01 Raadsvoorstel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2023_2
Tekst van het document
raad 2023_1465 definitief.docx1
Raadsvoorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2023.2 Aanleiding Er bestaat aanleiding tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna APV). De voorstellen hiertoe worden verzameld en periodiek aan de raad voorgelegd. In dit raadsvoorstel wordt de tweede wijziging van de APV van 2023 aan de raad voorgelegd. Er zal dit jaar nog één raadsvoorstel tot wijziging van de APV volgen. Bij de in dit raadsvoorstel opgenomen wijzigingen gaat het om de wijziging van 10 artikelen en/of de toelichting op deze artikelen. De adviezen van de VNG ten aanzien van wijzigingen van de APV zijn hier ook bij betrokken en worden indien van toepassing overgenomen. Het betreft de volgende onderwerpen. Opnemen vuurwerkverbod in APV Het is de nadrukkelijke wens van de raad en het college om toe te werken naar een vuurwerkvrij Tilburg. Er wordt daarom voorgesteld een algeheel verbod in Tilburg in te stellen voor het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. De artikelen 91 en 93 moeten hiervoor worden aangepast. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 14. Afwijkende sluitingstijden horeca HCG tijdens nacht meimarkt opnemen in APV Sinds 2016 heeft de burgemeester elk jaar toegestaan dat de horeca in het Horecaconcentratiegebied (HCG) tijdens de meimarkt, in de nacht van zaterdag op zondag, de hele nacht open was.
Deze openstelling heeft nooit tot problemen geleid en geeft ook een extra dimensie aan de meimarkt. Daarom wordt voorgesteld dit structureel te regelen en dit op te nemen in artikel 32. In dit artikel zijn de sluitingsuren voor horecainrichtingen, en de uitzonderingen daarop, opgenomen. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 10. Parkeren kampeerwagens niet meer verbieden We zien steeds vaker dat mensen een kleine camper (kampeerwagen) hebben die zij ook als enige auto hebben. Het is niet wenselijk om daar handhavend tegen op te treden. Op grond van de huidige tekst van artikel 120 APV vallen deze voertuigen wel onder het daarin opgenomen verbod. Daarom wordt voorgesteld om het begrip kampeerwagen uit de opsomming te halen. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 18. Toegestane hoogtemaat te parkeren voertuigen aanpassen Artikel 122 verbiedt onder andere om grote voertuigen van meer dan 6 meter en hoger dan 2,40 meter te parkeren op door het college aangewezen plaatsen waar dit schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het voorstel is om de hoogtemaat van deze voertuigen aan te passen naar 2,80 meter. Dit is wenselijk, omdat een aantal praktijkgevallen leidt tot een andere kijk op voertuigen die iets hoger zijn dan 2,4 meter.
Voertuigen die hoger zijn dan 2,4 meter, maar lager dan 2,8 meter worden niet langer beschouwd als ontsierend voor het straatbeeld. De maximale lengtemaat van 6 meter blijft wel gehandhaafd. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 20.
Verkeerde verwijzing in artikel 13 aanpassen
raad 2023_1465 definitief.docx2
In artikel 13 vierde lid van de APV is geregeld dat voor de toepassing van het tweede lid, onder c onder het begrip ‘weg’ de weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet wordt verstaan. Dit in afwijking van de algemene definitie van het begrip ‘weg’ uit artikel 1 van de APV, waarin het begrip een bredere betekenis heeft. In het tweede lid onder c komt het begrip ‘weg’ echter niet voor. Bedoeld is te verwijzen naar het tweede lid onder b. Voorgesteld wordt om deze verschrijving te herstellen. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 3. Foute verwijzingen in de toelichting op artikel 26 herstellen In de toelichting op artikel 26 wordt op een aantal plekken verwezen naar de verkeerde leden van het artikel. Voorgesteld wordt om deze verschrijving te herstellen. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 6. Verschrijvingen in artikel 28 herstellen en de benaming van het artikel verduidelijken Artikel 28 van de APV regelt aspecten met betrekking tot betaald voetbal in Tilburg. In lid 9 is al enige tijd sprake van een omissie (een deel van de zin ontbreekt). Daarnaast eindigt lid 10 met een puntkomma waar een punt aangewezen is. Ook heeft het artikel een algemene naam (meldingsplicht) waaruit niet direct blijkt over welk onderwerp het artikel gaat. Voorgesteld wordt om deze verschrijvingen te herstellen en dit artikel een duidelijkere benaming te geven.
Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 8. Artikel 72 aanpassen aan model-bepaling VNG In de model-APV van de VNG staat een vergelijkbaar artikel als het Tilburgse artikel 72 APV. Het gaat om artikel 2:49 van de model-APV. Met dit artikel kan worden opgetreden tegen personen die zich hinderlijk gedragen bij of in gebouwen. De VNG heeft eerder geadviseerd om de redactie van dit artikel aan te passen. Niet duidelijk is waarom dit advies in Tilburg nooit is overgenomen. In de gemeentelijke handhavingspraktijk wordt nu aangelopen tegen de beperkingen van de Tilburgse versie van dit artikel. Door het advies van de VNG alsnog over te nemen en ook in Tilburg de tekst van het model-APV-artikel op te nemen in artikel 72 APV wordt dit artikel beter bruikbaar. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 12. Artikel 72a aanpassen aan de wijziging van artikel 151d van de Gemeentewet Artikel 151d van de gemeentewet geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om gebruikers van woningen en erven een zorgplicht op te leggen om geen ernstige en herhaaldelijke woonoverlast te veroorzaken. Daarnaast kan de zorgplicht worden opgelegd aan mensen die een woning of erf tegen betaling in gebruik geven aan een ander. De zorgplicht is uitgewerkt in artikel 72a van de APV.
Bij schending van de zorgplicht heeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen. In de oude bepaling kon een eigenaar die niet zelf in de woning woonde alleen aangesproken worden als de gebruikers van de woning niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (brp). Artikel 151d Gemeentewet is sinds 1 januari 2021 op dit punt verruimd: een eigenaar kan ook aangeschreven worden als de gebruikers van de woning wél ingeschreven staan in de brp. Voorgesteld wordt om het artikel op deze wetswijziging aan te passen. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 13.
In de uitwerking van de wijzigingsvoorstellen is in de oude tekst van de artikelen steeds schuingedrukt en in rood aangegeven wat er wordt gewijzigd.
raad 2023_1465 definitief.docx3
Beoogd effect/ bestuurlijk kader Dit voorstel beoogt de APV te actualiseren.
Voorstel De bijgevoegde Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2023.2 vaststellen, met de volgende wijzigingen voor de APV: • • • • • • • • • •
Artikel 13 wijzigen; De toelichting op artikel 26 wijzigen; Artikel 28 wijzigen; Artikel 32 wijzigen; Artikel 72 wijzigen; Artikel 72a wijzigen; Artikel 91 en de toelichting daarop wijzigen; Artikel 93 en de toelichting daarop wijzigen; Artikel 120 en de toelichting daarop wijzigen; Artikel 122 en de toelichting daarop wijzigen.
Argumenten 1. Verkeerde verwijzing in artikel 13 aanpassen In artikel 13, vierde lid van de APV is geregeld dat voor de toepassing van het tweede lid, onder c onder het begrip ‘weg’ de weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet wordt verstaan. Hiermee is beoogd om de bepaling alleen van toepassing te laten zijn op de weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet en niet op de weg als bedoeld in artikel 1 van de APV. In de APV heeft het begrip ‘weg’ namelijk een veel bredere betekenis. Zo vallen ook parken, bossen, speeltuinen en portieken onder het begrip ‘weg’. In het tweede lid onder c komt het begrip ‘weg’ echter niet voor. Bedoeld is te verwijzen naar het tweede lid onder b. Het ligt namelijk voor de hand dat het kortdurend plaatsen van voorwerpen bij laad- en losacties alleen mag gebeuren op de weg in enge zin en niet op plaatsen zoals bossen en speeltuinen. Voorgesteld wordt om deze verschrijving te herstellen. Het voorgestelde gewijzigde artikel 13 APV luidt als volgt: Oude tekst artikel 13 APV Artikel 13. Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg. 1. Het is verboden zonder vergunning van het college of wanneer het gaat om het gebruik van de weg of weggedeelte ten behoeve van een terras bij een horeca-inrichting, van de burgemeester, de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan.
Nieuwe tekst artikel 13 APV Artikel 13. Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg. 1. Het is verboden zonder vergunning van het college of wanneer het gaat om het gebruik van de weg of weggedeelte ten behoeve van een terras bij een horeca-inrichting, van de burgemeester, de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan.
2.
2.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: a. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: a. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of
raad 2023_1465 definitief.docx4
c. d. e. f. g.
lossen ervan, mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; voertuigen met uitzondering van voertuigen bestemd voor bewoning; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; staanplaatsen als bedoeld in de Staanplaatsenverordening; evenementen als bedoeld in artikel 25. civieltechnische werkzaamheden, die in opdracht van de gemeente in openbaar gebied worden verricht.
c. d. e. f. g.
lossen ervan, mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; voertuigen met uitzondering van voertuigen bestemd voor bewoning; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; staanplaatsen als bedoeld in de Staanplaatsenverordening; evenementen als bedoeld in artikel 25. civieltechnische werkzaamheden, die in opdracht van de gemeente in openbaar gebied worden verricht.
3.
Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
3.
Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
4.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder c b, wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
4.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
5. 5.
Een vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Een vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
6.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist voor :
raad 2023_1465 definitief.docx5
6.
7.
8.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist voor : a. bouwactiviteiten, die minder tijd in beslag zullen nemen dan vier weken en minder ruimte in beslag zullen nemen dan 15 m² en de plaatsing van gedenktekens. b. zonneschermen, stoepborden dan wel uitstallingen. c. reclameborden, voor zover deze niet op of in de weg worden geplaatst. d. automaten. e. verplaatsbare voorwerpen, die beogen weggebruikers te attenderen op gewenst verkeersgedrag. f. het aanleggen van geveltuintjes en/of het beplanten van boomspiegels, het plaatsen van een gevelbankje voor een woning.
a.
7.
De in het zesde lid onder a. bedoelde activiteiten dienen uiterlijk vier weken voordat deze zullen plaatsvinden gemeld te worden bij het college. Het college kan aan de uitvoering van die activiteiten voorschriften verbinden dan wel de activiteiten verbieden, indien dit noodzakelijk is met het oog op de in het achtste lid van dit artikel beschreven belangen.
De in het zesde lid onder a. bedoelde activiteiten dienen uiterlijk vier weken voordat deze zullen plaatsvinden gemeld te worden bij het college. Het college kan aan de uitvoering van die activiteiten voorschriften verbinden dan wel de activiteiten verbieden, indien dit noodzakelijk is met het oog op de in het achtste lid van dit artikel beschreven belangen.
8.
Het is verboden de weg of een weggedeelte te gebruiken ten behoeve van de in het zesde lid onder b.,c.,d. e. of f. bedoelde zaken: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. c. het beoogde gebruik strijdig is met door het college met het oog op de onder a) en b) genoemde belangen vastgestelde algemene regels.
Het is verboden de weg of een weggedeelte te gebruiken ten behoeve van de in het zesde lid onder b.,c.,d. e. of f. bedoelde zaken: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. c. het beoogde gebruik strijdig is met door het college met het oog op de onder a) en b) genoemde belangen vastgestelde algemene regels.
9.
b. c. d. e.
f.
a. 9. a.
b.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord Brabant. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder a. geldt niet voorzover in het daarin
b.
bouwactiviteiten, die minder tijd in beslag zullen nemen dan vier weken en minder ruimte in beslag zullen nemen dan 15 m² en de plaatsing van gedenktekens. zonneschermen, stoepborden dan wel uitstallingen. reclameborden, voor zover deze niet op of in de weg worden geplaatst. automaten. verplaatsbare voorwerpen, die beogen weggebruikers te attenderen op gewenst verkeersgedrag. het aanleggen van geveltuintjes en/of het beplanten van boomspiegels, het plaatsen van een gevelbankje voor een woning.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord Brabant. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder a. geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet.
raad 2023_1465 definitief.docx6
c. d.
geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder b. geldt niet voor bouwwerken. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder c. geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
10. De burgemeester beschikt binnen dertien weken op een aanvraag om een terrasvergunning. 11. De in het tiende lid bedoelde vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht geworden is.
c. d.
De weigeringsgrond van het vijfde lid onder b. geldt niet voor bouwwerken. De weigeringsgrond van het vijfde lid onder c. geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
10. De burgemeester beschikt binnen dertien weken op een aanvraag om een terrasvergunning. 11. De in het tiende lid bedoelde vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht geworden is.
2. Foute verwijzingen in de toelichting op artikel 26 herstellen Er is vastgesteld dat in de toelichting op artikel 26 van de APV wordt verwezen naar verkeerde leden van dit artikel. Dit moet hersteld worden, een toelichting moet natuurlijk gewoon kloppen. Waar in de oude tekst wordt verwezen naar lid vier moet dat lid vijf zijn. Waar in de oude tekst wordt verwezen naar lid vijf moet dat lid zes zijn. En waar in de oude tekst wordt verwezen naar lid zes moet dat lid zeven zijn. Ook is de verwijzing naar een ‘A-evenement’ weggevallen in de toelichting op lid vijf. Ook die omissie moet worden hersteld. De voorgestelde gewijzigde toelichting op artikel 26 APV luidt als volgt: Oude tekst toelichting artikel 26 APV
Nieuwe tekst toelichting artikel 26 APV
Artikel 26 Evenementen
Artikel 26 Evenementen
Toelichting Voor het houden van een evenement is een vergunning noodzakelijk. De burgemeester is het bestuursorgaan om zo’n vergunning al dan niet te verlenen. Hij toetst de aanvraag tegen de achtergrond van vier nader aangegeven belangen. In dat verband kan hij ook nadere voorschriften verbinden aan een vergunning tot het houden van een evenement. Die voorschriften moeten in het verlengde liggen van deze belangen. De organisator dient een aanvraag in door middel van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier. Op deze wordt de organisator geholpen alle informatie in één keer te verstrekken en wordt voorkomen dat de behandeling van de aanvraag onnodig wordt vertraagd doordat er telkens nieuwe informatie moet worden opgevraagd. De gemeente introduceert met deze wijziging van de APV de Evenementenkalender die wordt vastgesteld door de burgemeester. Organisatoren moeten voor
Toelichting Voor het houden van een evenement is een vergunning noodzakelijk. De burgemeester is het bestuursorgaan om zo’n vergunning al dan niet te verlenen. Hij toetst de aanvraag tegen de achtergrond van vier nader aangegeven belangen. In dat verband kan hij ook nadere voorschriften verbinden aan een vergunning tot het houden van een evenement. Die voorschriften moeten in het verlengde liggen van deze belangen. De organisator dient een aanvraag in door middel van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier. Op deze wordt de organisator geholpen alle informatie in één keer te verstrekken en wordt voorkomen dat de behandeling van de aanvraag onnodig wordt vertraagd doordat er telkens nieuwe informatie moet worden opgevraagd. De gemeente introduceert met deze wijziging van de APV de Evenementenkalender die wordt vastgesteld door de burgemeester. Organisatoren moeten voor
raad 2023_1465 definitief.docx7
1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar dat het evenement plaatsvindt het evenement aanmelden. Na beoordeling worden op de Evenementenkalender de evenementen geplaatst die kunnen plaatsvinden. Daarmee wordt aan de organisatoren zekerheid geboden dat het evenement kan plaatsvinden qua tijd en locatie. Er moet dan uiteraard wel nog een evenementenvergunning worden verleend. Dat een evenement op de Evenementenkalender wordt geplaatst betekent niet dat een evenementenvergunning wordt verleend. Dat is afhankelijk van de aard. In “Prettig Geregeld, Hoe organiseert u een evenement in Tilburg” wordt de procedure aan organisatoren uitgelegd. Voor een goede regulering van het evenementenbeleid is het mede noodzakelijk dat er een aantal (kwaliteit)eisen wordt gesteld aan de organisator van het evenement. Het vierde vijfde lid ziet toe op het feit dat een organisator van een A-, Bof C-evenement niet onder curatele mag staan en de organisator tenminste de leeftijd moet hebben van 18 jaren. Indien hieraan niet is voldaan wordt er in beginsel geen evenementenvergunning afgegeven. Het vijfde zesde lid ziet toe op de mogelijkheden om een evenementenvergunning te weigeren dan wel in te trekken of te wijzigen.
Indien de bescherming van de openbare orde, dan wel de bescherming van de bezoekers van het evenement, de volksgezondheid en het milieu (niet langer) gegarandeerd kan worden, kan een vergunning worden geweigerd of alsnog worden ingetrokken. De burgemeester kan ook voorschriften verbinden aan de vergunning. Dit is al geregeld in artikel 3 van de APV zodat in artikel 26 geen bepaling hoeft te worden opgenomen. Deze verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op de plaats, het tijdstip en de "inrichting" van het evenement, het maximaal toe te laten aantal bezoekers, de aard en de omvang van de door de organisator zelf te nemen maatregelen ter waarborging van openbare orde en veiligheid, de verkeersveiligheid, de verplichting de bereikbaarheid van het evenement per openbaar vervoer in openbare aankondigingen aan te geven, het activiteitenprogramma, het veiligheidsplan, een inzetschema met betrekking tot het aantal verkeersregelaars en hekken- en bordenplan, etc. Met de “inrichting” wordt bedoeld de indeling van het evenemententerrein en de opstelling van de diverse voorzieningen ten behoeve van het evenement, zoals toiletten, (drang)hekken, podia en tribunes.
1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar dat het evenement plaatsvindt het evenement aanmelden. Na beoordeling worden op de Evenementenkalender de evenementen geplaatst die kunnen plaatsvinden. Daarmee wordt aan de organisatoren zekerheid geboden dat het evenement kan plaatsvinden qua tijd en locatie. Er moet dan uiteraard wel nog een evenementenvergunning worden verleend. Dat een evenement op de Evenementenkalender wordt geplaatst betekent niet dat een evenementenvergunning wordt verleend. Dat is afhankelijk van de aard. In “Prettig Geregeld, Hoe organiseert u een evenement in Tilburg” wordt de procedure aan organisatoren uitgelegd. Voor een goede regulering van het evenementenbeleid is het mede noodzakelijk dat er een aantal (kwaliteit)eisen wordt gesteld aan de organisator van het evenement. Het vijfde lid ziet toe op het feit dat een organisator van een A-, B- of C-evenement niet onder curatele mag staan en de organisator tenminste de leeftijd moet hebben van 18 jaren. Indien hieraan niet is voldaan wordt er in beginsel geen evenementenvergunning afgegeven. Het zesde lid ziet toe op de mogelijkheden om een evenementenvergunning te weigeren dan wel in te trekken of te wijzigen.
Indien de bescherming van de openbare orde, dan wel de bescherming van de bezoekers van het evenement, de volksgezondheid en het milieu (niet langer) gegarandeerd kan worden, kan een vergunning worden geweigerd of alsnog worden ingetrokken. De burgemeester kan ook voorschriften verbinden aan de vergunning. Dit is al geregeld in artikel 3 van de APV zodat in artikel 26 geen bepaling hoeft te worden opgenomen. Deze verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op de plaats, het tijdstip en de "inrichting" van het evenement, het maximaal toe te laten aantal bezoekers, de aard en de omvang van de door de organisator zelf te nemen maatregelen ter waarborging van openbare orde en veiligheid, de verkeersveiligheid, de verplichting de bereikbaarheid van het evenement per openbaar vervoer in openbare aankondigingen aan te geven, het activiteitenprogramma, het veiligheidsplan, een inzetschema met betrekking tot het aantal verkeersregelaars en hekken- en bordenplan, etc. Met de “inrichting” wordt bedoeld de indeling van het evenemententerrein en de opstelling van de diverse voorzieningen ten behoeve van het evenement, zoals toiletten, (drang)hekken, podia en tribunes.
raad 2023_1465 definitief.docx8
In het zesde zevende lid is opgenomen dat de vergunning kan worden geweigerd in verband met de Wet Bibob. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat voor niet-integere organisatoren geen ruimte in is de gemeente Tilburg. Belangrijk is dat de organisator primair verantwoordelijk is voor een ordelijk en veilig verloop van zijn evenement en dat onder meer het overlast gevend nuttigen van alcohol en/of drugs in het publieke domein niet is toegestaan. Primair ligt de handhavende verantwoordelijkheid voor dit onderwerp binnen het evenemententerrein bij de organisator. Het artikel waarborgt ook dat kan worden bezien of, en zo ja, in hoeverre de wenselijk geachte inzet van politie, GHOR, brandweer en gemeentelijke diensten in de planning van de totaal beschikbare bezetting kan worden ingepast. Voor de politieformatie geldt de voor de "resterende" reguliere politietaken minimaal noodzakelijke sterkte als belangrijkste criterium. In het uiterste geval - indien en voor zover de organisatoren niet bereid of instaat zijn om zélf genoegzaam in het treffen van noodzakelijke ordeen veiligheidsmaatregelen te voorzien en er tevens onvoldoende politiecapaciteit beschikbaar is - opent het artikel de mogelijkheid het evenement geheel, dan wel op een bepaalde plaats of tijd te verbieden.
In het zevende lid is opgenomen dat de vergunning kan worden geweigerd in verband met de Wet Bibob. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat voor niet-integere organisatoren geen ruimte in is de gemeente Tilburg. Belangrijk is dat de organisator primair verantwoordelijk is voor een ordelijk en veilig verloop van zijn evenement en dat onder meer het overlast gevend nuttigen van alcohol en/of drugs in het publieke domein niet is toegestaan. Primair ligt de handhavende verantwoordelijkheid voor dit onderwerp binnen het evenemententerrein bij de organisator. Het artikel waarborgt ook dat kan worden bezien of, en zo ja, in hoeverre de wenselijk geachte inzet van politie, GHOR, brandweer en gemeentelijke diensten in de planning van de totaal beschikbare bezetting kan worden ingepast. Voor de politieformatie geldt de voor de "resterende" reguliere politietaken minimaal noodzakelijke sterkte als belangrijkste criterium. In het uiterste geval - indien en voor zover de organisatoren niet bereid of instaat zijn om zélf genoegzaam in het treffen van noodzakelijke ordeen veiligheidsmaatregelen te voorzien en er tevens onvoldoende politiecapaciteit beschikbaar is - opent het artikel de mogelijkheid het evenement geheel, dan wel op een bepaalde plaats of tijd te verbieden.
3. Verschrijvingen in artikel 28 herstellen en de benaming van het artikel verduidelijken Artikel 28 van de APV regelt aspecten met betrekking tot het betaald voetbal in Tilburg. Het artikel schept een verplichting voor organisatoren om wedstrijden te melden bij de burgemeester, en het geeft de burgemeester bevoegdheden om wedstrijden te reguleren met het oog op de openbare orde en veiligheid. Op enig moment is abusievelijk een fout in lid 9 geslopen. Hier ontbreekt een deel van de zin. Daarnaast eindigt lid 10 met een puntkomma waar een punt aangewezen is. Het artikel heeft ook een vrij algemene naam (meldingsplicht) waardoor niet in één oogopslag duidelijk is over welk onderwerp het artikel gaat. Voorgesteld wordt om deze verschrijvingen te herstellen en dit artikel een duidelijkere benaming te geven. Het voorgestelde gewijzigde artikel 28 APV luidt als volgt: Oude tekst artikel 28 APV Artikel 28. Meldingsplicht betaald voetbal. 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder organisator verstaan: a. de betaald voetbalorganisatie Willem II, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie Willem II als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateur voetbalorganisatie; b. de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd
Nieuwe tekst artikel 28 APV Artikel 28. Meldingsplicht betaald voetbal. 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder organisator verstaan: a. de betaald voetbalorganisatie Willem II, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie Willem II als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateur voetbalorganisatie; b. de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd
raad 2023_1465 definitief.docx9
c.
tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Tilburg, waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie is betrokken en indien het betreft een Ainterland; degene die buiten de gevallen, genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken.
2.
c.
tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Tilburg, waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie is betrokken en indien het betreft een Ainterland; degene die buiten de gevallen, genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken.
2. a.
b.
De organisator is verplicht ten minste dertig dagen voor de vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd als bedoeld in het eerste lid daarvan schriftelijk kennisgeving te doen aan de burgemeester. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de onder a bepaalde termijn.
a.
b.
De organisator is verplicht ten minste dertig dagen voor de vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd als bedoeld in het eerste lid daarvan schriftelijk kennisgeving te doen aan de burgemeester. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de onder a bepaalde termijn.
3.
De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving.
3.
De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving.
4.
De voorgeschreven kennisgeving wordt geacht eerst dan gedaan te zijn wanneer het in het derde lid bedoelde formulier volledig en naar waarheid ingevuld, ingeleverd is ter plaatse op dat formulier vermeld.
4.
De voorgeschreven kennisgeving wordt geacht eerst dan gedaan te zijn wanneer het in het derde lid bedoelde formulier volledig en naar waarheid ingevuld, ingeleverd is ter plaatse op dat formulier vermeld.
5.
De kennisgeving bedoeld in het tweede lid kan meerdere wedstrijden betreffen.
5.
De kennisgeving bedoeld in het tweede lid kan meerdere wedstrijden betreffen.
6.
De burgemeester kan met betrekking tot een voetbalwedstrijd aan de organisator voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid.
6.
De burgemeester kan met betrekking tot een voetbalwedstrijd aan de organisator voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid.
7.
De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden: a. uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde; b. indien de krachtens het zesde lid opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; c. indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het tweede lid.
7.
De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden: a. uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde; b. indien de krachtens het zesde lid opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; c. indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het tweede lid.
8.
Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een verbod, als bedoeld in het zevende lid, is uitgevaardigd.
8.
Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een verbod, als bedoeld in het zevende lid, is uitgevaardigd.
9.
De burgemeester kan, onverminderd zijn bevoegdheid ingevolge het zesde lid, een voetbalwedstrijd aanwijzen als een
9.
De burgemeester kan, onverminderd zijn bevoegdheid ingevolge het zesde lid, een voetbalwedstrijd aanwijzen als een
raad 2023_1465 definitief.docx10
risicowedstrijd, indien daaraan naar zijn oordeel een verhoogd risico is verbonden voor de openbare orde en veiligheid.
risicowedstrijd, indien daaraan naar zijn oordeel een verhoogd risico is verbonden voor de openbare orde en veiligheid.
10. Het is verboden op de dag waarop een voetbalwedstrijd zal worden gespeeld, die door de burgemeester ingevolge het negende lid als risicowedstrijd is aangewezen, ongeacht het eventueel daarbij te bezigen middel van vervoer, zich te begeven, respectievelijk zich te bevinden buiten de door de politie aangewezen routes, indien men zich blijkens feiten en/of omstandigheden als voetbalsupporter manifesteert;.
10. Het is verboden op de dag waarop een voetbalwedstrijd zal worden gespeeld, die door de burgemeester ingevolge het negende lid als risicowedstrijd is aangewezen, ongeacht het eventueel daarbij te bezigen middel van vervoer, zich te begeven, respectievelijk zich te bevinden buiten de door de politie aangewezen routes, indien men zich blijkens feiten en/of omstandigheden als voetbalsupporter manifesteert.
4. Afwijkende sluitingstijden horeca HCG tijdens nacht meimarkt opnemen in APV Sinds 2016 wordt er door de burgemeester elk jaar een collectieve ontheffing verleend van de sluitingstijden voor de horecagelegenheden binnen het Horecaconcentratiegebied (HCG) tijdens de nacht in het weekend waarin de Meimarkt plaatsvindt. Dat betekent dat de horeca in het HCG de afgelopen jaren de hele nacht open mocht zijn tijdens de Meimarkt. Het bewonersplatform en het Binnenstadsmanagement zijn steeds betrokken bij de voorbereiding van de jaarlijkse burgemeesterbesluiten en zij konden zich vinden in deze besluiten. Uit evaluaties met de organisator van de Meimarkt, betrokken gemeentelijke afdelingen en de politie is gebleken dat de afwijkende sluitingstijden tijdens de Meimarkt nooit tot problemen hebben geleid. Het open zijn van de horeca tijdens de Meimarkt draagt bij aan de aantrekkelijkheid en de beleving van het evenement. Veel mensen willen een bezoek aan de Meimarkt combineren met het nuttigen van een hapje of drankje. Daarnaast kan de horeca in het HCG op deze manier profiteren van het evenement nu het kan zorgen voor extra inkomsten. Een en ander sluit tevens aan bij het bestuursakkoord ‘Meer voor elkaar’, omdat het bijdraagt aan een Tilburg dat groeit, bloeit en bruist.
Voorgesteld wordt om de afwijkende sluitingstijden voor de horeca tijdens de Meimarkt vast te leggen in artikel 32 van de APV. In dit artikel zijn de reguliere sluitingstijden voor horeca-inrichtingen in Tilburg opgenomen. Daarnaast zijn in dit artikel de structurele afwijkingen van de reguliere sluitingstijden opgenomen, zoals carnaval, tweede paasdag, Koningsdag enz. De Meimarkt kan aan dit lijstje worden toegevoegd. Het is wel nodig om een nieuw lid 10 toe te voegen aan dit artikel, nu de gewenste afwijking van de sluitingstijden voor de Meimarkt net een andere is dan de in lid 9 opgesomde afwijkingen. Het voorgestelde gewijzigde artikel 32 APV luidt als volgt: Oude tekst artikel 32 APV Artikel 32. Sluitingsuur. 1. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 02.00 tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 03.00 tot 06.00 uur.
Nieuwe tekst artikel 32 APV Artikel 32. Sluitingsuur. 1. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 02.00 tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 03.00 tot 06.00 uur.
2.
2.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, sub 1, welke inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 04.00 uur tot
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, sub 1, welke inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 04.00 uur tot
raad 2023_1465 definitief.docx11
06.00 uur. Het is verboden bezoekers nog toe te laten na 03.00 uur.
06.00 uur. Het is verboden bezoekers nog toe te laten na 03.00 uur.
3.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a sub 2, welke inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 05.00 tot 06.00 uur.
3.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a sub 2, welke inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 05.00 tot 06.00 uur.
4.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, waar enkel daghoreca is toegestaan verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 23.00 tot 07.00 uur.
4.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, waar enkel daghoreca is toegestaan verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 23.00 tot 07.00 uur.
5.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, gevestigd in of behorend bij een gebouw dat in hoofdzaak gebruikt wordt voor activiteiten van sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 00.00 uur tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 01.00 tot 06.00 uur.
5.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, gevestigd in of behorend bij een gebouw dat in hoofdzaak gebruikt wordt voor activiteiten van sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 00.00 uur tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 01.00 tot 06.00 uur.
6.
De burgemeester kan aan individuele houders van een exploitatievergunning onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid voor ten hoogste 8 maal per jaar.
6.
De burgemeester kan aan individuele houders van een exploitatievergunning onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid voor ten hoogste 8 maal per jaar.
7.
De burgemeester kan in bijzondere gevallen dan wel bij bijzondere gebeurtenissen van tijdelijke aard onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid.
7.
De burgemeester kan in bijzondere gevallen dan wel bij bijzondere gebeurtenissen van tijdelijke aard onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid.
8.
De in het eerste tot en met derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht van 31 december op 1 januari: er geldt dan geen sluitingsuur.
8.
De in het eerste tot en met derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht van 31 december op 1 januari: er geldt dan geen sluitingsuur.
9.
De in het eerste en tweede lid opgenomen verboden gelden niet: a. op de zondag tot en met de dinsdag waarop de openbare carnavalsviering plaatsvindt,
9.
De in het eerste en tweede lid opgenomen verboden gelden niet: a. op de zondag tot en met de dinsdag waarop de openbare carnavalsviering plaatsvindt,
op tweede paasdag,
op tweede paasdag,
op Koningsdag en de dag daarna
op Koningsdag en de dag daarna
op Hemelvaartsdag
op Hemelvaartsdag
raad 2023_1465 definitief.docx12
b.
op tweede Pinksterdag,
op tweede Pinksterdag,
op de dag na tweede Kerstdag: het verbod geldt dan tussen 04.00 uur en 06.00 uur. in de nacht waarop de zomertijd ingaat: 1) voor inrichtingen die geheel buiten het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 04.00 en 06.00 uur; 2) voor inrichtingen die geheel binnen het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 05.00 en 06.00 uur.
op de dag na tweede Kerstdag: het verbod geldt dan tussen 04.00 uur en 06.00 uur. in de nacht waarop de zomertijd ingaat: 1) voor inrichtingen die geheel buiten het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 04.00 en 06.00 uur; 2) voor inrichtingen die geheel binnen het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 05.00 en 06.00 uur.
10. De in het tweede en derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht waarin de Meimarkt plaatsvindt.
b.
10. De in het tweede en derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht waarin de Meimarkt plaatsvindt.
5. Artikel 72 aanpassen aan model-bepaling VNG In de model-APV van de VNG staat een vergelijkbaar artikel als het Tilburgse artikel 72 APV. Het gaat om artikel 2:49 van de model-APV. Met dit artikel kan worden opgetreden tegen personen die zich hinderlijk gedragen bij of in gebouwen. De VNG heeft eerder geadviseerd om de redactie van dit artikel aan te passen. Niet duidelijk is waarom dit advies in Tilburg nooit is overgenomen. In de gemeentelijke handhavingspraktijk wordt nu aangelopen tegen de beperkingen van de Tilburgse versie van dit artikel. Door het advies van de VNG alsnog over te nemen en ook in Tilburg de tekst van het model-APV-artikel op te nemen in artikel 72 APV wordt dit artikel beter bruikbaar. Door de voorgestelde wijziging is “overlast” geen bestanddeel meer van de delictsomschrijving van artikel 72 lid 1 onder b APV. Daarvoor in de plaats komt het bestanddeel “redelijk doel.” Dat iemand zich zonder redelijk doel bevindt bij een gebouw is eenvoudiger vast te stellen dan of een persoon door het doelloos rondhangen bij een gebouw overlast veroorzaakt. Er kan daardoor makkelijker tegen vormen van onnodige hinder bij gebouwen worden opgetreden. Het huidige artikel 72 lid 2 APV kan tekstueel op meerdere wijzen worden gelezen. Het is namelijk niet helder waar de zinssnede ‘die voor publiek toegankelijk zijn’ betrekking op heeft.
Kennelijk is dit zinsdeel bedoeld om louter betrekking te hebben op ‘gebouwen’. Maar doordat dit zinsdeel tussen de komma’s staat kan ook uitgelegd worden dat dit zinsdeel betrekking heeft op de flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen. Dit levert een onwenselijke onduidelijkheid op die niet strookt met het lex certa-beginsel. Een verbodsbepaling moet voldoende helder, concreet en niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn. In de praktijk komt het voor dat de gemeenschappelijke ruimten van appartementengebouwen worden gebruikt door anderen dan bewoners of rechtmatige gebruikers. Er wordt dan een beroep gedaan op de gemeente om hiertegen te kunnen optreden. Daarvoor is het voorhanden hebben van een duidelijke, onbetwistbare, regel noodzakelijk. De bepaling uit de model-APV is wel voldoende duidelijk.
raad 2023_1465 definitief.docx13
Door de wijziging komt artikel 72 APV in lijn met de omschrijving van de feitcodes F 125a en F125b uit het Besluit OM-afdoening1 en het daarop gebaseerde besluit tot indexering van de tarieven. 2 Het opleggen van een strafbeschikking is daardoor administratief eenvoudiger af te doen. Tenslotte zijn door het hanteren van de tekst uit de model-APV de rechtsregels uit de jurisprudentie (die vooral ziet op de bepaling uit de model-APV) één op één toepasbaar op de Tilburgse APV. Het voorgestelde nieuwe artikel 72 APV luidt als volgt: Oude tekst artikel 72 APV Artikel 72. Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen.
Nieuwe tekst artikel 72 APV Artikel 72 Verboden gedrag bij of in gebouwen
1.
1.
Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
2.
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een gevel, inclusief daarin aanwezige deuren, ramen en andere voorzieningen te hangen, zitten of liggen voor zover daardoor overlast kan worden veroorzaakt.
1.
Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
2.
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een zodanig gebouw.
2.
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
6. Artikel 72a aanpassen aan de wijziging van artikel 151d van de Gemeentewet Artikel 151d van de gemeentewet biedt gemeenteraden de mogelijkheid om gebruikers van woningen en erven een zorgplicht op te leggen om geen ernstige en herhaaldelijke woonoverlast te veroorzaken. Daarnaast kan de zorgplicht worden opgelegd aan mensen die een woning of erf tegen betaling in gebruik geven aan een ander (verhuurders). Uw raad heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt door de zorgplicht uit te werken in artikel 72a van de APV. Bij schending van de zorgplicht heeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder 1
Stb. 2007, 255. Besluit OM-afdoening.
2
Stb. 2023, 53.
raad 2023_1465 definitief.docx14
bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen aan de gebruiker of de verhuurder. Van deze mogelijkheid mag alleen gebruik worden gemaakt als de ernstige en herhaaldelijke hinder niet op een andere geschikte manier kan worden tegengegaan (het is een ultimum remedium). In de oude bepaling kon een eigenaar die niet zelf in de woning woonde alleen aangesproken worden als de gebruikers van de woning niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (brp). Artikel 151d Gemeentewet is sinds 1 januari 2021 op dit punt verruimd: een eigenaar kan ook aangeschreven worden als de gebruikers van de woning wél ingeschreven staan in de brp. De zorgplicht voor eigenaren geldt voortaan voor het gedrag van alle gebruikers en niet meer alleen voor gebruikers die niet-ingezetene zijn. De burgemeester kan bij woonoverlast voortaan direct een eigenaar aanspreken en hoeft niet eerst de gebruiker te hebben aangesproken. Dit is bijvoorbeeld wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Te denken valt aan panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. Voorgesteld wordt om het artikel in overeenstemming te brengen met het gewijzigde artikel 151d van de Gemeentewet. Het voorgestelde gewijzigde artikel 72a APV luidt als volgt: Oude tekst artikel 72a APV Artikel 72a. Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Nieuwe tekst artikel 72a APV Artikel 72a. Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1.
1.
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2.
Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen.
3.
De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
2.
3.
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
7. Opnemen vuurwerkverbod in APV Het is de nadrukkelijke wens van de raad en het college om toe te werken naar een vuurwerkvrij Tilburg. Doel van deze APV-wijziging is daarom het instellen van een algeheel verbod in Tilburg voor het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. ,
raad 2023_1465 definitief.docx15
Een lokaal verbod verandert niets aan de landelijke regelgeving, waarin het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling nog wel is toegestaan. Wel gaat er een signaalwerking vanuit. Er zijn goede redenen om in Tilburg een vuurwerkverbod in te voeren en toe te werken naar een vuurwerkvrij Tilburg: • Ieder jaar weer is in de periode voorafgaand aan en tijdens de jaarwisseling sprake van veel overlast en schade als gevolg van het afsteken van vuurwerk. Voor een deel is dit het gevolg van het afsteken van zwaar en illegaal vuurwerk dat al verboden is. Opsporing hiervan is een prioriteit van politie en het OM. Een verbod op het afsteken van vuurwerk is samen met de opsporing van (zwaar en illegaal) vuurwerk een belangrijke en noodzakelijke stap naar een vuurwerkvrij Tilburg. Het afgelopen jaar bedroeg de schade aan eigendommen van de gemeente Tilburg circa € 116.600,-. Tussen 2018 en 2022 was de schade ieder jaar tussen de € 77.000,- en € 115.000,-. • Een verbod op het afsteken van vuurwerk beschermt dieren, kinderen, kwetsbare Tilburgers en ouderen tegen (geluids)overlast en hinder als gevolg van het afsteken van vuurwerk. • Ieder jaar vallen slachtoffers door het afsteken van vuurwerk. Jaarlijks rapporteert de burgemeester aan de raad via raadsbrieven de doorgegeven letselcijfers van het ziekenhuis en de huisartsenpost in Tilburg ten gevolge van vuurwerk.
In Tilburg zijn bij de afgelopen jaarwisseling bij de huisartsenpost van 19 personen gegevens vastgelegd: 12 personen waren jonger dan 16 jaar. VeiligheidNL rapporteert op landelijk niveau over vuurwerkslachtoffers. De afgelopen jaarwisseling rapporteerden zij dat 46% van de personen met letsel omstander was. Ook geven zij aan dat bij een vijfde deel van de vuurwerkslachtoffers van 16 jaar of ouder sprake was van overmatig drankgebruik. Er ontstaan veel zorgkosten door blijvend letsel. Voor de hulpdiensten is het de drukste nacht van het jaar. De politie, brandweer, (oog)artsen, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en dierenwelzijnsorganisaties vragen om een vuurwerkverbod. • De jaarwisseling zorgt in een korte tijd voor luchtverontreiniging met onder andere sterk verhoogde niveaus van fijnstof (PM10). Dit kan leiden tot luchtwegklachten. Weersomstandigheden hebben hierop invloed. Een verbod op het afsteken van vuurwerk heeft een positief effect op de luchtkwaliteit. Daarnaast worden natuur, milieu en het grondwater vervuild door onverbrande resten van vuurwerk. Het gaat hier om schadelijke metalen zoals koper. Deze vervuiling verplaatst zich uiteindelijk naar het oppervlaktewater. Eveneens zorgen de onverbrande vuurwerkresten voor afval. Kanttekeningen bij het invoeren van een vuurwerkverbod.
• Handhaving van een verbod op het afsteken van vuurwerk is nauwelijks mogelijk. De jaarwisseling legt een grote druk op de politiecapaciteit. Tijdens de jaarwisseling, maar ook in de aanloop- en nafase, richt de politie zich op het handhaven van de openbare orde en rechtsorde. De politie zet geen extra capaciteit in op onrechtmatig vuurwerkgebruik, maar treedt wel op bij excessen waarbij sprake is van ernstige incidenten en/of overlast. Het tijdslot waarbinnen het afsteekverbod geldt valt gelijk met de piekbelasting op de beschikbare politiecapaciteit ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en rechtsorde. • Daarnaast mogen boa’s niet worden ingezet in risicovolle situaties of, zoals in de landelijke beleidsregels opgenomen: in situaties met een te verwachten gevaarzetting. Handhaving van vuurwerkoverlast heeft vaak betrekking op situaties waar sprake is van te verwachten gevaarzetting. In het verleden heeft het aanspreken/verbaliseren geleid tot een grimmige sfeer en zelfs onveilige situaties. Ook beschikken boa’s niet over de wettelijke bevoegdheden en mogelijkheden om vuurwerk in beslag te nemen, te vervoeren en af te voeren. Ook de politie mag vuurwerk niet zelf vervoeren of afvoeren. Zij laten dit over aan een gespecialiseerd bedrijf. In afwachting hiervan is de politie eenheid niet beschikbaar voor andere meldingen.
Echter moet een vuurwerkverbod gezien worden als onderdeel van de wens om te komen tot een vuurwerkvrij Tilburg en een andere viering van Oud en Nieuw. Dit is een eerste stap in die richting. • Het afsteken van vuurwerk is in Nederland een jarenlange traditie. Een vuurwerkvrije jaarwisseling vergt een verandering van gedrag van inwoners. Gedragsverandering is over het algemeen een kwestie van een lange adem. Daarnaast blijft het college zich inzetten, via de lobby van het Veiligheidsberaad en de VNG, voor een landelijk vuurwerkverbod waarmee niet alleen het afsteken maar ook de verkoop van consumentenvuurwerk wordt verboden.
raad 2023_1465 definitief.docx16
Welke wijzigingen van de APV zijn nodig? In het Vuurwerkbesluit (landelijke regelgeving) is bepaald dat je in Nederland alleen tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar consumentenvuurwerk mag afsteken. Daarbuiten geldt een verbod. Het afsteken van consumentenvuurwerk wordt op dat tijdstip toelaatbaar geacht vanwege de koppeling van het vuurwerkgebruik aan de feestelijkheden rondom de jaarwisseling en de inbedding in de Nederlandse cultuur. Het kabinet heeft aangegeven dat het Vuurwerkbesluit niet in de weg staat om het gehele grondgebied van de gemeente vuurwerkvrij te maken op grond van artikel 149 Gemeentewet . Afdeling 7 van hoofdstuk 2 van de APV voorziet in bepalingen over de toepassing van vuurwerk binnen de gemeente Tilburg. In artikel 91 is een omschrijving opgenomen van het begrip ‘consumentenvuurwerk’. Dit artikel moet gewijzigd worden. Er wordt in het voorgestelde ‘nieuwe’ artikel 93 een uitzondering gemaakt voor fop- en schertsvuurwerk op het verbod om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. Daarom wordt in artikel 91 toegevoegd dat voor de betekenis van het begrip ‘fop- en schertsvuurwerk’ naar het Vuurwerkbesluit gekeken moet worden. Het voorgestelde gewijzigde artikel 91 APV en de toelichting daarop luidt als volgt: Oude tekst + toelichting artikel 91 Artikel 91. Begripsomschrijving
Nieuwe tekst + toelichting artikel 91 Artikel 91. Begripsomschrijving
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk en fop- en schertsvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk en fop- en schertsvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit. Toelichting Het Vuurwerkbesluit heeft betrekking op zowel professioneel vuurwerk als ook op consumentenvuurwerk. Dit besluit heeft als doel om een betere waarborging te scheppen voor de bescherming van mens en milieu tegen de effecten die het opslaan, bewerken en afsteken van vuurwerk kunnen veroorzaken. Deze afdeling geeft regels omtrent de verkoop en het bezigen van consumentenvuurwerk rond en tijdens de jaarwisseling, in aanvulling op het Vuurwerkbesluit. Dit besluit beoogt de hele keten rond vuurwerk te regelen. Van het invoeren of produceren tot transport, handel, opslag, bewerken en afsteken. Definitie consumentenvuurwerk: Voor de omschrijving van het begrip ‘consumentenvuurwerk’ is aansluiting gezocht bij de omschrijving daarvan in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit.
Toelichting Deze afdeling geeft regels omtrent de verkoop en het bezigen van consumentenvuurwerk rond en tijdens de jaarwisseling, in aanvulling op het Vuurwerkbesluit. Dit besluit beoogt de hele keten rond vuurwerk te regelen. Van het invoeren of produceren tot transport, handel, opslag, bewerken en afsteken. Definitie consumentenvuurwerk: Voor de omschrijving van het begrip ‘consumentenvuurwerk’ is aansluiting gezocht bij de omschrijving daarvan in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit. Fop- en schertsvuurwerk is een aparte groep consumentenvuurwerk, genoemd in bijlage II van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk. Op grond van artikel 2.3.7 van het Vuurwerkbesluit is fop- en schertsvuurwerk het hele jaar door verkrijgbaar en kan het ook gedurende het hele jaar worden afgestoken.
raad 2023_1465 definitief.docx17
Fop- en schertsvuurwerk is een aparte groep consumentenvuurwerk, genoemd in bijlage II van de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk. Op grond van artikel 2.3.7 van het Vuurwerkbesluit is fop- en schertsvuurwerk het hele jaar door verkrijgbaar en kan het ook gedurende het hele jaar worden afgestoken. In artikel 93 APV Tilburg is bepaald dat het college bevoegd is gebieden aan te wijzen waar het verboden is consumentenvuurwerk te bezigen. De bedoeling is echter een totaal verbod op te nemen in de APV op het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. Artikel 93 moet daarom worden aangepast. Het voorgestelde gewijzigde artikel 93 APV en de toelichting daarop luidt als volgt: Oude tekst + toelichting artikel 93 APV Artikel 93. Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
Nieuwe tekst + toelichting artikel 93 APV Artikel 93. Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
1.
1.
Het is verboden om tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar consumentenvuurwerk met uitzondering van fopen schertsvuurwerk, tot ontbranding te brengen.