CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

02 01 Advies commissie bezwaar besluit ingebrekestelling Platform Keelbos

Raadsvergadering 25 augustus 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel beslissing op bezwaar besluit ingebrekestelling Loonse Spinderspad1.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies van de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Tilburg over het bezwaarschrift van Stichting Platform Keelbos. Inleiding Op 25 mei 2025 heeft de stichting Platform Keelbos (hierna genoemd: de stichting) een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaar is gericht tegen het besluit van de raad van de gemeente Tilburg (hierna genoemd: de raad) van 17 april 2025 (kenmerk 234844, hierna: het bestreden besluit). Hierin is besloten een dwangsom van € 120,- toe te kennen.

Advies De commissie adviseert de raad: - het bezwaar van de stichting gegrond te verklaren voor wat betreft de hoogte van de dwangsom; - het bestreden besluit aan te passen door de toegekende dwangsom te wijzigen van € 120,- naar € 138,- (6 x € 23,-) en een bedrag van € 18,- na te betalen; - voor wat betreft de overige bezwaargronden het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit voor het overige in stand te laten onder aanpassing van de hoogte van het dwangsombedrag.

Het proces tot nu toe -

-

-

Bij besluit van 23 september 2024, gepubliceerd op 11 oktober 2024 (Gemeenteblad van 11 oktober 2024, Nr. 428989), is besloten het Loonse Spinderspad te onttrekken aan het openbaar verkeer; Bij brief van 11 november 2024 heeft de stichting bezwaar gemaakt tegen dit besluit; Op 28 maart 2025 is een ingebrekestelling ontvangen; Bij beslissing op bezwaar van 14 april 2025, verzonden op 16 april 2025, heeft de raad onder meer besloten het bestreden besluit tot het onttrekken van het Loonse Spinderspad aan het openbaar verkeer te herroepen en de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op te starten, zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht; Bij bestreden besluit van 17 april 2025 is besloten een dwangsom toe te kennen van € 120,-; Tegen dit besluit is op 25 mei 2025 bezwaar gemaakt en op 4 juni 2025 zijn aanvullende gronden ontvangen.

De bezwaren Samengevat zijn de volgende bezwaargronden ingediend: - De Procesregeling behandeling bezwaarschriften tegen raadsbesluiten is van toepassing en het horen moet geschieden door een lid niet werkzaam voor de gemeente Tilburg en mevrouw Van den Heijkant en de heer Van Overdijk kunnen geen deel uitmaken van de bezwarencommissie; - Het bedrag van de dwangsom klopt niet. Op grond van artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de dwangsom de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daarop volgende veertien dagen € 35,- en de overige dagen € 45,- per dag en dus niet € 20,-, € 30,- en € 40,- per dag waar het dwangsombesluit vanuit gaat; - De raad is nog steeds in gebreke omdat geen besluit op bezwaar is genomen en het ontwerpbesluit op bezwaar van 16 april 2025 de beslistermijn niet opschort;

-

Het besluit op bezwaar van 16 april 2025 is door het college genomen en niet door de gemeenteraad, voorziet niet in een volledige heroverweging als bedoeld in artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht, het voornemen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op te starten schort de beslistermijn niet op en het ontwerpbesluit stoelt op een onwettig advies van de interne bezwaarcommissie.

Waar staat het in de wet? -

Algemene wet bestuursrecht (hierna genoemd: Awb)

De wettelijke voorschriften zijn, voor zover relevant, door de commissie opgenomen in de bij dit advies gevoegde bijlage.

Beoordeling van de bezwaren / Wat vindt de commissie? Procesregeling behandeling bezwaarschriften tegen raadsbesluiten toegepast De commissie voor dit bezwaar bestaat uit mevrouw mr. M. Wouters (voorzitter), de heer mr. E. Planells (secretaris) en mevrouw mr. R. Weerts (extern lid). De advisering door de commissie heeft plaatsgevonden conform de Procesregeling behandeling bezwaarschriften. Het dwangsombedrag is onjuist vastgesteld Bezwaarmaker heeft aangevoerd dat de dwangsombedragen op grond van artikel 4:17 Awb € 23,-, € 35,- en € 45,- per dag moeten zijn en dat het bestreden besluit van het verkeerde dwangsombedrag uitgaat. De commissie constateert dat dit juist is. In het bestreden besluit is een dwangsom van 6 x € 20,- = € 120,- toegekend, maar dit moet 6 x € 23,- = € 138,- zijn. Daarom adviseert de commissie het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren, het bestreden besluit aan te passen door het dwangsombedrag te verhogen tot € 138,- en een bedrag van € 18,- aan bezwaarmaker na te betalen. Er is wel sprake van een beslissing op bezwaar In het bezwaarschrift wordt allereerst aangevoerd dat geen beslissing op bezwaar is genomen, dat het ontwerpbesluit van 16 april 2025 de beslistermijn niet opschort en dat dus een volledige dwangsom is verbeurd. De commissie overweegt hieromtrent het volgende.

Op 14 april 2025, verzonden op 16 april 2025, is een beslissing op bezwaar door de gemeenteraad genomen. Er is geen sprake van een ontwerpbesluit en er is derhalve ook geen sprake van het opschorten van een beslistermijn. De commissie is daarom van mening dat terecht een dwangsom over zes dagen is toegekend tot en met de dag dat de beslissing op bezwaar werd verzonden. Daarnaast wordt aangevoerd dat de beslissing op bezwaar van 16 april 2025 door het college is genomen en niet voorziet in een volledige heroverweging als bedoeld in artikel 7:11 Awb. Hieromtrent overweegt de commissie het volgende. De commissie constateert dat de beslissing op bezwaar van 14 april 2025, verzonden op 16 april 2025, wel door de gemeenteraad is genomen en dat er geen sprake is van een collegebesluit. Daarnaast is de commissie van mening dat de bezwaargronden of sprake is van een volledige heroverweging op grond van artikel 7:11 Awb en dat het besluit zou stoelen op een onwettig advies in casu niet relevant zijn. Bij de vraag of een dwangsom is verbeurd en bij de vaststelling van de hoogte van de verbeurde dwangsom is op grond van artikel 4:17 Awb alleen relevant wanneer een beslissing op bezwaar is genomen. Indien een bezwaarmaker het inhoudelijk niet eens is met de beslissing op bezwaar, dan kan hij hiertegen in beroep gaan.

De commissie is van mening dat vaststaat dat op 16 april 2025 een beslissing op bezwaar is verzonden en dat daarmee sprake is van een verbeurde dwangsom van zes dagen.

Afgezien van horen Er heeft geen hoorzitting plaatsgevonden. Op grond van artikel 7:3, aanhef en onder e, van de Awb kan van horen worden afgezien als aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen. Voor wat betreft de hoogte van de dwangsom is daar sprake van. Daarnaast kan ook op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb van horen worden afgezien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. Gezien bovenstaande motivering is de commissie van mening dat hier sprake van is, omdat het gaat om een feitelijke vaststelling dat een beslissing op bezwaar is genomen en de verzenddatum daarvan.

Conclusie Samenvattend is de commissie van oordeel dat het toegekende dwangsombedrag € 138,- en niet € 120,- had moeten zijn. De commissie adviseert daarom het bestreden besluit aan te passen door de toegekende dwangsom te wijzigen van € 120,- naar € 138,- (6 x € 23,-) en aan de stichting een bedrag van € 18,- na te betalen. Voor wat betreft de overige bezwaargronden is de commissie van mening dat het bezwaar kennelijk ongegrond is en adviseert daarom het bestreden besluit voor het overige in stand te laten onder aanvulling van de hoogte van het dwangsombedrag. Tilburg, 3 juli 2025, De commissie voor de bezwaarschriften,

mr. M. Wouters voorzitter

mr. E. Planells secretaris

mr. R. Weerts extern lid

Bijlage 1: wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 4:17 1. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing. 2. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag. 3. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. Artikel 4:18 Het bestuursorgaan stelt de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Artikel 7:3 Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien: b. het bezwaar kennelijk ongegrond is, e. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15767472/1