect sorteren. • Inmiddels heeft het Rijk laten weten de bestedingstermijn voor het NPO te verlengen tot 31 juli 2025. Daarmee is er gelukkig meer tijd en ruimte om de middelen gespreid in te zetten. Het risico van niet voldoende tijd achten we daarmee beperkt. • Tegelijk heeft het Rijk ook laten weten niet opnieuw met een tijdelijk steunpakket jeugd te komen. Het kabinet wil eerst met jongeren zelf opnieuw bezien wat nodig is om laagdrempelig mentale gezondheid bespreekbaar te maken en structureler aan te pakken om zo de nadelige effecten van de coronacrisis op het mentaal welzijn van jongeren terug te dringen. Naar verwachting wordt deze aanpak voor de zomer van 2022 gepresenteerd.
Op korte termijn hebben we voldoende middelen voor de impulsen, tegelijk is de (landelijke) aanpak op langere termijn om de effecten van de coronacrisis aan te pakken nog niet duidelijk. • We vragen informatie/data op om de effecten van de impulsen zo goed mogelijk te kunnen volgen. Wij werken in Tilburg zo veel als mogelijk preventief en verwachten door aan te sluiten op bestaande programma’s met deze NPO-impulsen de achterstanden veroorzaakt door Covid terug te dringen.
Kosten en dekking Het NPO is toegekend door het Rijk via een specifieke uitkering (Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen). De aanvragen zijn getoetst aan de regeling aan de hand van de bestedingsdoelen NPO (zie inleiding). In de eerste tranche van NPO is € 683.360,67 ingezet op cultuurcoaches rond het VO en Sparrenhof, uitbreiding basisfuncties GGD, middelen mentale gezondheid, een aanjager ontwikkelpact en een junior beleidsadviseur onderwijs. Daarmee resteert voor de tweede en derde tranche in totaal € 3.269.717,43. De bestedingstermijn van de NPO-middelen is tot 31 juli 2025. We zetten in op: NPO-Impuls Samenwerking kinderopvang-onderwijs-zorg-welzijn: - Eenmalige subsidie voor Kracht van Preventie - Eenmalige subsidies voor zorg en ondersteuning op zwaarbelaste peutergroepen - Eenmalige subsidie buurtgerichte samenwerking primair onderwijs zorg en welzijn - Eenmalige subsidie OC Leijpark en Biezonderwijs voor extra ondersteuning - Extra inzet IMW in VO - Jongerennetwerk R-Newt Taal/basisvaardigheden Buitenschoolse activiteiten Totaal tweede tranche NPO Resterende middelen voor derde tranche NPO
Reservering (max.) € 2.194.022,-
€ 145.000,€ 509.070,€ 2.848.092 € 421.625,43
In de komende P&C productie zal dit voorstel financieel verwerkt worden. Voor de financiële verantwoording van deze specifieke uitkering is een bijlage bij de jaarrekening en de controleverklaring nodig. In de jaarrekening moet worden aangetoond dat de uitkering besteed is aan de doelen waarvoor hij verstrekt is.
Vervolg De in deze nota opgenomen middelen zullen volgens de systematiek van impactgericht subsidiëren worden toegekend. Daarin is de monitoring van de resultaten een vast onderdeel. Daarnaast zullen we de raad actief
7
informeren middels een raadsbrief. Aan uw college zal eind 2022 nog een bestedingsvoorstel voor een derde tranche NPO-middelen worden voorgelegd.
Evaluatie We sluiten met de inzet van de NPO-middelen aan op bestaand beleid en uitvoeringagenda’s. Dat betekent dat we de voortgang van de NPO-impulsen primair evalueren vanuit de voortgang op dit beleid. Het hoofddoel, de bestrijding van onderwijsachterstanden en kansenongelijkheid, volgen we tevens vanuit de indicatoren zoals deze zijn opgenomen in de programmabegroting en het veld Stimuleren persoonlijke ontwikkeling (Inclusieve stad).
Bijlagen 1. 2.
Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Mandaat subsidie NPO-middelen
Portefeuillehouder: Wethouder Hendrickx Behandelend ambtenaar: Daniel Setzpfand, beleidsmedewerker Sociaal, 06-53425849 8