02 Aanvraag gebiedsaanwijzing 19 november 2024 19 november 2028 met wijzingen bijhouden
Tekst van het document
Aanvraag verlenging gebiedsaanwijzing in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
Mei 2024
Inhoud 1 Inleiding ....................................................................................................................... 3
1.1 Doel .............................................................................................................................................................. 3 1.2 Woongebied ................................................................................................................................................. 4 1.3 Actuele demografische situatie en ontwikkeling ......................................................................................... 5 1.4 Noodzaak, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit ........................................................................ 5 1.5 Termijn ......................................................................................................................................................... 6 1.6 Afstemming .................................................................................................................................................. 6 2 Noodzakelijkheid .......................................................................................................... 7
2.1 Wat speelt er? .............................................................................................................................................. 7 2.2 Monitorinstrumenten .................................................................................................................................. 8 2.3 Actuele leefbaarheidssituatie en –ontwikkeling .......................................................................................... 9 2.4 Conclusie .................................................................................................................................................... 11 3 Geschiktheid ............................................................................................................... 12
3.1 Artikel 9 ...................................................................................................................................................... 12 3.2 Artikel 10 .................................................................................................................................................... 14 3.3 Onderzoek op basis van politiegegevens ................................................................................................... 16 3.4 Conclusie .................................................................................................................................................... 17 4 Subsidiariteit .............................................................................................................. 18
4.1 Welke maatregelen zijn al ingezet?............................................................................................................ 18 4.2 Woongerelateerde instrumenten .............................................................................................................. 20 4.3 Conclusie .................................................................................................................................................... 20 5 Proportionaliteit ......................................................................................................... 21
5.1 Aantal woningen in gebied ......................................................................................................................... 21 5.2 Gemiddelde mutatiegraad per woningbouwcorporatie in gebied ............................................................ 21 5.3 Percentage aan te wijzen woningen in gebied t.o.v. aantal sociale huurwoningen in gemeente ............. 21 5.4 Aantal sociale huurwoningen in bezit woningcorporatie........................................................................... 21 5.5 Woningmarktregio ..................................................................................................................................... 21 5.6 Percentage aantal woningen in gebied t.o.v. aantal sociale huurwoningen in woningmarktregio ........... 21 5.7 Voldoende passende huisvesting ............................................................................................................... 22 5.8 Slaagkansen woningzoekenden ................................................................................................................. 22 5.9 Conclusie .................................................................................................................................................... 22 6 Monitoring en evaluatie .............................................................................................. 23
6.1 Te verwachten effect.................................................................................................................................. 23 6.2 Monitoring en evaluatie ............................................................................................................................. 23 6.3 Beëindiging maatregelen ........................................................................................................................... 24 6.4 Monitoring aantal en locatie 'geweigerden' .............................................................................................. 24 Bijlage 1:
Adressen in het aangewezen gebied ............................................................. 25
2
1
Inleiding
Voor u ligt de aanvraag van de gemeenteraad van de gemeente Tilburg tot het verlengen van de aanwijzing om selectieve woningtoewijzing toe te passen op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) in het merendeel van de Landbouwbuurt, delen van de buurten Ezelvense akkers, Vogeltjesbuurt West, Visserijbuurt en het Monte Cristallo complex in de buurt Groenewoud Midden. De woningen in dit gebied maken deel uit van de wijk Groenewoud, in meerdere opzichten een kwetsbare wijk. In bepaalde delen is sprake van concentratie van woonoverlast, criminaliteit en ernstige verstoring van de leefbaarheid. Door verlenging van de aanwijzing van genoemd gebied willen we deze problematiek blijvend aanpakken. In de Stoeterijstraat en omgeving passen we sinds september 2017 selectieve woningtoewijzing toe op grond van de Wbmgp en in de rest van het gebied zijn we hiermee gestart in november 2020. In bijlage 1 leest u de exacte adressen en ziet u een kaart van het gebied.
1.1
Doel
Ondanks jarenlange inzet in Groenewoud werd onvoldoende het verschil gemaakt om de leefbaarheid en het perspectief te verbeteren. In 2017/2020 is daarom gestart met selectieve woningtoewijzing als onderdeel van de meervoudige wijkaanpak. Uit de evaluatie van de maatregel blijkt dat er sprake is van een positief effect, maar continuering van de aanpak is nodig. Lange termijn
Tilburg kent wijken waar de sociale, maatschappelijke, economische en culturele vraagstukken complexer en diepgaander zijn dan in andere delen van de stad. Groenewoud is er daar één van, naast Tilburg Noord (Stokhasselt en de Vlashof) en Tilburg West (Het Zand en de Kruidenbuurt). Bewoners in Groenewoud kampen met (een combinatie van) werkloosheid, armoede, problemen op school, slechte gezondheid, kwetsbare gezinnen, ondermijning, discriminatie, et cetera. Voor hen voelt de maatschappij niet inclusief en kansrijk; zij missen een positief toekomstperspectief en ervaren maatschappelijke tweedeling. Om te zorgen voor een leefbare, vitale en kansrijke wijk is in 2023 samen met wijkpartners en bewoners het ‘Gebiedsperspectief Groenewoud’ opgesteld. Middellange en korte termijn
In de wijkaanpak in Groenewoud staat sinds zes jaar interafhankelijk en buurtgericht werken centraal. Dit is een pragmatische manier van werken om in de praktijk om te gaan met taaie, venijnige vraagstukken. Het creëren van beweging en het bereiken van doorbraken in belemmerende patronen staat daarbij centraal. Een probleem wordt niet afzonderlijk bekeken of in stukjes geknipt, maar in samenhang vanuit verschillende perspectieven bekeken en aangepakt. Nog een stap verder dan bij integraal werken, gaan partners met elkaar aan de slag om tot gezamenlijke inzichten en acties te komen waarop vervolgens gereflecteerd wordt om snel te kunnen leren. Binnen het interafhankelijk werken in Groenewoud is de samenwerking tussen wijkpartners voor een specifiek gebied geïntensiveerd, om echt het verschil te kunnen maken. Het betreft een gecombineerde aanpak die zich karakteriseert als zeer gericht (acupunctuur) via verschillende soorten interventies. Daarbij zoeken we naar een slimme mix tussen repressie en preventie. Hard optreden waar nodig (zuur), maar ook je nek uitsteken voor welwillenden in de wijk (zoet), zorg voor hulpbehoevenden (zout) en reguleren van de instroom (bitter). Zonder de mogelijkheid om instroom van nieuwe bewoners te reguleren, is het moeilijk de balans in een buurt te herstellen.
Dit kan in verschillende vormen en gradaties, met als uiterste vorm de toepassing van politiescreening in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.
3
Doel aanwijzing
Het doel van de aanwijzing is om met de toepassing van de artikelen 9 en 10 Wbmgp het aantal huishoudens in de wijk met inkomen te laten toenemen, het aantal bewoners met een startkwalificatie te vergroten en overlastgevend en crimineel gedrag te beperken. Beoogd doel is bij te dragen aan de groei naar een gemiddeld woongebied op termijn, bij te dragen aan het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in de betreffende gebieden en bij te dragen aan een evenwichtigere bevolkingssamenstelling en het beperken van overlastproblematiek en criminaliteit. Artikel 9: Het voorrang verlenen aan woningzoekenden met een inkomen en/of een startkwalificatie. We willen de instroom van kandidaten met inkomen of een startkwalificatie vermeerderen opdat: Er minder afhankelijke bewoners met weinig kansen op de arbeidsmarkt in de buurt wonen; Bewoners een goede basis hebben om in hun levensonderhoud te voorzien; Er minder financieel kwetsbare bewoners in de buurt wonen; Inkomen uit arbeid meer de norm wordt; Het algemene oordeel over de buurt verbetert. Artikel 10: Het weren van woningzoekenden op basis van overlastgevend en crimineel gedrag.
We willen de instroom van kandidaten met een verleden van overlastgevend en crimineel gedrag beperken, opdat: Een concentratie van overlastgevend en crimineel gedrag doorbroken wordt; Onderling contact tussen bewoners uit de buurt verbetert; Het algemene oordeel over de buurt verbetert. In het Monte Cristallo complex kiezen we alleen voor het toepassen van artikel 10. Dit complex bestaat uit 100 studio's, onder de kwaliteitskortingsgrens1. Deze woningen zijn geschikt voor 1 persoons huishoudens met een kleine portemonnee of bijstandsuitkering. Het aanbod van dit type woningen is schaars in de stad. Het toepassen van de artikel 9 achten wij daarom niet gewenst voor dit complex. Met toepassing van artikel 10 kunnen we instroom van criminaliteit en overlast voorkomen, om de verstoorde balans in het leef- en woonklimaat te herstellen. Voor de particuliere woningen in het geselecteerde gebied richten wij ons alleen op toepassing van artikel 10, omdat in andere gemeenten is gebleken dat handhaving op dit artikel praktisch niet uitvoerbaar is. Met het toepassen van artikel 9 geven we voorrang aan kandidaat huurders met een bepaald profiel. Met woningcorporaties is het relatief eenvoudig om hierover afspraken te maken voor alle woningen in hun bezit.
Particuliere huurders hebben niet altijd meerdere kandidaten en het controleren op voorrangverlening blijkt voor een gemeente niet goed uitvoerbaar. Het bedoelde effect van de toepassing van de drie artikelen is het ontstaan van gemiddelde woongebieden op termijn.
1.2
Woongebied
Het woongebied waarvoor de aanvraag wordt gedaan, betreft het merendeel van de Landbouwbuurt, delen van de buurten Ezelvense akkers, Vogeltjesbuurt West, Visserijbuurt en het Monte Cristallo complex in de buurt Groenewoud Midden. Het betreft in totaal 775 adressen. 290 adressen zijn van woningcorporatie Tiwos, 148 adressen zijn van TBV Wonen en 228 adressen van WonenBreburg. 109 woningen zijn in particulier bezit. Zie bijlage 1 voor de specifieke adressen.
1 De kwaliteitskortingsgrens is het bedrag tot waar huurtoeslagontvangers een deel van de huurprijs voor 100% krijgen gecompenseerd
door de overheid. 4
1.3
Actuele demografische situatie en ontwikkeling
Groenewoud is een wijk met ruim 7.300 inwoners verdeeld over ongeveer 3.200 woningen. In de wijk staan vooral veel eengezinswoningen. Meer dan de helft van de woningen in Groenewoud betreft sociale huur. Er wonen relatief veel eenoudergezinnen. De huishoudenssamenstelling komt verder redelijk overeen met het Tilburgs gemiddelde. Er wonen relatief veel inwoners met een lager opleidingsniveau en in de lagere inkomensklasse.
1.4
Noodzaak, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit
In artikel 6 van de Wbmgp worden de volgende punten genoemd die de gemeenteraad bij de aanvraag tot aanwijzing van gebieden bij de minister voldoende aannemelijk moet maken: De aanwijzing is noodzakelijk en geschikt om problemen aan te pakken. De aanwijzing voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Er zijn voldoende alternatieven voor woningzoekenden die als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingsvergunning kunnen krijgen in het gebied waarvoor de aanwijzing geldt. Het onderzoek op basis van politiegegevens of een Verklaring omtrent het gedrag, is het meest geschikte instrument voor het bestrijden van overlast en criminaliteit in het aan te wijzen gebied. Het stellen van aanvullende eisen bij woningtoewijzing van en bij het in gebruik nemen van gedeelten van bewoonde woningen zien wij als een ultimum remedium voor buurten waar sprake is van grootstedelijke problematiek. We passen deze eisen in Tilburg zeer selectief toe. De gemeenteraad is van mening dat bovenstaande criteria gelden voor de aan te wijzen gebieden. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 wordt dit nader toegelicht en onderbouwd.
5
1.5
Termijn
De termijn waarvoor de gemeenteraad deze aanvraag indient is vier jaar. Over vier jaar moet opnieuw worden besloten of voorzetting van toepassing van de eerder genoemde maatregelen wenselijk is. Ook wordt dan bepaald of bijvoorbeeld aanpassing van het gebied of wijziging van de artikelen nodig is. We gaan ervan uit dat deze ingrijpende maatregelen tijdelijk zijn en gaan er zorgvuldig mee om. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat een langdurige aanpak nodig is om duurzame verbetering van de leefbaarheid te kunnen bewerkstelligen. We blijven naast toepassing van de Wbmgp, uitdrukkelijk ook andere instrumenten inzetten om de situatie in het gebied te verbeteren. De Wbmgp wordt dus ingezet als slechts één onderdeel van de brede wijkaanpak.
1.6
Afstemming
Deze aanvraag is tot stand gekomen in samenwerking met diverse partijen. De meeste partijen zijn verenigd in de projectgroep Wbmgp van de gemeente Tilburg. De projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente Tilburg, woningcorporaties Tiwos, TBV Wonen, WonenBreburg en politie. De provincie is op ambtelijk niveau geïnformeerd over deze aanvraag. De afstemming met bewonersorganisaties heeft plaatsgevonden door informeren van de huurdersbelangenorganisaties van de woningcorporaties en wijkraad Groenewoud. De afstemming met het OM heeft plaatsgevonden binnen de lokale driehoek. De uitkomst van deze afstemmingen is positief.
6
2
Noodzakelijkheid
2.1
Wat speelt er?
Het woongebied waarvoor de aanvraag wordt gedaan, betreft het merendeel van de Landbouwbuurt (3202), delen van de buurten Ezelvense akkers (3201), Vogeltjesbuurt West (3203), Visserijbuurt (3205) en het Monte Cristallo complex in de buurt Groenewoud Midden (3207). De buurten maken onderdeel uit van de wijk Groenewoud. Groenewoud was van 2008-2018 een impulswijk, sinds 2014 aangewezen als focuswijk, vervolgens in 2018 onderdeel van de PACT-aanpak. Helaas valt Groenewoud niet onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Er is wel ruimte om gebruik te maken van onderdelen van het programma “Preventie met gezag”.
Afbeelding 1 Plattegrond van Groenewoud met buurtnummers
Beschrijving van de wijk Groenewoud bestaat uit een aantal buurten, die onderling sterk verschillen. Sommige buurten hebben een volks karakter, andere buurten zijn meer gedifferentieerd. In de Vogeltjesbuurt (rond de Korhoenstraat) en Visserijbuurt wonen vooral Nederlandse families, vaak meerdere generaties lang. De buurten hebben een sterke sociale cohesie en zijn redelijk gesloten voor mensen van buitenaf. In het boek "De achterkant van Nederland" schetsen Tops en Tromp (2016) hoe de bovenwereld en onderwereld zijn verweven. De geschiedenis van de Vogeltjes- en Visserijbuurt heeft Tops vervolgens uitvoerig beschreven in "Een ongetemde buurt" (2018). De bewoners hebben er een eigen manier van leven die hen veel heeft gebracht, in ieder geval de kunst van het overleven. De buurten lijken anarchistisch, maar het wemelt er tegelijkertijd van de regels en de sociale controle werkt soms verstikkend. Bewoners verzetten zich tegen opname in de normale, ‘burgerlijke’ samenleving. De wet wordt niet altijd zo serieus genomen en als overheid krijgen we er lastig vat op. De Landbouwbuurt is het meest kwetsbare deel van de wijk.
We zien een stapeling van sociaaleconomische problemen bij bewoners, zo is het aandeel minimahuishoudens (tot 120% van het sociaal minimum) in deze buurt 36,1% De onderlinge betrokkenheid is niet sterk en bewoners ervaren overlast van elkaar, maar de meldingsbereidheid is laag.
7
Ook in het Monte Cristallo complex (Groenewoud Midden) zien we een stapeling van sociale problematieken. In het complex met 100 goedkope studio’s wonen vooral alleenstaanden, waarvan het merendeel man. Bijna de helft hiervan behoort tot de minimahuishoudens en ongeveer een kwart van de bewoners heeft een vorm van (woon)begeleiding of bewindvoering. Relatief veel bewoners doen een beroep op schuldhulpverlening. Daarnaast is er sprake van drugoverlast met bijbehorende criminaliteit in en rondom de flat. De situatie hieromtrent is verbeterd, sinds de invoering van Wbmpg. Om een terugval te voorkomen is verlenging van de aanwijzing nodig. In heel Groenewoud wonen oudere Nederlanders samen met nieuwkomers, er wonen zowel gezinnen als één- en tweepersoonshuishoudens. Een groot deel van de bewoners heeft een lage opleiding en een lage sociaaleconomische status en er is meer dan gemiddeld in Tilburg sprake van LVB-problematiek (Licht Verstandelijke Beperkingen). Sommigen hebben moeite het hoofd boven water te houden en kunnen niet goed voldoen aan de eisen die de maatschappij aan hen stelt.
2.2
Monitorinstrumenten
De gemeente Tilburg gebruikt de volgende toetsingsinstrumenten om de ontwikkelingen in de wijken te monitoren: 1) de T-Meter (voorheen Wijktoets) waar de Leefbaarheidsmonitor (Lemon) onderdeel van is, 2) Buurt- en wijkcijfers vanuit het CBS, 3) politiedata en 4) ervaringen van professionals en bewoners. 1) T-meter De T-meter (voorheen Wijktoets) geeft inzicht in de kwaliteit van de Tilburgse woonbuurten. Het is een interactieve monitor die op buurtniveau verschillende objectieve en subjectieve data met elkaar verbindt. Onderdeel daarvan is de leefbaarheidsmonitor (Lemon). Deze enquête wordt elke twee jaar in de stad afgenomen en geeft een beeld over de leefbaarheid en veiligheid in subjectieve zin. Deze enquête geeft inzicht op zowel wijk- als buurtniveau. 2) CBS-data Een ander belangrijk monitorinstrument dat Tilburg gebruikt is de openbare CBS-data. Het instrument geeft inzicht in de sociaaleconomische kenmerken van zowel wijken als buurten. Daarnaast geeft het inzicht in de kenmerken van bewoners die woonachtig zijn in het gebied. Omdat de correlatie tussen sociaaleconomische kenmerken van bewoners en de veiligheid en leefbaarheid in de wijk groot is, hechten we waarde aan het in kaart brengen van deze gegevens. 3) Politiedata Om extra beeld te krijgen over de veiligheid en criminaliteit in het geselecteerde gebied maken we gebruik van politiedata.
Het gaat hier om de misdrijfcijfers die bij hen bekend zijn. Dit wordt op postcodeniveau geregistreerd en is voor deze aanvraag op buurtniveau inzichtelijk gemaakt. Om de buurten met elkaar, met de wijk en met de stad te kunnen vergelijken, worden deze cijfers weergegeven als aantal misdrijven per 1000 inwoners. 4) Ervaringen van professionals en bewoners Naast monitorinstrumenten betrekken we ook de signalen van professionele partners in en bewoners uit de buurt bij het monitoren en het volgen van de ontwikkeling van onze Tilburgse wijken. Het complete beeld van een buurt is nooit alleen uit cijfers te herleiden: het gaat om tellen en vertellen. Deze combinatie gebruiken we in zowel de eindevaluatie als de vernieuwde aanvraag om een zo volledig mogelijk beeld van het gebied te schetsen.
8
2.3
Actuele leefbaarheidssituatie en –ontwikkeling
Vanaf september 2017 zijn de Stoeterijstraat en omgeving door de minister aangewezen voor de Wbmgp. Na twee jaar uitvoering waren de bevindingen van politie, woningcorporatie en gemeente overwegend positief. Om in de wijk Groenewoud substantieel verschil te maken is vervolgens besloten de Wbmgp in een groter gebied toe te passen. Hieronder wordt op basis van de beschikbare indicatoren uit de Leefbaarheidsmonitor/T-Meter en de ervaringen van professionals en bewoners uit de wijk een actueel beeld geschetst van de leefbaarheid in het gebied waar de Wbmgp van toepassing is. Leefbaarheidsmonitor/T-Meter Landbouwbuurt**
Vogeltjesbuurt West**
Visserijbuurt**
Groenewoud Midden
‘17
‘19
‘21
'23
‘17
‘19
‘21
'23
‘17
‘19
‘21
'23
‘17
‘19
‘21
'23
Beoordeling buurt algemeen
5, 8
5, 8
6,3
6,5
6,9
7,1
7,0
6,8
6,4
6,9
7,0
7,0
6,7
6,4
6,6
6,6
Omgang tussen bewoners
5, 9
5, 6
6,0
6,3
6,8
6,8
6,6
6,4
6,7
6,5
6,9
6,3
6,2
6,1
6,5
6,2
Contacten bewoners uit de buurt
5, 8
6, 0
6,3
6,3
6,1
6,2
6,1
5,5
6,5
6,1
6,5
6,6
6,2
5,7
5,8
6,0
Veilig voelen overdag
6, 9
6, 6
7,7
7,7
7,6
8,0
7,9
7,5
7,4
7,8
7,5
7,1
7,2
7,2
7,3
7,0
Veilig voelen ’s avonds
5, 7
5, 4
6,3
6,5
6,7
6,9
6,8
6,4
6,0
6,3
6,4
5,9
5,8
5,9
5,8
5,7
Overlast van gedrag van anderen
4, 1
4, 9
5,1
6,0
5,7
6,2
6,4
5,7
5,8
5,5
6,1
5,5
5,2
5,5
5,6
5,6
Overlast van criminaliteit
5, 5
5, 6
6,1
6,2
6,7
6,9
6,5
5,8
6,2
6,1
6,6
5,9
5,9
6,2
6,2
5,7
Verbetering buurt in het afgelopen jaar
4, 2
4, 3
5,2
2,9 *
6,1
6,1
5,3
3,1 *
5,4
5,1
5,8
3,2 *
5,2
5,2
4,9
3,6 *
Tabel 1 Resultaten Leefbaarheidsmonitor 2023
9
Ezelvense Akkers
Groenewoud
Tilburg
'17
‘19
‘21
‘23
‘17
‘19
‘21
'23
‘17
‘19
‘21
'23
Beoordeling buurt algemeen
7,1
6,7
7,1
6,8
6,7
6,7
6,9
6,8
7,3
7,4
7,2
7,2
Omgang tussen bewoners
7,2
6,8
7,1
6,9
6,6
5,6
6,6
6,5
7,0
7,0
7,0
6,9
Contacten bewoners uit de buurt
6,6
6,7
6,6
6,6
6,3
6,3
6,3
6,3
6,5
6,4
6,5
6,4
Veilig voelen overdag
7,6
7,4
7,4
7,3
7,4
7,4
7,6
7,3
8,0
8,0
8,0
7,7
Veilig voelen ’s avonds
6,3
6,1
5,6
6,0
6,2
6,2
6,2
6,1
6,7
6,7
6,7
6,4
Overlast van gedrag van anderen
6,1
6,1
5,9
6,1
5,6
5,7
5,9
5,8
6,3
6,4
6,2
6,2
Overlast van criminaliteit
6,4
6,3
6,0
6.1
6,2
6,3
6,3
6,0
6,6
6,8
6,7
6,3
Verbetering buurt in het afgelopen jaar
5,5
5,6
5,7
3,1 *
5,3
4,3
5,3
3,3 *
5,7
5,7
5,4
3,3 *
Vervolg tabel 1 Resultaten Leefbaarheidsmonitor 2023 * de antwoordmogelijkheid van deze vraag is in 2023 veranderd naar een 5-puntsschaal, waarbij 1 staat voor ‘sterk vooruit gegaan’, 3 voor ‘hetzelfde gebleven’ en 5 voor ‘sterk achteruit gegaan'. ** in deze buurten is de gewenste minimale respons van 20% niet gehaald.
De respons in de Landbouwbuurt, de Visserijbuurt en de Vogeltjesbuurt West is de enquête van 2023 lager dan 20% en is daardoor niet representatief. Met dit in ons achterhoofd, zien we dat de leefbaarheid volgens bewoners altijd het meest onder druk stond in de Landbouwbuurt, maar dat deze buurt sinds 2021 sterker verbeterd is dan andere buurten in Groenewoud. Bewoners van de Landbouwbuurt geven ook, als enige buurt, aan dat sprake is van een kleine vooruitgang van de buurt (2,9 op een schaal van 5). Wijkprofessionals geven aan een verbetering te zien in de afgelopen jaren, maar dat het evenwicht in de wijk nog steeds verstoord is. In de Vogeltjesbuurt West zijn bewoners over het algemeen tevreden over hun woonomgeving. Dit geldt ook voor de sociale omgang met elkaar en het gevoel van veiligheid. In deze buurt valt op dat bewoners wel expliciet aangeven hinder te ervaren van het gedrag van andere en van criminaliteit. In de Visserijbuurt zijn bewoners over het algemeen tevreden. Wel valt op dat ook deze buurt op alle onderdelen veelal lager scoort dan het stedelijk gemiddelde. Dit betekent dat de bewoners nog wel een achterstand ervaren ten opzichte van de rest van de stad. Met name op het veiligheidsgevoel 's avonds, overlast van anderen en overlast van criminaliteit is nog een aanzienlijk gat ten opzichte van het stedelijk gemiddelde.
De Ezelvense Akkers is de hoogst scorende buurt in Groenewoud, zij zitten op veel onderdelen dicht tegen het stedelijk gemiddelde aan. Op veiligheidsgevoelens overdag en 's avonds scoren zij ten opzichte het stedelijk gemiddelde nog iets lager. Groenewoud Midden scoort op alle onderdelen gemiddeld het laagst van de gehele wijk Groenewoud. Deze buurt springt er in negatieve zin uit. Het valt op dat de cijfers op vrijwel alle vlakken ten opzichte van 2017 verder zijn verslechterd. Door de tijd heen is dus geen positieve tendens waarneembaar in deze buurt.
10
Ervaringen van professionals en bewoners Naast de kwantitatieve cijfers hechten we ook veel waarde aan de kwalitatieve gegevens over de wijk. De professionals die dagelijks aan het werk zijn in Groenewoud en de bewoners die er wonen hebben immers het meest actuele beeld van de wijk. Onderzoeksbureau Dimensus heeft voor het opstellen van de eindevaluatie van de Wbmgp diverse interviews met professionals en bewoners gehad om hen te bevragen op de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Er zijn vijftien professionals uit verschillende domeinen geïnterviewd. Zij geven aan al voorzichtig een verandering te zien in de samenstelling van de wijk sinds de invoering van de Wbmgp. In buurten met een hogere mutatiegraad is deze verandering meer zichtbaar dan in buurten met een lagere mutatiegraad. De verandering is bijvoorbeeld merkbaar door een hogere meldingsbereidheid. Wel merken de professionals op dat de kracht van de Wbmgp zit in het feit dat het een onderdeel is van een bredere wijkaanpak waarbij vanuit verschillende invalshoeken wordt gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. Een ruime meerderheid van de professionals is positief over de inzet van de Wbmgp. Zij erkennen dat het een aanpak van de lange adem is en structurele verandering in de wijk tijd kost.
Daarnaast noemen zij de preventieve werking van de wet, daarin zijn zij bang voor een terugval van de wijk indien de Wbmgp niet voortgezet kan worden. Een deel van de professionals zou het zelfs een toegevoegde waarde vinden om het gebied uit te breiden naar de gehele wijk Groenewoud. Onder de bewoners valt op dat nieuwe bewoners de wijk over het algemeen hoger waarderen qua score dan de bewoners die er al langer wonen. Er wordt over het algemeen aangegeven dat bewoners de buurt hebben zien veranderen en het grootste gedeelte ervaart deze verandering als positief. Zij geven aan dat de combinatie van verschillende initiatieven de wijk heeft verbeterd, dus zowel de fysieke aanpassingen als de sociale initiatieven. Daarnaast benoemen zij expliciet dat het screenen van bewoners een goed initiatief is. Naast de professionals die geïnterviewd zijn door Dimensus, zijn er signalen bekend van medewerkers van de aannemer die werkzaamheden uitvoerden voor de gemeente in de Landbouwbuurt. Zij maakten melding van gewelds- en intimidatievoorvallen, zoals het bekogelen van een medewerker en zijn heftruck met stenen en het slaan van een medewerker tijdens bestratingswerkzaamheden. Verder liep het inloopspreekuur voor bewoners regelmatig uit op hooglopende emoties en verbaal geweld.
2.4
Conclusie
Gezien het bovenstaande vinden wij als gemeenteraad dat de gebiedsaanwijzing van het merendeel van de Landbouwbuurt, delen van de buurten Ezelvense akkers, Vogeltjesbuurt West, Visserijbuurt en het Monte Cristallo complex in de buurt Groenewoud Midden noodzakelijk is om de grootstedelijke problematiek en de cumulatie van leefbaarheidsproblemen in dit gebied aan te kunnen pakken. Op basis van de actuele leefbaarheidssituatie zien wij nog voldoende aanleiding om aan te nemen dat de leefbaarheid en veiligheid in Groenewoud nog achterblijft ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Het streven is om van Groenewoud weer een gemiddelde wijk te maken en het reguleren van de instroom in de wijk zien wij daarom als een cruciaal onderdeel van integrale wijkaanpak in dit gebied.
11
3
Geschiktheid
In hoofdstuk 3 beperken wij ons tot het voldoende aannemelijk maken van de ‘geschiktheid’ van de maatregelen uit artikelen 9 en 10 in het kader van de gebiedsaanvraag Wbmgp door inzicht te geven over netto arbeidsparticipatie, aantal bijstandsgerechtigden, aantal minimahuishoudens en misdrijfcijfers in het aan te wijzen gebied.
3.1
Artikel 9
Door toepassing van artikel 9 verlenen we toegang op grond van twee sociaal-economische kenmerken, namelijk het hebben van inkomen en/of een startkwalificatie. Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 8 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek: a) een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid; b) een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf; c) een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden; d) een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet; e) een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, of; f) studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000. De definitie van startkwalificatie is te vinden in artikel 1 van de Leerplichtwet 1969: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs. Indien er meer woningzoekenden voldoen aan de sociaal-economische kenmerken, gaat het hebben van inkomen vóór op het hebben van een startkwalificatie.
Het hebben van een inkomen vinden we van belang voor een betere sociaaleconomische samenstelling van de wijk met minder financieel kwetsbare mensen. Het percentage werkenden is in Groenewoud consequent lager dan gemiddeld in Tilburg. Het hebben van een startkwalificatie verhoogt de kansen op de arbeidsmarkt en verlaagt de kans op instroom in een bijstandsuitkering. Een startkwalificatie biedt mensen een goede basis om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, waardoor financiële kwetsbaarheid afneemt en weerbaarheid ten opzichte van de verleidingen van criminaliteit verbetert.
12
Arbeidsdeelname | Netto arbeidsparticipatie % werkzame beroepsbevolking in de bevolking 2019
2020
2021
51 66 61 57 64 61 69
Landbouwbuurt Vogeltjesbuurt West Visserijbuurt Groenewoud Midden Ezelvense Akkers Groenewoud Tilburg
53 65 61 55 64 60 69
2022
55 68 61 58 64 62 70
57 70 63 60 66 64 71
2023 Nog niet beschikbaar
Tabel 2 Percentage netto arbeidsparticipatie per buurt
Bijstandsgerechtigden CBS buurt % inwoners met een bijstandsuitkering Landbouwbuurt Vogeltjesbuurt West Visserijbuurt Groenewoud Midden Ezelvense Akkers Groenewoud Tilburg
2019 18,2 8,2 8,7 13,4 4,5 9,8 5,1
2020 17,2 7,5 10,2 12,9 4,5 9,6 5,1
2021 17,3 7,1 9,7 12,7 4,6 9,6 5,0
2022 15,8 6,3 9,6 13,1 4,5 9,3 4,9
2023 11,1 4,7 7,6 10,2 3,5 7,0 3,9
Tabel 3 Percentage bijstandsgerechtigden per buurt
Bijstandsgerechtigden geselecteerde woningen % inwoners met een bijstandsuitkering Landbouwbuurt Vogeltjesbuurt West Visserijbuurt Groenewoud Midden Ezelvense Akkers Groenewoud Tilburg
2019 21,1 11,3 14,5 37,3 12,3 9,8 5,1
2020 20,4 9,8 15,1 29,8 10,3 9,6 5,1
2021 20,7 10,4 12,5 31,8 11,0 9,6 5,0
2022 18,8 10,5 11,4 25,5 10,2 9,3 4,9
2023 13,6 5,8 11,3 25,5 7,3 7,0 3,9
Tabel 4 Percentage bijstandsgerechtigden voor geselecteerde woningen in betreffende buurt
Minimahuishoudens CBS buurt % minimahuishoudens* Landbouwbuurt Vogeltjesbuurt West Visserijbuurt Groenewoud Midden Ezelvense Akkers Groenewoud Tilburg
2019 44,0 23,3 20,7 33,4 11,4 25,1 12,7
2020 42,0 22,1 23,4 33,8 12,3 25,2 13,0
2021 37,5 19,3 22,4 32,1 11,3 23,0 12,0
2022 35,5 17,8 21,5 30,9 11,2 22,0 11,4
2023 36,1 16,0 20,6 31,4 10,0 21,4 10,9
Tabel 5 Percentage minimahuishoudens per buurt
13
Minimahuishoudens geselecteerde woningen % minimahuishoudens* Landbouwbuurt Vogeltjesbuurt West Visserijbuurt Groenewoud Midden Ezelvense Akkers Groenewoud Tilburg
2019 49,2 32,8 35,2 55,8 35,1 25,1 12,7
2020 48,6 33,6 36,5 50,0 34,7 25,2 13,0
2021 42,1 29,1 31,8 51,0 34,2 23,0 12,0
2022 40,1 28,6 29,8 47,0 33,3 22,0 11,4
2023 42,3 26,0 27,9 46,9 28,2 21,4 10,9
Tabel 6 Percentage minimahuishoudens voor geselecteerde woningen in betreffende buurt
% inwoners 18-23 jaar met startkwalificatie 2020
Groenewoud %
Tilburg %
70%
83%
2021
72%
83%
2022
72%
83%
2023
Niet beschikbaar
Niet beschikbaar
2024
Niet beschikbaar
Niet beschikbaar
Tabel 7 Percentage inwoners met een startkwalificatie
3.2
Artikel 10
Door toepassing van artikel 10 kunnen we op basis van politiegegevens onderzoeken of het huisvesten van personen van 16 jaar en ouder niet zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in die straat. Het onderzoek richt zich op de volgende gedragingen: a. het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door: i. Geluid of trillingen; ii. Het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen; iii. Het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid; iv. Vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of directe omgeving ervan; b. Onrechtmatig gebruik van de woning; c. Gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers; d. Gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers; e. Activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning; f. Openbare dronkenschap in de omgeving van de woning; g. Het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving; h. Brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning; i.
Radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht. In onderstaande drie tabellen zoomen zijnwe in op het aantal misdrijven in de geselecteerde gebieden weergegeven (per 1000 inwoners). Hierbij hebben we specifiek gekeken naar 14
geweldsdelicten, overlast en zware criminaliteit. Deze cijfers zijn op CBS buurt- en wijkniveau weergegeven en laten het gemiddelde voor een gehele buurt en wijk zien. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de geselecteerde Wbmgp-gebieden veelal maar een klein deel uitmaken van de desbetreffende vijf CBS-buurten, en dat op het schaalniveau van de geselecteerde gebieden de gegevens niet beschikbaar zijn. De Landbouwbuurt is de enige buurt die vrijwel geheel onder de Wbmgp valt. In de andere buurten gaat het steeds maar om enkele straten en in Groenewoud Midden gaat het over één complex, de Monte Cristalloflat (zie de plattegrond in Bijlage 1). Dat betekent dat onderstaande buurtcijfers een vertekend beeld geven, omdat ze grotendeels ook betrekking hebben op de niet-geselecteerde delen van deze CBS-buurten en waar we in die delen de problematiek onvoldoende ernstig achten. Om een beter beeld te krijgen van de noodzaak van het toepassen van artikel 10 in de geselecteerde gebieden is het daarom van belang om de onderstaande cijfers in samenhang met de ervaringen van professionals en bewoners te bekijken. Als we eerst kijken naar de cijfers van geweldsdelicten valt op dat de Visserijbuurt in 2020 en 2021 het hoogst scoorde en in 2023 het laagst.
In 2023 zijn de cijfers in alle CBS-buurten vergelijkbaar met het stedelijk gemiddelde, alleen de Landbouwbuurt heeft een hoger percentage (zie tabel 8). Dat is ook plausibel omdat het merendeel van deze CBS-buurt een geselecteerd Wbmgp-gebied betreft. Bij misdrijven overlast zien we dat van de vijf CBS-buurten de Ezelvense Akkers in 2023 het laagste cijfer heeft. Groenewoud Midden, waar het Monte Cristello complex staat, scoort het hoogst (zie tabel 9). Dit komt overeen met het beeld dat door de professionals wordt geschetst. Zij geven aan veel overlastmeldingen te krijgen over dit complex. Als het gaat over zware criminaliteit vallen de Visserijbuurt en Groenewoud Midden in 2023 het meest op (tabel 10). HierbijOver het algemeen moet worden opgemerkt dat het bij zware criminaliteit in absolute cijfers om kleine aantallen gaat. In heel Groenewoud zijn dit bijvoorbeeld minder dan tien misdrijven op jaarbasis, één misdrijf minder kan een aanzienlijk relatief verschil maken. In tabel 1 zijnzijn is ook de subjectieve data rondom de veiligheid in de buurt opgenomen. H, hierDaarbij wordt met name ingezoomd op het veiligheidsgevoel van bewoners en de overlast die zij ervaren van criminaliteit. Hier valt op dat alle buurten op basis van deze cijfers structureel nog lager scoren dan het stedelijk gemiddelde.
Ook zie je in 2023 zowel op buurt-, wijk- als stedelijk niveau een lagere score in 2023 ten opzichte van de jaren daarvoor. Professionals geven aan in hun werk wel met regelmaat te horen over of in aanraking te komen met criminele incidenten, met name gewelds- en overlastincidenten. Bijvoorbeeld de gewelds- en intimidatievoorvallen van medewerkers van de aannemer die werkzaamheden uitvoerden in de Landbouwbuurt en het inkoopspreekuur van bewoners wat regelmatig uitloopt op hooglopende emoties en verbaal geweld. Op basis van de cijfers uit de Lemon en T-Meter lijken bewoners deze bevinding te onderschrijven, zoals uit tabel 1 blijkt. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Dimensus dat er een algemene sfeer van wantrouwen en terughoudendheid is als het gaat om het delen van informatie over dergelijke incidenten binnen de wijk. Van oudsher is de meldingsbereidheid in de wijk laag. Hierdoor is er vanuit de cijfers over meldingen van criminaliteit en overlast geen volledig zicht op alles dat er speelt. Deze combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve informatie geeft ons aanleiding om artikel 10 in de aangewezen gebieden te blijven toepassen.
Landbouwbuurt
2020
2021
2022
2023
7,49
7,37
10,81
9,63
15
Vogeltjesbuurt West
4,94
9,09
6,56
5,69
Visserijbuurt
16,75
13,47
4,26
5,35
Groenewoud Midden
6,67
5,45
3,63
6,53
Ezelvense Akkers
5,69
Groenewoud
7,40
13,33 8,45
3,79 6,54
5,77 6,10
Tilburg
7,46
6,81
7,05
6,08
Tabel 8: Aantal geweldsdelicten (per 1000 inwoners)
2020
2021
2022
2023
Landbouwbuurt
8,56
6,32
3,24
4,28
Vogeltjesbuurt West
11,52
5,79
4,10
4,07
Visserijbuurt
5,24
6,22
5,32
6,42
Groenewoud Midden
6,06
7,27
3,63
7,12
Ezelvense Akkers
6,64
Groenewoud
7,26
4,76 6,27
6,64 4,36
3,85 5,01
Tilburg
6,07
5,51
5,65
5,73
Tabel 9: Aantal misdrijven overlast (per 1000 inwoners)
2020
2021
2022
2023
Landbouwbuurt
1,07
0,00
0,00
0,00
Vogeltjesbuurt West
0,00
1,65
1,64
0,00
Visserijbuurt
2,09
1,04
1,06
2,14
Groenewoud Midden
0,61
1,21
0,00
2,37
Ezelvense Akkers
1,90
Groenewoud
1,23
1,90 1,36
0,95 0,55
0,00 0,81
Tilburg
1,41
1,24
1,24
1,21
Tabel 10: Aantal misdrijven zware criminaliteit (per 1000 inwoners)
3.3
Onderzoek op basis van politiegegevens
Voor het screenen van woningzoekenden willen we gebruik maken van politiegegevens. Dit heeft de voorkeur boven een VOG (Verklaring omtrent het gedrag). Een VOG wordt landelijk afgegeven en alleen gedragingen die geleid hebben tot een sanctie of straf worden meegenomen en vormt daarmee een beperkt beeld. Gedragingen die gerelateerd zijn aan woonoverlast komen namelijk maar in beperkte mate in het strafrecht terecht. Terwijl juist overlast van het gedrag van anderen een belangrijke reden voor onze aanpak is. In dat kader wordt bijvoorbeeld ook gewezen op de Wet aanpak woonoverlast waarbij de aanpak bestuursrechtelijk wordt geregeld. De informatie op basis van politiegegevens is rijker. Wij maken gebruik van alle gedragsbepalingen uit artikel 10a van de Wbmgp. Bovendien is het mogelijk om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning op basis van politiegegevens voorwaarden aan de vergunning te verbinden in de vorm van een gedragsaanwijzing. We willen van die mogelijkheid ook gebruik maken om eventueel een huisvestingsvergunning onder voorwaarden af te geven aan de woningzoekende.
16
3.4
Conclusie
Alle bovenstaande bevindingen in acht nemend, vinden wij als gemeenteraad de toepassing van artikel 10 van de Wbmgp een geschikt middel voor het aanpakken van de problematiek in het Monte Cristallo complex (Groenewoud Midden). Voor de overige gebieden vinden wij de artikelen 9 en 10 geschikt om de grootstedelijke problematiek en de cumulatie van leefbaarheidsproblemen in de gebieden aan te pakken. Voor de particuliere woningen in deze gebieden richten wij ons echter alleen op toepassing van artikel 10, omdat artikel 9 om praktische redenen niet geschikt is.
17
4
Subsidiariteit
4.1
Welke maatregelen zijn al ingezet?
Groenewoud is sinds 2008 een Impulswijk en sinds 2014 een Focuswijk. Dat betekent dat er al jaren extra aandacht voor het gebied is op het sociale (inclusief gezondheid), fysieke en veiligheidsdomein. Eerdere speerpunten in wijkactieplannen waren bijvoorbeeld: ieder huishouden leeft boven de armoedegrens, ieder huishouden heeft een kostwinner en jongeren doen het goed op school en halen een diploma. Helaas blijkt dat een sectorale/thematische aanpak op deze speerpunten onvoldoende effect sorteert. Hardnekkige belemmerende patronen staan duurzame verbetering in de weg. Belangrijke eerste stap was daarom het doorbreken van die patronen met interventies (systemisch werken). Daarnaast is er in een aantal specifieke buurten/straten in Groenewoud een intensieve leefbaarheidsaanpak (ILA) ingezet, die bestaat uit extra inzet van corporaties, politie en gemeente op het gebied van repressie, handhaving, maar ook perspectief en leefbaarheid. Ook kent Groenewoud een gebiedsperspectief en aanpak die koerst op de lange termijn (zoals beschreven in paragraaf 1.1).
Afbeelding 2 centraal belemmerend patroon Groenewoud
Systemisch werken in een stevig netwerk In Groenewoud is een klein team van professionals uit verschillende organisaties dagelijks aan de slag om stapsgewijs aansluiting en ingangen te vinden bij bewoners. De wijk wordt beschouwd als een samenhangend ecosysteem. Door heel dicht in de buurt te werken, leren de professionals het systeem en de patronen beter kennen en begrijpen. En weten ze beter wat nu echt de aangrijpingspunten zijn – ook wel ‘hefbomen’ – om het systeem positief in beweging te zetten.
18
Afbeelding 3 praatplaat systemisch werken in Groenewoud
Intensieve leefbaarheidsaanpak (ILA) In 2017 startte n.a.v. signalen van wijkpartners stevige gebiedsgerichte aanpak in de Stoeterijstraat (74 adressen) met als doel het herstellen van een verstoorde balans in het leef- en woonklimaat om zo te komen tot een normalisatie van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid. Onderdeel daarvan is selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp. Uit de tussenevaluatie na twee jaar zagen we de volgende resultaten en effecten: Verandering bevolkingssamenstelling Professionals kunnen hun werk doen (én zijn kwetsbaar voor onder meer intimidatie) Belastingen worden betaald Stijging huurinkomsten, verhuurbaarheid, tevredenheid en meldingsbereidheid Daling woonfraude, beheerskosten, uitkeringsfraude en spookbewoners Opstarten meervoudige buurtaanpak met partners in de wijk Cultuur is opener, aanspreekbaar op gedrag Vertrouwen over en weer neemt toe (bewoners <-> overheid/instellingen) Toename veiligheidsgevoel in de straat Door de verbeterde informatiepositie van alle partners werd ook duidelijk dat er binnen de wijk Groenewoud meer buurten/straten zijn waar een dergelijke aanpak nodig is om de balans te herstellen. Daarom is het gebied voor de Intensieve Leefbaarheidsaanpak uitgebreid met delen van de Vogeltjesbuurt West, Visserijbuurt, Landbouwbuurt en het Monte Cristallo complex in Groenewoud Midden.
Gebiedsperspectief Op de lange termijn zijn er forse ingrepen nodig op verschillende domeinen om duurzaam het verschil te maken in Groenewoud. Ruimtelijk-economische ontwikkelingen en onderwijsvernieuwing moeten als katalysator gaan werken voor een opener en gedifferentieerder Groenewoud. Voorbeelden daarvan zijn:
19
De herstructurering van het Pater van den Elsenplein, in het hart van de wijk (inclusief nieuw gezondheidscentrum). Het vergroten van de diversiteit in woningaanbod en het op niveau brengen/houden van de voorzieningen en ontmoetingsplekken. Het investeren in nieuwe basisscholen. Met de ambitie topkwaliteit onderwijs te bieden waarbij de breukpunten tussen voorschool en basisschool en basisschool en voortgezet onderwijs vervagen en het onderwijs bijdraagt aan gelijke kansen.
4.2
Woongerelateerde instrumenten
Instrumentarium woningcorporaties ter bestrijding woonoverlast Corporaties en gemeente vinden het belangrijk dat mensen goed kunnen wonen. Corporaties maken daarom reeds gebruik van verschillende instrumenten om woonoverlast te bestrijden en leefbaarheid te beschermen. De inzet betreft (sociale) huurincasso, inzet van leefbaarheidsconsulenten en buurtbeheerders en waar nodig interventies, zoals het tweede kansbeleid (kortdurende woonbegeleiding). Ook kunnen zij Kanswonen inzetten om de leefbaarheid van een complex, buurt of wijk tijdelijk te beschermen, wat inhoudt dat aanvullende voorwaarden in een huurcontract worden opgenomen. De ultieme interventie voor hen die blijvend overlast veroorzaken kan leiden tot opvang in Skaeve Huse. Om in aanmerking te komen voor Skaeve Huse moet er sprake zijn van structurele overlast vanuit sociale problematiek, psychische en verslavingsproblematiek. Aanpak woonoverlast De gemeente heeft vanuit de handhavingskant ook een bestuurlijk interventieteam of kan het woonoverlastteam inzetten. Zowel de gemeente als de corporaties hebben een palet aan mogelijkheden om op te treden tegen individuele overlastveroorzakers, met als uiterste consequentie huisuitzetting.
4.3
Conclusie
De beschreven langjarige intensieve aanpak met doorbraakopgaven in Groenewoud, vraagt een lange adem, veel samenwerking en doorzettingsvermogen en de mogelijkheid om een slimme mix van instrumenten in te kunnen zetten. Regulering van instroom van nieuwe bewoners is een noodzakelijke aanvulling op de reeds bestaande intensieve samenwerking in de wijk. Daarom vinden we het aanwijzen van de geselecteerde gebieden in de Landbouwbuurt, delen van de buurten Ezelvense akkers, Vogeltjesbuurt West en Visserijbuurt voor het kunnen toepassen van de artikelen 9 (met uitzondering van de particuliere woningen) en 10 van de Wbmgp gerechtvaardigd en voldoet het onzes inziens aan de eisen van subsidiariteit. Het aanwijzen van het Monte Cristallo complex in Groenewoud Midden vinden wij gerechtvaardigd voor het toepassen van artikel 10 van de Wbmgp en voldoet aan de eisen van subsidiariteit.
20
5
Proportionaliteit
5.1
Aantal woningen in gebied
De aanvraag wordt gedaan voor in totaal 775 woningen in 5 verschillende CBS-buurten. Hiervan zijn 109 woningen in particulier bezit. 666 woningen zijn in bezit van drie woningcorporaties: 228 woningen zijn van WonenBreburg, 290 woningen zijn van Tiwos en 148 woningen van TBV Wonen.
5.2
Gemiddelde mutatiegraad per woningbouwcorporatie in gebied
Tiwos Gemiddelde cumulatieve mutatiegraad in Tilburg over 2020-2023 Landbouwbuurt Korhoenstraat Visserijbuurt
5,28% 6,80% 4,51% 9,26%
WBB Gemiddelde cumulatieve mutatiegraad in Tilburg over 2020-2023 Landbouwbuurt Monte Cristallo complex
12% 3,4 10,5%
TBV Gemiddelde cumulatieve mutatiegraad in Tilburg over 2020-2023 Landbouwbuurt
10,3% 5,2%
Tabel 11: Gemiddelde cumulatieve mutatiegraad
5.3
Percentage aan te wijzen woningen in gebied t.o.v. aantal sociale huurwoningen in gemeente
Het aantal sociale huurwoningen is 30.847 per 31 december 2023. Het percentage aan te wijzen sociale huurwoningen betreft per 31 december 2023 2,16% van de totale sociale huurwoningvoorraad. Dat betekent dat de aanwijzing een beperkt effect heeft op de slaagkansen voor woningzoekenden aan wie als gevolg van de gebiedsaanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend.
5.4
Aantal sociale huurwoningen in bezit woningcorporatie
In de gemeente Tilburg staan 30.847 (per 31 december 2023) sociale huurwoningen.
5.5
Woningmarktregio
De woningmarktregio waarop deze aanvraag betrekking heeft is de gemeente Tilburg.
5.6
Percentage aantal woningen in gebied t.o.v. aantal sociale huurwoningen in woningmarktregio
De woningmarktregio waarop deze aanvraag betrekking heeft, is de gemeente Tilburg. In de gemeente Tilburg staan 30.847 sociale huurwoningen (per 31 december 2023). Het aantal aan te wijzen sociale huurwoningen is 666. Dat is een percentage van 2,16%.
21
5.7
Voldoende passende huisvesting
Voor woningzoekenden aan wie als gevolg van de gebiedsaanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend, is voldoende passende huisvesting in de rest van de gemeente.
5.8
Slaagkansen woningzoekenden
Het geselecteerde gebied voor de gebiedsaanwijzing omvat 666 sociale huurwoningen. Dit is 2,16 % van het aanbod sociale huurwoningen van de woningcorporaties in Tilburg. De slaagkansen van woningzoekenden in de gemeente Tilburg nemen zeer beperkt af als we rekening houden met de ontwikkeling van de sociale voorraad. In het huidige Convenant Wonen Tilburg 2020-2025 zijn afspraken gemaakt over de netto groei van de sociale voorraad van tenminste 800 woningen. Daarnaast wordt voorbereid op een netto groei van de sociale voorraad in de periode 2025-2030 met ten minste 400 woningen.
5.9
Conclusie
De gemeenteraad is van mening, dat voldaan wordt aan de eisen van proportionaliteit. Het betreft een beperkte ingreep in de Tilburgse woningmarkt, met een beperkt effect op de slaagkansen van woningzoekenden.
22
6
Monitoring en evaluatie
6.1
Te verwachten effect
Als gevolg van de gebiedsaanwijzing in het kader van de Wbmgp verwachten wij verschillende effecten. In zijn algemeenheid gaan wij er van uit dat de balans wat betreft het leef- en woonklimaat meer in evenwicht komt. Op termijn ontstaan er gemiddelde woongebieden. Meer specifiek verwachten wij: Minder Het aandeel (financieel) kwetsbare bewoners in het gebied is gedaald; Minder overlastgevend en crimineel gedragProfessionals geven aan een afname in criminele incidenten te ervaren; Verbetering van het algemene oordeel van bewoners over de buurt; Het veiligheidsgevoel van bewoners in de buurt verbetert en komt overeen met het stedelijk gemiddelde; Verbetering van het algemene oordeel van professionals over de buurt.
6.2
Monitoring en evaluatie
De tweejaarlijkse cijfers uit de T-meter vormen de basis voor de monitoring van de gebiedsaanwijzing. Voor het evalueren van gebiedsaanwijzing zoomen we in op de volgende indicatoren: Rapportcijfers uit Lemon; o Beoordeling buurt algemeen o Omgang tussen bewoners o Contacten in de buurt o Veiligheidsgevoel overdag o Veiligheidsgevoel avond o Overlast van gedrag van anderen o Overlast van criminaliteit o Verbetering van de buurt in het afgelopen jaar Percentage bijstandsgerechtigden; Percentage minimahuishoudens; Percentage netto arbeidsparticipatie; Misdrijfcijfers van de politie; Naast deze data kijken wij bij monitoring naar: Ervaringen van bewoners uit de wijk; Ervaringen van professionals uit de wijk. De eindevaluatie van de tweede periode van 4 jaar van de gebiedsaanwijzing vindt plaats in 2028. Op basis van de evaluatie besluiten we dan over de wenselijkheid van voortzetting of beëindiging van de maatregelen. Over het gegevensbestand dat wordt bijgehouden door het college van burgemeester en wethouders én het gegevensbestand dat wordt bijgehouden door de burgemeester in het kader van de selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag rapporteert de functionaris gegevensbescherming jaarlijks aan de gemeenteraad inzake het rechtmatig gebruik van deze bestanden.
23
6.3
Beëindiging maatregelen
De gemeenteraad is van mening dat de Wbmgp-maatregelen van tijdelijke aard moeten zijn. Als de balans veiligheid en leefbaarheid in de buurt voldoende en duurzaam in evenwicht is meer in lijn ligt met het stedelijk gemiddelde, moeten deze maatregelen weer beëindigd worden.
6.4
Monitoring aantal en locatie 'geweigerden'
De aanvragen voor de huisvestingsvergunningen registreert de gemeente Tilburg in de vergunningenapplicatie. Een weigering van een huisvestingsvergunning wordt hierin ook geregistreerd. Op basis van de gegevens die in de vergunningenapplicatie worden geregistreerd, conform het Besluit verwerking persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag, vindt monitoring plaats. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juli 2024, De raad van de gemeente Tilburg, de griffier,
de voorzitter,
24
Bijlage 1: Adressen in het aangewezen gebied Ezelvense Akkers: Stoeterijstraat 1 t/m 73 en 2 t/m 36 Matterhornstraat 2 t/m 22 Sierteeltstraat 1 t/m 5 en 2 t/m 10 Landbouwbuurt: Bosbouwstraat 1 t/m 19 Dr. Lovinkstraat 1 t/m 47 Dr. P van Hoekstraat 1 t/m 47 Jan Truijenlaan 6 t/m 60 Ooftbouwstraat 1 t/m 20 Piet van Haarenstraat 1 t/m 51 Raffeisenstraat 1 t/m 52 Vincent van den Heuvelstraat 1 t/m 48 Warmoesstraat 1 t/m 20
Groenewoud Midden: Dolomietenlaan 43b t/m 149b Visserijbuurt: Baarshof 1 t/m 36 Brasemstraat 3 t/m 45 Don Sartostraat 37 t/m 49 Forelstraat 6 t/m 22 Pater van den Elsenplein 4 t/m 65b Visserijplein 1 t/m 20 Visserijstraat 1 Vogeltjesbuurt West: Arendplein 41 en 42 Korhoenstraat 1 t/m 119 Leeuwerikstraat 1 en 2 Meesstraat 1
In onderstaande plattegrond ziet u de adressen. De kleuren geven aan welke corporatie eigenaar is, of dat het om particulier bezit gaat.
25