02 Bijlage 1 PvE Zwijsengarage (versie 1_0)
Tekst van het document
Programma van Eisen Zwijsengarage (producteisen)
18 juni 2020 Versie: 1.0
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5 6
7
8
Inleiding 1.1 Statisch PvE 1.2 Opbouw PvE Randvoorwaarden en uitgangspunten 2.1 Algemene normen en voorschriften 2.2 Materiaalgebruik en afwerking 2.3 Fysieke en sociale veiligheid 2.4 Functiescheiding Projectspecifieke uitgangspunten Zwijsengarage 3.1 Garageprincipe, omvang, bouwvorm en gebruik 3.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden 3.4 Bouwen lang het spoor 3.5 Duurzaamheidseisen 3.6 Specifieke constructieve eisen parkeergarage 3.7 Toegankelijkheid parkeergarage 3.8 Ontsluiting voertuigen 3.9 Ontsluiting voetgangers Functionele eisen 4.1 Entree straatzijde (tussen rijbaan en gevel garage) 4.2 Toegang voertuigen 4.3 Toegang voetgangers 4.4 Parkeervloeren 4.5 Hellingbanen 4.6 (Nood)trappenhuizen 4.7 Liften 4.8 Serviceruimte 4.9 Portiersloge 4.10 Exploitatieruimte parkeergarage 4.11 Technische ruimten parkeergarage Toegangscontrole/parkeermanagement Werktuigbouwkundige eisen 6.1 Algemene voorzieningen 6.2 Ventilatie (uitsluitend indien natuurlijke ventilatie niet mogelijk is) 6.3 Verwarming 6.4 Koudwateraansluitingen 6.5 Binnen- en buitenriolering 6.6 Brandbestrijdingsinstallatie Elektrotechnische installaties 7.1 Algemene voorzieningen 7.2 Verlichting 7.3 Communicatie 7.4 Beveiliging Garanties en onderhoud 8.1 Garanties 8.2 Onderhoud
18 juni 2020
3 3 4 5 5 5 6 7 8 8 9 9 9 9 10 10 10 12 12 12 13 13 13 13 14 14 14 14 15 16 17 17 17 17 18 18 18 20 20 21 21 21 23 23 24
2
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
1
Inleiding Dit Programma van Eisen (PvE) bevat technische en functionele eisen waaraan het ontwerp voor de te ontwikkelen en realiseren Zwijsengarage te Tilburg moet voldoen. Dit PvE moet leiden tot een ontwerp van een (parkeer)gebouw met alle daarbij behorende voorzieningen, dat uiteindelijke wordt weergegeven in een voor uitvoering en realisatie gereed ontwerp (in BIM, niveau 3) bijbehorende tekeningen en berekeningen etc. en mede op basis daarvan wordt gerealiseerd. Het (parkeer)gebouw is in essentie een verzameling van ruimten waarin bestuurders van motorvoertuigen alsmede voetgangers comfortabel en veilig kunnen rijden, parkeren, lopen en zich kunnen (laten) informeren over in de omgeving aanwezige functies, voorzieningen en overige relevante informatie. Tevens moeten toezichthoudend en technisch personeel onder prettige en optimale omstandigheden hun functies kunnen uitoefenen. Voor wat betreft de parkeerfunctie dient de NEN 2443 ‘parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’ te worden aangehouden. Indien de eisen uit dit PvE de voorschriften en normen van de NEN 2443 overstijgen, zijn de eisen uit dit PvE in die gevallen leidend en bepalend. De eisen uit dit PvE dienen altijd in een bredere context te worden beschouwd. Zowel, fysiek, financieel als beleidsmatig.
De in de omgeving van de Zwijsengarage aanwezige (toekomstige) infrastructuur, de stichtingskosten, het beoogde rendement en milieuaspecten zijn voorbeelden van onderwerpen die in deze bredere context een rol spelen. Er dient echter altijd in overleg met de BV Ontwikkelingsmaatschappij De:Werkplaats (Hierna: WOM) een afstemming van alle relevante aspecten in relatie tot het ontwerp plaats te vinden, keuzes te worden gemaakt en besluiten te worden genomen.
1.1
Statisch PvE Dit PvE tracht zo volledig mogelijk te zijn in die zin dat het voorafgaand aan of tijdens het ontwikkelproces tot in alle details is gedefinieerd en derhalve een eenmalig karakter heeft. Er moet echter altijd rekening mee worden gehouden dat gedurende het ontwikkelproces op basis van nadere uitwerkingen en onderzoek bepaalde aspecten alsnog kunnen worden vastgesteld, nader worden benoemd of kunnen worden gewijzigd. De WOM zal in dat geval betreffende aspecten tijdig in het ontwikkelproces inbrengen. Aanpassingen en wijzigingen kunnen door alle betrokkenen in het ontwikkelproces worden ingebracht doch kunnen uitsluitend door de WOM worden geaccordeerd. De wijze waarop wijzigingen kunnen worden ingebracht zal door de WOM bij de start van het ontwerpproces worden benoemd, in overleg met de bij het ontwerp betrokken partijen. Wijzigingen ten opzichte van dit PvE zullen in een separaat document worden vastgelegd en één geheel (blijven) vormen met dit PvE.
18 juni 2020
3
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
1.2
Opbouw PvE Dit PvE is verdeeld in een algemeen deel (van toepassing op parkeergarages in het algemeen) en in een projectspecifiek deel (van toepassing op de lokale situatie waar de Zwijsengarage worden gerealiseerd, duurzaamheidseisen e.d.). Het algemene deel, zijnde hoofdstuk 2 en de hoofdstukken 4 tot en met 9 benoemt de algemene eisen die aan de parkeergarage worden gesteld. Zo worden in hoofdstuk 2 de algemene randvoorwaarden en uitgangspunten beschreven. Hoofdstuk 4 bevat de functionele eisen. Hoofdstuk 5 bevat de eisen aan het parkeermanagementsysteem waarop het gebouw voorbereid dient te worden. De werktuigbouwkundige eisen en eisen aan de elektrotechnische installaties zijn respectievelijk in de hoofdstukken 6 en 7 opgenomen. Tenslotte zijn in hoofdstuk 8 de eisen ten aanzien van garanties en onderhoud opgenomen. Het projectspecifieke deel, zijnde hoofdstuk 3, gaat nader in op de specifiek voor de Zwijsengarage van toepassing zijnde (aanvullende) eisen. Bij dit document behoren de volgende bijlagen die een onlosmakelijk deel uitmaken van dit PvE: Bijlage 1 - Externe en interne beeldkwaliteit (bijgevoegd) Bijlage 2 - Nadere eisen Fietsenstalling (bijgevoegd) Bijlage 3 - SO Parkeergarage - plattegronden, doorneden, gevelaanzichten (separaat document) Bijlage 4 - Koersdocument Spoorzone (separaat document) Bijlage 5 - Bestemmingsplan (separaat document)
18 juni 2020
4
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
2
Randvoorwaarden en uitgangspunten
2.1
Algemene normen en voorschriften De volgende algemene normen en voorschriften –als meest relevante– zijn van toepassing, inclusief de daarin opgenomen verwijzingen naar overige van toepassing zijnde normen en voorschriften: • Het bouwbesluit en voorschriften van het lokale Bouw- en Woningtoezicht; • Voorschriften van lokale nutsbedrijven (elektra, CAI, glasvezel, water e.d.); • Wegenverkeerswet; • Milieudienst, de Wet Milieubeheer, normen en grenswaarden luchtkwaliteitsdoelstellingen; • NEN 2443: Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages, categorie ‘openbaar intensief’; • Praktijkrichtlijn (aanvullende) Brandveiligheidseisen op het bouwbesluit voor mechanisch geventileerde parkeergarages met een gebruiksoppervlakte groter dan 1000 m², en de Aanvulling (2004) m.b.t.
rookcompartimenten; • Politie Keurmerk, het (parkeer)gebouw dient het certificaat Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW): te verkrijgen (eisen openbaar gebied) • Arbeidsinspectie en ARBO wetgeving; • Integrale Toegankelijkheid Standaard 2018 • CROW Ontwerpwijzer Parkeergarages (2011) • Uitgangspunten Energie agenda 2019, Gemeente Tilburg, • Uitgangspunten Circulaire agenda 2019, Gemeente Tilburg, • overige van toepassing zijnde normen van het Nederlands Normalisatie-instituut, waaronder: ▫ NEN 1010 – Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties; ▫ NEN 2916 – Energieprestatie van utiliteitsgebouwen – Bepalingsmethode; ▫ NEN 6088 – Brandveiligheid van gebouwen - Vluchtwegaanduiding - Eigenschappen en bepalingsmethoden; -
2.2
Indien mogelijk binnen wet- en regelgeving geen sprinkler installatie toepassen
Materiaalgebruik en afwerking Het uitgangspunt is om zoveel als mogelijk biobased materialen te gebruiken. Indien biosbased niet mogelijk is mag gebruik worden gemaakt van circulaire materialen. De toegepaste materialen dienen indien mogelijk losmaakbaar gemaakt te worden. Alle toegepaste materialen dienen geregistreerd te worden in een materialen paspoort zoals madaster. Aanvullende dienen de toe te passen materialen in met name de publiekstoegankelijke ruimten dient vandaalbestendig en urineer- en graffiti-ontmoedigend te worden uitgevoerd. Wanden en kolommen ter plaatse van de in- en uitritten, de parkeerdekken en de hellingbanen moeten worden afgewerkt met een anti-urineer- en antigraffiti-coating. In de tabel die hierna volgt is aangegeven welke materialen voor verschillende relevante ruimten moeten worden toegepast. Vloeren
18 juni 2020
Wanden
Plafonds
5
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
Beton Coating Tegels In- en uitritten Parkeerdekken – begane grond Parkeerdekken - verdiepingen Hellingbanen Technische ruimten Portiersloge Pompruimten Containerruimte
x x x x x x x x
x
Steen/ Systeem- Gipsbeton Coating Tegels Beton plafond platen x x x x x x x x
x x (*) x (*) x x x x x
(*) ook staalplaatbetonvloeren zijn mogelijk.
Belijning en markering dient te worden uitgevoerd met SigmaFloor Roadmark Aqua Matt. De belijning van parkeervakken wordt uitgevoerd in de vorm van zogenaamde ‘kleedjes’ (kaderlijnen, zie onderstaande afbeelding)
2.3
Fysieke en sociale veiligheid Een gebruiker dient zich veilig te kunnen begeven en een veilig gevoel te hebben in de garage. Om een optimale fysieke en sociale veiligheid mogelijk te maken zijn de volgende algemene eisen van toepassing: • De garage moet een overzichtelijke indeling krijgen, hetgeen betrekking heeft op de relatie tussen de in- en uitrit(ten), rijbanen en parkeervakken, (eventuele) kolommen, trappenhuizen, liften en hellingbanen; • Donkere hoeken moeten worden vermeden; • Er moet een goed, gelijkmatig verlichtingsniveau worden gerealiseerd, waarbij – indien mogelijk – zoveel als mogelijk toetreding van daglicht wordt gehanteerd; • Daglichttoetreding tevens toepassen ten behoeve van de oriëntatie van de parkeerder (in relatie tot de (gebouwde) omgeving van de parkeergarage c.q. de bestemming van de parkeerder); • Er worden geen kolommen in de stroken met parkeervakken aangebracht, zodat kolomvrije overspanningen ontstaan. Overige kolommen moeten onvermijdelijk zijn en moeten in een slanke, afgeronde vorm worden toegepast;
18 juni 2020
6
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
• De wanden van liften, trappenhuizen e.d. moeten zo transparant mogelijk worden uitgevoerd; • In de garage worden lichte kleuren en een zorgvuldige materiaalkeuze en afwerking toegepast (schoon en goed schoon te houden); • Installaties en toebehoren moeten zorgvuldig worden ingepast en zodanig worden gemonteerd dat ze geen visueel storende elementen vormen; • De garage is uitsluitend toegankelijk voor bevoegden (parkeerders en overige, door de WOM of toekomstig eigenaar aangewezen personen). Bovengenoemde eisen zijn een aanvullend kader ten opzichte van de eisen die in de hiernavolgende hoofdstukken nader zijn beschreven.
2.4
Functiescheiding De parkeergarage en aangrenzende (inpandige) functies dienen functioneel en technisch volledig van elkaar gescheiden te zijn . Zo zijn gecombineerde vluchtwegen niet toegestaan en moet elke functie zijn eigen installaties en bemetering daarvan hebben.
18 juni 2020
7
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
3
Projectspecifieke eisen Zwijsengarage
3.1
Garageprincipe, omvang, bouwvorm en gebruik Het garageprincipe, de omvang, bouwvorm is weergegeven in het SO (zie bijlage 3) en bevat ten minste 800 parkeerplaatsen. De parkeergarage dient te zijn voorzien van: • parkeerplaatsen algemeen • parkeerplaatsen voor mindervaliden • parkeerplaatsen met oplaadpunten • parkeerplaatsen voor deelauto’s
3.1.1 Parkeerplaatsen algemeen De maatvoering van de algemene parkeerplaatsen voldoen aan de NEN2443 voor openbaar intensieve parkeergarages De parkeervakken zijn minimaal 2,50 breed en moeten onder een hoek van tenminste 70 graden en maximaal 75 graden worden toegepast. 3.1.2 Parkeerplaatsen mindervaliden Voor het parkeren voor minder validen gelden de volgende aanvullende eisen: • De afmetingen van parkeervakken voor minder validen moeten minimaal 3,50 breed zijn; • Parkeerplaatsen voor minder validen moeten geclusterd en zo dicht mogelijk bij in- en uitgangen voor voetgangers en/of liften worden aangebracht; • De parkeerplaatsen voor minder validen én de routes tussen deze parkeerplaatsen en de in- en uitgangen voor voetgangers en/of liften moeten horizontaal zijn; • Minimaal 1% van de parkeercapaciteit moet bestemd zijn voor minder validen en als dusdanig uitgevoerd (inclusief bord + blauwe markering). Het definitieve aantal en de ligging moeten voorafgaand aan de vaststelling van het VO worden afgestemd met de WOM.. 3.1.3 Parkeerplaatsen met oplaadpunten Voor het parkeren van elektrische auto’s gelden de volgende aanvullende eisen: • Minimaal 20% van de totale parkeercapaciteit moet voorzien zijn van oplaadpunten (dit betreft derhalve ook de parkeerplaatsen voor mindervaliden en deelauto’s) en als dusdanig worden uitgevoerd (inclusief bord + rode markering).
Het definitieve aantal en de ligging moeten voorafgaand aan de vaststelling van het VO worden afgestemd met de WOM. • Van de resterende 80% van de parkeercapaciteit dient 20 %) te zijn voorbereid op de mogelijkheid voor het plaatsen van oplaadpunten. De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk (incl. trafo) dient daarop te zijn voorbereid. • De parkeerplaatsen voor e-auto’s zijn evenredig verspreid gesitueerd, doch altijd aan de van buitenaf bereikbare gevelzijde van de garage, zodanig dat via de gevel een voertuig kan worden verwijderd in geval van brand;
18 juni 2020
8
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
3.1.4 Parkeerplaatsen deelauto’s Voor het parkeren van deelauto’s gelden de volgende aanvullende eisen: • Parkeerplaatsen voor deelauto’s zijn geclusterd gesitueerd; • Minimaal 2% van de parkeercapaciteit moet bestemd zijn voor deelauto’s en als dusdanig uitgevoerd (inclusief bord + rode markering). Het definitieve aantal en de ligging moeten voorafgaand aan de vaststelling van het VO worden afgestemd met de WOM.
3.2
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De algemene stedenbouwkundige voorwaarden zijn weergegeven in de documenten Koersdocument Spoorzone (bijlage 4.) en het vigerend Bestemmingsplan (bijlage 5).
3.4
Bouwen lang het spoor De parkeergarage wordt gerealiseerd direct grenzend aan het spoortracé. Voor het bouwen langs het spoor dienen de vigerende eisen in acht te worden genomen, zowel betreffende de verschijningsvorm van de garage (producteisen) als het ontwerp en de uitvoering (proceseisen)
3.5
Duurzaamheidseisen De door WOM van toepassing verklaarde duurzaamheidseisen hebben betrekking op het toepassen van biobased elementen, circulaire bouwelementen losmaakbaarheid en nul op de meter, GPR 8 Meer specifiek betreft het de volgende eisen: • Energie agenda 2019 van de Gemeente Tilburg, • Circulaire agenda 2019 van de Gemeente Tilburg, • De BCI-index bedraagt ten minste 60% • De CPG score bedraagt minimaal 8. • De GPR score bedraagt gemiddeld een 8, waarbij elk thema ten minste 7,5 moet scoren • De hemelwaterafvoeren dienen zoveel als mogelijk ontkoppeld te zijn van het riool. • Het dak en de gevel van het parkeergebouw worden ontworpen op basis van de thema's klimaatadaptief/circulair/energie, met onder meer als doel: nul op de meter1. • Hergebruik van hemelwater onder meer ten behoeve van toiletspoelingen in de portiersloge • Voor energie wordt TRIAS Energetica aangehouden.
3.6
Specifieke constructieve eisen parkeergarage
3.6.1 Vloeren, hellingbanen, wanden en dak • Alle vloeren moeten als constructielaag vloeistofdicht2 zijn, dus ook indien geen afwerking is/wordt toegepast. Afhankelijk van het oppervlak zal de vloer verdeeld worden in delen
1 Inclusief het benodigd vermogen voor elektrisch laden, zowel voor het deel dat bij ingebruikname aanwezig 2
is als voor het deel waarop wordt voorbereid Onder een vloeistofdichte vloer wordt verstaan een vloer waarbij vloeistoffen, gedurende de levensduur van de constructie/de vloer, de niet door die vloeistof belaste zijde van de constructie/vloer niet bereikt en de levensduur van de constructie/vloer niet verkort.
18 juni 2020
9
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
•
•
•
• • •
die worden gescheiden door een dilatatievoeg. De dilatatievoeg moet vloeistofdicht zijn. Vlakke vloeren moeten monolith worden afgewerkt, uit te voeren conform NEN 2743 met een slijtvastheidklasse I en dienen tevens te voldoen aan oppervlakte beoordelingsklasse B1 van de CUR 100. Vlakheidklasse 5 volgens NEN 2747 Voor het in of onder één of meerdere vloeren aan te brengen rioleringsstelsel (onder andere in de vloer aan te brengen afvoerputten/roosters etc.) moet rekening worden gehouden met een afschot van 0,5 cm per meter. Balken onder de vloeren moeten hiervoor worden gedimensioneerd op de hiervoor benodigde sparingen. Ter plaatse van in te storten of later aan te brengen detectielussen moet de wapeningsvrije toplaag tenminste 0,05 meter bedragen. De posities voor de aan te brengen detectielussen zullen tijdens de ontwerpfase door de toekomstig afnemer kenbaar worden gemaakt. Voor (in te storten) leidingen voor installaties en overige voorzieningen moeten sparingen in de vloer(en) en/of in de balken onder de vloer(en) worden aangebracht. De bovenste parkeerlaag is volledig voorzien van een dak welke bedekt is met een mossedum bedekking en/of PV-panelen (‘nul-op-de-meter’). Op 25% van het totale geveloppervlak moeten extra elementen zoals PV-cellen, warmtepanelen, kleine windturbines e.d. (levering en installatie door derden) aangebracht kunnen worden..
Hiertoe dient rekening te worden gehouden met een belasting ad 250 kg per m2 puntlast.
3.6.2 Kolommenstramien Er wordt per parkeerstramien (een rijbaan/parkeerweg met aan weerszijden parkeervakken) een kolomvrije overspanningen toegepast. Plaatsing van kolommen en wanden grenzend aan een parkeervak is niet toegestaan. Op die posities waar kolommen moeten worden toegepast, zijn deze afgerond en zo slank mogelijk uitgevoerd. Voor zover van toepassing moeten de kolommen worden voorzien van sparingen voor in te storten leidingen en voorzieningen voor bijvoorbeeld detectiesystemen.
3.7
Toegankelijkheid parkeergarage Onbevoegden (niet-parkeerders en niet daartoe door de WOM aangewezen personen) mogen geen toegang hebben tot de parkeergarage, teneinde de garage zo sociaal veilig als mogelijk te houden (beperken auto-inbraak, vandalisme).
3.8
Ontsluiting voertuigen • • •
3.9
De in- en uitgang voor voertuigen is gesitueerd aan de Fraterstraat Het mag niet voorkomen dat op piekmomenten uitrijdende parkeerders de verkeerscirculatie in de parkeergarage frustreren. Het mag niet voorkomen dat op piekmomenten inrijdende parkeerders de verkeerscirculatie in de openbare ruimte frustreren.
Ontsluiting voetgangers
18 juni 2020
10
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
•
• •
De garage wordt voor voetgangers ontsloten via twee hoofdtrappenhuzen, Waarvan de ene is gesitueerd aan de zijde van het station en de andere is gesitueerd direct naast de in- en uitgang voor voertuigen Deze trappenhuizen zijn elk voorzien van één lift en een trap De hoofdtrappenhuizen zijn goed zichtbaar vormgegeven en als volume buiten of aan het volume van de parkeergarage geplaatst (dus niet inpandig).
3.10 Inpassing fietsenstalling •
• • •
Het ontwerp van de parkeergarage dient op begane-grond niveau rekening te houden met de mogelijkheid om hier op enig moment een fietsenstalling met een eigen ontsluiting in te passen. Het hiertoe benodigde ruimtebehoefte bedraag ca. 560 m2. Nadere eisen betreffende de stalling zijn opgenomen in Bijlage 2. Vanwege de gestelde eis (zie par. 2.2.) om de begane grond vloer in steen uit te voeren (klinkers/bestrating) moet de mogelijkheid bestaan om de ruimte van de fietsenstalling (deels) verdiept te realiseren zodat dubbellaagse fietsenrekken kunnen worden toegepast.
18 juni 2020
11
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
4
Functionele eisen De garage en de daartoe behorende infrastructuur (intern en extern) moeten dusdanig worden ontworpen dat een veilige en vlotte verkeersafwikkeling mogelijk is. Vluchtwegen van de garage moeten uitkomen op openbaar terrein, terwijl vluchtwegen en overige toegangen vanuit aangrenzende functies naar de garage niet zijn toegestaan.
4.1
Entree straatzijde (tussen rijbaan en gevel garage) ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
4.2
Aantal rijbanen : 2 ingaand (waarvan 1 gereserveerd kan worden voor abonnementhouders) en 2 uitgaand. De rijbanen van de entree moeten minimaal 2,65 meter breed zijn, waar nodig vermeerderd met ongeveer 0,50 meter kolombreedte voor een speedgate; De rijbanen moeten een afwijkende kleur en verharding krijgen ten opzichte van de toegepaste verharding in de directe omgeving van de entree; De entree moet zodanig zijn ontworpen dat voetgangers tijdig worden opgemerkt door inen uitrijdende automobilisten en vice versa; Ter bescherming van voetgangers dient er aan weerszijde van de entree van de garage een hek te worden geplaatst. Hiermee moet worden voorkomen dat voetgangers direct langs de gevel kunnen lopen en niet worden waargenomen door uitrijdende automobilisten.
Toegang voertuigen ▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De toegang van de voertuigen moet herkenbaar zijn; De netto vrije hoogte moet minimaal 2,30 meter bedragen; De toegang voertuigen bestaat uit 3 ingaande (waarvan 1 gereserveerd kan worden voor abonnementhouders) en 3 uitgaande rijstroken. Boven de ingaande rijstroken is een portaal bevestigd met daaraan ten minste een hoogtebegrenzer (2,20 meter) en diverse (RDW-)borden zoals de maximaal toegestane rijsnelheid, de doorrijhoogte, een verbod voor aanhangwagens De rijstroken van de toegang moeten met speedgates worden afgesloten, waarbij iedere rijstrook over een afzonderlijke speedgate moet beschikken.
De speedgate(s) moet(en) met behulp van trillingsdempers akoestisch gezien geheel vrij van de bouwconstructie worden gemonteerd, zodat contactgeluid wordt voorkomen; De deur(en) van de speedgate(s) moet(en) voldoen aan de vigerende wetgeving; De vrije doorrijdbreedte per rijstrook moet 2,40 meter bedragen; De aanrijdroute en het gedeelte ter plaatse van de toegangscontrole-/parkeerapparatuur moeten een vlak verloop hebben; Het is niet toegestaan parkeerapparatuur in een bocht te plaatsen; Het is niet toegestaan parkeerapparatuur buiten de garage te plaatsen; De opstelplaatsen voor parkeerapparatuur moeten minimaal 0,80 meter breed zijn; De verschillende onderdelen van de parkeerapparatuur moeten in één rechte lijn worden geplaatst; De minimale afstand tussen de rijweg en de parkeerapparatuur moet 0,15 meter bedragen;
18 juni 2020
12
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪
4.3
Toegang voetgangers ▪ ▪ ▪ ▪
▪
4.4
▪
▪
▪
De afstemming tussen de maatvoering van de parkeerweg, de rijrichtingen, de breedte van de parkeervakken en de hoek waaronder geparkeerd wordt zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en moeten voldoen aan de eisen die NEN 2443 stelt voor openbaar intensieve parkeergarages; De vrije doorrijhoogte en doorloophoogte op de parkeervloeren moet overal – ook ter plaatse van technische installaties - tenminste 2,30 meter bedragen. Ter plaatse van balken is een hoogte van 2,20 meter toegestaan; Bij parkeervakken, parkeerwegen, rijstroken en hellingbanen die grenzen aan de buitenwand moet een doorrijdbeveiliging worden aangebracht die ervoor zorgt dat een automobilist die de controle over zijn auto verliest niet door de gevel kan rijden (o.b.v. referentievoertuig ASVV en een rijsnelheid van 15 km/u); Looproutes op de parkeervloeren worden herkenbaar gemarkeerd
Hellingbanen ▪ ▪
4.6
Alle loopdeuren hebben een minimale breedte van 1,00 meter in verband met de gewenste toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers; Loopdeuren tussen de toegang voetgangers en het hoofdtrappenhuis zijn elektrische deuren Alle loopdeuren moeten worden voorzien van een panieksluiting die in noodgevallen zonder sleutel van binnenuit te openen is; Alle loopdeuren – behalve de noodtrappenhuizen – moeten worden uitgerust met een elektrisch slot, dat bedoeld is om de loopdeur met het parkeermanagementsysteem (zie hoofdstuk 5) te kunnen openen. Het slot wordt door het parkeermanagementsysteem aangestuurd; Alle toegangsdeuren moeten worden voorzien van een deurstandsignalering die op een synoptisch paneel kunnen worden aangesloten.
Parkeervloeren ▪
4.5
De opstelruimte bij de parkeerapparatuur dient horizontaal te zijn en heeft een minimale lengte van 6,00 meter voor de slagboom/speedgate.
Het hellingspercentage van hellingbanen tussen parkeervloeren mag niet meer dan 14% bedragen; Niet-overdekte delen van de hellingbaan dienen voorzien te zijn van hellingbaanverwarming (geen rijstrookverwarming).
(Nood)trappenhuizen ▪ ▪ ▪
Alle wanden van het hoofdtrappenhuis, grenzend aan publiekstoegankelijke ruimten, dienen zo transparant mogelijk te zijn; De wanden van noodtrappenhuizen zijn niet transparant; De trappen in het hoofdtrappenhuis hebben een minimale breedte van 2,00 meter, gemeten tussen de trapleuningen;
18 juni 2020
13
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪ ▪ ▪
4.7
Liften ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪
4.8
De liften komen uit op een brede en goed verlichte, obstakelvrije en sociaal veilige voorruimte; De voorruimte moet obstakelvrij zijn en moet groot genoeg zijn voor de opvang van de behoefte van het liftgebruik. Deze behoefte is gelijk aan het maximale aantal personen dat de lift tegelijkertijd kan verplaatsen (= minimaal 10 personen per lift); De voorruimte is een onderdeel van of grenzend aan het hoofdtrappenhuis; De voorruimte moet zo transparant mogelijk worden uitgevoerd; Toegang tot de liften vanuit ruimten die niet behoren tot de garage mag uitsluitend mogelijk zijn met een geldig parkeermedium (parkeerkaart, transponder, abonnement e.d.) zoals wordt toegepast in het parkeermanagementsysteem (zie hoofdstuk 5). De lift dient circulair te worden uitgevoerd (zoals een M-use uitvoering).
Serviceruimte ▪
▪
4.9
Deuren tussen het hoofdtrappenhuis en de parkeervloer zijn elektrische (schuif)deuren Rondom trapgaten moet een ‘schoprand’ worden aangebracht met een hoogte van 0,05 meter; Noodtrappenhuizen dienen alleen in geval van nood toegankelijk te zijn.
De serviceruimte is de ruimte die de verbinding vormt tussen de toegang voor voetgangers en het hoofdtrappenhuis. In deze ruimte staan ook de betaalautomaten opgesteld. De serviceruimte heeft een oppervlakte van ten minste 45 m2
Portiersloge ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Er wordt een portiesloge gerealiseerd die bestaat uit een werkruimte en een toiletruimte Het oppervlak van de werkruimte bedraagt ten minste 12 m2 met daarin opgesteld een bureautafel , bureaustoel en een (dossier)kast De hoogte tussen bovenkant vloer en onderkant (systeem)plafond bedraagt ten minste 2,20 meter. De portiersloge is gesitueerd nabij de hoofdentree voor voetgangers De portiersloge kan worden verwarmd De portiersloge staat op overdruk, met uitzondering van de toiletruimte (afzuig) In de toiletruime is een toilet en een wasbak geplaatst (aangesloten op afvoer/riolering en voorzien van wateraansluiting)
4.10 Exploitatieruimte parkeergarage Er wordt een exploitatieruimte gerealiseerd die een zodanige omvang heeft dat hierin ten minste de volgende installaties kunnen worden ondergebracht: ▪ De aansluiting van het energiebedrijf (en voorzien van slimme meters) ▪ De hoofdverdeelinrichting; ▪ De schakelkast van het ventilatiesysteem; ▪ Het KPN Isra punt; ▪ De centrale noodverlichtingskast;
18 juni 2020
14
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪ ▪
De hoofdaardrail; De aardrail voor schone aarde.
4.11 Technische ruimten parkeergarage Voor verschillende installaties moeten separate bouwkundige, afgesloten ruimten worden gerealiseerd. Dit geldt onder meer voor de volgende installaties: ▪ De onderverdeelinrichting; ▪ De centrale apparatuur van het toegangscontrole-/ parkeermanagementsysteem; ▪ Een opstelruimte voor een elektrische veeg-/schrobmachine, voorzien van stopcontact, watertappunt en uitstortgoot
18 juni 2020
15
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
5
Toegangscontrole/parkeermanagement Het toegangscontrole-/parkeermanagementsysteem (hierna PMS) omvat alle apparatuur en bekabeling welke nodig zijn voor het gecontroleerd toelaten, vertrekken en naar een vrije parkeerplaatsen begeleiden van parkeerders (abonnementhouders en/of bezoekers, zo nodig inclusief het bijbehorend betalingsverkeer voor bezoekers) en overige door de WOM benoemde personen. Hiermee worden feitelijk alle verkeersstromen naar, in en uit de garage beheerd en geregistreerd (o.a. kentekenregistratie en CCTV) De voornaamste eisen, die in dit stadium van het ontwerp van de garage van belang zijn, zijn in dit hoofdstuk opgenomen.
▪ Om te voorkomen dat ongewenste parkeerdoelgroepen en voetgangers toegang krijgen tot de garage, worden de in- en uitrit voor voertuigen elk afzonderlijk afgesloten met een hek (speedgate) en een verkeerslicht (diameter 100 millimeter); ▪ De toegangen voor voetgangers zijn met deuren afgesloten, voorzien van een elektrisch slot; ▪ Alle toegangen tot de parkeergarage, voor voertuigen én voetgangers, worden voorzien van een toegangscontrolesysteem, zijnde een kaartlezer (Mifare, Desfire) inclusief bijbehorend besturingssysteem (Parkeermanagementsysteem) ▪ Alle deuren die uitkomen in de garage moeten van een deurstandsignalering worden voorzien; ▪ Deuren naar ruimten die uitsluitend zijn bestemd voor geautoriseerde personen (bijvoorbeeld abonnementhouders of personeel) moeten worden voorzien van een deurstandsignalering, elektrisch slot/deuropener en kaartlezer; ▪ Er wordt een parkeerroute/begeleidingssysteem aangebracht welke de parkeerder naar beschikbare parkeerplaatsen begeleid, inclusief vol indicatie zowel per dek als per parkeerplaats (rood/groen lampje) ▪ Er wordt een CCTV-systeem toegepast (camera’s, recorders etc.) welke enerzijds registreert wie de parkeergarage te voet, met de auto of anderszins betreedt en verlaat via de daartoe geëigende in -en uitgangen en loopdeuren en anderzijds toezicht houdt op alle parkeervloeren en in de trappenhuizen.
Alle onderdelen van het toegangscontrole-/parkeermanagementsysteem moeten zowel vanuit de garage als van ‘op afstand’ kunnen worden beheerd, bekeken en aangestuurd. De inkoop van het toegangscontrole-/parkeermanagementsysteem geschiedt door de afnemer. Het resultaat hiervan zal op het door de WOM benoemde moment worden aangereikt zodat dit in het ontwerp- en realisatieproces kan worden ingebracht. De WOM is verantwoordelijk voor een tijdige uitvoering van de werkzaamheden die gemoeid zijn met de installatie en oplevering van het PMS (coördinatieverplichting).
18 juni 2020
16
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
6
Werktuigbouwkundige eisen
6.1
Algemene voorzieningen ▪ ▪ ▪ ▪
6.2
Leidingen dienen zoveel mogelijk uit het zicht te worden aangebracht; Leidingen mogen niet onder balken door lopen; Daar waar mogelijk moeten bouwkundige sparingen voor leidingen worden aangebracht. Aanwezige leidingen mogen niet leiden tot een verminderde functionaliteit van parkeervak, parkeerweg, rijbaan en hellingbaan alsmede alle overige publiekstoegankelijke ruimten
Ventilatie (uitsluitend indien natuurlijke ventilatie niet mogelijk is)
6.2.1 Stuwdrukventilatie ▪ ▪
▪
▪ ▪
Er moet rekening worden gehouden met voorzieningen die in, op en/of aan het gebouw moeten worden geplaatst; De aanzuigopeningen dienen minimaal op een hoogte van 5 meter boven straatniveau in een verkeersluwe omgeving en buiten de beïnvloeding van de uitblaasopeningen te worden aangebracht. Zie ook de toelichting in NEN 2443; De uitblaasopeningen dienen minimaal op een hoogte van 5 meter boven straatniveau in een verkeersluwe omgeving en buiten de beïnvloeding van de aanzuigopeningen te worden aangebracht. Zie ook de toelichting in NEN 2443; Stuwdrukventilatie moet worden toegepast voor de toegang van de garage, de hellingbaan en de rijbanen en parkeervakken; Om extra vervuiling van apparatuur en de garage te voorkomen moet vermeden worden dat de mechanische ventilatie tot gevolg heeft dat via de in- en uitritten lucht met verhoogde snelheid de garage wordt ingezogen.
6.2.2 Overdrukventilatie ▪ ▪
6.3
De portiersloge is voorzien van overdrukventilatie Overdruk in trappenhuizen, noodtrappenhuizen en liftkooi(en) is afhankelijk van de eisen van lokaal bevoegd gezag. Deze eisen dienen te worden toegepast.
Verwarming • •
• ▪ ▪
Niet-overdekte delen van hellingbanen dienen voorzien te zijn van vloerverwarming (geen rijstrookverwarming) In de portiersloge en bijbehorende toiletruimte is klimaatbeheersing nodig. Uitvoering: elektrische radiatoren, met regelbare ruimtetemperatuur tot 22 graden Celsius. De behoudtemperatuur bedraagt ten minste 10 graden Celsius In de exploitatieruimte en technische ruimten is eveneens klimaatbeheersing nodig. Uitvoering: ribbenbuiskachel, behoud temperatuur: 10 graden Celsius De klimaatbeheersing in de technische ruimten moet voldoen aan de eisen uit NEN 1087 en NEN 8087; De genoemde waarden dienen te kunnen worden gerealiseerd vanaf een buitentemperatuur van -10 graden Celsius bij een windsnelheid van 8 meter/seconde;
18 juni 2020
17
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪ ▪
▪ ▪
6.4
Koudwateraansluitingen ▪ ▪
▪ ▪
▪
6.5
De toiletruimte van de portiersloge is voorzien van een wateraansluiting ten behoeve van het toilet en de wasbak Op elk parkeerdek moet een watertappunt met uitstortgootsteen aanwezig zijn. Elk watertappunt en uitstortgootsteen moet zijn aangebracht in een bouwkundig afsluitbare kast. De opstelruimte voor de veeg-/schrobmachine is voorzien van een watertappunt en uitstortgoot. Het verzamelde water vanuit de uitstortgootstenen op de verdieping en vanuit de stortgoot van de veeg-/schrobmachine loopt eerst via een olie-/benzineafscheider alvorens de verzamelde vloeistoffen in het riool terecht komen. Alle koudwateraansluitingen worden vorstvrij uitgevoerd
Binnen- en buitenriolering ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
▪
6.6
Een niet-instelbare regeling houdt in dat de betreffende thermostaten ingesteld zijn op de gewenste behoudtemperatuur en afgeschermd zijn tegen onbevoegd verstellen; De ribbenbuiskachels en elektrische radiatoren dienen vast te worden aangesloten door middel van een afschakelbare thermostaat. Aansluiten via wandcontactdozen en losse kabel met stekker is niet toegestaan; In de exploitatieruimte en technische ruimten dienen tevens hygrostaten voor het aansturen van de ribbenbuiskachels te worden aangebracht. Alle toegepaste thermostaten zijn zogenaamde ‘slimme thermostaten’ (die van afstand bestuurd kunnen worden)
Standleidingen en hemelwaterafvoeren moeten dusdanig worden geprojecteerd dat ze niet ten koste gaan van de functie of functies van de ruimten waarin ze zich bevinden; Hemelwaterafvoeren dienen rainproof te zijn (zie www.rainproof.nl). Het leidingmateriaal voor riool/hemelwater dient vervaardigd te zijn uit het slagvaste materiaal Poly etheleen Indien de parkeervloer niet op afschot wordt aangebracht moet op elke parkeerlaag per 250 m2 vlak vloeroppervlak in het midden van de rijweg een afvoerput (0,20 x 0,20 meter) worden ingestort en afgedekt met een thermisch verzinkt stalen putdeksel; Er moet een olie-/benzineafscheider worden aangebracht die afvoerwater kan zuiveren alvorens het naar het riool wordt verpompt; Onderaan de hellingbanen moet een afvoergoot worden geplaatst. Deze goot moet worden aangesloten op een bouwkundige put. De inhoud van deze put moet voldoende zijn om het water dat gedurende een regenbui van een uur de garage in zou kunnen stromen te bergen. In de bouwkundige put moeten pompen worden aangebracht die met een persleiding de waterinhoud verpompen naar de olie/benzineafscheider; Indien de parkeervloer niet op afschot wordt aangebracht worden alle hellingbanen voorzien van een afvoergoot, met afneembaar tralierooster, over de volledige breedte van de hellingbaan.
Deze afvoergoot moet een minimale breedte van 0,30 meter hebben; Op de onderste laag per trappenhuis een afvoerput (0,20 x 0,20 meter) instorten en afdekken met een thermisch verzinkt stalen putdeksel.
Brandbestrijdingsinstallatie
18 juni 2020
18
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪ ▪ ▪ ▪
De garage moet worden voorzien van één of meerdere droge blusleidingen, te bepalen in overleg met de afnemer en debrandweer; Het aantal op de parkeervloer te plaatsen brandslanghaspels en/of brandblussers wordt in overleg met de de afnemer en de brandweer bepaald; Bij brandslanghaspels worden de leidingen naar de haspels pas met water gevuld indien een brandmelding heeft plaatsgevonden (droge blusleiding); Brandbestrijdingsmiddelen in publiekstoegankelijke ruimten mogen alleen toegankelijk zijn door het activeren van een brandalarm in combinatie met een elektrische ontgrendeling.
18 juni 2020
19
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
7
Elektrotechnische installaties
7.1
Algemene voorzieningen ▪
▪
▪
Alle installaties dienen te worden weggewerkt d.m.v. instorten van de leidingen en toebehoren of weggewerkt te worden achter verlaagde plafonds, in leidingschachten of kabelgoten; Verticale leidingen en horizontale leidingen die niet kunnen worden weggewerkt en zich in publiekstoegankelijke ruimten bevinden, moeten tot een hoogte van 2,50 meter worden uitgevoerd in Hostalietbuis met een afscherming van RVS Ω profiel en RVS bevestigingsmaterialen. Aanwezige leidingen mogen niet leiden tot een verminderde functionaliteit van parkeervak, parkeerweg, rijbaan en hellingbaan alsmede alle overige publiekstoegankelijke ruimten
7.1.1 Nuts- en centrale energievoorzieningen ▪
De aangeleverde centrale energievoorzieningen moeten voldoende capaciteit hebben voor de garage en alle installaties die tot de garage behoren.
7.1.2 Eisen verdeelinrichtingen ▪
▪ ▪
De hoofdverdeelinrichting dient ingericht te worden met preferente groepen en niet preferente groepen. Op de preferente groepen zijn installaties aangesloten van het parkeer- en exploitatiesysteem. De noodvoorziening dient uitgelegd te worden op een autonomie van minimaal 1 uur De verdeelinrichtingen en de voedingsleidingen moeten een reservecapaciteit hebben van 20% ten opzichte van het geïnstalleerde vermogen. De verdeelinrichtingen moeten behalve voornoemde reservecapaciteit tevens een reservecapaciteit hebben voor het gelijktijdig kunnen opladen van zowel de bij realisatie gerealiseerde oplaadpunten als voor de toekomstige oplaadpunten (dynamic loadbalancing).
7.1.3 Noodvoorzieningen ▪ De parkeergarage is voorzien van noodverlichting door middel van (of/of): o centrale noodverlichting , aangesloten op een centraal noodverlichtingssysteem. o een decentraal noodverlichtingssysteem met individuele batterijen in de armaturen. ▪ Indien blijkt dat een noodaggregaat moet worden toegepast, moet deze minimaal capaciteit bieden voor: o Het toegepaste ventilatiesysteem; o Het toegangscontrole-/parkeermanagementsysteem; o Het centraal noodverlichtingsysteem; o 20% reserve. ▪ De noodaggregaat moet worden uitgevoerd voor parallel netbedrijf (gesynchroniseerd), zodat gelast proefdraaien op normaal vermogen ongestoord mogelijk is;
18 juni 2020
20
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪ ▪
7.2
Verlichting ▪ ▪ ▪ ▪
7.3
In de parkeervoorziening moet LED-verlichting worden toegepast (minimaal aantal branduren per lamp = 35.000); De verlichtingsarmaturen moeten worden verdeeld over meerdere groepen en fasen; De verlichtingsinstallatie is voorzien van een DALI-systeem welke de verlichting op basis van tijd, aanwezigheid, beweging en daglichtsterkte kan aansturen/dimmen; Het verlichtingsniveau moet voldoen aan de eisen uit onderstaande tabel. Ruimte
werkvlak
Entree straatzijde In- uitritten binnen Parkeerdekken Hellingbanen Gangen Trappenhuizen en liften Technische ruimten Uitgangen en finale uitgang(en)
vloer vloer vloer vloer vloer vloer vloer vloer
verlichtingssterkte
gelijkmatigheidindex
50 lux 300 lux 100 lux 200 lux 200 lux 200 lux 200 lux 25 lux
0.30 0.50 0.50 0.50 0.50 0.50 0.50 0.30
Communicatie ▪
▪
7.4
De capaciteit van de brandstoftank van de noodaggregaat moet voldoende zijn om 2 uur op nominaal vermogen te kunnen draaien inclusief 10 keer starten. De installatie(s) voor noodvoorzieningen dient volledig centraal te worden uitgevoerd met accubewaking en monitoring
In de technische ruimte/portiersloge moet een synoptisch paneel worden aangebracht. Op dit paneel dienen d.m.v. LED’s alle statusmeldingen van de installaties en deurstandsignaleringen te worden weergegeven. Koppeling naar een - later te benoemen - centrale positie/meldkamer moet mogelijk zijn.
Beveiliging
7.4.1 CO/LPG –detectie (indien van toepassing) ▪
▪
De CO- en LPG-detectoren moeten worden geprojecteerd op basis van NEN 2443. Hierbij moet per combinatie van een CO- en LPG-detector een vloeroppervlakte van maximaal 400 m2 worden bewaakt en moet er per in- of uitgang voor auto’s minstens één detector binnen een straal van tien meter van de in- of uitgang worden gepositioneerd; Als er door het CO/LPG-detectiesysteem in het gebouw een verhoogde concentratie gassen wordt gemeten, moet dit ter plaatse van iedere ingang (dus zowel voor voetgangers als voor auto’s) aan de buitenzijde van de garage worden gesignaleerd.
7.4.2 Brandmelding-/ontruimingsinstallatie Indien de garage wordt voorzien van een brandmeldingcentrale moeten de volgende voorzieningen worden aangebracht:
18 juni 2020
21
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
▪
▪ ▪
Een van buiten het gebouw waarneembaar flitslicht dat is aangesloten op de brandmeldingcentrale, op (een) in overleg met de brandweer te bepalen plaats of plaatsen; Een buiten of op het gebouw bevestigde sleutelkluis, op een in overleg met de brandweer te bepalen plaats, die te openen is met een brandweersleutel. Nabij de brandslanghaspels moet een brandmelder worden geplaatst die tevens de watertoevoer naar de haspels aanstuurt.
18 juni 2020
22
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
8
Garanties en onderhoud
8.1
Garanties Bij het ontwerp van de parkeergarage, alle installaties die ertoe behoren en alle te gebruiken materialen etc., dient rekening te worden gehouden met eisen met betrekking tot de te leveren garanties en garantietermijnen. Deze gaan in op het moment van oplevering/overdracht van de parkeergarage aan deafnemer. De eisen zijn hieronder opgesomd.
8.1.1 Bouwkundig 10 jaar: ▪ garage en/of liftputten op waterdichtheid; ▪ prefab betononderdelen tegen afschilferen, roestvlekken, kromtrekken en dergelijke; ▪ gevelelementen (voor zover van toepassing); ▪ gevelconstructies, ingeschokte betegeling tegen loslaten, stabiliteit en functioneren kitvoegen (voor zover van toepassing); ▪ de corrosiebestendigheid van stalen daken gevelplaten inclusief alle afwerkprofielen (voor zover van toepassing); ▪ de waterdichtheid van de dakbedekking; ▪ de waterdichtheid van de dilatatievoegen; ▪ het tegelwerk tegen vochtdoorslag, loslaten van de ondergrond en afschilferen glazuurlaag. 6 jaar: ▪ het buitenschilderwerk. 5 jaar: ▪ het binnenschilderwerk; ▪ de aanhechting van tegelwerken en andere wandafwerkingsmaterialen. 8.1.2 Werktuigbouwkundige installaties 2 jaar: ▪ mechanische ventilatie met signaleringsinstallatie; ▪ vuilwaterpompen; ▪ olie-/benzineafscheider. 1 jaar: ▪ ribbenbuis kachels; ▪ kranen; ▪ wasbakken; ▪ brandslanghaspels; ▪ poederblussers (voor zover van toepassing); ▪ liften.
18 juni 2020
23
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
8.1.3 Elektrotechnische installaties 2 jaar: ▪ noodstroomaggregaat; ▪ centrale noodverlichtingsunit. 1 jaar: ▪ verlichtingsarmaturen; ▪ elektrische sluitplaten; ▪ speedgates; ▪ camera’s, monitoren, multiplexers; ▪ CO- en LPG detectoren, stuurkast; ▪ brandmeldinstallatie; ▪ data- en telefooninstallatie; ▪ deurstandsignaleringen; ▪ synoptische panelen.
8.2
Onderhoud Behalve met voornoemde garanties dient bij het ontwerp van de parkeergarage, de installaties en alle daarbij te gebruiken materialen, ook rekening te worden gehouden met ´onderhoudsarme´ keuzes. Dit betekent dat alle materialen en installaties eenvoudig inspecteerbaar (bereikbaar met licht gereedschap), herstelbaar (zonder breek en hakwerkzaamheden) en voor onderhoud bereikbaar met een minimale verstoring van de bedrijfsvoering te zijn. Alle (buiten)gevelelementen dienen hetzij van binnenuit, hetzij vanaf maaiveld, vanaf een rondom de parkeergarage te realiseren onderhoudszone/strook, te kunnen worden onderhouden (incl. schoonmaakonderhoud). Daarnaast moeten de betreffende leveranciers bereid moeten zijn om na het verstrekken van de benoemde garantietermijnen voor de door hen geleverde materialen en/of installaties een onderhoudscontract conform de geldende normen per component en/of installatie af te geven onder de volgende condities en/of voorzien van: • een looptijd van 1 jaar, automatisch te continueren per kalenderjaar, met een opzegtermijn van 2 maanden inclusief materialen en arbeidsloon; • een volledige omschrijving van de/het te onderhouden component/installatie.
18 juni 2020
24
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
Bijlage 1 - externe en interne beeldkwaliteit Zwijsengarage Algemeen Van buitenaf gezien voldoet de parkeergarage aan De beeldkwaliteitseisen zoals die zijn vastgesteld in het bestemmingsplan Van binnen is met name transparantie/doorzicht van belang. Voor een goede oriëntatie, veiligheidsbeleving en vooral het optimaal benutten van daglicht. In het verlengde van deze beoogde kwaliteiten worden de hierna genoemde elementen voor de externe en interne beeldkwaliteit van deze garage van toepassing geacht. Referentiebeelden gevel (voorbeeld!!)
18 juni 2020
25
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
Interieur, afwerking De afwerking en detaillering van de parkeergarage zijn bepalend voor het kwaliteitsniveau ervan. De volgende uitgangspunten spelen hiervoor een belangrijke rol: • De garage heeft een robuuste en schone detaillering waarin technische materialen zoals staal, beton en glas worden benut in hun beste kwaliteit. • Voorkomen moet worden dat vloervelden onnodig veel naden of voegen hebben zodat water of vervuiling zich ophopen. Strak, droog en licht zijn de beoogde kwaliteiten. Het doordachte afschot en de nette afwerking van goten en putten is van groot belang. • Hemelwater afvoeren en verlichtingsarmaturen zijn netjes geïntrigeerd. Leidingen zijn ingegoten of aan het oog onttrokken. • De architectonische detaillering en de afwerking van de vloeren, plafonds en draagconstructie dienen het gemak voor het schoonmaken en het onderhouden van de garage. Roosters, verzamelputten, goten zijn altijd bereikbaar. Vuil en water gaan er nooit zichtbaar ophopen. Hooftrappenhuis
18 juni 2020
26
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
Het hoofdtrappenhuis onderscheidt zich van het architectonische volume van de garage als een herkenbaar volume binnen het volume van de parkeergarage. Op alle vloervelden is het trappenhuis met de liften goed waarneembaar. Trappen en liften hebben transparantie en daglichttoetreding, uitstekende afscherming van wind en regen, en goede verlichting. Ook de bordessen en wachtruimtes voor de liften hebben deze beschutting. De uitwerking houdt rekening met een gemakkelijk beheer en nodigt niet uit tot vervuiling. In tegenstelling tot de gevelbehandeling en het interieur van de garage, geldt dat voor het trappenhuis kleurtoepassing voor tegelwerk, vlakken, leuningen e.d. een optie kan zijn Referentiebeelden voor vloeren, wanden, plafonds en constructieve hoofdopzet
18 juni 2020
27
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
Referentiebeelden voor het hoofdtrappenhuis
18 juni 2020
28
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
18 juni 2020
29
PvE Zwijsengarage, versie 1.0
18 juni 2020
30