CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage bij raadsvoorstel - vraag- en antwoordsheet VNG

Hamerraad 25 januari 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vastellen Verordening kwaliteit vergunningverlening 2021964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage III – Vraag en Antwoord over modelverordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving

Waarom worden de kwaliteitscriteria niet gewoon in een AMvB vastgelegd? De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving is een eigen verantwoordelijkheid van de decentrale overheden. Dit is door de wetgever erkend in het wetsvoorstel VTH, waarin de regeling van de kwaliteit aan gemeenten en provincies is overgelaten. De procescriteria zijn en blijven in het Besluit omgevingsrecht geregeld.

Hoe wordt er in de modelverordening verwezen naar kwaliteitscriteria 2.1? De modelverordening verwijst uitdrukkelijk naar de kwaliteitscriteria 2.1. Niet alleen in de considerans maar ook in artikel 1 is een uitdrukkelijke verwijzing opgenomen. De versie “2.1” is uitsluitend om wetstechnische redenen niet uitdrukkelijk vermeld in artikel 1. Dat neemt niet weg dat de redactie zodanig is, dat — zoals ook is toegelicht — onder kwaliteitscriteria moet worden verstaan de huidige kwaliteitscriteria 2.1 en de toekomstige opvolgers daarvan.

Het wetsvoorstel vth maakt onderscheid tussen basistaken en overige wabo-taken voor wat betreft het voldoen aan kwaliteitscriteria. Waarom maakt de modelverordening dat onderscheid niet? De modelverordening zet kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht of de vergunningverlening voorop, ongeacht wie daarvoor het bevoegd gezag is. Daarmee is eveneens beoogd te bereiken dat de modelverordening geen invloed heeft op de vraag waar een taak wordt uitgevoerd. In het wetsvoorstel is een ander uitgangspunt gekozen, omdat het daar slechts gaat om regeling van het basispakket voor omgevingsdiensten.

Wanneer worden de kwaliteitscriteria 2.1 herzien? De verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria is nog onderwerp van gesprek. IPO en VNG zijn hier mee bezig. Uiteraard wordt I&M vanuit de stelselverantwoordelijkheid hierbij betrokken. Gemeenten en provincies worden bij een aanpassing van de criteria nauw betrokken net als dat bij de vorige herziening is gebeurd.

Hoe geeft IenM invulling aan de stelselverantwoordelijkheid op het onderdeel kwaliteit van de uitvoering? In het wetsvoorstel VTH wat op dit moment in de Tweede Kamer ligt geeft de Minister aan dat men 3-jaarklijks onderzoek wil gaan uitvoeren naar de kwaliteit van de uitvoering door gemeenten en provincies. Als de kwaliteit van de uitvoering onvoldoende is dan behoud de minister zich het recht voor om hier alsnog regels voor te stellen.

Wat zijn kwaliteitsdoelen? En hoe kun je die uniform vastleggen? Kwaliteitsdoelen zijn de doelen die het bevoegd gezag met het kwaliteitsbeleid beoogd te dienen. Deze beleidsdoelen moeten op basis van artikel 7.1 van het Besluit omgevingsrecht gesteld worden. De modelverordening regelt waarover deze doelen in ieder geval moeten gaan. In bijlage IV is een handleiding te vinden om kwaliteitsdoelen vast te stellen.

Doordat er voldaan moet worden aan kwaliteitscriteria voor alle wabo-taken lijkt het alsof alle wabo-taken naar de omgevingsdienst overgedragen moeten worden. Is dit de bedoeling van de modelverordening? Dit is uitdrukkelijk niet het geval. De brede reikwijdte is juist bedoeld om vanuit de kwaliteitscriteria geen prikkels te geven voor de plaats waar taken worden uitgeoefend maar uitsluitend naar de kwaliteit zelf. De modelverordening heeft niet de bedoeling om te dwingen tot het overdragen van taken.

Is het verplicht om bij de voorbereiding van de verordening kwaliteit ingezetenen en belanghebbenden te betrekken d.m.v. inspraak? De Gemeentewet en de Provinciewet regelen dat resp. de gemeenteraad en provinciale staten bevoegd zijn om verordeningen vast te stellen. Ook is daarin geregeld dat resp. burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten belast zijn met de voorbereiding daarvan. Daarbij kan ook horen het betrekken van belanghebbenden. Over inspraak is in de Gemeentewet en Provinciewet bepaald dat een verordening moet worden vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van provinciaal beleid worden betrokken. De meeste gemeentelijke en provinciale inspraakverordeningen volgen de lijn dat in principe inspraak wordt verleend t.a.v. voornemens tot het vaststellen/wijzigen van beleid. Soms wordt geregeld dat ook op de voorbereiding van (wijzigingen van) algemeen verbindende voorschriften inspraak moet worden verleend. Alleen als uit de inspraakverordening van uw gemeente of provincie blijkt dat het laatste het geval is, zult u over een ontwerp van de verordening kwaliteit de mening van de inwoners en bedrijven van uw gemeente of provincie moeten vragen. Tenzij de verordening kwaliteit onder een uitzonderingsregel van de inspraakverordening valt.

Over het algemeen worden in gemeentelijke en provinciale inspraakverordeningen de volgende uitzonderingen genoemd: o beleidsvoornemens die hoofdzakelijk betrekking hebben op interne of o

organisatorische aangelegenheden van de gemeente; uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid

o

geen sprake is; indien de uitvoering van het betreffende beleid dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

Als een dergelijke uitzondering van toepassing is, wordt geen inspraak verleend en kunnen burgemeester en wethouders resp. gedeputeerde staten direct aan de gemeenteraad resp. provinciale staten voorstellen om de (op het niveau van de omgevingsdienst afgestemde) verordening kwaliteit vast te stellen. Van belang is derhalve om te bezien of de voor uw gemeente of provincie geldende inspraakverordening inspraak verplicht stelt op algemeen verbindende voorschriften en welke uitzonderingen op deze verplichting geformuleerd zijn.

Welke vormvereisten gelden t.a.v. de verordening kwaliteit? Artikel 5.4 en 5.5 van het wetsvoorstel VTH stelt de volgende eisen aan de verordening kwaliteit: o

de regels aangaande het basistakenpakket zijn uniform op het niveau van de met die taken belaste omgevingsdienst (5.4 lid 2).

o

B&W en GS dragen m.b.t. de regels aangaande het basistakenpakket zorg voor de

o

onderlinge afstemming binnen de omgevingsdienst (5.4 lid 3). over de provinciale verordening (regels over basistakenpakket, plustaken en thuistaken) wordt de Minister van Infrastructuur & Milieu en het College van procureurs-generaal gehoord (5.4 lid 1 aanhef en onder a en 5.5).

o

over de gemeentelijke verordening (regels over basistakenpakket, plustaken en thuistaken) worden gedeputeerde staten gehoord (5.4 lid 1 aanhef en onder b en 5.5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9641497/2